Tag Archives: CSR

Digitalisering. Autonoom of stuurbaar? En door wie?

8 Feb

shutterstock_434588023-e1481762757473

Een virtueel debat tussen Bas Boorsma en Adam Greenfield[1]

Dit vraag in de titel loopt als een rode draad door de twee pas verschenen boeken die de aanleiding waren voor deze post.

Het eerste boek is Radical Technologies, geschreven door Adam Greenfield (Verso, 2017). Het tweede is A New Digital Deal van Bas Boorsma (Rainmaking Publications, 2017). Beide auteurs zijn al vele jaren betrokken bij de ontwikkeling van smart cities.

Bas Boorsma onder andere in verschillende rollen binnen Cisco. Hij is nu managing director bij Rainmaking Urban.

Adam Greenfield – ook auteur van Against the Smart City[2] – heeft onder andere gewerkt als informatie-architect voor Nokia. Tegenwoordig doceert hij aan de London School of Economics.

Waar staan de auteurs voor?

Bas Boorsma is overtuigd van het – tot nu toe slechts gedeeltelijk gerealiseerde – potentieel van digitale technologie, maar vindt tegelijkertijd dat de samenleving voor een grote uitdaging staat om deze ten goede aan te wenden.

Adam Greenfield vindt het zinloos om de hypothetische waarde van digitale technologie te bespreken. Hij verwijst naar een uitspraak van Stafford Beer Het doel van een systeem is wat het doet. In het geval van digitale technologie is dat het dagelijks leven koloniseren. Dit gebeurt door technologiereuzen en bijna-monopolisten zoals Google, Apple en Amazon – ‘Stacks’ genaamd – en andere grote (technologie)bedrijven. De vraag is of de samenleving zich hieraan wil en kan onttrekken.

Digitalisering

De essentie van digitalisering is herstructurering van economie en samenleving met digitale technologie en bijbehorende infrastructuur. Wezenlijk daarbij is de vervanging van centralistische organisatie door het netwerkprincipe, waarbij de nadruk komt te liggen op onderling verbonden knooppunten (‘nodes’); zowel in de samenleving als in de digitale wereld.

hierarchies_evolution_networks-mseombprp1dptejlmxut4bft87ouxgviy4857o76dc

Many expected digitalization to facilitate the emergence of a ‘true’ free market, i.e. an economy based on peer-to-peer principles, collaboration, with small enterprises relying of the network effect and digital tools to conduct business in ways previously reserved for large corporations (New Digital Deal, p.52).

Dit is wat in eerste instantie inderdaad gebeurde, mede dankzij de ontwikkeling van platforms: The development of platforms empowered start-ups, small companies and professionals. Many network utopians believed the era of ‘creative commons’ had arrived and with it, a non-centralized and highly digital form of ‘free market egalitarianism’ (New Digital Deal, p.52). Sommigen voorspelden al de ondergang van het kapitalisme.

Daarvan is niets terecht gekomen: De ‘Stacks’ en andere grote bedrijven hebben zich het netwerkparadigma en de platformeconomie voor een groot deel toegeëigend. Als gevolg hiervan is het kapitalisme – monopolie en oligopolie in het bijzonder – aanzienlijk versterkt:

Digitalization-powered capitalism now possesses a speed, agility and rawness that is unprecedented (New Digital Deal, p.54)

In dit opzicht wijken de meningen van Bas Boorsma en Adam Greenfield niet veel van elkaar af.

Een ‘New Digital Deal’

Volgens Bas Boorsma kan digitalisering niet worden tegengegaan, maar bijsturen kan en moet.  Hij gebruikt de analogie van een vaardig bestuurde kano op een snelstromende rivier die stuwende kracht van het water ten volle benut.

Bas hi res 2014

Bas Boorsma

A New Digital deal must steer the further development and impact of digitalization to deliver on its promise in full, and we have to do this in a moral context… (New Digital Deal, p.42). In order to deploy digitalization and to manage platforms for the greater good of the individual and society as a whole, new regulatory approaches will be required… (New Digital Deal, p.46). This has to enable us to manage technological growth, regulate platforms, celebrate recalibrated free market principles, prepare for the emergence of new and better jobs, harvest digitalization generated wealth… and to tax wealth and platform rather than labor (New Digital Deal, p.65).

De New Digital Deal vereist dus een sterke regulerende macht om de spanning te overbruggen tussen enerzijds de komst van een postkapitalistische maatschappij, gedomineerd door een grote hoeveelheid fysiek en digitaal interacterende actoren en anderzijds de toe-eigening van de digitalisering en de platformeconomie door de ‘Stacks’ en andere bedrijven. De vraag is van wie deze regulering uitgaat en wat zij inhoudt.

Bas Boorsma gaat in op de maatschappelijke impact van digitalisering in domeinen zoals gezondheidszorg, onderwijs, transport en energie. In elk daarvan onderzoekt hij de inhoud van de New Digital Deal. Maar ik zocht tevergeefs naar het antwoord op de vraag naar de bescherming van de vrije markt en het doorbreken van het monopolie van de ‘Stacks’. Het antwoord op deze vraag is vooral daarom van belang omdat het deze ongelimiteerde groei van het monopoliekapitalisme is die Adam Greenfield’s pessimisme voedt. Adam Greenfield beantwoordt deze vraag ook niet, vermoedelijk omdat hij dit niet ziet gebeuren.

Toch denk ik dat er een antwoord is.

De ijdele hoop op een digitaal paradijs

Voordat ik terugkeer naar de New Digital Deal, ga ik dieper in op de grondslag van het pessimisme van Adam Greenfield. In opeenvolgende hoofdstukken van zijn boek onthult hij hoe grote bedrijven – soms is samenwerking met de staat – gebruik hebben gemaakt van digitale technologieën:

Adam_Greenfield

Adam Greenfield

Blockchain-technologie was bedoeld als de basis voor nieuw te ontwikkelen gedecentraliseerde peer-to-peer organisaties, maar is door grote bedrijven toegeëigend. Deze omarmen het als een fundamenteel verbeterd raamwerk voor de uitwisseling van identiteit en gegevens, zoals contracten en databases.

Where previously everything that transpired in the fold of the great city evaporated in the moment it happened, all of these rhythms and processes are captured by the network and retained for inspection (Radical Technologies, p.5). Dit vanwege het gecombineerde effect van smartphones, sensoren, beveiligingscamera’s, ‘wearables’ – zoals Hitatchi’s Business Microscope – en de snel toenemende mogelijkheden van de algoritmische productie van kennis.

Truly transformative circumstances will arise not from any one technology standing alone, but from multiple technical capabilities woven together in combination (Radical technologies, p.273). Opnieuw zullen de ‘Stacks’ daarvan het meest profiteren. Hun innovatiecapaciteit is groter dan die van een ander bedrijf en hun geld is onbeperkt.

