Tag Archives: campussen

Overheid besteedt innovatiemiddelen eenzijdig. Tien aanbevelingen

24 Jun

De Nederlandse overheid stelt miljarden beschikbaar voor innovatie. Het rendement van deze investeringen kon hoger zijn, als beter was geluisterd naar onderzoekers, bijvoorbeeld van het MERIT-UNU te Maastricht[1].

Innovatie - citaat René WintjesOverheden hebben in 2002 afgesproken om 3% van het BNP te investeren in R&D. Deze afspraken zijn nooit gehaald en dat is maar goed ook. Achter deze afspraken schuilt namelijk een fixatie op het ‘lineaire innovatiemodel’. Dit is het geloof dat innovatie vooral afhangt van publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Dit model heeft in de periode 1950 – 1980 zijn vruchten afgeworpen. Daarna begonnen in het bijzonder vraagfactoren een steeds belangrijkere rol te spelen. De meest innovatieve bedrijven ter wereld (Apple, Google, Facebook) onderscheiden zich niet door de hoogte van hun R&D investeringen maar door de manier waarop ze vraag naar hun producten en diensten hebben weten te creëren[2].

Hieronder volgen tien aanbevelingen aan de overheid om het innovatiebeleid effectiever te maken.

  1. Geef fundamenteel onderzoek vrij baan

Kennis - Toepassingsgericht en fundamenteelGeef universiteiten een ‘lumpsum’ bedrag om fundamenteel onderzoek te doen. Vertrouw erop dat moderne wetenschappers daarbij tevens oog hebben voor maatschappelijke toepassingen. Het bedrag daarvoor hoeft niet hoger te zijn dan thans beschikbaar is, maar hef alle voorwaarden op die aan de besteding worden gesteld. Beëindig ook alle geldverslindende herverdelingsactiviteiten via NWO. Zorg wel voor een pot om jaarlijks een handvol werkelijk excellente onderzoeksgroepen een impuls te geven.

  1. Stimuleer samenwerkingsonderzoek

Innovatie - TNO en Daf ecotwinInvesteer krachtig in praktijkgericht onderzoek en betrek daarbij zowel universitaire onderzoekers als onderzoekers vanuit het bedrijfsleven. Breng dat NIET onder in universiteiten maar in instellingen naar het voorbeeld van de Duitse Fraunhofer Instituten of het Nederlandse TNO[3]. Neem een voorbeeld aan het strakke projectbegeleidingsregime van het Amerikaanse DARPA[4]. Bouw het topsectorenbeleid om naar een beleid dat consequent is gericht op de ‘grand challenges’ zoals benoemd door de EU (water, energie, voedsel, vergrijzing e.a.). Test potentiële innovatieve producten en diensten uit onder zo realistisch mogelijke omstandigheden (fieldlabs).

  1. Verhoog kenniscirculatie en absorptiecapaciteit

Innovatie - innovatievoucherBedrijven en organisaties benutten slechts een deel van de wereldwijd aanwezige kennis om te innoveren en hun productie duurzamer en maatschappelijk meer verantwoord te maken. Grotere bedrijven moeten daarom een of meer generalisten in dienst hebben die in staat zijn de link met kennisinstituten te leggen. Projectsubsidies kunnen hier een handje helpen. Regionale of sectorale innovatiecentra, zoals het Technologiecentrum Noord Nederland, kunnen deze rol voor kleine bedrijven vervullen. Ook hier zijn gerichte subsidies welkom; de innovatievoucher is hiervan een goed voorbeeld.

  1. Richt vestigingsbeleid op innovatieve bedrijven

big shiftIn mijn blogpost van 27 mei[5] heb ik al opgemerkt dat stimuleren zonder meer van clusters, ‘valleys’ of campussen, weggegooid geld is. Voorop moet staan aantrekken, stimuleren en behouden van innovatieve bedrijven en vergemakkelijken van vestiging daaromheen van andere bedrijven. Het is uiteraard een voordeel als daarbij wordt aangesloten bij sterke kanten van de regio (smart specialization) Het is dan vooral zaak om het proces van organische groei te ondersteunen.

  1. Organiseer demonstratieprojecten

Innovatie - demonstratieprojectHet grootste probleem van innovatieve bedrijven is dat veel potentiële afnemers terugschrikken om innovatieve technologieën aan te schaffen. Risicomijdend gedrag of puur conservatisme zijn daar debet aan. Overheden kunnen innovatieve bedrijven ondersteunen door demonstratieprojecten op te zetten. Aarzelende afnemers kunnen hiermee over de streep worden getrokken.

