De veilige stad

De vermindering van criminaliteit is niet in de eerste plaats te verwachten van politie en justitie, ondanks de beste technologische ondersteuning, maar van een samenleving met meer gelijkheid en voldoende inkomen, adequate huisvesting en goed onderwijs voor iedereen.

Foto: The Ascent: een gemeenschap van vertellers die de reis naar geluk en voldoening beschrijven

Een prettige en veilige omgeving om te leven. Voor veel mensen staan deze wensen bovenaan hun verlanglijstje. Veiligheid heeft veel facetten, van bescherming tegen natuurgeweld en epidemische ziekten tot veiligheid in het verkeer, brandweer en een veilig internet. Al deze vormen van veiligheid komen aan bod in een van de essays in deze serie. Hieronder ligt de nadruk op bescherming tegen misdaad: Geweld, overvallen, inbraken, chantage en diefstal. 


De veilige stad is de vierde van een reeks korte essays over hoe steden humaner kunnen worden. Dat betekent het vinden van een evenwicht tussen duurzaamheid, rechtvaardigheid en leefbaarheid. Dit vereist het maken van keuzen. Zodra deze zijn gemaakt, is het gebruik van slimme technologieën vanzelfsprekend.

De essays die al zijn gepubliceerd zijn:


Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie doet het risico te worden geconfronteerd met fysiek geweld in belangrijke mate af aan de kwaliteit van leven. In 2000 resulteerden moorden wereldwijd in een half miljoen doden; bijna twee keer zoveel als in oorlogen in hetzelfde jaar[1]. Het aantal moorden in de Europese Unie was ongeveer 5200. Weliswaar is in de EU sprake van een vermindering van criminaliteit[2]. Tussen 2008 en 2016 daalden autodiefstallen met 36% en overvallen met 24%. Beide trends zijn na 2010 afgevlakt. Het door de politie geregistreerde seksueel geweld in de EU vertoont echter tussen 2013 en 2016 een stijging van 26%

Oorzaken van criminaliteit

Alvorens het te hebben over oplossingen, kijk ik naar wat onderzoek heeft te melden over de oorzaken van criminaliteit.

Het is belangrijk om te beseffen dat factoren die worden gezien als de oorzaken van crimineel gedrag lang niet altijd tot dat gedrag hoeven te leiden. Ze verhogen veeleer het risico daarvan. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen rechtstreekse oorzaken en oorzaken op wat grotere afstand, die voorwaarden scheppen, maar niet noodzakelijk minder invloedrijk of belangrijk zijn.

De onderstaande figuur vat de essentie van een aantal publicaties uit de laatste jaren samen, met voorbijgaan aan details en nuances[3]

Criminaliteit hangt samen met ongelijkheid, armoede, slechte huisvesting, werkloosheid, alcoholgebruik en drugs. Dit zijn dan ook de belangrijkste kenmerken van buurten waar veel criminaliteit voorkomt. Voor bewoners van deze buurten belemmeren deze omstandigheden een fatsoenlijk leven[4]. Het zijn stressoren die bijvoorbeeld de kwaliteit van de ouder-kindrelatie beïnvloeden. Het zijn hechtingsproblemen, onvoldoende ouderlijk toezicht, ook op het gebruik van alcohol en drugs, gebrek aan discipline of een overmaat aan autoritair gedrag, die het risico dat jongeren te maken krijgen met criminaliteit doen toenemen en tevens het vooruitzicht op een succesvolle carrière op school en elders verminderen.

In wijken waarin deze problemen aan de orde van de dag zijn, is vaak tevens sprake van gebrekkige informele sociale controle door buurtbewoners en zoeken jongeren hun heil bij bendes en andere criminele organisaties die de criminaliteit verder doen toenemen, zowel in de eigen buurt als elders.

Volgens een Australische studie worden de meeste criminele handelingen gepleegd door personen jonger dan 20 en is 29% van alle kinderen minstens één keer betrokken geweest bij criminele activiteiten. 70% van alle jongeren die in voor de rechter verschijnen komt daar echter niet meer terug. De meeste misdaden worden gepleegd door een relatief kleine groep. Een onderzoek uit Zweden, dat criminaliteit analyseert in de periode 1973 – 2004, toonde aan dat 3,9% van de bevolking werd veroordeeld voor een totaal van 93.643 gewelddadige misdrijven. 25% van deze groep was echter verantwoordelijk voor 63% van alle geweldsmisdrijven[5].

Onderzoek naar de percentages geweldsmisdrijven in de afgelopen decennia maakt het mogelijk om een ​​dieper inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van criminaliteit[6]. In de tweede helft van de 20e eeuw namen de misdaadcijfers in de VS jaar jaarlijks toe. In de jaren negentig zette echter een daling in en criminaliteit bevindt zich tegenwoordig op veel plaatsen op een historisch dieptepunt. In New York City bijvoorbeeld waren er in 1990 meer dan 2200 moorden. De afgelopen jaren waren dat er minder dan 300 per jaar.

Levitt onderzocht alle mogelijke redenen voor deze daling[7]en samen met Donohue concludeerde hij in 2001 in een wetenschappelijk artikel dat de alles omvattende verklaring de legalisatie van abortus was[8]. Op het hoogtepunt in 1990 waren er 1,5 miljoen abortussen in de VS vergeleken met 4 miljoen levendgeborenen. Ze verwezen daarbij naar het grote aantal publicaties dat aantoont dat ongewenste kinderen meer kans hebben om met criminaliteit in aanraking te komen, vooral vanwege de eerdergenoemde hechtingsproblemen. En juist deze groep kinderen neemt drastisch af door de legalisatie van abortus. 

In een recente update van hun eerdere paper, bevestigen Levitt en Donohue de sterkte van de relatie tussen abortus en criminaliteit in de VS met gegevens uit de periode 1997 – 2014: In staten met de hoogste abortuscijfers waren de criminaliteitscijfers 60 procent lager dan in staten met de laagste percentages[9].

Het is belangrijk om te waarschuwen voor een monocausale redenering bij het aanwijzen van oorzaken van criminaliteit. Economische stressoren zoals armoede, werkloosheid en schulden kunnen leiden tot criminaliteit, bijvoorbeeld omdat ze het gezin ontwrichten. De meeste arme mensen houden zich echter aan de wet en zorgen goed voor hun kinderen. Hechtingsproblemen in de ouder-kindrelaties komen ook voor in welgestelde gezinnen. Het is echter de frequentie en cumulatie van stressoren die telt.

De ultieme maatregelen om misdaad te verminderen en veiligheid te verbeteren zijn: Voldoende inkomen, adequate huisvesting, betaalbare kinderopvang, vooral voor ‘gebroken gezinnen’ en ongehuwde moeders en ruime mogelijkheden voor onderwijs aan meisjes.

Zorg voor jongeren die voor het eerst met criminaliteit in aanraking zijn gekomen is van het grootste belang, omdat deze velen ervan weerhoudt opnieuw in de fout te gaan. 

Wereldwijd neemt het besef van de economische oorzaken van criminaliteit toe. Het is echter verbazingwekkend dat deze – zij het complexe – relatie in het beleid geen centrale plaats inneemt. Tegelijkertijd moet worden benadrukt dat de samenleving recht heeft op effectieve bescherming tegen de relatief kleine groep recidivisten, die verantwoordelijk is voor de meeste misdaden, met name gewelddadige misdaden.

Sociaal kapitaal

Hoe intensiever bewoners van een buurt met elkaar omgaan en oog houden op elkaars bezittingen, hoe minder criminaliteit een kans krijgt. Sociale controle is altijd een machtig wapen tegen criminaliteit geweest[10]. Om een ​​veilige leefomgeving te creëren, hoeven contacten niet tot buren te worden beperkt. Een onderzoek onder de 12 Nederlandse ‘veiligste’ gemeenten heeft aangetoond dat nauwe samenwerking tussen inwoners en de politie op buurtniveau bijdraagt aan de veiligheid en aan zich veilig te voelen[11]. Andere voorwaarden zijn de visuele aanwezigheid van politie op de fiets (beter dan in de auto), gedetailleerde kennis van en communicatie met jeugdgroepen, daklozen onderdak bieden om druggerelateerde misdaden te voorkomen en hoge prioriteit voor de bestrijding van geweld en inbraak.

Beoordeling van veiligheid met betrekking tot crimineel gedrag in 60 wereldsteden: The Economist

Een buurtgerichte aanpak hangt niet af van de grootte van de stad. Om deze reden behoort Amsterdam, de meest onveilige stad van Nederland, tot de veiligste steden ter wereld[12]. Voor steden in Latijns-Amerika, te midden van een golf van criminaliteit en geweld, is de prijs van de misdaad hoog. Een recente studie toont aan dat misdaad en geweld voor Latijns-Amerika landen gemiddeld 3% van het BBP per jaar kost, wat ongeveer $ 261 miljard is voor de regio. Steden in Latijns-Amerika en Azië investeren in technologische apparatuur om misdaad te bestrijden. Medellin, de voormalige hoofdstad van criminaliteit, bereikte daarentegen aanzienlijke verbeteringen door de wortels van criminaliteit aan te pakken: armoede, drugshandel en sociale contacten[13]. Interventieprogramma’s die het sociaal kapitaal versterken, worden op verschillende plaatsen gestart.

APPS-programma (toepassingen voor doel, trots en succes) in Columbus

De missie van het APPS-programma is vermindering van criminaliteit door beschermende omstandigheden te creëren in het leven van jongeren in Columbus (14-23 jaar)[14]. De preventiestrategie van het initiatief bestaat ​​uit tussen beide komen in geval van geweld op straat en conflictbemiddeling door getrainde mediatoren. Bovendien voorziet het programma in educatieve, recreatieve, trainingsgerichte en artistieke activiteiten in vier buurthuizen.

De rol van politie en justitie

De strijd tegen criminaliteit in onze samenleving is vooral een strijd tegen criminelen met behulp van traditionele en geavanceerde technologische middelen. Over het algemeen wordt de politie als de belangrijkste speler beschouwd, die bijna als vanzelf aan de goede kant staat. Er is echter een groeiend risico – althans in sommige landen waaronder de VS, dat de politie zelf een onevenredige bron van geweld wordt en een organisatie die delen van de bevolking onderdrukt[15]. Voor de meerderheid van de gekleurde burgers in de VS vertegenwoordigt de politie niet ‘het goede’, maar is zij onderdeel geworden van een  vijandige staatsmacht[16]. In het navolgende besteed ik veel aandacht aan de politie in de VS, want ontwikkelingen in dat land vinden elders navolging. In veel andere, waaronder Nederland, is de politie een veel meer geïntegreerd onderdeel van de samenleving, ondanks haar masculiene en autoritaire cultuur, die ten koste gaat van een soepele integratie van vertegenwoordigers van minderheden en vrouwen.

Historisch gezien is de politie in de meeste landen de beschermer van staatsmacht en is deze uitgerust om opstanden en vaak ook protesten de kop in te drukken[17]. Vroege politieorganisaties in de VS droegen dezelfde blauwe uniformen als de voormalige slavenpatrouilles. In de meeste landen is de politie georganiseerd naar het voorbeeld van een militaire hiërarchie. Leden van de politie moeten, net als soldaten, bevelen opvolgen, wat nadelig is voor de ontwikkeling van een persoonlijk moreel ‘agent’schap[18].

In 2017 leidde politieoptreden in de VS tot een ongekend aantal van 1100 slachtoffers, waarvan slechts een beperkt aantal blanken. Bovendien houdt de politie zich al tientallen jaren bezig met raciale profilering. Tussen 2004-2012 heeft de New Yorkse politie meer dan 4,4 miljoen inwoners gecontroleerd. Het leeuwendeel van deze checks resulteerde niet in verdere actie. In ongeveer 83% van de gevallen was de persoon zwart of Latino, hoewel de twee groepen samen goed zijn voor iets meer dan de helft van de bevolking.

Artwork Nafis White: “Het vertoont geen tekenen van stoppen”

Gedragsregels om het aantal dodelijke slachtoffers van politieoptreden te verminderen

Wetenschappers hebben acht gedragsregels opgesteld die het aantal doden door de politie kunnen stoppen en meer in het algemeen bijdragen aan een positiever imago[19].

  • De-escaleren van situaties voordat een toevlucht tot geweld wordt genomen.
  • Beperking van het aantal vormen van geweld dat in specifieke situaties gebruikt kan worden.
  • Beperking van het gebruik van de nekklem.
  • Geven van een waarschuwing voordat geweld wordt gebruikt.
  • Niet schieten op bewegende voertuigen.
  • Eerst alle alternatieven voor dodelijk geweld toepassen.
  • Beletten dat collega’s buitensporig geweld uitoefenen.
  • Het gebruik van geweld altijd rapporteren.

De onderzoekers wilden weten in hoeverre dit soort regels al worden toegepast en daarom onderzochten ze 90 politiedistricten in de VS. Het bleek dat geen enkele afdeling alle acht beleidsmaatregelen had geïmplementeerd. In slechts 34 resp. 31 onderzochte afdelingen waren de-escalerende situaties of uitputtend gebruik van alternatieven vereist alvorens toevlucht te nemen tot dodelijk geweld. Slechts in 30 afdelingen grepen agenten in als een collega buitensporig geweld uitoefende en slechts 15 gevallen was rapporteren van alle vormen van geweld verplicht, inclusief het bedreigen van burgers met een vuurwapen.

Onderzoekers berekenden dat het in acht nemen van alle genoemde maatregelen zou kunnen leiden tot een vermindering van 72% van het aantal geweldsdoden door de politie.

Gevangenissen

Het Amerikaanse rechtssysteem wordt nauwlettend in de gaten gehouden en staat onder druk om te hervormen dankzij initiatieven zoals het Art for Justice Fund, Open Society Foundation en vele rapporten[20]. Hierbij wordt één aspect grotendeels over het hoofd gezien: Het ontwerp van gevangenissen[21]. Het Amerikaanse gevangeniswezen is hard en bruut. Het is niet verwonderlijk dat de meeste mensen een gevangenis verlaten als crimineel voor het leven.

Sinds 2016 richt niemand minder dan sterarchitect Frank Gehry (Guggenheim Bilbao!) zich op dit onderwerp. De inspanningen van Gehry, samen met zijn studenten, worden geïllustreerd in de documentaire ‘Frank Gehry: Building Justice’: Wat als we mensen als mensen gaan behandelen – hoe zou de gevangenis er dan uit zien?, vraagt ​​Gehry zich af in deze documentaire. De documentaire is hier te bekijken.

We zien dat Gehry’s studenten Scandinavische gevangenissen bezoeken, die gbaseerd zijn op herintrede in plaats van afstraffing door ontbering.

