Vergeet de smart city en bouw de inclusieve stad

Deze blogpost schets de achtergrond van het e-boek ‘De smart city idee’ dat je hier ook kunt downloaden.

Advertenties

Het afgelopen jaar heb ik 24 korte essays (blogposts) geschreven naar aanleiding van ‘de idee’ smart city. Een aantal daarvan is ook in deze blog gepubliceerd. Ik heb deze essays gebundeld in een e-boek. Dat kun je hier gratis downloaden. Wat mag je verwachten?

Smart city idee

Al meer dan 10 jaar is ‘smart’ een ‘leidmotief’ voor de aanpak van stedelijke problemen. Bedrijven als IBM en Cisco, en later ook Apple, Amazon en Google benadrukken al die tijd dat technologie de sleutel is voor de oplossing van stedelijke problemen. Veel stadsbestuurders, ondernemers en jonge starters voelen zich hierdoor aangetrokken. Begrijpelijk, want technologie speelt een rol in de aanpak van verkeersproblemen, de omschakeling naar duurzame brandstof en grondstof en ook in moderne muziek en andere kunstuitingen is zij niet weg te denken.

Maar vanwaar die oogkleppen? Wie focust op technologie als de oplossing voor hedendaagse problemen verliest al vlug de problemen zelf uit het oog en daarmee tevens het tevens feit dat technologie ook een hoop narigheid veroorzaakt en er voor veel problemen andere dan technologische hulpmiddelen nodig zijn.

Waarover maken mensen zich zorgen?

Zo maar wat voorbeelden:

  • Kom ik rond met mijn inkomen?
  • Vind ik een betaalbaar huis?
  • Is er nog werk voor de kinderen?
  • Is de lucht die ik adem nog gezond?
  • Waarom is mijn leidinggevende zo onredelijk?
  • Hoe veilig is het internet?
  • Wie zorgt er straks voor mijn moeder?
  • Kan ik vertrouwen wat ik eet?
  • Ontwikkelingen gaan me allemaal veel te snel
  • Wie heeft het eigenlijk voor het zeggen
  • Breekt er een wereldoorlog uit?
  • Vind mijn kind het leuk om naar school te gaan
  • Blijft het gezellig in de buurt?
  • Wie kan ik nog vertrouwen?
  • Mag ik nog wel zeggen wat ik denk?
  • Is het nog wel veilig in ons land?
  • Hoe gaat het met het milieu?
  • Waarom zijn topmanagers van die schrapers?

Vier categorieën

Het heeft mij erg geholpen om deze problemen te herleiden tot vier categorieën:

  • Bedreiging van basisbehoeften,
  • Plundering van de aarde,
  • Onrecht
  • Explosie van informatie.

Wat mooi is, elk van deze categorieën verwijst ook naar kernwaarden die in onderlinge samenhang de kwaliteit van het leven in een land en het geluk van zijn bewoners kunnen vergroten.

Inclusive growth groot

Kernwaarden:

Welzijn

De bevredig van onze basisbehoeften als levensonderhoud, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, sociale contacten en ontplooiing. Hier is valt nog heel wat te verbeteren.

Duurzame welvaart:

De aarde bevat alle ingrediënten voor een gezond en zelfs welvarend leven voor ons en ons nageslacht tot in een verre toekomst. Het vereist een circulaire economie die is gebaseerd op hergebruik van hulpbronnen, het uitbannen van CO2-uitstoot en een minder materialistische instelling. Het bewustzijn groeit, te doen is er nog veel.

Rechtvaardigheid

Het feit dat we met anderen samenleven voorziet in een vitale levensbehoefte, of het nu om een partner, familie, de straat, de stad of het land gaat. Of deze behoefte bevredigd wordt, hangt af van de acceptatie van gelijkwaardigheid, de acceptatie van verscheidenheid en de balans tussen geven en nemen. Ook hier moet de mensheid nog veel leren.

