Tag Archives: management

Niemand kan twee heren dienen……het is God of de mammon (Of toch wel?)

5 Mrt

(vrij naar) Matteüs 6:24

Vorige week las ik het rapport van de Business and Sustainable Development Commission, opgericht tijdens de WEF-bijeenkomst[1] in Davos in 2016. Deze ziet een vooraanstaande rol weggelegd voor het bedrijfsleven bij de aanpak van armoede en opwarming van de aarde. Een van de auteurs is Paul Polman, CEO van Unilever[2]. Ik vond het een goed onderbouwd rapport. Wel vroeg ik me af of bedrijven de verwoorde intenties kunnen waarmaken. Toen las ik het volgende bericht[3]:

screenshot-kopie

mammon

De mammon

Dit bericht raakt de kern van het probleem. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van topmanagers als Paul Polman, maar ook zij kunnen er niet omheen dat de meeste geldschieters van multinationals (institutionele beleggers deels uitgezonderd) uit zijn op een zo hoog mogelijke aandeelhouderswaarde en wel op korte termijn[4]. Volgens Polman hebben ook de aandeelhouders er op lange termijn baat bij als bedrijven een op mens en milieu gerichte koers varen. Volgens hem gaan God en de mammon wel degelijk samen.

De aanvaarding van de sustainable development goals (kort samengevat Global Goals – zie onder) door de VN en ook de totstandkoming van het Parijse klimaatverdrag – beide in 2015 – gaven aanleiding tot enig optimisme over een meer sociale en duurzame toekomst. De grote vraag bleef echter wie zet de volgende stap. Overheden hebben beperkte mogelijkheden of werken tegen[5]. Consumenten? NGO’s? volksbewegingen?

screenshot-4De Business and Sustainable Development Commission zag – zoals gezegd – een stuwende rol weggelegd voor het bedrijfsleven. Vorige maand, opnieuw tijdens de bijeenkomst van het WEF te Davos, heeft zij haar eerste rapport gepresenteerd: Better Business, Better World. Het rapport bevat een alomvattende strategie om de Global Goals van de VN in 15 jaar te realiseren[6] en het geeft voorbeelden van bedrijven die reeds hoge ESG-standaarden hebben[7]. Deze strategie kan wereldwijd 380 miljoen nieuwe banen opleveren en minstens $ 12.000 miljard additionele inkomsten voor het bedrijfsleven.

De gedetailleerde uitwerking van de winstkansen voor het bedrijfsleven roept soms irritatie op, maar deze dient ongetwijfeld om het draagvlak binnen de eigen achterban te vergroten. Daar staat tegenover dat de maatschappelijke en milieueffecten eveneens in detail zijn uitgewerkt. De koers wekt al met al vertrouwen, maar ik denk dat bedrijven meer moeten doen om hun morele licence to operate terug te winnen. Bijvoorbeeld door overtuigende beschermingsconstructies tegen activistische aandeelhouders te maken, door de status van maatschappelijke onderneming aan te nemen, door matiging van de hoge inkomens van het topmanagement en door geen relatie meer te leggen tussen inkomens van het management en de koers van het aandeel.

De commissie heeft de marktkansen van een nieuwe duurzame groeistrategie in vier sectoren laten onderzoeken: Voeding en landbouw, stedelijke gebieden, energie en materialen en gezondheid en welzijn. Hieruit zijn 60 ‘hotspots’ voor actie voortgekomen (zie afbeelding).

screenshot-3

De leden van de Commissie zien voor zichzelf de volgende taken weggelegd:

  • Steun verwerven voor de Global Goals binnen eigen en andere bedrijven.
  • De Global Goals als hoeksteen maken van de groeistrategie van het eigen bedrijf.
  • Ontwikkelen van zinvolle, betaalbare en duurzame producten en diensten in het bijzonder op het gebied van watervoorziening en energie, voeding, gezondheidszorg en huisvesting.
  • Samen met de politiek werken aan reële grondstoffenprijzen, die alle ‘externe kosten’ insluiten.
  • Investeren in een duurzaam transport- en vervoersysteem.
  • Nieuw sociaal contract: transparante betaling van belastingen, fatsoenlijke lonen voor alle werknemers in de hele supply chain[8].

Per jaar is $2400 miljard nodig om de Global Goals (voor) te financieren. Op de kapitaalmarkt gaat $290.000 miljard om, waarvan ongeveer $100.000 miljard in bezit is van pensioenfondsen. Geld is er genoeg, het grootste obstakel is volgens het rapport het kortetermijndenken van de meeste geldschieters. Meer dan 50% van CEO’s voelt zich onder druk gezet om de aandeelhouderswaarde op korte termijn te vergroten[9]. Hoe waar dat is blijkt uit het bovenstaande bericht.

Het werk van de Business and Sustainable Development Commission verdient kritische volgers maar vooral navolging. Goedwillende CEO’s verdienen steun van de groeiende groep aandeelhouders die opkomt voor hoge ESG-standaarden. Verder is het wenselijk dat bedrijven die dankzij afdoende beschermingsconstructies voor hun aandelen onbedreigd een langetermijn koers kunnen varen, het gelijk van de Business and Sustainable Development Commission aantonen[10].

[1] World Economic Forum; de jaarlijkse ontmoeting van topmanagers, regeringsleiders en vertegenwoordigers van NGO’s en pers. Het WEF vertolkt een gematigd progressieve koers met betrekking tot sociaaleconomische ontwikkeling en milieubeleid.

[2] Verder zijn onder andere lid: Lord Mark Malloch-Brown (voormalig plaatsvervangend secretaris-generaal UN, voorzitter), Peter Bakker (World Business Council on Sustainable Development), Jack Ma (voorzitter Alibaba group), en Elaine Weidman Grunewald (CEO, Ericson).