Impact van de politieacademie

Susan Rahr’s verwisselde haar rol als sheriff van King County, Washington, met die van hoofd van een regionale politieacademie. Ze was al jaren verontrust door het gemak en de gretigheid van het gebruik van geweld door politieagenten en nam aan dat de politieacademie het verschil kan maken. Toen ze de academie betrad, was haar eerste indruk de dominantie van een militaristische cultuur. Naleving van regels was gebaseerd op de dreiging met straf in plaats van op het hanteren van ethische principes.

Haar intentie, die landelijk de aandacht trok, was dat politieagenten het imago van ‘beschermer’ gaan krijgen: Personen met een breed scala aan vaardigheden, die tegelijkertijd wijs en humaan zijn[22]. Om dit doel te bereiken, breidde ze de opleiding uit met oefeningen om gespannen situaties te hanteren zonder toevlucht te nemen tot geweld, om een probleem op te lossen zonder een arrestatie te doen, en om politieoptreden te bekijken door de ogen van een veronderstelde dader.

In een interessant interview[23]met vijf vertegenwoordigers van groepen die zich slachtoffer voelen van het justitieel beleid in de VS, betwist niemand de rol van politie als zodanig. Daarentegen pleiten alle deelnemers pleiten voor burger-toezicht, wat betekent dat gemeenten beslissen over wat een veilige samenleving is en met welke methoden het recht wordt gehandhaafd.

De rol van technologie

Gezien deze achtergrond, is het lastig om het enthousiasme te delen van ‘smart city’ adepten jegens de voordelen van technologie om misdaad te bestrijden[24]. Technologie zal criminaliteit niet doen verdwijnen en criminele organisaties zullen uiteindelijk de technologische expertise van de politie overtreffen. Technologie is ook geen oplossing voor de oorzaken van criminaliteit zoals armoede, uiteengevallen gezinnen, gender-gerelateerd en ander geweld en verslaving. 

Toch kan technologie een aanvullend hulpmiddel zijn binnen een meer humane benadering van veiligheid, gesteld dat de techniek betrouwbaar is en er geen twijfel hoeft te bestaan over de integriteit van degenen die over het gebruik ervan beslissen. Hieronder volgt een beknopt overzicht van huidige trends in de inzet van technologie in de bestrijding van de misdaad. De voorbeelden komen onder andere uit de Smart City Solution Database, een uitgebreide verzameling smart city-applicaties, tools en beleid [25]en een rapport van het McKinsey Global Institute, Smart Cities: digitale oplossingen voor een leefbare toekomst[26].

Misdaden oplossen

De snelheid waarmee de politie op de plaats van een misdrijf arriveert beïnvloedt de kans op oplossing ervan. Soms kunnen daders nog worden aangetroffen of zijn hun sporen nog vers. Daarom rusten steden wijken waarin veel misdrijven plaatsvinden uit met sensoren die schoten registreren.


Shotspotter

Om schoten te detecteren, zijn er ongeveer 30 – 40 akoestische sensoren per vierkante kilometer nodig. Deze akoestische sensoren registreren geluid, locatie en tijd. Wanneer een wapen wordt afgevuurd, lokaliseert audio-triangulatie de juiste locatie en algoritmen analyseren het geluid. Tussen het moment waarop de schoten worden gelost en het alarm in het dichtstbijzijnde politiebureau afgaat, liggen slechts 45 seconden[27]. Deze korte video laat zien hoe de shotspotter werkt.


Er zijn nog andere hulpmiddelen die de opsporing van criminelen ondersteunen. Elk misdrijf laat een voetafdruk achter, soms letterlijk, en technologie als de Criminal Finder, helpen om de eigenaars van die ‘voetafdruk te vinden.


Criminal Finder

De Criminal Finder gebruikt kunstmatige intelligente om criminelen te vinden door gegevens over een groot aantal misdrijven in het nabije verleden te vergelijken met gegevens over de plaats van het misdrijf. Met elk nieuw misdrijf neemt het vergelijkingsmateriaal van de database toe[28].


Misdaadpreventie

Misdaadpreventie is het ultieme doel van politieactiviteit, uiteraard zonder de wortels van de criminaliteit aan te pakken. Desalniettemin zal niemand ontkennen dat het voorkomen van criminaliteit een groot goed is. Een elementair voorbeeld van criminaliteitspreventie is het in kaart brengen van gegevens over de tijden, locaties en aard van eerdere misdaden om inzicht te geven waar en op welke tijden politiepatrouilles moeten patrouilleren. Soms worden deze gegevens met het publiek gecommuniceerd. De mobiele app CrimeRadar onthult realtime gevarenzones die het publiek beter kan vermijden.


CrimeRadar (Rio de Janeiro)

CrimeRadar gebruikt algoritmen om misdaadpatronen te voorspellen op basis van misdaadrapporten[29]. De applicatie schat de waarschijnlijkheid van toekomstige misdrijven, op basis van een wiskundige beoordeling van de locatie, timing en kenmerken van miljoenen individuele misdaden (moord, geweld, ontvoering, diefstal, verkrachting) van januari 2010 tot april 2016. Na deze datum wordt de onderliggende dataset om onbekende redenen niet meer bijgewerkt. Burgers weten het met deze app. wanneer ze bepaalde plaatsen moeten vermijden.


Voorspellend politieonderzoek

Voorspellend politieonderzoek gebruikt wiskundige methoden en analytische technieken om potentiële criminele activiteiten te identificeren. De politie van New York gebruikt een geavanceerd programma en een database van meer dan 42.000 mensen. Eén procent (!) van de mensen in de database is wit, 66%  zwart en 31,7% Latino.

Met dit systeem kan de politie onmiddellijk gedetailleerde informatie krijgen over personen die worden gevolgd of gearresteerd. Het systeem is verbonden met 9.000 videocamera’s en het heeft ook toegang tot gegevens van 2 miljoen nummerplaten, 100 miljoen aangiften, 54 miljoen oproepen met het alarmnummer, 15 miljoen klachten, 12 miljoen strafregisters, 11 miljoen arrestaties en 2 miljoen huiszoekingen.

Een machine learning-algoritme die bekend staat als Patternizr verbindt verdachte personen met onopgeloste misdaden door vergelijkbare patronen en gedragskenmerken op te sporen. De algoritme is getraind met behulp van politiegegevens van tien achtereenvolgende jaren aan de hand van handmatig geïdentificeerde misdaadpatronen. Patternizr werd in 2017 in gebruik genomen met de hulp van honderd civiele analisten. De initiële ontwikkelingskosten waren $ 350 miljoen.

Veel andere steden implementeren vergelijkbare systemen, bijvoorbeeld York[30]en Glasgow[31]. Een volledig operationeel systeem, zij het minder technologisch geavanceerd, is te vinden in Moskou[32].


Moskou videobewakingssysteem

Het systeem – dat $ 250 miljoen kost – maakt gebruik van 128.000 (!) particuliere videobewakingscamera’s in openbare ruimtes, binnenplaatsen, ingangen, scholen en nog eens 9.000 camera’s op verkeersknooppunten, in de metro en in culturele, sportieve en sociale ruimtes. Het is in staat om gezichten te identificeren en ondersteunt een breed scala aan politietaken, zoals de automatische productie van bekeuringen. Er worden ongeveer 75.000 boetes worden per dag uitgeschreven.


Deze geavanceerde systemen werken nog te kort om hun effectiviteit te evalueren. De politie zelf meldt een aanzienlijke daling van criminele activiteiten. Een studie van het Max Planck Instituut voor Buitenlands en Internationaal Strafrecht concludeert na drie jaar onderzoek dat het nog niet mogelijk is om definitieve uitspraken te doen over de effectiviteit van de software. Het pilotproject is in 2018 daarom een tweede fase ingaan[33].

De behoefte aan burgertoezicht

In de VS heerst sepsis over de integriteit van het justitiële systeem, inclusief de politie. Een aantal steden, zoals Seattle, Oakland, Berkeley en Davis, heeft burgertoezicht op het gebruik van nieuwe technologieën door de politie verplicht gesteld. Bovendien hebben zij het gebruik ervan verboden zonder goedkeuring van de lokale overheid.

In New York werd in 2017 een gemeentelijke bepaling voorgesteld om het gebruik van kunstmatige intelligentie te reguleren, de Public Oversight of Surveillance Technology Act (POST)[34]. In tegenstelling tot vergelijkbare verordeningen in San Francisco en Oakland vereist deze bepaling alleen dat de politie informatie beschikbaar stelt over de technologie die wordt ingezet. Het gebruik van nieuwe bewakingstechnologie wordt daarentegen niet ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad[35]. Tot op de dag van vandaag is deze bepaling nog steeds niet aangenomen. 

Het Legal Defence and Educational Fund, een prominente burgerrechtenorganisatie in de VS, drong er bij het stadsbestuur van New York op aan het gebruik van gegevens te verbieden die beschikbaar zijn gekomen met behulp van een discriminerend danwel bevooroordeeld handhavingsbeleid[36]. Deze wens is in juni 2019 ingewilligd en dit leidde ertoe dat het aantal personen dat is opgenomen in de database is teruggebracht van 42.000 naar 18.000. Het betrof alle personen die zonder concrete verdenking in het systeem waren opgenomen.

Terwijl de beraadslagingen in New York doorgaan, ging San Francisco een paar stappen verder en werd de eerste stad die het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie door de politie en andere openbare instanties verbood[37]. De gemeenteraad was het ermee eens dat gezichtsherkenning ooit een waardevol hulpmiddel zou kunnen worden. Op dit moment kan echter niet worden gegarandeerd dat gezichtsherkenning op verantwoorde wijze en zonder discriminerende effecten wordt gebruikt. Gewoon door het feit dat de technologie er niet klaar voor is.

Experts erkennen dat de kunstmatige intelligentie die aan gezichts-herkenningssystemen ten grondslag ligt nog steeds onnauwkeurig is, vooral als het gaat om het identificeren van de niet-blanke bevolking[38].

Rekognition: Amazon’s technologie voor gezichtsbewaking

In een test vorig jaar door de ACLU, verwarde Rekognition, de gezichtsherkenningssoftware van Amazon ten onrechte de gezichten van 28 leden van het Amerikaanse Congres met die van arrestanten. Ook hier waren het vooral niet-blanke leden van het congres[39].  

Het Center on Privacy and Technology van Georgetown concludeert dat er sinds 2016 zo veel gevallen bekend zijn geworden van fouten in en misbruik van gezichtsherkenningstechnologie dat dat lokale, provinciale en federale overheden deze technologie zouden moeten verbieden[40].

Privé domein

Terwijl in het publieke domein de weerstand tegen gezichtsherkenning op basis van algoritmen en kunstmatige intelligentie snel toeneemt, nemen de commerciële toepassingen van deze technologie in sneltreinvaart toe. De technologie belooft bijvoorbeeld een alternatief voor falende politie-interventie tegen winkeldieven.

Facewatch

Facewatch is een gezichtsherkenningsbedrijf in het Verenigd Koninkrijk. Het cloudgebaseerde beveiligingssysteem voor gezichtsherkenning beschermt bedrijven tegen criminaliteit. Het systeem stuurt onmiddellijk waarschuwingen wanneer personen die betrokken waren bij winkeldiefstal en andere criminele activiteiten het bedrijf betreden[41].


Afgezien van hun twijfelachtige betrouwbaarheid, brengen dit soort systemen winkelpersoneel in een onmogelijke positie. Het is te veel gevraagd dat een winkelbediende een klant weigert op basis van een waarschuwing van het systeem. De politie bellen, als deze klant inderdaad de winkel verlaat zonder te betalen, zet ook geen zoden aan de dijk. Fysieke weerstand bieden is een slecht idee. In een warenhuis kunnen veiligheidsbeambten de verdachte stalken die dan waarschijnlijk het pand zal verlaten en om elders slag te slaan.

Veiligheid in de humane stad

Daling van criminaliteit hangt samen met het verbeteren van de kwaliteit van leven van het armste deel van de samenleving in plaats van groeiende ongelijkheid toe te laten. Dit gaat noodzakelijkerwijs gepaard met het verbeteren van de opleidingsmogelijkheden voor de jongste kinderen, het creëren van een respectvolle en uitdagende omgeving op scholen en het voorkomen van genderongelijkheid.

Het zou naïef zijn om te denken dat minder ongelijkheid en verbetering van inkomen, banen en huisvesting voor de armste groepen de criminaliteit geheel zullen doen verdwijnen. Hebzucht, zoeken naar sensatie, verveling, lidmaatschap van verkeerde groepen, foute connecties, imitatie, psychische aandoeningen hangen niet noodzakelijk samen met armoede. Bovendien zijn ook rijke mensen op veel manieren betrokken bij activiteiten op de rand van de wet en daar overheen maar zij zijn omringd door advocaten, en invloedrijke relaties die effectieve bescherming bieden.

Scholing, zeker als deze al op zeer jonge leeftijd begint, kan problemen in de huiselijke sfeer gedeeltelijk compenseren. Ook de kwaliteit van het sociale leven in buurten, inclusief een bepaald niveau van sociale controle, heeft invloed. In al deze gevallen ondersteunt zichtbare aanwezigheid van wijkagenten zonder onnodig machtsvertoon de noodzakelijke samenwerking tussen politie en burgers. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat jonge kinderen na een ongedwongen eerste criminele activiteit recidive worden.

Dit alles laat onverlet de noodzaak van een professionele en politie, ondersteund door geavanceerde technische hulpmiddelen. Geen enkele technologie, indien bewezen effectief en niet discriminerend, is bij voorbaat uitgesloten. Het is echter de vraag of dit moet leiden tot de huidige ontwikkeling van bewaakte steden, aangemoedigd door ‘smart city’ adepten. 

Het pad dat hierboven is geschetst is lang, maar het wijkt radicaal af van wat er momenteel over de hele wereld gebeurt. Ik ben bang dat het gebruik van technologie door een militaristische en autoritaire politieorganisatie de politie van burgers vervreemdt. De torenhoge investeringen in technologische expertise halen het niet bij hetgeen waartoe een onzichtbare, gedistribueerde en ‘agile’ organisatie binnen de criminele wereld in staat is, die zich bovendien – per definitie – niet aan de wet hoeft te houden.

Tot slot vat ik de kenmerken samen van een humane benadering van veiligheid in onze steden, rekening houdend met de relatie tussen criminaliteit en armoede, levensomstandigheden, gebrek aan opleiding en ontwrichtende gezinsomstandigheden. Ook het gedeeltelijk falen van politie en justitie om criminelen op he rechte pad te krijgen speelt daarbij een rol.


Acties voor een humane weg naar veilige steden

1. Beschikbaarheid van banen, voldoende inkomen en goede levensomstandigheden voor alle volwassen leden van de samenleving, rekening houdend met individuele voorkeuren.

2. Het aanbieden van kwalitatief goede verplichte scholing voor alle kinderen van twee jaar en ouder, waardoor hun intellectuele, sociale en creatieve ontwikkeling wordt versterkt en voldoende mogelijkheden voor pre-schoolse opvang van kinderen van drie maanden en ouder.