They are turning the entire planetary-scale entrepreneurial community into a vast distributive R&D lab… At any given moment there are thousands of startups busily exploring the edges of technological possibility, and shouldering all the risk of involved in doing so. (Radical Technologies, p.281)

Door zich te concentreren op de ontwikkeling van minimal viable products, verwacht menig startup te worden overgenomen door een van de ‘Stacks’ of andere technologiebedrijven en de miljoenen die deze bedrijven bieden te verzilveren. De startup gemeenschap is vitaler dan ooit tevoren, maar ze lijkt in niets op de gedistribueerde actoren op de knooppunten van het netwerk aan de vooravond van een nieuwe geliberaliseerde orde. In plaats daarvan ondersteunen ze de dominantie van de ‘Stacks’.

Het falen van de politiek

De invloed van de politiek in de westerse landen met betrekking tot de groeiende macht van de ‘Stacks’ is verwaarloosbaar. Misschien met uitzondering van de Europese Unie die verwikkeld is in achterhoedegevechten door extreme vormen van monopolie te beboeten. Daarentegen slaagt de Chinese overheid er wel in om

9781784780432

digitale techniek in dienst te stellen van de eigen doelstellingen, zij het niet op een manier waaraan wij een voorbeeld zouden kunnen nemen. Ondersteund door China’s eigen ‘Stacks’ – waaronder Alibaba en Baihe – integreert de overheid smartphones, ‘wearables’ en sociale netwerkdiensten met als doel het ‘sociaal krediet’ van elk van haar burgers vast te stellen.

Ik verwacht dat Adam Greenfield de vraag of technologische ontwikkeling een autonome kracht is naar analogie van de snel stromende rivier van Bas Boorsma, negatief zal beantwoorden. Lange tijd regisseerden grootschalige programma’s onder toezicht van overheidsinstellingen, zoals de legendarische DARPA, de technologische ontwikkeling in de VS. Dit zorgvuldig geplande proces heeft niet alleen geresulteerd in de atoombom, maar ook in de ontwikkeling van alle componenten van de iPhone. Mariana Mazzocato heeft gedetailleerd beschreven hoe de assemblage van deze componenten door een klein bedrijf genaamd Apple aanvankelijk zelfs door de staat werd gesubsidieerd[3].

Tegenwoordig wordt de ontwikkeling van technologie en de impact ervan op de werkgelegenheid voornamelijk bepaald door strategische keuzes van de ‘Stacks’ en andere technologiebedrijven. Daarom zal elke ‘deal’ met betrekking tot de sturing van technologische ontwikkeling of het beschermen van de belangen van burgers en de samenleving als geheel, gericht moeten zijn op beteugeling van de ‘Stacks’.

Opnieuw: de New Digital Deal

Dit brengt ons terug naar de New Digital Deal. De beteugeling van de ‘Stacks’ moet worden voorafgegaan door een wetgeving op nationaal of supranationaal niveau. Hierin moeten de doelen en de voorwaarden voor digitalisering ten behoeve van de samenleving als geheel worden vastgelegd.

Het uiteindelijke doel van de toepassing van digitale technologie  is een ​​genetwerkte samenleving met bloeiende activiteit op alle knooppunten en een vrije markt daartussen, mede om meer welzijn mogelijk te maken.

Een – verre van complete – lijst van voorwaarden omvat:

  • Een krachtig en anti-trustbeleid.
  • Ontmoediging van acquisities ten gunste van samenwerking binnen netwerken.
  • Ontvlechting van heterogene conglomeraten van bedrijven (‘to big to fail’).
  • Governance-richtlijnen die kortetermijndenken ontmoedigen, inclusief daarmee vergelijkbare praktijken op de beurzen.
  • Aanzienlijke winstbelastingen, die deels worden teruggegeven als bedrijven deelnemen aan door de staat gecoördineerde onderzoeksprogramma’s, samen met universiteiten
  • Een basisinkomen gecombineerd met het recht op betaald werk voor volwassen burgers.

Een groeiende digitale gemeenschap

9789402235425Ik betwijfel ten zeerste of de tot op het bot verdeelde Europese landen in staat zijn om deze voorwaarden in de nabije toekomst te realiseren. Ik vestig mijn hoop eerder op lagere overheden, met name die van steden. Op dit niveau kunnen digitale hulpmiddelen worden toegepast in relatie tot beleidsterreinen als verkeer, gezonde lucht, duurzame energie en veiligheid. De 20 bouwstenen van community-digitalisering van Bas Boorsma zullen daarbij hun waarde bewijzen. Elk van deze bouwstenen stelt de behoeften en wensen van burgers centraal, een netwerk van stakeholders is bij de realisering betrokken.  De lokale overheid kan daarbij tevens de verantwoordelijkheid nemen voor robuuste connectiviteit en digitale veiligheid alsmede voor interoperabiliteit en het gebruik van niet-gepatenteerde protocollen.

Op enig moment in de toekomst kunnen globaal samenwerkende steden de staten waarvan ze onderdeel zijn dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen en de wettelijke basis te leggen om een New Digital Deal volledig te maken.

Nieuwsgierig geworden?

Ga beide boeken lezen. Degenen die vooral zijn ingesteld op praktische oplossingen, kunnen het best beginnen met Adam Greenfield. Zijn doortimmerde benadering van technologie levert zeker nieuwe inzichten op. En wat schrijft hij mooi! Ik raad lezers met een meer academische instelling aan om als eerste met het boek van Bas Boorsma aan de slag te gaan. Zijn leven-lange ervaring en alle oplossingen die hij aandraagt, helpen bij de toepassing van theorie. En daar is het velen van ons toch om te doen!

[1] Zo’n debat is zou interessant zijn, maar het heeft vooralsnog niet plaatsgevonden.

[2] https://www.goodreads.com/book/show/18626431-against-the-smart-city

[3] https://wp.me/p32hqY-6p

Advertenties

Bedrijfsleven en milieu: een moeizame relatie

11 Nov

Duurzaamheid - smelten ijskapBij het realiseren van de Parijse klimaatsdoelen kunnen bedrijven een sleutelrol spelen. Sommige grote ondernemingen zijn hiervan doordrongen en handelen navenant. Dat daarbij altijd verwezen wordt naar Unilever met ceo Paul Polman en Patagonia met ceo Yvon Chouinard geeft te denken[1]. De vraag dringt zich dan ook op hoe het met andere bedrijven zit.

Dankzij een 8 jaar durend onderzoek onder 60.000 leidinggevenden door MIT Sloan Management Review in samenwerking met de Boston Consulting group is het antwoord op deze vraag een stuk duidelijker geworden[2].

Onderzocht is welke omstandigheden bevorderlijk zijn voor duurzaamheid in bedrijven.

