Archive | juli, 2015

De onmacht van de economen

29 Jul

Economen hebben het verbruid. Iedereen weet inmiddels het antwoord op de vraag waaraan je een econoom herkent: Ze zijn het nooit met elkaar eens.

Adam Smith

Adam Smith

Wat is er met deze ooit gezaghebbende wetenschap gebeurd? Oorspronkelijk hielden economen zich bezig met fundamentele vraagstukken over de oorsprong en de betekenis van rijkdom en groei. Denk aan Adam Smth’s meesterwerk “An inquiry into the nature and causes of the wealth of nations” (1766 – 1776).

Reflectie heeft in de moderne economie plaatst gemaakt voor wiskundige modellen. Over het feit dat stijgende prijzen tot dalende vraag leiden, zijn economen het nog wel eens. De onenigheid begint als zij hun modellen gaan toepassen binnen de actuele context. Economen met een socialistische achtergrond komen dan tot andere conclusies dan liberaal gezinde collegae.

Arthur Laffer

Arthur Laffer

Een goed voorbeeld van die laatste is Arthur Laffer, de denker achter Ronald Reagan. Vandaag de dag adviseert hij republikeinse presidentskandidaten in de VS. Zijn aantrekkingskracht schuilt in het feit dat hij ‘bewezen’ heeft dat minder inkomstenbelasting voor de rijken leidt tot meer economische groei.

Het zijn echter niet alleen politieke stromingen die tot uiteenlopende standpunten leiden. Bijvoorbeeld, economen die ‘geloven’ in het belang van een krachtig Europa hebben een andere visie op de wenselijkheid van een gezamenlijke munt dan economen die tot de eurosceptici behoren. Deze tegenstelling loopt dwars door het politieke spectrum heen.

De kakafonie van opvattingen onder economen illustreert de invloed van instituties op het denken. We zien ons zelf graag als autonome individuen, die zelf bepalen wat goed en slecht voor ons is. Dit geldt voor wetenschappers in het bijzonder. In plaats daarvan worden onze denkbeelden grotendeels gevormd door de instituties waarmee we verbonden zijn: Organisaties, instellingen, groeperingen, religies en stromingen. Ze confronteren ons met gedachtengoed over hoe de wereld in elkaar zit en wat we daarvan kunnen vinden. Wij maken daar onze eigen mix van.

Daniël Bell

Daniël Bell

Herhaaldelijk komt de vraag op of een bepaald gedachtengoed beter is dan een ander. In de jaren ’60 poneerde Daniël Bell in zijn boek ‘The end of ideology” de stelling dat de politieke instituties uit de 19de eeuw hebben afgedaan en dat vooruitgang vooral het gevolg is van wetenschap. We kunnen ruim 50 jaar later vaststellen dat niet de wetenschap de instituties stuurt maar omgekeerd, dat het de instituties zijn die de wetenschap sturen. Overigens zonder dat de meeste wetenschappers zich dit realiseren.

De reden dat rechtse Amerikaanse politici Arthur Laffer opzoeken is niet dat hij zulke briljante ideeën heeft. Die schrijven de politici aan zichzelf toe. Hij geeft deze ideeën echter een wetenschappelijke status. Het neoliberale denken – de aanvaarding van de markt als het hoogste goed – is onderdeel geworden van de mainstream van de economie. Andersdenkenden, bijvoorbeeld evolutionaire economen, werden lange tijd gemarginaliseerd. Dat gold tevens voor collegae die andere onderzoeksmethoden prefereren, bijvoorbeeld kwalitatief in plaats van kwantitatief.

Kennis - economen2De koers van Daniël Bell is onbegaanbaar: Niemand kan zijn verbondenheid met maatschappelijke instituties uit zijn denken verbannen. Dit geldt ook voor wetenschappers. Wat deze wel kunnen is reflecteren op de invloed van de instituties op hun denken en het ‘cognitief conflict’ met andersdenkende collegae aangaan. Hetzelfde geldt voor de aanhangers van uiteenlopende methodologische stromingen. De huidige universiteiten zijn ver van dit ideaal verwijderd geraakt. Zij zijn een archipel van eilanden waarop gelijkgezinden zich verzamelen in plaats van een smeltkroes van uiteenlopende ideeën. Was dit wel het geval, dan kon uit deze smeltkroes een hernieuwde gezaghebbende bijdrage van economen én andere wetenschappers voortkomen aan het maatschappelijke debat over welvaart en welzijn.