[3] In Management Team 26 februari 2017.

[4] Het Purpose of the Corporate project toont aan na een uitvoerige analyse van de wetgeving in een aantal landen dat aandeelhouders geen enkel juridisch, laat staan moreel recht hebben om een korte-termijn beleid gericht op maximalisering van de aandeelhouderswaarde te eisen: http://wp.me/p32hqY-Sv

[5] Zie mijn post: Het vertrouwen is weg onder andere gebaseerd op de 2017 edutie van de edemnan trust ˜Barometer: http://wp.me/p32hqY-Zd

[6] Het rapport is te downloaden vanaf de website van de commissie: http://report.businesscommission.org Hier staat ook een korte inleidende video en andere relevante informatie, bijvoorbeeld over de leden van de commissie.

[7] Doelstellingen met betrekking tot E(nvironment), S(ociaal beleid) en G(overnance).

[8] Dit houdt onder andere in volledige implementatie van ‘UN Guiding Principles on Business and Human Rights’.

[9] Her rapport verwijst onder andere naar de volgende studie waarop ik spoedig hoop terug te komen: Barton, D., Bailey, J., and Zoffer, J., 2016. Rising to the challenge of short-termism. FCLT Global. http://www.fcltglobal.org/docs/default-source/default-document-library/fclt-global-rising-to-the-challenge. pdf?sfvrsn=0.

[10] Zie de aanbevelingen van het Purpose of the Corporation Project: http://wp.me/p32hqY-U6

Het vertrouwen is weg

12 Feb

Elk jaar publiceert Edelman, een internationaal marketing- en communicatiebureau, de Edelman Trust Barometer[1]. De editie 2017 laat een ongekende neergang van vertrouwen zien binnen de 28 landen waarin het onderzoek is uitgevoerd, waaronder Nederland.

Onderzocht zijn het vertrouwen in overheidsinstellingen, bedrijven, media en non-gouvernementele organisaties, het vertrouwen in leidinggevenden en het vertrouwen in het ‘systeem’.

edelman-6

De bovenstaande afbeelding geeft het vertrouwen weer in de vier genoemde instituties, gesplitst naar hoogst opgeleiden (13% van de onderzochte groep in elk land) en de rest van de bevolking (de ‘massa’). In 2/3 van de landen heeft de massa geen vertrouwen meer.  In Nederland overweegt vertrouwen bij de best opgeleiden en behoort de massa tot de categorie twijfelaars. Daarmee is Nederland toch nog het best scorende land binnen Europa.

edelman-12Media

Opvallend is dat mensen op grote schaal hun vertrouwen in de media hebben verloren. De media wordt wereldwijd aangerekend dat zij de meningen verkondigen die de (gevestigde) orde graag willen laten doorklinken. In verreweg de meeste landen overweegt wantrouwen; slechts in drie landen is de bevolking positief: Indonesië, India en China.

Als men iets wil weten vraagt 60% het bij voorkeur aan ‘mensen zoals wij’ of men zoekt het op via Google. Vaklieden en academici beschikken nog over een behoorlijke geloofwaardigheid (60%), die overigens ook afkalft.

edelman-13Overheid

Het vertrouwen in de overheid (41 procent) is eveneens gedaald. In 14 landen geldt de overheid de minst betrouwbare institutie. Opmerkelijk is dat deze daling vooral de laatste vijf jaar heeft plaats gevonden. Ten tijden van de financiële crisis gold de overheid nog als de redder van het systeem

Van alle categorieën scoren leidinggevenden in de publieke sector wereldwijd het laagst. Maar 29% van de ondervraagden vertrouwd hen.Jammer genoeg zijn er geen gegevens over Nederland!

Bedrijfsleven

Het vertrouwen in het topmanagement van bedrijven daalde in een jaar gemiddeld met 12% tot het laagste percentage ooit: 37 procent.In Europese landen ligt dit percentage nog aanmerkelijk lager (Nederland: 27%). in India is het vertrouwen in de top van bedrijven het grootst: 70%.

Toch overheerst de mening dat verbetering in de toekomst vooral van het bedrijfsleven moet komen. De meerderheid van de ondervraagden vindt dat bedrijven dan wél een grotere maatschappelijke rol moeten gaan spelen en corruptie afzweren, verschillen in inkomen tussen topmanagement en werknemers verkleinen, belasting betalen, naar klanten luisteren en werknemers goed behandelen.

Het systeem

Aan de deelnemers aan het onderzoek is tevens gevraagd in hoeverre ze vertrouwen hebben in ‘het systeem’ als geheel. Dit is slechts bij 15 procent van de ondervraagden het geval. 53%  van de ondervraagden gelooft dat het huidige systeem faalt en 32% aarzelt. De meerderheid van de ondervraagden vindt het systeem onrechtvaardig omdat het de rijken en machtigen bevoorrecht en jongeren weinig hoop voor de toekomst geeft. Opmerkelijk is dat hier weinig  verschil is tussen hoogopgeleiden en de rest van de bevolking. Verder, dat het vooral ‘westers georiënteerde’ landen zijn, waar men kritisch staat ten opzichte van ‘het systeem’. Frankrijk het meest, Nederland en Zweden het minst.

