Steenkoolmijnen, bronnen van groene energie?

Mijnen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de levering van warm water aan huishoudens en bedrijven. Het is verstandig daarbij tevens gebruik te maken van andere bronnen van aardwarmte met een lage temperatuur en restwarmte van bedrijven

Advertenties
Warmwaterbronnen – Foto: Michael Bower (Pexels)

Tot op heden is het gebruik van steenkool verantwoordelijk voor 25 procent van de uitstoot van broeikasgassen door de industrie. Voormalige steenkoolmijnen gaan echter bijdragen aan een duurzame toekomst.  

In geothermische gebieden zoals IJsland en Nieuw-Zeeland (foto) wordt al jarenlang gebruik gemaakt van warme bronnen voor verwarming en om te baden. De aarde is een onuitputtelijke bron van warmte, als er maar tevens water beschikbaar is.

Een reusachtig reservoir

Na de sluiting van vele kolenmijnen gedurende de laatste decennia zijn hun schachten en gangen langzaam volgelopen met water. Hoe dieper, hoe warmer het water is, variërend van 10oC vlak onder het oppervlak tot 30oC op een diepte van 700 meter.

Sommige wetenschappers zijn van mening dat dit water een belangrijke bron is van duurzame energie, waardoor de oude mijnen ineens een groene uitstraling krijgen[1]. Het Durham Energy Instituteheeft op verschillende plaatsen experimenten uitgevoerd. Alleen al in het Verenigd Koninkrijk is in de vorige eeuw 15 miljard ton steenkool gewonnen, waardoor er een reservoir is ontstaan van twee miljard kubieke meter water met een temperatuur tussen de 12-20°C. Dit komt overeen met 38.500 terajoule aan warmte, genoeg om 650.000 huizen te verwarmen, aangenomen dat het water zijn temperatuur behoudt[2].

Een onderzoek van de McGill University in Montreal, Canada, schat dat elke kilometer mijngang die gevuld is met water, een vermogen van 150 kW heeft[3]. Interessant is ook een onderzoek naar de mogelijke bijdrage van ondergelopen mijnen aan de productie van energie door middel van modellering. Een relevante, maar verontrustend resultaat van dit onderzoek is dat de temperatuur van het water over een periode van 50 jaar met 7 – 8°C zal afnemen als de hele watervoorraad binnen een jaar heeft gecirculeerd[4].

Praktijkvoorbeelden

De Ropak-verpakkingsfabriek in Springhill, Nova Scotia, zet sinds 1998 met succes mijnwater in voor haar warmwatervoorziening[5]. Mijnwater wordt bij een temperatuur van 18°C met een snelheid van 4 liter per seconde uit een ondergelopen kolenmijn gepompt. Hierbij passeert het een warmtepompsysteem voordat het via een andere schacht wordt geïnjecteerd (zie afbeelding hieronder). Het betreft dus een volledig gesloten lus. In vergelijking met conventionele verwarmingssystemen bespaart het bedrijf jaarlijks CAD 45.000 of het equivalent van ongeveer 600.000 kWh.

Bronnen die de Ropac Company voorzien van warm water – Centre for the Analysis and Dissemination of Demonstrated Energy Technologies 

Een andere casestudy betreft Asturië (Noordwest-Spanje), waar een ziekenhuis en een universiteitsgebouw met succes worden verwarmd met behulp van mijnwater[6].

Het meest interessante en innovatieve veldexperiment bevindt zich echter in Nederland, in de gemeente Heerlen.

De ontwikkeling van de rol van mijnwater als geothermische bron

De gemeente Heerlen is ongeveer 15 jaar geleden begonnen met onderzoek naar de mogelijkheid om een ondergelopen kolenmijn te gebruiken als geothermische bron voor verwarming en koeling van gebouwen[7]. Een paar jaar later werd een bedrijf opgericht om de gebleken mogelijkheden te realiseren: Mijnwater BV.

Er werden vijf putten geboord: twee voor warm water, twee voor koud water en één om water terug te geleiden (figuur). Een distributienetwerk van zeven kilometer bestaande uit drie buizen, het zogenaamde backbone, voorzag de gebouwen en huizen van energie

De warm- en koudwaterbuffers van Mijnwater te Heerlen. Illustratie uit: Weg van gas: Kansen voor de nieuwe concepten Lage Temperatuur Aardwarmte en Mijnwater, CE Delft 2018.

Al snel werd duidelijk dat water dat teruggepompt werd in de mijn zowel de temperatuur van zowel het ondergrondse warme en koude water beïnvloedde, conform de voorspellingen van de Poolse modelleringsstudie die hierboven vermeld werd.

Het bedrijf is niet bij de pakken neer gaan zitten en heeft in plaats daarvan het concept Mijnwater 2.0ontwikkeld. De belangrijkste uitgangspunten van dit nieuwe concept zijn:

• In plaats van de levering van lauwwarm mijnwater, werd de uitwisseling van energie tussen gebouwen – het optimale gebruik van restwarmte en -koude – de belangrijkste motor van het project.

• De ondergelopen mijn fungeert als een buffer voor warmte- en koudeopslag.

• Water dat wordt terug geleverd aan het mijnwaterreservoir is op temperatuur gebracht van het koude dan wel het warme deel daarvan. Daarom zijn alle putten geschikt gemaakt voor zowel het onttrekken als het teruggeleiden van water.

• De retourleiding (oranje buis in bovenstaande figuur) is niet langer nodig en wordt ingezet voor de toevoer en afvoer van warm of koud mijnwater om de capaciteit van het backbone te vergroten.

• Het distributiesysteem is gelaagd. In eerste instantie wisselen gebouwen binnen dezelfde cluster overschotten uit van warm en koud water. Vervolgens wisselen clusters onderling hun overschotten uit en uiteindelijk verschaft het backbone de clusters water uit de ondergrondse buffers (figuur hieronder)

• Het beheer van de toevoer van warm en koud water is volledig vraaggestuurd en geautomatiseerd.

Clusters en backbone – Illustratie: Weg van gas: Kansen voor de nieuwe concepten Lage Temperatuur Aardwarmte en Mijnwater, CE Delft 2018.

Op dit moment worden honderden huishoudens en ongeveer tien bedrijven en instellingen bediend door het netwerk. Contracten zijn al getekend voor de toevoeging van nog eens 1000 huishoudens.

Individuele dan wel collectieve warmtepompen worden ingezet om de temperatuur van het water te verhogen van 25 naar 60°C. Dit maakt verwarming mogelijk van matig tot tamelijk goed geïsoleerde huizen (label B -C) zonder grote veranderingen in het verwarmingssysteem. Dit is een belangrijke toegevoegde waarde ten opzichte van all-electric oplossingen. Deze zijn vooralsnog alleen toepasbaar in zeer goed geïsoleerde huizen en gebouwen (label A – A++). In dit geval gebruiken warmtepompen buitenlucht en ze verwarmen het water tot ongeveer 30°C.

Gedurende het laatste decennium is het mijnwatersysteem veranderd van rechtstreeks gebruik van warm mijnwater (Mijnwater 1.0) naar een smart thermal griddat in de eerste plaats restwarmte en -koude van deelnemende bedrijven en instellingen gebruikt (Mijnwater 2.0). De mijn heeft daarin een bufferfunctie (opslag en reserve) voor water 25°C en 16°C. De temperatuur blijft vrijwel zeker constant omdat er minder water wordt onttrokken en de buffers ver genoeg van elkaar af liggen. Bij deze methode kunnen ook andersoortige buffers worden gebruikt, zoals goed geïsoleerde aardlagen. Er is dan veel gelijkenis met zogeheten warmtekoudeopslag (WKO). 

verrijking van het smart thermal grid door aardwarmte

Het concept Mijnwater 2.0 is uitgebreid bestudeerd door CE Delft[8]. De conclusie is dat ongeveer 4,6 miljoen huishoudens in Nederland en ook veel bedrijven kunnen worden bediend door een concept als dit, zeker als het wordt gecombineerd met de inzet van aardwarmte met een lage temperatuur (ongeveer 20 – 30°C).

Een vergelijking tussen standaard geothermisch boren en boren naar aardwarmte met lage temperatuur – Illustratie: Visser & Smit Hanab

Het gebruik van aardwarmte met lage temperatuur (afkomstig tussen 250 – 1250 meter onder het oppervlak) is een welkome aanvulling op de meer gebruikelijke winning van aardwarmte vanaf een diepte tussen 1250 – 4000 meter en lager, waarvoor een veel complexere en duurdere boring is vereist. De winning van aardwarmte met lage temperatuur wordt aangevuld met zogenaamd horizontaal boren[9]. Het voordeel is dat het boren van putten voor winning en retourstroom kan plaatsvinden vanaf één plek en de capaciteit wordt verhoogd[10](figuur boven)

Onderstaande video demonstreert de winning van aardwarmte met lage temperatuur

De combinatie van een smart thermal grid en de winning van aardwarmte op lage temperatuur heeft vier kenmerken:

• Warmte en koude uitwisseling tussen gebruikers binnen en tussen clusters.

• Clusters staan in verbinding met buffers van warm en koud water.

• Winning van aardwarmte met lage temperatuur.

• Geavanceerde software die vraag en aanbod regelt.

Dit concept is om verschillende redenen aantrekkelijk:

• De schaalbaarheid; de aanleg kan starten met losse clusters, die later verbonden worden met een of meer backbones.

• De ruimere beschikbaarheid en kennis van warmtebronnen met lage temperatuur in de ondergrond in vergelijking met bronnen op grotere diepte en het relatieve gemak van hun winning.

• Toepasbaarheid in matig tot tamelijk goed geïsoleerde huizen, die dan aardgasvrij kunnen worden zonder kostbare isolatie en met gebruik van bestaande verwarmingssystemen.

• De mogelijkheid van warmte- en koudeopslag.

Hoe zit het de kolenmijnen?

Rechtstreeks onttrekken van water uit voormalige kolenmijnen blijkt riskant, vanwege de kans dat de temperatuur van het warme mijnwater geleidelijk daalt en die van het koude water stijgt. Voormalige kolenmijnen nabij plaatsen met een grote vraag naar warm en koud water kunnen worden gebruikt als buffer als onderdeel van een smart thermal grid

De waarde van het concept van smart thermal grids, zeker in combinatie met de winning van aardwarmte met hoge temperatuur, is echter niet beperkt tot gebieden waar in het verleden steenkool werd gewonnen. Los van het aardgas is stukken dichterbij gekomen.