3. Ontwikkeling van een veelzijdige leefomgeving in buurten, die ruime mogelijkheden biedt voor spelen en sociale activiteiten voor alle bewoners, waardoor een bepaald niveau van sociale controle wordt gecreëerd.

4. Niet-agressieve zichtbaarheid van politie in buurten, ter ondersteuning van de leefbaarheid en met een geschoolde blik op opkomend afwijkend gedrag van kinderen (en volwassenen) in samenwerking met relevante instellingen

5. Zichtbaarheid van politie in centrale delen van de stad ondersteund door technologische en niet-discriminerende hulpmiddelen.

6. Het gebruik van technologische hulpmiddelen door politie en justitie, inclusief het gebruik van algoritmen en kunstmatige intelligentie, staat onder toezicht van vertegenwoordigers van de gemeenschap. Deze worden ondersteund door experts die adviseren over de effectiviteit van ingezette en toekomstige apparatuur en de (ongewenste) bij- bijwerkingen.

7. Witteboordencriminaliteit wordt krachtig aangepakt mede om te voorkomen dat deze een alibi wordt voor andere mensen om de wet te overtreden.

8. Gevangenissen bieden humane levensomstandigheden, ook als het beschermen van de samenleving voor recidive een lange periode van hechtenis vereist.

9. De maatschappij investeert het voorkomen dat (jonge) criminelen recidivisten worden, hetgeen veel verder gaat dan alleen het verlenen van taakstraffen.

10. Degenen die schade toebrengen aan openbare en privé-eigendommen zijn altijd verplicht om deze te vergoeden. Terugbetaling vindt plaats in realistische maandelijkse termijnen en de schuld kan worden verminderd in geval van aanhoudend goed gedrag.

11. De organisatie van de politie verandert van een militaire in een moderne publieke organisatie die balanceert tussen individuele verantwoordelijkheid en doelmatige coördinatie van activiteiten.


[1]https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(02)11133-0/fulltext

[2]https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Crime_statistics

[3]https://www.bocsar.nsw.gov.au/Documents/CJB/cjb54.pdf

[4]https://medium.com/@bikomandelagray/when-poverty-becomes-criminality-4c712ac1334e

[5]https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3969807/

[6]https://medium.com/s/freakonomicsradio/abortion-and-crime-revisited-c33c70e2b447

[7]https://www.aeaweb.org/articles?id=10.1257/089533004773563485

[8]https://www.nber.org/papers/w8004

[9]https://www.nber.org/papers/w25863

[10]https://medium.com/s/social-network-theory/social-capital-and-norms-how-we-police-our-networks-9cae2de641d

[11]https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&cad=rja&uact=8&ved=2ahUKEwicz_zJtufjAhUHqaQKHSo5ALEQFjAAegQIABAC&url=http%3A%2F%2Fwww.veiligheidsmonitor.nl%2Fdsresource%3Fobjectid%3D340&usg=AOvVaw3Zf-fGHge0wN-Swy6Q9qqw

[12]http://safecities.economist.com/safe-cities-index-2017

[13]https://dkf1ato8y5dsg.cloudfront.net/uploads/5/82/safe-cities-index-eng-web.pdf

[14]https://www.beesmart.city/solutions/apps-program

[15]https://medium.com/@avivash/what-drives-police-to-abuse-power-3d0ec6b4ecf5

[16]https://medium.com/@avivash/what-drives-police-to-abuse-power-3d0ec6b4ecf5

[17]https://medium.com/s/story/slavery-and-the-origins-of-the-american-police-state-ec318f5ff05b

[18]https://extranewsfeed.com/all-cops-are-bad-how-modern-police-institutions-negate-moral-responsibility-700629756fa4

[19]https://medium.com/theintercept/here-are-eight-policies-that-can-prevent-police-killings-b94fe8b2bdf3

[20]https://www.prisonpolicy.org/blog/2017/12/28/investigative-reporting-2017/?utm_medium=website&utm_source=archdaily.com

[21]https://www.archdaily.com/920799/documentary-film-explores-how-architects-can-help-reform-the-criminal-justice-system?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

[22]https://medium.com/upstanders/the-empathetic-police-academy-266e7f47e44b

[23]https://medium.com/embrace-race/black-native-lgbtq-immigrant-and-masa-community-organizers-weigh-in-on-policing-2ece3f7b1483

[24]https://blog.sbo.nl/veiligheid/de-slimme-en-veilige-stad/

[25]https://www.beesmart.city

[26]https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/industries/capital%20projects%20and%20infrastructure/our%20insights/smart%20cities%20digital%20solutions%20for%20a%20more%20livable%20future/mgi-smart-cities-full-report.ashx

[27]https://www.beesmart.city/solutions/shotspotter

[28]https://www.beesmart.city/solutions/criminal-finder

[29]rio.crimeradar.org/about

[30]ttps://www.beesmart.city/solutions/york-regional-police-yrp-business-intelligence-bi-initiative

[31]https://www.beesmart.city/solutions/glasgow-operations-centre

[32]https://www.mos.ru/en/news/item/20619073/

[33]https://www.ifmpt.de

[34]https://en.wikipedia.org/wiki/Police_surveillance_in_New_York_City#Governance_/_Policy

[35]https://www.brennancenter.org/sites/default/files/analysis/Fact-Check-The-POST-Act-National-Security.pdf

[36]https://web.archive.org/web/20190608190638/https://www1.nyc.gov/assets/adstaskforce/downloads/pdf/ADS-Public-Forum-Comments-NAACP-LDF.pdf

[37]https://www.sfchronicle.com/politics/article/San-Francisco-bans-city-use-of-facial-recognition-13845370.php?psid=4m7j0

[38]http://proceedings.mlr.press/v81/buolamwini18a/buolamwini18a.pdf

[39]https://www.aclu.org/blog/privacy-technology/surveillance-technologies/amazons-face-recognition-falsely-matched-28

[40]https://www.georgetowntech.org/news-fullposts/2019/5/16/may-16-2019

[41]https://www.facewatch.co.uk

De veerkrachtige stad

Alle steden hebben te maken met rampen. Ze kunnen zich hierop voorbereiden en soms kunnen deze ook worden voorkomen. Nodig zijn een daadkrachtige overheid, maar ook weerbare bewoners. Een rampenplan is in geen geval voldoende.

De ultieme vorm van veerkracht: Floating Oceanix City – Bjarke Ingels Group

De manier waarop de bewoners van West Nederland hun leefgebied op de zee hebben veroverd is een goed voorbeeld van veerkracht. Huizen en landerijen zijn in de loop van de eeuwen menigmaal overstroomd. Later werden de huizen op terpen gebouwd, toen kwamen er dijken. Toen die niet hoog genoeg waren of doorbraken volgden hogere en sterkere dijken. Toen ook die in 1953 doorbraken volgde het Deltaplan.

Veerkracht

Veerkracht is: Ontwikkelen van capaciteit binnen individuen, gemeenschappen, instellingen, bedrijven en systemen om te overleven, zich aan te passen en te groeien, ongeacht welke chronische stress en acute schokken zich voordoen[1].

Veerkracht is een persoonlijkheidskenmerk maar ook een kenmerk van groepen mensen, steden en regio’s. De 100 Resilient Cities-beweging (100RC) noemt zeven eigenschappen.

Het gebruik van de term veerkrachtige stad is gepromoot door internationale organisaties en verenigingen van steden om deze te helpen beter om te gaan met rampspoed, zoals orkanen Katarina in de regio New Orleans (2005) en Sandy langs de oostkust van Noord-Amerika (2012 ).

Het begrip veerkracht is geleidelijk verruimd naar alle soorten risico’s, variërend van klimaatverandering, milieuschade tot armoede. Daarbij worden chronische spanningen en acute schokken onderscheiden. 

Chronische spanningen aanhoudende gebeurtenissen die de structuur van een stad verzwakken. Voorbeelden zijn: hoge werkloosheid, een ondoelmatig openbaar vervoersysteem, endemisch geweld en chronisch voedsel- en watertekort. 

Acute schokken zijn plotselinge gebeurtenissen die het leven in een stad ernstig verstoren. Voorbeelden zijn aardbevingen, overstromingen, uitbraken van ziekten, vliegtuigcrashes en terroristische aanslagen.

Veerkracht verwijst naar gedrag en beleid om met deze gevaren om te gaan, zoals:

  • Voorzorgsmaatregelen, gebaseerd op erkenning van en anticiperen op gevaren.
  • Omgangsstrategieën (coping) zoals directe acties om schade te beperken, slachtoffers te helpen en de schade te herstellen. 
  • Gevaren voorkomen of verminderen.

Deze drie aspecten komen hierna aan de orde.

Voorzorgsmaatregelen

Het moeilijkste probleem bij het anticiperen op gevaren is weten om welk gevaar het gaat. De lijst met chronische spanningen en acute schokken die een stad kan treffen is immers omvangrijk. Hoewel steden een overzicht van mogelijke gevaren en hun impact kunnen maken, is het beter om meer algemene voorzorgen te nemen, bijvoorbeeld maken van evacuatieplannen en ervoor zorgen dat communicatiekanalen beschikbaar blijven.


Inventarisatie van milieukenmerken

Als er verschillende potentiële bedreigingen zijn, is een regionaal omgevingsmonitoring-systeem nuttig. In Moskou meet een dergelijk systeem de kwaliteit van lucht, water en bodem, geluidsniveaus en gevaarlijke geologische processen[2].

Er zijn 56 geautomatiseerde stations die de luchtkwaliteit bewaken; 66 besturingslijnen voor oppervlaktewatermonitoring, 130 locaties voor bodemonderzoek en 13 locaties voor bodemtektoniek[3].

Particuliere ontwikkelaars hebben mobiele applicaties ontworpen (Plume Air Report, Moscow Air, Eco-monitor, Moscow Air Lite) voor online en real-time gebruik van deze gegevens


In gebieden waar overstroming een terugkerend fenomeen is, kunnen overheidsinstanties anticiperen op de dreiging door waarschuwings-systemen te installeren, verlening van noodhulp voor te bereiden, scenario’s te maken voor de evacuatie van bejaarden en zieken, pleinen en andere open ruimten aan te wijzen voor tijdelijke huisvesting, een voorraad aan te leggen van tenten, voedsel en drinkwater en medische bijstand te organiseren.

One Concern[4], een zogeheten benefit corporation, startte in 2018 met de voorspelling van overstromingen met behulp van kunstmatige intelligentie. Het bedrijf had eerder een nauwkeurige methode om aardbevingen te voorspellen ontwikkeld[5]. De onderstaande video geeft een indruk van deze geavanceerde methoden.


Voorspelling van overstromingen met kunstmatige intelligentie

Flood Concern brengt in kaart waar overstromingen het hardst kunnen toeslaan, tot vijf dagen voor een naderende storm. Het gaat om simulaties in de vorm van ‘time lapses’ die zichtbaar maken hoe het water zal stijgen, met welke snelheid en in welke richting. De kaarten geven ook aan welke delen van de infrastructuur overstroomd of beschadigd zullen worden en hoe pogingen om de gevolgen te beperken – van aanbrengen van zandzakken tot openen van sluizen – zullen uitwerken. Met behulp van deze gegevens kunnen reddingsteams bepalen welke wegen nog toegankelijk zijn en ze kunnen evacuatieroutes plannen[6].

De stroomrichting van buiten de oevers tredend water – Afbeelding Flood Concern

Naast voorspellen van risico’s, hebben steden ook realtime informatie nodig over getroffen gebieden. Burgers om hulp te vragen bij het verzamelen van gegevens is om verschillende redenen nuttig: De informatie zal uit alle delen van de stad komen en de burgers zien een mogelijke evacuatie aankomen.


In kaart brengen van overstromingen met crowdsourcing

Groot Jakarta kent geregeld overstromingen. PetaBencana.id[7], is een applicatie die sensorgegevens combineert met meldingen van burgers via sociale media. De kaarten die in realtime met deze gegevens worden gemaakt, geven de overheid en inwoners de best beschikbare informatie over de overstroming[8]. Als een inwoner van Jakarta het woord “banjir” (vloed) tweet met de tag @PetaJkt. vraagt ​​het systeem om foto’s met geotags door te sturen. Deze innovatieve tool wordt mogelijk gemaakt door CogniCity[9].


Een lijst maken van potentiële dreigingen is niet zo moeilijk: vliegtuigcrashes, terroristen die een dam opblazen of bezoekers van een voetbalwedstrijd bedreigen, het uitbreken van een tot dan toe onbekende dodelijke ziekte, een aanval door een buitenlandse mogendheid of, desnoods buitenaardse wezens.

Het is echter onmogelijk om voor elke bedreiging een apart plan te maken. De voorbereiding moet daarom op een meer abstract niveau plaatsvinden. Bijvoorbeeld, hoe te handelen als de toegangswegen onbegaanbaar zijn, een groot aantal mensen is overleden, er geen elektriciteit, water en gas is, een evacuatie binnen een paar uur moet plaatsvinden enz. 

Er moeten ook afspraken worden gemaakt met hulporganisaties en bekeken moet worden op welke communicatiemiddelen een permanent beroep kan worden gedaan. Verder moeten er afspraken zijn over de coördinatie van de operatie, ook als de meest in aanmerking komende personen niet langer beschikbaar zijn. Belangrijk is verder dat burgers betrokken worden bij de organisatie van de hulp.


Herstel van communicatiekanalen in rampgebieden

Dit jaar won IBM de Fast Company’s World Changing Company of the Year-prijs voor voor verschillende projecten die technologische knowhow gebruiken om mensenlevens te redden[10]. Een daarvan is een ingenieuze oplossing om internetverbindingen in door rampen getroffen gebieden te herstellen door een groot aantal kleine zeshoekige rubberen ballen in het gebied te droppen: Ze zijn waterdicht, kunnen drijven en functioneren overal waar ze terechtkomen. Elke bal bevat een klein en duurzaam mini Wi-Fi-relais. Door samen te werken, creëren ze een ad hoc mobiel netwerk.

Drijvende Wi-Fi versterkers – afbeelding IBM

Omgaan met rampspoed

In geval van gedwongen evacuatie van burgers moeten de plaatsen van bestemming zijn uitgerust met watertanks en voedsel. Samen met hulporganisaties moeten overheden binnen enkele dagen noodhospitalen kunnen bouwen[11]. Dit zijn slechts voorbeelden.

Zodra lokale autoriteiten zich bewust worden van een dreigende ramp, zijn voorbereidende maatregelen in orde. De inhoud daarvan hangt grotendeels af van de beschikbaarheid van scenario’s als hiervoor beschreven. In het geval van overstromingen of orkanen, variëren deze maatregelen van het verwijderen van losse voorwerpen tot het evacueren van burgers. Voorraden van noodzakelijk materiaal zijn ook erg belangrijk, zoals houten planken om ramen dicht te spijkeren, zandzakken, pompen en opblaasbare boten. 