Impact op politiek gedrag

De Edelman Trust Barometer legt een direct verband tussen de wereldwijze opkomst van populistische politici en het afnemend vertrouwen in ‘het system’. Dat dit zo is, blijkt ook uit de onderwerpen waarover een meerderheid van alle ondervraagden zich zorgen maakt en die een aanzienlijk deel daarvan angst inboezemen: maatschappelijke onrust, inclusief corruptie (40%), immigratie (28%), globalisering (27%), het afkalven van maatschappelijke waarden (25%) en het tempo van innovatie (22%). Overigens gaat de aanwezigheid van deze angst en gebrek aan vertrouwen in het system niet altijd samen. Landen waar dit wel het geval was, zoals de VS., Groot-Brittannië en Italië zagen zich geconfronteerd met de verkiezing van Donald Trump, de Brexit en het ‘nee’ in het Italiaanse referendum. edelman-30Ik heb grote twijfels of politici en andere leidinggevenden door hebben hoe groot de groep is die zich van hen afkeert. Aan hun gedrag is dat niet te merken. Politici ruziën met hun populistische collegae, maar ze realiseren zich niet dat zij zelf de zorgen en angst van brede lagen van de bevolking jarenlang hebben genegeerd. Topmanagers van bedrijven varen door op een koers van zelfverrijking en beperken zich veelal top lippendienst als het gaat over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven.

In mijn vorige blogpost heb ik verkend hoe politieke besluitvorming weer een afspiegeling kan zijn van de wil van het volk [2]. De leiding van het bedrijfsleven staat voor de keuze om van bedrijven maatschappelijke instituties te maken in plaats van geldmachines voor de aandeelhouders. In mijn blogposts over het Purpose of the Corporation Project heb ik aangegeven hoe dat zou kunnen[3].

[1] www.edelman.com/trust2017 Op deze website vind je een samenvatting van de uitkomsten van het onderzoek en een reeks informatieve diagrammen. Verder wordt een aantal specifieke resultaten uitgelicht.

[2] http://wp.me/p32hqY-Yw Democratie is toe aan vernieuwing. Te beginnen met de volksvertegenwoordiging

[3] http://wp.me/p32hqY-U6 Hoe komt het topmanagement van zijn graaiersimago af?

Hoe komt topmanagement van zijn graaiersimago af?

1 Jan

Het inkomen van topmanagers – wereldwijd – is vanaf de jaren ’80 explosief gestegen[1]. Dit komt mede doordat hun beloningspakket bewust voor een groot deel bestaat uit aandelen(opties). De gedachte is dat hierdoor de financiële belangen van managers in de pas lopen met die van de aandeelhouders met maximalisering van de aandelenkoers als resultaat.

samenleving-greed-484x336

In mijn voorlaatste post[2] ben ik ingegaan op de bevindingen van het Purpose of the Corporation Project, die onder andere gaan over nadelige gevolgen van deze ontwikkeling[3]. Een daarvan is overmatige gerichtheid op het kortetermijnbeleid. De vernieuwde Nederlandse corporate governance code moet deze en andere uitwassen voorkomen. In mijn laatste post betwijfelde ik of dat gaat lukken[4]. De code-Tabaksblat en haar opvolger zijn niet in staat gebleken om het management van kortetermijnbeleid en zelfverrijking af te houden, laat staan het tij in de financiële crisis te doen keren.

screenshotLange termijnbeleid betekent dat een onderneming rekening houdt met de belangen van alle stakeholders, inclusief de samenleving als geheel en de natuur. De keuze hiervoor moet uiteindelijk van het bestuur van de ondernemingen zelf komen, al dan niet onder druk van groeiende verzet binnen de samenleving.

Het Purpose of the Corporation Project houdt het bestuur van ondernemingen twee opties voor. Volharden in de bestaande koers, die er uiteindelijk toe zal leiden dat de onderneming van de kaart verdwijnt. Of varen van een nieuwe koers, waarmee een onderneming zich als maatschappelijke institutie profileert en de belangen van alle stakeholders aan hun trekken laat komen.

Hieronder volgt een selectie van de aanbevelingen van het Purpose of the Corporation Project bestemd voor voor ondernemingen die de nieuwe koers willen inslaan[5].

  1. Waarden (‘Purpose’)

Ondernemingen expliciteren hun waarden en omschrijven welke verantwoordelijkheden ze nemen voor stakeholders zoals medewerkers, klanten en aandeelhouders en voor samenleving en natuur. Het management formuleert de consequenties daarvan voor strategie en (investerings)beleid en tevens hoe aan deze doelen verbonden risico’s beperkt kunnen worden.

Bedrijven kunnen hun intenties ten aanzien van de realisering van maatschappelijke doelen accentueren door de status van B(enefit) Corporation aan te nemen.

  1. Bedrijf als gemeenschap

Het heet dat managers medewerkers ‘aansturen’. Vaak gaat dit ten koste van de betrokkenheid van de medewerkers en het kwaliteit van hun werk. Het zijn immers in het bijzonder de medewerkers die product- en marktkennis hebben en die relaties onderhouden met leveranciers en klanten. De onderneming heeft er baat bij als medewerkers hun werkzaamheden zelfstandig kunnen inrichten en uitvoeren. Dit vereist een minder hiërarchische organisatie, reductie van het aantal managers en de spreiding van managementtaken over medewerkers.

  1. Herziening inkomensprikkel

Het topmanagement ontvangt een vast salaris dat onderdeel is van het beloningsgebouw van de onderneming. Bonussen zijn bestemd voor alle medewerkers en zijn gekoppeld aan de realisering van lange termijndoelstellingen en de tevredenheid van de klanten. Alle inkomens zijn transparant.

  1. Stakeholders

De relatie tussen onderneming (management) en stakeholders kan worden versterkt door vertegenwoordigers van belangrijke groepen (personeel, klanten en aandeelhouders) op te nemen in de raad van bestuur en in de algemene vergadering.

  1. Zoeken naar patient capital

Ook stewardship door aandeelhouders wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door het maken van een onderscheid tussen verschillende categorieën aandeelhouders. Dit kan onder andere gebeuren door stemrecht van aandeelhouders afhankelijk maken van de duur van het aandelenbezit in dat bedrijf, maar ook door het verlies van stemrecht na verhandeling van aandelen.