[1]https://www.dur.ac.uk/news/newsitem/?itemno=37069

[2]https://www.citymetric.com/horizons/coal-power-dirty-abandoned-mines-could-help-create-clean-energy-future-3624

[3]http://www.thinkgeoenergy.com/abandoned-coal-mines-as-source-for-geothermal-direct-use-for-heating/

[4]Zbigniew MaJolepszy: Modelling of geothermal resources within abandoned coalmines, Upper ˜˜Silesia, Poland. Faculty of Earth Sciences, University of Silesia,

[5]https://www.nrcan.gc.ca/sites/oee.nrcan.gc.ca/files/pdf/publications/infosource/pub/ici/caddet/english/pdf/R122.pdf

[6]https://www.sciencedirect.com/science/journal/00489697

[7]Minewater 2.0 project in Heerlen the Netherlands: transformation of a geothermal mine water pilot project into a full scale hybrid sustainable energy infrastructure for heating and cooling. Paper 8th International Renewable Energy Storage Conference and Exhibition, IRES 2013 

https://www.mijnwater.com/wp-content/uploads/2014/04/Energy-procedia_IRES-2013_Verhoeven-V20012013-Final-1.pdf

[8]Weg van gasKansen voor de nieuwe concepten LageTemperatuurAardwarmte en Mijnwater https://www.mijnwater.com/wp-content/uploads/2018/09/CE_Delft_3K61_Weg_van_gas_DEF_LageTemperatuurAardwarmte_en_Mijnwater_20180720.pdf

[9]https://www.bpnieuws.nl/artikel/8015039/lage-temperatuur-aardwarmte/

[10]https://www.bndestem.nl/moerdijk/boren-naar-aardwarmte-in-zevenbergen-wat-we-hier-doen-is-uniek~ac6d00f9/

Ondernemingsraden hebben de verkeerde brief geschreven

Nederlandse bedrijven kunnen veel meer doen aan de vermindering van de CO2-uitstoot zonder dat dit hun continuïteit aantast. Ondernemingsraden moeten daarom een andere brief schrijven

Ondernemingsraden verzetten zich ertegen dat hun bedrijven vervuilers worden genoemd en worden aangeslagen met de beruchte CO2-taks van Jesse Klaver. In de open brief in de Volkskrant van 7 maart 2019 lichten ze hun zienswijze toe[1]. Ze betogen dat hun werkgevers al veel doen, dat de kosten zijn hoog zijn en dat hun werkgelegenheid op het spel staat. 

In dit korte essay zoek ik naar aanwijzingen voor de omvang van de inspanningen van Nederlandse bedrijven op het gebied van duurzaamheid. Ik concludeer dat ondernemingsraden aanleiding hadden om een brief te schrijven, maar dat ze de verkeerde brief hebben geschreven.

Het Bureau CDP beoordeelt tweejaarlijks wereldwijd een 60tal bedrijfstakken vanuit een duurzaamheidsperspectief[2]. Ik leg eerst de aanpak van CDP uit aan de hand van de sector chemie.  

Het onderzoek van CDP loopt parallel aan de richtlijnen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD) voor de presentatie van gegevens in jaarverslagen. Er wordt gevraagd naar vier soorten gegevens:

  • Gegevens die samenhangen met risico’s van CO2-emissies in de hele keten (zogenaamde ‘scope 3 emissions’), waaronder de beschikbaarheid van alternatieve hulpbronnen (transition risks).
  • Gegevens die voortvloeien uit risico’s met betrekking tot de beschikbaarheid van schoon water in het bijzonder en het watermanagement van het bedrijf in het algemeen (physical risks).
  • Gegevens over de voortgang van de overgang naar een emissiearme toekomst, over de daartoe gewenste product- en procesinnovatie en de over de omvang van de investeringen in R&D die met dit doel plaatsvinden (transition opportunities).
  • Gegevens over de mate waarin een bedrijf de omschakeling naar duurzame productie heeft geïnternaliseerd in zijn strategie, inclusief de beloning van het management (climate governance and strategy).

Bedrijven worden op basis van deze criteria in vier categorieën verdeeld (A, B, C en D) Daarnaast is er een groep bedrijven waarvan te weinig gegevens beschikbaar zijn (E). De onderstaande tabel toont hoe deze indeling uitvalt voor de onderzochte ondernemingen uit de sector chemie[3].

Chemie

De chemische industrie neemt 28% van het totale industriële industriegebruik (stand van zaken 2017) voor haar rekening. Ze is verantwoordelijk voor 13% van de industriële CO2-uitstoot. Volgens CDP neemt de efficiëntie van het energieverbruik jaarlijks toe, wat resulteert in een daling van de CO2-emissie. Dit is vooral het gevolg van incrementele verbeteringen. CDP acht het noodzakelijk om binnen 5 – 10 jaar radicale veranderingen door te voeren, zoals de vervanging van aardolie en -gas door biomassa als grondstof. Hoopgevend is dat de uitgaven voor R&D vijfmaal hoger zijn dan het gemiddelde in de industrie.

Staal

De staalindustrie staat er voor wat betreft CO2-emissie wereldwijd slechter voor (stand van zaken 2016)[4]. Het energieverbruik en de CO2-emissie is de laatste jaren gestegen, terwijl een daling van de emissies met 70% nodig is om een evenredige bijdrage te leveren van het realiseren van de Parijse akkoorden (op 2oC niveau). Een aantal van de onderzochte bedrijven zegt te streven naar reductie van de CO2-uitstoot, maar geen enkel bedrijf kijkt verder dan 2020. Het rapport waarschuwt dat de industrietak te maken zal krijgen meteen aanzienlijke CO2-belasting.

De best scorende bedrijven zijn het Koreaanse POSCO en het Zweedse SSAB. De slechtst scorende bedrijven zijn Tata Steel en US Steel. 

De CDP A-lijst

De hoogst scorende bedrijven uit alle bedrijfstakken samen staan op de prestigieuze CDP A-lijst[5]. Nederlandse bedrijven op deze lijst zijn Unilever, ING, Philips, Signify (de verlichtingstaak van Philips) en de RELX Groep (voorheen Reed-Elsevier). De rest van de 90 Nederlandse bedrijven die zijn onderzocht, scoort lager[6].  

Uit de gegevens blijkt dat het rendement voor aandeelhouders van bedrijven die op de A-lijst staan in de periode december 2011 – juli 2016 5,4% hoger was dan het gemiddelde van alle beursgenoteerde bedrijven. De grootste vermogensbeheerder ter wereld, BlackRock  met €4.800 miljard uitstaand vermogen, bevestigt de relatie tussen aandacht voor duurzaamheid en financieel rendement en dus groeiende interesse bij beleggers[7].

RobecoSAM

Een manier om de betrouwbaarheid van de CDP-lijst onderzoeken is om de scores te vergelijken met die van op een andere gezaghebbende lijst, namelijk die van RobecoSAM[8]. Deze lijst vermeldt 2686 bedrijven, waarvan een beperkt deel de score ‘goud’, ‘zilver’ of ‘brons’ behaalt (te vergelijken met de A-lijst van CDP).

Van de Nederlandse bedrijven scoren Unilever, Philips, Signify en DSM ‘goud’ binnen hun eigen bedrijfstaak; bedrijven die alle ook voorkomen op de CPD-A (of A-) lijst[9].

KPN (A-) en AkzoNobel (A), die in de editie van 2018 eveneens goud scoorden, behalen in 2019 resp. zilver en brons. Eveneens is er een zilveren medaille voor ABN AMRO (B). Brons is er verder voor Ahold Delhaize (C), Nationale Nederlanden (B), PostNL (A-), Randstad (D) en – vooruit – Air France-KLM (B).

Van de bedrijven, waartoe de ondertekenaars van de voornoemde brief behoren, staat geen enkel bedrijf op de CDP- A-lijst.

Zeven behoren tot groep B en twee tot groep C . Van de overige zijn onvoldoende gegevens bekend (E). Opvallend is dat Tata Steel goud scoort op de lijst van RobecoSAM maar tot de achterhoede hoort bij CDP[10].

Bedrijven die hoog op bovenstaande lijsten scoren kunnen nog lang niet in alle opzichten als duurzaam gekwalificeerd worden. Uit een rapport van Greenpeace blijkt bijvoorbeeld dat 25% van het plastic dat de stranden van de Filipijnen bedekt, afkomstig is van koplopers Neslé en Unilever[11].  Unilever[12] en Nestlé[13] erkennen het probleem en beide bedrijven hadden al eerder kenbaar gemaakt om voor 2025 alle plastic afbreekbaar, composteerbaar of herbruikbaar te maken. 

Terug naar de ondertekenaars van de brief. Mijn stelling is dat deze een verkeerde brief geschreven hebben. 

Uit de analyses van zowel CDP als RobecoSAM blijkt dat geen van de bedrijven van de ondertekenaars behoren, koplopers zijn op het gebied van duurzaamheid. Ze benutten lang niet alle mogelijkheden om de uitstoot van CO2te beperken en de maatregelen die ze nemen zijn vaak incrementeel. Dat komt omdat dit doel ondergeschikt is aan hun primaire missie, het streven naar een zo hoog mogelijke winst en/of beurswaarde. De primaire missie bepaalt de investeringsruimte en dus ook de omvang van de investeringen in de beperking van de CO2-emissie.

De urgentie van de beteugeling van de uitstoot van broeikasgassen vraagt om een andere benaderingswijze. Namelijk alle maatregelen nemen die technisch mogelijk zijn en deze een hogere prioriteit toekennen dan maximaliseren van de winst en/of aandeelhouderswaarde, met in acht name van de continuïteit van het bedrijf.

De ondernemingsraden zouden daarom twee brieven moeten schrijven. 

Een aan de eigen directie met een pleidooi om terugdringen van de CO2-uitstoot de hoogste prioriteit toe te kennen in de missie van het bedrijf, ook al gaat dat ten koste van de hoogte van de winst en de aandeelhouderswaarde, uiteraard met borging van het voortbestaan van het bedrijf als randvoorwaarde. 

Als de directie hier wel oren naar heeft, kan er een tweede brief uitgaan naar de overheid. Hierin wordt ontheffing gevraagd voor de CO2-taks omdat het bedrijf maximaal investeert in een emissieloze toekomst en een CO2-taks ten koste zal gaan van een deel van deze investeringen.

Mochten de ondernemingsraden met hun eerste brief succes hebben, dan dragen ze bij aan een verandering van de maatschappelijke positie van het bedrijfsleven, namelijk een transitie van kapitalistische naar sociale ondernemingen. Daarover gaat mijn volgende blogpost.

Lukt dat niet, laat dan de CO2-taks maar komen, maar dan wel in Europees verband.


[1]https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/open-brief-aan-politiek-leiders-bedrijf-geen-politiek-met-onze-banen-wij-zijn-trots-op-banen-en-vooruitgang~b5760a86/

[2]https://6fefcbb86e61af1b2fc4-c70d8ead6ced550b4d987d7c03fcdd1d.ssl.cf3.rackcdn.com/cms/reports/documents/000/004/150/original/CDP_Consumer_Goods_2019_Exec_summary.pdf?1550855903

[3]https://6fefcbb86e61af1b2fc4-c70d8ead6ced550b4d987d7c03fcdd1d.ssl.cf3.rackcdn.com/cms/reports/documents/000/002/683/original/CDP_Chemicals_2017.pdf?1507139412

[4]https://6fefcbb86e61af1b2fc4-c70d8ead6ced550b4d987d7c03fcdd1d.ssl.cf3.rackcdn.com/cms/reports/documents/000/001/195/original/CDP_Steel_2016_FINAL.pdf.pdf?1479377027

[5]https://www.duurzaam-ondernemen.nl/worlds-top-green-businesses-revealed-in-the-cdp-a-list/?utm_source=Online+Kenniscentrum+Duurzaam+Ondernemen&utm_campaign=5239c81567-DuOn_EMAIL_CAMPAIGN&utm_medium=email&utm_term=0_bc05740288-5239c81567-291310645

[6]https://www.cdp.net/en/scores#446647786929955804cc9a3a08ef1eb4

[7]https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/future-finance/25093/john-mckinley-blackrock-bedrijven-die-rekening-houden-met-klimaatverandering-zijn-op-de-lange-termijn-winstgevender

[8]http://yearbook.robecosam.com

[9]Ik vermeld hierna achter de scores op de lijst van RobecoSAM tussen haakjes de scores op de CDP-lijst.