Digitale connectiviteit 

Net als alle vormen van techniek is informatisering is behalve een middel bij de realisering van de andere kernwaarden ook een waarde op zich. ICT voegt een nieuwe dimensie toe aan menselijke creativiteit en inventiviteit en kan de kwaliteit van ons leven verbeteren. De deugden van digitale connectiviteit mogen echter niet door bepaalde groepen worden toegeëigend. Aan het voorkomen hiervan kunnen interoperabiliteit, ‘edgeless computing’, ‘blockchain’ en het gebruik van open software, standaarden en data een bijdrage leveren.

De vier kernwaarden kunnen onderling op gespannen voet staan, maar elkaar ook versterken. In dat laatste geval is er sprake van wat ik inclusieve groei noem. Hierin zie ik de overkoepelende opgave voor gemeentelijke overheden.

In elk van de 24 korte essays is er wel sprake van een raakvlak tussen bovenstaande waarden. Steeds met de ‘smart city idee’ als uitgangspunt. Soms politiserend, bijvoorbeeld als het gaat om de manier waarop de grote technologiebedrijven de besturing van de samenleving overnemen. Maar ook anekdotisch als het gaat om de realisering van smart cities in de praktijk zoals PlanIT Valley nabij Porto. En ook heel praktisch, bijvoorbeeld in de opstellen over circulaire bouw, elektriciteit-opwekkende ramen en de opslag van energie.

Charter voor inclusieve groei

In het laatste essay stel ik voor om de idee smart te vervangen door inclusieve groei. Om concreter te worden over wat dat betekent, heb ik een charter opgesteld dat elke stad of regio in de wereld kan gebruiken. Ik herken de aanzet daartoe nu al in het beleid van een aantal steden, zoals Barcelona, Amsterdam, Kopenhagen, Melbourne en Seoul. Deze en alle andere hebben echter nog een lange weg te gaan. Aan iedereen die zich daarvoor inzet, draag ik dit boek op.

Amsterdam: slimmer dan smart

Het streven naar inclusieve groei is een veel betere typering voor het stedelijk beleid van Amsterdam dan de marketing slogan smart city.

I Amsterdam

Sinds november 2016 ben ik curator van Amsterdam Smart City. Over de zin en onzin van smart heb ik het nodige geschreven[1]. Maar hoe smart is Amsterdam[2] eigenlijk? Nu het WeMakeTheCity Festival[3] nadert, geef ik hieronder een antwoord op deze vraag.

Amsterdam Smart City

Amsterdam Smart City (ASC) ziet zichzelf als innovatieplatform voor een toekomstbestendige stad. Op dit platform opereert een snelgroeiende gemeenschap van 400 organisaties en meer dan 5000 personen, waaronder veel startups[4]. Binnen deze gemeenschap wordt een groot aantal projecten uitgevoerd, waaronder Circular Amsterdam[5] en City-zen[6].

ASC heeft nauwe banden met de Amsterdam Economic Board, een stichting die samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden tot stand brengt. Uit de strategie van Amsterdam Economic Board en die van ASC in het bijzonder blijkt een sterke voorkeur voor bottom-up ontwikkeling van stedelijk beleid.

website ASC

Open data

Het concept smart city verwijst naar het gebruik van data en de inzet van technologie in stedelijk beleid[7]. Amsterdam is een voorbeeld voor menige andere stad op het gebied van open data. Uitgangspunten zijn toegankelijkheid, interoperabiliteit en transparantie van data en de bescherming van privacy van de bewoners.

Het Open data for transport and mobilityprogramma won de Green Digital City Award in 2012 op de Smart City Expo in Barcelona[8]. Via dit programma stelt de gemeente alle gegevens met betrekking tot verkeer en vervoer ter beschikking aan derden, onder het motto We the data, you the apps.

Vanaf 2015 zijn gegevens over verkeer en vervoer, openbare ruimte, gebouwen, gezondheidszorg, milieu, vergunningen en vele andere te vinden op de portal Stadsgegevens[9]. Deze is gemaakt met open software en de broncode is voor iedereen beschikbaar[10]. Om datagebruik te bevorderen, werkt Amsterdam samen met bedrijven en (kennis)instellingen in een datalab[11].