  1. Bescherming tegen vijandige overnames

Bedrijven ontwikkelen een beschermingsconstructie om vijandige overnames tegen te gaan om daarmee de lange termijnkoers te beschermen. Bedrijven als Ikea, Tridosbank maar ook het Deense farmaceutische bedrijf Novo Nordisk hebben een deel van hun aandelen in een stichting ondergebracht.

  1. Verslaglegging

De methode van verslaglegging is afgestemd op het lange termijnbeleid. De gangbare accountingregels zijn vooral bedoeld voor het op juiste wijze informeren van investeerders. Een alternatief is het Integrated Reporting Framework, dat leidt tot verslaglegging van waardencreatie in brede zin, ook met betrekking tot niet-financieel kapitaal.

images-1Of en hoe snel ondernemingen zich in bovenstaande richting zullen bewegen is niet te zeggen. Wat méér helpt dan corporate governance codes is als bedrijven die kiezen voor de geschetste koers, deze samen uitdragen. Bedrijven als Unilever, DSM en Interface zouden hierin voorop kunnen gaan. Het groenboek dat de Nederlandse Vereniging van Commissarissen en Directeuren (VCD) in het vooruitzicht stelde als antwoord op de corporate governance code kan hierbij een rol spelen[6].

[1] In de periode van 1993 – 2013 is de verhouding tussen het salaris van de 25 hoogst betaalde CEO’s en het gemiddelde salaris van alle inwoners van de VS veranderd van 195:1 naar 354:1. Peter Drucker heeft ooit betoogd dat de verhouding 10:1 om allerlei redenen het maximum zou moeten zijn: Institute for Policy Studies
 1112 (16th Street NW, Suite 600)
Washington, DC 20036

[2] Wie vertrouwt het topmanagement van bedrijven nog: http://wp.me/p32hqY-Sv

[3] Voor een kort overzicht van de achtergronden van het project: https://goo.gl/vNJQjr

[4] De nieuwe Nederlandse Corporate Governance Code. Window dressing? http://wp.me/p32hqY-TE

[5] Het lezenswaardige eindrapport “Corporate Governance for a changing world: Final Report of a Global Roundtable Series” is hier te downloaden: https://goo.gl/bdEaQp

[6] Hierbij valt te denken aan ‘good practices’, maar ook een aanpassing van de aanbevelingen van het Purpose of the Corporation Project aan de Nederlandse verhoudingen.

Wie vertrouwt het topmanagement van bedrijven nog?

17 Dec

In de laatste decennia van de 20ste eeuw is management als professie in een zware depressie geraakt. In de daaraan voorafgaande decennia was er juist sprake geweest van een veelbelovende ontwikkeling: Professionele managers  werden aangetrokken om namens de eigenaren het bedrijf te runnen en deden dat later ook voor zelfstandige bedrijven. Hun professie gebood hen  de belangen van alle stakeholders op de lange termijn in acht te nemen. Zij kregen hiervoor net als alle andere werknemers salaris.

MiltonFriedman3

Milton Friedman

Het neoliberalisme – in politiek en wetenschap – heeft bijgedragen aan een devaluatie van de professionele manager. De gedachte was dat het de markt is, die bepaalt hoe goed het met een bedrijf gaat en niet het management. Als voornaamste opgave voor het management gold vergroten van de aandeelhouderswaarde. Deze zienswijze is onverbrekelijk verbonden met Milton Friedman: “The sole purpose of the firm is to make money for its shareholders.” Hij en vele anderen zagen de aandeelhouders als de economische eigenaren van beursgenoteerde ondernemingen. Een zienswijze die overigens ingaat tegen de wetgeving in de meeste landen. Hele generaties studenten bedrijfskunde zijn met deze zienswijze opgegroeid.

Het is lofwaardig dat een prominente business school tegen deze zienswijze ten strijde trekt. Het betreft Cass Business School, onderdeel van de City University of London. Zij heeft het Purpose of the Corporation Project geïnitieerd, dat tijdens een manifestatie in Brussel op 28 september jl. is afgerond[1]. 250 wetenschappers, politici en topmanagers[2] uit Europa en de VS hebben zich achter het eindrapport gesteld dat aandeelhouderswaarde als hoogste doel van het management afwijst[3].screenshot

Inherent aan vergroting van de aandeelhouderswaarde is een korte termijnperspectief dat ernstige gevolgen heeft:

  • Afnemende investeringen in onderzoek en ontwikkeling
  • Nemen van onverantwoorde risico’s door het topmanagement
  • Gelijkschakeling van belangen van topmanagers met die van aandeelhouders door bonussen in de vorm van aandelen(opties)
  • Negatieve externe effecten, zoals steeds schevere inkomensgroei[4], afkalvend vertrouwen vanuit de samenleving, ondermijning van de monetaire stabiliteit (financiële crisis) en roofbouw op de omgeving
  • Eenzijdige nadruk op versterking van de positie op de financiële markten met als gevolg herstructurering en bijbehorende sluiting van bedrijfsvestigingen (fusies, acquisities, buyouts)
  • Belastingontwijking, met als gevolg vermindering van de bijdrage van bedrijven aan de instandhouding van een gezonde infrastructuur
  • Ondermijnen van het vertrouwen in aandelenbezit als rendabel beleggingsinstrument op de lange termijn

images-8In plaats van streven naar de hoogst mogelijke waarde voor de aandeelhouders zou het doel (‘the purpose’) van ondernemingen moeten zijn: Creëren van bestendige waarde voor alle stakeholders en bijdragen aan maatschappelijk welzijn en omgevingskwaliteit.

De basis van het eindrapport van het Purpose of the Corporation Project, waarover in een volgende post meer, zijn vijf Modern Governance Statements op het gebied van resp. bedrijfsrecht, management, verslaglegging, economie en overheidsbeleid. Deze statements zijn gebaseerd op omvangrijke literatuurstudie en ondertekend door een aanzienlijk aantal wetenschappers.