In de VS bereiden niet alleen gemeenten hun burgers voor, maar ook verzekeringsmaatschappijen informeren hun klanten over de te nemen voorzorgsmaatregelen[12].

Haiti

Een van de meest dramatische voorbeelden om het concept veerkracht te bespreken is de massale aardbeving die heel Haïti vernietigde op 12 januari 2010. Zij kostte 316.000 mensen het leven en bijna evenveel mensen raakten gewond. Meer dan 1,5 miljoen mensen werden ontheemd. 

De aardbeving was nog maar het begin: In de volgende jaren zorgden andere natuurrampen voor duizenden nieuwe doden, hongersnoden en een dodelijke cholera-epidemie. De inspanningen om het land weer op te bouwen waren keer op keer voor niets. Tot nu toe, bijna negen jaar later, hebben miljoenen Haïtianen nog steeds humanitaire hulp nodig en velen wonen nog steeds in kampen zonder adequate sanitaire voorzieningen en drinkwater. In de tussentijd heeft de internationale gemeenschap € 8 miljard aan hulp ingezameld. Waar het geld voor werd gebruikt, is onduidelijk[13], wel hebben vele vrijwilligers een helpende hand geboden[14]

Het lijkt erop dat de wederopbouw van het land voornamelijk te danken is aan de veerkracht van de bewoners, die hun primitieve hutten keer op keer herbouwden met behulp van de resten van hun vorige noodopvang. 

Het overheidsapparaat van het land was al geruïneerd door de dictatoriale regimes van vader en zoon Duvalier. De meeste inwoners met enige opleiding zijn in die tijd naar het buitenland vertrokken.

Het bovenstaande voorbeeld toont het gecombineerde effect van een zeer verwoestende aardbeving, het totale gebrek aan voorbereiding aan zowel regeringskant als bij de bevolking en helaas de gedeeltelijke mislukking van de hulpoperatie.

Aardbevingen zijn waarschijnlijk de meest ernstige natuurrampen. Hun kracht kan de volledige infrastructuur verwoesten, van commandocentra tot de voorraad reddingsmaterialen. Dit onderstreept de noodzaak van redundantie bij het nemen van voorzorgsmaatregelen en van veerkracht als onderdeel van het sociaal kapitaal van de betrokken bevolking. Sociaal kapitaal maakt zelforganisatie, de bereidheid om samen te werken en vertrouwen mogelijk[15].


Zandstorm in de VAE – foto OECD

De extreem weer-app

Een gratis beschikbare app. waarschuwt burgers en de overheid voor de dreiging van extreme weersomstandigheden[16]. De app. detecteert ook mogelijke zandstormen, wat van groot belang is voor het Midden-Oosten. De app werkt met algoritmen die, gegevens als windsnelheid, vochtigheid en bodemgesteldheid verwerken.


De ultieme uitdaging voor een veerkrachtig beleid is het voorkomen of verminderen van de effecten van natuurlijke of door de mens veroorzaakte gevaren. Na de overstroming van delen van Nederland in februari 1953 was het Deltaplan bedoeld om bescherming te bieden tegen de ergst mogelijke stormen. Iedereen geloofde dat Nederland, toen het plan werd uitgevoerd, veilig was voor de komende eeuwen. Dit idee past niet in het perspectief van veerkracht. Het Deltaplan was gebaseerd op het weerstaan ​​van stormen die delen van het land in 1953 hadden vernietigd of krachtiger. Veerkracht vereist verder gaan dan bekende dreigingen. Dit zijn niet alleen zware stormen, maar ook een stijging van het niveau van de zee en een daling van bodem en grondwater[17]. Tegen deze achtergrond ontstond het idee van drijvende steden als ultieme vorm van veerkracht[18].

In aardbevingszones zijn nieuwe gebouwen over het algemeen bestand tegen aardbevingen. Maar dit betreft vooral de hoogbouw in de zakelijke districten en niet de plaatsen waar de meerderheid van de mensen woont, laat staan ​​de sloppenwijken waar wereldwijd een miljard mensen woont.

Veerkracht in de praktijk

Haïti illustreert dat een veerkrachtige bevolking alleen niet voldoende is om de schade van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampspoed aan te pakken. Maar Haiti staat niet alleen. De onderstaande voorbeelden laten zien dat resilience een interactie vereist tussen technologische oplossingen en investeringen in sociaal kapitaal[19] en dat er in dit opzicht nog een wereld valt te winnen.

New Orleans

In 2005 verwoestte de orkaan Katrina New Orleans. 80% van de stad werd overstroomd en de ramp kostte bijna 1.000 levens. De schade bedroeg $ 135 miljard. De impact van de storm werd echter nog verergerd door institutioneel racisme, verouderde infrastructuur en slechte economische omstandigheden.

Aan vier zijden omringd door water, heeft de stad zich gerealiseerd dat water een blijvend kenmerk van het stedelijke gebied is. Toen het herstel eenmaal begon, werden niet alleen systemen voor overstromingsrisico-beheer ontwikkeld, maar werd ook de veerkracht van de bewoners versterkt. 

Een voorbeeld is het Gentilly resilience district, waarin alle woongebieden systemen voor waterbeheers hebben met als doel het verminderen van overstromingsrisico’s, het voorkomen van bodemdaling, het bevorderen van waterretentie en het vergroten van de rol van de bevolking.

Gentile resilience district: park en water buffel – foto: gemeente New Orleans

Medellin

Medellin was tot voor enkele decennia geleden de wereldhoofdstad van de misdaad. Niettemin nam de bevolking snel toe, wat samenviel met andere chronische spanningen, zoals armoede, slechte planning en ontoereikende infrastructuur. De meest kwetsbare bewoners bouwden illegale huizen op hellingen buiten de stad die gevoelig zijn voor aardverschuivingen. Deze concentraties van armen en werklozen lagen ver verwijderd van het handelscentrum in de vallei en de diensten van de overheid.

Toen gebeurde het wonder: sinds 1991 is het aantal moorden met 95% gedaald en sinds het begin van de 21e eeuw is ook het percentage armen met 22,5% gedaald. Medellín bereikt dit door samenwerking tussen alle groepen binnen en buiten de gemeenteraad. De stad beëindigde herplaatsing van bewoners uit sloppenwijken naar hoogbouw. Ze begon te investeren in het upgraden van bestaande woonwijken en vooral het verbeteren van hun bereikbaarheid. Hiertoe werd een innovatief openbaar vervoersysteem ontwikkeld dat niet alleen de reistijd en verkeerscongestie verlaagde, maar ook de sociale samenhang en werkgelegenheid bevorderde.

New York

In 2012 eiste orkaan Sandy aan de Amerikaanse oostkust 160 doden en veroorzaakte $71 miljard schade. Vele duizenden huizen werden onbewoonbaar, vooral van het armere deel van de bevolking. New York City heeft een uitgebreid plan ontwikkeld om geïsoleerde en achtergestelde gemeenschappen te versterken en hun kwetsbaarheid te verminderen in het licht van toekomstige uitdagingen. Dit plan omvat versterking van huizen, een verhoogde kustlijn, verbeteringen van volkshuisvesting, vervoer en gemeenschapscentra.

Het herstel van de schade van de orkaan Sandy maakte het stadsbestuur bewust van de noodzaak van veerkracht en dit resulteerde in een nog veel groter project, met als doel New York te redden van overstromingen veroorzaakt door klimaatverandering[20]. De burgemeester van New York, Bill de Blasio, kondigde recent een kustbeschermingsproject van $ 10 miljard aan, ontworpen om Lower Manhattan te beschermen tegen overstromingen[21]. Zonder een dergelijk plan loopt 37% van de gebouwen in het zuidelijk deel van Manhattan in 2050 gevaar bij een stormvloed, oplopend tot 50% in 2100. Op dat moment zou 20% van de straten te maken krijgen met dagelijkse overstromingen als gevolg van de normale getijbewegingen.

Overstromingsrisico van Manhattan 2050 – 2100. – Afbeelding gemeente New York

Digitaal aardbevingsmanagement

Dit is een krachtig instrument om om risico’s op eenvoudige wijze prioriteiten te stellen bij de keuze van maatregelen[22]. Het bevordert samenwerking tussen alle betrokken partijen en biedt een platform voor burgers om actief samen te werken. Het instrument bestaat uit een web-gebaseerd platform, waar informatie kan worden ingevoerd en bewaakt, en een app, waar interactie met burgers plaatsvindt.


De vitaliteit van veerkrachtige steden

Het besef van de noodzaak om veerkracht te integreren in de stadsplanning is de laatste jaren snel toegenomen. Het werd het ‘ontwerp-imperatief’ van de 21e eeuw genoemd[23]. Ontwerp was vroeger gebaseerd op een reeks gedefinieerde gebruikers cases, die informatie opleveren over benodigde functionaliteiten, materialen, capaciteit en sterkte, iets dat ook wel het ‘happy path’ wordt genoemd. De realiteit is echter chaotisch en dingen gaan vaak anders dan voorzien.

Ontwerpen voor veerkracht is meer dan voorbereiding op rampen; het is een fundamentele verandering in de manier waarop we denken over (stedelijke) strategie en samenwerking. Daarom begint het opbouwen van een meer veerkrachtige wereld met het verbreden van het ontwerpproces door rekening te houden met de ‘unhappy paths’. Steden moeten holistisch kijken naar hun mogelijkheden en risico’s, in plaats van voort te gaan met een verkokerde aanpak, waarbij verschillende afdeling zich naast elkaar bezighouden met rampenplannen, duurzaamheid, economie, welzijn, ruimtelijke ordening en infrastructuur.

De veerkrachtbeweging kreeg een krachtige impuls nadat de Rockefeller Foundation in 2014 $ 100 miljoen investeerde in de 100 Resilient Cities-Challenge[24]. Hiertoe werd een autonome organisatie – 100RC – gecreëerd. De organisatie heeft drie cohorten van elk ongeveer 30-35 steden geselecteerd, resp. in december 2013, december 2014 en mei 2016. Rotterdam en Den Haag maken deel uit van deze groep.

Elk van de betrokken steden is in staat gesteld om een ​​’chief resilience officer’ aan te stellen. Deze is een interne aanjager en geeft leiding aan de ontwikkeling van een veerkracht-strategie.

Onlangs heeft het onafhankelijke Urban Institute een tussentijdse evaluatie uitgevoerd, als voorloper van de definitieve evaluatie in 2022[25]. Hierin staat dat 100RC has been influential as a provider of resilience assistance and an advocate to others for resilience investments. Dit vanwege de omvang van de middelen die zijn gebruikt (tot nu toe $ 164 miljoen), de schaal van de interventies die al hebben plaatsgevonden (2600 projecten ter waarde van $ 3,35 miljard) en de expertise ontwikkeling op het gebied van stedelijke veerkracht op wetenschappelijk en professioneel gebied.

Bij totale verrassing kondigde de Rockefeller Foundation op 1 april 2019 (sic) zonder enige uitleg aan om het programma stop te zetten[26]. Een uitdaging voor de veerkracht van de betrokken steden?

Strategie ontwikkeling

De ontwikkeling van een City Resilience-strategie is voor alle 100RC-partners verplicht[27]. Tijdens een periode van zes tot negen maanden brengt een stad daartoe de risico’s waarmee ze wordt geconfronteerd in kaart en ze ontwikkelt een holistische strategie om deze aan te pakken.

Het strategieopbouwproces is ontwikkeld en getoetst door Arup. Een korte video geeft een beeld van de procedure.

Het proces begint met een inventarisatie van sterkere en zwakkere punten vanuit een veerkrachtperspectief, samengevat in een veerkrachtindex. Onderdeel van dit proces is het verzamelen van gegevens en het vullen van de cellen van het zogenaamde City Resilience Framework[28]. De gegevens worden ‘gewogen’ door gebruik te maken van de zeven al genoemde kenmerken van veerkracht. Dit deel van het proces is een gezamenlijke inspanning waarbij honderden burgers en andere belanghebbenden zijn betrokken. Vervolgens worden veerkracht-doelen geformuleerd.

City resilience framework – afbeelding 100RC

Rotterdam formuleerde zeven van deze veerkracht-doelen, die worden gerealiseerd door middel van 60 projecten[29].

De zeven veerkracht-doelen van Rotterdam zijn:

1. Rotterdam: een evenwichtige samenleving

2. World Port City gebouwd op schone en betrouwbare energie

3. Rotterdam Cyber ​​Port City

4. Klimaat Adaptieve stad naar een nieuw niveau

5. Infrastructuur klaar voor de 21e eeuw

6. Rotterdam-netwerk – echt onze stad

7. Verankering van veerkracht in de stad

Bijna alle plannen die ik heb onderzocht hebben vergelijkbare hoofdstukken, eveneens resulterend in tientallen acties en intenties voor verder onderzoek. De meeste strategieën verwijzen naar reeds bestaande planningsdocumenten, soms met de suggestie om daaraan het perspectief van veerkracht toe te voegen.


Tools en formats om een ​​veerkracht-strategie te formuleren

Ambtenaren en politici staat een groot aantal hulpmiddelen ter beschikking om de veerkracht van hun stad te versterken. De volgende bronnen geproduceerd door Arup zijn zeer informatief en gratis beschikbaar dankzij de Rockefeller Foundation.

• De veerkrachtstrategieën van bijna alle 100 steden[30].

• Uitgebreide uitleg over het gebruik van het resilience-framework en de ontwikkeling van de resilience-index[31].

• Hulpmiddelen voor het ontwerpen en organiseren van samenwerkingsprocessen[32].


Kennisnemen van de veerkracht-strategieën van de steden verspreid over de hele wereld is hartverwarmend. Ze zijn geschreven vanuit een burgergecentreerd perspectief en alle plannen besteden aanzienlijke aandacht aan de relatie tussen door de risico’s, armoede en ongelijkheid.

De acties die worden voorgesteld zijn meestal: Verbetering van huisvesting, creëren van banen, leefbare inkomens en basisvoorzieningen, versterking van het gemeenschapsgevoel, verbetering van de communicatie tussen bestuur en burgers, bescherming tegen opwarming van de aarde door gebruik van koolstofvrije energie en bescherming tegen natuurlijke gevaren.

De meeste strategieën zijn gericht op door de mens veroorzaakte gevaren en hun preventie in het bijzonder. Ik had een meer uitgebreide uitwerking verwacht van het omgaan met natuurlijke rampen en in het bijzonder de voorbereiding van burgers daarop. In plaats daarvan wordt soms volstaan met een verwijzing naar bestaande rampenplannen. Maar deze plannen zijn in de eerste plaats scenario’s voor hulpdiensten. Wat een stad veerkrachtig maakt, is ook de manier waarop de burgers zelf en samen omgaan met noodsitiaties.