[10]Vermoedelijk komt dit omdat CDP uitsluitend gegevens had over de activiteiten van Tata Steel in India. 

[11]https://www.duurzaam-ondernemen.nl/greenpeace-nestle-en-unilever-topvervuilers-monsterlijke-hoeveelheden-plastic-in-filipijnen/

[12]https://www.duurzaam-ondernemen.nl/unilever-wil-afbreekbaar-plastic-2025/

[13]https://www.duurzaam-ondernemen.nl/nestle-wil-uiterlijk-in-2025-haar-verpakkingen-voor-100-recyclen-of-hergebruiken/

Toronto’s Quayside: overspeelt Google zijn hand?

De betrokkenheid van Google’s zusterbedrijf Sidewalk labs bij stedenbouwkundige ontwikkelingen komt voort uit de wens van Google om over steeds meer verhandelbare data te beschikken van burgers

Quayside; het gebied tussen de snelwegen en het Lake Ontario. Foto: Sidewalk labs

De ontwikkeling van Quayside, een braakliggend terrein van 12 hectare aan de rand van het centrum van Toronto, is een perfect voorbeeld van hoe informatietechnologie aan de invloed van het stadsbestuur dreigt te ontsnappen. Vorig jaar besteedde ik aandacht aan de rol van Sidewalk Labs (een zusterbedrijf van Google) in dit project. Ik was verheugd over de stedenbouwkundige aanpak en het uitgebreide proces van burgerparticipatie. Wel was ik verbaasd waarom Google interesse had om projectontwikkelaar te worden en er bovendien 50 miljoen Canadese dollar voor uit te trekken (nu weet ik waarom). Daniel Doctorow, de CEO van Sidewalk Lab, stelde me gerust met de verklaring dat de realisatie van een mensgericht stadsontwerp voorop staat en niet technologie: Expect very little of the value we create is about technology[1].

Het bleek dat ik te goedgelovig was. Maar laten we bij het begin beginnen.

In maart 2017 deed Waterfront Toronto, een ontwikkelingsmaatschappij in eigendom van de overheid, een oproep om voorstellen in te dienen om het oude havengebied van Toronto te transformeren in een sustainable mixed-use, mixed-income neighborhood. Sidewalk Labs diende een 200-pagina’s omvattend plan in voor een nieuw soort stad: Modular, dynamic wooden carbon-negative buildings that could easily be adapted to new uses, affordable housing, subterranean utility channels, outdoor spaces for walking and biking and designed to minimize the impacts of bad weather. Public transport and self-driving cars instead of private cars take care of transportation[2].De burgers van Toronto zouden worden betrokken bij een gezamenlijk planningsproces dat een jaar zou duren, met live gestreamde presentaties, rondetafelgesprekken, workshops en een zomerkamp voor kinderen.

Een collage van impressies hoe Quayside Toronto zou kunnen gaan uitzien: Tekeningen: Sidewalk Labs

Sidewalk deed geen moeite om te verbergen dat zijn belangstelling verder ging dan Quayside en het gehele 800 hectare grote havengebied betrof. Het bedrijf kondigde ook aan dat het gebied from the Internet up zou worden ontwikkeld mede met behulp van ubiquitous sensing. Volgens waarnemers zou het gebied de grootste sensor- en cameradichtheid ter wereld krijgen. Waterfront Toronto geloofde een partner te hebben gevonden die niet alleen wilde investeren, maar ook in staat was om het ultieme voorbeeld van een smart city te ontwikkelen[3]. Uitgangspunt – zo dacht men – was dat de beoogde dataverzameling ten doel had om de belangrijkste smart city functies te ondersteunen.  Voorbeelden die daarbij werden genoemd waren:

  • smart metering om het elektriciteitsverbruik te verminderen en de distributie van elektriciteit te optimaliseren
  • Displays met real time informatie over aankomst- en vertrektijden van de beschikbare transportopties.
  • Sensoren om verkeers- en voetgangersstromen, alsmede CO2-emissies te meten, mede om het effect van verkeer-beperkende maatregelen te testen.
  • Sensoren ten behoeve van een geautomatiseerd systeem voor afvalinzameling.
  • Een digitaal platform voor gezond eten, ontspanning en stimuleren van de band met de buurt.
  • En meer van dit soort aantrekkelijke zaken.

Vanwege de directe band met gewenste smart cityfuncties, leek de gewenste dataverzameling onproblematisch, te meer daar Sidewalk Labs sympathiseerde met het principe van privacy by default. Dit betekent dat mensen niet om bescherming van hun persoonlijke gegevens hoeven te vragen maar dat hier als vanzelfsprekend in wordt voorzien. De verwachting was dat dataverzameling nooit zou resulteren in gepersonaliseerde profielen van inwoners.

Toen Ann Cavoukian, die al 16 jaar werkzaam was als de commissaris van de provincie Ontario voor informatie en privacy, adviseur werd van de raad van bestuur van Waterfront Toronto, wekte dat het nodige vertrouwen,  hoewel velen zich bleven afvragen hoe Sidewalk Labs (lees Google) zijn geld wil verdienen.

In de loop van het afgelopen jaar stak er in Europa, de VS en Canada een groeiend verzet op tegen de ongebreidelde dataverzameling door giganten als Google, Facebook en Amazon. Facebook werd beschuldigd van het schenden van privacywetten en staat in de VS een enorme boete te wachten. Ook Google moet inmiddels miljarden aan boete betalen aan de EU.  

De database van Google bestaat uit gepersonaliseerde profielen van vele honderden miljoenen mensen, inclusief hun daadwerkelijke locatie en financiële positie. Het bedrijf verdient ontzettend veel geld door data te verkopen aan vele duizenden marketeers op elke plaats op aarde. Data waarmee ze potentiële klanten direct kunnen benaderen met aantrekkelijke voorstellen om te voldoen aan latente materiële of spirituele behoeften. Details werden openbaar gemaakt door inside-stories van voormalige werknemers[4]. Het raffinement én het effect van de invloed die marketeers op onze gedachten en ons gedrag proberen uit te oefenen, stemt tot nadenken.

Een wetenschappelijk rapport van Douglas C. Schmidt, hoogleraar Computer Science aan de Vanderbilt University, onthult welke gegevens Google verzamelt en hoe[5]. Vooral gebruikers van Android en Chrome zijn een makkelijk doelwit, ook als ze hun telefoon niet actief gebruiken. Onderstaande illustratie toont de informatie die Google in één dag heeft verzameld van één specifieke persoon. Na de publicatie van het rapport gaf Google geen commentaar op de inhoud ervan, maar volstond met de geloofwaardigheid van de auteur in twijfel te trekken: “Dit rapport is ……. geschreven door een getuige voor Oracle in hun lopend geschil met Google over copyright. Het is dus geen verrassing dat het zeer misleidende informatie bevat. ” Prof. Schmidt antwoordde dat hij meer dan twee jaar geleden eenmalig was uitgenodigd als getuige-deskundige in het proces van Oracle versus Google inzake eerlijk gebruik van copyrights[6].

Persoonlijke data van een gebruiker van een Androïd telefoon gedurende een dag. De grijze stippen bevatten onder andere locatiegegevens die werden verzameld terwijl de telefoon niet actief werd gebruikt – Tekening: Pamela Saxon (Vanderbilt University).

Publicaties als voornoemd geven inzicht in wat Sidewalk Labs zou kunnen bedoelen met development from the Internet up en ubiquitous sensing. Ook Ann Cavoukian was geschokt; ze zei: Once people’s interests and comings and goings are [tracked], it would be a nightmare. In haar hoedanigheid als adviseur van de raad van bestuur van Waterfront Toronto vroeg Cavoukian om een eenduidig verbod op het verzamelen van persoonlijke gegevens. Een belofte die Sidewalk Labs zei niet te kunnen doen, waarna ze zich terugtrok, samen met een aantal andere adviseurs.

Blayne Haggert – Foto Brock University

Tijdens een persoonlijke ontmoeting schoof mijn Canadese collega, de politicoloog Blayne Haggart, de puzzelstukjes van de betrokkenheid van Google in elkaar[7]. Sidewalk Labs wil een ‘digitale laag’ bouwen over Quayside met behulp van een robuuste verzameling API’s (application programming interfaces). Deze stellen ontwikkelaars in staat om toepassingen te maken ten behoeve van inwoners en bedrijven. Hoe groter de hoeveelheid en de diversiteit van de te verzamelen gegevens hoe groter de inkomsten voor Sidewalk Labs zijn. Dit verdienmodel dat volledig aansluit bij de kernactiviteiten van Google, is nooit expliciet gemaakt. Het verklaart wel waarom Sidewalk Labs onmogelijk afstand kon nemen van het gebruik door derden te personaliseren gegevens.

De gretigheid van Google om betrokken te worden bij de ontwikkeling van smart cities heeft niets te maken met affiniteit met stedenbouw, noch met het creëren van smart city ‘gadgets’ zoals adaptieve verlichting, ondergronds afvaltransport of energie-neutrale huizen. Het belang van Google is ubiquotous sensing van het leven van de bewoners om zijn al enorme verzameling gepersonaliseerde profielen uit te breiden met real-time kennis van waar mensen zijn, wat ze willen of doen. Daarmee worden geïnteresseerde bedrijven voor veel geld voorzien van bruikbare marktinformatie. Bovendien ligt het in Sidewalk Lab’s bedoeling om zusterbedrijven, zoals Waymo (autonome taxis) een belangrijke rol te laten spelen in de herontwikkeling van het havengebied van Toronto[8].

Als Sidewalk Labs niets anders was geweest dan een projectontwikkelaar met de ambitie om een ​​smart city te bouwen, deed het bedrijf tot nu toe goede dingen. Het zou een passende beloning hebben gekregen voor zijn werk voor Quayside en zou zeer waarschijnlijk ook betrokken worden bij de rest van Waterfront Toronto. Maar dit is niet de reden waarom Google Sidewalk Labs heeft opgericht.

De eerste les die steden kunnen leren van Quayside, is de noodzaak van expertise met betrekking tot databeheer en om van daaruit regels te formuleren voor de samenwerking met commerciële partijen[9]. Een stadsbestuur moet ondubbelzinnig voorschrijven hoe gegevens worden verzameld, gebruikt en beheerd. Het bestuur van Toronto Waterfront en het stadsbestuur van Toronto hebben dit overduidelijk nagelaten. 

De tweede les is dat alle plannen voor stadsontwikkeling moeten expliciteren hoe deze bijdragen aan de levenskwaliteit van de burgers, en waarom de verzameling van bepaalde data daarbij een middel is. Niets minder, niets meer[10].


[1]http://smartcityhub.com/governance-economy/googles-sidewalk-labs-takes-the-lead-in-smart-city-development-in-toronto/

[2]Molly Sauter: Google’s Guinea-Pig City: Will Toronto turn its residents into Alphabet’s experiment? The answer has implications for cities everywhere. https://medium.com/the-atlantic/googles-guinea-pig-city-e022e50aa7d

[3]Sidney Fussel:  City of the Future Is a Data-Collection Machine  https://medium.com/the-atlantic/the-city-of-the-future-is-a-data-collection-machine-b06e0b9a1dba

[4]Hier is de eerste aflevering van een reeks: https://medium.com/s/story/the-complete-unauthorized-checklist-of-how-google-tracks-you-3c3abc10781d

[5]https://bloximages.newyork1.vip.townnews.com/wsmv.com/content/tncms/assets/v3/editorial/f/1b/f1bc6c94-a539-11e8-905a-136f4f930796/5b7bff66f1d7a.pdf.pdf

[6]https://phys.org/news/2018-11-google-scrutiny-digital-privacy.html

[7]Blayne Haggard & Zachary Spicer: Infrastructure, Smart Cities and the Knowledge Economy 

Paper ten behoeve van de conferentie Making the smart city safe for citizensop 28 en 29 november, 2018 te Heerlen (Open Universiteit).

