Archief | december, 2014

De ondernemende student

31 Dec

Dit is nummer vier in een reeks van vijf blogposts over disruptieve krachten in het hoger onderwijs in de VS, die ook voor ons van belang zijn. Vandaag gaat het over studenten, die zelf een scholingsprogramma samenstellen uit het aanbod van universiteiten en trainingsinstituten; de ‘entrepreneurial students’.

“Waar is dat nou goed voor?” Iedere leerling of student heeft deze verzuchting wel eens geslaakt. “Voor later” was steevast de reactie van de docent. De vraag bleef echter onbeantwoord, ook toen het allang ‘later’ was. Het onderwijs komt niet meer weg met dit soort dooddoeners. Bijna de helft van alle studenten in de VS combineert leren en werken en wil weten wat de studie voor hun positie op de arbeidsmarkt bekekent[1].

Veel universiteiten bezinnen zich op het curriculum van de toekomst en ze zetten voor dit doel experimenten op[2]. Intensieve contacten met bedrijven en andere instellingen zijn daarbij eerder regel dan uitzondering. Een van de resultaten is dat méér activiteiten worden meegenomen bij de beoordeling van wat studenten kennen en kunnen dan alleen ‘traditionele’ cursussen.

Niet alleen traditionele cursussen tellen mee voor het diploma

Niet alleen traditionele cursussen tellen mee voor het diploma

Een goed voorbeeld biedt de Aristona State University. Zij heeft samen met een van de grootste aanbieders van technische trainingen – Techshop – werkplaatsen op de campus ontwikkeld. Studenten kunnen hier ideeën die ze tijdens het onderwijs opdoen realiseren. Hiermee heeft de universiteit de ‘Makers movement’ binnen haar poorten gehaald[3].

New culture of learningOndertussen beperken studenten die op zoek zijn naar passend onderwijs, zich steeds minder tot het aanbod van één instelling: ‘Unbundling of education’. Douglas Thomas en John Seeley Brown spreken in hun boek ‘A New culture of learning’ van ‘entrepreneurial students’.

Voor het leren van vaardigheden maken studenten gebruik van het groeiend aanbod van intensieve betaalbare trainingen, zoals DevBootcamp, Hackbright en General Assembly. DevBootcamp biedt een voltijds programma aan van vier maanden, waarna iemand een volwaardig programmeur is en een hoop over informatica geleerd heeft[4].

Speciaal voor ‘ondernemende studenten’, heeft de Apollo Education Group’ het programma ‘Balloon’ ontwikkeld, dat hen in staat stelt te kiezen uit 15.000 cursussen van uiteenlopende aanbieders, gegroepeerd naar leerdoelen, niveau, prijs en type onderwijs[5].

De vraag is uiteraard of activiteiten als deze meetellen voor een diploma aan een universiteit. Organisaties als ‘Degreed’ en het ‘Mozilla Open Badge Platform’ hebben zich gespecialiseerd in de validatie van porttfolio’s van ‘entrepreneurial students’. Ze bieden werkgevers én onderwijsinstellingen een beeld van wat iemand kan en hoe zich dat verhoudt tot bestaande graden en diploma’s[6].

De wereld van het hoger onderwijs verandert snel. Studenten zullen steeds vaker een portfolio opbouwen, dat bestaat uit cursussen van verschillende aanbieders. In een aantal gevallen zal blijken dat de verworven competenties overeenkomen met bestaande graden. Gespecialiseerde instellingen zullen de verworven competenties valideren en/of deze graden verschaffen. Maar het kan ook zijn dat studenten een uniek portfolio opbouwen dat geen enkele universiteit erkent, maar dat voor sommige werkgevers van onschatbare waarde is. Het is maar de vraag wie beter af is.

[1] Zie het voortreffelijke essay van Linsey Sledge & Tiffany Dovey Fishman (mei 2014) “Reimagening education” waarvan bij het schrijven van deze post dankbaar gebruik is gemaakt http://dupress.com/articles/reimagining-higher-education/?id=us:2sm:3tw:dup758:eng:fed:111914:du_press:sxswedu

[2] Zie hiervoor de vorige afleveringen in deze reeks.

[3] Zie mijn blogpost: De Makers; de stille kracht van innovatie http://wp.me/p32hqY-8N

[4] Zie: http://devbootcamp.com

[5] Zie: http://www.balloon.com/courses/

[6] Zie: https://degreed.com/about

Advertenties

Competentiegericht opleiden maakt een vaste studieduur overbodig

24 Dec

Dit is nummer drie in een reeks van In vijf blogposts over disruptieve krachten in het hoger onderwijs in de VS, die ook voor ons van belang zijn. Vandaag gaat het over voorlopers op het gebied van gepersonaliseerd en adaptief onderwijs.

adaptive learningVeel universiteiten willen naar onderwijs toegroeien waarin het verwerven van competenties een belangrijke rol speelt. Dit soort onderwijs moet tevens voor een betere aansluiting zorgen met de arbeidsmarkt.