  1. De aanwezigheid van een expliciete strategie met betrekking tot duurzaamheid

60% van de bedrijven heeft het strategisch belang van duurzaamheid geformuleerd. De chemie en de energiesector lopen daarbij voorop. Een goed voorbeeld is BASF. Dit bedrijf heeft kansen en bedreigingen op het gebied van daarzaamheid onderzocht voor zijn hele product-portfolio. Producten met een relatief hoge milieubelasting worden opnieuw ontwikkeld.

screenshot 5

Australië, Europa en Zuid Amerika hebben de meeste bedrijven met een duurzamheids-strategie. Noord Amerika de minste. Hoe groter het bedrijf, hoe groter de kans op de aanwezigheid van zo’n strategie. Echter van de 15 grootste bedrijven ter wereld, samen berantwoordelijk voor 10% van alle broeikasgassen, hebben er maar enkele een expliciet strategisch plan om de uitstoot te verminderen[4].

Wereldwijd hebben 9000 bedrijven het UN Global Compact onderschreven om het belang van duurzaamheid te onderstrepen. Van alle grote bedrijven volgt 74% de richtlijnen van het Global Reporting Initiative om over prestaties op gebied van duurzaamheid te rapporteren.

  1. Rechtstreekse koppeling van een duurzaamheidsstrategie aan het primaire proces

Veel bedrijven vertalen een duurzaamheidsvisie in filantropische activiteiten, bijvoorbeeld sponsoring van natuur- en milieuorganisaties. Vooral bedrijven die duurzaamheid consequent doorvertalen naar het primaire proces rapporteren positieve effecten op omzet en winst. Patagonia heeft in de periode 2008 – 2015 een jaarlijkse omzetgroei van 14% gekend en over de totale periode een winststijging van 300%.

  1. Doelen op het gebied van duurzaamheid op dezelfde wijze formuleren andere doelstellingen (key performance indicators)

Doelen op het gebied van duurzaamheid gelijk stellen aan andere ‘targets’ is een goed middel om middenmanagement mee te krijgen. Slechts 31% van alle middenmanagers kende de duurzaamheidsdoelen van het bedrijf. Unilever dat duurzaamheidsdoelen al decennia heeft geïncorporeerd, geldt als het grote voorbeeld, Maar het aantal navolgers is vooralsnog gering.

  1. Doelen op het gebied van duurzaamheid laten doorklinken in alle facetten van het business model

Bijna de helft van alle bedrijven heeft het business model vernieuwd als gevolg van activiteiten op gebied van duurzaamheid. Zij zien de grootste kansen op het gebied van verhoging van de doelmatigheid binnen de supply-chain en het gebruik van duurzame energie.

screenshot 3

  1. Ontwikkelen van een heldere business case

Slechts 25% van alle bedrijven heeft de duurzaamheidstratgie doorgerekend in business cases. Timberland (schoenen en kleding) heeft een green index ontwikkeld die de impact van alle producten op klimaat en grondstoffen (inclusief chemicaliën) zichtbaar maakt. Deze gegevens worden gerelateerd aan de prijs van artikelen en hun marge. Andere bedrijven, bijvoorbeeld Hilton hebben de implicaties van een duurzame bedrijfsvoering op de prijsstelling berekend en doen onderzoek naar de bereidheid van gasten om hieraan mee te betalen.

  1. Steun vanuit de Raad van Bestuur

Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van alle CEO’s betrokken is de ontwikkeling van een beleid op het gebied van duurzaamheid, maar dat nog geen derde van de raden van bestuur een helder overzicht heeft daarvan.

Het grootste probleem is short termism: De leiding van de meeste bedrijven laat het oor hangen naar de wensen van aandeelhouders en investeerders. Deze willen doorgaans een zo hoog mogelijke waarde voor de aandeelhouders op zo kort mogelijke termijn[5].

Het Zweedse bedrijf Atlas Copco heeft een business code geformuleerd waarin staat dat er een significante relatie is tussen doelstellingen van het bedrijf en het welzijn van alle stakeholders.

  1. Aandeelhouders overtuigen van de kansen van duurzaamheid voor waarde-creatie

75% van leidinggevenden denkt dat overwegingen mbt duurzaamheid een rol kunnen spelen bij investeringsbeslissingen en dat 60% van de investeerders daar oor naar heeft. Maar in de praktijk nemen overwegingen op het gebied van duurzaamheid maar in 20% van alle gevallen deel uit van het overleg met investeerders

screenshot 2

  1. Samenwerken met uiteenlopende stakeholders

De meeste leidinggevenden zijn het erover eens dat steun vanuit vakbonden, consumentenorganisaties en overheden helpt bij de implementatie van een strategie op het gebied van duurzaamheid. In minder dan de helft van alle bedrijven wordt zo’n samenwerking actief opgezocht.

Volgens de auteurs van het rapport bevindt corporate sustainability zich op een kritiek punt. De realisering van de doelstellingen van het Bruntlandrapport (Our Common Future) moet grotendeels nog plaatsvinden en de urgentie daarvan wordt steeds groter. Dit vergt een actieve rol van bedrijfsleven. De meeste bedrijven vinden het echter in de eerste plaats een overheidstaak.

De meeste bedrijven en investeerders die doelen op het gebied van duurzaamheid omarmen doen dat vanwege hun bijdrage aan de winstgevendheid.

Het is evident dat het gebruik van duurzame energiebronnen op korte termijn tot belangrijke besparingen kan leiden; het zelfde geldt voor het hergebruik van veel grondstoffen.

Voor slechts een minderheid van de bedrijven is duurzaamheid een doel ook als dit op korte termijn géén extra rendement oplevert.

Pas als bedrijven werk maken van hun maatschappelijke taak (‘purpose’) en kapitaalverschaffers opnieuw oog krijgen voor het langetermijnperspectief kan er sprake zijn van een ‘duurzame’ relatie tussen bedrijfsleven en milieu.

Duurzaamheid - carbon pollution_1

[1] Beide waren betrokken bij het schrijven van het rapport Better Business, Better World onder auspiciën van de Business and Sustainable Development Commission, opgericht tijdens de WEF-bijeenkomst in Davos in 2016. Deze wil de actieve betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de bestrijding van blobal warming vergroten.

[2] D. Kiron, G. Unruh, N. Kruschwitz, M. Reeves, H. Rubel, and A.M. zum Felde, “Corporate Sustainability ata Crossroads: Progress Toward Our Common Future in Uncertain Times,” MIT Sloan Management Review,May 2017.

[4] https://www.duurzaam-ondernemen.nl/top-250-firms-emit-third-co2-few-have-strong-goals-to-cut-study/

[5] Uit een recente blogpost blijkt dat er redenen zijn om aan te nemen dat aandeelhouders en financiers hun streven naar winstgevendgeid van bedrijven op de korte termijn alleen maar aanscherpen: https://wp.me/p32hqY-1hW

 

Hoe geld weer middel wordt in plaats van doel

14 Aug

Vooropgesteld, lang niet alles op deze wereld (en zeker niet in Nederland) is kommer en kwel. Wereldwijd is veel bereikt, onder andere op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg (zie onderstaande grafiek) . De welvaart in een aantal landen is gestegen. De kwaliteit van veel producten en diensten is verbeterd, vaak op basis van aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Een groeiend aantal bedrijven kiest bewust voor de status van maatschappelijke onderneming om lange termijndoelen te realiseren die een positieve impact hebben op de samenleving.