[8]https://medium.com/radical-urbanist/googles-next-big-product-the-city-de642eefc369

[9]https://stadszaken.nl/smart/gebiedsontwikkeling/1953/is-de-slimme-stad-straks-van-google

[10]Zie mijn overzicht van uitdagingen voor stadsbesturen om een humane stad te ontwikkelen: http://smartcityhub.com/collaborative-city/long-read-beyond-the-smart-city-challenges-for-a-humane-city/

Monopolie: meestal verwerpelijk, soms niet

De maker van een platform en de gebruikers ervan dienen strikt gescheiden te zijn om ongewenste monopolievorming en accumulatie van kapitaal te voorkomen

Waar ik woon is één buurtvereniging. Een monopolie dus. Maar het is een goede zaak want alleen zo leren de bewoners elkaar kennen. In wezen geldt dat ook voor Facebook, maar dit bedrijf staat in het middelpunt van kritiek. Ik kom hier aanstonds op terug.

Eerst een ander voorbeeld. In een snelgroeiend aantal steden kun je via een app een elektrische step huren. Via een kaartje zie je waar de dichtstbijzijnde step te vinden is. Alleen, er zijn wel zes concurrerende verhuurbedrijven die elk een eigen app hebben. Wat je dus zou willen is dat er één app was, waarop je alle steps aantreft die binnen een afstand van zeg 100 meter vrij zijn en dat je daarvan een kiest. 

Zo’n algemene app noemen we een platform en dit soort platforms worden steeds belangrijker. Neem het platform waarop je alle beschikbare steps aantreft. Het maken en onderhouden ervan kost geld. Om aan dit geld te komen zijn verschillende verdienmodellen mogelijk. 

  • De verhuurbedrijven zijn samen de eigenaar zijn van de app en ze overleggen over het gebruik ervan. De kosten worden via opcenten verhaald op de gebruikers.
  • Het grootste verhuurbedrijf stelt zijn app open voor andere bedrijven.
  • Een bedrijf ontwikkelt de app en de verhuurbedrijven mogen deze gratis gebruiken. De maker verzamelt alle gegevens van de gebruikers en verkoopt die aan bedrijven die de gebruikers van de app vervolgens bestoken met gepersonaliseerde advertenties:

Dag Peter, ik hoop dat de rit voorspoedig ging. Je staat nu voor Starbucks en daar wacht een heerlijke kop koffie op je met 25% korting. 

Verreweg de beste optie is dat de verhuurbedrijven samen de app (laten) maken zonder dat deze zelf een commerciële functie heeft. Je zou er dan op moeten kunnen vertrouwen dat deze app je niet bespioneert. Dit benadert het principe van de netneutraliteit het meest. Niemand zal het betreuren dat zo’n app een monopolie heeft. Dan nog kan elke stepverhuurder de gegevens van de eigen klanten doorverkopen. 

Terug naar facebook

Oorspronkelijk was Facebook een gezellige babbelbox en omdat het handig is dat iedereen in dezelfde babbelbox zit, ontstond er op organische wijze een monopolie. Daar had niemand moeite mee.  Geleidelijk is er een verdienmodel ontstaan dat erop gebaseerd is zo veel mogelijk data van je te verzamelen. Op basis van die data krijgen adverteerders de mogelijkheid om gepersonaliseerd te adverteren. Jou gelegenheid geven om te babbelen met je ‘vrienden’ is langzaam maar zeker dekmantel geworden voor puur commerciële activiteiten en het verdienen van een hele hoop geld. 

Het hoeft niet te verbazen dat op dit moment Facebook wereldwijd wordt beschuldigd van schending van zowel de antitrust- als de privacywetgeving. Uniek is de recente uitspraak van de Duitse Bundeskartellamt dat Facebook verbiedt persoonlijke gegevens van dochterondernemingen als WhatsApp en Instagram te gebruiken zonder daarvoor nadrukkelijk toestemming te hebben gevraagd.

Dat het monopolie van Facebook onder vuur ligt, komt door het de verstrengeling van de platformfunctie en de lucratieve commerciële strategie. Net als bij de stepverhuurders het geval was, ligt de oplossing in het ontvlechten van beide. Facebook als platform biedt dan gelegenheid tot babbelen en de deelnemers dragen in een ideale wereld dan samen de kosten ervan. Zij zouden individueel moeten kunnen beslissen over het gebruik van hun gegevens voor advertentiedoeleinden en hier kan dan een vergoeding tegenover staan, bijvoorbeeld gratis gebruik van de babbelbox. 

Het beginsel van ontkoppeling van platform en daarop uitgeoefende commerciële activiteiten kan leiden tot meer transparantie, bewaking van de privacy en voorkomen van vorming van monopolies

Amazon

Elk platform is handiger naarmate de aangeboden keus groter is. Als Amazon een platform op de markt zet waarop een groot aantal – ook onderling concurrerende – bedrijven hun producten verkopen dan is iedereen daar blij mee. Echter Amazon biedt op het platform tevens zijn eigen producten aan. Op dit moment is er veel ophef over het feit dat Amazon concurrerende producten op oneerlijke wijze ‘wegdrukt’.

Uber

Menigeen zou blij zijn met één platform voor alle taxidiensten. Uber zou kunnen kiezen voor de rol van ‘exploitant’ van het platform of die van aanbieder van vervoersdiensten.  De indruk ontstaat dat het bedrijf aan het verschuiven is naar de eerste optie. In dat geval ontvangt het bedrijf commissie over alle ritten die via zijn platform tot stand komen. Overigens zou het mijn voorkeur hebben als alle taxibedrijven samen zo’n platform (lieten) ontwikkelen in plaats van dat Uber dit doet, maar daar gaat het nu niet om.

Google

Als er een bedrijf is waar platform en verdienmodel door elkaar lopen dan is het wel Google. Mede hierdoor groeit het wantrouwen tegen de kwaliteit van zijn zoekmachine. Het bedrijf beschikt over een onwaarschijnlijke hoeveelheid gegevens van meer dan twee miljard mensen. Deze gegevens zijn verzameld zonder dat de betrokkenen zich daarvan bewust zijn, mede dankzij het gebruik van de Androïd telefoon en de Chrome webbrowser. Apple heeft tot nu toe de gegevens van iPhone gebruikers en van Safari deels weten af te schermen. 

Google kan met deze gegevens het resultaat van elke zoekopdracht manipuleren om het koopgedrag te beïnvloeden ten gunste van zijn klanten[1]. Het bovenaan plaatsen van betaalde zoekresultaten, voor elke individuele gebruiker op maat gemaakt, is daar een voorbeeld van. Daarnaast beschikt het bedrijf over kennis van honderden miljoenen personen, die bij alle grote bedrijven een onmisbaar onderdeel voor marketing en verkoop is. Ook Google moet, afgezien van betaling van miljardenboetes aan onder andere de EU, grote stappen terugzetten.

Hoe zit het eigenlijk met de antitrust wetgeving?

In de eerste helft van de 20steeeuw kenden de VS een streng antitrust beleid. 1936 noemde president Rooseveld de industriële dictatuur nog als een van de grootste bedreigingen van de democratie. Harry Truman herhaalde deze woorden in het begin van de jaren ’50 en kondigde een verdubbeling van de strijd tegen monopolyvorming aan[2]

In de jaren ’70 voltrok zich een omwenteling. Het neoliberalisme van Reagan en Thatcher maakte dat de inhoud van het begrip marktwerking verschoof van de bescherming van de vrije markt naar de afschaffing van wetten die markten reguleren.

Antitrustweten werden versoepeld met als gevolg een enorme concentratie van bedrijven.  In de VS heeft de laatste 20 jaar voor een totale waarde van $ 1.140 miljard aan overnames plaatsgevonden[3]. Op dit moment produceren twee bedrijven 67% van het bier, vijf banken beheren bijna de helft van alle geld, Wal-Mart lever meer dan de helft van alle levensmiddelen, Amazon heeft het grootste deel van de internetverkopen in handen en vier luchtvaartmaatschappijen verzorgen vrijwel alle luchtvaartverkeer. 

Daarnaast zijn er uiteraard de grote technologiebedrijven: Microsoft, Apple, Facebook en Google, die op hun gebied quasi-monopolisten zijn. In zijn book The Curse of Bigness; Antitrust in the New Gilded Age beschrijft Tim WU de opkomst en het verval van de Amerikaanse antitrustwetten en bij laat zien dat elk van de genoemde bedrijven (en nog een aantal anderen) zonder meer in aanmerking komen voor een strafrechtelijk onderzoek[4].

Inmiddels gaat de pendule weer de andere kant op. De stagnerende lonen, groeiende ongelijkheid in inkomens in de VS roepen verzet op, dat vooral het laatste jaar wordt gevoed door de vermoede onwettelijke praktijken van bedrijven en het ‘ontwijken’ van belastingen. Boeken als The age of surveillance capitalism van  Soshana Zuboff (Harvard) worden gretig gelezen en voeden ook in politieke kringen het verzet tegen de groeiende almacht van techbedrijven, Google voorop.

De Europese Commissie heeft zich een stuk waakzamer getoond dan de autoriteiten in de VS, en heeft Google inmiddels een boete van € 2,4 miljard opgelegd. Bewezen werd geacht dat het bedrijf zijn monopolie op de markt van generiek zoeken heeft misbruikt om zich een monopolie te verwerven op de markt van prijsvergelijkend winkelen[5]

No more Googles

Voor bedrijven die beloven af te zien van het verzamelen van persoonsgebonden data, zoals de nieuwe zoekmachine DuckDuckGo[6]zijn er ineens nieuwe kansen. Er is inmiddels al een website met een overzicht van sites die bruikbare informatie helpen verzamelen voor bedrijven en individuele personen, gebaseerd op data die niet door ‘tracking’ van persoonlijke gegevens zijn verkregen[7].

In een volgende blogpost ga ik op de verhullende betekenis van het begrip marktwerking in.


[1]Douglas C. Schmidt: Google Data Collection. Vanderbilt University August 15, 2018:  https://bloximages.newyork1.vip.townnews.com/wsmv.com/content/tncms/assets/v3/editorial/f/1b/f1bc6c94-a539-11e8-905a-136f4f930796/5b7bff66f1d7a.pdf.pdf

[2]https://www.theatlantic.com/business/archive/2017/06/word-monopoly-antitrust/530169/

[3]https://www.thenation.com/article/by-the-numbers-the-rise-of-monopolies/

[4]https://medium.com/s/story/antitrusts-most-wanted-6c05388bdfb7

[5]https://www.emerce.nl/nieuws/beslistnl-google-shopping-weg-verdubbeling-bezoek-omzet

[6]https://medium.com/s/story/nothing-can-stop-google-duckduckgo-is-trying-anyway-718eb7391423

[7]https://nomoregoogle.com

Brochure ‘Amsterdam klimaatneutraal 2050’: Geen antwoord op meest dringende vragen

De brochure Amsterdam klimaatneutraal 2050 is te eenzijdig geschreven vanuit de reductie van CO2 in plaats van uit de invoering van alternatieve energiedragers

Amsterdam maakt werk van de energietransitie. Onlangs ontvingen alle bewoners de brochure Amsterdam Klimaatneutraal 2050[1].  Dat is de eerste stap naar een definitieve routekaart, die de gemeente eind 2019 wil vaststellen. Voor het zover is, wordt met talloze betrokkenen gepraat. Ik kan voorspellen waarover deze gesprekken gaan.

