Toegankelijkheid, software, digitale infrastructuur en data: De roep om ethiek

De 10de aflevering in de reeks Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie gaat over de betekenis van ethische principes voor vier belangrijke pijlers van digitalisering: toegankelijkheid, programmatuur, infrastructuur en data.

In de vorige aflevering kwam een aantal uitgangspunten (richtlijnen en ethische principes) voor digitale technologie aan de orde. Uit het rapport van het Rathenau Instituut[1] Opwaarderen – Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving blijkt dat overheid, bedrijfsleven en samenleving deze nog onvoldoende hanteren. Hieronder sta ik stil wat deze principes en waarden betekenen voor vier fundamentele aspecten van digitalisering: toegankelijkheid, programmatuur, infrastructuur en data.  In de volgende twee afleveringen komen hun implicaties voor een zestal technologieën aan de orde. 

Toegankelijkheid

Toegankelijkheid verwijst naar de beschikbaarheid van snel Internet voor iedereen. Dit gaat verder dan alleen technische toegang.  Het houdt ook in dat een gemeente toeziet op de begrijpelijkheid van de eigen berichtgeving en dat gebruikers de aangeboden opties ook kunnen hanteren. Niet in de laatste plaats zou iedereen moeten beschikken over een werkende computer.

Gratis Internet voor alle inwoners is een waardevolle basisvoorziening, inclusief Wi-Fi in de publieke ruimte, mits goed beveiligd tegen indringers. Overlaten van een Wi-Fi voorziening aan private aanbieders, zoals de LinkNYC reclamezuilen in New York, die ook in andere steden opduiken, is een slechte zaak. Bedrijven als Sidewalk Labs verleiden gemeenten door deze zuilen gratis te plaatsen. Ze zijn uitgerust met sensoren die een enorme hoeveelheid gegevens verzamelen via elk apparaat dat verbinding maakt met hun Wi-Fi-netwerk: Niet alleen de locatie en het besturingssysteem, maar ook het MAC-adres. Met behulp van analysetechnieken kan daarmee het loop-, kijk- en koopgedrag van burgers worden gereconstrueerd. Gecombineerd met andere openbare gegevens van Facebook of Google leveren ze inzicht in persoonlijke interesse, seksuele geaardheid, ras en politieke overtuiging van de betrokkenen.

Het enorme internet dat alles en iedereen verbindt, roept ook schrikbeelden op, die te maken hebben met waarborgen van privacy en in relatie daarmee uiteenlopende vormen van misbruik, tot het hacken van apparatuur die je hartslag regelt toe. Daarom wordt er breed gezocht naar alternatieven.

Wereldwijd komen P2P buurtinitiatieven voor om een besloten eigen netwerk aan te leggen. Veel daarvan maken deel uit van The Things Network[2]. In plaats van Wi-Fi, gebruikt dit netwerk een protocol genaamd LoRaWAN. Door robuuste end-to-end-codering hoeven gebruikers zich geen zorgen te maken over beveiligde draadloze hotspots, mobiele data-abonnementen of haperende Wi-Fi-connectiviteit. Het Things-netwerk beheert duizenden gateways en biedt dekking aan miljoenen mensen en biedt een reeks open tools waarmee burgers en ondernemers IoT-applicaties kunnen bouwen tegen lage kosten, met maximale beveiliging en die makkelijk op te schalen zijn.

Programmatuur

Computerprogramma’s zorgen voor uiteenlopende toepassingen, variërend van tekstverwerking tot managementsystemen. Op zoek naar oplossingen die het best passen bij de richtlijnen en ethische principes uit de vorige aflevering, komen we al snel uit bij open-source software, in tegenstelling tot propriëtaire producten van commerciële aanbieders. Niet dat deze laatste bij voorbaat verwerpelijk zijn of dat ze altijd goedkoper zijn. Het belangrijkste waar je op moet letten is uitwisselbaarheid (interoperabiliteit) met producten van andere aanbieders om te voorkomen dat je er lastig vanaf komt (lock in). 

Open source software kan veel voordelen bieden ten opzichte van prioriëtaire oplossingen, zeker als gemeenten dit stimuleren. Barcelona loopt hierbij voorop[3]. De stad beoogt volledig zelfbeheer van haar ICT-diensten en radicale verbetering van digitale openbare dienstverlening voor de burgers, inclusief ‘privacy by design’ en databescherming dankzij het gebruik van blockchain. Dit resulteert in gegevenssoevereiniteit en in het gebruik van vrije software, open dataformats, open standaarden, interoperabiliteit en herbruikbare applicaties en diensten. 