Wie aan een competentiegerichte opleiding begint, zal een deel van deze competenties al beheersen bij de start van deze opleiding. Hieraan hoeft geen tijd te worden besteed. De studieduur van de opleiding zal dus variëren per student. Competentiegerichte programma’s lenen zich daardoor in principe beter voor afstandsonderwijs dan ‘on campus’ programma’s, die van een vaste studieduur uitgaan.

De weg naar competentiegericht online leren is echter maar een opmaat voor nog verdergaande innovaties, namelijk gepersonaliseerde en/of adaptieve programma’s

Capella University heeft het zogenaamde FlexPaths ontwikkeld op het gebied van bedrijfskunde, psychologie en informatietechnologie. De universiteit heeft in samenspraak met deskundigen uit de praktijk een taxonomie van competenties onderscheiden. Studenten selecteren zelf, met behulp van suggesties vanuit de universiteit, de bronnen die ze voor het verwerven van deze competenties nodig hebben. Als ze denken een of enkele verwante competenties te beheersen, maken ze een opdracht. Ze krijgen na twee dagen uitsluitsel, eventueel aangevuld met suggesties ter verbetering[1]. Het programma bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Daarom kijken examinatoren alle werk van studenten persoonlijk na. Dit geeft hen inzicht in de denk- en werkwijze van studenten. screenshot

Het curriculum van Patten University is een voorbeeld van een gepersonaliseerd leertraject: Studenten selecteren zelf, eventueel in samenspraak met een tutor, het materiaal dat ze nodig hebben om zich bepaalde competenties eigen te maken. Dit type programma’s komt binnen verschillende universiteiten van de grond[2].

Zogenaamde adaptieve leertrajecten gaan nog een stap verder. Hier maken studenten opdrachten, die worden geselecteerd op basis van het resultaat van de voorafgaande opdracht. Voorbeelden op universitair niveau zijn er nog niet, maar wel op lagere niveaus, zoals het wiskundeprogramma van Dreambox[3]. De snelle ontwikkeling van software om essay-opdrachten te analyseren, brengt competentiegerichte adaptieve programma’s een stap dichterbij.

Het meest interessante aspect van deze ontwikkeling is loslaten van de vaste duur van opleidingen. Dit voordeel is voor opleidingen met volwassen studenten, die al de nodige competenties hebben verworven, uiteraard groter dan voor initiële opleidingen. De studentenpopulatie wordt echter steeds heterogener. Daardoor groeit de wenselijkheid om de leerinspanningen van studenten te laten afhangen van de tijd die nodig is om de doelen van de opleiding, in casu de gewenste competenties, te bereiken.

Een zeer voor de hand liggend denkbeeld, eigenlijk.

[1] Bekijk hier kort filmpje over Flexpath: http://youtu.be/A4GMc71RGHg

[2] Zie voor een meer uitgebreide beschrijving van dit en andere tratecten: Appendix B van de publicatie van Michelle Weise en Clayton M. Christensen, getiteld: Hire Education: Mastery, Modularization, and the Workforce Revolution. Downloaden kan hier: http://www.christenseninstitute.org/publications/hire/

[3] https://www.edsurge.com/dreambox-learning

De nieuwe mantra van het hoger onderwijs in de VS: Betaalbaar, Toegankelijk en Kwaliteit

18 Dec

Dit is nummer twee in een reeks van In vijf blogposts over disruptieve krachten in het hoger onderwijs in de VS, die ook voor ons van belang zijn. Vandaag gaat het over alternatieven voor de dure ‘on campus’ opleidingen.

distance educationWat MOOCs zijn weet iedereen inmiddels wel[1]. Topuniversiteiten als Harvard, Stanford en MIT hebben het initiatief genomen en de kwaliteit van de inhoud staat (dus) niet ter discussie. Het zelfde geldt ook voor de manier waarop de inhoud wordt gepresenteerd én ze zijn gratis. Het grote nadeel van MOOCs is dat essentiële onderwijsfunctie ontbreken, zoals feedback van deskundige docenten. Er kunnen dan ook geen studiepunten mee verdiend worden. Althans tot voor kort.