De brochure laat zien voor welke immense opgave de stad de komende 30 jaar staat: Op dit moment bedraagt de CO2-uitstoot op het Amsterdamse grondgebied van Amsterdam ongeveer 4.500 kiloton tegen 3.010 kiloton in 1990. Het doel voor 2030 is een reductie van 3.200 kiloton. Dat er sprake is van een trendbreuk is dus een understatement.

Bron: Amsterdam energieneutraal 2050

De brochure inventariseert wat nodig is om de beoogde reductie van de CO2-uitstoot te realiseren: Nieuwe huizen en gebouwen worden bij voorkeur energieneutraal, de stad gaat uiterlijk in 2040 van het aardgas af, huizen en gebouwen worden massaal aangesloten op warmtenetten, het verkeer wordt elektrisch, er komen verkeersbeperkende maatregelen en dankzij grootschalige isolatie worden huizen en gebouwen zuiniger en de Hemweg-centrale moet ook dicht.

Net als het Klimaatakkoord, schenkt de brochure echter weinig aandacht aan de alternatieve energiebronnen en hun beschikbaarheid[2].

Zonnepanelen

Het meest concreet is nog het streven om alle geschikte daken met zonnepanelen te bedekken. De 180.000 zonnepanelen die nu op Amsterdamse daken liggen zouden in vier jaar tijd tot 1 miljoen moeten toenemen. Panelen op daken leggen is niet zo moeilijk maar een kostbare verzwaring van het net voorkomen vereist, zoals het City-zen project heeft geleerd dat wordt voorzien in een smartgrid inclusief lokale opslagcapaciteit en dat is nog niet zo eenvoudig[3].

Aardwarmte

De warmtenetten ontvangen thans hun energie uit diverse bronnen, zoals afval, restwarmte van de industrie en biomassa. Elk van deze bronnen slinkt en aardwarmte moet voorzien in de resterende vraag. Op dit moment is aardwarmte (geothermie) in Nederland nog schaars en de winning is problematisch[4]. Er zal de komende vier jaar in Amsterdam één (sic) proefboring worden verricht. Ik wees er eerder dal op dat ook Nijmegen een forse hypotheek neemt op de realisering van de klimaatdoelen door hoog in te zetten op geothermie[5].

Groene elektriciteit

Verwacht wordt dat de stad in 2050 viermaal meer elektriciteit gebruikt dan thans. Amsterdam is in hoge mate afhankelijk van het welslagen van de plannen om op nationaal niveau het aantal windmolens drastisch uit te breiden, op zee in het bijzonder Juridische procedures zullen de snelheid waarmee dit gebeurt ongetwijfeld belemmeren.

De gemeente gaat terecht met bewoners en andere betrokkenen in gesprek. Ik voorspel dat dit gesprek zal gaan over de beschikbaarheid van alternatieven, de kosten van de transitie en wie die betaalt. Ik vond dat de presentatie van een routekaart voor de energietransitie in Amsterdam door prof. Andy van den Dobbelsteen in Pakhuis De Zwijger (maart 2018) meer inzicht gaf in de richting waarin alternatieven voor gas en ‘grijze’ elektriciteit gezocht kunnen worden[6], tot op wijkniveau toe. Overigens ook niet over de tijdige beschikbaarheid daarvan en hun kosten. Die vraag kan vooralsnog niemand beantwoorden.

Zoals blijkt uit het recente boek van Drawdown van Paul Hawken, is ‘Parijs’ (alleen) haalbaar als we een groot aantal beschikbare technieken verkennen en gebruiken en geen daarvan op voorhand uitsluiten. Het draagvlak voor de energietransitie had vergroot kunnen worden door haalbaar geachte tijdpaden voor de invoering alternatieve energiebronnen centraal te stellen en als resultaat daarvan de afname van de CO2-uitstoot te laten zien. 

De brochure ‘Amsterdam Klimaatneutraal’ is geschreven vanuit het perspectief van de activistische bestuurder in plaats van dat van de bezorgde burger.

Of Amsterdam in 2030 dan wel 2050 de gewenste uitstoot realiseert hangt hoe dan ook af van de beschikbaarheid van geschikte alternatieven voor grijze stroom en aardgas. Niemand zal immers beweren dat de gaskraan dichtgaat, ook als de Amsterdammers daarna in de kou zitten. Toch?


[1]https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/ambities/gezonde-duurzame/routekaart-amsterdam/

[2]Hierover heb ik elders geschreven: https://www.expirion.nl/blog-25–het-klimaatakkoord-is-geen-energieakkoord.html

[3]http://www.cityzen-smartcity.eu/ressources/smart-grids/virtual-power-plant/

[4]https://www.1limburg.nl/verhoogd-risico-op-aardbevingen-noord-limburg?context=section-12592

[5]https://wp.me/p32hqY-1GK

[6]https://wp.me/p32hqY-1Ei

Maken autonome auto’s autorijden veiliger?

Voor wat betreft de toekomst van het autogebruik moet een onderscheid worden gemaakt tussen zelfsturende en autonome auto’s. Vooral deze laatste kunnen een grote bijdrage aan de veiligheid leveren, in het bijzonder als auto’s met bestuurders van de weg worden verbannen.

Autonome testauto. Foto: Waymo

Degenen die denken dat autonome auto’s zullen bijdragen aan een meer leefbaar milieu, verwijzen ook naar de potentiële redding van miljoenen levens. De meeste uitspraken over de veiligheid van bestuurders, fietsers, voetgangers en niet te vergeten dieren in een wereld van zelfsturende auto’s zijn echter speculatief. Eén ding is zeker, op dit moment, zeggen de meeste mensen – 63% van alle automobilisten in de VS – bang te zijn om in autonome voertuigen te rijden. Dit percentage steeg tot 73% na enkele recente dodelijke ongelukken die wereldwijde aandacht kregen[1].

Ongevallen

Op 18 maart 2018 raakte een Uber zelfsturende auto een vrouw die met haar fiets de straat overstak. De verplicht aanwezige medewerkster lette niet op de weg, maar bekeek de diagnostische instrumenten, wat was toegestaan. Minder dan een seconde voor de crash zag zij het naderende onheil en ze slaagde erin de snelheid te verminderen. Analyses achteraf tonen dat ‘het systeem’ de vrouw 6 seconden voor de crash identificeerde als ‘een onbekend object’ en dat het 4,7 seconden later een noodstop wilde maken, ware het niet dat het Uber-team deze functie had uitgeschakeld.

Minder dan een week later veranderde een Tesla Model X zonder enige noodzaak van richting, sloeg tegen een betonnen barrière, vatte vlam en de bestuurder werd gedood. Net als een ander dodelijk ongeval met een Tesla Model S, had de bestuurder de ‘autopilot’ ingeschakeld op een weg waar het gebruik ervan niet was toegestaan ​​en hij had ook zijn handen van het stuur gehaald.

Automatische en autonome auto’s

De mogelijkheden van auto’s om zichzelf te besturen verschillen in grote mate. Om deze reden heeft de Society of Automotive Engineers (SAE) een classificatie op zes niveaus ontwikkeld (figuur hieronder)

Bron: Society of Automotive Engineers

Niveaus van automatisering

Deze classificatie laat zien dat SAE-niveau 2-auto’s in staat zijn om te sturen en te accelereren onder specifieke omstandigheden zoals autosnelwegen en alleen overdag. Onder deze omstandigheden kunnen bestuurders veilig hun handen van het stuurwiel houden, tenminste als de nationale wetgeving dat toestaat. Zodra de invloed van de omgeving op sturen en accelereren toeneemt, bijvoorbeeld op een weg met kruispunten en verkeerslichten, moet de chauffeur de besturing overnemen. 12 miljoen voertuigen kunnen in 2018 geclassificeerd worden als SAE-niveau 2.

Bedrijven zoals Lyft, Uber en Google zijn doende om zich te kwalificeren voor de hogere niveaus. Hun dure auto’s (tot $ 250.000) monitoren de omgeving waar zij rijden met camera’s, radar, Lidar en HD-kaarten. Een goed werkend SAE-niveau 3 systeem maakt het mogelijk dat bestuurders hun ogen van de weg kunnen houden en zich met andere activiteiten bezighouden. De enige voorwaarde is dat ze in staat moeten zijn om onmiddellijk het rijden over te nemen zodra ‘het systeem’ een disengagement signalgeeft, wat betekent dat het de situatie niet langer kan hanteren.

Voor auto’s zonder bestuurder die bestemd zijn om goedkope taxidiensten aanbieden, is SAE-niveau 3 ontoereikend. Op SAE-niveau 4 daarentegen kunnen auto’s zelf alle voorkomende problemen oplossen, gegeven bepaalde omstandigheden, zoals autowegen, daglicht en een voorgeschreven snelheid. SAE-niveau 5 maakt het mogelijk om onder alle omstandigheden zonder bestuurder te rijden[2]. Geen enkele van de bestaande autonome modellen voldoet aan deze laatste norm[3].

The Mercedes-Benz F 015 Luxury in Motion Foto Mercedes

Hoewel SAE-niveau 5 de ultieme ambitie is, heeft de auto-industrie geen haast om de bestuurder achter het stuur te verwijderen. Hun missie is de komende jaren zoveel mogelijk elektrische auto’s te verkopen aan particulieren, met (semi-) automatische systemen als nuttige hulpmiddelen, tegen extra betaling. Daarbij is het consolideren van SAE-niveau 3 hun voornaamste prioriteit.

Aan de andere kant kunnen bedrijven als Google, Lyft en Uber niet wachten om hun ‘vloot’ op als SAE-niveau 4 te laten kwalificeren, wat de weg opent naar taxi’s zonder chauffeur.

Vooruitgang

Elk jaar maakt Navigant Research een ranking bekend van bedrijven die zelfrijdende voertuigen ontwikkelen (zie onderstaande tabel)[4]. In 2017 bevinden Waymo, een dochteronderneming van Alphabet, en Cruise, een divisie van GM, zich in een leidende positie, terwijl Apple, Uber en Tesla achterblijven, wat het onverantwoordelijke testgedrag van Uber zou kunnen verklaren.

Ranking automobiel- en technologiebedrijven. Bron: Navigant Research (openbaar domein)

De frequentie van de disengagement signals tijdens de eerste helft van 2017 illustreert hoe deze bedrijven ervoor staan. Waymo-auto’s reden gemiddeld 9000 km voordat de aanwezige medewerker moest ingrijpen. De medewerkers van Cruise moesten een beetje beter opletten en gemiddeld tijdens elke 2000 km eenmaal het stuur overnemen. Uber-chauffeurs werden om de 20 km gewaarschuwd.

Zowel Waymo als Cruise verwijzen naar steeds betere resultaten tijdens het afgelopen jaar.  Zij hebben dan ook toestemming gekregen om binnen in een buitenwijk van Phoenix (Waymo) en in delen van San Francisco  (Cruise) taxidiensten aan te bieden in auto’s zonder chauffeur. Overigens voorlopig nog wel met een medewerker van de desbetreffende bedrijven aan boord[5].