  1. Koop meer innovatieve producten

Innovatie - energy procurementDe Nederlandse overheid geeft slechts 3,8 miljard uit voor de aanschaf van innovatieve producten en diensten. Dit is maar een fractie van het totale bedrag dat beschikbaar is voor overheidsinkopen en kan makkelijk twee of drie keer hoger zijn. Aanbestedingen zouden best wat duurder mogen uitvallen als het uiteindelijk resultaat (bouwwerk, weg, spoorwegverbinding) een duidelijke demonstratiefunctie als innovatief product of dienst heeft.

  1. Maak (financieel) voordeel van innovatie zichtbaar

Innovatie - subsidie zonnepanelenBedrijven schrikken terug voor het aanschaffen van energiebesparende technologieën of overschakeling op zonne-energie. Dit komt niet alleen vanwege de hoge aanschafkosten maar ook door de lange terugverdientijd. Integrale subsidies waarbij de installatie wordt geleaset en men van meet af aan een lagere energieprijs betaalt, bieden dan een oplossing.

Een vergelijkbaar beleid kan ook worden gevoerd naar consumenten: Uit handen nemen van rompslomp bij de aanschaf van zonnepanelen en financieel voordeel onmiddellijk voelbaar maken.

  1. Bemiddel bij aantrekkelijke vormen van financiering

Innovatie - koploper project MKBHet is nergens voor nodig dat alle bedrijven innovatieve producten en diensten aanbieden. Wél zouden ze alle moeten overschakelen op energiebesparende machines, gebruik maken van schone technologieën en gebruik maken van bio-grondstoffen. De meeste daarvan liggen al ‘op de plank’ . De aanschaf daarvan zou met leaseconstructies, garantieleningen, laag btw-tarief en desnoods subsidies gestimuleerd moeten worden.

  1. Bevorder gewenst gedrag met wetgeving

De beste bijdrage van de overheid aan de energietransitie is het zwaar belasten van de uitstoot van CO2 en alle vormen van subsidie op fossiele energie en grondstoffen stopzetten. Kost weinig en levert – althans tijdelijk – veel op. Andere juridische stappen om bedrijven en consumenten te ‘helpen’ innoveren zijn minimumeisen op gebied van dierenwelzijn, minder maar strenge eisen aan voedselkwaliteit en verbieden van investeringen in aanleg van centrales die fossiele brandstoffen gebruiken.

  1. Onderwijs en educatie

Onderwijs - Financiële- en accountantsopleidingenDe inhoud van het onderwijs moet wezenlijk veranderen. Het gaat er NIET in de eerste plaats om dat jongeren voor technische vakken kiezen of enthousiast worden voor innovatie. Centraal staat een transitie met doel om de wereld toekomstbestendig te maken en leerlingen te mobiliseren de handen daarvoor uit de mouwen te steken. Het onderwijs zal in elk geval leiden tot een herwaardering van verantwoord ondernemerschap en vakkundigheid.

Innovatie met als doel de grote problemen van deze tijd aan te pakken kan toe met minder, maar andere, investeringen in R&D en meer investeringen die voorwaarden scheppen (onderwijs, vestigingsbeleid) en vooral investeringen die ervoor zorgen dat de beschikbare kennis en de daaruit resulterende producten en diensten ook worden gebruikt.

Innovatie - model aanbod en vraagfactoren

[1] Zie bijvoorbeeld het rapport dat dr. René Wintjes schreef voor de EU: Un-locking the potential of business and societal innovation; how to scale-up successful new business and production models? European Union Enterprise and Industry, September 2013. Downloden via http://www.merit.unu.edu/how-to-maximize-innovation-potential/

[2] Mijn blogpost van 27 mei laat zien dat tot top tien van bedrijven op het gebied van R&D allesbehalve samenvalt met de top tien van innovatieve bedrijven: http://wp.me/p32hqY-cT

[3] Universiteiten zullen dit geld besteden ter versterking van hun eigen onderzoeksprioriteiten en naar buiten mooie verhalen vertellen over het maatschappelijke belang daarvan. Voorkom deze maskarade.

[4] Zie mijn blogpost: Geen kleinere maar een sterkere overheid http://wp.me/p32hqY-9q

[5] Valleys, clusters en campussen: hoe overheden geld verspillen http://wp.me/p32hqY-cT

Valleys, clusters en campussen: hoe overheden geld verspillen

27 Mei

Al in 1880 schreef Alfred Marshall dat gelijksoortige bedrijven voordeel kunnen hebben van elkaars nabijheid. Er kan dan een gespecialiseerde arbeidsmarkt ontstaan en kennis kan zich makkelijker verspreiden. De belangstelling voor clustervorming is de laatste jaren sterk toegenomen omdat wordt aangenomen dat clusters ook een voedingsbodem zijn voor innovatie. Sillicon Valley en ook onze eigen Brainport gelden daarbij als voorbeeld. Samenleving - campussen in NederlandVoor provinciale overheden is de vermeende rol van clustervorming als aanjager van innovatie aanleiding geweest om miljoenen te investeren in valleys, clusters of campussen, waarvan er in Nederland inmiddels tientallen het licht hebben gezien. Helaas hebben zij de relatie tussen clustervorming en innovatie niet goed begrepen en veel investeringen zijn daarom weggegooid geld.