Hieronder een selectie van bewerkte quotes uit de vijf statements:

  • Vrijwel overal ter wereld kunnen bedrijven met de wettelijke status van rechtspersoon (bijvoorbeeld BV’s of NV’s) eigen activa (assets) bezitten en verplichtingen aangaan.
  • Bedrijven kunnen kapitaal verwerven, onder andere door uitgifte van aandelen. Sommige aandelen geven recht op dividend en om mee te praten over een beperkt aantal nauwkeurig omschreven onderwerpen.
  • In geen enkele wetgeving hebben aandeelhouders eigendomsrechten. Het enig correcte antwoord op de vraag van wie is een bedrijf met een status van rechtspersoon is, is ‘van zichzelf’.
  • In vrijwel alle wetgevingen ter wereld hebben de fiduciaire verplichtingen van het management uitsluitend betrekking op het bestaan en voortbestaan van het bedrijf[5].
  • Geen enkele wet verplicht het management om naar maximale winst voor de aandeelhouders te streven. Als deze dat toch doen, komt dat doordat ze bezwijken voor druk van activistische aandeelhouders of vanwege eigen profijt.
  • In de jaren ’90 is het toezicht op de verslaggeving van bedrijven overgegaan van nationale overheden/parlementen naar de International Accounting Standards Board. Hierdoor is de focus van de verslaglegging versmald naar het verschaffen van informatie aan investeerders en naar de berekening van de activa op basis van marktwaarde.
  • De idee van een sociale partnerschap tussen maatschappelijke instituties – waaronder ondernemingen – is teloor gegaan.

Het Purpose of the Corporation Project biedt een nieuwe benchmark voor corporate governance, voor professioneel management en voor managementopleidingen. Deze laatste hebben jarenlang hun verantwoordelijkheid naar de samenleving verzaakt door zetbazen (‘agents’) van de aandeelhouders op te leiden. Maar het is ook een nieuwe benchmark voor wat de samenleving van het topmanagement mag verwachten én een signaal naar aandeelhouders die met kortetermijndenken hun eigen positie ondergraven.

[1] Voor een kort overzicht van de achtergronden van het project: https://goo.gl/vNJQjr

[2] Hiertoe behoren onder andere Tim Cook van Apple en Paul Polman van Unilever.

[3] Het lezenswaardige eindrapport “Corporate Governance for a changing world: Final Report of a Global Roundtable Series” is hier te downloaden: https://goo.gl/bdEaQp

[4] CEO’s van de top 500 bedrijven in de VS verdienden in 2012 354 maal salaris van gemiddelde werknemer. Het gemiddelde inkomen van de 500 hoogst betaalde topmanagers in dat jaar was $30,3 miljoen, waarvan 82% uit aandelen kwam.

[5] Dit betekent dat alle stakeholders ervan kunnen uitgaan dat het management de belangen van de onderneming als geheel behartigt.

De doodlopende weg van de leiderschapsindustrie

5 Dec

organisatie-managerVeel managementtaken zijn ronduit overbodig en ze leiden tot verlies aan efficiency. Dit tijd die nutteloze bureaucratische procedures in beslag nemen, wordt geschat op 10% van de werktijd[1]. Bovendien leiden gangbare managementpraktijken ertoe dat veel  werknemers hun betrokkenheid bij het werk verliezen. Ook zijn deze praktijken de belangrijkste oorzaak van ziekteverzuim.

In haar opzienbarende Bad Boss Study publiceerde Michelle McQuaid schrikbarende cijfers over hoe werknemers in de VS aankijken tegen hun leidinggevenden[2]

  • 64% is ongelukkig met de huidige baan en de grote meerderheid hiervan wijt dit aan de direct leidinggevende.
  • 46% van alle werknemers beschrijft zijn of haar positie in termen van niet gewaardeerd, niet-geïnspireerd, verveeld, ellendig en eenzaam.
  • 70% van alle werknemers denkt beter te presteren en gelukkiger te zijn met een andere leidinggevende (80% voor de leeftijdsgroep van 20 – 30 jaar).
  • 70% van jongere werknemers (20 – 30 jaar) voert fysieke klachten terug op de arbeidsverhoudingen. Bij ouderen is dit 40%.

organisatie-manager-boos-geschreeuw-op-telefoon-in-een-kantoorOok leidinggevenden zelf zijn zich bewust van het feit dat hun optreden lang niet altijd effectief is. Maar liefst 92% van alle leidinggevenden vindt dat de rol van het management aan grondige revisie toe is[3]. De nieuwste hype – management is uit, leiderschap is in – speelt daarbij een belangrijke rol. Om zich te laten omvormen tot leider gaan managers massaal op cursus. De leiderschapsindustrie is inmiddels een bloeiende bedrijfstak geworden met een wereldwijde omzet van $31 miljard.

Veel managers lezen met rode oortjes het spraakmakende boek van generaal Stanley McChrystal: Team of teams[4]. Hierin beschrijft hij hoe hij in de oorlog in Irak successen boekte door soldaten in goed toegeruste zelfstandige teams te laten opereren. Teams werden geleid door ‘oude rotten’; militairen die de kneepjes van het vak tot in de puntjes beheersen.

unknown-1Degenen die deze aanpak voor bedrijven en instellingen propageren, zien over het hoofd dat moderne managers de kneepjes van het vak nu juist niet beheersen[5]. Ze hebben een managementopleiding achter de rug en weten weinig van wat op de werkvloer omgaat. Deze weg opgaan ligt ook niet voor de hand, want op de werkvloer lopen genoeg medewerkers rond die de kneepjes van het vak wél beheersen. Van hun kennis wordt veel te weinig gebruik gemaakt. Om deze reden bepleit Sjoerd Romme – hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven – om persoonlijk leiderschap zo veel mogelijk te vervangen door gedistribueerd leiderschap[6]: De verdeling van leiderschapstaken over verschillende personen[7].