Wie zich oriënteert op open source software kan niet om de Fiware-gemeenschap[4] heen, qua organisatie vergelijkbaar met Linux en bestaande uit bedrijven, startups en freelance ontwikkelaars en voortgekomen uit een initiatief van de EU. Fiware is een organisatie met als missie bouwen van open, en duurzame software rond publieke, royaltyvrije en implementatie gedreven standaarden

Infrastructuur

Computers zijn inmiddels niet meer de grootste groep onderdelen van de digitale infrastructuur. Hun aantal is overtroffen door zogenaamde ubiquitous sensor networks (USN), zoals slimme meters, CCTV, microfoons en sensoren. Sensornetwerken hebben de meest uiteenlopende taken, ze bewaken de omgeving (luchtkwaliteit, verkeersdichtheid, ongewenste bezoekers) en ze zitten in machines, treinen en auto’s en zelfs mensen en geven informatie over het functioneren van vitale onderdelen door. Mike Matson[5] berekende verder dat er in 2050 een stad van 2 miljoen inwoners wel een miljard sensoren zal zijn. Deze zijn verbonden door miljoenen kilometers glasvezelkabel of via Wi-Fi met elkaar, met datacenters, carrier hotels (dat zijn knooppunten waar particuliere netwerken samenkomen) om uiteindelijk het Internet te vormen.

Deze hiërarchisch georganiseerde verknoping staat op gespannen voet met de richtlijnen en ethische principes uit de vorige post. Internet criminelen krijgen vrij baan, bijvoorbeeld door het veroorzaken van denial of service (DoS) en dataleks kunnen grote gevolgen hebben. Bovendien loopt het energieverbruik gigantisch op, ook zonder blockchain. Het kan ook anders. Met edge computing[6] vindt de bewerking van de gegevens lokaal plaats en alleen resultaten worden op verzoek geüpload. Dit geldt voor sensoren, mobiele telefoons en mogelijk ook voor geautomatiseerde auto’s. Een mooi voorbeeld is het Array of things Initiative[7]. Uiteindelijk gaat dit 500 sensoren omvatten, die in overleg met de bevolking in Chicago worden opgehangen en data gaan verzamelen.  Deze data worden in elke sensor opgeslagen en kunnen indien nodig online worden geraadpleegd, waarbij steeds een aantal sensoren en een deel van de data betrokken is. 

Vergelijkbaar zijn federatieve datasystemen[8]. Hierbij worden data decentraal bewaard, maar geautoriseerde gebruikers kunnen dankzij gebruiksinterfaces wel van alle gegevens gebruik maken.

Data

Het besef dringt door dat het bij data niet alleen om de hoeveel gaat, maar ook om de kwaliteit van zowel de data zelf en de bewerking ervan. Ik stip een aantal aspecten aan

Toegang tot data

Als het om gegevens van personen gaat, dan zou de regel moeten zijn dat privégegevens alleen doorzoekbaar zijn na toestemming van de eigenaar. Om deze data te beschermen stelt het EU-project Decode voor eigenaars hun gegevens via blockchaintechnologie te laten beheren[9]. Veel steden hebben inmiddels privacyrichtlijnen, maar slechts een aantal voert privacy impact assessment uit als onderdeel van het beleid (p.18)[10]

Kwaliteit

Er komen steeds meer aanwijzingen dat veel data die voor kunstmatige intelligentie worden gebruikt als ‘leersets’ ondeugdelijk zijn.  Dat was al pijnlijk duidelijk geworden uit data voor gezichtsherkenning waarin minderheidsgroepen disproportioneel zijn vertegenwoordigd[11]. Nieuw onderzoek laat zien dat dit ook geldt op het gebied van de gezondheidszorg. Er is hier sprake van data cascades, een optelsom van achtereenvolgende fouten, waarvan de gevolgen pas na enige tijd duidelijk worden[12]. Data bleken niet relevant, onvolledig, onvergelijkbaar en zelfs gemanipuleerd[13]

Data commons

Voor wie specifieke data van groot belang zijn, en daarmee ook hun kwaliteit, zal zich extra daarvoor inzetten. Samen kunnen de betrokkenen dan een datacommon vormen. Commons are shared resources managed by empowered communities on the basis of mutually agreed and enforced rules[14]

Een mooi voorbeeld is de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven (p.152)[15], waarin overheden, bedrijven, milieugroepen en bewoners kennis verzamelen voor de ontwikkeling van een gezonde leefomgeving, met gebruikmaking van een federatief datasysteem. Het gaat hierbij niet alleen om data, maar ook om de terugkoppeling van het effect van maatregelen. 