Ctb3FtEWIAA3Tr8Niettemin kent de wereld kent een aantal chronische problemen. In een eerdere post heb ik een aantal daarvan herleid op het kapitalisme[1]. In essentie gaat het daarbij om het feit dat in de samenleving geld doel is geworden in plaats van middel. In deze post ga ik in op de vraag hoe dit kan veranderen. Zich socialistisch noemende landen zijn wat mij betreft geen lichtende voorbeelden. Zij hebben de meeste kenmerken van het kapitalisme inmiddels overgenomen en ze nemen het niet zo nauw met liberate vrijheden en de rechtstaat zoals wij die kennen.

images-1Maar ook programma’s van politieke partijen kunnen mij maar matig bekoren. Het grootste probleem met partijen aan de linker zijde is dat zij de kracht van het ondernemerschap onderschatten en de uitwassen daarvan willen bestrijden met steeds méér toezicht, wet- en regelgeving. Zij overschatten het effect van overheidsbemoeienis en zien de perverse effecten daarvan over het hoofd. De politieke partijen ter rechterzijde hebben hun ziel en zaligheid verbonden aan economische groei. Ze hebben weinig oog voor de verschillen tussen mensen in macht, rijkdom en ontplooïngskansen en de negatieve gevolgen daarvan.

Ik ga eerst in op de vraag wat er zoal zou moeten gebeuren en daarna hoe veranderingen tot stand kunnen komen. Mijn opsomming is allesbehalve volledig.

Bedrijven en organisaties[2]:

  1. Alle bedrijven en organisaties verwerven binnen tien jaar de status van (gecertificeerde) ‘benefit corporation’. Dat wil zeggen dat ze hun handelen baseren op een expliciete bijdrage aan de (wereld)samenleving als geheel (‘purpose’) en niet in de eerste plaats streven naar maximaliseren van de aandeelhouderswaarde.employee-benefits-header1
  2. Aandeelhouders verliezen directe invloed op het bedrijfsbeleid, bijvoorbeeld door aandelen onder te brengen in stichtingen. IKEA heeft dit al gedaan. Vijandige overnames worden ook met andere middelen voorkomen.
  3. Bedrijven en organisaties stimuleren zeggenschap en autonomie van werknemers. Leiderschap wordt gedeeld en verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedecentraliseerd.
  4. Alle inkomens zijn openbaar. De hoogste inkomens bedragen maximaal tien maal het modale inkomen. Minimuminkomens zijn voldoende voor een menswaardig bestaan.Unknown-3
  5. Beurzen stoppen met ‘high frequency trade’ (computergestuurde handel in aandelen) en aandelen dienen minimaal een jaar in iemands bezit te zijn, voordat ze kunnen worden verkocht.
  6. Banken zorgen ervoor dat bedrijven goedkoop geld kunnen lenen. Zij richten een onderling risicofonds op. Hoe meer geld rechtsstreeks van banken of via crowd funding kan worden verkregen, des te minder wordt de noodzaak van een beursgang.

Overheid

  1. De overheid baseert haar beleid op inclusieve groei in plaats van op vergroten van het bruto nationaal product. Uitgangspunt daarbij zijn de doelen voor duurzame ontwikkeling van de VN. [3screenshot-4
  2. Overheden beperken wet- en regelgeving tot essentiële zaken. Ze stimuleren zelfregulering en zien toe op stringente uitvoering daarvan.
  3. Wet- en regelgeving sluit aan op internationale verdragen (zoals het verdrag van Parijs). Waar deze verdragen tekortschieten gelden nationale wetten. Concurrentievoordeel voor buitenlandse goederen of diensten dat hieruit voortvloeit, wordt vereffend met belastingmaatregelen.
  4. De beschikbaarheid van nuts- en andere essentiële voorzieningen is gegarandeerd. Dit houdt niet in dat de overheid deze zelf exploiteert.
  5. Overheden ondersteunen burgers die zelf gemeenschappelijke voorzieningen willen beheren, bijvoorbeeld door ‘commoning’ of ‘sharing’.
  6. De overheid beijvert zich voor internationale afspraken die ertoe leiden dat bedrijven en personen belasting afdragen over de inkomsten die ze in het desbetreffende land verdienen.images-4
  7. Baanomvang (werktijd per week) en persioengerechtigde leeftijd worden verder geflexibiliseerd. Als de werkgelegenheid als gevolg van automatisering lager wordt dan de vraag naar arbeid, treedt de overheid regulerend op.
  8. Op termijn worden voorzieningen voor niet-arbeidgebonden inkomens ondergebacht in een basisinkomen.
  9. De invloed van burgers op de politiek wordt aanzienlijk vergroot, bijvoorbeeld door het stemmen op programma’s in plaats van op partijen[4]

Onderwijs

  1. Onderwijs stelt ontplooing van aanwezige talenten voorop. Het biedt meer keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden in tempo en duur dan thans. Onderwijs bereidt voor op alle aspecten van het leven.AAEAAQAAAAAAAAekAAAAJDk5OGIyMzdhLWIxMWYtNDI4Yi05MWQzLTYzN2ZmNWE4ZjZjNw
  2. Sectoren in de samenleving kunnen kwalificeringseisen stellen en zullen er opleidingen ontstaan die daarop anticiperen. Een logisch gevolg is ook dat vervolgonderwijs ingangseisen kan stellen.
  3. Het onderwijs draagt ertoe bij dat kinderen van jongs af aan minder op bezit en competitie ingesteld raken en er zo meer draagvlak ontstaat voor een economie waarin hergebruik en delen van goederen en diensten normaal is.

Hoe komt verandering tot stand?

  1. Verandering zal niet vanuit de bestaande partijen komen, tenzij er naar Frans voorbeeld een volksbeweging alle stemmen naar zich toetrekt. De kans daarop is minimaal door de verschillen tussen het Franse en Nederlandse kiesstelsel.Unknown-3
  2. Een werkend alternatief is massaal lid worden van een ‘volksbeweging’ geënt op een beperkt aantal waarden en daaruit voortvloeiende fundamentele veranderingen. ‘Nederland kantelt’ kan hiertoe een aanzet geven. Het beste is als gelijktijdig een aantal ‘bekende Nederlanders’ uit het bedrijfsleven en de wereld van politiek, kunst en wetenschap zich voor deze waarden uitspreken en andere Nederlanders zich hierbij aansluiten.
  3. Een aantal politieke partijen zou dat vervolgens ook kunnen doen en kunnen besluiten om een kabinet te vormen dat deze waarden als uitgangspunt neemt. Over allerlei andere kwesties kan de Kamer op basis van (wisselende) meerderheden besluiten.

