De Digitaal rechtvaardige stad

Dit artikel gaat over de impact van de nieuwste digitale technologieën, kunstmatige intelligentie in het bijzonder, de onderliggende motieven en de mogelijkheden die de samenleving heeft om negatieven gevolgen te matigen, of beter, om ze te gebruiken om een ​​meer humane plek te worden.

Animatie van neural network. Photo: Kevin Rheese, Licensed under Creative Commons 2.0.

Lewis Mumford schreef in zijn baanbrekende boek The Myth of the Machine dat opkomende nieuwe megatechnieken een uniforme, allesomvattende, boven-planetaire structuur creëren, ontworpen voor autonoom functioneren, waarin de mens een passief, doelloos, machine-geconditioneerd wezen wordt.

Dit was in 1967, voordat iemand zich een voorstelling kon maken van de impact van digitale technologie[1].

Vandaag, amper 50 jaar later, spreken we van een digitale samenleving. Nog steeds weet niemand wat de impact ervan zal zijn, noch hoe deze technologie te beheersen valt.

Aleksandra Mojsilović, directeur van IBM Science for Social Good voegt eraan toe dat als ze ’s nachts ergens van wakker ligt, dit de snelheid is waarmee kunstmatige intelligentie zich ontwikkelt en het achterwege blijven van de regels voor de ontwikkeling en toepassing ervan[2].

Zes digitale technologieën die procesautomatisering stimuleren[3]

Het navolgende gaat vooral over kunstmatige intelligentie en haar toepassingen in de stedelijke omgeving. Aan de orde komt hoe steden de belangen van hun burgers kunnen beschermen. Daarbij spelen strikte wetgeving met betrekking tot het verzamelen en gebruiken van gegevens en het terugdringen van cybercriminaliteit een belangrijke rol. 

De ultieme vraag is dat als technologie ontmenselijkt, het mogelijk is dit proces te keren?


De Digitaal rechtvaardige stad is deel acht van een reeks artikelen over hoe steden humaner kunnen worden. Dat betekent het vinden van een balans tussen duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en kwaliteit van het bestaan. Dit vereist vergaande keuzes. Zodra deze keuzes zijn gemaakt, is het vanzelfsprekend dat slimme technologieën worden gebruikt om deze doelen te realiseren.

De onderstaande artikelen zijn al gepubliceerd.

Kunstmatige intelligentie

Eenvoudig gezegd, autonome en intelligente technische systemen, of kortweg kunstmatige dan wel artificiële intelligentie (AI) verwijzen naar het vermogen van een computer om patronen correct te herkennen en ze te benoemen door zelf te leren in plaats van te worden geprogrammeerd. Zo’n patroon kan van alles zijn: Een voetganger die de weg oversteekt, in het geval van een zelfrijdende auto of het gezicht van een specifieke persoon in het geval van automatische gezichtsherkenning. De rol van mensen in dit proces is tweeledig. In de eerste plaats door een ‘instructie’ (algoritme) te schrijven, in de tweede plaats door de computer te trainen om deze instructie correct toe te passen. Bijvoorbeeld, als de computer in een zelfrijdende auto negatieve feedback ontvangt omdat deze een fiets en een motorfiets door elkaar haalt, zal het apparaat proberen de kenmerken van beide opnieuw te definiëren. 

Alle technologiebedrijven begrijpen dat AI en aanverwante technologieën essentieel zijn om hun toekomstige positie te veilig te stellen. Dientengevolge investeren ze grote hoeveelheden geld in onderzoek, vaak door de acquisitie van startups.

Wereldwijde fusie- en overnames (tot 4 december 2017) gerelateerd aan kunstmatige intelligentie. Bron: The Economist

AI is ontworpen om de betekenis van menselijke tussenkomst in planning en besluitvorming te verminderen. Hetzelfde geldt voor de herkenning van patronen in enorme dataverzamelingen. Ondertussen groeit de bezorgdheid over de negatieve gevolgen van AI, bijvoorbeeld schending van de privacy, discriminatie, afkalving van menselijke vaardigheden, risico’s voor de beveiliging van kritieke infrastructuur en vermindering van welzijn. Het voordeel van deze technologieën hangt ervan af of ontwikkelaars de werking en de toepassing van AI in overeenstemming weten te brengen met ethische principes, zoals rechtvaardigheid, ecologische duurzaamheid en het recht op zelfbeschikking en ze tegen misbruik weten te beschermen.

Gezichtsherkenning

Een van de meest bekritiseerde toepassingen van AI is gezichtsherkenning: De overhaaste introductie ervan, vooral door de politie en de detailhandel (herkenning van winkeldieven) wordt zwaar betwist. Elders ben ik dieper ingegaan op gezichtsherkenning, waarbij ik het gebrek aan nauwkeurigheid noemde, in het bijzonder met betrekking tot gekleurde mensen en vrouwen[4]. Als gevolg hiervan verbieden verschillende steden in de VS inmiddels gezichtsherkenning. Onlangs heeft Portland een totaalverbod uitgevaardigd, zowel in de publieke sector – in het bijzonder de politie – als in de particuliere sector[5].

Het wantrouwen ten opzichte van gezichtsherkenning en de twijfelachtige nauwkeurigheid van andere toepassingen van AI hebben geleid tot initiatieven om hun ontwerp te verbeteren. Het invloedrijke Institute of Electric and Electronic Engineers (IEEE) nam een ​​wereldwijd initiatief met de publicatie van een omvangrijk handboek, Ethically Aligned Design: A Vision for Prioritizing Human Well-being with Autonomous and Intelligent Systems. Dit is tot nu toe de meest uitgebreide, publieksgerichte verhandeling over de ethiek van AI en machine-leren in het algemeen[6]. Voortbouwend op dit baanbrekende werk heeft IBM een eigen gids samengesteld die vijf ethische thema’s centraal stelt[7]:

Verantwoording

Ontwerpers van AI zijn verantwoordelijk om de impact van hun product voor de samenleving in ogenschouw te nemen. Dit geldt dus niet alleen voor de bedrijven of overheden die in de ontwikkeling ervan hebben geïnvesteerd.

Relatie tot normen en waarden

Ontwerpers moeten in een ontwerp ruimte laten voor contextuele factoren die de uitkomst van een te automatiseren proces beïnvloeden, zoals eerdere ervaringen, herinneringen, opvoeding en culturele normen. AI kan dit niet zelf. Hoe groter de diversiteit van het ontwikkelteam, hoe beter de resultaten.

Verklaarbaarheid

Ontwerpers moeten de overwegingen die ten grondslag liggen aan algoritmen en de samenstelling van datasets kunnen verklaren in termen die mensen kunnen begrijpen, omdat deze kennis de sleutel is voor al dan niet instemmen met de conclusies en aanbevelingen.

Eerlijkheid

Ontwikkelaars van AI-systemen moeten zich bewust zijn van de vooroordelen die onbewust hun denken sturen. Als team moeten ze algoritmische vertekening minimaliseren door voortdurende reflectie op de inhoud zowel de gegevens als de algoritmen zelf.

Voorbeelden van onbewust vormen van bias (bron IBM)[8]

Bescherming rechten van gegevens van gebruikers

Ontwikkelaars moeten gebruikers van AI voorlichten over de mate waarin hun ontwerpen zijn afgestemd op nationale en internationale wetgeving, bijvoorbeeld de General Data Protection wetten van de EU.


 Algoritme-manager New Nork

New York City heeft een algoritmemanager aangesteld om te controleren of algoritmen voldoen aan ethische normen en wettelijke regels met betrekking tot datagebruik en privacy[9]. De burgemeester nam deze beslissing, geadviseerd door de Automated Decision Systems Task Force, die werd opgericht als reactie op de kritiek op de manier waarop de New York Police Department gezichtsherkenning toepast. In Amsterdam houdt accountantskantoor KPMG op verzoek van het stadsbestuur toezicht op de kwaliteit van algoritmen door middel van een audit.


Surveillance-kapitalisme

Bedrijven als Amazon, Facebook en Google investeringen op grote schaal in AI om ons koopgedrag te beïnvloeden. Om gericht te kunnen adverteren willen ze ieders winkelgedrag kennen en ook de voorkeuren van elke afzonderlijke consument kunnen  voorspellen en beïnvloeden[10]. Traditionele reclame heeft aan waarde ingeboet vanwege de grote hoeveelheid producten en diensten en de enorme verscheidenheid aan individuele voorkeuren. In plaats daarvan willen deze bedrijven iedereen individueel op het juiste moment een advies geven om een ​​bepaald product in de bepaalde winkel te kopen, dat wil zeggen de winkel die voor deze service heeft betaald.

Een wetenschappelijk rapport van Douglas C. Schmidt, hoogleraar computerwetenschappen aan de Vanderbilt University, onthult welke gegevens Google verzamelt en hoe[11]. Google kent de voorkeuren van miljarden mensen, weet waar deze zich bevinden en verstuurt onophoudelijk gepersonaliseerde commerciële boodschappen. De volgende stap is dat een potentiële klant een sms-bericht ontvangt bij het naderen van een winkel die een van diens favoriete artikelen verkoopt. Of – in de ogen van Google nog beter – als verkopers klanten persoonlijk begroeten dankzij gezichtsherkenning en deze een niet te versmaden aanbieding doen.

Persoonlijke gegevens van een Android-telefoongebruiker die gedurende één dag door Google zijn verzameld. De grijze cirkels vertegenwoordigen locatiegegevens die zijn verzameld terwijl de telefoon niet actief werd gebruikt. Grafiek: Pamela Saxon (Vanderbilit University).

In het geval van Amazon hoeven klanten hun huis niet meer te verlaten. Het bedrijf kan – dankzij AI – op elk moment voorspellen voor welke producten of diensten klanten openstaan en vervolgens komen met een onweerstaanbaar aanbod. De reden kan ook zijn dat de beruchte Alexa je heeft afgeluisterd.


Sidewalk Labs Toronto

Het ontwikkelingsproces van Quayside, een braakliggend stuk land van 12 hectare aan de rand van het centrum van Toronto, laat zien welke rol informatietechnologie speelt bij de ontwikkeling van steden[12]. Elders heb ik aandacht besteed aan de rol van Sidewalk Labs (een zusterbedrijf van Google) in dit project. Ik was blij met de hedendaagse stedenbouwkundige opvattingen. Tegelijkertijd wil het bedrijf een ‘digitale laag’ over Quayside bouwen. Hoe groter de hoeveelheid en diversiteit van de gegevens van bewoners en bezoekers die verzameld worden, des te beter zal Sidewalk Labs erin slagen om derden te interesseren in het doen van investeringen. De oppositie tegen Sidewalk Labs Toronto groeit snel.

Schets van hoe Quayside eruit kan komen te zien. Sidewalk Labs (publiek domein)

Amazon is erin geslaagd een Amerikaanse icoon te worden. Uit onderzoek is gebleken dat Amazon de op een na meest vertrouwde instelling in de Verenigde Staten is, vóór de regering, de politie en het hoger onderwijs. Alleen het vertrouwen in het Amerikaanse leger is groter[13].

Vanwege zijn reputatie heeft Amazon een enorme impact op het koopgedrag. Het heeft bijvoorbeeld met succes de angst voor inbraak bij de gemiddelde Amerikaan uitgebuit door Ring, een deurbel met een ingebouwde camera, te promoten. Het heeft meer dan 100 miljoen exemplaren verkocht, voor $100 per stuk. Alle opnamen worden met goedvinden van de eigenaar continue aan de politie beschikbaar gesteld. 

De reeds genoemde Alexa is een vertrouwde huisgenoot veel gezinnen (‘Alexa, hoe laat is het?’). Zij is ondertussen een bron van een grote hoeveelheid gepersonaliseerde informatie en dus inkomsten voor Amazon. Het moment dat Alexa begint met commerciële berichten is niet ver weg.

Ik begon dit artikel met een verwijzing naar de angst van Lewis Mumford voor de impact van megatechnologieën. Tegenwoordig zijn technologieën die ervoor te zorgen dat geen enkele actie onopgemerkt blijft, zoals Mumford voorspelde, volledig ingeburgerd. Het handjevol gigantische technische conglomeraten dat vandaag de dag de digitale wereld domineert, toont schrikbarende gelijkenis met de megamachines van Mumford[14].

Echter, veel mensen zien deze megamachines niet alleen absolutely irresistible maar ook ultimately beneficial. Mumford geloofde dat deze twee voorwaarden samen leiden tot wat hij de megatechnics bribe noemde. De technologiebedrijven bieden mensen een indrukwekkend scala aan goederen en diensten – vaak gratis – aan. Deze maskeren de ongebreidelde dataverzameling, milieuvernietiging, uitbuiting, vernietiging van werkgelegenheid en de concentratie van rijkdom in een paar handen die ermee samengaan[15].

Zoeken naar regulering

Platforms zoals Amazon en Alibaba mogen dan populair zijn bij veel consumenten; hun schaal heeft naast de voornoemde effecten, rampzalige gevolgen voor de leefbaarheid van stedelijke centra, ze verleiden mensen om goederen te kopen en hun ecologische voetafdruk te vergroten, en ze zijn monopolistische concentraties van economische macht. Als eigenaren van het netwerk en verkopers met het grootste aandeel op de markt, domineren ze alle andere gebruikers van het platform.

Facebook is een ander voorbeeld van een platform. Als sociaal netwerk gedijt het dankzij zijn bijna-monopolistische positie, die een enorm voordeel biedt als advertentiemedium[16].

Zelfs in de VS wordt de roep om regulering steeds luider. In een artikel in de New York Times, pleit Chris Hughes, medeoprichter van Facebook voor het opdelen van zijn voormalige liefdesbaby[17]. Hierbij zou minstens de acquisitie van Instagram en WhatsApp ongedaan gemaakt moeten worden, iets dat presidentskandidaat Elisabeth Warren ook lijkt te willen.

Mark Zuckerberg en Chris Hughes. Foto’s: Jessica Chou / The New York Times (Zuckerberg); Damon Winter / The New York Times (Hughes)

Hughes verwijst naar het feit dat de Amerika is gebouwd op de idee dat macht niet in één persoon moet worden geconcentreerd vanwege zijn of haar feilbaarheid.

Een eeuw geleden zei senator John Sherman in het congres: Als we geen koning willen als politieke machthebber, moeten we ook geen koning accepteren van de productie, het transport en de verkoop van eerste levensbehoeften. Als we ons niet zouden onderwerpen aan een keizer, moeten we ons ook niet onderwerpen aan een autocraat die concurrentie voorkomt en de prijs van artikelen bepaalt.

Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw nam de concentratie in elke economische sector toe in een voorheen onbekende mate. Facebook is 500 miljard dollar waard, het bedrijf ontvangt ongeveer 80 procent van alle inkomsten uit sociale netwerken ter wereld.

De kracht van Facebook in vergelijking met andere sociale netwerken

Wetgeving met betrekking tot Facebook moet de bescherming van de privacy regelen en giftig taalgebruik voorkomen. Mark Zuckerberg lijkt hier geen bezwaar tegen te hebben: In een ingezonden brief in de Washington Post in maart 2019 schreef hij: Wetgevers zeggen me vaak dat we te veel macht hebben over het gesproken woord en ik ben het ermee eens. Hij gaat nog verder: De regelgeving van de overheid moet niet alleen betrekking hebben op taal, maar ook op privacy en interoperabiliteit, wat betekent dat consumenten het ene netwerk naadloos kunnen verlaten en hun profielen, connecties, foto’s en andere gegevens meenemen. Zijn pleidooi voor wetgeving werd gevolgd door CEO’s van Google, Microsoft en Amazon[18].

Wat ze allemaal proberen te voorkomen, is het aanscherpen van het antitrustbeleid maar dat is nu precies wat nodig is.


Perspective

Perspective[19] is een programma dat de kans berekent dat teksten van websites of online forums als giftig worden ervaren. Om dit algoritme te ontwikkelen, werden enorme datasets gebruikt, bijvoorbeeld de commentaarpagina’s van de New York Times. Mensen werd gevraagd hoe zij deze berichten ervaarden. Hun antwoorden gingen in een machine-leermodel dat ‘leerde’ om berichten te selecteren die met grote waarschijnlijkheid als giftig worden ervaren. Het model is in staat om onderscheid te maken tussen uitdrukkingen als You are a fu … gay (giftig) en I’am a proud gay(niet-giftig)


Platforms als Amazone, Facebook en Google worden ontwikkelen zich tot ‘natuurlijke monopolies’, net als het elektriciteitsnet. Op zich zijn dit soort monopolies niet slecht: Zowel klanten als leveranciers profiteren immers van het bestaan ​​van slechts één virtuele marktplaats, waar ze ‘iedereen’ kunnen ontmoeten. Echter, in het geval van ‘natuurlijke monopolies’ moet er een verplichte scheiding zijn tussen de exploitatie van het platform als medium en de aanbieders van producten en diensten via dit medium. Dit heeft grote gevolgen:

Het nieuwe Amazon

Voor Amazon houdt dit in dat het bedrijf de virtuele marktplaats beheert en eventueel opslag- en transportdiensten aanbiedt. De andere kant van de medaille is dat het bedrijf zijn eigen verkoopactiviteiten afstoot. Elk bedrijf kan ruimte op het platform huren en de gegevens van zijn eigen klanten gebruiken als ze hiermee instemmen.

Het nieuwe Facebook

Facebook als wereldomvattend sociaal medium biedt volwassen voor een redelijke prijs de mogelijkheid om te netwerken zonder hun gegevens te verzamelen en advertenties te versturen. Facebook mag gegevens verzamelen van volwassenen en hen gepersonaliseerde advertenties aanbieden in ruil voor gratis gebruik van de netwerkdienst. Voor jongeren geldt dat het gebruik van Facebook gratis is, er geen gegevens worden verzameld en geen advertenties worden aangeboden.

Het nieuwe Google

Google lijkt iets ingewikkelder. Ik en – neem ik aan – velen met mij zijn blij met de beschikbaarheid van zijn zoekmachines, kaarten, en e-mailfaciliteiten. Ik waardeer het zelfs als het bedrijf op verzoek een overzicht aanbiedt van drogisterijen, loodgieters en dergelijke in mijn buurt. Ik wil graag voor deze service betalen als het bedrijf afziet van het verzamelen van mijn persoonlijke gegevens en het aanbieden van advertenties. Maar het bedrijf mag wat mij betreft de wettelijk toegestane gegevens verzamelen van iedereen die daar toestemming voor geeft in ruil voor gratis gebruik van zijn diensten en het ontvangen van gepersonaliseerde advertenties. 