Open data

Veel steden hanteren het ‘open by default’ principe en maken de meeste gegevens openbaar, al laat de gebruikersvriendelijkheid en doelmatigheid soms nog te wensen over. Er zijn verschillende datamanagementsystemen als open-source portal beschikbaar. Een van de meest vooraanstaande is CKAN, beheert door de Open Knowledge Foundation[16]. Het bevat middelen voor het beheren, publiceren, vinden, gebruiken en delen van gegevensverzamelingen. Het biedt een uitgebreide zoekfunctie en maakt het mogelijk om gegevens te bekijken in de vorm van kaarten, grafieken en tabellen. Er is een actieve gemeenschap van gebruikers, die het systeem verder ontwikkelt en lokaal aanpast. 

Om de gegevens daadwerkelijk toegankelijk te maken bieden sommige steden ook trainingen en workshops aan. Barcelona’s Open Data Challenge is een initiatief voor leerlingen uit het secundair onderwijs, dat hen wegwijs maakt in de enorme gegevensverzameling van de stad[17].

Veiligheid

Naarmate de omvang van de verzamelde data, de hoeveelheid ‘entry points’ en de verbondenheid op het Internet toeneemt, worden de veiligheidsrisico’s ook groter. Decentralisering, onder andere door middel van edgecomputingen federatieve opslag met blockchaintechnologie dragen zeker bij aan de veiligheid. Er is verder nog een lange weg te gaan. Slechts de helft van de steden heeft een seniorbeleidsmedewerker op dit gebied en technieken voor authenticatie, versleuteling en ondertekening die samen de basis vormen voor attribute-based identity worden lang niet altijd toegepast. Het gaat hierbij om identiteitsbepaling op basis van een aantal kenmerken van een gebruiker, zoals functie, locatie en afdeling[18]

Iets heel anders is Me and my shadow, een project dat gebruikers van het Internet leert hun eigen spoor te minimaliseren en daarmee hun vindbaarheid voor Internetcriminelen[19].

Er is nog een wereld te winnen voordat voldoende is voldaan aan de richtlijnen en ethische principes die in de vorige aflevering werden genoemd.

Het belangrijkste is wellicht een zekere relativering van begrippen als ‘big data’, ‘datagericht beleid’ en de omvang van datasets.

Het is raadzaam zich opnieuw te verdiepen in de grondslagen van wetenschappelijk onderzoek. Hierin staat voorop een goed geformuleerde vraagstelling, vervolgens de keuze van een hierbij passende onderzoeksmethode, bijvoorbeeld de formulering van hypothetische verbanden op basis van materiekennis, de beantwoording van de vraag welke gegevens hiervoor nodig zijn, de verzameling van deze gegevens en hun statistische bewerking om te zien in hoeverre de onderbouwde hypothetische verbanden aangetroffen worden. In de volgende aflevering komt onder andere machine leren aan de orde en dan zal blijken dat het bij de automatische verwerking van grote datasets vooral gaat om de ontdekking van statistische verbanden en dat kan nare consequenties hebben. 

Volg deze link als je snel een van de vorige afleveringen uit deze reeks wil vinden of wilt zien welke de volgende afleveringen zijn. Vol deze link voor de Engelstalige versie


[1] https://www.dropbox.com/s/qom95p4hwph1cie/Rathenau-Opwaarderen.pdf?dl=0

[2] https://www.thethingsnetwork.org/

[3] https://www.barcelona.cat/digitalstandards/

[4] https://www.fiware.org

[5] http://smallwarsjournal.com/jrnl/art/complex-cyber-terrain-in-hyper-connected-urban-areas

[6] https://searchdatacenter.techtarget.com/definition/edge-computing

[7] https://datasmart.ash.harvard.edu/news/article/a-guide-to-chicagos-array-of-things-initiative-1190

[8] https://statetechmagazine.com/article/2021/04/researchers-eye-machine-learning-secure-iot-data

[9] https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=_-ooCbgIiyo&feature=emb_logo

[10] https://www.weforum.org/whitepapers/governing-smart-cities-policy-benchmarks-for-ethical-and-responsible-smart-city-development