Personen - Steven Klepper

Steven Klepper

De recent overleden Amerikaanse hoogleraar Steven Klepper heeft op basis van een reeks case studies twee populaire aannames onderuit gehaald[1]. In de eerste plaats: Clusters leiden niet tot innovatie, maar innovatie leidt tot clusters. Honderd weinig innovatieve bedrijven, hoe dicht ook opeen gepakt, bewerkstelligen geen innovatie. Wel kunnen er – bij voldoende schaalgrootte – agglomeratievoordelen ontstaan.

Stel, een provinciale overheid wil innovatie stimuleren in een aangewezen gebied. Het zet geen zoden aan de dijk om bedrijven over te halen zich daar te vestigen, collectieve voorzieningen te creëren en te hopen dat er innovatie ontstaat. In plaats daarvan zou ze zich moeten inzetten om een of enkele innovatieve bedrijven naar die regio toe te halen en faciliteiten te bieden aan andere bedrijven, die vestiging nabij deze innovatieve bedrijven belangrijk vinden.

De tweede onjuiste aanname is dat de nabijheid van (research)universiteiten innovatie stimuleert. Stanford University heeft inderdaad een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van Sillicon Valley. Er zijn ook talrijke voorbeelden van universiteiten die hoegenaamd géén rol spelen bij het aanjagen van innovatie en van regio’s die innoveren zonder dat er een universiteit in de buurt is. De bijdrage van innovatie van een universiteit aan de omliggende regio hangt vooral af van de wederzijds positieve instelling van onderzoekers van die universiteit en onderzoekers in omliggende bedrijven. Hoe simpel het ook klinkt, het moet gewoon klikken.

Innovatie - Top RD spendersInnovatie - tot innovatieve bedrijvenIk voeg hier nog een derde misverstand aan toe. Uit het jaarlijkse onderzoek van Booz & Company – The Global Innovation 1000 – blijkt keer op keer dat er géén rechtstreeks verband is tussen uitgaven voor R&D en innovatie: Spending more on R&D won’t drive (innovation vdB) results. The most crucial factors are strategic alignment and a culture that supports innovation. Overheden hebben het lastig met deze conclusie. Er liggen immers miljarden klaar om innovatie te stimuleren, maar overheden besteden dit geld het liefst aan sectoren of via generieke (belasting)maatregelen. Beter is om bedrijven die al bewezen hebben innovatief te zijn – zo nodig – te steunen, bijvoorbeeld door samen projecten op te zetten een of meer van die bedrijven en universiteiten. Dat het neoliberale denken hiervoor geen beletsel hoeft te zijn, bewijst de succesvolle aanpak van innovatie door aan de overheid gerelateerde ontwikkelingsorganisaties als DARPA in de Verenigde Staten[2].

[1] Zie een publicatie van Anne Marie Knott In Harvard Business Review 2014: https://hbr.org/2014/12/what-the-two-most-innovation-friendly-states-have-in-common?utm_campaign=Socialflow&utm_source=Socialflow&utm_medium=Tweet

[2] zie mijn blogpost ‘Geen kleinere maar een sterkere overheid’ van 23 oktober 2014.

Leidt R&D tot innovatie?

12 Nov
Afbeelding 1

Afbeelding 1

Tussen de investeringen van een bedrijf in R&D en het innovatieve gehalte van dat bedrijf bestaat géén statistisch verband is (afbeelding 1). Evenmin is er een relatie tussen de investeringen in R&D en de financiële resultaten van bedrijven, de omzet, de winst en de aandeelhouderswaarde[1].

Mag je dan stellen dat de investeringen in R&D weggegooid geld zijn? Zeker niet; er is meer onder de zon dan innovatie. Permanente verbetering van de kwaliteit van de geleverde producten en diensten bijvoorbeeld. En ook patenten die verhandeld worden. Omgekeerd, de investeringen van Apple in de ontwikkeling van de iPhone waren relatief beperkt omdat slim gemaakt is gemaakt van bestaand onderzoek van de overheid.