De twaalf aspecten van het ‘City resilience framework’ vertonen een aanzienlijke overlap met de gebruikelijke thema’s van stedelijke planning. Daarom is een volgende stap het integreren van het veerkracht-perspectief in gangbare planningsdocumenten. Desalniettemin was het ontwikkelen van veerkracht-strategieën een waardevolle actie, mede vanwege de betrokkenheid van veel burgers. Als gevolg daarvan hebben burgers een veel centralere positie gekregen dan in andere strategische plannen, die vooral uitgaan van (economische) groei.

Veerkracht in de humane stad

Het concept veerkracht wortelt in een diep verlangen om het lijden van de ontelbare slachtoffers van chronische stress en acute schokken te verzachten en mensen te vrijwaren voor toekomstig leed. Alle plannen die door de 100RC-steden zijn ontwikkeld, zijn stappen in deze richting. Het is pijnlijk om te zien hoe gebrek aan financiële middelen het onmogelijk maakt om de intenties te realiseren. De ontwikkeling van de veerkracht-strategie van Athene bijvoorbeeld kende een voorbeeldige participatieve aanpak, maar vrijwel elke wenselijke actie loopt aan tegen de armoede van de gemeente en haar inwoners. Hetzelfde geldt voor veel steden in ontwikkelingslanden en – in tegenstelling tot de rijkdom van een klein deel van de burgers – voor steden in de VS.

Acute schokken en chronische stress blijken vrijwel altijd in verband te staan met de wereldwijde ongelijke verdeling van hulpbronnen en het misbruik van macht.

Voor zover rampspoed een natuurlijke oorsprong heeft, had een betere infrastructuur veel schade kunnen voorkomen, alleen al door betere technieken om stormen en aardbevingen te voorspellen. Als ze toeslaan, treffen ze de arme bevolking het meest.

In het geval van door de mens veroorzaakte rampspoed, speelt armoede, ongelijkheid en machtsmisbruik een rol. Medellin is een hoopvol voorbeeld dat vastberaden beleid de cirkel van criminaliteit en armoede kan doorbreken.

Ten slotte vat ik de essentie van een humane benadering van veerkracht in onze steden samen.


Acties voor een humane benadering van veerkracht in steden

1. De meeste wereldsteden staan voor de opgave om veerkracht te integreren in hun toch al overladen takenpakket. Tegelijkertijd hebben ze een chronisch tekort aan middelen. Hun aandeel in de nationale begroting moet aanzienlijk groeien, wat uiteindelijk betekent dat de nationale inkomsten van elk land anders moeten worden verdeeld.

2. Op dit moment wordt het broeikaseffect algemeen erkend als een van de meest bedreigende chronische spanningen. De energietransitie geldt als het antwoord daarop. Dat is maar deels het geval: Helaas zal zelfs een volledige stopzetting van de emissie van broeikasgassen in 2050 de opwarming van de oceanen, het toenemende aantal stormen en regenval en de voortschrijdende woestijnvorming elders niet onmiddellijk stoppen. De atmosfeer is immers verzadigd met CO2 en andere broeikasgassen.

3. Het perspectief van veerkracht op de lange termijn zal de stedelijke planning radicaal veranderen. Afgezien van de noodzaak van grondige verbeteringen in de fysieke inrichting van steden in het volgende decennium, staat het voortbestaan ​​van veel steden zelf op het spel als gevolg van de stijging van de zeespiegel. Dit veerkrachtdenken op lange termijn staat nog in de kinderschoenen.

4. Steden moeten, in samenwerking met nationale autoriteiten, investeren in geavanceerde prognosetechnieken van (natuurlijke) rampen, waarbij gebruik wordt gemaakt van sensoren en kunstmatige intelligentie. Alle strategieën om de gevolgen van rampen te verminderen vereist betere kennis van het voorkomen, de intensiteit, het gedrag en de impact van dreigende gevaren.

5. Rampenplannen worden ontwikkeld samen met burgers, die mogelijk specifieke rollen toegewezen krijgen, mochten deze plannen uitgevoerd moeten worden. De voorbereiding op acute schokken houdt ook de voorbereiding in van ruimte voor tijdelijke huisvesting, het in kaart brengen van tijdelijke externe communicatiekanalen en het voorbereiden van strategieën voor (tijdelijke) herbouw of verwoeste delen van de stad.

6. De relatie tussen door de mens veroorzaakte ramspoed en onvoldoende huisvesting, ziekte, gebrek aan opleiding, werkloosheid, lidmaatschap van bendes en misdaad is bewezen, maar wordt vaak verwaarloosd. Hetzelfde geldt voor minder tastbare effecten zoals gebrek aan identificatie, zelfverloochening en depressie. Voor elke stad is de eerste, zij het grote stap naar veerkracht het verhogen van het inkomen, het bieden van behoorlijke huisvesting en werken een aantrekkelijke leefomgeving.

7. Secularisatie en individualisering en meer in het algemeen verlies van sociaal kapitaal kenmerken het leven in de hedendaagse stad. Dit geldt voor alle sociale groepen en gaat gepaard met groeiend wantrouwen, verminderde deelname aan gemeenschapsleven en minder bereidheid om te helpen. Al deze omstandigheden verzwakken de veerkracht. Steden kunnen dit proces omkeren door “commoning” – initiatieven op buurtniveau – te stimuleren en te ondersteunen, de identiteit van de stad te versterken en vooral door participatie en zelfbestuur van burgers op alle niveaus mogelijk te maken.


[1]http://www.100resilientcities.org/resources/

[2]http://mosecom.ru/

[3]https://www.beesmart.city/solutions/environmental-monitoring-system

[4]https://www.oneconcern.com

[5]https://www.forbes.com/sites/marshallshepherd/2019/02/07/from-rooftop-safe-haven-to-ai-a-new-generation-of-disaster-recovery-is-born/#449c9b843f27

[6]https://www.fastcompany.com/90328015/this-tech-tells-cities-when-floods-are-coming-and-what-they-will-destroy

[7]https://petabencana.id

[8]https://info.petabencana.id/

[9]https://icos.urenio.org/applications/cognicity/

[10]https://www.fastcompany.com/90259313/ibm-is-funding-a-fleet-of-rubber-ducky-inspired-gadgets-to-help-disaster-response

[11]https://media.ifrc.org/ifrc/what-we-do/disaster-and-crisis-management/disaster-preparedness/

[12]http://understandinsurance.com.au/preparing-for-disasters

[13]https://www.huffpost.com/entry/haiti-earthquake-anniversary_n_5875108de4b02b5f858b3f9c?ncid=engmodushpmg00000004

[14]https://www.mercycorps.org/articles/haiti/5-years-after-quake-journey-relief-recovery

[15]http://www.oecd.org/innovation/research/1825848.pdf

[16]https://www.oecd.org/gov/innovative-government/embracing-innovation-in-government.pdf

[17]https://stadszaken.nl/ruimte/openbare-ruimte/2139/wat-doen-we-tegen-bodemdaling-lessen-uit-rotterdam-en-woerden

[18]https://www.archdaily.com/918438/bjarke-ingels-ted-talk-on-floating-cities-and-the-lego-house?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

[19]http://100resilientcities.org/wp-content/uploads/2017/07/WEB_170720_Summit-report_100rc-1.pdf

[20]https://medium.com/mit-technology-review/the-mind-boggling-task-of-protecting-new-york-city-from-rising-seas-1efdfa5c4a32

[21]https://www.nycedc.com/sites/default/files/filemanager/Projects/LMCR/Final_Image/Lower_Manhattan_Climate_Resilience_March_2019.pdf?utm_medium=website&utm_source=archdaily.com

[22]https://www.beesmart.city/solutions/h-a-r-d-disaster-risk-assessment-made-simple

[23]https://modus.medium.com/resilience-is-the-design-imperative-of-the-21st-century-5df4b146f9e9

[24]https://modus.medium.com/resilience-is-the-design-imperative-of-the-21st-century-5df4b146f9e9

[25]https://100rc.app.box.com/v/Midterm-Report/file/362759090369

[26]https://www.fastcompany.com/90328267/the-rockefeller-foundation-is-unceremoniously-ending-its-successful-resilience-program

[27]https://www.100resilientcities.org/how-to-develop-a-resilience-strategy/

[28]https://assets.rockefellerfoundation.org/app/uploads/20160105134829/100RC-City-Resilience-Framework.pdf

[29]https://s3.eu-central-1.amazonaws.com/storage.resilientrotterdam.nl/uploads/2017/11/09115607/strategy-resilient-rotterdam.pdf

[30]https://www.100resilientcities.org/strategies/

[31]https://www.arup.com/perspectives/city-resilience-index

[32]https://www.dropbox.com/s/wavi1sk9lmudj7o/CRI%20Exploring%20Resilience%20Toolkit.pdf?dl=0

Smart city? Slimme burgemeester!

De eerste stap naar de ontwikkeling van een smart city is niet technologie maar ‘good governance’

Burgemeester Park van Seoul bij het luisterende oor – Foto Sharable

Ik schrijf al een paar jaar over smart cities. Ik vroeg me af welk advies ik de burgemeester zou geven als ze me zou vragen hoe ze haar gemeente smart kon maken. Dit is wat bij me opkwam[1].

Hoe word je een smart city?

Eén ding is zeker: Slim worden begint niet bij de keuze van technologie of het verzamelen van gegevens.

Het bezoeken van een ‘smart city expo’, waar technologiebedrijven klaar staan om sensoren, CCTV-camera’s, slimme meters, slimme verlichting, slimme vuilniscontainers, software en besturingssystemen te verkopen, heeft daarom ook geen prioriteit.

In plaats daarvan moet het gemeentebestuur ervoor zorgen dat aan de volgende zes voorwaarden wordt voldaan:

  1. Zorg voor goede governance. Dat is hoe dan ook nodig zodra er breed ondersteunde keuzen gemaakt moeten worden
  2. Ontwikkel een gefundeerde visie op de ontwikkeling van de gemeente, rekening houdend met de zorgen van alle belanghebbenden, burgers in de eerste plaats
  3. Maak experimenten mogelijk en ondersteun die, met name die welke door burgers zijn geïnitieerd.
  4. Word een gelijkwaardige partner van technologiebedrijven bij de keuze van geschikte technologieën.
  5. Zorg ervoor dat technologische en niet-technologische beleidsinstrumenten naadloos worden geïntegreerd.
  6. Evalueer projecten regelmatig en besluit tijdig om ze op te schalen of te beëindigen.

1. Goede governance

Goede governance gaat verder dan verkiezingen, vertegenwoordigende organen, het volgen van de juiste procedures en het handhaven van de wet.

Een essentieel kenmerk van goede governance is dat burgers erop kunnen vertrouwen dat de overheid hun belangen beschermt en dat hun stem wordt gehoord.

Het overbruggen van de formele democratische structuren (burgemeester en wethouders, vertegenwoordigers, ambtenaren) en de belanghebbenden (burgers, bedrijven, instellingen) vereist frequente (in)formele vergaderingen, vormen van participatieve budgettering en de mogelijkheid om mee te spreken. Nog belangrijker is de gedeeltelijke decentralisatie van besluitvorming naar buurten, organisaties of bedrijven.

De burgemeester speelt een centrale rol bij het bijeenbrengen van de formele democratische bestuursorganen en de stem van de belanghebbenden, burgers in de eerste plaats. De legendarische burgemeester Park Wonsoon uit Seoul maakte van elke gelegenheid gebruik om naar de zorgen van zijn burgers te luisteren. Om dit te symboliseren heeft hij een groot beeldhouwwerk van een oor voor het stadhuis geplaatst, waarin burgers hun zorgen kunnen uiten[2].

De tijd is voorbij dat alleen de instemming van de raad richting geeft aan de ontwikkeling van gemeenten.

Inspraakprocedures, die geïnteresseerde partijen in staat stellen om hun stem te laten horen, voldoen evenmin. In plaats daarvan willen stakeholders vanaf het begin betrokken zijn bij de ontwikkeling van plannen, wat overigens in veel gevallen de besluitvorming versnelt.

Barcelona: Decidem

Barcelona heeft een digitaal participatief platform gebouwd, ‘Decidem’ (‘wij beslissen’ in het Catalaans)[3]. Dit platform stelt burgers in staat om aan het bestuur deel te nemen door ideeën voor te stellen, hierover te debatteren en te stemmen, ook in begrotingsaangelegenheden[4]. Ook andere steden, zoals Tallinn, hebben soortgelijke  instrumenten. Het unieke kenmerk van ‘Decidim’ is echter de mogelijkheid om discussies te voeren tussen kiezers onderling en tussen kiezers en politici; discussie is immers een van de pijlers van de democratie.

2. Een gefundeerde visie

Onderzoek toont aan dat de belangrijkste zorgen van de burger zijn: gezondheidszorg, veiligheid en kwaliteit van leven. De zorgen van ambtenaren en politici zijn echter mobiliteit, duurzaamheid en data. Het onderzoek vond plaats in Nederland, maar andere landen zullen niet zo veel verschillen[5]. Over het algemeen domineren de onderwerpen die door deze laatste groep worden geprioriteerd de beleidsagenda. Een gefundeerde visie zoals hier bedoeld, is gebaseerd op kennis, ervaringen en meningen van alle belanghebbenden[6]. Het afstemmen van de opvattingen van politici en ambtenaren aan de ene kant en de behoeften en wensen van de overige belanghebbenden aan de andere kant kost veel tijd en moeite, maar het is een absolute voorwaarde om smartte worden.

Kopenhagen – foto Christiane Jodi (Creative Commons)

De humane stad

Het begrip ‘humane stad’ is gebaseerd op de gelijktijdige realisering van waarden zoals duurzame ontwikkeling, rechtvaardigheid en een leefbare omgeving[7]. Amsterdam, Kopenhagen en Barcelona zijn op weg om dienovereenkomstig te handelen en digitale hulpmiddelen en gegevens toe te passen om deze uitgangspunten te ondersteunen.

Amsterdam wil uitgaande van het principe van duurzaamheid in 2040 CO2-neutraal zijn. Als onderdeel van zijn beslissing om de leefbaarheid te verbeteren, stemt Kopenhagen verkeerslichten vooral af op fietsers. Barcelona benadrukt gelijke kansen en gaat wil daarom alle burgers rechtstreeks laten meedoen aan besluitvorming (zie hierboven) en om iedereen digitale rechten te verlenen, verminderen Amsterdam en Barcelona het verzamelen van data in de publieke ruimte door technologiebedrijven.

3. Goedkeuren en ondersteunen van lokale initiatieven

We leven in een tijd waarin burgers steeds meer zelfsturend willen zijn[8]. De 400 energiecoöperaties in Nederland zijn een perfecte illustratie daarvan[9]. In deze coöperaties zijn wijkbewoners tegelijkertijd producenten en verbruikers van energie en zij zijn verantwoordelijk voor opslag en verhandeling van het overschot aan energie.

Het is belangrijk dat het gemeenbestuurdeskundige ondersteuning biedt aan burgerinitiatieven en innovatieve startups.