[11] https://www.verdict.co.uk/ethnic-data-bias/

[12] https://storage.googleapis.com/pub-tools-public-publication-data/pdf/0d556e45afc54afeb2eb6b51a9bc1827b9961ff4.pdf

[13] https://www.theverge.com/2021/4/27/22403741/deepfake-geography-satellite-imagery-ai-generated-fakes-threat

[14] https://www.dropbox.com/s/wxf4c6x16hb2xdy/Waag-AMS-Strategy-for-urban-data.pdf?dl=0

[15] https://www.dropbox.com/s/qoqp17grtsfoh9u/future-city-magazine-2020-mr.pdf?dl=0

[16] https://ckan.org

[17] https://opendata-ajuntament.barcelona.cat/en/repte-barcelona-dades-obertes

[18] https://media.erepublic.com/document/CDG21_BRIEF_SailPoint_AWS_V.pdf

[19] https://tacticaltech.org/#/projects/me-and-my-shadow

Digitale technologie en de stedelijke duurzaamheidsagenda. Een kader

Digitale technologie is waardevol voor steden als ze ingepast is in het beleid en er samenhang is met andere beleidsinstrumenten. Dit en meer lees je in de 8ste aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie

De oplossing van stedelijke problemen is vanaf de allereerste publicatie over smart cities (1992) tot op de dag van vandaag genoemd als motief voor de toepassing van (digitale) technologie. Deze relatie is echter allesbehalve vanzelfsprekend. Denk aan het discriminerende effect van de toepassing van kunstmatige intelligentie door de politie in de VS – waarop ik later nog terugkom – en aan de ellende die deze heeft veroorzaakt in de toelagenaffaire in ons land. 

De keuze en de toepassing van (digitale) technologie is daarom een onderdeel van zorgvuldig en democratisch proces, waarin prioriteiten worden gesteld en middelen worden afgewogen. Zie hiervoor ook het artikel van Jan-Willem Wesselink en Hans Dekker: Slimme stad versterkt leefbaarheid en stelt burger centraal (p.15)[1]. Hieronder bespreek ik een bestuurlijk kader, dat in de volgende vijf posts wordt ingevuld. 

Wat ik voorstel, is een iteratief proces waarin drie clusters van activiteiten zijn te onderscheiden:

  • De ontwikkeling van een visie op de stad
  • De ontwikkeling en keuze van doelstellingen
  • De instrumentatie van de doelstellingen 

Visie op de stad

Vertrekpunt voor een democratisch stedelijk beleid is een breed gedragen visie op de stad en haar ontwikkeling. Burgers en andere stakeholders moeten zich hierin kunnen herkennen en hun stem moet zijn gehoord. De visie op de stad is onderdeel van een maatschappelijk krachtenveld gekenmerkt door een veelheid van tegengestelde of ‘schurende’ inzichten, wensen en belangen. Tegenwicht bieden aan de machtsverschillen tussen betrokkenen groepen is een voorwaarde om de stad rechtvaardiger, inclusiever en democratischer en de bewoners gelukkiger te maken.

Het concept van een donuteconomie is het beste kader dat ik ken om een visie op een dergelijke stad te ontwikkelen. Het is uitgewerkt door de Britse econoom Kate Raworth in een rapport getiteld A Safe and Just Space for Humanity[2]. Het rapport neemt de gelijktijdige toepassing van sociale en ecologische duurzaamheid als uitgangspunten voor beleid. 

Als je naar een donut kijkt, zie je een kleine cirkel in het midden en een grote cirkel aan de buitenkant (zie boven). De kleine cirkel verwijst naar 12 principes op het gebied van sociale duurzaamheid, de minimale levensstandaard waar iedereen recht op heeft. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de ontwikkelingsdoelen van de VN. De grote cirkel verwijst naar 9 gangbare principes op het gebied van ecologische duurzaamheid. Een tabel met beide soorten principes kun je hier bekijken. Deze principes hebben betrekking op zowel de eigen stad als haar impact op de rest van de wereld. Aan de hand van deze principes kan de stad vaststellen op welke terreinen zij tekortschiet; denk aan huisvesting, gendergelijkheid en uitstoot van broeikasgassen.

Amsterdam heeft dit proces doorlopen, samen met Kate Raworth. In de loop van een interactief proces is een stadsdonut tot stand gekomen. Hieraan deden burgers uit zeven verschillende wijken, ambtenaren en politici mee. Het is de moeite waard om de stadsdonut eens te bekijken [3].