Cities for Digital Rights Coalition

In november 2018 lanceerden Amsterdam, Barcelona en New York City de Cities for Digital Rights Coalition[20]. Zij staat voor betrouwbare en veilige digitale diensten en infrastructuur en wil op een vijftal punten burgers ondersteunen: internettoegang voor iedereen, privacy en gegevensbescherming, transparantie en niet-discriminerende algoritmen, diversiteit en inclusie, en open en ethische normen voor digitale diensten.

Deze korte video toont de lancering van de Digital Rights Coalition.

De rol van steden als beschermer van digitale rechten; Amsterdam als voorbeeld

De Europese Unie heeft een vergaande Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) aangenomen. Een samenvatting van de inhoud is hier te vinden en een overzicht van de uitgangspunten hieronder.

Lokale autoriteiten kunnen een belangrijke rol spelen bij het handhaven van netneutraliteit en open gegevensstandaarden, het beschermen van digitale rechten en de bestrijding van cybercriminaliteit[21]. Dit naast hun rol bij het bieden van snel internet voor alle burgers, het verbeteren van digitale zelfvoorziening en veerkracht, het beschikbaar stellen van digitale diensten, het installeren van sensoren om de kwaliteit van de omgeving te verbeteren en het bevorderen van digitale kunst en de creatieve industrie. Deze onderwerpen zijn deels besproken in een ander artikel[22].

Hieronder ligt de nadruk op de rol van stedelijke overheden in het debat over AI en algoritmen, de bescherming van de privacy van burgers in het algemeen, de regulering van data-eigendom, de voorkeur voor open software en de strijd tegen cybercriminaliteit.

Elk onderwerp wordt geïllustreerd met activiteiten die de gemeente Amsterdam zich in 2019 heeft voorgenomen, zoals vermeld in de publicatie Een digitale stad voor en door iedereen. Agenda voor de digitale stad-versie 1.0.

Supervisie en debat over de rol van kunstmatige intelligentie en algoritmen

Steden gebruiken al AI om talloze gegevens te analyseren en beleid te maken. Algoritmen worden geïmplementeerd bij het stroomlijnen van diensten, het prioriteren van operaties en zelfs het voorspellen wanneer restaurantinspecties, wegwerkzaamheden of bouwvergunningen vereist zijn[23].

Het is van het grootste belang om te beseffen dat geen van deze activiteiten zonder menselijke tussenkomst plaatsvindt. Algoritmen zijn ontworpen, gecontroleerd en geleid door mensen, hoewel slechts weinigen de relatie tussen deze menselijke activiteiten en de uitkomst van de berekeningen van de algoritmen begrijpen. Niet voor niets moet het kunnen verklaren van deze relatie onderdeel zijn van de competenties van AI-ontwikkelaars. 

Het is zinvol als (publieke) organisaties die kunstmatige intelligentie en algoritmen gebruiken een ​​onafhankelijke adviesraad kennen die de eerlijke en betrouwbare werking daarvan beoordeelt.

Sommige toepassingen van AI worden op dit moment kritisch onder de loep genomen. Ik noemde al praktijken met betrekking tot gezichtsherkenning, vanwege het geregeld voorkomen van bias bij ontwerpers en in datasets. Een ander voorbeeld is het opsporen van fraude; een legitieme overheidstaak, maar ook hier is transparantie nodig[24].

Activiteiten voorzien in de Amsterdamse agenda voor de digitale stad

  • Stimuleren van het publieke debat over ethische vragen met betrekking tot AI.
  • Onafhankelijke partij voor controle-algoritmen.

De Algorithm-toolkit

Netwerk van neuronen. Bron: De algoritmetoolkit, John Hopkins University

Om bias in algoritmen te helpen verminderen, heeft het Center of Government Excellence van Johns Hopkins University onlangs een toolkit voor algoritmen beschikbaar gesteld ten behoeve van lokale bestuurders[25] .

Het belangrijkste doel is ervoor te zorgen dat geautomatiseerde beslissingen eerlijk zijn en de onbedoelde neveneffecten tot een minimum worden beperkt. De toolkit helpt lokale bestuurders om proactief specifieke vragen te stellen om risico’s te kwantificeren en geeft ook aanbevelingen over de manier om met die risico’s om te gaan.


Transparantie van gegevensverzameling door de overheid zelf: privacy by design

Velen houden zich aan het principe dat mensen in een vrij land het recht hebben zich te verplaatsen, zonder te worden geobserveerd en geregistreerd, met uitzondering om redenen van wetshandhaving, mits dit zorgvuldig gebeurt.

In veel gevallen, bijvoorbeeld crowd control bij grootschalige evenementen, is persoonlijke informatie niet nodig en is hier ‘privacy by design’ op zijn plaats. Een van de regels is dat observaties minimalistisch zijn. Bijvoorbeeld mensen van achteren tellen, of auto’s van bovenaf.

Beleid met betrekking tot gegevensverzameling impliceert het zoeken naar instemming van burgers, het handhaven van ‘checks and balances’ en, in het geval van surveillance, regels vaststellen voor degenen die informatie verzamelen en verwerken.

Activiteiten voorzien in de Amsterdamse agenda voor de digitale stad

  • Openbaar register van alle sensoren.
  • Vergroot technologische kennis.
  • Onderzoek met betrekking tot digitale weerbaarheid bij jonge kinderen.
Data-eigendom; beschikbaarheid van gegevens (open data)

Het aanleggen van een collectie beelden van gezichten door particulieren is bij de wet verboden. De overheid mag dit alleen onder specifieke omstandigheden en voor vastgestelde doelen doen. In principe zijn burgers de eigenaar van alle persoonlijke gegevens, hoewel sommige verplicht aan de gemeente afgestaan dienen te worden op grond van de wet op de persoonsregistratie. Op geaggregeerd niveau zijn deze gegevens openbaar. Dit geldt voor gegevens verzameld door de overheid, maar zou ook voor particuliere bedrijven moeten gelden. Verhandelen van persoonlijke gegevens zonder toestemming van de eigenaar is eveneens verboden. In de praktijk wordt deze toestemming impliciet gevraagd en gegeven[26].

Activiteiten voorzien in de Amsterdamse agenda voor de digitale stad

  • Het zekerstellen van digitale rechten.
  • Ondersteuning van samenwerkingsverbanden die alternatieven bieden voor monopolies van platvormen.
  • Hanteren van privacy by design.
  • Digitale identiteit om burgers in staat te stellen gebruik van gegevens door derden te verminderen.
  • Strategie ontwikkelen voor dataminimalisatie en -soevereiniteit, datacommons en open data.

Decode

Decode[27] is een EU-project dat instrumenten creëert waarmee mensen het beheer over hun eigen gegevens kunnen voeren met behulp van blockchain-technologie.

De onderstaande video is een korte inleiding tot het project.


Privégegevens kunnen doorzoekbaar worden, maar alleen partijen die daar recht op hebben of toestemming hebben gekregen van de eigenaar van de gegevens, krijgen toegang. Dit nieuwe concept van datarechten is ook van toepassing op gegevens die worden verzonden naar of gebruikt door Internet of Things (IoT) -objecten.

Open software

Het gebruik van open source software is in het algemeen aan te raden om ‘lock-in’ te voorkomen als gevolg van afhankelijkheid van leveranciers van software. Deze maken het – op zich begrijpelijk – lastig om over te stappen naar een andere provider. Daarnaast kunnen leveranciers van commerciële software dankzij ingebouwde functies zoveel informatie verzamelen van hun klanten als ze willen. In het geval van open software is de code en de wijze waarop deze wordt gebruikt openbaar. Gratis beschikbaar zijn betekent overigens niet dat deze software goedkoop is, vanwege de noodzaak van maatwerk.

Activiteiten voorzien in de Amsterdamse agenda voor de digitale stad

  • Zoveel mogelijk data open en deelbaar maken op een stadsplatform.
  • Aanstelling van een voorlichtingsfunctionaris om de principes van ‘privacy by design’ en ‘openheid tenzij’ te handhaven
Internet veiligheid

Afgezien van gespecialiseerd politiewerk, kunnen steden en andere gebruikers veel doen om de cyberveiligheid te vergroten. Het Internet of Things verbindt steeds meer apparaten met het Internet. De veiligheid is doorgaans gering omdat ze ontworpen zijn om een zo laag mogelijke kostprijs te hebben. Hier is een rol weggelegd voor regelgevers om de standaarden vast te stellen.

Opvallende datalekken bij internationale bedrijven krijgen veel media-aandacht, maar cybercriminelen richten zich in steeds vaker op verenigingen, scholen, kleine bedrijven en gemeentelijke overheden, die over het algemeen een laag beveiligingsniveau hebben[28]. Door zelf vijf kritieke stappen te hanteren en burgers aan te bevelen hetzelfde te doen, kan het gemeentebestuur bijdragen aan een aanzienlijke verbetering van het beveiligingsniveau[29].

Daarnaast moeten steden burgers beter voorbereiden op denial of service (DoS) – aanvallen, die tot doel hebben functies buiten werking te stellen. Bewoners kunnen dan gebouwen niet meer betreden of verlaten en vitale systemen als verkeerslichten, betalingsverkeer of alarmcentrales worden daarbij op afstand buiten bedrijf gesteld[30].

Bedrijven en instellingen moeten bedreigingen beoordelen en de meest kritische controles ontwikkelen. (Bron: European Union Agency for Network and Information Security)

Activiteiten voorzien in de Amsterdamse agenda voor de digitale stad

  • Veilige Wi-Fi-services voor burgers en bezoekers in openbare gebouwen en op drukke plaatsen.
  • Bestrijden van cybercriminaliteit om vitale infrastructuur en administratieve stabiliteit te beschermen.
  • Productie van handboek voor sociale dienstverlening om op een veilige manier digitale voorzieningen te bieden.

De uitdaging van de digitale rechtvaardige stad

In dit artikel worden zorg voor privacy en bescherming tegen cybercrime gezien als onderdeel van de digitale rechten van burgers vanuit een humaan perspectief. Tegelijkertijd noemde ik het feit dat in de ogen van velen Amazon een van de betrouwbaarste instellingen in de VS is. Ik ben bang dat dit een uitstekend voorbeeld is van wat Lewis Mumford ‘mega technisch smeergeld’ noemt. Amazon bevredigt de materiële verlangens van Amerikaanse consumenten. Deze staan hierdoor ​​onverschillig ten aanzien van hun privacy, hun soevereiniteit als consument en uiteindelijk ook hun eigen banen in ruil voor de lage prijzen, rijke keuze en snelle levering door het bedrijf. Voor degenen die consumentisme als de heilige graal prediken, is dit geen slechte deal, maar anderen zouden beter moeten weten. In mijn zoektocht naar een humane stad, waar principes als duurzaamheid, rechtvaardigheid en levenskwaliteit overheersen, is deze tendens verontrustend.

De groeiende penetratie van megatechnologiebedrijven in ieders leven met de bedoeling om gedrag van consumenten vorm te geven is evenzeer verontrustend omdat mensen eigenlijk hun gemeenschappelijke ecologische voetstap zouden moeten verminderen, het sociaal kapitaal moeten vergroten en zich meer moesten richten op niet-materiële levenskwaliteiten. 

Helaas is vooralsnog het armste deel van de wereldbevolking van de toename van materiele welvaart uitgesloten. 

Overheden hebben een belangrijke taak. Ze moeten ervoor zorgen dat producten worden verkocht tegen reële prijzen, inclusief compensatie voor emissie van broeikasgassen en dat winsten worden aangewend voor de samenleving als geheel in plaats van een handvol megarijke tycoons ten goede komen. Dit opent de weg voor steden die tegelijkertijd humaan en welvarend zijn.

Hieronder vat ik samen hoe digitale technologie rechtvaardig kan worden toegepast om zo de ontwikkeling van humane steden te ondersteunen.


Rechtvaardige toepassing van digitale technologie ter ondersteuning van de ontwikkeling van humane steden

1. De lokale overheid kan bijdragen aan rechtvaardige en veilige digitale diensten door snel internet voor al haar burgers mogelijk te maken, digitale zelfredzaamheid en veerkracht te verbeteren, digitale diensten beschikbaar te stellen, sensoren te plaatsen om de kwaliteit van het milieu te verbeteren, digitale kunstvormen en creatieve industrie te versterken , netneutraliteit te beschermen, open datastandaarden te hanteren, privacy te beschermen, toepassingen van kunstmatige intelligentie kritisch te beoordelen en cybercriminaliteit effectief te bestrijden en te voorkomen.

2. Van eerlijke concurrentie is geen sprake als monopolistische eigenaren van platforms ook invloedrijke verkopers zijn op hun eigen platforms.

3. Wetgeving met betrekking tot monopolistische technologiebedrijven zoals Facebook, Google en Amazon moet bescherming bieden van de privacy, giftig taalgebruik verbieden, interoperabiliteit tot regel verheffen en monopolistische concentraties onmogelijk maken en opheffen.

4. Bedrijven die gratis internetdiensten aanbieden in ruil voor toegang tot de data van gebruikers, moeten dezelfde diensten eveneens tegen faire betaling aanbieden, zonder gegevens te verzamelen en advertenties aan te bieden.

5. Kunstmatige intelligentie dient afgestemd te zijn op sociale waarden en ethische principes, waaronder billijkheid, ecologische duurzaamheid en het recht op zelfbeschikking. Premature toepassing van deze en andere technologieën ten gunste van snelle winsten of resultaten moet worden verboden.

6. Het gebruik van kunstmatige intelligentie voor de beheersing van processen waarvoor het stadsbestuur verantwoordelijk is, kan bijdragen aan principes als diversiteit, respect, gelijkheid, kwaliteit van leven en duurzaamheid. Voorwaarde daarbij is dat hun ontwikkeling onderworpen is aan principes als transparantie, verantwoordingsplicht, verklaarbaarheid en billijkheid.

7. Vormen van digitale connectiviteit, inclusief het op afstand volgen van smartphones, zijn vastgelegd en overeengekomen in een brede discussie waarin voor- en nadelen voor verschillende groepen binnen de bevolking zonder terughoudendheid worden besproken.

8. In principe zijn burgers de eigenaren van hun persoonlijke gegevens. Bijgevolg moeten zij in staat worden gesteld om de overheid en andere partijen toestemming te geven voor het verzamelen daarvan, met uitzondering van gegevens waarvan de verzameling bij wet is geregeld.

9. De lokale overheid zal restrictief zijn met betrekking tot het verzamelen van persoonlijke gegevens. Het verzamelen van gegevens, volgens het principe ‘privacy by design’, is gericht op het handhaven van de wet, het verbeteren van het welzijn van de stad als geheel en het dienen van het legitieme belang van de burgers zelf.

10. Alle niet-persoonlijke gegevens die in het publieke domein worden verzameld, zijn ‘open’, wat betekent dat ze beschikbaar zijn in een openbaar gegevensportaal, tenzij er juridische bezwaren zijn.

11. Bij het functioneren van computersystemen is interoperabiliteit een leidend beginsel. Over het algemeen zal dit principe worden gerealiseerd door open software te gebruiken.

12. Aanbieders van (openbare) Wi-Fi zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van het gebruik ervan, ook al bemoeilijkt dit de toegang tot het Internet zonder beveiligde aanmelding. Evenzo is het verplicht dat alle apparatuur die op internet is aangesloten, een ​​certificaat voor cyberkwaliteit heeft.

13. Bedrijven en organisaties die de bescherming van hun hardware, software en gegevens verwaarlozen, kunnen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die cybercriminelen aan derden toebrengen.


[1] https://www.boundary2.org/2018/07/loeb/

[2] https://medium.com/fast-company/ais-leading-developers-share-their-fears-about-the-tech-developing-too-fast-4091c21ddaf8

[3] https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/industries/public%20sector/mckinsey%20on%20government%20may%202019%202/mck-on-government_5-2019_june19.ashx

[4] https://hmjvandenbosch.com/2019/09/19/de-veilige-stad/

[5] https://www.fastcompany.com/90436355/portlands-proposed-facial-recognition-ban-could-be-the-strictest-yet?utm_campaign=eem524%3A524%3As00%3A20191202_fc&utm_medium=Compass&utm_source=newsletter

[6] https://standards.ieee.org/content/dam/ieee-standards/standards/web/documents/other/ead1e.pdf?utm_medium=undefined&utm_source=undefined&utm_campaign=undefined&utm_content=undefined&utm_term=undefined

[7] https://www.ibm.com/watson/assets/duo/pdf/everydayethics.pdf

[8] https://www.ibm.com/watson/assets/duo/pdf/everydayethics.pdf

[9] https://www.smartcitiesdive.com/news/nycs-new-algorithm-management-position-to-oversee-equitable-use-of-tech/567722/

[10] https://medium.com/the-guardian/its-not-that-we-ve-failed-to-rein-in-facebook-and-google-we-ve-not-even-tried-5567da75d3be

[11]

https://bloximages.newyork1.vip.townnews.com/wsmv.com/content/tncms/assets/v3/editorial/f/1b/f1bc6c94-a539-11e8-905a-136f4f930796/5b7bff66f1d7a.pdf.pdf

[12] https://smartcityhub.com/urban-planning-and-building/toronto-too-smart-for-comfort/

[13] http://aicpoll.com

[14] http://aicpoll.com

[15] https://www.boundary2.org/2018/07/loeb/

[16] https://www.fastcompany.com/40567706/heres-how-to-see-the-data-that-tech-giants-have-about-you

[17] https://medium.com/new-york-times-opinion/its-time-to-break-up-facebook-8b6ae2cb3d9d

[18] https://www.businessinsider.nl/artificial-intelligence-vooroordelen-google/?tid=822213668&utm_medium=email&utm_source=nieuwsbrief

[19] https://www.perspectiveapi.com/#/home

[20] https://citiesfordigitalrights.org

[21] https://medium.com/city-as-a-service/why-urban-tech-should-empower-cities-not-solve-them-d5e02e2fd8d6

[22] http://smartcityhub.com/governance-economy/well-governed-cities/

[23] https://medium.com/@BloombergCities/the-promise-and-peril-of-algorithms-in-local-government-f1a2964769f2

[24] https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/industries/public%20sector/mckinsey%20on%20government%20may%202019%202/mck-on-government_5-2019_june19.ashx

[25] https://govex.jhu.edu/wiki/center-for-government-excellence-releases-first-of-its-kind-algorithm-toolkit-to-reduce-bias-affecting-residents-from-automated-decisions-made-by-local-governments/

[26] https://medium.com/the-guardian/its-not-that-we-ve-failed-to-rein-in-facebook-and-google-we-ve-not-even-tried-5567da75d3be

[27] https://decodeproject.eu/what-decode

[28] https://theconversation.com/hackers-seek-ransoms-from-baltimore-and-communities-across-the-us-118089

[29] https://www.fastcompany.com/90391332/take-these-5-critical-steps-to-protect-yourself-from-cybercrime?utm_campaign=eem524%3A524%3As00%3A20190817_fc&utm_medium=Compass&utm_source=newsletter

[30] https://www.archdaily.com/921298/the-city-to-be-deceived-geoff-manaugh-for-the-shenzhen-biennale-uabb-2019?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

De Kringloop stad

Onze economie wordt gekenmerkt door het “take-make-waste-principe”, wat resulteert in een overmaat aan goedkope massaproducten die aan het einde van hun levenscyclus worden weggegooid. Dit artikel onderzoekt de overgang naar een circulaire economie en de bijdrage daarvan aan een humane stedelijke samenleving.