Uber’s slechte prestaties zijn strategisch voor het bedrijf een veel ernstiger probleem dan die van Tesla. Uber heeft een SAE-level 4 classificatie nodig om goedkope taxi’s te introduceren. Het leeuwendeel van de klanten van Tesla valt voor de rijkwaliteit van deze auto en staat niet te wachten om ‘het systeem’ al het werk te laten doen. 

De auto’s van Waymo hebben ruim 9 miljoen testkilometers gereden zonder ernstige ongevallen en bij geen van de ongelukken was de auto zonder bestuurder in de fout gegaan[6]. Tijdens al deze ritten was een medewerker van het bedrijf aan boord, die in staat was om op disengagement signalste reageren en kwaad te voorkomen. Wat de ongelukken waarbij Uber en Tesla zijn betrokken onthullen over veiligheid is dat Uber’s Volvo-auto’s zeker nog niet klaar zijn voor autonoom rijden op SAE-niveau 4. De auto-pilot van Tesla zit ergens tussen SAE-niveau 2 en 3 en bestuurders moeten daarom ook in de zelfsturende modus waakzaam zijn en deze uitsluitend gebruiken onder de door de fabrikant aangegeven omstandigheden.  

Juridische aspecten 

In juridisch opzicht zijn er grote verschillen tussen geautomatiseerde voertuigen (SAE-niveau 2 en 3, dus met bestuurder) en autonome voertuigen (SAE-niveau 4 en 5, zonder bestuurder). De regelgeving met betrekking tot de laatste categorie is overal ter wereld buitengewoon stringent[7]. De hiervoor beschreven ongelukken met auto’s op SAE-niveau 2, wijzen erop de omschrijving van de omstandigheden waaronder rijden ‘op de automatische piloot’ is toegestaan ​​scherper gedefinieerd en stringent nageleefd moeten worden[8].

De weg naar SAE-niveau 5 is nog lang. Auto’s zonder bestuurder hebben te maken met onvoorspelbaar gedrag van kinderen, voetgangers, fietsers en door mensen bestuurde auto’s maar ook met kuilen, omleidingen, versleten wegmarkeringen, calamiteiten en onduidelijke signalen van verkeersregelaars[9]. Verkeerslichten kunnen ook een probleem zijn; de hele wereld heeft een Uber-auto kunnen zien rijden door het rode licht.

https://embed.theguardian.com/embed/video/technology/video/2016/dec/15/uber-self-driving-car-drives-through-red-light-in-san-francisco-video

Tot nu toe, en in de (nabije?) toekomst, is de bouw van auto’s zonder bestuurder gebaseerd op veilige deelname aan het verkeer dat wordt gedomineerd door bestuurde auto’s en andere weggebruikers. Echte vooruitgang in veiligheid zal pas worden bereikt zodra auto’s zonder bestuurder in staat zijn om met elkaar te communiceren en de aanwezigheid van door mensen bestuurde auto’s op de openbare weg is verboden[10]. Veiligheid zal er bovendien baat bij hebben als de stedelijke omgeving wordt hervormd in zones waar autonome auto’s domineren en zones die bestemd zijn voor fietsers en voetgangers. In dit geval verschuift de focus van de discussie van de bijdrage van autonome auto’s aan veilig rijden naar hun bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving. Veiligheid is dan geen technologisch probleem meer, maar een stedenbouwkundige opgave.


[1]Zie voor een uitgebreid verslag van de oorzaken van deze ongelukken: https://medium.com/@parismarx/are-self-driving-cars-really-safer-than-human-drivers-56a72bde2f41

[2]https://medium.com/@miccowang/autonomous-driving-how-autonomous-and-when-ce08182cfaeb

[3]Dit artikel geeft een overzicht van de stand van zaken van de ontwikkeling van zelfsturende en autonome auto’s voor een aantal automerken: https://www.engineering.com/DesignerEdge/DesignerEdgeArticles/ArticleID/15478/Driverless-Cars–The-Race-to-Level-5-Autonomous-Vehicles.aspx

[4]https://www.navigantresearch.com/reports/navigant-research-leaderboard-automated-driving-vehicles

[5]https://medium.com/enrique-dans/autonomous-vehicles-will-soon-transport-passengers-without-a-driver-in-california-24fca913ceb8

[6]http://www.umich.edu/~umtriswt/PDF/UMTRI-2015-34_Abstract_English.pdf

[7]https://www.wired.com/story/californias-plan-regulate-self-driving-car-biz/

[8]https://medium.com/@miccowang/autonomous-driving-how-autonomous-and-when-ce08182cfaeb

[9]https://medium.com/reclaim-magazine/all-hail-the-robot-car-8d672221b18e

[10]https://www.fhwa.dot.gov/pressroom/fhwa1703.cfm

De smart city voorbij: Uitdagingen voor een humane stad

De wens smart city te zijn roept tegenstrijdige gevoelens op: Verzet, als technologiebedrijven steden zien als een dankbaar afzetgebied voor sensoren en andere hardware, besturingssoftware en als een onuitputtelijke bron van data. Instemming, als technologie zorgvuldig wordt ingezet ten bate van de bevolking.

In de afgelopen jaren heb ik herhaaldelijk laten merken weinig op te hebben met steden die zich prominent als smart city profileren[1]: Een middel dat tot doel wordt verheven. In plaats daarvan pleit ik voor de humane (of inclusieve) stad. Het gaat daarbij om vier kernwaarden, die elkaar wederkerig beïnvloeden. Deze kernwaarden zijn:

Duurzame welvaart:

Veel mensen vinden het plezierig om werk en voldoende inkomen te hebben totdat ze zich realiseren dat dit inkomen deels het gevolg is van roofbouw op de aarde en op medemensen.

Vandaar:

  • Welvaartsgroei binnen een circulaire en op solidariteit gerichte economie.
  • Mogelijkheid om op zinvolle wijze bij te dragen aan en zeggenschap te hebben over de productie van goederen en diensten.

Rechtvaardigheid en democratie:

Een gevoel van rechtvaardigheid is onlosmakelijk verbonden aan de manier waarop we met anderen samenleven en als vrije burger in staat zijn daar invloed op te kunnen uitoefenen.

Vandaar:

  • Eerlijke beloning.
  • Reële politieke invloed
  • Medezeggenschap over de eigen leef- en werkomgeving.
  • Vrijheid en veiligheid

Welzijn en leefbaarheid:

Naast werk, inkomen is het plezierig om te beschikken over een reeks voorzieningen zoals huisvesting, onderwijs, zorg, winkels en vervoer.  Maar uiteindelijk gaat het erom dat deze voorzieningen bijdragen aan ons welzijn en daarmee helpen – samen met anderen – gelukkig te zijn. 

Vandaar:

  • Een gezonde en leefbare omgeving voor alle burgers.
  • Voorzieningen die bijdragen aan ontplooiing en daarmee meer bieden dan bevrediging van materiële behoeften.
  • Aantrekkelijke vervoersmogelijkheden.

Hieronder volgt een beschrijving van de viernkernwaarden, de stedelijke uitdagingennen de bijbehorende activiteiten

Digitale technologie:

Basaal gaat hier om alle stadsbewoners te laten delen in de mogelijkheden van (digitale) (communicatie) technologie. Maar meer dan dat, gaat het om de realisering van de bijdrage van digitale technologie aan de belangen van de burgers.

Vandaar:

  • Een veilig en snel internet
  • De beschikbaarheid van faciliteiten, diensten en data die het leven vergemakkelijken en de participatie in de samenleving verdiepen. 
  • Zeggenschap over de verspreiding van persoonlijke gegevens  

De belangrijkste vraag is hoe deze vier kernwaarden in samenhang gerealiseerd kunnen worden. 

Stedelijke uitdagingen en activiteiten

De figuur hieronder bevat in essentie het antwoord. De vier kernwaarden geven richting aan de activiteiten die een stedelijk bestuur, samen met bedrijven, instellingen en bewoners, kan uitvoeren. Dit leidt tot 20 clusters (A t/m T), die ik stedelijke uitdagingen noem. In elk van deze uitdagingen speelt één kernwaarde een dominante maar niet exclusieve rol. 

Elke uitdaging bestaat uit een aantal activiteiten. Ik beschrijf deze hierna. Bij een aantal activiteiten geef ik voorbeelden van de ondersteunende rol van digitale technologie. 

Bij de beschrijving van de stedelijke uitdagingen is een groot aantal bronnen gebruikt. Aan het einde van dit essay beschrijf ik enkele daarvan.

Duurzame welvaart

Hieronder komen vijf uitdagingen aan de orde waarbij duurzame welvaart centraal staat:

(A) Economische activiteiten komen ten goede aan alle bewoners en gaan niet ten koste van de welvaart van toekomstige generaties en van mensen elders ter wereld.

(B) De ontwikkeling van ondernemerschap in het bijzonder van innovatieve en maatschappelijke bedrijven.

(C) De beëindiging van de uitstoot van CO2op de kortst mogelijke termijn.

(D) Hergebruik van alle grondstoffen. 

(E) Bewoners voorbereiden op en behoeden voor (natuur)rampen.

Elke uitdaging wordt beschreven aan de hand van een aantal activiteiten. Waar mogelijk zijn deze voorzien van voorbeelden van digitale hulpmiddelen.

De United Nations Global Goals vormen een volledig overzicht van de voorwaarden voor verantwoorde groei.

A. Economische activiteiten komen ten goede aan alle bewoners en gaan niet ten koste van de welvaart van toekomstige generaties en van mensen elders ter wereld.

  • Streven naar volledige en volwaardige werkgelegenheid door bedrijven en instellingen en een minimumbeloning die werknemers in staat stelt om op volwaardige wijze aan de samenleving deel te nemen.
  • Zorgdragen voor een breed aanbod van scholingsmogelijkheden, samen met kennisinstellingen en bedrijven, waarbij zowel beroepsvaardigheden als brede ontplooiing tot hun recht komen.
Gepersonaliseerd onderwijs op basis van persoonlijke gegevens over
leerdoelen en reeds verworven kennis.
College for America van de Southern New Hampshire University
(60.000studenten). 
Western Governors University (70.000 studenten).
http://www.christenseninstitute.org/wp-content/uploads/2017/02/College-transformed.pdf 
  • Voortbrengen van de best mogelijke producten en diensten. Dit geldt ook voor de gemeentelijke overheid zelf.
Digitalisering van procesautomatisering.
CityGrowth  https://citygro.ws/
Tomi  https://tomiworld.com/ 

B. De ontwikkeling van ondernemerschap in het bijzonder van innovatieve en maatschappelijke bedrijven.

  • Beschikbaar stellen van volop ruimte voor startups, inclusief incubators en andere vormen van ondersteuning.
Overzicht van bedrijven die inmiddels de status van maatschappelijke onderneming hebben.
  • Verlenen van faciliteiten op het gebied van huisvesting, energie, personeel en overheidscontracten aan bedrijven die bewust de status van maatschappelijke onderneming (B-corporation) kiezen.
  • Aangaan van onderlinge samenwerking door bedrijven en (kennis)instellingen.
Plaatselijke platforms die samenwerking tussen bedrijven en instellingenondersteunen.
New Makeit http://www.newmakeit.com/ 

C. De beëindiging van de uitstoot van COop de kortst mogelijke termijn.

  • Zo snel mogelijk overgaan op veilige alternatieven voor koolstofhoudende brand- en grondstoffen door gemeentelijke overheid, bedrijven en instellingen. Dit geldt voor de hele supply-chain.
  • (Ver)bouwen van energie-neutrale huizen en gebouwen.
  • Aandringen op een afdoende belasting van CO2-uitstoot.
In Nederland geproduceerde elektrische bus. Foto: VDL
  • Aanleg van smart gridsvoor een soepele afstemming van grootschalige en kleinschalige energievoorziening.
Software ter ondersteuning van smart grid technologie.
Envelio Intelligent Grid Platform (IGP)  http://envelio.com/ 

Automatische aanpassing van prijs voor elektriciteit om vraag in piek- en dalperioden te beïnvloeden.
City-zen: smart grid in Amsterdam Nieuw West 
http://www.cityzen-smartcity.eu/end-2-end-smartification/ 
  • Hergebruik van alle grondstoffen. 