Een indrukwekkend product, gemaakt met deze gegevens, is de Energie Atlas, die alle informatie bevat om energieplannen te maken op buurt- en wijkniveau[12]. Ook met deze atlas wil de gemeente zoveel mogelijk initiatieven van onderop stimuleren.

Wat is een smart city?

Criteria om te beoordelen wanneer een stad smart mag heten bestaan niet. Met andere woorden, elke stad kan zich smart noemen. Als dat gebeurt, komt het initiatief meestal van de marketingafdeling. In een recent artikel[13] heb ik drie typen smart cities onderscheiden.

Smart City 1.0 streeft naar hoogwaardige technologische infrastructuur, die naadloos computers, sensoren, apparaten en mogelijk ook mensen met elkaar verbindt. Het gebruik van technologie wordt doorgaans achteraf gerechtvaardigd met een verwijzing naar de bijdrage ervan aan de aanpak van stedelijke problemen[14].

In Smart City 2.0 staat de aanpak van stedelijke problemen centraal en er is een open oog voor het gebruik van hoogwaardige technologische hulpmiddelen daarbij. De prioriteiten zijn meestal anders dan in het geval van Smart City 1.0.

Smart City 3.0 bevordert initiatieven van burgers (individueel, in een buurt of als onderdeel van een netwerk), bedrijven en (kennis)instellingen. Het stadsbestuur faciliteert het gebruik van ICT en creëert de benodigde infrastructuur.

Hoe smart is Amsterdam?

Amsterdam is geen voorbeeld van Smart City 1.0. De aanleg van een omvattende digitale infrastructuur, inclusief sensornetwerken, speelt geen dominante rol. Het predicaat Smart City 2.0 komt ook niet in aanmerking: Bij het omgaan met stedelijke problemen speelt informatie- en communicatietechnologie een rol, maar komt daarbij zeker niet in de eerste plaats.

Ik zie veel aanwijzingen dat Amsterdam zich ontwikkelt in de richting van Smart City 3.0. Het belangrijkste ijzer in het vuur daarbij is de samenwerking tussen bedrijven, instellingen en overheid, aangemoedigd door de Amsterdam Economic Board en de Amsterdam Smart City-community.

Er is echter nog veel te doen: Veel projecten zoals de Virtual Powerplant bevinden zich in een eerste fase of zijn ‘pilots’, zonder onmiddellijke follow-up. Meer aandacht is ook vereist voor open en kritische evaluatie van projecten. Ten slotte leeft het idee van de smart city slechts in beperkte mate onder de bevolking[15].

Maak kennis met een van deze projecten, de virtuele elektriciteitscentrale:

Amsterdam: slimmer dan smart

Beoordelen in hoeverre Amsterdam een smart city is, geeft een onbevredigend gevoel. De focus op de rol van technologie leidt af van zo veel andere initiatieven – samengevat in vijf grootstedelijke uitdagingen – waarmee Amsterdam zich onderscheidt.

screenshot

Ik sta – ter illustratie – bij enkele van deze initiatieven stil.

Duurzaamheid

De Duurzaamheidsagenda (hieronder) werd in 2015 vastgesteld als vertrekpunt voor het nieuwe college van burgemeester en wethouders[16]. Het ziet ernaar uit dat het net nieuw aangetreden gemeentebestuur aan de uitvoering daarvan de hoogste prioriteit toekent.

screenshot 2

Vanwege zijn inspanningen op het gebied van energiebesparing (en het gebruik van open data daarbij) behoorde de gemeente – samen met Reijka en Valencia – tot de finalisten van de Green Digital Charter Award, uiteindelijk gewonnen door Reijka[17].

Energietransitie

Als onderdeel van het City-zen-project is onlangs een ‘roadmap’ gepresenteerd voor de transitie naar duurzame energie, als alternatief voor het gebruik van fossiele brandstoffen[18]. Verwacht wordt dat de grootstedelijke regio in 2040 geen CO2-uitstoot meer zal hebben en aan haar eigen energiebehoefte kan voldoen.