De manier waarop ondersteuning wordt georganiseerd, is van kritiek belang. Het ’placemaking’-model, ontwikkeld in het VK, kan op grote schaal worden toegepast. In dit model hebben kleine teams op wijkniveau bewezen zeer effectief te zijn[10].

Deelauto in Lombok – Foto Lombox Net

Lombox Net

Een voorbeeld van een energiecoöperatie is te vinden in Lombok, een wijk in Utrecht. Bijna 10 jaar geleden begon een aantal bewoners met het leggen van zonnepanelen op de daken van huizen, scholen en andere gebouwen. Door deze energiebronnen te verbinden, werd een lokaal ‘virtueel’ energiebedrijf opgericht dat momenteel 3000 huishoudens bedient. In 2014 is een smart grid uitgerold. Een smart grid is een gedeeltelijk zelfstandig functionerend deel van het hoofdnetwerk waarin lokaal geproduceerde elektriciteit wordt gedistribueerd, opgeslagen en zo nodig wordt uitgewisseld met het hoofdnetwerk. Apparaten binnen huishoudens die energie produceren (zonnepanelen) en energie gebruiken en opslaan (elektrische auto’s en boilers) kunnen vanuit een centraal punt worden bediend om vraag en aanbod in evenwicht te brengen. Dit is volledig geautomatiseerd en wordt beheerd door software. Slimme netwerken voorkomen dat het hoofdnetwerk overbelast raakt en maken kostbare verzwaren ervan overbodig[11]. De wijk heeft onlangs 20 elektrische auto’s in gebruik genomen gesteld voor energieopslag en om te delen.

4. Gelijkwaardige samenwerking tussen overheid en technologiebedrijven

Een snelgroeiend aantal bedrijven creëert een zogenaamde smart city technologymarkt waar technische oplossingen worden aangeboden voor uiteenlopende stedelijke problemen. De beoordeling van deze technieken in het licht van de gemeentelijke toekomstvisie vereist technologen met een grondige kennis van urbane vraagstukken of omgekeerd. Het bestuur van de gemeente moet over zulke expertise beschikken. Dat kan in de persoon van een chief technology officer, omringd door een klein multidisciplinair team.

Wereldwijd groeit de bezorgdheid over het verzamelen van persoonlijke gegevens via Internet, smartphones, sensoren, CCTV’s en dergelijke.

De meeste van deze gegevens worden beheerd door technologiebedrijven zoals Google, Facebook en Amazon. Deze bedrijven gebruiken deze gegevens onder andere voor het personaliseren van de advertentiemarkt en maken daarmee hoge winsten.

Het EU DECODE-project onderzoekt hoe een burger-gecentreerde digitale samenleving kan worden gevormd, waar gegevens die op openbare plaatsen worden gegenereerd, worden opgeslagen met blockchain-technologie. Pilotprojecten vinden plaats in Barcelona en Amsterdam[12].

Amsterdam digitaal – Foto Gemeente Amsterdam

Voorbeeld: Amsterdam digital

De gemeente Amsterdam heeft onlangs een gloednieuw databeleid gepubliceerd, dat tot stand is gekomen mede dankzij de expertise van de groep rond de chief technology officer[13]. Kenmerken zijn:

  1. Veilig en snel internet voor alle burgers
  2. Gegevens gegenereerd in de openbare ruimte worden opgeslagen met blockchain-technologie.
  3. Al deze gegevens worden op geaggregeerd niveau openbaar gemaakt.
  4. Burgers kunnen beslissen welke persoonlijke gegevens kunnen worden gebruikt en door wie.
  5. Ongeoorloofd volgen van burgers via WIFI-tracking is verboden.
  6. In het geval van gegevensverzameling voor overheidsdoeleinden, is privacy inbegrepen in de ontwerpfase.

5. Naadloze integratie van beleidsinstrumenten

Technologische instrumenten zijn meestal alleen effectief als ze deel uitmaken van een veel breder pakket beleidsinstrumenten op het gebied van wetgeving, infrastructuur, communicatie en financiën.

Driverless bus Stockholm Per-Olof Forsberg (Creative Commons)

Autonome voertuigen

Tot voor kort werden van autonome voertuigen (AV’s) veel voordelen verwacht. Uit onderzoek blijkt echter dat zij de kwaliteit van het leven in onze steden eerder zullen verslechteren dan verbeteren. Veel mensen zullen namelijk het openbaar vervoer inruilen voor het gebruik van een AV. Het transportsysteem moet daarom als een geheel worden beschouwd. In een dergelijk systeem moeten coherente keuzes worden gemaakt met betrekking tot openbaar vervoer versus AV’s, AV’s versus door een bestuurder bediende voertuigen, gedeelde AV’s versus AV’s voor één gebruiker, vrachtvervoer versus personenvervoer en gemotoriseerd verkeer versus voetgangers en fietsers.

Op een gegeven moment zal een op AV’s gebaseerd systeem niet langer compatibel zijn met de aanwezigheid van door een bestuurder bediende voertuigen. Als het zover is, moet de overheid deze laatste verbieden. Daarnaast moet de ruimte in het stadscentrum worden geprioriteerd voor voetgangers en fietsers en projecten die bedoeld zijn voor ‘mobility as a service’. Bovendien moet het prijsmechanisme het gebruik van AV’s voor korte afstanden ontmoedigen ten gunste van voetgangers en (deel)fietsen[14].

6. Evalueren en implementeren of beëindigen van projecten

Smart cityprojecten worden gekenmerkt door vele, verscheiden en kleinschalige experimenten, meestal met substantiële subsidies. Vaak ontbreekt grondige evaluatie.  Daarom moeten dergelijke projecten tijdens de experimentele faseworden beschouwd als ‘living labs’. Hieraan kunnen elementen kunnen worden toegevoegd of onttrokken, op voorwaarde dat de effecten voortdurend worden gemonitord. Living Labs zouden hooguit een of twee jaar mogen duren. Na die periode wordt het experiment onderdeel van het staand beleid of wordt het beëindigd.

tratumseind – Foto Uit In Eindhoven

Stratumseind ​​in Eindhoven

Het uitgaansleven In de stad Eindhoven is geconcentreerd in Stratumseind. Het is een bruisende wijk, vooral in de weekenden. Helaas id deze ook af en toe het toneel van ruzies en geweld. Vijf jaar geleden begon de stad met de installatie van CCTV-camera’s en sensoren die geluiden en in de toekomst ook geur registreren. De verlichting kan ook worden aangepast. Het belangrijkste doel was om geweld te verminderen.

De stad beschouwt dit experiment als een ‘living lab’ en het is continu geëvalueerd. De resultaten tot nu toe zijn:

  1. Er is geen wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen de smart technology, waaronder ook de aanpassing van de verlichting en het aantal incidenten.
  2. De komst van de politie in noodgevallen wordt enigszins versneld.
  3. Bezoekers voelen zich veiliger.

Het is de hoogste tijd om te beslissen over de voordelen van dit experiment en om te beslissen er al dan niet staand beleid van te maken[15].

In mijn advies aan de burgemeester zal ik de nadruk leggen op de woorden van Léan Doody (smart citydeskundige van de Arup Group): I don’t necessarily think ‘smart’ is something to aim for in itself.  Unlike sustainability or resilience, ‘smart’ is not a normative concept; you could think of cities which are ‘smart’ but not very liveable. The technology should be a tool to deliver a sustainable city[16]. Met andere woorden, je kunt technologie niet op haar waarde schatten zonder te weten wat de problemen zijn die ze zou moeten oplossen, hoe ze zich verhoudt tot de visie van het gemeentebestuur met betrekking tot de ontwikkeling van de stad en hoe ze samenhangt met andere beleidsinstrumenten.

Ik hoop dat de burgemeester nog eens aan mijn advies denkt.


[1]This short essay is based on a keynote presentation at the conference ‘Smart cities’ in Zagreb on April 9th2019.

[2]Duncan McLaren & Julian Agyeman: Sharing cities: A case for truly smart and sustainable cities MIT Press 2015

[3]https://decidim.org

[4]https://www.oidp.net/docs/repo/doc213.pdf

[5]Smart Cities: USP Marketing Consultancy: http://future-city.nl/smart-cities-onderzoek/

[6]For instance, consider the Charter for a humane city: https://www.dropbox.com/s/ji37e4paxjnu60z/2018%2011%2025%20Stedelijke%20uitdagingen%20Charter%20Eng.docx?dl=0

[7]http://smartcityhub.com/collaborative-city/long-read-beyond-the-smart-city-challenges-for-a-humane-city/

[8]http://www.participatorycity.org/#home-1

[9]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-grid/

[10]http://www.participatorycity.org

[11]https://irissmartcities.eu/content/lomboxnet-lom-nederlands

[12]https://decodeproject.eu/what-decode

[13]https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/innovatie/digitale-stad/

[14]http://smartcityhub.com/mobility/autonomous-vehicles-heaven-nightmare/

[15]http://www.axis-communications.com/smartcities?gclid=CjwKCAjwvbLkBRBbEiwAChbckQlqB1Igml1SD2Jk3R8VuNTcmGCYv-uK9wLeoT-fM8VnUKJ7mzZczRoC9YwQAvD_BwE

[16]https://medium.com/thebeammagazine/so-what-does-a-smart-city-really-look-like-8f5d00f5ce6b

Sociaal ondernemen: Het nieuwe normaal?

De wereld zou er een stuk beter op worden als ondernemingen besloten de creatie van (maatschappelijke) waarde boven het maken van winst en het belonen van het topmanagement te stellen, overigens zonder hun continuïteit te verwaarlozen

Enkele Nederlandse sociale ondernemingen

Wat is er mooier dan een onderneming waar gedreven medewerkers voor hun klanten én voor de samenleving de best mogelijke producten of diensten tot stand te brengen. Waarde creëren heet dat. We spreken dan van een sociale onderneming. Voor heel wat bedrijven – zeker bij startups – is dat inderdaad het geval, overigens zonder dat zij hun continuïteit uit het oog verliezen.

Voor de meeste bedrijven is het streven naar waarde ondergeschikt aan het streven naar zo veel mogelijk winst voor de aandeelhouders en inkomen voor het (top)management. Veel medewerkers zien dit met lede ogen aan.

In de Verenigde Staten komen bedrijven die expliciet kiezen voor de voortbrenging van goederen en diensten met een hoge toegevoegde maatschappelijke waarde, in aanmerking voor de wettelijke status benefit corporation[1]. Zij kunnen zich tevens als zodanig laten certificeren en ontvangen dan van een onafhankelijk instituut het predicaat certified B-corporation[2].

Wereldwijd zijn er inmiddels 2600 bedrijven met het predicaat certified B-corporation

De Amerikaanse tak van Danone hoort hier ook bij. Enige maanden geleden kondigde het Franse moederbedrijf van Danone met 36.000 werknemers aan eveneens de status van certified B-corporation aan te vragen. Het bedrijf trekt tien jaar uit om aan alle voorwaarden te voldoen.

Emmanuel Faber

De CEO van Danone, Emmanuel Faber plaatst dit besluit tegen de achtergrond van het groeiende wantrouwen van consumenten tegenover de voedingsmiddelenindustrie. Het bedrijf wil de komende jaren bewijzen dat zijn producten een betrouwbare bijdrage leveren aan gezonde voeding, wereldwijd.

Het bedrijf blijft – als veel andere B-corps – beursgenoteerd, maar de aandeelhouders niet tornen aan de maatschappelijke missie[3]. Hierover is inmiddels overeenstemming bereikt. 

Ook in Nederland is geregeld discussie of de status van benefit corporation wettelijk erkend zou moeten worden.

Dit weerhoudt een aantal bedrijven er niet van om zich nu al sociale of maatschappelijke onderneming te noemen. Woorden die overigens voor verwarring zorgen. De term sociale onderneming wordt in Nederland vaak gebruikt voor bedrijven die vooral mensen met een beperking in dienst nemen, zoals Downies & Brownies. Het begrip maatschappelijke onderneming komt ook voor, maar wordt gebruikt voor not-for-profit instellingen, zoals onderwijsinstellingen, ziekenhuizen of de NS.

In zijn zeer recente rapport over sociale ondernemingen, stelt de OECD uit te gaan van de definitie van sociale ondernemingen van de Europese Commissie[4]Een sociale onderneming als een particuliere onderneming die haar bestaansrecht ontleent aan het streven de samenleving te verbeteren. Dit houdt onder andere in dat winst wordt gebruikt om dit doel te consolideren, dat de bedrijfsvoering en het bestuur transparant zijn en dat er geen buitensporige beloningen worden uitgekeerd. Ik denk dat deze definitie intuïtief wel verhelderend is, maar ook de vraag oproept wat verbeteren van de samenleving inhoudt.  

Ik suggereer daarom in de definitie van een sociale onderneming de nadruk te leggen op het creëren van waarde in plaats van het maken van een zo hoog mogelijke winst. 

Echter, al is het streven naar winst ondergeschikt aan het streven naar waarde; van tafel is het niet. Het vermelde OECD-rapport positioneert sociale ondernemingen middenin een continuüm van vormen van ondernemerschap (figuur). 

Recent nog heeft de ‘koepel’ van Nederlandse sociale ondernemingen, Social Enterprise NL gepleit voor een eigen legale status. Dat staat weer op gespannen voet met het feit dat thans de legale status sterk varieert, van Stichting, coöperatie, vereniging, VOF tot BV en NV.  

Misschien is het ook beter om ervoor te ijveren dat de keuze voor maatschappelijke doelen het nieuwe normaal wordt.

Streven naar een passende winst is dan een middel daartoe. Winst maakt het mogelijk een reserve op te bouwen en extra te investeren, bijvoorbeeld in onderzoek. Salaris voor de directie en werknemers, een beloning voor de kapitaalverschaffers en een eventueel extraatje voor alle werknemers worden tot de normale bedrijfskosten berekend. 

Onlangs is een interessant onderzoek gepubliceerd dat de Erasmus Universiteit heeft verricht in opdracht van Stichting Management Studies (VNO-NCW)[5]. Het belicht 17 Nederlandse bedrijven die uitgaan van een maatschappelijke missie. De vraag die de studie beantwoordt, is hoe deze bedrijven dat doen en tegelijkertijd hun continuïteit waarborgen. Ze hebben de tijd mee. Nadat Danone had aangekondigd zich te gaan profileren als maatschappelijke onderneming, kreeg het bedrijf aanzienlijke korting op een lening van 12 miljard bij een Europees consortium van banken. Blackrock, ’s werelds grootste vermogensbeheerder zegt zich voortaan in de eerste plaats te richten op maatschappelijke ondernemingen. Dit is geen filantropie; maatschappelijke ondernemingen doen het gewoon goed. 

Om te voorkomen dat het begrip sociale ondernemen verwatert, maakt de voornoemde studie een onderscheid tussen drie typen sociale ondernemingen, afgezien van degene die vooralsnog geen enkele maatschappelijke impact beogen (Zie onderstaand schema). 