De stadsdonut van Amsterdam levert een brede visie op stedelijke ontwikkeling op, in het bijzonder vanwege de referentie naar zowel sociale als ecologische principes als het gelijktijdig refereren aan haar mondiale voetafdruk. De eerste versie is zeker niet af. Het is te zien hoe Amsterdam heeft geworsteld met de omschrijving van de impact van de internationale dimensie.

De formulering van gewenste doelstellingen

Politiek en burgers zullen ook zonder de stadsdonut wel weten waar de belangrijkste knelpunten liggen. Voor Amsterdam zijn dat bijvoorbeeld de volgende thema’s: afvalproblematiek, de klimaattransitie, vermindering van het autogebruik, betaalbare huisvesting en inclusiviteit. Inhoudelijk worden deze thema’s ook gevoed vanuit de Europese Agenda Stad en de 21 doelen van de Nationale Omgevingsvisie. De stadsdonut nodigt uit om vanuit verschillende perspectieven naar deze problemen te kijken: Een breed scala van sociale implicaties, de ecologische effecten en de internationale dimensie. Hiermee legt deze de basis voor de formulering van doelstellingen.  

In de formulering van doelstellingen kunnen vijf stappen worden onderscheiden:

  • Voor elk van de gekozen thema’s mede aan de hand van de stadsdonut vaststellen waar zich de belangrijkste knelpunten bevinden (probleemanalyse), bijvoorbeeld onvoldoende groen in de wijken.
  • Verzamelen van gegevens over de bestaande situatie met betrekking tot deze knelpunten. Bijvoorbeeld het feit dat in arbeiderswijken viermaal minder bomen per hectare voorkomen dan in middenklasse wijken.
  • Maken van voorlopige keuzen met betrekking tot de gewenste verbetering van deze knelpunten. Bijvoorbeeld verdubbeling van het aantal bomen in vijf jaar.
  • Formuleren van de wijze waarop de kloof tussen bestaande en gewenste situatie kan worden overbrugd. Bijvoorbeeld parkeerplaatsen vervangen door bomen of gevelbegroeiing. 
  • Formuleren van (voorlopige) doelstellingen

Ook dit proces geschiedt bij voorkeur samen met stakeholders.  Bij de totstandkoming van de plannen van de circulaire economie in Amsterdam waren meer dan 100 personen betrokken, vooral vertegenwoordigers van de gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen. 

Prioriteren van doelstellingen en hun Instrumentatie

Gegeven de voorlopige doelstellingen met betrekking tot de oplossing van problemen kan het zoeken beginnen naar beschikbare en wenselijke middelen, variërend van voorlichting, juridische maatregelen, reorganisatie tot (digitale) technieken. Daarbij kan worden gekeken naar verwachte effectiviteit, gewenste samenhang, aanvaardbaarheid en kosten. Met deze kennis kunnen de doelen definitief worden geformuleerd en zo nodig geprioriteerd. Het is ook wenselijk om een korte- en langetermijnperspectief te onderscheiden om de ontwikkeling van innovatieve oplossingen mogelijk te maken.  

De inventarisatie, keuze en ethische beoordeling van middelen en het in samenhang hiermee aanscherpen van de doelstellingen kan in eerste instantie het beste gebeuren door teams waarin verschillende disciplines, waaronder deskundigheid op het gebied van digitale technologie zijn vertegenwoordigd, uiteraard gevolgd door democratische sanctionering.

Het heeft mijn voorkeur om het proces van instrumentatie te beleggen bij een ‘Dienst voor stedelijke ontwikkeling en innovatie’, naar het model van het Majors Office of New Urban Mechanics (MONUM) in Boston. Vanuit een dergelijk bureau, dat wortelt in de andere afdelingen kunnen wisselende teams worden samengesteld. Hiermee kan de samenhang tussen de afzonderlijke doelen en actiepunten en de inbreng van wetenschappelijk onderzoek worden veiliggesteld. Volgens Ben Green, de auteur van het boek The smart enough city en jarenlang werkzaam bij MONUM, bleek keer op keer dat het effect van technische innovatie versterkt wordt als deze samengaat met andere vormen van innovatie, zoals sociale innovatie. 

Technologie is daarom zelden of nooit het enige of belangrijkste middel voor de oplossing van stedelijke problemen. Ik begrijp daarom niet waarom sommige steden zo gebrand zijn op het predicaat ‘smart city’. 