Dit jaar biedt het prestigieuze Georgia Institute of Technology een masteropleiding Informatica aan, in samenwerking met Udacity, een van de MOOC-aanbieders van het eerste uur[2]. Deze opleiding kost $7000. Voor dit geld ontvangen studenten hetzelfde diploma als hun collega’s die het ‘on campus’ programma volgen, dat $40.000 kost. Het online master programma van Georgia Tech voorziet – in tegenstelling tot het ‘gratis’ aanbod van Udacity – in aanvullende opdrachten en projecten die door docenten worden beoordeeld.

Het initiatief van het Georgia Tech maakt deel uit van een veel bredere beweging om de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te vergroten, de kosten te verlagen en daarmee een halt toe te roepen aan de snel stijgende studieschuld (inmiddels $ 1000 mld), zonder compromissen te doen aan kwaliteit. Tot dusver werd het onmogelijk geacht om deze drie doelen – “the iron triangle” – gelijktijdig te realiseren. Om te bewijzen dat dit toch kan heeft Educause samen met ‘Next Generation Learning Challenges’ een ‘call’ doen uitgaan voor ontwerpen van een bacheloropleiding die minder dan $5000 per jaar kost[3]. Ook afstemming met de arbeidsmarkt was een van de vereisten.

Een groot aantal instellingen heeft op de ‘call’ gereageerd en een zevental programma’s is als pilot uitgekozen. De ‘winnaars’ kwamen in aanmerking voor subsidie. Een van de winnaars volgt het voorbeeld van Georgia Tech en werkt samen met Coursera, ook een aanbieder van MOOCs.

Tussen deze programma’s komen aanzienlijke verschillen voor. Sommige zijn expliciet voor minderheden, andere voor volwassenen die studie met een baan combineren. Zij hebben – behalve de lage prijs – een aantal gemeenschappelijke kenmerken.

Competency-based learning

Alle trajecten bouwen hun curricula op aan de hand van competenties. Het ‘College for America'(CFA) kent geen reguliere cursussen. Studenten doen opdrachten of werken aan projecten en elk daarvan levert een bijdrage van een aantal van de in totaal 120 competenties. Een soort dashboard geeft studenten inzicht in de ontwikkeling van deze competenties

screenshot

Verschillende docent-rollen

In het reguliere onderwijs hebben studenten vooral te maken met de professor voor de klas. De nieuwe opleidingen maken gebruik van hoogwaardige informatie die al op grote schaal aanwezig is. Zij zien hun meerwaarde in studenten te helpen zich kennis eigen te maken en toe te passen. Vandaar minder professoren maar meer mentoren, tutoren, examinatoren en studiebegeleiders.

Studeren online

Alle opleidingen zijn ‘off-campus’, of te wel thuisonderwijs. Er hoeven geen dure faciliteiten te worden onderhouden die slechts een deel van het jaar worden gebruikt. Dit geldt als de voornaamste reden dat de opleidingen voor Amerikaanse begrippen goedkoop zijn.

Collegegeld

Studenten betalen in het algemeen een vast (laag) bedrag per maand, half of heel jaar, ongeacht de hoeveelheid gevolgd onderwijs.

Vrijheid van tempo

Er wordt afstand gedaan van het principe van ‘fixed seat-time’: Studenten studeren in hun eigen tempo en ze kunnen meer malen per jaar (soms ongelimiteerd) starten.

In wezen is er sprake van een tweede digitale revolutie in het onderwijs. Tien jaar geleden ontstonden de eerste digitale universiteiten. Deze zijn er in het algemeen niet in geslaagd om de drie doelen, betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit te combineren. Dit lijkt nu wel het geval, vooral omdat het reguliere universiteiten zijn, zowel particulier als openbaar, die deze nieuwe vormen van onderwijs aanbieden. Ook is de ICT-infrastructuur aanzienlijk verbeterd, mede dankzij het feit dat universiteiten er fors in hebben geïnvesteerd.: $1,35 mld in 2013.

Nu bijna de helft van alle studenten in de VS studeren en werken combineert en investeren in studie voor de gemiddelde student steeds minder loont, is de verwachting gerechtvaardigd dat het percentage studenten dat een ‘thuisstudie’ gaat doen snel zal toenemen.