Ontwikkeling van een circulaire economie

Circular AmsterdamIn 2015 heeft de gemeente Amsterdam de basis gelegd voor de ontwikkeling van een circulaire economie, vastgelegd in de nota Amsterdam Circular: Vision and roadmap for the city and region[19]. Op basis hiervan zijn tientallen projecten gestart, zij het meestal op kleine schaal. Alle projecten zijn in 2017 beoordeeld. Het rapport Amsterdam Circular: Evaluation and action perspectives[20] concludeerde dat een circulaire economie een realistisch perspectief is.  Amsterdam heeft voor deze aanpak – met accent op kleinschalige initiatieven – tevens de World smart city award for circular economy gewonnen. Ondertussen zijn de eerste resultaten op het gebied van circulaire constructie zichtbaar. In een aantal procedures hebben circulaire uitgangspunten een belangrijke rol gespeeld[21].

Mobiliteit

Amsterdam stimuleert fietsen en heeft een uitstekend openbaar vervoer. Dit maakt uitgebreid gebruik van ICT om klanten te informeren en bedrijfsprocessen te optimaliseren. Met het Smart Mobility-programma wil de gemeente de bijdrage van (informatie-) technologie aan de aanpak van verkeersproblemen versterken. Een substantiële doorbraak van digitale technologie in de oplossing van mobiliteitsproblemen wordt echter waarschijnlijk alleen bereikt met de komst van autonome auto’s.

De Amsterdam Economic Board heeft voorgesteld om te kiezen voor inclusieve groei als overkoepelend thema. Ik vind dat een verstandige keus. Vrijwel overal ter wereld gaan economische groei en innovatie gepaard met een aantasting van de natuur en groeiende sociale ongelijkheid (‘The winner takes all’)[22]. Een betere balans is dan ook nodig. Dit geldt ook voor Amsterdam [23].

Amsterdam all-inclusive

Elders heb ik inclusive groei omschreven als het samengaan van vier perspectieven op ontwikkeling: welzijn, welvaart, rechtvaardigheid en digitale connectiviteit[24]. Het onderstaande ‘charter’ kan daarbij richting geven.

screenshot 3

Een laatste vraag is wanneer inclusieve groei als doel is bereikt. Misschien is het antwoord op deze vraag wel ‘nooit’. Belangrijker is om stippen op de horizon te plaatsen. Zodra deze zijn bereikt, zal een nieuwe generatie opnieuw stippen zetten, uitgaande van eigen inzichten en prioriteiten. En dat is maar goed ook.

[1]  Deze posts zijn te vinden op  www.smartcityhub.com

[2]  Als ik het over Amsterdam heb, bedoel ik de ‘metropool regio’, het samenwerkingsverband tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland, de vervoersregio en 33 gemeenten in het noordelijke deel van de Randstad. Als het over ‘de stad Amsterdam’ gaat, gebruik ik de term gemeente.

[3]https://wemakethe.city/nl/

[4]https://amsterdamsmartcity.com/partners

[5]https://amsterdamsmartcity.com/circularamsterdam

[6]http://www.cityzen-smartcity.eu/nl/home-nl/amsterdam/

[7]http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/10630732.2014.942092

[8]http://www.greendigitalcharter.eu/amsterdam-wins-smart-city-world-congress-award

[9]https://data.amsterdam.nl/#?mpb=topografie&mpz=11&mpv=52.3731081:4.8932945&pgn=home

[10]http://www.greendigitalcharter.eu/amsterdam-opens-its-city-data-platform

[11]https://www.europeandataportal.eu/sites/default/files/edp_analytical_report_n4_-_open_data_in_cities_v1.0_final.pdf

[12]https://maps.amsterdam.nl

[13]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-beyond-technology-push/

[14]http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604813.2014.906716

[15]https://www.eli5.io/blog/smart-city-citizens

[16]https://www.google.nl/search?client=safari&rls=en&q=duurzaam+amsterdam+pdf&ie=UTF-8&oe=UTF-8&gfe_rd=cr&dcr=0&ei=q1RkWpKEIIzH8AfZs6iQCA