D. Hoogwaardig hergebruiken van alle (bouw)materialen

  • Stimuleren van kleinschalige faciliteiten voor delen en verkoop van gebruikte spullen mede door deze te repareren en schoon te maken.
  • Mogelijk maken van drastische afname van de hoeveelheid afval als gevolg van circulair gebruik van materialen en producten en het delen van goederen. Het feit dat steeds meer goederen worden aangeboden als dienst draagt hieraan bij.
Digitale verrekening van afvalverwijdering, inclusief feedback aan
gebruikers.
SmartUp Cities  https://www.smartupcities.com/ 

Sensoren bepalen of vuilcontainers vol zijn en programma optimaliseert vervolgens de route voor ophalen van vuilnis.
GreenQ’s  https://greenq.gq/ 
Afvalverwerker nabij Oberhausen (Duitsland). Foto Michiel Verkeek (licentie via Creative Commons)

E. Voorkomen van en voorbereiden op (natuur)rampen.

  • Toezien op de kwaliteit van dammen, dijken, waterkeringen en bruggen.
  • Nauwgezet bijhouden van de invloed van activiteiten binnen de gemeentegrenzen op de omliggende (kwetsbare) natuur.
  • Beperking van risico’s voortvloeiend uit luchtvaart, industriële activiteiten, wegen en spoorwegen, samen met andere overheden
Bekorting van de tijd die nodig is voor hulpverleners om de plaats des
onheils te bereiken.
Fire plan  http://www.fireplan.de/de/startseite.html 
  • Gebruik van sensoren en kunstmatige intelligentie om op de dreiging van natuurrampen te anticiperen.
Alerts voor naderende natuurrampen, zoals orkanen, aardbevingen,
overstromingen en bosbranden.
Smart Rainfall System http://www.artys.it/ 
  • Voorbereiden van burgers en hulpverlenende instanties op mogelijke (natuurrampen)
De rol van het leger bij verhoging van de weerbaarheid tegen (natuur)rampen. Foto VS corps mariniers (publieke domein)

Rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid

Hieronder komen vijf uitdagingen aan de orde waarbij rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid centraal staan:

(F) Gelijktijdig versterken van sociale cohesie en diversiteit.

(G) Funderen van de legitimiteit van het bestuur op draagvlak bij de bevolking. 

(H) Mogelijk maken van directe deelname van grote groepen burgers aan de besluitvorming.

(I) Bewoners spelen een belangrijke rol bij de inrichting van de leefruimte. 

(J) De stad is in alle opzichten een veilige plaats om te leven en te werken.

Elke uitdaging wordt beschreven aan de hand van een aantal activiteiten. Waar mogelijk bevatten deze voorbeelden van digitale hulpmiddelen.

De mens: autonoom en sociaal. Foto: Pixabay

F. Gelijktijdig versterken van sociale cohesie en diversiteit.

  • Veiligstellen van de gewenste mate van autonomie voor haar burgers en de daarmee samenhangende diversiteit van uitingsvormen, zo lang deze geen bedreiging vormt voor het samenleven van alle betrokkenen.
  • Als uitgangspunt hanteren van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers én deze daartoe in staat te stellen. Tegelijkertijd is er ‘bijstand’ voor degenen die hiertoe (tijdelijk) niet in staat zijn.
Online platform voor de oplossing van conflicten van beperkte omvang
in plaats van een beroep te doen op de rechter.
Matterhorn  https://getmatterhorn.com/ 

G.Funderen van de legitimiteit van het bestuur op draagvlak bij de bevolking. 

  • Concretiseren van beleid in een beperkt aantal samenhangende plannen. Deze geven de richting voor de lange termijn, monden uit in actieplannen voor de korte termijn en worden jaarlijks aangepast.
  • Totstandbrenging van hechte samenwerking tussen medewerkers van de gemeente en externe partijen bij de uitvoering en zo detaillering van plannen.

H. Mogelijk maken van directe deelname van grote groepen burgers aan de besluitvorming. 

  • Kennisnemen van opvattingen in de samenleving, de politiek en bij medewerkers van de gemeente bij de ontwikkeling van plannen. 
Directe democratie bij plaatselijke besluitvorming. Foto: Gemeente Appenzell (Zwitserland). (Licentie via Creative Commons)
  • In staat stellen van maatschappelijke groepen, buurt- en wijkbewoners om zelf bepaalde taken.
Toepassingen die betrokkenheid van burgers bij het openbaar bestuur
mogelijk maken, variërend van melding van defecte straatverlichting en stellingname inzake politieke beslissingen onder andere met betrekking
tot de begroting.
Mi Ciudad https://goo.gl/BGaNxF 
  • Toepassing van methoden als participative budgetting(stemmen over de besteding van een deel van het budget) en deliberative polling(zich uitspreken over onderdelen van beleid) 
  • Inzetten van digitale hulpmiddelen om een grote groep burgers te horen.
Simulaties van werkelijkheid, gebaseerd op actuele en historische data
om realistische reacties te verkrijgen.
The Digital Twin https://goo.gl/LV8Q72 

I. Bewoners spelen een belangrijke rol bij de inrichting van de leefruimte. 

  • Toekennen van een belangrijke rol aan (toekomstige) bewoners bij het ontwerp van nieuwe wijken en de inrichting daarvan.
‘Commoning’ Foto: Kathryn Greenhill (licensie via Creatice Commons)
  • Faciliteren van gemeenschapsactiviteiten in alle buurten en wijken, ook als dat gepaard gaat met een zekere ‘rommeligheid’.
Plaatselijke platformen waarmee buurtbewoners onderling contact
kunnen zoeken.
Mijnbuurhttps://www.mijnbuur.nl/
Eventz.today City Platform  https://www.eventz.international/ 
  • Bevorderen en ondersteunen van buurtgebonden energiecoöperaties. 
Van oudsher levert de brandweer een belangrijke bijdrage aan de veiligheid van de burgers. Foto: Amsterdams brandweercorps 1908

J. De stad is in alle opzichten een veilige plaats om te leven en te werken.

  • Voorwaarden scheppen dat burgers zich veilig voelen en veilig zijn, ongeacht hun leeftijd, etnische en religieuze achtergrond en seksuele geaardheid.
  • Hanteren van veiligheid als belangrijkste uitgangspunt voor verkeersbeleid, onder meer door verantwoordel weggebruik, scheiden van verkeerssoorten en aanpassing van de snelheid. 
  • Gebruik van digitale hulpmiddelen, data en kunstmatige intelligentie door handhavingsinstanties met inachtneming van de wetgeving inzake privacy.
 Voorspellen van tijden en plaatsen waar misdaden zullen plaatsvinden met grote precisie door analyse van big data, inclusief monitoren sociale media). 
CrimeRadar https://rio.crimeradar.org 

Welzijn en leefbaarheid

Hieronder komen de zes stedelijke uitdagingen aan de orde die bijdragen aan welzijn en leefbaarheid.

(K) Steden zijn een gezonde plaats om te leven.

(L) Diversiteit aan betaalbare woonmogelijkheden, verspreid over het gehele stedelijke gebied. 

(M) Menging van functies over het gehele stedelijke gebied. 

(N) De aantrekkelijkheid van centra en subcentra voor wonen, winkelen, werken en recreëren.

(O) Ontwikkeling van stedelijk vervoer in samenhang met verbeteren van leefbaarheid. 

(P) Beschikbaarheid van aantrekkelijke vervoersoplossingen als alternatief voor gebruik van een eigen auto. 

Elke uitdaging wordt beschreven aan de hand van een aantal activiteiten. Waar mogelijk voorzien van voorbeelden van beschikbare digitale hulpmiddelen.

K. Steden zijn een gezonde plaats om te leven.

  • Voorzien in veel groen, verdeeld over grote en kleine parken, maar ook door middel van beplanting van straten en ‘tiny woods’.
  • Meten, beperken en doen verdwijnen van de uitstoot van schadelijke stoffen door bedrijven en autoverkeer.
 Sensoren om de aard en de hoeveelheid schadelijke stoffen in de lucht te meten en via een gedetailleerde kaart zichtbaar te maken.
Polisensio https://polisens.io/ 
  • Zorg dragen voor de beschikbaarheid van hoogwaardige voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, bestaande uit zelfzorg, eerste- en tweedelijnsvoorzieningen.
Op afstand bewaken van gezondheidsgegevens van patiënten en op basis van uitgebreide gegevens adviseren inzake gedrag en medicatie.
Personal Health Record OS(phrOS) https://phros.io/ 
  • Garanderen van kwalitatief goed drinkwater en ontwikkelen van afzonderlijk netwerk voor verbruikswater.
Op afstand toezichthouden op de kwaliteit van (drink)waterleiding met
behulp van sensors en van de waterdruk, mede om lekkages op te sporen en te kunnen verhelpen.
LeakNet  https://www.quensus.com/ 
  • Opname van rioleringsstelsel in kringloop.
Rioleringssysteem dat ‘zwart water’ plaatselijk verwerkt met het oog op
de terugwinning van energie en mineralen.
Neighborhood bio refinery project http://www.cityzen-smartcity.eu/neighbourhood-bio-refinery-producing-nutrients-and-heat-from-waste/ 
  • Verwerven van meer inzicht in de rechtstreekse relatie tussen de inrichting van de leefomgeving en het welzijn en geluk van de bevolking.
 Weergave van het ervaren niveau van welbevinden en hulpmiddelen om dit te verbeteren op basis van data met betrekking tot gezin en vrienden, thuis, vrije tijd, professionele ontwikkeling, liefde en geld.
HappinessPlay https://www.happinessplay.com/ 
Bouw van betaalbare huizen in het Verenigd Koninkrijk. Foto: Sebastian Ballard (licentie via Creative Commons)


L. Diversiteit aan betaalbare woonmogelijkheden, verspreid over het gehele stedelijke gebied. 

  • Verplicht stellen dat woningen uitsluitend en nagenoeg het gehele jaar worden bewoond door de eigenaar of de huurder om betaalbaarheid te bevorderen en speculatie tegen te gaan.
  • In het kader van een bouwvergunning, maken van bindende afspraken over de bandbreedtes waarbinnen de huur en de verkoopprijs zich binnen een reeks van jaren mogen ontwikkelen.
  • Realiseren van een aantrekkelijke leefomgeving voor alle te bouwen en te renoveren woningen, bijvoorbeeld speelgelegenheid en groen op loopafstand en winkelvoorzieningen fietsafstand).
  • Voorkomen van dominantie op wijkniveau van één bepaald type woningen, noch qua bouwwijze (hoog- versus laagbouw) noch qua sociale stratificatie.
  • Experimenteren met duurzame houtbouw, flexibele modulaire gebouwen, aanleg van ondergrondse tunnels voor aan- en afvoer en andere bouwkundige innovaties. 
  • Stellen van eisen op het gebied van isolatie, energieverbruik en duurzaamheid bij nieuwbouw en renovatie.