[1] MOOC: Massive, open, online course

[2] Massive (but not open): De achtergrond van het nieuwe online programma van Georgia Tech: https://www.insidehighered.com/news/2013/05/14/georgia-tech-and-udacity-roll-out-massive-new-low-cost-degree-program

[3] Dit artikel bespreekt tevens de aard en de opzet van de zeven winnende initiatieven. De afbeelding is afkomstig van deze publicatie. http://net.educause.edu/ir/library/pdf/NG1233.pdf

De opmars van ‘Competence-based Learning’ in de VS

11 Dec
In vijf opeenvolgende blogposts verken ik disruptieve krachten in het hoger onderwijs in de VS. De eerste is de opmars van ‘competency-based learning’

Het gaat niet goed met het hoger onderwijs in de VS. Het aantal studenten dat de studie voortijdig staakt is bijna 50%. Het aantal afgestudeerden met een baan waarvoor geen hoger onderwijs nodig is, bedraagt eveneens 50%. De verdiensten zijn navenant. Het collegegeld is in 2014 maar liefst 538% gestegen ten opzichte van 1985, bij een gemiddelde prijsstijging van 121%. De totale studieschuld van alle afgestudeerden is inmiddels hoger dan $1000 mrd[1].

Steeds meer studenten combineren studie met een baan. Het gevolg is dat studenten langer over hun studie doen, goedkope opleidingen zoeken en dan vaak uitkomen bij opleidingen die (deels) op afstand gevolgd kunnen worden.

Tegelijkertijd klinken de klachten van werkgevers over het gebrek aan elementaire vaardigheden – vooral softskills – steeds luider.

Een aantal instellingen, waaronder niet de geringste zoals Stanford University, is vanwege het veranderende profiel van de standaard-student en de klachten van werkgevers het curriculum radicaal aan het veranderen. Hierbij gelden twee leidmotieven: ‘competency-based learning’ en flexibiliteit.

WGU3Competency-based learning is op zich niet nieuw. Het is al jaren een groot succes aan de Western Governors University (WGU)[2]. Deze groep is opgericht met het doel aanbieden van goedkoop en hoogwaardig onderwijs. Fast Company heeft de WGU aangewezen als een van de meest innovatieve organisaties in de VS in 2014.

Waarin onderscheidt de WGU zich van andere universiteiten?

  • Studenten kunnen het hele jaar door met de studie beginnen en ze studeren in eigen tempo. Het onderwijs is 100% op afstand. De 50.000 studenten stellen hun programma samen binnen thema’s: bedrijf en organisatie, gezondheid, educatie en ICT. Ze betalen $6000 per jaar en kunnen voor dat geld zo veel onderwijs volgen als ze willen.
  • Het curriculum bestaat uit ‘courses of study’ die elk een aantal competenties bevatten. Competenties worden ook gegroepeerd in domeinen, die in verschillende ‘courses of study’ terug komen.
  • Aan het begin van een ‘course of study’ doen studenten een pre-assessment dat hiaten in hun competenties blootlegt. Na afronding worden ze getoetst door middel van een gestandaardiseerde test. Daarnaast werken studenten aan opdrachten, projecten en in de praktijk. Het resultaat wordt beoordeeld door een van de 300 examinatoren. Na elk assessment wordt vastgesteld welke competenties studenten onder de knie hebben.
  • Uitgangspunt van de WGU is dat de tijd die studenten nodig hebben om een competentie te beheersen onderling verschilt. Het begrip ‘nominale studietijd’ bestaat dan ook niet.
  • Elke student heeft een mentor. Voor vakinhoudelijke informatie kunnen studenten terecht bij de course-mentor. De WGU beschikt over een op maat gemaakt ‘learning management system’.
  • De reden dat de WGU ondanks alle begeleiding goedkoop is, is dat studiemateriaal niet zelf wordt gemaakt. Bij alle competenties wordt bestaand studiemateriaal geselecteerd, zoals (e-)books, video’s en e-learning cursussen. Deze zijn inbegrepen in de prijs van de opleiding, met uitzondering van gedrukte handboeken.

WGU1Voor Amerikaanse begrippen, waar universiteiten de studielast meestal uitdrukken in contacturen, leidt de aanpak van de WGU tot een enorme flexibilisering. Dit geldt ook in vergelijking met het Nederlandse systeem dat uitgaat van een vast aantal te besteden uren per studiepunt.

Naarmate een opleiding beschikt over een naar achtergrond, voorkennis en intelligentie meer diverse groep studenten is beoordelen op basis van verworven competenties een belangrijke stap vooruit.

[1] Omvattend essay over de problemen van het hoger onderwijs in de VS en de nieuwe ontwikelingen die zich als reactie daarop voordoen. http://dupress.com/articles/reimagining-higher-education/?id=us:2sm:3tw:dup758:eng:fed:111914:du_press:sxswedu

[2] Een globale beschrijving van het opleidingsmodel van de WGU, toegespitst op de ontwikkeling van een learning management systeem dat naadloos aansluit bij het opleiding http://3jrru23si058xyg03oiyzu9p.wpengine.netdna-cdn.com/wp-content/uploads/2013/04/The-engine-behind-WGU.pdf