Tag Archives: Inclusieve groei

De Inclusive Development Index – wereldwijd bekeken

22 Apr

Enige tijd geleden heb ik twee blogposts gewijd aan de Inclusive Development Index (ID-index), een alternatieve maatstaf voor het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking. Ik heb laten zien dat landen soms heel uiteenlopend scoren op beide indicatoren[1]. Ook besprak ik maatregelen waarmee landen hun ID-scores kunnen verbeteren[2]. In beide posts beperkte ik me tot de ontwikkelde landen. Dat komt omdat het World Economic Forum voor ontwikkelde en ontwikkelende landen hier en daar andere indicatoren heeft gebruikt. De verschillen zijn echter te gering om van een vergelijking af te zien. Enige terughoudendheid blijft gewenst en daarom zijn de scores op de ID-index van de groep ontwikkelende landen rood gemarkeerd.

Globaal tabel

In het navolgende benoem ik enkele opmerkelijke verschillen tussen landen in de bovenstaande tabel.

De Scandinavische landen nemen topposities in, net als in de berekening van de Sustainable Growth Index, die ik in een andere post heb besproken[3]. In deze landen hebben economische groei, sociaal beleid en duurzaamheid hoge prioriteit, wat niet wil zeggen dat alles volmaakt is. Zeker Nederland kan op het gebied van duurzaamheid een slag maken.

Een andere interessante groep zijn de VS, de Russische Federatie en China. Wat hun plaatsing op de ID-index ontlopen deze landen elkaar weinig, maar de VS hebben een veel krachtiger economische motor. De gerichtheid binnen dit land op economische groei en ondernemerschap en de fabuleuze rijkdom van een deel van de bevolking staan in schril contrast tot armoede, lage inkomens voor de arbeidende bevolking, matige sociale voorzieningen, kosten voor de gezondheidszorg, kwaliteit van het onderwijs en gebrek aan duurzaamheid. In al deze opzichten lijkt China wel op de VS, maar in China is een duidelijke opwaartse lijn zichtbaar. Ook de Russische federatie kent een rijke bovenlaag, maar er is – verhoudingsgewijs – minder armoede. Het belangrijkste verschil met de VS in het nadeel van de Russische Federatie zijn de tekortschietende financieringsmogelijkheden voor startende ondernemers. Ook China steekt hier de Russische federatie de loef af.

images-8

Interessant is ook de vergelijking tussen Argentinië en Brazilië. In economisch opzicht ontlopen deze landen elkaar niet veel. Argentinië kent minder grote sociale verschillen, heeft een progressief belastingsysteem, goede basisvoorzieningen op het gebied van gezondheidszorg en inkomen en scoort ook beter op het gebied van duurzaamheid. In beide landen is het starten van een onderneming lastig en teelt de corruptie wierig.

Japan valt op door het grote verschil tussen bruto nationaal product per capita en ID-index. Tegenover de kwaliteit van het onderwijs, de gezondheid van de bevolking en de relatief lage concentratie van rijkdom in de handen van enkelen, staat een aantal zorgelijke kenmerken: vermindering van de omvang van het ‘actieve’ deel van de bevolking, lage participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt mede door kosten van kinderopvang, relatief veel armen, weinig prikkels voor ondernemerschap, alsmede gebrek duurzaamheid. Indonesië scoort met name op het laatste punt beter, waardoor de ID-coëfficiënt vergelijkbaar is met die van Japan, ondanks het veel lagere bruto nationaal product per capita.

images-6Geen enkel land kan zich erop beroepen de hoogst mogelijk bereikbare ID-index te hebben gerealiseerd. In veel landen (ook in Europa, zelfs Noorwegen) kan de kwaliteit van het onderwijs – in de zin van gerichtheid op de toekomst – beter. Veel landen (wederom ook Noorwegen) kunnen de faciliteiten voor startups verbeteren. Andere landen kennen grote sociale ongelijkheid, veel armoede en een hoog percentage jeugdwerkloosheid. Voor andere landen, zeker ook Nederland, is er nog een lange weg te gaan op het gebied van duurzaamheid en het veilig stellen van welvaartsbronnen voor toekomstige generaties.

[1] Geen economische groei, maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[2] Hoe realiseert een land inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-11Q

[3] De score van Nederland op de ID-index verschilt echter wezenlijk van die op de Global sustainability index. Hier staat Nederland op plaats 23! Zie hiervoor mijn blogpost ‘Welvaart zonder bijsmaak’ (http://wp.me/p32hqY-Va). Dit heeft te maken met het feit dat de duurzaamheid, inclusief roofbouw op de welvaart van toekomstige generaties in de Global sustainability index zwaarder wegen dan in de ID-index. Op de laatstgenoemde tellen gezondheidszorg, onderwijs, sociale gelijkheid, ondernemerschap en een reeks andere factoren sterker mee bij de berekening van het eindresultaat.

Advertenties

Hoe realiseert een land inclusieve ontwikkeling?