Een aantal bedrijven streeft maatschappelijke doelen na om tactische redenen, bijvoorbeeld versterking van de reputatie, maar maximalisatie van de winst blijft het voornaamste doel. 

Het tweede en derde type beschouwen het maatschappelijke waarden als de reden voor hun bestaan en als middel om zich van andere bedrijven te onderscheiden. Enkele van deze bedrijven gaan nog verder. Tony Chocolonelly bijvoorbeeld wil de cacao-keten ‘slavenvrij’ maken en spendeert (met succes) veel energie om andere producenten van chocolade mee te krijgen. Het bedrijf zou meegaan in een overname als dit doel daarmee gediend zou zijn.

Een ander onderscheid betreft de origine van de sociale onderneming. Sommige kennen deze status vanaf de oprichting (Triodosbank en in zekere zin ook de Rabobank), anderen zijn stapsgewijs in sociale richting geëvolueerd (Volksbank, Aliander). In het onderzoek wordt dit het hybridiseringsproces genoemd. Niettemin beschouwen al deze ondernemingen commercieel verantwoorde bedrijfsvoering als middel en niet als doel: De Triodosbank heeft vastgesteld wat het voor haar continuïteit minimaal wenselijke financiële resultaat is en zij streeft dat na. Is de winst hoger dan wordt deze geïnvesteerd in maatschappelijke doelen. 

Hoewel sociale ondernemingen onderling sterk verschillen, bijvoorbeeld op het vlak van control, blijken uit het onderzoek ook opmerkelijke overeenkomsten. Ze bieden meer ruimte voor entrepreneurship, leidinggevenden zijn eerder coachend dan directief, ze werken vaak met zelfsturende teams, er is veel aandacht voor diversiteit en er werken naar verhouding veel mensen met een beperking. Helaas geeft het onderzoek geen informatie over beloning van het topmanagement. 

Er zou best wel wat meer maatschappelijke druk uitgeoefend kunnen worden op bedrijven om stappen te zetten richting sociaal ondernemen.

Vakbonden zouden zich er eens in kunnen verdiepen, consumentenorganisaties kunnen deze bedrijven in het zonnetje zetten, de overheid zou bij voorkeur met dit type bedrijven zaken kunnen doen, banken kunnen voor gunstige financiering zorgen en ‘wij’ zouden er klant of aandeelhouder van kunnen worden.

Enkele benefit corporations

[1]Zie hier een overzicht van alle benefit corporations: http://benefitcorp.net/businesses/find-a-benefit-corp

[2]Zie voor het verschil tussen ‘benefit corporation’ en ‘certified B-corps’: http://benefitcorp.net/businesses/benefit-corporations-and-certified-b-corps

[3]https://www.businessinsider.nl/danone-planning-to-be-worlds-largest-benefit-corporation-2018-10/?international=true&r=US

[4]OECD/EU (2019), Boosting Social Entrepreneurship and Social Enterprise Development in the Netherlands, In-depth Policy ReviewOECD LEED Working Papers, 2019, OECD Publishing, Paris: https://www.oecd-ilibrary.org/docserver/4e8501b8-en.pdf?expires=1550830975&id=id&accname=guest&checksum=305CA6EEFD03AA3DB0B6B82AB9B73E05

[5]Karen Maas, Carly Relou, Tasneem Sadiq, Mark Hillen, Rob van Tulder: Sociaal ondernemen. Uitgave: Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, Assen 2018.

Smart city. Broedplaats voor digitale sociale innovatie in plaats van afzetmarkt voor technologiebedrijven

Digitale sociale innovatie gaat wereldwijd in tegen de manier waarop technologiebedrijven de smart city hebben gecreëerd als afzetgebied voor hun producten

Afbeelding1

Op 4 november 2011 is het begrip smarter city officieel geregistreerd als handelsmerk van IBM. Dit was onderdeel van een campagne om wereldwijd uit te dragen dat stedelijke problemen oplosbaar zijn door deze te benaderen als onderdeel van een beheersbaar systeem…: Op dit moment zijn steden ziek en aan de vooravond van een fatale ineenstorting. Maar zodra nieuwe technologie is geïnstalleerd, komen de problemen onder controle[1]. Uiteraard kon IBM deze technologie leveren.

De verovering van de smart city-markt

Volgens Oda Öderstrom is deze zienswijze een voorbeeld van corporate storytelling. Het gaat daarbij om potentiële klanten in het verhaal te laten geloven ondanks het feit dat het bewijsmateriaal mager was en nog steeds is[2].

Afbeelding2

IBM staat niet alleen. Cisco’s vice-president voor strategie Inder Sidhu beschreef het ‘smart city-spel’ als een grote kans, namelijk een markt van 39,5 miljard dollar[3]. De vooruitzichten zijn explosief gestegen: Het adviesbureau Frost en Sullivan schatte dat de wereldwijde smart city-markt in 2020 $ 1,56 biljoen waard zal zijn. De organisatoren van de zevende Smart City Expo van 26-27 november 2018 in Dubai beloven bedrijven een afzetmarkt van enkele biljoenen.

De pogingen om steden te verleiden tot miljoeneninvesteringen in technologie irriteert me mateloos

Elke euro waarop bedrijven jagen, is belastinggeld van burgers. De relatie tussen de aangeprezen technologieën en stedelijke problemen is twijfelachtig. Wat tot nu toe is bereikt, is teleurstellend[4]. Geen enkele stad ter wereld voldoet aan gangbare definities van een smart city: Een plaats waar technologie met succes wordt ingezet om duurzame welvaart en welzijn voor alle burgers te realiseren[5].

Krachten achter technologische ontwikkeling

Pieter Ballon, VUB-hoogleraar en directeur Smart Cities van IMEC[6] sluit niet uit dat de verworvenheden van de vierde industriële revolutie zoals Internet of things, 3D-printen, big data, wearables en blockchain[7] kunnen bijdragen aan de leefbaarheid van onze steden. Ik ben het daarmee eens, maar zich afhankelijk maken van technologiebedrijven is het laatste wat steden moeten doen om dit doel te bereiken. Zoals het Wereld Economisch Forum stelt, geen enkele technologie is neutraal en de vierde industriële revolutie is dat zeker niet[8]. Toepassing van technologie moet daarom volgens het WEF worden voorafgegaan door een brede beleidsdiscussie over een aantal technologie-gerelateerde ethische vragen

Afbeelding3

De oproep tot zo’n discussie komt waarschijnlijk al te laat.Bas Boorsma schrijft in zijn boek A New Digital Deal[9]: A couple of years ago we believed digitalization to facilitate the emergence of a ‘true’ free market, i.e. an economy based on peer-to-peer principles, collaboration, with small enterprises relying on the network effect and digital tools to conduct business in ways previously reserved for large corporations (New Digital Deal, p.52). Het netwerkparadigma en de platformeconomie zijn echter toegeëigend door grote bedrijven en enkele regeringen.Het kapitalisme, in het bijzonder monopolie-vorming en oligarchie, is versterkt: Digitalization-powered capitalism now possesses a speed, agility and rawness that is unprecedented (New Digital Deal, p.54[10]).

De mogelijkheid tot maatschappelijke sturing van de ontwikkeling van technologie is aan het verloren gaan. Oligopolistische reuzen zoals Apple, Google, Microsoft, Amazon en andere technologiebedrijven nemen het roer over[11]. Ten eerste omdat digitale technologie ons beperkt door de regels in de code, ten tweede omdat ze gegevens vastleggen, verwerken en opslaan, door bijna alles in ons leven te verzamelen. Ten derde bepaalt technologie onze perceptie van de wereld[12].

Compenserende kracht: digitale sociale innovatie

De vraag is of deze ontwikkeling kan worden tegengegaan. Een eerste stap is terugveroveren van invloed vanuit de samenleving op de activiteiten van technologische bedrijven, volledige transparantie van de kosten en baten van de toepassing van technologieën en herstel van de onderlinge concurrentie[13]. Er is echter meer nodig. Dit kan worden samengevat als digitale sociale innovatie[14].

Afbeelding4

Digitale sociale innovatie gaat verder dan maatschappelijk toezicht op de toepassing van digitale technologie en data, wat al een enorme uitdaging is. Het realiseren van maximaal profijt van technologie vereist dat er tussen mensen andere relaties groeien: gebaseerd op samenwerking in plaats van op machtsuitoefening.

Het recente Manifesto for Digital Social Innovation(2017)[15]bevat een lijst met kernwaarden. Hiertoe behoren openheid en transparantie, democratie en decentralisatie, experimenteren en adaptatie, multidisciplinariteit en digitale vaardigheden voor iedereen.

Nadat Ada Colau in 2015 burgemeester van Barcelona werd, begon de stad aan een nieuwe fase in haar kortstondige geschiedenis als zelfbenoemde smart city. Zoals ik elders heb beschreven, werden digitale hulpmiddelen ingezet om het bestuur van de stad te democratiseren, onder meer dankzij open data en open standaarden[16]. De stad verheft privacy, data-soevereiniteit en gegevensbeveiliging tot de centrale elementen van haar digitaal beleid. Het is in de bedoeling om in de eerste plaats het bestuur via participatieve processen open te stellen en in de tweede plaats om ervoor te zorgen dat de stedelijke overheid dienstbaar is op een wijze die de burgers zelf kiezen, in plaats van andersom.

Vanuit een oogpunt van digitale sociale innovatie, is het tegengaan van opwarming van de aarde meer dan de vervanging van fossiele door duurzame energie: Het gaat er vooral om dat mensen samen besluiten hoe en waarom zij de productie en consumptie van energie in de toekomst organiseren.

Hetzelfde geldt voor toekomstige mobiliteitspatronen. Wat de politiek ook beslist en welke soorten auto’s autobedrijven op de markt brengen, burgers moeten samen beslissen hoe hun woonwijken en stadscentra weer leefbaar worden en hoe verschillende mobiliteitsoplossingen daaraan kunnen bijdragen.

De ontwikkeling van citizen science maakt deel uit van deze beweging. Mensen in veel steden verzamelen hun eigen gegevens om leefbaarheid en gezondheidsproblemen te onderzoeken. Onderstaande video is de trailer van de documentaire Citizen Science Revolution, die op 25 oktober in de Waag in Amsterdam in première ging.

Het is hoopgevend om te zien hoe digitale sociale innovatie van de grond is gekomen: DSI Europe heeft 1200 organisaties in kaart gebracht en wereldwijd zijn nog veel meer[17]. Enkele burgemeesters hebben hun betrokkenheid bij digitale sociale innovatie getoond, zoals het legendarische Won Soon Park in Seoul.

De beweging voor digitale sociale innovatie verzet zich tegen het verhaal van de smart city dat grote technologiebedrijven vertellen.  Ze zoekt daarentegen naar manieren om mensen – individueel of collectief – te ondersteunen met technologie. Sociale digitale innovatie verandert de manier waarop mensen samenleven en technologische hulpmiddelen gebruiken als een bijdrage aan een beter leven.

 

[1]http://smartcityhub.com/governance-economy/smart-city-smart-story/

[2]http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604813.2014.906716

[3]https://www.fool.com/investing/general/2010/07/21/ciscos-greatest-opportunity-and-greatest-challenge.aspx

[4]https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/industries/capital%20projects%20and%20infrastructure/our%20insights/smart%20cities%20digital%20solutions%20for%20a%20more%20livable%20future/mgi-smart-cities-full-report.ashx

[5]https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/10630732.2014.942092

[6]https://www.agoria.be/nl/De-weg-naar-een-humane-stad-Een-gesprek-met-Pieter-Ballon

[7]https://hackernoon.com/make-smarter-cities-with-blockchain-outlook-and-use-cases-2ce9112a110b

[8]https://www.weforum.org/agenda/2016/10/how-can-we-enjoy-the-benefits-of-the-fourth-industrial-revolution-while-minimizing-its-risks?utm_content=buffer4ee5f&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer

[9]A New Digital Dealby Bas Boorsma (Rainmaking Publications, 2017)

[10]Elsewhere I have compared Bas Boorsma’s view of technology with Alan Greenfields’, one of the most outspoken opponents of the smart city idea: http://smartcityhub.com/technology-innnovation/digital-technology-eats-politics-for-breakfast/

[11]Adam Greenfield: Radical Technologies: The design of every day life. Verso 2017.

[12]https://www.centreforpublicimpact.org/conversation-jamie-susskind-tech-revolution-future-politics/?utm_source=Centre+for+Public+Impact&utm_campaign=0c5d934c79-EMAIL_CAMPAIGN_2018_10_04_08_50&utm_medium=email&utm_term=0_3b8694e112-0c5d934c79-129551513

[13]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/digital-technology-eats-politics-for-breakfast/

[14]https://waag.org/en/article/what-not-digital-social-innovation

[15]https://www.dsimanifesto.eu/manifesto/

[16]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/barcelona-showcase-smart-city-dynamics/

[17] https://www.nesta.org.uk/blog/social-innovation-the-last-and-next-decade/

Vergeet de smart city en bouw de inclusieve stad

Deze blogpost schets de achtergrond van het e-boek ‘De smart city idee’ dat je hier ook kunt downloaden.

Het afgelopen jaar heb ik 24 korte essays (blogposts) geschreven naar aanleiding van ‘de idee’ smart city. Een aantal daarvan is ook in deze blog gepubliceerd. Ik heb deze essays gebundeld in een e-boek. Dat kun je hier gratis downloaden. Wat mag je verwachten?

Smart city idee

Al meer dan 10 jaar is ‘smart’ een ‘leidmotief’ voor de aanpak van stedelijke problemen. Bedrijven als IBM en Cisco, en later ook Apple, Amazon en Google benadrukken al die tijd dat technologie de sleutel is voor de oplossing van stedelijke problemen. Veel stadsbestuurders, ondernemers en jonge starters voelen zich hierdoor aangetrokken. Begrijpelijk, want technologie speelt een rol in de aanpak van verkeersproblemen, de omschakeling naar duurzame brandstof en grondstof en ook in moderne muziek en andere kunstuitingen is zij niet weg te denken.

Maar vanwaar die oogkleppen? Wie focust op technologie als de oplossing voor hedendaagse problemen verliest al vlug de problemen zelf uit het oog en daarmee tevens het tevens feit dat technologie ook een hoop narigheid veroorzaakt en er voor veel problemen andere dan technologische hulpmiddelen nodig zijn.

Waarover maken mensen zich zorgen?