Het zou mooi zijn als lezers bovenstaande opsomming zouden aanvullen en er over niet al te lange termijn een ‘charter’ geformuleerd zou kunnen worden, bestaande uit een aantal kernwaarden.

[1] Zie: http://wp.me/p32hqY-1jd

[2] De navolgende maatregelen zijn geinspireerd door de uitkomsten van het Purpose of the Corporation project van Cass Business School te London, waarover ik eerder heb geschreven: http://wp.me/p32hqY-Sv

[3] Over het verschil tussen inclusieve groei en bruto nationaal product heb ik geschreven in de volgende blogposts: Welvaart zonder bijsmaak http://wp.me/p32hqY-Va en Geen economische groei maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[4] Zie voor een uitwerking van het principe stemmen op programma’s in plaats van op partijen: Nederland democratisch? Over beleid heeft de kiezer niets te zeggen http://wp.me/p32hqY-1dP

Het is de schuld van het kapitaal

1 Aug

Veel mensen zijn bezorgd over de wereld: Verandering van het klimaat, uitputting van hulpbronnen, ongelijkheid, terreur, gezondheid, een nieuwe koude oorlog. Over de oorzaken van deze problemen hoor je zelden duidelijke uitspraken. Te ingewikkeld of bedreigend misschien? Het antwoord is eenvoudig. Leen Jongewaard zong er in 1967 al over: Het is de schuld van het kapitaal.

 

Ik geef hieronder twaalf overwegingen, alle gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, waarom het kapitalisme verantwoorelijk is voor de belangrijkste hedendaagse problemen in de wereld.

  1. Diepgewortelde geloof in de noodzaak van economische groei

Economische groei (toename van het bruto nationaal product) betekent dat een land meer verdient aan de producten en diensten die het levert en de handel die het drijft. Groei zegt niets over de maatschappelijke waarde van deze producten en diensten: Het kan gaan om wapens, steenkool, consumptiegoederen, hamburgers maar ook om geneesmiddelen, elektrische auto’s of gezonde voeding. Overheden en veel burgers geloven blindelings in het belang van ongerichte economische groei[1].

  1. Consumentisme overheerst de meeste aankopen

Bezit is tot statussymbool verworden en (over)consumptie tot gewoonte. Het lukt bedrijven wonderwel om de productie van rommel (goederen en diensten die snel slijten, onnodig zijn, ernstig vervuilen of de gezondheid bedreigen) op te voeren. Mensen gaan onverantwoorde leningen aan om hun honger naar bezit te stillen. De opkomende deeleconomie is inmiddels door multinationale ondernemingen geannexeerd, die er grof geld aan verdienen (Uber, Lyft, AirB&B)

Unknown

  1. De plundering van de aarde

Ongerichte economische groei en massaconsumptie zijn de belangrijkste oorzaken van de milieuproblematiek en de uitputting van alle natuurlijke hulpbronnen, de onbeperkte kap van bossen en het uitsterven van veel diersoorten. Voor fossiele brandstoffen zijn er alternatieven, voor veel andere grondstoffen niet. De plundering van de aarde is begonnen in de 16de eeuw met de diefstal van de onmetelijke goudvoorraden van Zuidamerikaanse beschavingen en daarna de totale ontwrichting van het sociale leven in alle continenten waar ontdekkingsreizigers neerstreken.

  1. Inkomensgroei is ongelijk verdeeld

De modale werknemer – wereldwijd – merkt weinig van economische groei. In ontwikkelde landen is de bestedingsruimte voor personen met een gemiddeld inkomen al decennia nauwelijks toengenomen. In de VS is deze gedaald. Het duidelijkst is dat in opkomende landen. Hier groeit nationaal inkomen harder dan waar ook, maar het grootste deel van de bevolking blijft leven in armoede en er ontstaat een puissant rijke en corrupte bovenlaag van politici en ondernemers. Deze groeiende ongelijkheid is een bron van onrust en draagt bij aan voor velen uitzichtloze emigratie, al betreft het vaak de best opgeleide bewoners[2].

screenshot

  1. Opkomst van fundamentalisme

Kritiek op de rijkdom en macht van ‘westerse’ landen en hun materialistische levensstijl ligt aan de basis van fundamentalistische Islamitische bewegingen. Deze zijn overigens zelf speelbal geworden van op geld en macht beluste leiders die vele, vooral islamische medeburgers in het onheil hebben gestort en haat hebben gezaaid bij miljoenen andere.

  1. Verloedering van het management

Het wordt voor beursgenoteerde ondernemingen steeds moeilijker om te investeren in duurzame producten en diensten. De aandeelhouders en vooral de steeds belangrijkere ‘venture capitalists’ willen maximale opbrengst op korte termijn[3]. Professionele managers worden verleid met hoge salarissen en bonussen om mee te werken aan de verkwanseling van het langetermijnbelang van waardevolle ondernemingen[4]. Wie weerstand biedt, krijgt het zwaar te voorduren. Recente voorbeelden zijn er genoeg[5].

screenshot kopie 2

  1. Effectenbeurs is ongeleid projectiel

De beurs zelf fungeert allang niet meer als barometer van de kwaliteit van ondernemingen[6]. Oorspronkelijk was de aanschaf van aandelen een blijk van vertrouwen in de koers van een bedrijf. Nu wordt de koers bepaald door strategisch gedrag van speculanten om op korte termijn (koers) winsten hoog dividend te behalen. Het meest verderfelijke hulpmiddel is ‘high frequency trading’ (HFT). Computers nemen met behulp van AI inkoop- en verkoopbeslissingen op basis van de kleinste koersschommelingen. Het effect van het streven naar winst op korte termijn is dat bedrijven zonder enige aanleiding aanzienlijke koersverliezen kunnen leiden, hetgeen de greep van de ‘venture capitalists’ op het management opnieuw sterker maakt.

  1. Systeem van banken is ontspoord

Dat de banken de kredietcrisis hebben veroorzaakt en dat deze alleen met veel belastinggeld van de burgers kon worden afgewend, lijkt vergeten[7]. Bankdirecties strijken weer bonussen op en als er ergens terughoudendheid wordt betracht, dan is dat bij het beschikbaar stellen van (goedkoop) investeringskapitaal. In essentie zijn de banken nog steeds hun missie vergeten, namelijk financiële dienstverlening.

  1. Bedrijven regisseren overheden

Tegenover internationaal opererende bedrijven kunnen of willen nationale overheden weinig beginnen. Om investeringen binnen te halen, strooien deze met belastingfaciliteiten. Ze zijn er mede schuldig aan dat veel bedrijven over hun gigantische winst nauwelijks belasting afdragen. In tegendeel; bedrijven die een goed verhaal opdissen over innovatie, kunnen royale subsidies tegenmoet zien.

images.jpeg

Veel beïnvloeding van politici door het internationale bedrijfsleven is voor de burger onzichtbaar. Deze varieert van lobbyactiviteiten, curruptie, steun aan misdadige praktijken (maffia) tot het meewerken aan opkomst en val van regimes. Veel politici ambiëren goedbetaalde banen in het bedrijfsleven en ze leggen zichzelf bewust of onbewust zelfcensuur op.