24 Feb

In een eerdere blogpost beschreef ik de contouren van de Inclusive Development Index (ID-index)[1], een alternatief voor het bruto nationaal product per capita[2]. Deze nieuwe index houdt rekening met de negatieve effecten van de wijze waarop een land economische groei realiseert. De VS staan op de 10de plaats als het om het bruto nationaal product gaat, maar het land zakt naar de 27ste plaats op de ID-index.

Hoe realiseert een land stijging op de ID-index?

Het Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum presenteert een beleidskader bestaande uit 15 Policy and institutional Indicators (PII’s), verspreid over 7 pijlers die eraan bijdragen dat economische groei een inclusief karakter krijgt. Ik bespreek deze hieronder in het kort[3]. De onderstaande figuur toont hun samenhang.

screenshot-4

Pijler 1: Onderwijs en vaardigheden

  1. De beschikbaarheid voor een ieder van opleidings- en trainingsmogelijkheden in overeenstemming met zijn of haar potenties.
  2. Kwalitatief hoogwaardig onderwijs met betrekking tot de effectiviteit van het leren, de beschikbare (IC-)faciliteiten dat is afgestemd met het afnemende veld en aan internationale normen voldoet.
  3. Gelijke ontplooiingsmogelijkheden en kansen op voltooiing van de opleiding voor alle leerlingen en studenten, ongeacht hun achtergrond.

Pijler 2: Diensten en infrastructuur

  1. Toegankelijkheid via (spoor)wegen, beschikbaarheid van nuts- en ICT-voorzieningen en kwalitatief goede huisvesting voor brede lagen van de bevolking.
  2. Bereikbaarheid en betaalbaarheid van gezondheidszorg, aanwezigheid drinkwater en afvalverwerking, voorkomen ondervoeding, gelijke levensverwachting van mannen en vrouwen.

Pijler 3: Tegengaan van corruptie en trustvorming

  1. Integriteit van politici, ondernemers, overheidsdiensten (belastingdienst) en rechterlijke macht.
  2. Tegengaan van machtsconcentratie die initiatieven van zelfstandigen en startups bedreigen.

Pijler 4: Financiering van investeringen

  1. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van financieringsmogelijkheden voor ondernemers en startups en initiatieven vanuit het armste deel van de bevolking.
  2. Stimuleren van investeringen in de reële economie in plaats van speculatieve investeringen in onroerend goed en financiële producten.

Pijler 5: Ondernemerschap en bezit van activa

  1. Maximaal faciliteren van starten van nieuwe bedrijven.
  2. Stimuleren en bescherming van bezitsvorming in brede lagen van de samenleving, inclusief pensioenopbouw.

Pijler 6: Werkgelegenheid en beloning

  1. Beschikbaarheid van uitdagende banen voor de hele bevolking, inclusief sociale mobiliteit en bescherming van tijdelijk en flexwerk.
  2. Een solide en transparant beloningssysteem (in geld en natura) zonder ongemotiveerde inkomensverschillen met afdoende mate van ontslagbescherming en adequate behartiging van belangen van arbeidende bevolking.

Pijler 7: Belastingen en uitkeringen

  1. Een belastingstelsel dat inkomensverschillen beperkt zonder het groeipotentieel van de economie aan te tasten.
  2. De beschikbaarheid van uitkeringen om personen zonder inkomsten uit arbeid in staat te stellen menswaardig te leven.

In mijn eerdere post over inclusieve ontwikkeling vergeleek ik de ID-index van Noorwegen, Nederland en de VS. Het onderstaande overzicht toont hoe elk van deze drie landen scoort op de 15 genoemde Policy and institutional Indicators (PII’s). Donker- en lichtgroen betekenen (hoog) bovengemiddeld, geel betekent gemiddeld en oranje en rood betekenen beneden en ver beneden het gemiddelde van de 27 rijke landen.

pii-1

pii-2

Door gericht beleid op een of meer van de hiervoor genoemde policy and institutional indicators kan elk van deze drie landen een hogere score op de ID-index realiseren.

  • Nederland en Noorwegen scoren in vergelijking met de VS hoog op het gebied van onderwijs. Maar in de VS en ook in Nederland kan beleid gericht op gelijke kansen voor alle jongeren worden versterkt (3).
  • De gezondheidszorg in de VS scoort matig, maar ook Nederland zou beter moeten kunnen scoren, bijvoorbeeld door wachtlijsten terug te dringen (5).
  • Op het gebied van ethisch handelen in politiek en bedrijfsleven loopt de VS in vergelijking met Noorwegen en in iets mindere mate in vergelijking met Nederland duidelijk achter (6).
  • Opvallend zijn de matige scores van zowel Nederland als de VS als het gaat om investeringen in de reële economie in verhouding tot speculatieve investeringen (9). Noorwegen doet het in dit opzicht zeer goed.
  • Ook ondernemerschap én startups worden in Nederland en de VS goed gefaciliteerd (10). Hier valt er voor Noorwegen nog wel wat te verbeteren.
  • Nederland en Noorwegen hebben een goed, resp. uitstekend arbeidsmarktbeleid (12). De VS scoort nier ronduit slecht.
  • Nederland heeft net als Noorwegen een uitstekend sociaal vangnet (15), maar het belastingsysteem kan nog wel een tandje bijzetten als het om het verminderen van inkomens- en vermogensverschillen gaat (14), zelfs ten opzichte van de VS.