Het ‘Waste house’, gebouwd op de universiteitscampus van Brighton. Foto Universiteit van Brighton[1]

Vorig jaar gingen thuis drie apparaten stuk. Geen enkele winkel bleek die te kunnen repareren, hoewel ik na even surfen op het Internet wist dat er vervangende onderdelen bestonden. Ik kon beter een nieuwe kopen, adviseerden ze. Een apparaat heb ik toen zelf gerepareerd: Vervangen van het handvat van het vriesvak. Het was niet moeilijk, maar de prijs van het kleine vervangende onderdeel bedroeg 25% van een nieuwe koelkast.


De kringloop stad is deel zeven van een reeks essays over hoe steden humaner kunnen worden. Dat betekent het vinden van een evenwicht tussen duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en kwaliteit van leven. Dit vereist vergaande keuzen. Zodra deze keuzes zijn gemaakt, is het vanzelfsprekend dat slimme technologieën worden gebruikt om deze keuzen te realiseren.

De volgende artikelen zijn al gepubliceerd


De stroom van grondstoffen

Het onderstaande stroomdiagram verschaft het de nodige inzichten in de stroom van grondstoffen[2]. Kijk hier voor een groter exemplaar.

Bron: The Circularity Gap Report 2019. Uitgegeven door Circle Economy (Amsterdam), als onderdeel van The Platform for Accelerating the Circular Economy (PACE), georganiseerd door het World Economic Forum

Het diagram laat zien dat in 2017 de hoeveelheid gewonnen grondstoffen 84,4 Gt (miljard ton) bedroeg, aangevuld met 8,4 Gt gerecycleerd materiaal. Het betrof mineralen (37,9 Gt), ertsen (9,6 Gt), fossiele brandstoffen (16,6 Gt) en biomassa (28,7 Gt).

Van deze input (92,8 Gt) werd 36,0 Gt gebruikt om de bestaande ‘voorraad’ aan gebouwen, wegen, auto’s en andere kapitaalgoederen uit te breiden. Het grootste deel (56,8 Gt) werd gebruikt voor de productie van goederen met een korte levensduur. Dat wil zeggen een leven dat gemiddeld tot eind 2017 zou duren.

Aan het einde van 2017 kan worden vastgesteld dat van de input van 92,8 Gt zoals gezegd 36 Gt aan de kapitaalgoederenvoorraad is toegevoegd, 51,9 Gt als emissie is verspreid en 19,4 Gt tot afval is verworden. Het grootste deel van de afval (13 Gt) komt van producten met een korte levensduur. Daarnaast is er nog eens 14,5 Gt vanuit de kapitaalgoederenvoorraad toegevoegd aan het afval. Daarmee bedroeg de totale kapitaalgoederenvoorraad eind 2017 870 Gt.

Van de hiervoor genoemde 19,4 Gt aan afval is 8,4 Gt opnieuw gebruikt, bijvoorbeeld na de zuivering van water, door de productie van biogas, door recycling (slechts 1,4 Gt) en door compostering. De resterende 9,2 Gt is ‘verloren’ en is verspreid als zwerfafval en komt deels in de oceanen terecht.

Het merendeel van het gerecycleerde materiaal is van lage kwaliteit. 

Bijna de helft van alle verwerkte materialen wordt gebruikt voor de bouw en het onderhoud van huizen, kantoren, wegen en infrastructuur (42,4 GT in 2017). Gegeven een gemiddelde levensduur van 50 – 100 jaar, kan worden verwacht dat de jaarlijkse hoeveelheid ‘afval’ de komende decennia aanzienlijk zal toenemen door afschrijving binnen de kapitaalgoederenvoorraad. Daarom moet prioriteit worden gegeven aan recycleren van bouwmaterialen tot nieuwe grondstoffen met een hoge kwaliteit.

Op weg naar een circulaire economie

Het probleem van het “take-make-waste“-principe is echter niet in de eerste plaats het ontstaan van afval. De lineaire economie waaruit dit principe voortkomt is een van de hoofdoorzaken van broeikasgasemissie en deze leidt bovendien tot de uitputting van grondstoffen door rijke en opkomende landen, of beter door de rijke minderheid van hun bevolking. De omvang van de winning van grondstoffen door vorige generaties en vooral door de huidige zal leiden tot stagnatie van de groei van de welvaart van de wereldbevolking in de toekomst. Toepassing van het circulariteitsbeginsel kan dit onrecht keren.

Een circulaire economie is regeneratief van opzet, ze beoogt producten en materialen permanent in gebruik te houden, waardoor de noodzaak om extra grondstoffen te exploiteren vervalt.

Zij is gebaseerd op vier principes:

  • Ontkoppeling van het maken van nieuwe producten en diensten van de beschikbaarheid van eindige bronnen.
  • Voorkomen van afval, vervuiling en andere negatieve externe effecten die schade toebrengen aan de menselijke gezondheid en de kwaliteit van de natuur. 
  • Behoud van de hoogste waarde van componenten en materialen door deze te ontwerpen voor hergebruik, herbewerking en recycling.
  • Instandhouding van natuurlijk kapitaal door de circulatie van voedingsstoffen en regeneratie van de bodem.

Vanaf 2012 tot nu heeft de Ellen MacArthur Foundation[3]  aanzienlijk bijgedragen aan de verwerving en verspreiding van kennis over de circulaire economie. Het navolgende is geïnspireerd op het werk van de stichting. De onderstaande video is een inleiding bij het concept van circulariteit.

Het circulariteitsprincipe kan op verschillende schalen worden toegepast: Grote en kleine bedrijven, organisaties, individuen, lokaal en wereldwijd. Dit artikel richt zich vooral op het stedelijke niveau. Het onderstaande diagram geeft de stroom van grondstoffen, voedingsstoffen, componenten en producten weer, zoals hiervoor besproken.

De twee cycli vertegenwoordigen fundamenteel verschillende materiaalstromen: biologisch (links) en technisch (rechts).

Biologische materialen kunnen probleemloos terugkeren in de natuur als ze een of meer gebruikscycli hebben doorlopen (‘cascades’).

Technische materialen, zoals metalen, kunststoffen en chemicaliën, kunnen zonder bewerking niet terugkeren in de natuur. In plaats daarvan zijn er vier manieren op hun levensduur te verlengen en hun waarde te behouden, zodat er geen nieuwe grondstoffen gewonnen hoeven te worden.

  • Repareren en delen
  • Hergebruik door andere gebruikers, zonder grote veranderingen
  • Renoveren en reviseren, demonteren en assembleren tot een nieuw product, mogelijk met toevoeging van nieuwe functionaliteiten
  • Recycling: het product herleiden tot een nieuwe grondstof, bij voorkeur op het hoogst mogelijke niveau (bijvoorbeeld plactic afval wordt ‘virgin’ plastic), zodat het oorspronkelijke product opnieuw kan worden vervaardigd.

Het ontkoppelen van de productie van goederen en het gebruik van natuurlijke grondstoffen is positief voor de natuur, de economie, het bedrijfsleven en de samenleving in het algemeen.

Voordelen voor de natuur

De voordelen voor de natuur (inclusief de mensheid) zijn het verdwijnen van afval, vervuiling en broeikasgassen, het beperken of stoppen van de winning van grondstoffen en het regenereren van water en bodem.

Economische voordelen

Economische voordelen op termijn zijn onder meer lagere kosten voor grondstoffen en het verhogen van de kwantiteit en kwaliteit van arbeid. Bedrijven zullen profiteren door zich te concentreren op het maken van producten van hoge kwaliteit en vervangende onderdelen. De omschakeling van ‘product’ naar ‘dienst’ schept voldoende nieuwe mogelijkheden. 


Nieuwe bedrijfsmodellen

Het rapport CEO Guide to the Circular Economy[4] beschrijft nieuw bedrijfsmodellen om toe te passen in een ​​circulaire economie. Drie terugkerende elementen zijn: 

  • Verlengen van de levenscyclus van producten door het gebruik van goed ontworpen en hoogwaardige componenten;
  • Repareren, upgraden en leveren van producten als een service;
  • Delen van producten waardoor deze beschikbaar zijn voor meer mensen.

In plaats van elke 5-6 jaar een nieuwe wasmachine te kopen, huurt u een kwalitatief hoogwaardige machine. Als die toch nog defect raakt en niet dezelfde dag thuis (gratis) kan worden gerepareerd, wordt een vervangende machine (gratis) geleverd en wordt uw vorige machine in de werkplaats gerepareerd, in afwachting van plaatsing elders.

Dit model verandert de bedrijfsvoering radicaal. Het aantal wasmachines dat binnen een bepaald tijdvak wordt geproduceerd, neemt met meer dan de helft af, dus ook de benodigde grondstoffen. Winkels worden showrooms, waar u een apparaat selecteert, dat direct uit de werkplaats van de winkelier wordt geleverd.

U hoeft zich nooit zorgen te maken over een kapotte machine, de werkgelegenheid in de detailhandel verschuift van verkopers naar reparateurs en de productie van wasmachines deels van massaproductie naar ambacht.


Voordelen voor de maatschappij

Op de lange termijn zal iedereen baat hebben bij deze nieuwe economie vanwege het (gedeeld) gebruik van hoogwaardige producten, inclusief voedsel. De prijzen voor voedsel zullen stijgen, maar het positieve effect op de gezondheid van mensen zal aanzienlijk zijn.

Of het principe van circulariteit zal worden geïmplementeerd, hangt af van ieders bereidheid om te veranderen, in het bijzonder de meest invloedrijke personen en zij met gevestigde belangen in de ‘take-make-waste‘-economie.

Alvorens in te gaan op de rol van steden, zal ik dieper ingaan op het circulaire principe zelf en twee cases uitwerken: De productie van kunststoffen en de bouwsector.

Kunststoffen

Kunststoffen zijn veelzijdige materialen. Hun productie draagt ​​echter bij aan de uitstoot van broeikasgassen en plastic afval kan onze gezondheid bedreigen. De manier waarop kunststoffen in omloop zijn gebracht illustreert dat een circulaire economie staat of valt met het ontwerp van de toepassing van materialen. Het ontwerp van kunststoffen vond tot nu plaats vanuit ‘take-make-waste’-principe. Elk jaar wordt wereldwijd meer dan 300 miljoen ton plastic geproduceerd, waarvan de helft voor eenmalig gebruik. Slechts 10% of alle kunststoffen is afkomstig van gerecycled materiaal.

Plastic afval dat in de natuur terechtkomt, wordt afgebroken tot microplastics, of te wel plastic soep en behoudt zijn chemische samenstelling en giftige aard. Microplastics belanden uiteindelijk in de voedselcyclus. Meer dan 100 miljoen ton plastic drijft nu in de oceanen.

Ondertussen wordt – veel te laat – naarstig gezocht naar alternatieven. Unilever loopt daarbij voorop[5]. Het bedrijf produceert momenteel 700.000 ton plastic verpakkingen per jaar. Dit zal in 2025 met 100.000 ton verminderd zijn. Bovendien wil het bedrijf dat al zijn plastic verpakkingen herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar worden en dat minstens 25% gerecycled plastic wordt gebruikt bij de productie ervan[6].

Hieronder wordt een kort overzicht gegeven van de verschillende opties.

Recycling

Het voorkomen dat plastic afval in de natuur terechtkomt vereist een uitgebreid en kostbaar systeem voor het verzamelen en scheiden van afval en technologie voor hoogwaardige recycling van het ingezamelde plastic.


Het scheiden van afval

In het geval van een enkelvoudig inzamelsysteem gooien mensen plastic, glas, metalen en papier in één verzamelbak. Alle items worden dan centraal gescheiden, hetgeen voor- en nadelen heeft. De onderstaande video geeft een ​​kijkje in de werking van een grootschalige scheidingslijn.

Zoals te zien is, is nog behoorlijk veel inzet van personeel nodig. Nieuwe machines beperken dit onaantrekkelijke werk dankzij kunstmatige intelligentie. Met deze machines kunnen inmiddels 20 verschillende soorten kunststof worden gescheiden[7].


Chemische recycling

Een van de grootste hindernissen bij het recyclen van kunststoffen is hun verontreiniging tijdens de productiefase, bijvoorbeeld door toevoeging van kleurstoffen. Het Nederlandse bedrijf Ioniqa kan PET-afval chemisch terugbrengen naar ‘virgin’ PET. Grote plasticgebruikers zoals Coca-Cola willen samenwerken met Ioniqa[8]. De onderstaande video laat zien hoe chemische recycling werkt.


Gebruik van duurzame grondstoffen (biobased plastics)

Het voordeel van het gebruik van duurzame grondstoffen (biomassa) bij de productie van plastic is dat hierbij geen uitstoot van broeikasgassen plaatsvindt. Biomassa is relatief schaars en de productie ervan gaat vaak ten koste van de bosbouw en de teelt van voedselgewassen. Bovendien zijn de meeste biobased plastics niet biologisch afbreekbaar. Als ze in zwerfvuil terechtkomen, zijn de effecten even schadelijk als die van andere kunststoffen. Om deze en onderstaande redenen, zijn er nogal wat nadelen verbonden aan biobased kunststoffen.

Biologisch afbreekbare kunststoffen

Idealiter zijn dit biobased materialen die in vrij korte tijd veilig in de natuur worden afgebroken. PHA bijvoorbeeld. Helaas hebben jaren van onderzoek nog niet geleid tot de grootschalige productie ervan.

Sommige andere soorten kunststoffen zoals PLA (bio-gebaseerd) en PBAT (niet bio-gebaseerd) zijn composteerbaar, maar alleen in een industriële omgeving. Deze soorten plastic mogen worden meegegeven met het organische afval. Dat is eerder een probleem dan een oplossing: De meeste consumenten kunnen geen onderscheid maken tussen biologisch afbreekbare, biobased en andere soorten kunststoffen. Hierdoor komen veel plastics per ongeluk terecht in het organisch afval en worden ze onderdeel van de plastic soep.

Hergebruik

Als kunststof vanaf het begin was ontworpen voor een circulaire economie, zou ongetwijfeld de nadruk zijn gelegd hoogwaardig gebruik. Dankzij de heffing van substantieel statiegeld zou het grootste deel opnieuw gebruikt kunnen worden.


Terug naar herbruikbare verpakking?

Samen met Coca-Cola, Proctor & Gamble en Nestlé heeft Unilever zich aangesloten bij Loop[9], een platform dat herbruikbare verpakkingen ontwikkelt. Supermarkten die producten thuis leveren, kunnen deze zonder probleem in hun assortiment opnemen. De onderstaande video laat zien hoe het systeem werkt.

Verbod op sommige soorten plastic

De inzameling van kunststoffen schiet nog steeds ernstig tekort en een groot deel van alle kunststoffen komt in de natuur terecht als zwerfvuil en keert terug in onze voedselketen via de giftige plastic soep. Dit geldt met name voor plastic zakken, bekers, bakjes voor snacks en frisdrankflessen zonder statiegeld. Hier lijkt een verbod de enige uitweg.

Bouw

De impact van circulaire principes in de bouwsector zal enorm zijn, omdat gebouwen verantwoordelijk zijn voor meer dan 50% van het totale gebruik van grondstoffen, waaronder waardevolle soorten zoals staal, koper, aluminium en zink. Bovendien produceert de gebouwde omgeving 40% van alle broeikasgassen.

Circulair bouwen is het ontwerpen, bouwen en slopen van een gebouw op een zodanige manier dat, naast de hoogwaardige inzet van materialen, ook recht wordt gedaan aan duurzaamheidsambities op het gebied van energie, water en biodiversiteit.

Structureel afval in de bouwomgeving. Bron: De circulaire economie: overgang van theorie naar praktijk, McKinsey & Company 2015[10]

In het geval van sloop worden tegenwoordig veel componenten opnieuw gebruikt echter op een zeer laag niveau, bijvoorbeeld beton en stenen als fundering van nieuwe wegen. Afgezien van de vraag of er nog veel nieuwe wegen aangelegd zouden moeten worden, vernietigt dit type recycling de intrinsieke kwaliteit van materialen en de noodzaak van de winning van nieuwe grondstoffen neemt er niet door af. 

Het minste is de scheiding van glas, staal, hout en andere materialen, wat al vaak gebeurt. Bovendien kunnen waardevolle materialen worden teruggewonnen door gericht te werk te gaan bij de afbraak van gebouwen ook al zijn de niet circulair ontworpen. Dit wordt ‘urban mining’ genoemd. Het grootste probleem is dat gerecyclede materialen dan vaak duurder zijn dan nieuwe.

Echte vooruitgang kan worden geboekt bij nieuwbouw. Hieronder wordt een aantal mogelijkheden benoemd[11].

Stedelijke planning

Een eerste stap is efficiënter gebruik van de bestaande ruimte. Bovendien kunnen eisen worden gesteld aan de bouw van nieuwe gebouwen, zoals het gebruik van minder cement, glas en staal, de verplichte toepassing van een bepaald percentage hergebruikte materialen en minstens energieneutraal zijn. Overschakelen naar duurzaam hout is een optie voor 90% van de huizen en 70% van de kantoren die worden gebouwd.

Verplicht hergebruik van bestaande componenten

Hergebruik van bestaande materialen betekent dat glas wordt hergebruikt als glas en betonnen pijlers als pijlers. Hetzelfde geldt voor deuren, kozijnen, tapijten, gevelbekledingsmaterialen, enzovoort. De eerste stap is dat alle materialen na sloop geselecteerd, schoongemaakt, geregistreerd en opgeslagen worden in nog te ontwikkelen magazijnen.