  1. Overheden schieten tekort bij de (her)verdeling van de welvaart

Overheden slagen er steeds minder in via belastingheffing en andere maatregelen maatschappelijke ongelijkheid te matigen. Met veel aplomp worden salarissen van de top in de publieke sector beperkt, maar de inkomens in de private sector, inclusief verderfelijke bonussen, kunnen ongeremd groeien. Veel energie wordt gestoken in symboolpolitiek, zoals de tot standkoming van codes voor corporate governance[8]. De overheid heeft evenmin invloed op de snel opkomende automatisering en robotisering, die desastreuze effecten op de werkgelegenheid zal heben[9]. Beleid over hoe hiermee om te gaan (herverdeling van werk en arbeidsloos inkomen) ontbreekt.

Unknown.jpeg

  1. De uitholling (‘commodificering’) van collectieve goederen en diensten

Overheden zijn overtuigd van de doelmatigheid van onbeperkte marktwerking. Het gevolg is dat ze organisaties die maatschappelijk waardevolle en onmisbare goederen en diensten produceren – vervoer, drinkwater, elektriciteit, gezondheidszorg en educatie – als bedrijven wensen te zien en behandelen. Erger nog is dat deze organisaties zichzelf ook als zodanig gaan zien. Er ontstaat een nieuwe markt, bijvoorbeeld waar gemeenten zorgtaken aanbesteden en ‘zorgondernemingen’ hun diensten aanbieden. De goedkoopste aanbieder krijgt doorgaans de opdracht gegund. De proces heeft een desastreus effect op de kwaliteit, ook al omdat de prestatienormen voor het personeel fors worden opgevoerd met als gevolg een massale uittocht van ervaren en bekwame krachten.

  1. Politieke blokvorming wordt steeds gevaarlijker

De wereld raakt steeds meer in de greep van machtsblokken. Aan de geestelijke gezondheid, laat staan de betrouwbaarheid van menig staatshoofd kan ernstig worden getwijfeld. Helaas kent elk machtsblok wel een aantal pathologische gevallen. Sterker, de historie laat zien dat politieke blokvorming zelf het product is van krankzinnige, megalomane en op macht beluste leiders. In de recente geschiedenis is gebleken dat bewapening en oorlogsdreiging een belangrijke bijdrage levert aan economische groei en technische ontwikkeling. Niemand minder dan Churchill wees al op de gevaren van het militair-industrieel complex. Deze zijn groter dan ooit. Voor een land als Nederland is lidmaatschap van de Navo een vanzelfsprekendheid. Waarom eigenlijk? Liggen stappen richting ontbinding van machtsblokken niet veel meer voor de hand?

images-2.jpeg

Hoezeer burgers zich ook zorgen maken over de problemen die de wereld bedreigen, massaal verzet is afwezig. Begrijpelijk, niemand wil zijn bestaanszekerheid op korte termijn op het spel zetten. In een volgende post inventariseer ik mogelijkheden voor een koerswijziging die radikaal is zonder de samenleving te ontwrichten.

[1] Het alternatief voor ‘ongerichte groei’ is selectieve groei, de productie van goederen en diensten die bijdragen aan welzijn, welbevinden en milieu: http://wp.me/p32hqY-XB

[2] De zogeheten olifantscurse illustreert overduidelijk de ongelijke verdeling van de economische groei: http://wp.me/p32hqY-11d

[3] Waarom de gerichtheid op maximaliseren van aandeelhouderswaarde rampzalig is voor de continuïteit van bedrijven: http://wp.me/p32hqY-4S

[4] De gekte rond het inkomen van ceo’s en waarom de hoogte van dit inkomen niet in verhouding staat tot ervaring en competentie: http://wp.me/p32hqY-8i

[5] Zie voor een aantal voorbeelden: http://wp.me/p32hqY-1hW

[6] Hoe de beurs haar betekenis heeft verloren en welke gevaarlijke gevolgen dit heeft: http://wp.me/p32hqY-eD

[7] De rol van de banken bij het ontstaan van de kredietcrisis: http://wp.me/p32hqY-6x

[8] De zin en de onzin van codes voor corporate governance: http://wp.me/p32hqY-TE

[9] De verwachte gevolgen van automatisering en ronotisering op middellange termijn: http://wp.me/p32hqY-6L

Hoe komt topmanagement van zijn graaiersimago af?

1 Jan

Het inkomen van topmanagers – wereldwijd – is vanaf de jaren ’80 explosief gestegen[1]. Dit komt mede doordat hun beloningspakket bewust voor een groot deel bestaat uit aandelen(opties). De gedachte is dat hierdoor de financiële belangen van managers in de pas lopen met die van de aandeelhouders met maximalisering van de aandelenkoers als resultaat.

samenleving-greed-484x336

In mijn voorlaatste post[2] ben ik ingegaan op de bevindingen van het Purpose of the Corporation Project, die onder andere gaan over nadelige gevolgen van deze ontwikkeling[3]. Een daarvan is overmatige gerichtheid op het kortetermijnbeleid. De vernieuwde Nederlandse corporate governance code moet deze en andere uitwassen voorkomen. In mijn laatste post betwijfelde ik of dat gaat lukken[4]. De code-Tabaksblat en haar opvolger zijn niet in staat gebleken om het management van kortetermijnbeleid en zelfverrijking af te houden, laat staan het tij in de financiële crisis te doen keren.

screenshotLange termijnbeleid betekent dat een onderneming rekening houdt met de belangen van alle stakeholders, inclusief de samenleving als geheel en de natuur. De keuze hiervoor moet uiteindelijk van het bestuur van de ondernemingen zelf komen, al dan niet onder druk van groeiende verzet binnen de samenleving.

Het Purpose of the Corporation Project houdt het bestuur van ondernemingen twee opties voor. Volharden in de bestaande koers, die er uiteindelijk toe zal leiden dat de onderneming van de kaart verdwijnt. Of varen van een nieuwe koers, waarmee een onderneming zich als maatschappelijke institutie profileert en de belangen van alle stakeholders aan hun trekken laat komen.

Hieronder volgt een selectie van de aanbevelingen van het Purpose of the Corporation Project bestemd voor voor ondernemingen die de nieuwe koers willen inslaan[5].

  1. Waarden (‘Purpose’)

Ondernemingen expliciteren hun waarden en omschrijven welke verantwoordelijkheden ze nemen voor stakeholders zoals medewerkers, klanten en aandeelhouders en voor samenleving en natuur. Het management formuleert de consequenties daarvan voor strategie en (investerings)beleid en tevens hoe aan deze doelen verbonden risico’s beperkt kunnen worden.