[17]http://www.eurocities.eu/eurocities/allcontent/Amsterdam-region-Rijeka-and-Valencia-finalists-for-the-2016-GDC-Award-Promoting-open-and-interoperable-solutions-WSPO-AHRKGT

[18]http://www.eurocities.eu/eurocities/allcontent/Amsterdam-region-Rijeka-and-Valencia-finalists-for-the-2016-GDC-Award-Promoting-open-and-interoperable-solutions-WSPO-AHRKGT

[19] https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/publicaties-duurzaam/amsterdam-circulair-1/

[20]http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-building-the-long-way-to-a-circular-economy/

[21]https://wp.me/p32hqY-1Ei

[22]http://smartcityhub.com/governance-economy/does-smartification-keep-de-urbanization-at-arms-length/

[23]Duncan McLaren & Julian Agyeman: Sharing Cities: A case for truly smart and sustainable cities, MIT Press, Cambridge Mass. 2015

[24]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/beyond-the-smart-city/

De Inclusive Development Index – wereldwijd bekeken

Op het gebied van inclusieve groei zijn de verschillen tussen De VS, Russische Federatie en China kleiner dan op het gen=bied van BNP per hoofd van de bevolking

Enige tijd geleden heb ik twee blogposts gewijd aan de Inclusive Development Index (ID-index), een alternatieve maatstaf voor het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking. Ik heb laten zien dat landen soms heel uiteenlopend scoren op beide indicatoren[1]. Ook besprak ik maatregelen waarmee landen hun ID-scores kunnen verbeteren[2]. In beide posts beperkte ik me tot de ontwikkelde landen. Dat komt omdat het World Economic Forum voor ontwikkelde en ontwikkelende landen hier en daar andere indicatoren heeft gebruikt. De verschillen zijn echter te gering om van een vergelijking af te zien. Enige terughoudendheid blijft gewenst en daarom zijn de scores op de ID-index van de groep ontwikkelende landen rood gemarkeerd.

Globaal tabel

In het navolgende benoem ik enkele opmerkelijke verschillen tussen landen in de bovenstaande tabel.

De Scandinavische landen nemen topposities in, net als in de berekening van de Sustainable Growth Index, die ik in een andere post heb besproken[3]. In deze landen hebben economische groei, sociaal beleid en duurzaamheid hoge prioriteit, wat niet wil zeggen dat alles volmaakt is. Zeker Nederland kan op het gebied van duurzaamheid een slag maken.

Een andere interessante groep zijn de VS, de Russische Federatie en China. Wat hun plaatsing op de ID-index ontlopen deze landen elkaar weinig, maar de VS hebben een veel krachtiger economische motor. De gerichtheid binnen dit land op economische groei en ondernemerschap en de fabuleuze rijkdom van een deel van de bevolking staan in schril contrast tot armoede, lage inkomens voor de arbeidende bevolking, matige sociale voorzieningen, kosten voor de gezondheidszorg, kwaliteit van het onderwijs en gebrek aan duurzaamheid. In al deze opzichten lijkt China wel op de VS, maar in China is een duidelijke opwaartse lijn zichtbaar. Ook de Russische federatie kent een rijke bovenlaag, maar er is – verhoudingsgewijs – minder armoede. Het belangrijkste verschil met de VS in het nadeel van de Russische Federatie zijn de tekortschietende financieringsmogelijkheden voor startende ondernemers. Ook China steekt hier de Russische federatie de loef af.

images-8

Interessant is ook de vergelijking tussen Argentinië en Brazilië. In economisch opzicht ontlopen deze landen elkaar niet veel. Argentinië kent minder grote sociale verschillen, heeft een progressief belastingsysteem, goede basisvoorzieningen op het gebied van gezondheidszorg en inkomen en scoort ook beter op het gebied van duurzaamheid. In beide landen is het starten van een onderneming lastig en teelt de corruptie wierig.