Het materialenpaspoort, dat een overzicht bevat van alle materialen en componenten die bij de bouw zijn gebruikt, is een handig hulpmiddel daarbij. De verplichting om een ​​groot percentage bestaande componenten te hergebruiken, heeft verstrekkende gevolgen voor het ontwerp en huizen en gebouwen. 


Het Circl-paviljoen van de ABN-AMRO-bank

Circle paviljoen Foto: AMN-AMRO bank

Het Circl-paviljoen van de Nederlandse ABN-AMRO-bank is een voorbeeld van een nieuw gebouw waarin zoveel mogelijk bestaande componenten zijn ingezet. Bijvoorbeeld 1200 m2 houten vloeren, scheidingswanden van een gesloopt gebouw en 16.000 kledingstukken van werknemers voor isolatiedoeleinden. Alle componenten van het gebouw zijn ontworpen om te worden hergebruikt[12].

Industriële productie en 3D-printen.

De bouw van componenten in fabrieken, met behulp van industriële processen, zal de kosten met 30 procent en de levertijd met minstens 50 procent verlagen


Geprinte huizen en gebouwen

In 2014 heeft het Chinese bedrijf WinSun[13] tien huizen, elk van ongeveer 195 vierkante meter, in 24 uur geprint en geassembleerd voor een bedrag van € 5.000 per huis. Het bedrijf gebruikte 30 – 60 procent minder materiaal dan in de traditionele bouw. De gebruikte ‘inkt’ voor de 3D-printers is een mengsel van droog cement en bouwafval. WinSun opent 100 recyclingfabrieken in China om van afval deze ‘inkt’ te maken.

Onderstaande video demonstreerde de printactiviteiten van WinSun


Delen van ruimte

De grootte van appartementen zal afnemen, deels vanwege de kosten, maar ook vanwege de aanwezigheid van gedeelde kamers, loungeruimtes en terrassen voor werken en gezelligheid, ruimtes voor wassen en drogen van wasgoed. 

De behoefte aan kantoorruimte zal eveneens afnemen vanwege het delen van ruimte en het werken in een externe omgeving. Zo heeft IBM nog slechts één bureau beschikbaar voor 12 werknemers.  Gegeven de aanwezigheid van 300.000 werknemers, leidde dit tot besparingen op onroerend goed van ongeveer € 1 miljard in de afgelopen 10 jaar.


Modulariteit en duurzaamheid

Een belangrijke barrière voor een beter gebruik van de vloerruimte is het gebrek aan flexibiliteit in de inrichting van gebouwen. Een modulair ontwerp, dat voorziet in makkelijke vervanging van scheidingswanden en plaatsing van complete functionele eenheden (keukens en badkamers) vergemakkelijkt aanpassingen als het gebruik van een gebouw verandert.


Flexibele ruimte-oplossingen

DIRTT[14] bouwt interieurcomponenten die modulair en gestandaardiseerd zijn en maximale uitwisselbaarheid bieden in zowel bestaande als nieuwe gebouwen. Onderstaande video geeft een indruk van de productie en toepassing van deze flexibele en goedkope oplossingen.

Nieuwbouw vergeten

Naarmate gezinnen kleiner worden en kantoren minder ruimte nodig hebben, wordt bestaande bebouwde ruimte minder benut. Doordachte aanpassingen van de indeling van bestaande huizen en gebouwen kan hun doelmatigheid vergroten zonder hun comfort te verminderen. 


Renovatie en splitsing van oudere woningen

Honderdduizenden huizen uit de periode 1920 – 1960 zijn ruim van opzet, maar worden door de vergrijzing onderbenut. Zij zijn doorgaans slecht geïsoleerd en zullen de komende jaren grondig gerenoveerd moeten worden. Dit is een goede gelegenheid om deze huizen te splitsen in twee meer compacte zelfstandige wooneenheden, waardoor de kosten van de renovatie dubbel en dwars terugverdiend kunnen worden. 


De impact van het circulaire principe op steden.

Circulaire bouw verlaagt de huisvestingskosten, behoedt de bodem voor degradatie, fragmentatie en niet-duurzaam gebruik; vermindert de negatieve impact op het milieu en verbetert de leefbaarheid van steden.

Tegelijkertijd zijn de huidige inkomsten van steden – 85% van wat er op de hele wereld wordt omgezet – nauw verbonden met wereldwijde stromen van olie en gas, grondstoffen, componenten en eindproducten. Als gevolg daarvan hebben toonaangevende bedrijven en invloedrijke staten een groot belang bij de ‘take-make-waste’-economie.

De ontwikkeling van een circulaire economie is een strijd om macht en invloed, die alleen kan worden gewonnen ten gunste van circulariteit door een gezamenlijke inspanning. Steden zijn bij uitstek het platform voor deze strijd, omdat hier alle belanghebbenden elkaar ontmoeten, van gedachten kunnen wisselen en op basis van gedeelde belangen overeenstemming kunnen bereiken. Ook wettelijke maatregelen zullen zich hier rechtstreeks laten voelen.

De rol van het stadsbestuur is bepalend.

In de eerste plaats door partijen samen te brengen, inspirerende doelen te stellen, barrières weg te nemen die voortvloeien uit bestaande regelgeving, delen te vergemakkelijken, innovatief onderzoek te stimuleren, startups die bijdragen aan circulaire oplossingen te ondersteunen en financiële prikkels beschikbaar stellen, bijvoorbeeld door belastingtarieven te differentiëren.

In de tweede plaats, door circulaire plannen te maken op gebieden waarvoor het stadsbestuur primair verantwoordelijk is. Lokale overheden hebben een grote en directe invloed door middel van wetgeving en investeringen met betrekking tot stedelijke planning, afgifte van bouwvergunningen, mobiliteitssystemen, stedelijke infrastructuur, stadsverwarming, productie en distributie van energie, afvalinzameling, gemeentelijke belastingen en de lokale arbeidsmarkt[15].

De stad kan zelfs het verschil maken, wat geïllustreerd kan worden aan de metropoolregio Amsterdam

Circulair Amsterdam

De gemeente Amsterdam heeft zich gecommitteerd aan de ontwikkeling van een circulaire economie als een belangrijke pijler van haar duurzaamheidsbeleid[16]. De stad wil hierin een voorloper zijn en heeft een goede uitgangspositie omdat veel burgers, bedrijven, startups en (kennis) instellingen overtuigd zijn van de noodzaak van een circulaire economie

De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten:

  • Alle materialen zijn onderdeel van een oneindige stoffelijke of biologische cyclus.
  • Alle energie komt uit hernieuwbare bronnen.
  • Modulair en flexibel ontwerp van productieketens om het aanpassingsvermogen van gebouwen te vergroten.
  • Nieuwe activiteiten die de verschuiving mogelijk maken van bezit van goederen naar gebruik van diensten.
  • Logistieke systemen die overgaan op een meer regio-georiënteerde diensten.
  • Menselijke activiteiten die bijdragen aan regeneratie van “natuurlijk kapitaal”.

Samen met externe partijen, TNO en Circle, heeft de stad bestaande ketens beoordeeld op ecologische impact, economisch belang, behoud van waarde en transitiepotentieel. Dit resulteerde uiteindelijk in de selectie van twee ketens waarin de grootste circulaire impact kan worden bereikt, namelijk de bouw en de verwerking van organisch afval.

Bouw

Door de bouwketen circulair te organiseren en tegelijkertijd tegen 2040 70.000 nieuwe woningen te realiseren, is een productiviteitswinst van 3% haalbaar met een waarde van €85 miljoen per jaar. Dit is het resultaat van hergebruik van materiaal en verbeteringen van doelmatigheid. De onderstaande tabel verwijst naar de toekomstige activiteiten die in de komende jaren moeten worden ontwikkeld.

Bron: gemeente Amsterdam

Organische reststromen

Hoogwaardige verwerking van organische reststromen over een periode van vijf tot zeven jaar, resulteert in een toegevoegde waarde van € 150 miljoen per jaar. Dit is het resultaat van bronscheiding van organisch afval in alle huishoudens en in de voedselverwerkende industrie. De organische reststroom wordt gebruikt voor de productie van eiwitten voor diervoeding, biogas en bouwstenen voor de productie van bioplastic. De onderstaande tabel verwijst naar de belangrijkste activiteiten die in de komende jaren moeten worden ontwikkeld.

Bron: gemeente Amsterdam

In bepaalde opzichten zijn landen met een lager inkomen meer ‘circulair’ dan rijkere tegenhangers. Veel bewoners kunnen niet zich permitteren voor hen waardevol materiaal weg te gooien. In de informele sector draait in deze landen veel economische activiteit om het sorteren en hergebruiken van afval, onder andere geïmporteerd afval uit rijke landen. Ongeveer 0,5% van de stedelijke bevolking in ontwikkelingslanden – alleen al 1,5 miljoen in India – probeert aan de kost te komen met het verzamelen van items op stortplaatsen, met alle gezondheidsrisico’s van dien. Naar schatting sterven elk jaar wereldwijd 270.000 mensen door het verbranden van afval. Stortplaatsen zullen in 2025 8 – 10% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen veroorzaken.

Ontwikkelingslanden moeten hun eigen weg volgen, die anders is dan de onze. Hierbij valt te denken aan:

  • Prioriteren van het beheer van (organisch) afval, scheiden en verwerken van stromen.
  • Het verzamelen van bruikbare componenten van te slopen gebouwen en huizen en deze ter beschikking stellen aan inwoners van sloppenwijken, samen met verbeteringen in de voorziening van drinkwater en sanitair.
  • Verhoging van de belastingen op grondstoffen en het creëren van investeringsfondsen ter ondersteuning van het recyclen van industrieel afval.
  • Inrichting van plekken in waar bewoners huisvuil kunnen deponeren zowel in als buiten steden en verbieden van verbranding van afval op ongeautoriseerde plaatsen.
  • Focus op hoogwaardige kunststofproducten en voorkom voor zover nog mogelijk de fouten die ontwikkelde landen hebben gemaakt: 

Circulariteit en de humane stad

Het lijdt geen twijfel dat op de lange termijn iedereen baat heeft bij een circulaire economie. Zij kan op korte termijn echter de koopkracht van de armen verzwakken. Arme mensen over de hele wereld hebben al een informele circulaire economie gecreëerd door het kopen of ruilen van versleten goederen zoals auto’s, koelkasten, meubels en kleding. Goederen die beschikbaar zijn op rommelmarkten, tweedehands winkels of via familie en vrienden. De beschikbaarheid van deze goederen zal dalen en hun prijzen stijgen, zodra ze onderdeel worden van een meer gereguleerd circulair traject, waar veel producten vervangen worden door diensten. Om nog maar te zwijgen van een verbod om ze te gebruiken vanwege milieu- of veiligheidsredenen. 

Dit probleem is niet inherent aan de circulaire economie, maar vloeit voort uit de groeiende kloof tussen het rijke en arme deel van de mensheid. Bijgevolg moet beleid dat gericht is op de ontwikkeling van een circulaire samenleving ook gericht zijn op het scheppen van voorwaarden voor een meer rechtvaardige en egalitaire samenleving.

Hieronder vat ik samen hoe de ontwikkeling naar een circulaire economie bijdraagt ​​aan de ontwikkeling van humane steden.


Acties om het principe van circulaire economie en de ontwikkeling van humane steden op elkaar af te stemmen

  1. Een wereldwijde stijging van de grondstofprijzen is de beste bijdrage aan een circulaire economie, op korte termijn vooral voor ontwikkelingslanden en op langere termijn voor iedereen omdat hogere grondstoffenprijzen recycling zullen stimuleren.
  2. Op dit moment zijn componenten van gesloopte gebouwen niet geschikt voor grootschalig hergebruik. In ontwikkelingslanden kunnen ze beschikbaar worden gesteld aan inwoners van sloppenwijken om hun primitieve woningen te verbeteren.
  3. Zo snel mogelijk moeten architecten het eens worden over het gebruik van een vrij beperkt aantal gestandaardiseerde, industrieel geproduceerde componenten voor nieuwe gebouwen. In de komende decennia zullen deze componenten worden aangevuld en steeds meer vervangen door componenten van gesloopte gebouwen. Opslag van deze componenten kan het beste worden georganiseerd door op gemeentelijk niveau substantiële voorraden te creëren om vervoer over lange afstanden te voorkomen.
  4. Ontwikkelde landen moeten stoppen met het exporteren van hun afval naar ontwikkelingslanden en opkomende landen. De uitvoer van afval is een verwerpelijke manier om de ecologische voetafdruk in eigen land te verminderen. Stopzetting van de uitvoer dwingt hen prioriteit te geven aan voorzieningen voor hergebruik en recycling.
  5. Tegengaan van zwerfvuil door extra belastingen voor bedrijven die verpakkingen voor eenmalig gebruik produceren is niet effectief. Ze zullen gewoon zijn prijzen verhogen. In plaats daarvan moet dit type verpakking worden verboden.
  6. De ontwikkeling van een deel-economie gaat verder dan het vervangen van producten door diensten. Het omvat ook collectief eigendom van gebruiksvoorwerpen, boeken, speelgoed en veel andere goederen. 
  7. Plastic objecten moeten kwaliteit en duurzaamheid uitstralen in plaats van te worden ervaren als iets om weg te gooien. Substantieel statiegeld voor alle plastic flessen en dozen voor het verpakken van vlees, kaas en salades moet als redelijk worden beschouwd.
  8. Plastic voorwerpen die niet worden hergebruikt, moeten in één afvalstroom worden verzameld, gericht op productie van hoogwaardige soorten nieuw plastic. Gegeven een succesvolle combinatie van hergebruik, inzameling en hoogwaardige recycling, is de productie van biologisch afbreekbare kunststoffen minder urgent.
  9. Het opruimen van plastic afval in de oceanen en het vermijden van het gebruik van microplastics in consumentenproducten heeft hoge prioriteit.

[1] http://arts.brighton.ac.uk/projects/wastehouse/learn-about-the-waste-house

[2] https://www.circularity-gap.world

[3] https://www.ellenmacarthurfoundation.org/explore

[4] http://docs.wbcsd.org/2017/06/CEO_Guide_to_CE.pdf

[5] https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/recycling/32505/unilever-reductie-co2?q=%2Frecycling%2F32505%2Funilever-reductie-co2&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=e-mail&utm_campaign=Daily+Focus+9+Oktober

[6] https://medium.com/fast-company/250-organizations-are-joining-forces-to-end-plastic-waste-103736e5771d

[7] https://medium.com/scientific-american/can-robots-help-pick-up-after-the-recycling-crisis-aace4210472b

[8] https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/industrie/31471/innovatie-ioniqa

[9] https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/future-leadership/32641/verduurzaming-succesfactoren?q=%2Ffuture-leadership%2F32641%2Fverduurzaming-succesfactoren&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=e-mail&utm_campaign=Daily+Focus+29+Oktober

[10]https://www.mckinsey.com/~/media/McKinsey/Business%20Functions/Sustainability/Our%20Insights/Growth%20within%20A%20circular%20economy%20vision%20for%20a%20competitive%20Europe/Growth_Within.ashx

[11] https://www.mckinsey.com/business-functions/sustainability/our-insights/the-circular-economy-moving-from-theory-to-practice

[12] https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/infra/24589/abn-amro-opent-deuren-van-innovatief-en-circulair-paviljoen-circl

[13] http://www.winsun3d.com/En/About/

[14] https://www.dirtt.com

[15] https://www.ellenmacarthurfoundation.org/assets/downloads/publications/Cities-in-the-CE_An-Initial-

[16] https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/publicaties/circulair-visie/

De donut stad

Er is geen plek op de wereld waar alle bewoners hetzelfde welvaartsniveau delen, of waar deze welvaart op een sociaal of ecologisch verantwoorde manier is bereikt. Daarom is de vraag wat voor soort welvaart haalbaar is voor burgers over de hele wereld zonder de natuur aan te tasten en de vooruitzichten op een fatsoenlijk leven van medemensen en toekomstige generaties te schaden.

Kate Raworth (Foto gemeente Amsterdam)

In dit essay ben ik op zoek naar een antwoord op deze vraag. Het donut-principe van Kate Raworth is een veelbelovend startpunt, vandaar de gekozen titel. De titel had ook kunnen zijn De verantwoord-welvarende stad. Ik zal proberen de hypocrisie te vermijden waartoe een pleidooi voor vermindering van de consumptie omwille van duurzaamheid kan leiden. Immers, miljarden mensen zijn hongerig of arm en dromen van enige rijkdom. Zij zijn bovendien niet de belangrijkste vervuilers.


De donut stad is de zevende aflevering van een reeks essays over hoe steden humaner kunnen worden. Dat betekent het vinden van een evenwicht tussen duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en leefbaarheid. Dit vereist vergaande keuzes. Zodra deze keuzes zijn gemaakt, zijn slimme technologieën om ze te realiseren vanzelfsprekend.

De essays die al zijn gepubliceerd:


De sociale oorsprong van broeikasgassen

Een recent Oxfam-rapport Extreme carbon inequality toont aan dat de armste helft van de wereldbevolking – ongeveer 3,5 miljard mensen – verantwoordelijk is voor slechts 10% van de totale uitstoot van broeikasgassen: Ongeveer 50% van de uitstoot komt van de rijkste 10% van de mensen over de hele wereld. Ze hebben een gemiddelde CO2-voetafdruk die 11 keer zo hoog is als die van de armste helft en 60 keer zo hoog als die van de armste 10%. Zelfs een vermindering van de consumptie met 50% door de rijkste 10% en een verdubbeling van de consumptie door de armste 50% leidt tot een daling van de consumptie wereldwijd met ongeveer 15%[1].


De productie van broeikasgassen hangt ook binnen een land samen met het inkomen.

Inkomensgerelateerde productie van broeikasgassen

De grafiek laat zien dat het begrip rijke landen misleidend is. Een klein deel van de bevolking van de meeste landen heeft alle mogelijkheden om te consumeren en draagt bij navenant bij aan de productie van broeikasgassen; voor de meerderheid van de bevolking geldt dat in aanzienlijk mindere mate.

Economische groei blijft een politieke en economische prioriteit in bijna alle landen [2]. Conventioneel economisch denken veronderstelt dat de vraag naar goederen altijd zal groeien en dat bedrijven, in een poging om aan deze vraag te voldoen, een steeds grotere hoeveelheid goederen en diensten zullen leveren.