Zo maar wat voorbeelden:

  • Kom ik rond met mijn inkomen?
  • Vind ik een betaalbaar huis?
  • Is er nog werk voor de kinderen?
  • Is de lucht die ik adem nog gezond?
  • Waarom is mijn leidinggevende zo onredelijk?
  • Hoe veilig is het internet?
  • Wie zorgt er straks voor mijn moeder?
  • Kan ik vertrouwen wat ik eet?
  • Ontwikkelingen gaan me allemaal veel te snel
  • Wie heeft het eigenlijk voor het zeggen
  • Breekt er een wereldoorlog uit?
  • Vind mijn kind het leuk om naar school te gaan
  • Blijft het gezellig in de buurt?
  • Wie kan ik nog vertrouwen?
  • Mag ik nog wel zeggen wat ik denk?
  • Is het nog wel veilig in ons land?
  • Hoe gaat het met het milieu?
  • Waarom zijn topmanagers van die schrapers?

Vier categorieën

Het heeft mij erg geholpen om deze problemen te herleiden tot vier categorieën:

  • Bedreiging van basisbehoeften,
  • Plundering van de aarde,
  • Onrecht
  • Explosie van informatie.

Wat mooi is, elk van deze categorieën verwijst ook naar kernwaarden die in onderlinge samenhang de kwaliteit van het leven in een land en het geluk van zijn bewoners kunnen vergroten.

Inclusive growth groot

Kernwaarden:

Welzijn

De bevredig van onze basisbehoeften als levensonderhoud, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, sociale contacten en ontplooiing. Hier is valt nog heel wat te verbeteren.

Duurzame welvaart:

De aarde bevat alle ingrediënten voor een gezond en zelfs welvarend leven voor ons en ons nageslacht tot in een verre toekomst. Het vereist een circulaire economie die is gebaseerd op hergebruik van hulpbronnen, het uitbannen van CO2-uitstoot en een minder materialistische instelling. Het bewustzijn groeit, te doen is er nog veel.

Rechtvaardigheid

Het feit dat we met anderen samenleven voorziet in een vitale levensbehoefte, of het nu om een partner, familie, de straat, de stad of het land gaat. Of deze behoefte bevredigd wordt, hangt af van de acceptatie van gelijkwaardigheid, de acceptatie van verscheidenheid en de balans tussen geven en nemen. Ook hier moet de mensheid nog veel leren.

Digitale connectiviteit 

Net als alle vormen van techniek is informatisering is behalve een middel bij de realisering van de andere kernwaarden ook een waarde op zich. ICT voegt een nieuwe dimensie toe aan menselijke creativiteit en inventiviteit en kan de kwaliteit van ons leven verbeteren. De deugden van digitale connectiviteit mogen echter niet door bepaalde groepen worden toegeëigend. Aan het voorkomen hiervan kunnen interoperabiliteit, ‘edgeless computing’, ‘blockchain’ en het gebruik van open software, standaarden en data een bijdrage leveren.

De vier kernwaarden kunnen onderling op gespannen voet staan, maar elkaar ook versterken. In dat laatste geval is er sprake van wat ik inclusieve groei noem. Hierin zie ik de overkoepelende opgave voor gemeentelijke overheden.

In elk van de 24 korte essays is er wel sprake van een raakvlak tussen bovenstaande waarden. Steeds met de ‘smart city idee’ als uitgangspunt. Soms politiserend, bijvoorbeeld als het gaat om de manier waarop de grote technologiebedrijven de besturing van de samenleving overnemen. Maar ook anekdotisch als het gaat om de realisering van smart cities in de praktijk zoals PlanIT Valley nabij Porto. En ook heel praktisch, bijvoorbeeld in de opstellen over circulaire bouw, elektriciteit-opwekkende ramen en de opslag van energie.

Charter voor inclusieve groei

In het laatste essay stel ik voor om de idee smart te vervangen door inclusieve groei. Om concreter te worden over wat dat betekent, heb ik een charter opgesteld dat elke stad of regio in de wereld kan gebruiken. Ik herken de aanzet daartoe nu al in het beleid van een aantal steden, zoals Barcelona, Amsterdam, Kopenhagen, Melbourne en Seoul. Deze en alle andere hebben echter nog een lange weg te gaan. Aan iedereen die zich daarvoor inzet, draag ik dit boek op.

Amsterdam: slimmer dan smart

Het streven naar inclusieve groei is een veel betere typering voor het stedelijk beleid van Amsterdam dan de marketing slogan smart city.

I Amsterdam

Sinds november 2016 ben ik curator van Amsterdam Smart City. Over de zin en onzin van smart heb ik het nodige geschreven[1]. Maar hoe smart is Amsterdam[2] eigenlijk? Nu het WeMakeTheCity Festival[3] nadert, geef ik hieronder een antwoord op deze vraag.

Amsterdam Smart City

Amsterdam Smart City (ASC) ziet zichzelf als innovatieplatform voor een toekomstbestendige stad. Op dit platform opereert een snelgroeiende gemeenschap van 400 organisaties en meer dan 5000 personen, waaronder veel startups[4]. Binnen deze gemeenschap wordt een groot aantal projecten uitgevoerd, waaronder Circular Amsterdam[5] en City-zen[6].

ASC heeft nauwe banden met de Amsterdam Economic Board, een stichting die samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden tot stand brengt. Uit de strategie van Amsterdam Economic Board en die van ASC in het bijzonder blijkt een sterke voorkeur voor bottom-up ontwikkeling van stedelijk beleid.

website ASC

Open data

Het concept smart city verwijst naar het gebruik van data en de inzet van technologie in stedelijk beleid[7]. Amsterdam is een voorbeeld voor menige andere stad op het gebied van open data. Uitgangspunten zijn toegankelijkheid, interoperabiliteit en transparantie van data en de bescherming van privacy van de bewoners.

Het Open data for transport and mobilityprogramma won de Green Digital City Award in 2012 op de Smart City Expo in Barcelona[8]. Via dit programma stelt de gemeente alle gegevens met betrekking tot verkeer en vervoer ter beschikking aan derden, onder het motto We the data, you the apps.

Vanaf 2015 zijn gegevens over verkeer en vervoer, openbare ruimte, gebouwen, gezondheidszorg, milieu, vergunningen en vele andere te vinden op de portal Stadsgegevens[9]. Deze is gemaakt met open software en de broncode is voor iedereen beschikbaar[10]. Om datagebruik te bevorderen, werkt Amsterdam samen met bedrijven en (kennis)instellingen in een datalab[11].

Een indrukwekkend product, gemaakt met deze gegevens, is de Energie Atlas, die alle informatie bevat om energieplannen te maken op buurt- en wijkniveau[12]. Ook met deze atlas wil de gemeente zoveel mogelijk initiatieven van onderop stimuleren.

Wat is een smart city?

Criteria om te beoordelen wanneer een stad smart mag heten bestaan niet. Met andere woorden, elke stad kan zich smart noemen. Als dat gebeurt, komt het initiatief meestal van de marketingafdeling. In een recent artikel[13] heb ik drie typen smart cities onderscheiden.

Smart City 1.0 streeft naar hoogwaardige technologische infrastructuur, die naadloos computers, sensoren, apparaten en mogelijk ook mensen met elkaar verbindt. Het gebruik van technologie wordt doorgaans achteraf gerechtvaardigd met een verwijzing naar de bijdrage ervan aan de aanpak van stedelijke problemen[14].

In Smart City 2.0 staat de aanpak van stedelijke problemen centraal en er is een open oog voor het gebruik van hoogwaardige technologische hulpmiddelen daarbij. De prioriteiten zijn meestal anders dan in het geval van Smart City 1.0.

Smart City 3.0 bevordert initiatieven van burgers (individueel, in een buurt of als onderdeel van een netwerk), bedrijven en (kennis)instellingen. Het stadsbestuur faciliteert het gebruik van ICT en creëert de benodigde infrastructuur.

Hoe smart is Amsterdam?

Amsterdam is geen voorbeeld van Smart City 1.0. De aanleg van een omvattende digitale infrastructuur, inclusief sensornetwerken, speelt geen dominante rol. Het predicaat Smart City 2.0 komt ook niet in aanmerking: Bij het omgaan met stedelijke problemen speelt informatie- en communicatietechnologie een rol, maar komt daarbij zeker niet in de eerste plaats.

Ik zie veel aanwijzingen dat Amsterdam zich ontwikkelt in de richting van Smart City 3.0. Het belangrijkste ijzer in het vuur daarbij is de samenwerking tussen bedrijven, instellingen en overheid, aangemoedigd door de Amsterdam Economic Board en de Amsterdam Smart City-community.

Er is echter nog veel te doen: Veel projecten zoals de Virtual Powerplant bevinden zich in een eerste fase of zijn ‘pilots’, zonder onmiddellijke follow-up. Meer aandacht is ook vereist voor open en kritische evaluatie van projecten. Ten slotte leeft het idee van de smart city slechts in beperkte mate onder de bevolking[15].

Maak kennis met een van deze projecten, de virtuele elektriciteitscentrale:

Amsterdam: slimmer dan smart

Beoordelen in hoeverre Amsterdam een smart city is, geeft een onbevredigend gevoel. De focus op de rol van technologie leidt af van zo veel andere initiatieven – samengevat in vijf grootstedelijke uitdagingen – waarmee Amsterdam zich onderscheidt.

screenshot

Ik sta – ter illustratie – bij enkele van deze initiatieven stil.

Duurzaamheid

De Duurzaamheidsagenda (hieronder) werd in 2015 vastgesteld als vertrekpunt voor het nieuwe college van burgemeester en wethouders[16]. Het ziet ernaar uit dat het net nieuw aangetreden gemeentebestuur aan de uitvoering daarvan de hoogste prioriteit toekent.

screenshot 2

Vanwege zijn inspanningen op het gebied van energiebesparing (en het gebruik van open data daarbij) behoorde de gemeente – samen met Reijka en Valencia – tot de finalisten van de Green Digital Charter Award, uiteindelijk gewonnen door Reijka[17].

Energietransitie

Als onderdeel van het City-zen-project is onlangs een ‘roadmap’ gepresenteerd voor de transitie naar duurzame energie, als alternatief voor het gebruik van fossiele brandstoffen[18]. Verwacht wordt dat de grootstedelijke regio in 2040 geen CO2-uitstoot meer zal hebben en aan haar eigen energiebehoefte kan voldoen.

Ontwikkeling van een circulaire economie

Circular AmsterdamIn 2015 heeft de gemeente Amsterdam de basis gelegd voor de ontwikkeling van een circulaire economie, vastgelegd in de nota Amsterdam Circular: Vision and roadmap for the city and region[19]. Op basis hiervan zijn tientallen projecten gestart, zij het meestal op kleine schaal. Alle projecten zijn in 2017 beoordeeld. Het rapport Amsterdam Circular: Evaluation and action perspectives[20] concludeerde dat een circulaire economie een realistisch perspectief is.  Amsterdam heeft voor deze aanpak – met accent op kleinschalige initiatieven – tevens de World smart city award for circular economy gewonnen. Ondertussen zijn de eerste resultaten op het gebied van circulaire constructie zichtbaar. In een aantal procedures hebben circulaire uitgangspunten een belangrijke rol gespeeld[21].

Mobiliteit

Amsterdam stimuleert fietsen en heeft een uitstekend openbaar vervoer. Dit maakt uitgebreid gebruik van ICT om klanten te informeren en bedrijfsprocessen te optimaliseren. Met het Smart Mobility-programma wil de gemeente de bijdrage van (informatie-) technologie aan de aanpak van verkeersproblemen versterken. Een substantiële doorbraak van digitale technologie in de oplossing van mobiliteitsproblemen wordt echter waarschijnlijk alleen bereikt met de komst van autonome auto’s.

De Amsterdam Economic Board heeft voorgesteld om te kiezen voor inclusieve groei als overkoepelend thema. Ik vind dat een verstandige keus. Vrijwel overal ter wereld gaan economische groei en innovatie gepaard met een aantasting van de natuur en groeiende sociale ongelijkheid (‘The winner takes all’)[22]. Een betere balans is dan ook nodig. Dit geldt ook voor Amsterdam [23].

Amsterdam all-inclusive

Elders heb ik inclusive groei omschreven als het samengaan van vier perspectieven op ontwikkeling: welzijn, welvaart, rechtvaardigheid en digitale connectiviteit[24]. Het onderstaande ‘charter’ kan daarbij richting geven.

screenshot 3

Een laatste vraag is wanneer inclusieve groei als doel is bereikt. Misschien is het antwoord op deze vraag wel ‘nooit’. Belangrijker is om stippen op de horizon te plaatsen. Zodra deze zijn bereikt, zal een nieuwe generatie opnieuw stippen zetten, uitgaande van eigen inzichten en prioriteiten. En dat is maar goed ook.

[1]  Deze posts zijn te vinden op  www.smartcityhub.com

[2]  Als ik het over Amsterdam heb, bedoel ik de ‘metropool regio’, het samenwerkingsverband tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland, de vervoersregio en 33 gemeenten in het noordelijke deel van de Randstad. Als het over ‘de stad Amsterdam’ gaat, gebruik ik de term gemeente.

[3]https://wemakethe.city/nl/

[4]https://amsterdamsmartcity.com/partners

[5]https://amsterdamsmartcity.com/circularamsterdam

[6]http://www.cityzen-smartcity.eu/nl/home-nl/amsterdam/

[7]http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/10630732.2014.942092

[8]http://www.greendigitalcharter.eu/amsterdam-wins-smart-city-world-congress-award

[9]https://data.amsterdam.nl/#?mpb=topografie&mpz=11&mpv=52.3731081:4.8932945&pgn=home

[10]http://www.greendigitalcharter.eu/amsterdam-opens-its-city-data-platform

[11]https://www.europeandataportal.eu/sites/default/files/edp_analytical_report_n4_-_open_data_in_cities_v1.0_final.pdf

[12]https://maps.amsterdam.nl

[13]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-beyond-technology-push/

[14]http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604813.2014.906716

[15]https://www.eli5.io/blog/smart-city-citizens

[16]https://www.google.nl/search?client=safari&rls=en&q=duurzaam+amsterdam+pdf&ie=UTF-8&oe=UTF-8&gfe_rd=cr&dcr=0&ei=q1RkWpKEIIzH8AfZs6iQCA

[17]http://www.eurocities.eu/eurocities/allcontent/Amsterdam-region-Rijeka-and-Valencia-finalists-for-the-2016-GDC-Award-Promoting-open-and-interoperable-solutions-WSPO-AHRKGT

[18]http://www.eurocities.eu/eurocities/allcontent/Amsterdam-region-Rijeka-and-Valencia-finalists-for-the-2016-GDC-Award-Promoting-open-and-interoperable-solutions-WSPO-AHRKGT

[19] https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/publicaties-duurzaam/amsterdam-circulair-1/

[20]http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-building-the-long-way-to-a-circular-economy/

[21]https://wp.me/p32hqY-1Ei

[22]http://smartcityhub.com/governance-economy/does-smartification-keep-de-urbanization-at-arms-length/

[23]Duncan McLaren & Julian Agyeman: Sharing Cities: A case for truly smart and sustainable cities, MIT Press, Cambridge Mass. 2015

[24]http://smartcityhub.com/technology-innnovation/beyond-the-smart-city/