Japan valt op door het grote verschil tussen bruto nationaal product per capita en ID-index. Tegenover de kwaliteit van het onderwijs, de gezondheid van de bevolking en de relatief lage concentratie van rijkdom in de handen van enkelen, staat een aantal zorgelijke kenmerken: vermindering van de omvang van het ‘actieve’ deel van de bevolking, lage participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt mede door kosten van kinderopvang, relatief veel armen, weinig prikkels voor ondernemerschap, alsmede gebrek duurzaamheid. Indonesië scoort met name op het laatste punt beter, waardoor de ID-coëfficiënt vergelijkbaar is met die van Japan, ondanks het veel lagere bruto nationaal product per capita.

images-6Geen enkel land kan zich erop beroepen de hoogst mogelijk bereikbare ID-index te hebben gerealiseerd. In veel landen (ook in Europa, zelfs Noorwegen) kan de kwaliteit van het onderwijs – in de zin van gerichtheid op de toekomst – beter. Veel landen (wederom ook Noorwegen) kunnen de faciliteiten voor startups verbeteren. Andere landen kennen grote sociale ongelijkheid, veel armoede en een hoog percentage jeugdwerkloosheid. Voor andere landen, zeker ook Nederland, is er nog een lange weg te gaan op het gebied van duurzaamheid en het veilig stellen van welvaartsbronnen voor toekomstige generaties.

[1] Geen economische groei, maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[2] Hoe realiseert een land inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-11Q

[3] De score van Nederland op de ID-index verschilt echter wezenlijk van die op de Global sustainability index. Hier staat Nederland op plaats 23! Zie hiervoor mijn blogpost ‘Welvaart zonder bijsmaak’ (http://wp.me/p32hqY-Va). Dit heeft te maken met het feit dat de duurzaamheid, inclusief roofbouw op de welvaart van toekomstige generaties in de Global sustainability index zwaarder wegen dan in de ID-index. Op de laatstgenoemde tellen gezondheidszorg, onderwijs, sociale gelijkheid, ondernemerschap en een reeks andere factoren sterker mee bij de berekening van het eindresultaat.

Hoe realiseert een land inclusieve ontwikkeling?

Inclusieve ontwikkeling is verreweg te prefereren boven beleid dat alleen economische groei nastreeft. Voor dit doel moet een land op 15 punten scoren.

In een eerdere blogpost beschreef ik de contouren van de Inclusive Development Index (ID-index)[1], een alternatief voor het bruto nationaal product per capita[2]. Deze nieuwe index houdt rekening met de negatieve effecten van de wijze waarop een land economische groei realiseert. De VS staan op de 10de plaats als het om het bruto nationaal product gaat, maar het land zakt naar de 27ste plaats op de ID-index.

Hoe realiseert een land stijging op de ID-index?

Het Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum presenteert een beleidskader bestaande uit 15 Policy and institutional Indicators (PII’s), verspreid over 7 pijlers die eraan bijdragen dat economische groei een inclusief karakter krijgt. Ik bespreek deze hieronder in het kort[3]. De onderstaande figuur toont hun samenhang.

screenshot-4

Pijler 1: Onderwijs en vaardigheden

  1. De beschikbaarheid voor een ieder van opleidings- en trainingsmogelijkheden in overeenstemming met zijn of haar potenties.
  2. Kwalitatief hoogwaardig onderwijs met betrekking tot de effectiviteit van het leren, de beschikbare (IC-)faciliteiten dat is afgestemd met het afnemende veld en aan internationale normen voldoet.
  3. Gelijke ontplooiingsmogelijkheden en kansen op voltooiing van de opleiding voor alle leerlingen en studenten, ongeacht hun achtergrond.

Pijler 2: Diensten en infrastructuur

  1. Toegankelijkheid via (spoor)wegen, beschikbaarheid van nuts- en ICT-voorzieningen en kwalitatief goede huisvesting voor brede lagen van de bevolking.
  2. Bereikbaarheid en betaalbaarheid van gezondheidszorg, aanwezigheid drinkwater en afvalverwerking, voorkomen ondervoeding, gelijke levensverwachting van mannen en vrouwen.