Bedrijven kunnen hun intenties ten aanzien van de realisering van maatschappelijke doelen accentueren door de status van B(enefit) Corporation aan te nemen.

  1. Bedrijf als gemeenschap

Het heet dat managers medewerkers ‘aansturen’. Vaak gaat dit ten koste van de betrokkenheid van de medewerkers en het kwaliteit van hun werk. Het zijn immers in het bijzonder de medewerkers die product- en marktkennis hebben en die relaties onderhouden met leveranciers en klanten. De onderneming heeft er baat bij als medewerkers hun werkzaamheden zelfstandig kunnen inrichten en uitvoeren. Dit vereist een minder hiërarchische organisatie, reductie van het aantal managers en de spreiding van managementtaken over medewerkers.

  1. Herziening inkomensprikkel

Het topmanagement ontvangt een vast salaris dat onderdeel is van het beloningsgebouw van de onderneming. Bonussen zijn bestemd voor alle medewerkers en zijn gekoppeld aan de realisering van lange termijndoelstellingen en de tevredenheid van de klanten. Alle inkomens zijn transparant.

  1. Stakeholders

De relatie tussen onderneming (management) en stakeholders kan worden versterkt door vertegenwoordigers van belangrijke groepen (personeel, klanten en aandeelhouders) op te nemen in de raad van bestuur en in de algemene vergadering.

  1. Zoeken naar patient capital

Ook stewardship door aandeelhouders wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door het maken van een onderscheid tussen verschillende categorieën aandeelhouders. Dit kan onder andere gebeuren door stemrecht van aandeelhouders afhankelijk maken van de duur van het aandelenbezit in dat bedrijf, maar ook door het verlies van stemrecht na verhandeling van aandelen.

  1. Bescherming tegen vijandige overnames

Bedrijven ontwikkelen een beschermingsconstructie om vijandige overnames tegen te gaan om daarmee de lange termijnkoers te beschermen. Bedrijven als Ikea, Tridosbank maar ook het Deense farmaceutische bedrijf Novo Nordisk hebben een deel van hun aandelen in een stichting ondergebracht.

  1. Verslaglegging

De methode van verslaglegging is afgestemd op het lange termijnbeleid. De gangbare accountingregels zijn vooral bedoeld voor het op juiste wijze informeren van investeerders. Een alternatief is het Integrated Reporting Framework, dat leidt tot verslaglegging van waardencreatie in brede zin, ook met betrekking tot niet-financieel kapitaal.

images-1Of en hoe snel ondernemingen zich in bovenstaande richting zullen bewegen is niet te zeggen. Wat méér helpt dan corporate governance codes is als bedrijven die kiezen voor de geschetste koers, deze samen uitdragen. Bedrijven als Unilever, DSM en Interface zouden hierin voorop kunnen gaan. Het groenboek dat de Nederlandse Vereniging van Commissarissen en Directeuren (VCD) in het vooruitzicht stelde als antwoord op de corporate governance code kan hierbij een rol spelen[6].

[1] In de periode van 1993 – 2013 is de verhouding tussen het salaris van de 25 hoogst betaalde CEO’s en het gemiddelde salaris van alle inwoners van de VS veranderd van 195:1 naar 354:1. Peter Drucker heeft ooit betoogd dat de verhouding 10:1 om allerlei redenen het maximum zou moeten zijn: Institute for Policy Studies
 1112 (16th Street NW, Suite 600)
Washington, DC 20036

[2] Wie vertrouwt het topmanagement van bedrijven nog: http://wp.me/p32hqY-Sv

[3] Voor een kort overzicht van de achtergronden van het project: https://goo.gl/vNJQjr

[4] De nieuwe Nederlandse Corporate Governance Code. Window dressing? http://wp.me/p32hqY-TE

[5] Het lezenswaardige eindrapport “Corporate Governance for a changing world: Final Report of a Global Roundtable Series” is hier te downloaden: https://goo.gl/bdEaQp

[6] Hierbij valt te denken aan ‘good practices’, maar ook een aanpassing van de aanbevelingen van het Purpose of the Corporation Project aan de Nederlandse verhoudingen.

The day Corporate Social Responsibility died

30 Sep

Samenleving - C$RVorige week heb ik Corporate Social Responsibility (CRS) begraven. Dat Volkswagen – nota bene net uitgeroepen tot meest duurzame autofabrikant[1] en elfde op de Global CRS Reputation Ranking[2] – ons allemaal zou belazeren, had ik niet voor mogelijk gehouden. Naïef, dat zeker, want dagelijks zijn er nieuwe voorbeelden van greenwashing. Ook heb ik twee jaar geleden met instemming het nieuwe boek van Wayne Visser besproken, waarin hij afrekent met CSR[3].

Ik heb desondanks vertrouwen gehouden in CSR omdat er talrijke voorbeelden zijn van bedrijven die investeren in duurzame energie en vermindering van hun CO2-uitstoot en die menswaardige werkomstandigheden nastreven in hun hele supply-chain.

Ik realiseer me nu dat er sprake is van een misverstand. Ik beschouwde de activiteiten van deze bedrijven op het gebied van duurzaamheid en sociale innovatie als een doel; voor de bedrijven zelf waren het middelen – om winst en reputatie te vergroten.

De ‘naked truth’ van de kapitalistische productiewijze is dat het management van bedrijven drie doelen nastreeft, waarvan de prioriteit kan wisselen:

  • Zo hoog mogelijke winst op korte en op langere termijn.
  • Zo hoog mogelijke waarde voor de aandeelhouders.
  • Zo hoog mogelijk inkomen voor zichzelf.

Om deze doelen te bereiken staan er vier soorten middelen ter beschikking:

  • Maken van kwalitatief goede producten en diensten en succesvol vermarkten daarvan (doing things good).
  • Innovatie van het productportfolio en het productieproces om de marges en het marktaandeel te vergroten.
  • Verminderen van de kosten door de productiviteit te vergroten en het productieproces te verduurzamen.
  • Zoeken van de mazen in de wet (bijvoorbeeld ontwijken van belastingen) en zo nodig overtreden daarvan.

In wezen zijn alle bestuurders van grote bedrijven onverkort adepten van de econoom Milton Friedman die op 13 september 1970 in de New York Times schreef : The sole purpose of the firm is to make money for its shareholders. Friedman voegde daaraan overigens toe: while conforming to the basic rules of the society, both those embodied in law and those embodied in ethical custom. Dit laatste wordt geregeld vergeten.

Recht doen aan de ‘naked truth’ van de kapitalistische productiewijze heeft twee consequenties:

  • Duurzaamheid - Greenwashing2Bedrijven moeten zich toeleggen op de realisering van hun doelen en dat op de bedrijfseconomisch beste manier doen. Dat zal hen vaak doen besluiten om uit duurzame oplossingen te kiezen. Ze moeten ophouden met het gebruik van CSR als rookgordijn.
  • Overheden zorgen voor stringente wetgeving (inclusief doelmatige handhaving) met gespecifieerde eisen op het gebied van arbeidsomstandigheden in de hele keten, energieconsumptie, CO2-uitstoot, belastingafdracht, inkomen van het management et cetera.