[1]Het Inclusive growth and Development Report 2017 kan hier worden gedownload. Via deze website kunnen uitgebreide landenprofielen worden aangemaakt.: http://reports.weforum.org/inclusive-growth-and-development-report-2017/

[2] Geen economische groei maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[3] Elk van de 15 subdomeinen is een composiet-index. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de variabelen binnen elk subdomein: blz. 97 en volgende van het rapport. De online versie van het rapport bevat alle waarden voor alle variabelen per land.

Groei moet, maar dan wel inclusief

18 Nov

Bij de presentatie van de Global Competitiveness Index (GCI) 2014-2015 heeft het World Economic Forum (WEF) een poging gedaan om de duurzaamheid van afzonderlijke landen in sociaal opzicht en met betrekking tot de omgeving te verbinden met hun concurrentiekracht. Het inzichtelijk willen maken van de (negatieve) bijwerking van economische groei is zeer terecht. Op de uitvoering ervan heb ik in mijn vorige blogpost commentaar gegeven.

Ik heb het gevoel dat het WEF zelf ook van mening is dat een doodlopende weg is ingeslagen met de berekening van een sustainability-adjusted GCI. Al enige tijd geleden is gestart met een nieuw project, namelijk inclusieve groei. In Nederland wordt gediscussieerd over een breed welvaartsbegrip. Beide begrippen zijn sterk verwant.

Naar de mening van het WEF dienen alle inwoners van een land baat te hebben van economische groei. Deze dient zich bovendien over een lange periode uit te strekken en alle sectoren van de economie te omvatten. Onderstaande figuur toont de 7 pijlers waarop inclusieve groei rust[1]. Elke pijler is bestaat uit twee à drie groepen van indicatoren, 140 in totaal.

Samenleving - competitiveness 5

Van 112 landen is een landenprofiel opgemaakt. Dit maakt een gefundeerd oordeel mogelijk over het inclusieve karakter van de groei van dat land. De onderstaande afbeelding geeft het profiel van Nederland weer.

Samenleving - inclusive growth Netherlands

Voor elk van de zeven pijlers (en hun componenten) is een score berekend, variërend van 0 – 7.

  • De kleur van de blaadjes is een indicatie van de score van een land binnen een van de vier groepen van landen die onderscheiden zijn op basis van hun inkomen. Binnen elke groep staat donker groen voor een hoge score en donderrood voor een lage.
  • De grootte van de blaadjes geeft de absolute score weer. Hierdoor is vergelijking mogelijk tussen alle landen.

Uit het profiel van Nederland kan in een opslag worden gezien dat het met de toegankelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs, met spreiding van eigendom en ondernemerschap, (asset building) en met voorzieningen op het gebied van verkeer, transport en gezondheidszorg (basic services) wel goed zit. Verbetering is mogelijk in de wijze waarop banken fungeren als financiers van economische activiteiten (financial intermediation of real economy investment) en in de herverdelende rol van het belastingstelsel (fiscal transfers).

Samenleving - inclusive growth 2

De afbeelding hierboven geeft een beeld van de mate van inclusieve groei in de 30 meest welvarende landen. Enkele zaken vallen op:

  • In alle landen zijn verbeteringen mogelijk. Landen die het ideaal van inclusieve groei het dichtst benaderen zijn: Australië, Canada, Finland, Noorwegen en Zwitserland (uit de groep meest ontwikkelde landen) en Hongarije, Maleisië en Mauritius (uit de groep landen met bovengemiddelde inkomens).
  • Economische groei hoeft niet in strijd te zijn met inclusieve groei
  • Omvangrijke belastingafdracht gaat niet ten koste van economische groei, maar is niet het meest effectieve middel om inclusieve groei te bereiken.

Wat de validiteit van de rekening betreft: De mate van inclusieve groei van een land wordt niet in één index uitgedrukt en er is ook geen rating gemaakt. Landen met hoge scores betreuren dit wellicht. De manier waarop de gegevens worden gepresenteerd maakt daarentegen een inhoudelijke beoordeling mogelijk van die landen op de hoofdpijlers en zelfs onderdelen daarvan. De betrokken landen kunnen de uitkomsten van deze analyse gebruiken bij hun beleid.

[1] De berekening van de mate waarin een reeks landen waarvoor cijfers beschikbaar waren (112) zijn te vinden in het Inclusive Growth and Development Report, dat hier gedownload kan worden. http://reports.weforum.org/inclusive-growth-report-2015/