Al in 1968 verklaarde Robert Kennedy in een toespraak aan de Universiteit van Kansas: Gross National Product counts air pollution and advertising for cigarettes and ambulances to free our massacres. It has special locks for our doors and the prisons for the people who break them. It counts the destruction of the sequoia and the loss of our natural wonder to expand[3].

Vijftig jaar later zijn de ecologische en sociale effecten van het  conventionele economische denken zichtbaarder dan ooit.

Een groeiende groep mensen beseft dat de wereld een soort welvaart nodig heeft die voldoet aan de behoeften van de hele wereldbevolking – nu en in de toekomst – en die op een sociaal en ecologisch duurzame manier tot stand komt.


Wellbeing Economy Alliance

In 2017 sloten de regeringen van Schotland, Costa Rica, Slovenië en Nieuw-Zeeland een alliantie, de Wellbeing Economy Alliance

Costa Rica staat in de top drie van landen ter wereld met de meest gelukkige inwoners[4]. De regering van Nieuw-Zeeland accepteert het BNP niet langer als de enige maatstaf voor vooruitgang[5]We need to make sure that we look at people’s ability to live meaningful lives, where their work is sufficient to survive and sustain their families” aldus de premier.


De grote vraag is hoe zien dit soort welvaart en een samenleving die deze tot stand brengt er uit. Maar eerst moeten we begrijpen waarom dit soort samenleving nog nooit dichterbij is gekomen.

De verwenste drie-eenheid van economische groei, ongelijkheid en milieubederf

Rijkdom enerzijds en armoede en milieubederf anderzijds zijn sterk verbonden. Deze zienswijze wordt al jaren door marxisten verkondigd. Nieuw – minder ideologisch geïnspireerd – onderzoek met behulp van volkstellinggegevens tussen 1980 tot 2013 levert voldoende bewijs dat economische ongelijkheid en regionale verschillen met elkaar verweven zijn. Een studie door Harvard alumnus Robert Manduca, The contribution of national income inequality to regional economic disparities laat zien dat de groeiende regionale verschillen binnen de VS grotendeels een product zijn van economische ongelijkheid op nationaal niveau, met name de concentratie van rijkdom in handen van 1% van de bevolking[6]. De elite met zijn talloze connecties met het internationale bedrijfsleven en de politiek is tevens de belangrijkste ideologische bron achter de doctrine van eindeloze groei. Zij heeft al meer dan een halve eeuw een doeltreffend sociaal en milieubeleid voorkomen, waaronder de enige maatregelen die de opwarming van de aarde hadden kunnen stoppen, namelijk internalisering van externe kosten[7] en in het bijzonder een CO2-belasting[8].

Wat is verantwoorde groei?

Hierna volgt een aantal inzichten hoe verantwoorde welvaart, met of zonder groei, mogelijk gemaakt kan worden. Samen vormen deze een basis voor beleid voor landen, regio’s of steden.

In de eerste plaats noem ik de Sustainable Development Goals, Daarna volgt de donut-economie voorgesteld door de Britse econoom Kate Raworth, om te eindigen met de Green New Deal in de VS.

Ik had ook kunnen verwijzen naar de principes van inclusieve groei, geformuleerd door het World Economic Forum, de Millennial-doelen van de VN, de indrukwekkende film An Inconvenient Truth van Al Gore en ik had kunnen teruggegaan naar het Rapport van de Club van Rome of het boek Silent Spring van Rachel Carson.

Al deze benaderingen hebben gemeen dat de aanpak van milieuproblemen een herverdeling en herdefinitie van de essentie van welvaart vereist.

Sustainable Development Goals

In 2015 ondersteunden alle 193 leden van de Verenigde Naties de 17 ambitieuze Sustainable Development Goals (SDGs)[9]. Deze 17 doelen zijn gespecificeerd door middel van indicatoren, wier aantal sinds 2015 is gegroeid tot 232.

De sustainable development goals

Nederland was toen al begonnen met de ontwikkeling van een eigen alternatief voor het bruto nationaal product, brede welvaart[10]. Er is toen besloten om de aspecten van brede welvaart en die van de SDGs te integreren, wat heeft geleid tot een kleine aanpassing van laatstgenoemde. 

Een uniek aspect van het meten van brede welvaart in vergelijking tot de SDGs is het onderscheid tussen welvaart “hier en nu”, de druk die het huidige welvaartsniveau uitoefent op toekomstige generaties (“later”) of op andere landen (“elders”). Bij het meten van brede welvaart wordt een onderscheid gemaakt tussen de absolute omvang, de groei of achteruitgang ervan voor alle EU28-landen afzonderlijk en de positie van Nederland in vergelijking met de EU28-landen.

Welvaart hier en nu

Met betrekking tot de hier en nu-indicatoren loopt Nederland voorop bij vijf ontwikkelingsdoelen: Geen armoede (SDG 1); industrie, innovatie en infrastructuur: kennis en innovatie (SDG 9); vermindering van ongelijkheid: sociale cohesie en ongelijkheid (SDG 10); vrede, gerechtigheid en krachtige openbare diensten: instellingen (SDG 16) en partnerschap om doelstellingen te bereiken (SDG 17). Nederland staat op vier andere SDG’s in de lagere regio’s van de Europese ranglijst: Betaalbare en duurzame energie (SDG 7); klimaatactie (SDG 13); leven in het water (SDG 14) en leven op het land (SDG 15).

De trend in de ontwikkeling van brede welvaart hier en nu is ook eerder positief dan negatief. Een  positieve trend domineert in het geval van ‘einde van de honger'(SDG 2); ‘gendergelijkheid’ (SDG 5); ‘schoon water en sanitair’ (SDG 6); ‘eerlijk werk en economische groei: economie en productiefactoren’ (SDG 8) en ‘industrie, innovatie en duurzame infrastructuur: kennis en innovatie’ (SDG 9). Een dalende trend doet zich voor bij  ‘goede gezondheid en welzijn’ (SDG3);’ industrie, innovatie en infrastructuur: mobiliteit’ (SDG9); ‘vermindering van ongelijkheid’ (SDG 10); ‘duurzame steden en gemeenschappen: wonen’ (SDG 11); en ‘leven op het land’ en ‘leven in het water’ (SDGs 14 en 15).

Welvaart elders

Met betrekking tot de brede welvaart elders; er zijn meer negatieve dan positieve posities en trends. De totale import van fossiele energie en biomassa in Nederland neemt gestaag toe en ook de import van metalen en mineralen is recent begonnen te stijgen, met uitzondering van de import uit de armste landen. Deze trend wordt als negatief beschouwd vanwege de vermindering van de voorraden elders in de wereld.

Nederland staat aan de top op het gebied van buitenlandse hulp, maar ook hier is sprake van een dalende trend.

Welvaart later

De trendontwikkeling van onze brede welvaart later is overwegend positief, behalve op het gebied van natuurlijk kapitaal (negatief) en menselijk kapitaal (neutraal). Deze dalende trend met betrekking tot natuurlijk kapitaal weerspiegelt het lage percentage duurzame energie en een relatief hoge CO2-uitstoot.

De verdeling van brede welvaart

Ook interessant is de analyse van de verdeling van brede welvaart. De mate van brede welvaart hangt vooral samen met opleidingsniveau, niet met inkomen.

De eerdergenoemde analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek biedt een schat aan gegevens over honderden indicatoren. Veel indicatoren hebben echter uiteenlopende interpretaties. Indicatoren zoals groei van de uitgaven in de gezondheidszorg en van het aantal gewerkte uren in het onderwijs zijn geen aanwijzingen voor toenemende welvaart. Hiervan is pas sprake als het toegenomen gebruik van middelen daadwerkelijk vruchten afwerpt. Bijgevolg is de beleidsrelevantie van sommige SDGs niet meteen duidelijk en blijven er veel politieke keuzen open. Om deze reden zijn velen naarstig op zoek naar maatstaven met meer ondubbelzinnige implicaties voor sociale en ecologische duurzaamheid.

De donut economie

Het model voor een donuteconomie is ontwikkeld door de Britse econoom Kate Raworth in een rapport voor Oxfam getiteld A Safe and Just Space for Humanity en het idee verspreidde zich vervolgens snel over de hele wereld. De essentie is dat sociale en ecologische duurzaamheid de leidende principes zouden moeten zijn voor het economisch beleid van de 21ste eeuw en samen het economische gedrag en de mate van economische groei bepalen.

Er is geen drievoudige bottom line: Sociale en ecologische duurzaamheid staan ​​op de voorgrond, de economie volgt.

Het donut model

Het idee achter het donutmodel is eenvoudig. Als je naar de vorm van een donut kijkt, zie je twee cirkels. Een kleine cirkel in het midden en een grote cirkel aan de buitenkant. De kleinste cirkel vertegenwoordigt de minimale sociale doelstellingen (basisbehoeften) die voor alle landen gelden. De grote cirkel vertegenwoordigt het maximale draagvermogen van de planeet. Alle samenlevingen moeten beleid ontwikkelen tussen de twee lijnen in.

Hieronder kun je een korte video bekijken waarin Kate Raworth het model zelf uitlegt.

In tegenstelling tot de SDGs is het donut-model gebaseerd op de samenhang tussen economisch, sociaal en milieubeleid.

Positieve resultaten op het gebied van sociale voorzieningen zijn in veel westerse landen een direct gevolg van dezelfde economische groei die verantwoordelijk is voor de enorme overschrijding van de ecologische bovengrens.

De belangrijkste doelstelling voor elk land is om betere levensomstandigheden te bereiken zonder aan te nemen dat economische groei hiervoor een noodzakelijke voorwaarde is.

De onderstaande tabellen laten zien wat achterstand ten opzichte van de sociale ondergrens en overschrijden van de ecologische bovengrens inhoudt. Het is erg belangrijk dat de gestelde doelen met betrekking tot beide lijnen zo snel mogelijk worden bereikt. Vanwege aanzienlijke verschillen tussen landen in de mate van realisering van deze doelen, zal het beleid per land, regio of stad variëren.

De sociale ondergrens

Kate Raworth: Donut Economics. Seven Ways to Think Like a 21st Century Economist (appendix)

De ecologische bovengrens

De negen facetten van de ecologische bovengrens zijn gebaseerd op onderzoek door een groep aardwetenschappers onder leiding van Johan Rockström en Will Steffen en beschreven in hun boek Trajectories of the Earth System in the Anthropocene

Johan Rockström en Will Steffen: Trajectories of the Earth System in the Anthropocene

De onderstaande video toont een korte lezing van Will Steffen over de negen facetten van het ecologische plafond, die worden bedreigd door menselijk handelen.

Ondanks een oppervlakkige overeenkomst tussen de SDGs en het donut-model, zijn er verschillen[11]. De SDGs kunnen worden vergeleken met een dashboard met evenveel rode en groene lampjes als er indicatoren zijn. Er wordt aangenomen dat elk daarvan afzonderlijk kan worden beïnvloed door een schuifschakelaar. De kleur van de controlelampjes wordt echter bepaald door onderling verbonden (economische) processen: De groene kleur van de meeste sociale indicatoren in de rijkste EU28-landen is een direct gevolg van hun krachtige economie die tegelijkertijd resulteert in een donkere-rode kleur voor omgevings-gerelateerde lampjes. De belangrijkste toegevoegde waarde van het donut-model is het mogelijk maken van een kritische evaluatie van het gehele beleid van elke stad of land om duurzame welvaart te realiseren[12].

Wat werken tussen de sociale en de ecologische limieten betekent, komt in de volgende paragraaf aan de orde. Eerst zal ik nog het meest robuuste – zij het tevens meest pragmatische pragmatische – model introduceren, de Green New Deal. Dit model vereist geen ingewikkelde berekeningen en is daarom gemakkelijk te begrijpen en kan direct worden geïmplementeerd.

The Green New Deal

In 2012 en 2016 kandideerde Green Party-kandidaat Jill Stein – tevergeefs – voor het presidentschap van de VS met als voornaamste programma een Green New Deal. In 2018 heeft Alexandria Ocasio-Cortez, ondersteund door senator Ed Markey, de term overgenomen tijdens haar succesvolle campagne voor lidmaatschap van het Congres.

In de afgelopen dagen hebben presidentskandidaten, waaronder senatoren Elizabeth Warren, Cory Booker, Bernie Sanders, Kamala Harris en Kirsten Gillibrand hun steun uitgesproken voor een vorm van Green New Deal. De gouverneur van New York, Andrew Cuomo, heeft een Green New Deal voor zijn staat geschetst als onderdeel van de begroting[13].

De Green New Deal munt uit vanwege zijn transparantie en ondanks het feit dat veel presidentskandidaten met eigen plannen komen, is de steun onder de kiezers onverwacht hoog[14] (zie grafiek). Bovendien nemen verschillende staten, bijvoorbeeld New York, Californië en Minnesota wetten aan gebaseerd op die de principes van de Green New Deal.

Steun voor de Green New Deal onder geregistreerde kiezers

Het doel van de Green New Deal is het reduceren van de CO2-uitstoot tot nul in het volgende decennium en het creëren van miljoenen goedbetaalde banen om de benodigde infrastructuur te realiseren en het aantal armen, werk- en daklozen dienovereenkomstig te verminderen. Bovendien omvat de Green New Deal bescherming tegen monopolies, investeringen in openbaar vervoer, betaalbare huisvesting en gezonde voeding alsmede gerechtigheid voor gemarginaliseerde sociale groepen.

De Green New Deal pakt vier systemische nationale crises gelijktijdig aan: Torenhoge ongelijkheid, structureel verankerd racisme, klimaatverandering en de overname van de Amerikaanse democratie door de ultrarijken en de grote technologiebedrijven.

De Green New Deal-voorstellen missen de theoretische onderbouwing van het donut-principe, maar ze werken in dezelfde richting. De Green New Deal kan een impuls krijgen bij de komende presidentsverkiezingen in de VS. Op langere termijn is een meer uitgewerkt model nodig en het donut-principe leent zich hiervoor beter


Op weg naar een Global New Green Deal

Al meer dan tien jaar coördineert C40 in meer dan 65 wereldsteden klimaatbeleid[15]. Onlangs ging deze organisatie nog een stap verder en – op initiatief van Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) en Eric Garcetty (burgemeester van Los Angeles) is een begin gemaakt met een Global New Green Deal om ecologische en sociale actie te verbinden, waar nationale overheden achterblijven. 

Deze Global New Green Deal is gebaseerd op vier principes[16]:

  • Erkenning van de wereldwijde noodsituatie met betrekking tot het klimaat.
  • Toezegging om de opwarming van de aarde onder het doel van 1,5°C te houden door de uitstoot te verminderen in de sectoren die daaraan de grootste bijdrage leveren: Transport, industrie, gebouwen en afval.
  • Volledig en definitief afstand nemen van fossiele brandstoffen en -grondstoffen.
  • Samenwerking tussen bestuurders, bedrijven, investeerders, werknemers, het maatschappelijk middenveld, burgers, jongeren en gemeenschappen die onevenredig worden getroffen door klimaatverandering en armoede.

Verantwoorde welvaart: duurzaam en voor iedereen

Steden dragen een grote verantwoordelijkheid omdat ze het middelpunt van alle mondiale economische activiteit zijn, banen bieden en het meeste goederen en diensten produceren die nodig zijn voor een fatsoenlijk leven voor hun inwoners. Op hun grondgebied zullen de meeste investeringen plaatsvinden die nodig zijn om verantwoorde welvaart mogelijk te maken.

Als we uitgaan van het donut-principe, moeten economische activiteiten die boven het ecologische plafond uitstijgen en die de sociale ondergrens niet halen opnieuw worden ontworpen.

Herontwerp van economische activiteiten

De onderstaande acties weerspiegelen de eerdergenoemde lijsten met beleidsacties om te voorkomen dat het ecologische plafond wordt overschreden en het sociale minimum niet wordt gehaald. De tijdshorizon is 25 jaar.

Onder het ecologische plafond blijven

  • Reductie tot nul van broeikasgasemissies door gecombineerd gebruik van zon, wind en warmte. Waterstof, zout, batterijen en warmwaterreservoirs worden gebruikt voor opslag.
  • Lokale fabrieken zijn schoon; mogelijke giftige emissies worden opgevangen, opgeslagen of gezuiverd om schone lucht te behouden.
  • Ondersteuning van lokale boeren om hun activiteiten te herstructureren, de bodem te regenereren, de biodiversiteit te vergroten en meer bij te dragen aan de lokale voedselvoorziening. De verkoop van hun producten wordt gestimuleerd door aanzienlijke belastingvoordelen.
  • Vermindering van verkeer – dat is volledig elektrisch – door steden te reconstrueren.
  • Realiseren van volledige circulariteit; de invoer van grondstoffen wordt stopgezet, met de (tijdelijke) uitzondering van onmisbare componenten van batterijen.
  • De uitstoot van stikstof blijft beperkt totdat een acceptabel niveau van emissies in de lucht en in het grondwater is bereikt.
  • Bouw van reservoirs voor drinkwater en water voor agrarische toepassingen om waterwinning en watertoevoer in evenwicht te houden.

De sociale ondergrens halen

  • Goede balans tussen beloning en persoonlijke voldoening van werk
  • Radicale vermindering van de inkomensongelijkheid.
  • Verplicht algemeen-vormend en beroepsonderwijs van 2 – 18 jaar in combinatie met stages bij bedrijven en instellingen.
  • B-gecertificeerde ondernemingen krijgen een belastingvoordeel Het betreft bedrijven voor wie maatschappelijke belangen zoals de kwaliteit van het voedsel – leidend zijn.
  • Lokale overheid, bedrijven en instellingen werken samen om alle volwassenen boeiende en uitdagende banen te bieden met salarissen die een fatsoenlijk en onafhankelijk leven mogelijk maken.
  • Alle salarissen worden onderhandeld door ondernemingsraden of in collectieve arbeidsovereenkomsten. Verschillen in salarisniveaus zijn gemotiveerd; genderspecifieke verschillen zijn verboden.
  • Prijzen van (geïmporteerde) producten die de gezondheid of het milieu (of beide) schaden volgens algemeen aanvaarde criteria, worden geoormerkt en aanzienlijk belast.
  • Gevangenisstraf is gericht op terugkeer in de samenleving. De duur van de gevangenisstraf hangt echter af van de tijd die nodig is om het risico op recidive te elimineren en burgers geen angst voor de misdaad behoeven te hebben.
  • De kosten voor een ziektekostenverzekering zijn afhankelijk van iemands levensstijl.
  • Burgers kunnen hoofdelijk stemmen in zaken die verband houden met hun directe leefomgeving.
  • Fatsoenlijke en betaalbare huisvesting in een aantrekkelijke, schone en veilige leefomgeving.
  • Mogelijkheden voor burgers om zelf actief betrokken te zijn bij de inrichting van de leefomgeving en sociale activiteiten in de buurt.