Hier ligt de kans voor de leiderschapsindustrie om zichzelf opnieuw uit te vinden. Het geld dat nu bestemd is voor de weinig succesvolle upgrading van managers tot leider, kan beter worden besteed voor de ontwikkeling van zelfmanagementvaardigheden bij medewerkers.

[1] Een ouder artikel van de Deloite University – The overwhelmed employee – beschrijft het gebrek aan efficiency binnen organisaties op indringende wijze: 28% van de tijd gaat op in het lezen en schrijven van emails: https://goo.gl/EW62ua

[2] http://www.businesswire.com/news/home/20121016005065/en/Two-Thirds-America-Unhappy-Job-65-Choose-Boss#.U3tH_l4z678

[3] Zie hiervoor mijn recente blogposts: Herontwerpen van organisaties. Van bovenaf of van onderop? http://wp.me/p32hqY-L9 en Het uitdijende management http://wp.me/p32hqY-P2

[4] Stanley McChrystal e.a.: Teams of teams, New rules for engagement for a complex world. Penguin Publishing Group 2015

[5] Zie ook: Barbara Kellerman: The End of Leadership

[6] Georges Romme: The Quest for Professionalism; the case of management and entrepreneurship, Oxford University Press 2016.

[7] Een overtuigend voorbeeld van een bedrijf met zelfmanagement uit een industriële omgeving met veel laaggeschoolde arbeiders is al jaren Morning Star, een tomatenverwerkend bedrijf met 600 medewerkers : http://www.enliveningedge.org/organizations/morning-stars-success-story-no-bosses-no-titles-no-structural-hierarchy/

Kleurt de Universiteit van Amsterdam blauw, oranje, geel of groen?

23 Nov

screenshot-2Ruim een jaar geleden en een half jaar na de bezetting van het Maagdenhuis, startte de commissie Democratisering & Decentralisering haar werkzaamheden[1]. De opdracht van de commissie was de ontwikkeling van voorstellen om bestuur en organisatie van de Universiteit van Amsterdam democratischer te maken. Dat waren het college van bestuur, de centrale ondernemings- en studentenraad, de vakbonden en de actiegroepen overeengekomen. Ook was afgesproken om de voorstellen van de commissie in een referendum voor te leggen aan de universitaire gemeenschap. Op 24 oktober heeft de commissie haar eindrapport gepresenteerd aan het college van bestuur[2] en op 23 november is het referendum van start gegaan.

De commissie heeft een grondige analyse gemaakt van de situatie aan de Universiteit van Amsterdam. Daar zijn de afgelopen jaren nogal wat problemen gerezen. Deze hebben te maken met de inhoud van het beleid – bijvoorbeeld het ‘doorgeslagen rendementsdenken’, maar ook de weinig gelukkige samenwerking met de Vrije Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam – en de vorm van het bestuur – bijvoorbeeld de concentratie van de macht bij college van bestuur en decanen en het gebrek aan autonomie en zeggenschap op de lagere niveaus.

De voorstellen van de commissie sluiten aan bij de probleemanalyse

Wat het beleid betreft, gebleken is dat er nauwelijks sprake is van een consistente koers en dat het gesprek daarover binnen de universitaire gemeenschap niet wordt gevoerd. De commissie stelt dan ook voor – naar voorbeeld van de New York City University – een breed samengestelde senaat in te stellen waar deze discussie kan plaatsvinden. Om de discussie op gang te helpen heeft de commissie acht kernwaarden geformuleerd – het Charter van de Universiteit van Amsterdam – en deze worden eveneens in het referendum voorgelegd.

Wat het bestuur betreft, heeft de commissie – in het verlengde van haar opdracht – vier alternatieve bestuursmodellen gemaakt. Deze staan inmiddels bekend als het blauwe, oranje, gele en groene model. Elk model bevat een aantal principes voor verschillende facetten van bestuur en organisatie van de universiteit. Voor sommige facetten hanteren twee of drie modellen overigens hetzelfde principe. Dit alles is samengevat in het onderstaande overzicht.

screenshot

Kleurt de Universiteit van Amsterdam blauw, oranje, geel of groen? Geen van deze modellen biedt pasklare oplossingen. Het gaat om denkwijzen om tot oplossingen te komen. De deelnemers aan het referendum kunnen bij elk van deze facetten vasthouden aan dezelfde kleur, maar ze kunnen per facet ook voor een andere kleur kiezen.

Het oranje en het gele model

Vanaf de jaren ’60 is er in Nederland en daarbuiten gediscussieerd over de zeggenschap van medewerkers en studenten binnen universiteiten. Vergelijkbare discussies over de (mede)zeggenschap vinden overigens ook plaats binnen bedrijven en andere organisaties. Binnen de universitaire wereld kunnen twee stromen worden onderscheiden. Volgens de eerste is er geen reden waarom bestuur en medezeggenschap in universitaire instellingen wezenlijk zouden moeten verschillen van andere organisaties. Het gaat dan om een duaal stelsel met aan de ene kant professionele bestuurders en aan de andere kant personeel in ondernemingsraden en studenten in studentenraden met wettelijk vastgestelde advies- en instemmingsrechten.

De tweede stroming is van mening dat universiteiten niet vergelijkbaar zijn met de meeste andere organisaties. Van oudsher is er sprake van een universitas magistrorum et scolarium, dat wil zeggen gemeenschap van medewerkers en studenten. Deze dragen dan ook samen de eindverantwoordelijkheid over het bestuur, vergelijkbaar met de organisatie van het openbaar bestuur. Gekozen bestuurders bereiden beleid voor en voeren het uit en zij leggen hierover verantwoording af aan de raad.