Pijler 3: Tegengaan van corruptie en trustvorming

  1. Integriteit van politici, ondernemers, overheidsdiensten (belastingdienst) en rechterlijke macht.
  2. Tegengaan van machtsconcentratie die initiatieven van zelfstandigen en startups bedreigen.

Pijler 4: Financiering van investeringen

  1. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van financieringsmogelijkheden voor ondernemers en startups en initiatieven vanuit het armste deel van de bevolking.
  2. Stimuleren van investeringen in de reële economie in plaats van speculatieve investeringen in onroerend goed en financiële producten.

Pijler 5: Ondernemerschap en bezit van activa

  1. Maximaal faciliteren van starten van nieuwe bedrijven.
  2. Stimuleren en bescherming van bezitsvorming in brede lagen van de samenleving, inclusief pensioenopbouw.

Pijler 6: Werkgelegenheid en beloning

  1. Beschikbaarheid van uitdagende banen voor de hele bevolking, inclusief sociale mobiliteit en bescherming van tijdelijk en flexwerk.
  2. Een solide en transparant beloningssysteem (in geld en natura) zonder ongemotiveerde inkomensverschillen met afdoende mate van ontslagbescherming en adequate behartiging van belangen van arbeidende bevolking.

Pijler 7: Belastingen en uitkeringen

  1. Een belastingstelsel dat inkomensverschillen beperkt zonder het groeipotentieel van de economie aan te tasten.
  2. De beschikbaarheid van uitkeringen om personen zonder inkomsten uit arbeid in staat te stellen menswaardig te leven.

In mijn eerdere post over inclusieve ontwikkeling vergeleek ik de ID-index van Noorwegen, Nederland en de VS. Het onderstaande overzicht toont hoe elk van deze drie landen scoort op de 15 genoemde Policy and institutional Indicators (PII’s). Donker- en lichtgroen betekenen (hoog) bovengemiddeld, geel betekent gemiddeld en oranje en rood betekenen beneden en ver beneden het gemiddelde van de 27 rijke landen.

pii-1

pii-2

Door gericht beleid op een of meer van de hiervoor genoemde policy and institutional indicators kan elk van deze drie landen een hogere score op de ID-index realiseren.

  • Nederland en Noorwegen scoren in vergelijking met de VS hoog op het gebied van onderwijs. Maar in de VS en ook in Nederland kan beleid gericht op gelijke kansen voor alle jongeren worden versterkt (3).
  • De gezondheidszorg in de VS scoort matig, maar ook Nederland zou beter moeten kunnen scoren, bijvoorbeeld door wachtlijsten terug te dringen (5).
  • Op het gebied van ethisch handelen in politiek en bedrijfsleven loopt de VS in vergelijking met Noorwegen en in iets mindere mate in vergelijking met Nederland duidelijk achter (6).
  • Opvallend zijn de matige scores van zowel Nederland als de VS als het gaat om investeringen in de reële economie in verhouding tot speculatieve investeringen (9). Noorwegen doet het in dit opzicht zeer goed.
  • Ook ondernemerschap én startups worden in Nederland en de VS goed gefaciliteerd (10). Hier valt er voor Noorwegen nog wel wat te verbeteren.
  • Nederland en Noorwegen hebben een goed, resp. uitstekend arbeidsmarktbeleid (12). De VS scoort nier ronduit slecht.
  • Nederland heeft net als Noorwegen een uitstekend sociaal vangnet (15), maar het belastingsysteem kan nog wel een tandje bijzetten als het om het verminderen van inkomens- en vermogensverschillen gaat (14), zelfs ten opzichte van de VS.

[1]Het Inclusive growth and Development Report 2017 kan hier worden gedownload. Via deze website kunnen uitgebreide landenprofielen worden aangemaakt.: http://reports.weforum.org/inclusive-growth-and-development-report-2017/

[2] Geen economische groei maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[3] Elk van de 15 subdomeinen is een composiet-index. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de variabelen binnen elk subdomein: blz. 97 en volgende van het rapport. De online versie van het rapport bevat alle waarden voor alle variabelen per land.