Een nieuwe mondiaal georiënteerde mindset

Bij verantwoorde welvaart hoor ook een nieuwe mindset, inclusief een nieuwe betekenis van het begrip welvaart zelf. Het achterwege blijven van broeikastgas-emissies vereist niet alleen overstappen op duurzame energie, maar ook een ander consumptiepatroon: Vlees wordt een delicatesse, dienovereenkomstig te consumeren. Een circulaire economie vereist tevens andere producten: Degelijk en duurder, zuinig en slijtvast, modulair geassembleerd met het oog op reparaties en een minder mode-afhankelijk ontwerp. Lonen onder modaal zullen aanzienlijk stijgen, lonen boven modaal zullen dalen, met name de hoogste 10%.

Als we rekening houden met de wereld als geheel, zijn de beleidsimplicaties veel dramatischer. Een aanzienlijk deel van de wereldbevolking leeft nog steeds ver beneden de sociale ondergrens. Vooral het arme deel van de bevolking groeit snel en concentreert zich in steden die worden gekenmerkt door zware vervuiling, files, vuile industrieën, slechte huisvesting, sanitaire voorzieningen en watervoorziening en toenemende onveiligheid en ongelijkheid.

In deze landen zijn groei van het BNP, van de productie van goederen en diensten, en ook van de binnenlandse markt nog gedurende ten minste één decennium noodzakelijk. Dit in combinatie met beleid om bevolkingsgroei te beperken, hernieuwbare hulpbronnen in te zetten ende infrastructuur te verbeteren. Daarbij gaat het in de eerste plaats om openbaar vervoer, watervoorziening, huisvesting en sanitaire voorzieningen. In ontwikkelende landen is de invoering van het donut-principe op korte termijn vrijwel onmogelijk.

Waar (stedelijke) overheden in ontwikkelde landen zich onmiddellijk kunnen richten op een overgang van traditionele groei naar duurzame welvaart, moet zij in ontwikkelingslanden een decennium van ‘traditionele’ economische groei en een overgang naar duurzame welvaart tegelijkertijd beheren.

Hoe word je een donutstad?

Hieronder schets ik een paar ideeën om een ​​donutstad te worden.


Amsterdam en de donuteconomie

De stad Amsterdam werkt samen met Kate Raworth om een ​​donutmodel voor de stad te ontwikkelen. Bovendien is ze recentelijk benoemd tot hoogleraar aan de Hogeschool van Amsterdam[17]. Het model werd gebruikt als een krachtig hulpmiddel voor een ​​strategie voor circulair Amsterdam te creëren.

Een participerend traject bracht meer dan 50 ambtenaren van de verschillende afdelingen in de stad en de regio samen met meer dan 100 belanghebbenden uit de sectoren bouw, levensmiddelen en consumptiegoederen.

In vier workshops vergeleken de deelnemers de gangbare doelen van de stad met het Donut-model en ze benoemden uitgangspunten voor een circulaire economie. Dit resulteerde in een set van zeventien bouwstenen – bekijk hier – uitgewerkt in het rapport Building blocks for the new strategy Amsterdam circular 2020-2025. Directions for a thriving city within the planetary boundaries[19]


Dit voorbeeld is de slechts een eerste stap. Het bepalen van de kritische waarden voor de sociale ondergrens en het ecologische plafond is een essentiële volgende stap. Het meten van werkelijke waarden en het inventariseren van middelen om de kloof tussen werkelijke en beoogde waarden te overbruggen is de laatste.

De macht van het stadsbestuur is beperkt en daarom moet de route naar een donut-model worden uitgezet door alle betrokken belanghebbenden samen: Burgers, bedrijven, instellingen en overheden.

Opstellen van een charter, dat de belangrijkste principes en de daaropvolgende acties benoemd, kan de eerste stap daartoe zijn[20].

De gangbare prikkels binnen het bedrijfsleven – maximalisatie van winst en van aandeelhouderswaarde en streven naar continue groei – zijn niet verenigbaar met het donut-principe. De overheid moet bedrijven daarom aanmoedigen om hun relatie met de samenleving te heroverwegen. Een groeiende groep ‘sociale ondernemingen’ heeft deze stap al gezet en stelt maatschappelijke doelen centraal en beschouwt financiële doelen als instrumenten om de continuïteit te waarborgen[21].


We Mean Business

We Mean Business is een wereldwijde coalitie van invloedrijke bedrijven die zich sterk maken tegen klimaatverandering. 87 grote bedrijven – met een gezamenlijke waarde van meer dan US $ 2300 miljard en een jaarlijkse emissies gelijk van 73 kolencentrales – zijn van plan hun activiteiten af ​​te stemmen op wat wetenschappers zeggen dat nodig is om de ergste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen[22]. Van de 87 bedrijven zijn de volgende al op weg om de 1,5°C doelstelling broeikasgasemissies te realiseren: AstraZeneca, BT, Burberry Limited, Deutsche Telekom AG, Dexus, Elopak, Hewlett Packard Enterprise, Intuit, Levi Strauss & Co., SAP, Schneider Electric, Signify, Sodexo, the Co-operative Group en Unilever en recentelijk ook Koninklijke DSM.


De impact van de overgang naar verantwoorde welvaart wordt geïllustreerd in een reeks artikelen in Fast Company Compass[23]. De agrarische sector, maar ook een industrietak als kleding en mode, bijvoorbeeld, moeten aanzienlijk veranderen om in lijn te komen met het donut-principe. Wat de laatste betreft, de lage prijzen voor kleding houden verband met lage lonen en gevaarlijke en vuile werkomstandigheden elders in de wereld en het verven van katoen een grote belasting van het milieu is. De film The True Cost, beschikbaar op Netflix, laat dit op indringende wijze zien. De officiële trailer kan hier worden bekeken:

Een nieuw rapport Managing the Impacts of Climate Change 2019, gepubliceerd door Zurich Insurance Group, concludeert dat het bedrijfsleven als geheel te weinig ambitie heeft op het gebied van klimaatverandering[24].

Hoe dan ook, stadsbestuur en NGO’s moeten blijven samenwerken en voortdurend coalities van burgers, kleine en grotere bedrijven, boeren, scholen en andere instellingen smeden om hun activiteiten te concentreren tussen de onder- en bovengrens van de donut.


Ecovillages

Deelnemers aan een ecovillage-ontwerpcursus in de Democratische Republiek Congo – Foto: Global Ecovillage Network

Het Global Ecovillage Network wil naar een wereld waarin burgers een centrale rol spelen op weg naar reductie van de uitstoot van broeikasgassen[25].

Het doel van Senegal is om 14.000 ecovillages te creëren die bewust zijn ontworpen door middel van lokale, participatieve processen om hun economische, sociale en culturele identiteit te versterken. Ze moeten een model worden voor regeringen die een effectieve aanpak voorstaan op het gebied van klimaatverandering, leegloop van het platteland en ontbossing[26]. Ecovillages zijn gebaseerd op vijf principes van duurzaamheid, die het donut-principe weerspiegelen. Bekijk deze hier.


Verantwoorde welvaart en de humane stad

Een van de lessen van dit essay is dat een humane stad worden niet afhankelijk is van de waarde (rood licht – groen licht) van allerlei afzonderlijke indicatoren, maar het resultaat is van hun samenhang.

Dit essay ging daarom dieper in op de interactie tussen kenmerken van het ecosysteem en van de samenleving, zoals de beschikbaarheid van voedsel, drinkwater, huisvesting en materieel welzijn. 

Het donut-principe benadrukt dat realiseren van verantwoorde welvaart een zekere keuzevrijheid kent, maar ook dat deze wordt beperkt door de aanwezigheid van een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens. Dit houdt in dat de (neven) effecten van de productie en consumptie van goederen en diensten tussen deze lijnen moeten blijven. In de meeste delen van de wereld worden een van deze lijnen of beiden overschreden. 

Een ander inzicht uit dit essay is dat het werken tussen de lijnen contextueel is. Tijdelijke overschrijding van het ecologische plafond als gevolg van economische groei lijkt in ontwikkelingslanden onvermijdelijk om ernstige sociale tekortkomingen weg te nemen. 

Hieronder vat ik samen hoe het principe van een verantwoord-welvarende stad (kortweg de donutstad genoemd) bijdraagt aan de ontwikkeling van een humane stad.

De bijdrage van het streven naar verantwoorde welvaart aan de ontwikkeling van humane steden

1. Een humane stad komt voort uit een balans tussen duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en leefbaarheid. Deze uitgangspunten zijn veelzijdig en onderdelen ervan ​​staan met elkaar op gespannen voet. Daarom moeten de onder- en bovengrenzen worden vastgesteld waarbinnen er ruimte is voor keuzen. 

2. Verantwoorde welvaart in zijn meest gesimplificeerde vorm omvat het delen van een overeengekomen waarde voor ‘goede dingen’ (inkomen, zorg, onderwijs, etc.) door een waarde voor ‘slechte dingen’ (inkomensongelijkheid, onveiligheid, vervuiling, uitsterven van soorten, opwarming van de aarde enz.).

3. Volledige toepassing van het donut-principe vereist de vaststelling van een ecologische boven- en een sociale ondergrens op mondiaal, nationaal en regionaal niveau. Het (tijdelijk) accepteren van verschillen tussen deze limieten op nationaal en regionale niveau is nodig om beleidsmatig onderscheid te maken tussen ontwikkelingslanden, opkomende en ontwikkelde landen.

4. Het is een wijdverbreide misvatting om economische groei te zien als het doel van economisch handelen. In plaats daarvan is het doel van economisch handelen om naties, regio’s van steden op een verantwoorde manier te laten floreren.

5. Naarmate geld meer wordt beschouwd als een waarde op zich, verdringt het de intrinsieke waarde van werk. Een arbeidsloos inkomen is daarom een ​​slecht idee en moet worden vervangen door het creëren van voldoende mogelijkheden voor zinvol en goed-betaald werk voor iedereen.

6. De definitie van normen met betrekking tot het ecologische plafond (‘duurzaamheid’) is in de eerste plaats gebaseerd op lopend wetenschappelijk onderzoek. De definitie van minimumnormen met betrekking tot sociale rechtvaardigheid en de leefbaarheid zijn daarentegen wetenschappelijk onderbouwde menselijke keuzen.


[1] https://www-cdn.oxfam.org/s3fs-public/file_attachments/mb-extreme-carbon-inequality-021215-en.pdf

[2] https://medium.com/age-of-awareness/can-we-achieve-sustainability-while-ignoring-equality-4503b3954156

[3]  https://www.jfklibrary.org/learn/about-jfk/the-kennedy-family/robert-f-kennedy/robert-f-kennedy-speeches/remarks-at-the-university-of-kansas-march-18-1968

[4] https://www.fastcompany.com/2680059/if-you-count-happiness-costa-rica-is-the-richest-country-on-earth

[5] https://www.newshub.co.nz/home/election/2017/10/homelessness-proves-capitalism-is-a-blatant-failure-jacinda-ardern.htm

[6] https://www.citylab.com/equity/2019/04/economic-inequality-geographic-divide-map-census-income-data/586222/

[7] https://medium.com/@aimunm83/want-to-solve-climate-change-solve-the-economy-ce516e31d361

[8] https://medium.com/the-sensible-soapbox/british-columbias-carbon-tax-is-working-3ea81114be5a

[9] https://www.un.org/sustainabledevelopment/

[10] https://www.sdgnederland.nl/wp-content/uploads/2019/05/20190515-Monitor-Brede-Welvaart-en-SDGs-2019-2.pdf

[11] https://oxfamblogs.org/fp2p/will-these-sustainable-development-goals-get-us-into-the-doughnut-aka-a-safe-and-just-space-for-humanity-guest-post-from-kate-raworth/

[12] https://medium.com/@UNDP/five-plans-for-carbon-neutrality-f61391ce2228

[13] https://www.bloomberg.com/news/articles/2019-06-20/new-york-approves-green-new-deal-as-washington-turns-blind-eye

[14] https://climatecommunication.yale.edu/publications/the-green-new-deal-has-strong-bipartisan-support/

[15] http://smartcityhub.com/governance-economy/climate-neutral-cities/

[16] https://www.c40.org/other/the-global-green-new-deal

[17] https://www.hva.nl/content/nieuws/nieuwsberichten/2019/08/hva-benoemt-kate-raworth-tot-professor-of-practice.html

[18] https://www.dropbox.com/s/0tata5qve6d38c6/Zeventien%20bouwstenen.docx?dl=0

[19] https://www.circle-economy.com/wp-content/uploads/2019/06/Building-blocks-Amsterdam-Circular-2019.pdf

[20] https://www2.deloitte.com/global/en/pages/about-deloitte/articles/millennialsurvey.html

[21] https://onezero.medium.com/its-time-for-tech-companies-to-adopt-a-do-no-harm-approach-ebd6206cb47d

[22] https://www.wemeanbusinesscoalition.org/press-release/87-major-companies-lead-the-way-towards-a-1-5c-future-at-un-climate-action-summit/

[23] https://www.fastcompany.com/90366994/why-every-industry-in-the-u-s-needs-its-own-green-new-deal?utm_campaign=Compass&utm_medium=email&utm_source=Revue%20newsletter

[24] https://biggerpicture.ft.com/global-risks/article/human-side-climate-change-risk/?utm_source=dianomi&utm_medium=paid

[25] https://ecovillage.org

[26] https://ecovillage.org/sites/default/files/files/6_gen_future_strategy.pdf

[27] https://www.dropbox.com/s/t9py1mdr90fgdeh/Ecovillages.docx?dl=0

[28] https://wordpress.com/view/hmjvandenbosch.com

De veilige stad

De vermindering van criminaliteit is niet in de eerste plaats te verwachten van politie en justitie, ondanks de beste technologische ondersteuning, maar van een samenleving met meer gelijkheid en voldoende inkomen, adequate huisvesting en goed onderwijs voor iedereen.

Foto: The Ascent: een gemeenschap van vertellers die de reis naar geluk en voldoening beschrijven

Een prettige en veilige omgeving om te leven. Voor veel mensen staan deze wensen bovenaan hun verlanglijstje. Veiligheid heeft veel facetten, van bescherming tegen natuurgeweld en epidemische ziekten tot veiligheid in het verkeer, brandweer en een veilig internet. Al deze vormen van veiligheid komen aan bod in een van de essays in deze serie. Hieronder ligt de nadruk op bescherming tegen misdaad: Geweld, overvallen, inbraken, chantage en diefstal. 


De veilige stad is de vierde van een reeks korte essays over hoe steden humaner kunnen worden. Dat betekent het vinden van een evenwicht tussen duurzaamheid, rechtvaardigheid en leefbaarheid. Dit vereist het maken van keuzen. Zodra deze zijn gemaakt, is het gebruik van slimme technologieën vanzelfsprekend.

De essays die al zijn gepubliceerd zijn:


Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie doet het risico te worden geconfronteerd met fysiek geweld in belangrijke mate af aan de kwaliteit van leven. In 2000 resulteerden moorden wereldwijd in een half miljoen doden; bijna twee keer zoveel als in oorlogen in hetzelfde jaar[1]. Het aantal moorden in de Europese Unie was ongeveer 5200. Weliswaar is in de EU sprake van een vermindering van criminaliteit[2]. Tussen 2008 en 2016 daalden autodiefstallen met 36% en overvallen met 24%. Beide trends zijn na 2010 afgevlakt. Het door de politie geregistreerde seksueel geweld in de EU vertoont echter tussen 2013 en 2016 een stijging van 26%

Oorzaken van criminaliteit

Alvorens het te hebben over oplossingen, kijk ik naar wat onderzoek heeft te melden over de oorzaken van criminaliteit.

Het is belangrijk om te beseffen dat factoren die worden gezien als de oorzaken van crimineel gedrag lang niet altijd tot dat gedrag hoeven te leiden. Ze verhogen veeleer het risico daarvan. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen rechtstreekse oorzaken en oorzaken op wat grotere afstand, die voorwaarden scheppen, maar niet noodzakelijk minder invloedrijk of belangrijk zijn.

De onderstaande figuur vat de essentie van een aantal publicaties uit de laatste jaren samen, met voorbijgaan aan details en nuances[3]

Criminaliteit hangt samen met ongelijkheid, armoede, slechte huisvesting, werkloosheid, alcoholgebruik en drugs. Dit zijn dan ook de belangrijkste kenmerken van buurten waar veel criminaliteit voorkomt. Voor bewoners van deze buurten belemmeren deze omstandigheden een fatsoenlijk leven[4]. Het zijn stressoren die bijvoorbeeld de kwaliteit van de ouder-kindrelatie beïnvloeden. Het zijn hechtingsproblemen, onvoldoende ouderlijk toezicht, ook op het gebruik van alcohol en drugs, gebrek aan discipline of een overmaat aan autoritair gedrag, die het risico dat jongeren te maken krijgen met criminaliteit doen toenemen en tevens het vooruitzicht op een succesvolle carrière op school en elders verminderen.

In wijken waarin deze problemen aan de orde van de dag zijn, is vaak tevens sprake van gebrekkige informele sociale controle door buurtbewoners en zoeken jongeren hun heil bij bendes en andere criminele organisaties die de criminaliteit verder doen toenemen, zowel in de eigen buurt als elders.

Volgens een Australische studie worden de meeste criminele handelingen gepleegd door personen jonger dan 20 en is 29% van alle kinderen minstens één keer betrokken geweest bij criminele activiteiten. 70% van alle jongeren die in voor de rechter verschijnen komt daar echter niet meer terug. De meeste misdaden worden gepleegd door een relatief kleine groep. Een onderzoek uit Zweden, dat criminaliteit analyseert in de periode 1973 – 2004, toonde aan dat 3,9% van de bevolking werd veroordeeld voor een totaal van 93.643 gewelddadige misdrijven. 25% van deze groep was echter verantwoordelijk voor 63% van alle geweldsmisdrijven[5].

Onderzoek naar de percentages geweldsmisdrijven in de afgelopen decennia maakt het mogelijk om een ​​dieper inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van criminaliteit[6]. In de tweede helft van de 20e eeuw namen de misdaadcijfers in de VS jaar jaarlijks toe. In de jaren negentig zette echter een daling in en criminaliteit bevindt zich tegenwoordig op veel plaatsen op een historisch dieptepunt. In New York City bijvoorbeeld waren er in 1990 meer dan 2200 moorden. De afgelopen jaren waren dat er minder dan 300 per jaar.