M. Menging van functies over het gehele stedelijke gebied.

  • Ontwikkeling van steden concentreren binnen de ruimte die thans beschikbaar is om zo de directe omgeving te ontzien. Dit betekent maximaal benutten van de mogelijkheden om te verdichten met behoud en versterking van de kwaliteit van de openbare ruimte.
  • Vermijden van concentratie van winkels en bedrijven die meer toestroom van auto’s opwekken dan het bestaande wegennet kan verwerken. 
  • Versterken van de banden met het omliggende platteland, door dit sterker te betrekken bij de levering van voedingsmiddelen en energie.
Las Vegas: Enkelvoudig gebruik van de grond vermindert de leefbaarheid. Foto: Pixabay.


N. De aantrekkelijkheid van centra en subcentra voor wonen, winkelen, werken en recreëren.

  • Verschuiven van het primaat van het autoverkeer naar een dominante rol voor voetgangers, fietsers, openbaar en andere vormen van gedeeld vervoer.
  • Versterken van een hoogwaardige verblijfsfunctie door samenwerking tussen architecten, kunstenaars en burgers.
  • Behoud van erfgoed en ruimte bieden voor kunst, parken en bijzondere architectuur. 
  • Voorkomen van hinderlijke dominantie van enkele functies, zoals toerisme en grootschalige evenementen.
  • Versterken van de woonfunctie, in het bijzonder door de aanwezigheid van betaalbare woningen voor hen die graag in (sub)centra wonen.
  • Vermijden van de bouw van speculatieobjecten. 
  • Beperken van zowel oppervlak als huurprijs van winkelvoorzieningen in verband met de groei van ‘Internet shoppen’.
Impressie van een centrumstraat met gemengd gebruik van de grond. Quayside Toronto. Foto Sidewalk Labs


O. Ontwikkeling van stedelijk vervoer als onderdeel van een leefbaar stadsmilieu. 

  • Hanteren van prijsmechanisme om de keuze van vervoermiddelen te stimuleren dan wel te ontmoedigen.
  • Afbouwen van mogelijkheid om te parkeren voor de deur, in het bijzonder in stedelijke gebieden met een dichte bebouwing. 
  • Scheiden van verkeerssoorten. Waar dat niet kan, passen snellere verkeersdeelnemers hun gedrag aan degenen die zich langzamer bewegen aan. 
  • Dynamisch verkeersregulatiesysteem om veiligheid te vergroten en lawaai en uitstoot van CO2te verminderen.
 Verbetering van de doorstroming van het verkeer met behulp van
verkeerslichten en regulering van de snelheid evenals het reguleren van
voorrang voor hulpdiensten en openbaar vervoer
Lublin Traffic Management System https://goo.gl/W69ewW 

Intelligente navigatiesystemen die op real-time basis filevorming
doorgeven en alternatieven berekenen en tevens naar een beschikbare
parkeerplaats kunnen verwijzen in de buurt van de gekozen bestemmingWaze https://goo.gl/Ftoi2B 

P. Beschikbaarheid van aantrekkelijke vervoersoplossingen als alternatief voor gebruik van een eigen auto 

  • Zichtbaar maken van alle beschikbare vervoersopties tussen twee punten met behulp van een real-time informatiesysteem, inclusief vertrektijden en duur van de reis en mogelijkheden om vervoersopties te reserveren en te betalen.
Directe informatie over prijzen, tijden en beschikbaarheid van alle
beschikbare vormen van vervoer en waarmee gebruikers deze tevens
kunnen betalen.
Moovel https://www.moovel-transit.com/
Citymapper https://citymapper.com/ 
  • Voorzien in gerieflijk, schoon, betaalbaar en veilig massatransport om op efficiënte wijze grote reizigersstromen te accommoderen.
  • Voorzien in micro-transit in minder druk bevolkte delen van het stedelijke gebied en het aanpalende platteland.
Vraag-gestuurde vormen van micro-transit met vaste routen en/of vaste
halten, dan wel door bewoners georganiseerd gezamenlijk transport met bijbehorend reserveringssysteem met behulp van smart phone. 
GoKid https://gokid.mobi/ 
e-steps een vertrouwd gezicht in de VS, maar niet altijd even geliefd.
  • Mogelijk maken van (gedeeld) vervoer naar elke bestemming op elk gewenst tijdstip.
  • Reguleren en faciliteren van deelfietsen en –steps.
Op elk moment kunnen oproepen van een (gedeeld) vervoersmiddel
(taxi, minibus) waardoor tevens de capaciteit van de beschikbare
transportmiddelen kan worden geoptimaliseerd.
Shotl https://shotl.com/ 
Software voor gebruikers en exploitanten van fietsen of steps met of
zonder dock.
Mobilock https://www.mobilock.nl/ 

Digitale technologie

Hierna komen de vier uitdagingen aan de orde waarin digitale technologie een centrale rol speelt.

(Q) De aanwezigheid voor alle burgers van mogelijkheden tot digitale communicatie.

(R) Zorgdragen voor veilig Internet.

(S) Datamanagement.

(T) Bescherming privacy.

Elke uitdaging wordt beschreven aan de hand van een aantal activiteiten. Waar mogelijk bevatten deze voorbeelden van digitale hulpmiddelen.

Jongeren zijn in het algemeen rijk voorzien van middelen om te communiceren, in elk geval digitaal. Foto auteur.

Q. De aanwezigheid voor alle burgers van mogelijkheden tot digitale communicatie.

  • De voor snel internet vereiste (kabel)voorzieningen horen tot de openbare infrastructuur en staan ter beschikking aan verschillende aanbieders.
  • Steden beschikken over een chief technology officerdie handelend vanuit de belangen van burgers een interface vormt tussen het gemeentebestuur en technologiebedrijven die hun diensten aanbieden.
  • Gemeenten voeren een actief beleid om zinvolle vormen van digitalisering, kunstmatige intelligentie en automatisering te stimuleren, gepaard aan uitbreiding van persoonsgebonden dienstverlening om zodoende gevarieerde en uitdagende werkgelegenheid in stand te houden.
  • Toestaan van autonome voertuigen is gerelateerd aan de beschikbaarheid van zinvolle banen voor voormalige professionele chauffeurs. Technologiebedrijven hebben hier een eigen verantwoordelijkheid.

R. Zorgdragen voor veilig Internet

  • Alle apparatuur die aan het Internet wordt verbonden heeft een speciaal cyberkeurmerk dat een vast te stellen niveau van beveiliging garandeert.
  • Aanbieders van (openbare) wifi zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van het gebruik daarvan.
  • Bedrijven en organisaties die nalatig zijn op de bescherming van hun hardware, software en data kunnen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die internetcriminelen bij derden veroorzaken.
  • Bestrijden en voorkomen van cybercriminaliteit heeft hoge prioriteit.

S. Datamanagement

  • Gebruiken van open source software om ‘lock in’ te voorkomen door afhankelijkheid van leveranciers. 
  • Uitsluitend samenwerken met bedrijven die de regels op het gebied van datagebruik en transparantie van software onderschrijven. 
Regelgeving met betrekking tot gebruik van data.
TADA, manifest voor datagebruik www.tada.city 

Integratieve software om verschillende applicaties en hardware-
toepassingen af te stemmen.
The Living PlanIT UOS http://www.living-planit.com/ 
Gezichtsherkenning: Waar begin ten eindigt privacy? Foto Pixabay


T. Bescherming privacy

  • Nalaten van onnodig bespieden van burgers en waarborgen van hun privacy (‘privacy by default’)
Eigenlijk gebruik van software veiligstellen, beschermen van
persoonlijke informatie tegen ongewenst gebruik door indringers en
garanderen privacy. 
DECODE   https://decodeproject.eu/ 
  • Bezit van zeggenschap van burgers over eigen data en verbod op ongevraagd verzamelen (‘mining’) van data.
  • Openbaar maken van data verzameld door sensoren in de openbare ruimte.
De verzameling en openbaarmaking van gegevens die met sensoren zijn verzameld ten behoeve van burgers, bedrijven en instellingen.
DataBroker https://databrokerdao.com/ 
  • Toegang voor alle burgers tot de gegevens die overheden, bedrijven en instellingen over hen verzamelen
De beschikbaarheid van gegevens over de publieke ruimte.
data.amsterdam.nl https://data.amsterdam.nl/
CitySDKhttps://citysdk.waag.org/ 
  • Het ongeoorloofd gebruik van data over burgers en bedrijven is strafbaar, voor zover de wet dit niet anders regelt.

Enkele bronnen

Bij de beschrijving van de stedelijke uitdagingen is een groot aantal bronnen gebruikt. Ik noem er enkele: 

  • Het VN-rapport New Urban Agenda, Habitat 3[2]en de omgevingswet en alle discussie eromheen[3], in het bijzonder het ‘Kabinetsperspectief Nationale Omgevingsvisie[4]. Beide bronnen geven een beeld van te verwachten en wenselijke ontwikkelingen van de stedelijke omgeving. 
  • De recente studie van McKinsey: Smart Cities: Digital solutions for a more livable future[5]en de publicatie Smart & leefbaarvan de Future City Foundation[6]. Beide beschrijven hoe digitale connectiviteit de overige kernwaarden kan ondersteunen. De Smart city solution databasebevat honderden concrete voorbeelden daarvan[7]. Het rapport Data driven cities[8]van het World Economic Forum biedt aansprekende voorbeelden van datagebruik.
  • Het WRR-rapport Vertrouwen in burgers(2012)[9]biedt uitdagende aanknopingspunten om de het democratisch gehalte van de stad verder te ontwikkelen. 
  • Voor de ontwikkeling van de leefbaarheid van steden in de VS is de website Smart Growth America[10]van betekenis. De website Participatory City[11]geeft een inspirerend inzicht in de manier waarop samenwerking op buurtniveau kan leiden tot verbetering van de leefbaarheid.

[1]Zie bijvoorbeeld ‘De smart city idee’, een e-boek met 24 opstellen over smart cities. Je kunt dit hier gratis downloaden: https://www.dropbox.com/s/k03uilw32un3mp0/2018%2008%2025%20De%20smart%20city%20idee.pdf

[2]http://habitat3.org/wp-content/uploads/NUA-English.pdf

[3]https://www.omgevingswetportaal.nl/wet-en-regelgeving/voortgang-wet–en-regelgeving

[4]https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/documenten/rapporten/2018/10/05/kabinetsperspectief-novi

[5]https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/industries/capital%20projects%20and%20infrastructure/our%20insights/smart%20cities%20digital%20solutions%20for%20a%20more%20livable%20future/mgi-smart-cities-full-report.ashx

[6]http://future-city.nl/wp-content/uploads/smartenleefbaar.pdf

[7]https://www.beesmart.city

[8]http://www3.weforum.org/docs/Top20_Global_Data_Stories_report_2017.pdf

[9]http://www.wrr.nl/actueel/nieuwsbericht/article/vertrouwen-in-burgers-1/

[10]https://smartgrowthamerica.org

[11]http://www.participatorycity.org