Van visie naar actiepunten: Overzicht

Hieronder geef ik een overzicht van de belangrijkste bouwstenen om tot een visie te komen en vanuit deze visie actiepunten te ontwikkelen

  1. Het proces van visie naar actiepunten is zowel lineair als iteratief. Onderscheiden van de fasen van visieontwikkeling, formuleren van ontwikkelingsrichtingen en instrumentatie is nuttig maar deze beïnvloeden elkaar wederzijds en vormen op den duur een cyclisch proces.
  2. Stedelijke problemen altijd gecompliceerd, vol interne tegenstellingen en complex. Er zijn dus zelden enkelvoudige oplossingen.
  3. De burgemeester (en dus niet een aparte wethouder) is primair verantwoordelijk voor de samenhang binnen de beleidsagenda, inclusief het gebruik van (digitale) technologie. Bij voorkeur vertaalt zich dit in de structuur van de gemeentelijke organisatie, bijvoorbeeld een ‘Dienst voor stedelijke ontwikkeling en innovatie’.
  4. Het formuleren van een visie, oplossingsrichtingen en ambities is onderdeel van een democratisch proces. Hierbij spelen zowel gekozen volksvertegenwoordigers als stakeholders een belangrijke rol. 
  5. Vanwege hun complexiteit en samenhang overstijgt de inhoud van de beleidsagenda doorgaans de directe belangen van de stakeholders, maar deze moeten wel ervaren dat hun problemen worden geadresseerd.
  6. Elke stad kiest uiteindelijk een reeks samenhangende acties om tot een effectieve, doelmatige en gedragen oplossing van haar problemen te komen. De keuze van deze acties, zeker als het om (digitale) technieken gaat, kan altijd worden uitgelegd als een functie van de adresseren problemen.
  7. De inzet van technologie voegt zich naadloos naar de stedelijke agenda, in plaats van dat problemen worden ge(her)formuleerd zodat ze aansluiten bij verleidelijke technologieën.
  8. Implementatie is minstens zo belangrijk dan grootse plannen, maar zonder visie boeten concrete acties in aan legitimiteit en draagvlak.
  9. Bij het zoeken naar draagvlak voor oplossingen en de uitvoering van plannen wordt samengewerkt met stakeholders en deze kunnen bevoegdheid en middelen krijgen om zelf problemen aan te pakken en te experimenteren.
  10. Bij veel stedelijke problemen vormt het adresseren van de schadelijke gevolgen van eerder hanteerde technologieën (variërend van broeikasuitstoot, luchtvervuiling tot welvaartsziekten en discriminatie) een noodzakelijk uitgangspunt.

Terug naar digitale techniek

(Digitale) technologie is een gegeven en ontwikkelt zich in snel tempo. Soms zou je wel eens anders willen.

Het is zeer te betreuren dat niet democratisch gekozen overheden maar Big Tech de drijvende kracht achter de ontwikkeling van de techniek is en dat deze ontwikkeling daardoor in de eerste plaats is ingegeven door commerciële belangen.

Dit noopt tot verzet tegen de monopolies van ‘Big Tech’ en terughoudendheid tegenover hun producten. Bedrijven daarentegen die werken aan technologische ontwikkelingen die een duurzame stedelijke agenda ondersteunen, verdienen alle steun. 

In mijn e-book Steden van de toekomst. Humaan als keuze. Smart waar dat helpt, heb ik de exercitie die ik in deze post beschrijf uitgevoerd op basis van gangbare kennis over stedelijk beleid en stedelijke ontwikkelingen.  Dit heeft geleid tot het onderscheiden van 13 thema’s en 75 actiepunten, waar mogelijk voorzien van verwijzingen naar potentieel bruikbare technologie. Je kunt het e-boek hier downloaden[4].


[1] https://www.dropbox.com/s/94iuozmph0dlv00/future-city-2019-een-slimme-stad-zo-doe-je-dat.pdf?dl=0

[2] https://www-cdn.oxfam.org/s3fs-public/file_attachments/dp-a-safe-and-just-space-for-humanity-130212-en_5.pdf

[3] https://www.dropbox.com/s/t5tqb3v9frbq6go/Donut%20amsterdam-portrait%20NL.pdf?dl=0

[4] https://www.dropbox.com/s/i37xo24smn6zmng/01%20Steden%20van%20de%20toekomst%20NL%20-%20verkleind.pdf?dl=0