In de voorstellen van de commissie staat de kleur oranje voor het gedachtegoed van de eerste stroming en geel voor de tweede stroming. Zowel het oranje als het gele model omarmen de principes van de vertegenwoordigende democratie: In het gele model kiezen medewerkers en studenten samen universiteits- en faculteitsraden en in het oranje model zijn er op beide niveaus afzonderlijke ondernemings- en studentenraden.

De kleur blauw staat overigens voor de bestaande situatie aan de UvA, die het best kan worden beschreven als een uitgeklede versie van het gedachtegoed van oranje.

Het groene model

Het groene model benadert zeggenschap van medewerkers en studenten op een heel andere manier. Uitgangspunt zijn niet bestuur en organisatie, maar het dagelijkse werk en de studie. Medewerkers en studenten krijgen meer autonomie bij de vormgeving van de opleiding[3]. Het gedroomde beeld is dat van de universiteit als een federatief verband van instituten voor onderwijs en onderzoek op een bepaald vakgebied. Aan de basis zijn docententeams – in nauwe samenspraak met studenten – verantwoordelijk voor bepaalde onderdelen van het onderwijs, bijvoorbeeld het eerste jaar. Vertegenwoordigers van deze teams bepalen – wederom in samenspraak met studenten – het bestuur van hun instituut. Dat kan een raad zijn, maar ook een gekozen manager, die op afgesproken tijden de stand van zaken bespreekt in een plenaire vergadering.

Mocht het groene model een meerderheid van de stemmen naar zich toe trekken, dan wordt op termijn wordt bekeken of faculteiten nog wel nodig zijn en hoe het bestuur van de universiteit er dan uit kan komen te zien.

Voor het ‘groene model’ is op dit moment veel belangstelling in commerciële bedrijven[4] en andere organisaties[5]. Er zijn inmiddels binnen Nederland en daarbuiten de nodige inspirerende voorbeelden, niet in de laatste plaats de veelbesproken organisatie Buurtzorg Nederland. Deze organisaties ervaren zonder uitzondering dat zelfbestuur leidt tot meer betrokkenheid van werknemers dan het eens in de zo veel jaren kiezen van een ondernemingsraad. Zelfs als deze zijn best doet om de ‘achterban’ voldoende te informeren en te laten participeren.

Welk model ook wordt gekozen -afgezien van blauw – een zorgvuldig en gefaseerd implementatieplan is een vereiste. Binnen de UvA gaat het om een noviteit met de belofte om bestaande problemen op te lossen, maar tevens met het risico om nieuwe problemen te creëren.

[1] De auteur van deze bijdrage is lid van de commissie D&D

[2] Het volledige rapport en een samenvatting daarvan zijn hier te vinden: http://commissiedd.nl/eindrapport/

[3] Voor het onderzoek geldt een vergelijkbaar uitgangspunt; hier zal vooral sprake zijn van meer autonomie voor onderzoeksgroepen bestaande uit onderzoekers en PhD-studenten.

[4] Er is een snel groeiend aantal publicaties en empirische studies beschikbaar. Enkele voorbeelden: Ricardo Semler: Semco stijl, Boekerij 2013; Lars Kolind & Jacob Botter: Unboss, Vakmedianet Management, 2014, Frederic Laloux: Reinventing organizations (ook in het Nederlands): Het Eerste Huis, 2015, Brian Robertson: Holacracy, Atlas Contact, 2015, Isaac Getz & Brian Carney: Freedom, Inc. Die Keure, 2014.

[5] Een interessante insteek geeft Martin Luckman in Global Forum, het EFMD Business Magazine Hij beschouwt de herziening van de universitaire bestuursstructuur als een reeks stappen naar een meer ‘agile’ wijze van organiseren, naar analogie van het bedrijfsleven. In deze stappen komen veel elementen van ‘groen’ terug, zoals zelfsturende docententeams en weinig hiërarchie: http://globalfocusmagazine.com/agile-universities/

Het uitdijende management

20 Nov

Destroy the concept of CEO (Veneet Nayar, CEO HCL Technologies)

organisatie-uitdijend-managementDe nevenstaande grafiek toont de groei van het aantal managers vergeleken met die van de rest van de werkgelegenheid in de VS. De VS kent op een totale beroepsbevolking van 135 miljoen (exclusief agrarische sector en zzp’ers) 18,5 miljoen managers en bestuurders. Daarbij komt 5,3 miljoen fte ondersteunend personeel. Samen goed voor 30% van de totale salariskosten. Managers zijn bovendien verantwoordelijk voor ontelbare regels, procedures, formulieren, vergaderingen en een onophoudelijke stroom van berichten[1]. Deloitte schat dat de gemiddelde werknemer zonder managementtaken hiermee 6,5 uur in de week bezig is[2].

Het zou kunnen dat de bureaucratie noodzakelijk is om bedrijven en organisaties goed te laten functioneren. Immers doordachte structuren, planning & control systemen en procedures kunnen de productiviteit verhogen en de kwaliteit verbeteren. Om dit te onderzoeken hebben Gary Hamel en Michele Zanini een vergelijking gemaakt met een aantal post-bureaucratische bedrijven en organisaties. Deze hebben bewust het aantal managers verminderd en gekozen voor een vergaande mate van zelforganisatie. Het gaat onder andere om: Morning Star (voeding), Nucor (staal), WL Gore (vezels), Svenska Handelsbanken, Sun Hydraulics en Buurtzorg Nederland. Gemiddeld besteden deze bedrijven en organisaties 50% minder tijd aan management en administratieve ondersteuning. Bovendien boeken zij uitstekende (financiële) resultaten.

organisatie-overheadHamel en Zanini hebben een berekening gemaakt wat het halveren van het management en het afschaffen van overbodige procedures oplevert[3]. Zij komen alleen al voor de VS uit op een bedrag van $3 triljoen per jaar, dat gebruikt kan worden voor productieve arbeid. Hiermee zou de jaarlijkse stijging van de productiviteit opgevoerd kunnen worden van 1,3% naar ongeveer 2,5%.