Levitt onderzocht alle mogelijke redenen voor deze daling[7]en samen met Donohue concludeerde hij in 2001 in een wetenschappelijk artikel dat de alles omvattende verklaring de legalisatie van abortus was[8]. Op het hoogtepunt in 1990 waren er 1,5 miljoen abortussen in de VS vergeleken met 4 miljoen levendgeborenen. Ze verwezen daarbij naar het grote aantal publicaties dat aantoont dat ongewenste kinderen meer kans hebben om met criminaliteit in aanraking te komen, vooral vanwege de eerdergenoemde hechtingsproblemen. En juist deze groep kinderen neemt drastisch af door de legalisatie van abortus. 

In een recente update van hun eerdere paper, bevestigen Levitt en Donohue de sterkte van de relatie tussen abortus en criminaliteit in de VS met gegevens uit de periode 1997 – 2014: In staten met de hoogste abortuscijfers waren de criminaliteitscijfers 60 procent lager dan in staten met de laagste percentages[9].

Het is belangrijk om te waarschuwen voor een monocausale redenering bij het aanwijzen van oorzaken van criminaliteit. Economische stressoren zoals armoede, werkloosheid en schulden kunnen leiden tot criminaliteit, bijvoorbeeld omdat ze het gezin ontwrichten. De meeste arme mensen houden zich echter aan de wet en zorgen goed voor hun kinderen. Hechtingsproblemen in de ouder-kindrelaties komen ook voor in welgestelde gezinnen. Het is echter de frequentie en cumulatie van stressoren die telt.

De ultieme maatregelen om misdaad te verminderen en veiligheid te verbeteren zijn: Voldoende inkomen, adequate huisvesting, betaalbare kinderopvang, vooral voor ‘gebroken gezinnen’ en ongehuwde moeders en ruime mogelijkheden voor onderwijs aan meisjes.

Zorg voor jongeren die voor het eerst met criminaliteit in aanraking zijn gekomen is van het grootste belang, omdat deze velen ervan weerhoudt opnieuw in de fout te gaan. 

Wereldwijd neemt het besef van de economische oorzaken van criminaliteit toe. Het is echter verbazingwekkend dat deze – zij het complexe – relatie in het beleid geen centrale plaats inneemt. Tegelijkertijd moet worden benadrukt dat de samenleving recht heeft op effectieve bescherming tegen de relatief kleine groep recidivisten, die verantwoordelijk is voor de meeste misdaden, met name gewelddadige misdaden.

Sociaal kapitaal

Hoe intensiever bewoners van een buurt met elkaar omgaan en oog houden op elkaars bezittingen, hoe minder criminaliteit een kans krijgt. Sociale controle is altijd een machtig wapen tegen criminaliteit geweest[10]. Om een ​​veilige leefomgeving te creëren, hoeven contacten niet tot buren te worden beperkt. Een onderzoek onder de 12 Nederlandse ‘veiligste’ gemeenten heeft aangetoond dat nauwe samenwerking tussen inwoners en de politie op buurtniveau bijdraagt aan de veiligheid en aan zich veilig te voelen[11]. Andere voorwaarden zijn de visuele aanwezigheid van politie op de fiets (beter dan in de auto), gedetailleerde kennis van en communicatie met jeugdgroepen, daklozen onderdak bieden om druggerelateerde misdaden te voorkomen en hoge prioriteit voor de bestrijding van geweld en inbraak.

Beoordeling van veiligheid met betrekking tot crimineel gedrag in 60 wereldsteden: The Economist

Een buurtgerichte aanpak hangt niet af van de grootte van de stad. Om deze reden behoort Amsterdam, de meest onveilige stad van Nederland, tot de veiligste steden ter wereld[12]. Voor steden in Latijns-Amerika, te midden van een golf van criminaliteit en geweld, is de prijs van de misdaad hoog. Een recente studie toont aan dat misdaad en geweld voor Latijns-Amerika landen gemiddeld 3% van het BBP per jaar kost, wat ongeveer $ 261 miljard is voor de regio. Steden in Latijns-Amerika en Azië investeren in technologische apparatuur om misdaad te bestrijden. Medellin, de voormalige hoofdstad van criminaliteit, bereikte daarentegen aanzienlijke verbeteringen door de wortels van criminaliteit aan te pakken: armoede, drugshandel en sociale contacten[13]. Interventieprogramma’s die het sociaal kapitaal versterken, worden op verschillende plaatsen gestart.

APPS-programma (toepassingen voor doel, trots en succes) in Columbus

De missie van het APPS-programma is vermindering van criminaliteit door beschermende omstandigheden te creëren in het leven van jongeren in Columbus (14-23 jaar)[14]. De preventiestrategie van het initiatief bestaat ​​uit tussen beide komen in geval van geweld op straat en conflictbemiddeling door getrainde mediatoren. Bovendien voorziet het programma in educatieve, recreatieve, trainingsgerichte en artistieke activiteiten in vier buurthuizen.

De rol van politie en justitie

De strijd tegen criminaliteit in onze samenleving is vooral een strijd tegen criminelen met behulp van traditionele en geavanceerde technologische middelen. Over het algemeen wordt de politie als de belangrijkste speler beschouwd, die bijna als vanzelf aan de goede kant staat. Er is echter een groeiend risico – althans in sommige landen waaronder de VS, dat de politie zelf een onevenredige bron van geweld wordt en een organisatie die delen van de bevolking onderdrukt[15]. Voor de meerderheid van de gekleurde burgers in de VS vertegenwoordigt de politie niet ‘het goede’, maar is zij onderdeel geworden van een  vijandige staatsmacht[16]. In het navolgende besteed ik veel aandacht aan de politie in de VS, want ontwikkelingen in dat land vinden elders navolging. In veel andere, waaronder Nederland, is de politie een veel meer geïntegreerd onderdeel van de samenleving, ondanks haar masculiene en autoritaire cultuur, die ten koste gaat van een soepele integratie van vertegenwoordigers van minderheden en vrouwen.

Historisch gezien is de politie in de meeste landen de beschermer van staatsmacht en is deze uitgerust om opstanden en vaak ook protesten de kop in te drukken[17]. Vroege politieorganisaties in de VS droegen dezelfde blauwe uniformen als de voormalige slavenpatrouilles. In de meeste landen is de politie georganiseerd naar het voorbeeld van een militaire hiërarchie. Leden van de politie moeten, net als soldaten, bevelen opvolgen, wat nadelig is voor de ontwikkeling van een persoonlijk moreel ‘agent’schap[18].

In 2017 leidde politieoptreden in de VS tot een ongekend aantal van 1100 slachtoffers, waarvan slechts een beperkt aantal blanken. Bovendien houdt de politie zich al tientallen jaren bezig met raciale profilering. Tussen 2004-2012 heeft de New Yorkse politie meer dan 4,4 miljoen inwoners gecontroleerd. Het leeuwendeel van deze checks resulteerde niet in verdere actie. In ongeveer 83% van de gevallen was de persoon zwart of Latino, hoewel de twee groepen samen goed zijn voor iets meer dan de helft van de bevolking.

Artwork Nafis White: “Het vertoont geen tekenen van stoppen”

Gedragsregels om het aantal dodelijke slachtoffers van politieoptreden te verminderen

Wetenschappers hebben acht gedragsregels opgesteld die het aantal doden door de politie kunnen stoppen en meer in het algemeen bijdragen aan een positiever imago[19].

  • De-escaleren van situaties voordat een toevlucht tot geweld wordt genomen.
  • Beperking van het aantal vormen van geweld dat in specifieke situaties gebruikt kan worden.
  • Beperking van het gebruik van de nekklem.
  • Geven van een waarschuwing voordat geweld wordt gebruikt.
  • Niet schieten op bewegende voertuigen.
  • Eerst alle alternatieven voor dodelijk geweld toepassen.
  • Beletten dat collega’s buitensporig geweld uitoefenen.
  • Het gebruik van geweld altijd rapporteren.

De onderzoekers wilden weten in hoeverre dit soort regels al worden toegepast en daarom onderzochten ze 90 politiedistricten in de VS. Het bleek dat geen enkele afdeling alle acht beleidsmaatregelen had geïmplementeerd. In slechts 34 resp. 31 onderzochte afdelingen waren de-escalerende situaties of uitputtend gebruik van alternatieven vereist alvorens toevlucht te nemen tot dodelijk geweld. Slechts in 30 afdelingen grepen agenten in als een collega buitensporig geweld uitoefende en slechts 15 gevallen was rapporteren van alle vormen van geweld verplicht, inclusief het bedreigen van burgers met een vuurwapen.

Onderzoekers berekenden dat het in acht nemen van alle genoemde maatregelen zou kunnen leiden tot een vermindering van 72% van het aantal geweldsdoden door de politie.

Gevangenissen

Het Amerikaanse rechtssysteem wordt nauwlettend in de gaten gehouden en staat onder druk om te hervormen dankzij initiatieven zoals het Art for Justice Fund, Open Society Foundation en vele rapporten[20]. Hierbij wordt één aspect grotendeels over het hoofd gezien: Het ontwerp van gevangenissen[21]. Het Amerikaanse gevangeniswezen is hard en bruut. Het is niet verwonderlijk dat de meeste mensen een gevangenis verlaten als crimineel voor het leven.

Sinds 2016 richt niemand minder dan sterarchitect Frank Gehry (Guggenheim Bilbao!) zich op dit onderwerp. De inspanningen van Gehry, samen met zijn studenten, worden geïllustreerd in de documentaire ‘Frank Gehry: Building Justice’: Wat als we mensen als mensen gaan behandelen – hoe zou de gevangenis er dan uit zien?, vraagt ​​Gehry zich af in deze documentaire. De documentaire is hier te bekijken.

We zien dat Gehry’s studenten Scandinavische gevangenissen bezoeken, die gbaseerd zijn op herintrede in plaats van afstraffing door ontbering.

Impact van de politieacademie

Susan Rahr’s verwisselde haar rol als sheriff van King County, Washington, met die van hoofd van een regionale politieacademie. Ze was al jaren verontrust door het gemak en de gretigheid van het gebruik van geweld door politieagenten en nam aan dat de politieacademie het verschil kan maken. Toen ze de academie betrad, was haar eerste indruk de dominantie van een militaristische cultuur. Naleving van regels was gebaseerd op de dreiging met straf in plaats van op het hanteren van ethische principes.

Haar intentie, die landelijk de aandacht trok, was dat politieagenten het imago van ‘beschermer’ gaan krijgen: Personen met een breed scala aan vaardigheden, die tegelijkertijd wijs en humaan zijn[22]. Om dit doel te bereiken, breidde ze de opleiding uit met oefeningen om gespannen situaties te hanteren zonder toevlucht te nemen tot geweld, om een probleem op te lossen zonder een arrestatie te doen, en om politieoptreden te bekijken door de ogen van een veronderstelde dader.

In een interessant interview[23]met vijf vertegenwoordigers van groepen die zich slachtoffer voelen van het justitieel beleid in de VS, betwist niemand de rol van politie als zodanig. Daarentegen pleiten alle deelnemers pleiten voor burger-toezicht, wat betekent dat gemeenten beslissen over wat een veilige samenleving is en met welke methoden het recht wordt gehandhaafd.

De rol van technologie

Gezien deze achtergrond, is het lastig om het enthousiasme te delen van ‘smart city’ adepten jegens de voordelen van technologie om misdaad te bestrijden[24]. Technologie zal criminaliteit niet doen verdwijnen en criminele organisaties zullen uiteindelijk de technologische expertise van de politie overtreffen. Technologie is ook geen oplossing voor de oorzaken van criminaliteit zoals armoede, uiteengevallen gezinnen, gender-gerelateerd en ander geweld en verslaving. 

Toch kan technologie een aanvullend hulpmiddel zijn binnen een meer humane benadering van veiligheid, gesteld dat de techniek betrouwbaar is en er geen twijfel hoeft te bestaan over de integriteit van degenen die over het gebruik ervan beslissen. Hieronder volgt een beknopt overzicht van huidige trends in de inzet van technologie in de bestrijding van de misdaad. De voorbeelden komen onder andere uit de Smart City Solution Database, een uitgebreide verzameling smart city-applicaties, tools en beleid [25]en een rapport van het McKinsey Global Institute, Smart Cities: digitale oplossingen voor een leefbare toekomst[26].

Misdaden oplossen

De snelheid waarmee de politie op de plaats van een misdrijf arriveert beïnvloedt de kans op oplossing ervan. Soms kunnen daders nog worden aangetroffen of zijn hun sporen nog vers. Daarom rusten steden wijken waarin veel misdrijven plaatsvinden uit met sensoren die schoten registreren.


Shotspotter

Om schoten te detecteren, zijn er ongeveer 30 – 40 akoestische sensoren per vierkante kilometer nodig. Deze akoestische sensoren registreren geluid, locatie en tijd. Wanneer een wapen wordt afgevuurd, lokaliseert audio-triangulatie de juiste locatie en algoritmen analyseren het geluid. Tussen het moment waarop de schoten worden gelost en het alarm in het dichtstbijzijnde politiebureau afgaat, liggen slechts 45 seconden[27]. Deze korte video laat zien hoe de shotspotter werkt.


Er zijn nog andere hulpmiddelen die de opsporing van criminelen ondersteunen. Elk misdrijf laat een voetafdruk achter, soms letterlijk, en technologie als de Criminal Finder, helpen om de eigenaars van die ‘voetafdruk te vinden.


Criminal Finder

De Criminal Finder gebruikt kunstmatige intelligente om criminelen te vinden door gegevens over een groot aantal misdrijven in het nabije verleden te vergelijken met gegevens over de plaats van het misdrijf. Met elk nieuw misdrijf neemt het vergelijkingsmateriaal van de database toe[28].


Misdaadpreventie

Misdaadpreventie is het ultieme doel van politieactiviteit, uiteraard zonder de wortels van de criminaliteit aan te pakken. Desalniettemin zal niemand ontkennen dat het voorkomen van criminaliteit een groot goed is. Een elementair voorbeeld van criminaliteitspreventie is het in kaart brengen van gegevens over de tijden, locaties en aard van eerdere misdaden om inzicht te geven waar en op welke tijden politiepatrouilles moeten patrouilleren. Soms worden deze gegevens met het publiek gecommuniceerd. De mobiele app CrimeRadar onthult realtime gevarenzones die het publiek beter kan vermijden.


CrimeRadar (Rio de Janeiro)

CrimeRadar gebruikt algoritmen om misdaadpatronen te voorspellen op basis van misdaadrapporten[29]. De applicatie schat de waarschijnlijkheid van toekomstige misdrijven, op basis van een wiskundige beoordeling van de locatie, timing en kenmerken van miljoenen individuele misdaden (moord, geweld, ontvoering, diefstal, verkrachting) van januari 2010 tot april 2016. Na deze datum wordt de onderliggende dataset om onbekende redenen niet meer bijgewerkt. Burgers weten het met deze app. wanneer ze bepaalde plaatsen moeten vermijden.


Voorspellend politieonderzoek

Voorspellend politieonderzoek gebruikt wiskundige methoden en analytische technieken om potentiële criminele activiteiten te identificeren. De politie van New York gebruikt een geavanceerd programma en een database van meer dan 42.000 mensen. Eén procent (!) van de mensen in de database is wit, 66%  zwart en 31,7% Latino.

Met dit systeem kan de politie onmiddellijk gedetailleerde informatie krijgen over personen die worden gevolgd of gearresteerd. Het systeem is verbonden met 9.000 videocamera’s en het heeft ook toegang tot gegevens van 2 miljoen nummerplaten, 100 miljoen aangiften, 54 miljoen oproepen met het alarmnummer, 15 miljoen klachten, 12 miljoen strafregisters, 11 miljoen arrestaties en 2 miljoen huiszoekingen.

Een machine learning-algoritme die bekend staat als Patternizr verbindt verdachte personen met onopgeloste misdaden door vergelijkbare patronen en gedragskenmerken op te sporen. De algoritme is getraind met behulp van politiegegevens van tien achtereenvolgende jaren aan de hand van handmatig geïdentificeerde misdaadpatronen. Patternizr werd in 2017 in gebruik genomen met de hulp van honderd civiele analisten. De initiële ontwikkelingskosten waren $ 350 miljoen.

Veel andere steden implementeren vergelijkbare systemen, bijvoorbeeld York[30]en Glasgow[31]. Een volledig operationeel systeem, zij het minder technologisch geavanceerd, is te vinden in Moskou[32].


Moskou videobewakingssysteem

Het systeem – dat $ 250 miljoen kost – maakt gebruik van 128.000 (!) particuliere videobewakingscamera’s in openbare ruimtes, binnenplaatsen, ingangen, scholen en nog eens 9.000 camera’s op verkeersknooppunten, in de metro en in culturele, sportieve en sociale ruimtes. Het is in staat om gezichten te identificeren en ondersteunt een breed scala aan politietaken, zoals de automatische productie van bekeuringen. Er worden ongeveer 75.000 boetes worden per dag uitgeschreven.


Deze geavanceerde systemen werken nog te kort om hun effectiviteit te evalueren. De politie zelf meldt een aanzienlijke daling van criminele activiteiten. Een studie van het Max Planck Instituut voor Buitenlands en Internationaal Strafrecht concludeert na drie jaar onderzoek dat het nog niet mogelijk is om definitieve uitspraken te doen over de effectiviteit van de software. Het pilotproject is in 2018 daarom een tweede fase ingaan[33].

De behoefte aan burgertoezicht

In de VS heerst sepsis over de integriteit van het justitiële systeem, inclusief de politie. Een aantal steden, zoals Seattle, Oakland, Berkeley en Davis, heeft burgertoezicht op het gebruik van nieuwe technologieën door de politie verplicht gesteld. Bovendien hebben zij het gebruik ervan verboden zonder goedkeuring van de lokale overheid.

In New York werd in 2017 een gemeentelijke bepaling voorgesteld om het gebruik van kunstmatige intelligentie te reguleren, de Public Oversight of Surveillance Technology Act (POST)[34]. In tegenstelling tot vergelijkbare verordeningen in San Francisco en Oakland vereist deze bepaling alleen dat de politie informatie beschikbaar stelt over de technologie die wordt ingezet. Het gebruik van nieuwe bewakingstechnologie wordt daarentegen niet ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad[35]. Tot op de dag van vandaag is deze bepaling nog steeds niet aangenomen. 