Groei moet, maar dan wel inclusief

Bij de presentatie van de Global Competitiveness Index (GCI) 2014-2015 heeft het World Economic Forum (WEF) een poging gedaan om de duurzaamheid van afzonderlijke landen in sociaal opzicht en met betrekking tot de omgeving te verbinden met hun concurrentiekracht. Het inzichtelijk willen maken van de (negatieve) bijwerking van economische groei is zeer terecht. Op de uitvoering ervan heb ik in mijn vorige blogpost commentaar gegeven.

Ik heb het gevoel dat het WEF zelf ook van mening is dat een doodlopende weg is ingeslagen met de berekening van een sustainability-adjusted GCI. Al enige tijd geleden is gestart met een nieuw project, namelijk inclusieve groei. In Nederland wordt gediscussieerd over een breed welvaartsbegrip. Beide begrippen zijn sterk verwant.

Naar de mening van het WEF dienen alle inwoners van een land baat te hebben van economische groei. Deze dient zich bovendien over een lange periode uit te strekken en alle sectoren van de economie te omvatten. Onderstaande figuur toont de 7 pijlers waarop inclusieve groei rust[1]. Elke pijler is bestaat uit twee à drie groepen van indicatoren, 140 in totaal.

Samenleving - competitiveness 5

Van 112 landen is een landenprofiel opgemaakt. Dit maakt een gefundeerd oordeel mogelijk over het inclusieve karakter van de groei van dat land. De onderstaande afbeelding geeft het profiel van Nederland weer.

Samenleving - inclusive growth Netherlands

Voor elk van de zeven pijlers (en hun componenten) is een score berekend, variërend van 0 – 7.

  • De kleur van de blaadjes is een indicatie van de score van een land binnen een van de vier groepen van landen die onderscheiden zijn op basis van hun inkomen. Binnen elke groep staat donker groen voor een hoge score en donderrood voor een lage.
  • De grootte van de blaadjes geeft de absolute score weer. Hierdoor is vergelijking mogelijk tussen alle landen.

Uit het profiel van Nederland kan in een opslag worden gezien dat het met de toegankelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs, met spreiding van eigendom en ondernemerschap, (asset building) en met voorzieningen op het gebied van verkeer, transport en gezondheidszorg (basic services) wel goed zit. Verbetering is mogelijk in de wijze waarop banken fungeren als financiers van economische activiteiten (financial intermediation of real economy investment) en in de herverdelende rol van het belastingstelsel (fiscal transfers).

Samenleving - inclusive growth 2

De afbeelding hierboven geeft een beeld van de mate van inclusieve groei in de 30 meest welvarende landen. Enkele zaken vallen op:

  • In alle landen zijn verbeteringen mogelijk. Landen die het ideaal van inclusieve groei het dichtst benaderen zijn: Australië, Canada, Finland, Noorwegen en Zwitserland (uit de groep meest ontwikkelde landen) en Hongarije, Maleisië en Mauritius (uit de groep landen met bovengemiddelde inkomens).
  • Economische groei hoeft niet in strijd te zijn met inclusieve groei
  • Omvangrijke belastingafdracht gaat niet ten koste van economische groei, maar is niet het meest effectieve middel om inclusieve groei te bereiken.

Wat de validiteit van de rekening betreft: De mate van inclusieve groei van een land wordt niet in één index uitgedrukt en er is ook geen rating gemaakt. Landen met hoge scores betreuren dit wellicht. De manier waarop de gegevens worden gepresenteerd maakt daarentegen een inhoudelijke beoordeling mogelijk van die landen op de hoofdpijlers en zelfs onderdelen daarvan. De betrokken landen kunnen de uitkomsten van deze analyse gebruiken bij hun beleid.

[1] De berekening van de mate waarin een reeks landen waarvoor cijfers beschikbaar waren (112) zijn te vinden in het Inclusive Growth and Development Report, dat hier gedownload kan worden. http://reports.weforum.org/inclusive-growth-report-2015/