Gelukkig zijn er ook bedrijven die afstand nemen van de kapitalistische productiewijze. Het gaat deze bedrijven niet alleen om doing things good maar ook om doing good things. Ik vertrouw er nog steeds op dat bedrijven als Patagonia, Grameen Bank en Interface sociaal verantwoord en duurzaam opereren. De essentie is dat zij hiervoor kiezen ook als dat geen geld opbrengt maar geld kost. Het is geen middel maar een doel.

Hier ligt de waterscheiding tussen ondernemingen met een kapitalistische productiewijze en de groeiende groep van maatschappelijke ondernemingen[4].

De nieuwe groep van maatschappelijke ondernemingen is de aangewezen groep om inhoud te geven aan wat Wayne Visser CSR 2.0. noemt. Het gaat daarbij om de kenmerken en activiteiten, die wat mij betreft ook wettelijk verankerd moeten worden:

  • Duurzaamheid - Age of responsibility Wayne VisserInzetten van innovatief vermogen om bij te dragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen en aan de verbetering van het welzijn van mensheid, bijvoorbeeld door garanderen van guild-free shopping.
  • Duurzaamheid is opgeschaald naar alle aspecten bedrijfsvoering in plaats van zich tot kleine onderdelen te beperken. CSR is geen aparte afdeling.
  • Geen standaarden (ISO 140001) maar absolute doelen (carbon neutral) en volledige transparantie bij de verantwoording daarvan. Bijvoorbeeld deelname aan Global Reporting Initiative en Carbon Disclosure Project).
  • Incalculeren van de lokale en globale effecten van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld door full-cost accounting.
  • Maximale bijdrage aan circulaire productie, onder andere door life-cycle impact assessment, service lease en take-back.
  • Geen charitatieve acties, maar faire beloning op alle niveaus en volledige belastingafdracht.
  • Geen aandelen maar leningen via crowdsourcing.

Ik kijk ernaar uit dat ondernemingen als Unilever, Philips en DSM openlijk verklaren maatschappelijke onderneming te willen zijn met alle rechten en plichten van dien. Ik vrees dat moment nog ver verwijderd is.

[1] Volkswagen is als eerste geplaatst op de Dow Jones Sustainability Index, sector automotive

[2] Zie mijn blogpost van 23 september jl. “Vertrouwen in Volkswagen: Total loss’: http://wp.me/p32hqY-eU

[3] The Age of Responsibility: CSR 2.0 and the New DNA of Business. Zie voor een beknopte Engelstalige samenvatting: http://mvonederland.nl/sites/default/files/2013/engelse_samenvatting_boek_wayne_visser.pdf

[4] Mintzberg zet verschillende vormen van maatschappelijke ondernemingen op een rij. Erg nuttig mintzberg.org/blog/ownership… Hij laat zien dat er weliswaar een vloeiende overgang is tussen bedrijven met een kapitalistische productiewijze en ‘community enterprises’ maar dat het fundamentele verschil erin zit dat de eerste een (collectieve) eigenaar hebben met een economisch doel en dat de tweede van iemand (of van iedereen) zijn. Niettemin is het definiëren van een aantal varianten van belang.

Vertrouwen in Volkswagen: Total loss

23 Sep

Op dezelfde dag dat de kolossale fraude van Volkswagen in het nieuws kwam, verscheen de 2015 Global CSR RepTrak 100. Dit is de jaarlijkse ranking van de reputatie van multinationale bedrijven op het gebied van CSR. Het gaat daarbij om duurzaamheid van producten, positieve impact op de samenleving (‘citizenship’), governance en kwaliteit van de arbeidsomstandigheden[1].

Jaarlijks spreken 100.000den personen zich wereldwijd uit over de reputatie van een groot aantal bedrijven. Het onderstaande overzicht toont de top tien van dit jaar en – ter vergelijking – de resultaten van de twee voorafgaande resultaten.

Organisatie - reputatie 4

Voor het moment gaat de interesse vooral uit naar de ranking van Volkswagen. Dit bedrijf stond jarenlang in de top tien; in 2015 was het naar de elfde plaats gezakt. Niet zo zeer vanwege lagere scores maar als gevolg van hoge scores van nieuwkomers. Na het emissie-schandaal is de waarschijnlijkheid groot dat het bedrijf volgend jaar niet eens meer in de top 100 staat.

De verkoop van Volkswagen zal ongetwijfeld een gevoelige klap krijgen. Ik heb serieus overwogen om mijn oude Toyota Prius in te ruilen voor een Golf Blue Motion. Dat gaat zeker niet door. Maar de reputatieschade heeft veel verder gaande gevolgen, die het bedrijf eveneens hard zullen treffen. De rapportage van de globale CSR reputatie geeft een goed beeld van welke deze gevolgen zullen zijn.

Uit de onderstaande tabel blijkt dat er een sterke samenhang is tussen reputatie en sympathie, de bereidheid om hun producten te kopen, er te werken of erin te investeren. Overigens, gemiddeld behoren alle bedrijven in de bovenstaande tabel (inclusief Volkswagen in 2015) tot de categorie ‘strong’. De sterkte van deze relatie moet overigens met een korreltje zout genomen worden. Attitude en gedrag kunnen immers aanzienlijk verschillen: Respondenten die zeggen dat ze eerder bij bedrijven kopen met een goed CSR-image, doen dat lang niet altijd.

Organisatie - reputatie 3

Het rapport baseert uitspraken over de relatie tussen reputatie en gedrag tevens op aanvullend statistisch onderzoek. Zo blijkt dat de gemiddelde waardestijging van de aandelen na 2008 van bedrijven die tot de top 100 op de reputatie-ranking behoren, twee maal zo groot is dan die van het gemiddelde van bedrijven op de S&P 500. Ook blijkt dat het publiek veel meer vertrouwen heeft in bedrijven met een hoge reputatie dan in andere bedrijven.

Daarmee zijn we bij de kern. Het vertrouwen in Volkswagen is weg. Alle uitspraken over veiligheid, duurzaamheid, degelijkheid en spaarzaamheid worden vanaf nu gewantrouwd. Dit maakt dat de immateriële schade van de verloren reputatie vele malen groter dan de overigens onafzienbare materiële schade (boetes en inzakkende verkoop).

Voorlopig wantrouw ik alle verhalen van multinationals over hun CSR. Ik denk dat ik niet de enige ben. Dit is misschien wel het ergste.

[1] Dit rapport, inclusief een overzicht van de volledige top 100, kan hier worden gedownload. Bedrijven scoren op zeven dimensies, waarvan drie ruimer zijn dan CSR alleen, namelijk leiderschap, resultaat en innovatie.