Afbeelding 2

Afbeelding 2

Voor de meeste bedrijven staat de noodzaak van investeren in R&D niet ter discussie. De 1000 bedrijven met de grootste R&D uitgaven geven er wereldwijd jaarlijks $647 miljard aan uit. Dit bedrag is elk jaar toegenomen, zij het minder dan de toename van de omzet (afbeelding 2). De indruk bestaat dat in de Westerse wereld het plafond is bereikt. In China daarentegen was in 2013-2014 sprake van een spectaculaire toename van de uitgaven voor R&D met 40%

Terugblikkend op de afgelopen 10 jaar en vooruitblikkend op de toekomst is een aantal trends zichtbaar:

  1. De uitgaven voor R&D worden selectiever; bedrijven brengen onderzoek meer in lijn met hun innovatiestrategie. R&D medewerkers worden verspreid over het hele bedrijf in plaats van concentratie in speciale onderzoeksafdelingen.
  2. Bedrijven doen steeds meer onderzoek naar latente en manifeste behoeften van consumenten. Klanten en leveranciers worden dan ook steeds vaker bij het ontwikkelingswerk betrollen. R&D krijgt hierdoor steeds minder een technisch karakter. Dit geldt minder voor bedrijven die sterk op technologie zijn gebaseerd: Siemens, Bosch, maar ook Google.
  3. Bedrijven maken steeds meer gebruik van onderzoek van derden (open innovatie). Bedrijven en universiteiten werken samen in pre-competitief onderzoek. Dit gebeurt voor een deel in ‘campussen’. Het bekendste voorbeeld daarvan in Nederland is de High Tech Campus in Eindhoven.
  4. Globalisering gaat vaak samen met ontwikkeling van lokale netwerken van bedrijven en overheden. Het maximaal benutten van het ontwikkelingspotentieel van de regio speelt daarbij een belangrijke rol. Geënt op het voorbeeld van Silicon Valley zijn er in Nederland inmiddels diverse voorbeelden, waarvan Brainport het bekendste is[2].
  5. Bedrijven verwachten dat radicale innovatie in veel gevallen software- en internet-gerelateerd zal zijn en ze investeren hier steeds meer in. Dit geldt niet alleen voor bedrijven als Google, maar ook voor de automotive, aerospace en defensie-industrie. Het gaat dan om zogenaamde cross-overs, het benutten van ontwikkelingen in verschillende sectoren. In Nederland wringt dit enigszins met het topsectorenbeleid dat gericht is op afzonderlijke sectoren.
  6. Bedrijven willen graag samenwerken met wetenschappelijke onderzoekers, maar geven daarbij de voorkeur aan gespecialiseerde instituten als de Duitse ‘Freudental Institute’ en in Nederland TNO. Bedrijven zoeken ook samenwerking met universiteiten. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor persoonlijke contacten met leden van in hun ogen belangrijke onderzoeksgroepen.
  7. De overheid speelt op talrijke gebieden potentieel een belangrijke rol. Het betreft dan investeren in (regionale) netwerken, mogelijk maken van gespecialiseerde onderzoeksinstituten ter versterking van ontwikkelende (regionale) netwerken (missie-gebonden onderzoek), zelf aanschaffen van innovatieve producten, versterking van het technisch onderwijs en universiteiten in staat (blijven) stellen tot het doen van fundamenteel onderzoek.
  8. Op generieke maatregelen, zoals belastingaftrek, zit niemand te wachten. Veel bedrijven vinden het ‘subsidiecircus’ op nationaal en Europees niveau veel te ingewikkeld en tijdrovend.

Bedrijven investeren al tientallen jaren in R&D. Investeren in innovatie is van veel recentere oorsprong. Aanvankelijk dacht men nog lineair: Investeringen in R&D leiden vanzelf tot innovatie. De meeste bedrijven zijn er tegenwoordig van doordrongen dat bij innovatie veel meer komt kijken en zeker niet alleen geld. R&D en innovatie worden daarom steeds beter onderling afgestemd, al is het oude lineaire denken nog lang niet verdwenen. Het navolgende citaat van Steve Jobs toen hij in 1998 werd geïnterviewd door Fortune spreekt boekdelen: Innovation has nothing to do with how many R&D dollars you have. When Apple came up with the Mac, IBM was spending at least 100 times more on R&D. It is not about money. It is about the people you have, how you are led and how much you get it.”

[1] Het volledige rapport “The 2014 Global Innovation 1000 Study” van Strategy& kan worden gedownload. Deze blogpost is deels gebaseerd op dit rapport. Een uitvoerige samenvatting lees je hier: http://shar.es/10PTrj

[2] Onlangs verscheen een nieuw rapport van de AWTI over “Regionale hotspots, broedplaatsen voor innovatie: http://www.awti.nl/upload/documents/publicaties/tekst/Regionale-Hotspots-_-Def.pdf