Hoe komt het dat traditionele bedrijven en organisaties zo veel meer managers lijken nodig te hebben dan moderne post-bureaucratische organisaties?

De meeste bedrijven zijn in de 20ste eeuw groot geworden dankzij massaproductie tegen zo laag mogelijke kosten in een relatief stabiele markt. Voor dit doel was functionele differentiatie (afzonderlijke units voor onderzoek, inkoop, productie, verkoop en service) het meest geschikt. De rol van management was afstemming van de productie binnen de units en zorgdragen dat exact volgens de specificaties werd gewerkt. Planning & control systemen, strikte toedeling van taken, competentiemanagement en centralisering droegen bij aan dit doel.

organisatie-zelfbestuur-buurtzorg-2Tegen het einde van de 20ste eeuw veranderen de markten steeds sneller en differentiatie van de vraag leidt tot productdifferentiatie en kort-cyclische productieprocessen. De vraag naar kwaliteit, design stijgt en de wens van klanten on zich te onderscheiden leidt tot meer vraag naar technologisch hoogwaardige en innovatieve producten en diensten. De ontwikkeling daarvan is niet meer overwegend afhankelijk van R&D: Klanten worden bij het ontwerp (en de financiering) van nieuwe producten en diensten betrokken. Het kennisniveau van de medewerkers én hun mondigheid neemt toe.

In deze situatie kan worden gekozen voor geïntensiveerde coördinatie vanuit de top of vergaande decentralisering van verantwoordelijkheden.

Voor de eerste weg is verdere groei van managementfuncties onvermijdelijk. Voorts is het nodig aanvullende structuren in het leven te roepen zoals matrixorganisaties, cross-units afdelingen en share service centers. Verder veel vergaderingen en emailverkeer. Tegelijkertijd zal ook de spanning toenemen tussen de eisen die planning & control stellen en de wensen van creatieve en innovatieve medewerkers die met een vernieuwend aanbod van producten en diensten, deels experimenterend (‘minimal viable solutions’) houvast in de dynamische markt zoeken.

organisatie-sociale-innovatie-2

De tweede weg is de ontwikkeling van relatief autonomie bedrijven en instellingen of van units daarbinnen, die zorgdragen voor een passend aanbod voor specifieke markten, gegeven het feit dat deze markten zelf ook weer snel veranderen. Sleutelwoorden zijn aanpassingsvermogen, creativiteit en flexibiliteit, volgens sommigen samengevat als een ‘agile’ productorganisatie.

Ondanks allerlei verschillen zijn de gemeenschappelijke kenmerken van deze organisaties:

  • Kleine autonome teams die sleutelbeslissingen kunnen nemen.
  • Medewerkers ontvangen een (vaak gelijke!) winstuitkering. Er is geen systeem van bonussen.
  • Functies zijn slechts globaal beschreven. Taken en rollen worden tijdelijk vastgesteld.
  • Veel investeringen in kennis en vaardigheden van personeelsleden, ook leidinggevende competenties.
  • Sterk beroep op gedeelde normen en gevoel voor verantwoordelijkheid.
  • Vereenvoudigd budgetteringssysteem.

Gaat het bestaande systeem ooit veranderen?

organisatie-ceo-boardroomDe bureaucratie was functioneel voor de bedrijfsvoering in de vorige eeuw. De functionaliteit thans schuilt vooral in het belang dat het hogere management er zelf bij heeft (macht, rijkdom, invloed en status). Een belangrijke impuls tot verandering zal uitgaan van de ontwikkeling van post-bureaucratische organisaties. Naarmate deze winstgevender worden, aantrekkelijker zijn voor medewerkers en sympathieker zijn in de ogen van de klanten, neemt de roep om verandering vin binnenuit (ondernemingsraden en aandeelhouders) toe. Ook slaat de stemming in het business ecosysteem om: Business scholen wijzen steeds meer op de noodzaak van flexibele productie en autonome units en verlichte CEO’s met een langetermijnvisie worden champions van verandering, zoals Veneet Nayar (HCL technologies) die stelt We need to destroy the concept of the CEO en Zhang Ruimin, eigenaar van Haier: Everybody will be a CEO.

De bestaande managementcultuur is op lange termijn niet alleen slecht voor de winstgevendheid van bedrijven, ze maakt de werknemers nog ziek ook. Daarover in een volgende post.

[1] Het kan nog erger: Volgens het CBS kent alleen Nederland 2,5 miljoen managers. Het aantal algemeen directeuren is tussen 2004 en 2014 met 63% gestegen. https://decorrespondent.nl/3209/waarom-er-meer-managers-zijn-dan-ooit-ondanks-alle-powerpoints-die-het-tegendeel-beweren/123370005-7121165d

[2] Deze post is voor een belangrijk deel gebaseerd op en paper van Gary Hamel en Michele Zanini: The $3 Trillion Prize for Busting Bureaucracy: http://www.garyhamel.com/sites/default/files/uploads/three-trillion-dollars.pdf. Dit paper bevat tevens veel informatie over een aantal post-bureaucratische bedrijven. Een hiervan afgeleide kort maar krachtige column is te vinden op: https://goo.gl/u3n3zs

[3] Onderzoek van Deloitte wijst uit dat van alle administratieve procedures waarmee medewerkers zich bezighouden, 25% zonder enig bezwaar afgeschaft kan worden. Volgens het management zelf!