Het Legal Defence and Educational Fund, een prominente burgerrechtenorganisatie in de VS, drong er bij het stadsbestuur van New York op aan het gebruik van gegevens te verbieden die beschikbaar zijn gekomen met behulp van een discriminerend danwel bevooroordeeld handhavingsbeleid[36]. Deze wens is in juni 2019 ingewilligd en dit leidde ertoe dat het aantal personen dat is opgenomen in de database is teruggebracht van 42.000 naar 18.000. Het betrof alle personen die zonder concrete verdenking in het systeem waren opgenomen.

Terwijl de beraadslagingen in New York doorgaan, ging San Francisco een paar stappen verder en werd de eerste stad die het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie door de politie en andere openbare instanties verbood[37]. De gemeenteraad was het ermee eens dat gezichtsherkenning ooit een waardevol hulpmiddel zou kunnen worden. Op dit moment kan echter niet worden gegarandeerd dat gezichtsherkenning op verantwoorde wijze en zonder discriminerende effecten wordt gebruikt. Gewoon door het feit dat de technologie er niet klaar voor is.

Experts erkennen dat de kunstmatige intelligentie die aan gezichts-herkenningssystemen ten grondslag ligt nog steeds onnauwkeurig is, vooral als het gaat om het identificeren van de niet-blanke bevolking[38].

Rekognition: Amazon’s technologie voor gezichtsbewaking

In een test vorig jaar door de ACLU, verwarde Rekognition, de gezichtsherkenningssoftware van Amazon ten onrechte de gezichten van 28 leden van het Amerikaanse Congres met die van arrestanten. Ook hier waren het vooral niet-blanke leden van het congres[39].  

Het Center on Privacy and Technology van Georgetown concludeert dat er sinds 2016 zo veel gevallen bekend zijn geworden van fouten in en misbruik van gezichtsherkenningstechnologie dat dat lokale, provinciale en federale overheden deze technologie zouden moeten verbieden[40].

Privé domein

Terwijl in het publieke domein de weerstand tegen gezichtsherkenning op basis van algoritmen en kunstmatige intelligentie snel toeneemt, nemen de commerciële toepassingen van deze technologie in sneltreinvaart toe. De technologie belooft bijvoorbeeld een alternatief voor falende politie-interventie tegen winkeldieven.

Facewatch

Facewatch is een gezichtsherkenningsbedrijf in het Verenigd Koninkrijk. Het cloudgebaseerde beveiligingssysteem voor gezichtsherkenning beschermt bedrijven tegen criminaliteit. Het systeem stuurt onmiddellijk waarschuwingen wanneer personen die betrokken waren bij winkeldiefstal en andere criminele activiteiten het bedrijf betreden[41].


Afgezien van hun twijfelachtige betrouwbaarheid, brengen dit soort systemen winkelpersoneel in een onmogelijke positie. Het is te veel gevraagd dat een winkelbediende een klant weigert op basis van een waarschuwing van het systeem. De politie bellen, als deze klant inderdaad de winkel verlaat zonder te betalen, zet ook geen zoden aan de dijk. Fysieke weerstand bieden is een slecht idee. In een warenhuis kunnen veiligheidsbeambten de verdachte stalken die dan waarschijnlijk het pand zal verlaten en om elders slag te slaan.

Veiligheid in de humane stad

Daling van criminaliteit hangt samen met het verbeteren van de kwaliteit van leven van het armste deel van de samenleving in plaats van groeiende ongelijkheid toe te laten. Dit gaat noodzakelijkerwijs gepaard met het verbeteren van de opleidingsmogelijkheden voor de jongste kinderen, het creëren van een respectvolle en uitdagende omgeving op scholen en het voorkomen van genderongelijkheid.

Het zou naïef zijn om te denken dat minder ongelijkheid en verbetering van inkomen, banen en huisvesting voor de armste groepen de criminaliteit geheel zullen doen verdwijnen. Hebzucht, zoeken naar sensatie, verveling, lidmaatschap van verkeerde groepen, foute connecties, imitatie, psychische aandoeningen hangen niet noodzakelijk samen met armoede. Bovendien zijn ook rijke mensen op veel manieren betrokken bij activiteiten op de rand van de wet en daar overheen maar zij zijn omringd door advocaten, en invloedrijke relaties die effectieve bescherming bieden.

Scholing, zeker als deze al op zeer jonge leeftijd begint, kan problemen in de huiselijke sfeer gedeeltelijk compenseren. Ook de kwaliteit van het sociale leven in buurten, inclusief een bepaald niveau van sociale controle, heeft invloed. In al deze gevallen ondersteunt zichtbare aanwezigheid van wijkagenten zonder onnodig machtsvertoon de noodzakelijke samenwerking tussen politie en burgers. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat jonge kinderen na een ongedwongen eerste criminele activiteit recidive worden.

Dit alles laat onverlet de noodzaak van een professionele en politie, ondersteund door geavanceerde technische hulpmiddelen. Geen enkele technologie, indien bewezen effectief en niet discriminerend, is bij voorbaat uitgesloten. Het is echter de vraag of dit moet leiden tot de huidige ontwikkeling van bewaakte steden, aangemoedigd door ‘smart city’ adepten. 

Het pad dat hierboven is geschetst is lang, maar het wijkt radicaal af van wat er momenteel over de hele wereld gebeurt. Ik ben bang dat het gebruik van technologie door een militaristische en autoritaire politieorganisatie de politie van burgers vervreemdt. De torenhoge investeringen in technologische expertise halen het niet bij hetgeen waartoe een onzichtbare, gedistribueerde en ‘agile’ organisatie binnen de criminele wereld in staat is, die zich bovendien – per definitie – niet aan de wet hoeft te houden.

Tot slot vat ik de kenmerken samen van een humane benadering van veiligheid in onze steden, rekening houdend met de relatie tussen criminaliteit en armoede, levensomstandigheden, gebrek aan opleiding en ontwrichtende gezinsomstandigheden. Ook het gedeeltelijk falen van politie en justitie om criminelen op he rechte pad te krijgen speelt daarbij een rol.


Acties voor een humane weg naar veilige steden

1. Beschikbaarheid van banen, voldoende inkomen en goede levensomstandigheden voor alle volwassen leden van de samenleving, rekening houdend met individuele voorkeuren.

2. Het aanbieden van kwalitatief goede verplichte scholing voor alle kinderen van twee jaar en ouder, waardoor hun intellectuele, sociale en creatieve ontwikkeling wordt versterkt en voldoende mogelijkheden voor pre-schoolse opvang van kinderen van drie maanden en ouder.

3. Ontwikkeling van een veelzijdige leefomgeving in buurten, die ruime mogelijkheden biedt voor spelen en sociale activiteiten voor alle bewoners, waardoor een bepaald niveau van sociale controle wordt gecreëerd.

4. Niet-agressieve zichtbaarheid van politie in buurten, ter ondersteuning van de leefbaarheid en met een geschoolde blik op opkomend afwijkend gedrag van kinderen (en volwassenen) in samenwerking met relevante instellingen

5. Zichtbaarheid van politie in centrale delen van de stad ondersteund door technologische en niet-discriminerende hulpmiddelen.

6. Het gebruik van technologische hulpmiddelen door politie en justitie, inclusief het gebruik van algoritmen en kunstmatige intelligentie, staat onder toezicht van vertegenwoordigers van de gemeenschap. Deze worden ondersteund door experts die adviseren over de effectiviteit van ingezette en toekomstige apparatuur en de (ongewenste) bij- bijwerkingen.

7. Witteboordencriminaliteit wordt krachtig aangepakt mede om te voorkomen dat deze een alibi wordt voor andere mensen om de wet te overtreden.

8. Gevangenissen bieden humane levensomstandigheden, ook als het beschermen van de samenleving voor recidive een lange periode van hechtenis vereist.

9. De maatschappij investeert het voorkomen dat (jonge) criminelen recidivisten worden, hetgeen veel verder gaat dan alleen het verlenen van taakstraffen.

10. Degenen die schade toebrengen aan openbare en privé-eigendommen zijn altijd verplicht om deze te vergoeden. Terugbetaling vindt plaats in realistische maandelijkse termijnen en de schuld kan worden verminderd in geval van aanhoudend goed gedrag.

11. De organisatie van de politie verandert van een militaire in een moderne publieke organisatie die balanceert tussen individuele verantwoordelijkheid en doelmatige coördinatie van activiteiten.


[1]https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(02)11133-0/fulltext

[2]https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Crime_statistics

[3]https://www.bocsar.nsw.gov.au/Documents/CJB/cjb54.pdf

[4]https://medium.com/@bikomandelagray/when-poverty-becomes-criminality-4c712ac1334e

[5]https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3969807/

[6]https://medium.com/s/freakonomicsradio/abortion-and-crime-revisited-c33c70e2b447

[7]https://www.aeaweb.org/articles?id=10.1257/089533004773563485

[8]https://www.nber.org/papers/w8004

[9]https://www.nber.org/papers/w25863

[10]https://medium.com/s/social-network-theory/social-capital-and-norms-how-we-police-our-networks-9cae2de641d

[11]https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&cad=rja&uact=8&ved=2ahUKEwicz_zJtufjAhUHqaQKHSo5ALEQFjAAegQIABAC&url=http%3A%2F%2Fwww.veiligheidsmonitor.nl%2Fdsresource%3Fobjectid%3D340&usg=AOvVaw3Zf-fGHge0wN-Swy6Q9qqw

[12]http://safecities.economist.com/safe-cities-index-2017

[13]https://dkf1ato8y5dsg.cloudfront.net/uploads/5/82/safe-cities-index-eng-web.pdf

[14]https://www.beesmart.city/solutions/apps-program

[15]https://medium.com/@avivash/what-drives-police-to-abuse-power-3d0ec6b4ecf5

[16]https://medium.com/@avivash/what-drives-police-to-abuse-power-3d0ec6b4ecf5

[17]https://medium.com/s/story/slavery-and-the-origins-of-the-american-police-state-ec318f5ff05b

[18]https://extranewsfeed.com/all-cops-are-bad-how-modern-police-institutions-negate-moral-responsibility-700629756fa4

[19]https://medium.com/theintercept/here-are-eight-policies-that-can-prevent-police-killings-b94fe8b2bdf3

[20]https://www.prisonpolicy.org/blog/2017/12/28/investigative-reporting-2017/?utm_medium=website&utm_source=archdaily.com

[21]https://www.archdaily.com/920799/documentary-film-explores-how-architects-can-help-reform-the-criminal-justice-system?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

[22]https://medium.com/upstanders/the-empathetic-police-academy-266e7f47e44b

[23]https://medium.com/embrace-race/black-native-lgbtq-immigrant-and-masa-community-organizers-weigh-in-on-policing-2ece3f7b1483

[24]https://blog.sbo.nl/veiligheid/de-slimme-en-veilige-stad/

[25]https://www.beesmart.city

[26]https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/industries/capital%20projects%20and%20infrastructure/our%20insights/smart%20cities%20digital%20solutions%20for%20a%20more%20livable%20future/mgi-smart-cities-full-report.ashx

[27]https://www.beesmart.city/solutions/shotspotter

[28]https://www.beesmart.city/solutions/criminal-finder

[29]rio.crimeradar.org/about

[30]ttps://www.beesmart.city/solutions/york-regional-police-yrp-business-intelligence-bi-initiative

[31]https://www.beesmart.city/solutions/glasgow-operations-centre

[32]https://www.mos.ru/en/news/item/20619073/

[33]https://www.ifmpt.de

[34]https://en.wikipedia.org/wiki/Police_surveillance_in_New_York_City#Governance_/_Policy

[35]https://www.brennancenter.org/sites/default/files/analysis/Fact-Check-The-POST-Act-National-Security.pdf

[36]https://web.archive.org/web/20190608190638/https://www1.nyc.gov/assets/adstaskforce/downloads/pdf/ADS-Public-Forum-Comments-NAACP-LDF.pdf

[37]https://www.sfchronicle.com/politics/article/San-Francisco-bans-city-use-of-facial-recognition-13845370.php?psid=4m7j0

[38]http://proceedings.mlr.press/v81/buolamwini18a/buolamwini18a.pdf

[39]https://www.aclu.org/blog/privacy-technology/surveillance-technologies/amazons-face-recognition-falsely-matched-28

[40]https://www.georgetowntech.org/news-fullposts/2019/5/16/may-16-2019

[41]https://www.facewatch.co.uk

De veerkrachtige stad

Alle steden hebben te maken met rampen. Ze kunnen zich hierop voorbereiden en soms kunnen deze ook worden voorkomen. Nodig zijn een daadkrachtige overheid, maar ook weerbare bewoners. Een rampenplan is in geen geval voldoende.

De ultieme vorm van veerkracht: Floating Oceanix City – Bjarke Ingels Group

De manier waarop de bewoners van West Nederland hun leefgebied op de zee hebben veroverd is een goed voorbeeld van veerkracht. Huizen en landerijen zijn in de loop van de eeuwen menigmaal overstroomd. Later werden de huizen op terpen gebouwd, toen kwamen er dijken. Toen die niet hoog genoeg waren of doorbraken volgden hogere en sterkere dijken. Toen ook die in 1953 doorbraken volgde het Deltaplan.

Veerkracht

Veerkracht is: Ontwikkelen van capaciteit binnen individuen, gemeenschappen, instellingen, bedrijven en systemen om te overleven, zich aan te passen en te groeien, ongeacht welke chronische stress en acute schokken zich voordoen[1].

Veerkracht is een persoonlijkheidskenmerk maar ook een kenmerk van groepen mensen, steden en regio’s. De 100 Resilient Cities-beweging (100RC) noemt zeven eigenschappen.

Het gebruik van de term veerkrachtige stad is gepromoot door internationale organisaties en verenigingen van steden om deze te helpen beter om te gaan met rampspoed, zoals orkanen Katarina in de regio New Orleans (2005) en Sandy langs de oostkust van Noord-Amerika (2012 ).

Het begrip veerkracht is geleidelijk verruimd naar alle soorten risico’s, variërend van klimaatverandering, milieuschade tot armoede. Daarbij worden chronische spanningen en acute schokken onderscheiden. 

Chronische spanningen aanhoudende gebeurtenissen die de structuur van een stad verzwakken. Voorbeelden zijn: hoge werkloosheid, een ondoelmatig openbaar vervoersysteem, endemisch geweld en chronisch voedsel- en watertekort. 

Acute schokken zijn plotselinge gebeurtenissen die het leven in een stad ernstig verstoren. Voorbeelden zijn aardbevingen, overstromingen, uitbraken van ziekten, vliegtuigcrashes en terroristische aanslagen.

Veerkracht verwijst naar gedrag en beleid om met deze gevaren om te gaan, zoals:

  • Voorzorgsmaatregelen, gebaseerd op erkenning van en anticiperen op gevaren.
  • Omgangsstrategieën (coping) zoals directe acties om schade te beperken, slachtoffers te helpen en de schade te herstellen. 
  • Gevaren voorkomen of verminderen.

Deze drie aspecten komen hierna aan de orde.

Voorzorgsmaatregelen

Het moeilijkste probleem bij het anticiperen op gevaren is weten om welk gevaar het gaat. De lijst met chronische spanningen en acute schokken die een stad kan treffen is immers omvangrijk. Hoewel steden een overzicht van mogelijke gevaren en hun impact kunnen maken, is het beter om meer algemene voorzorgen te nemen, bijvoorbeeld maken van evacuatieplannen en ervoor zorgen dat communicatiekanalen beschikbaar blijven.


Inventarisatie van milieukenmerken

Als er verschillende potentiële bedreigingen zijn, is een regionaal omgevingsmonitoring-systeem nuttig. In Moskou meet een dergelijk systeem de kwaliteit van lucht, water en bodem, geluidsniveaus en gevaarlijke geologische processen[2].

Er zijn 56 geautomatiseerde stations die de luchtkwaliteit bewaken; 66 besturingslijnen voor oppervlaktewatermonitoring, 130 locaties voor bodemonderzoek en 13 locaties voor bodemtektoniek[3].

Particuliere ontwikkelaars hebben mobiele applicaties ontworpen (Plume Air Report, Moscow Air, Eco-monitor, Moscow Air Lite) voor online en real-time gebruik van deze gegevens


In gebieden waar overstroming een terugkerend fenomeen is, kunnen overheidsinstanties anticiperen op de dreiging door waarschuwings-systemen te installeren, verlening van noodhulp voor te bereiden, scenario’s te maken voor de evacuatie van bejaarden en zieken, pleinen en andere open ruimten aan te wijzen voor tijdelijke huisvesting, een voorraad aan te leggen van tenten, voedsel en drinkwater en medische bijstand te organiseren.

One Concern[4], een zogeheten benefit corporation, startte in 2018 met de voorspelling van overstromingen met behulp van kunstmatige intelligentie. Het bedrijf had eerder een nauwkeurige methode om aardbevingen te voorspellen ontwikkeld[5]. De onderstaande video geeft een indruk van deze geavanceerde methoden.


Voorspelling van overstromingen met kunstmatige intelligentie

Flood Concern brengt in kaart waar overstromingen het hardst kunnen toeslaan, tot vijf dagen voor een naderende storm. Het gaat om simulaties in de vorm van ‘time lapses’ die zichtbaar maken hoe het water zal stijgen, met welke snelheid en in welke richting. De kaarten geven ook aan welke delen van de infrastructuur overstroomd of beschadigd zullen worden en hoe pogingen om de gevolgen te beperken – van aanbrengen van zandzakken tot openen van sluizen – zullen uitwerken. Met behulp van deze gegevens kunnen reddingsteams bepalen welke wegen nog toegankelijk zijn en ze kunnen evacuatieroutes plannen[6].

De stroomrichting van buiten de oevers tredend water – Afbeelding Flood Concern

Naast voorspellen van risico’s, hebben steden ook realtime informatie nodig over getroffen gebieden. Burgers om hulp te vragen bij het verzamelen van gegevens is om verschillende redenen nuttig: De informatie zal uit alle delen van de stad komen en de burgers zien een mogelijke evacuatie aankomen.


In kaart brengen van overstromingen met crowdsourcing

Groot Jakarta kent geregeld overstromingen. PetaBencana.id[7], is een applicatie die sensorgegevens combineert met meldingen van burgers via sociale media. De kaarten die in realtime met deze gegevens worden gemaakt, geven de overheid en inwoners de best beschikbare informatie over de overstroming[8]. Als een inwoner van Jakarta het woord “banjir” (vloed) tweet met de tag @PetaJkt. vraagt ​​het systeem om foto’s met geotags door te sturen. Deze innovatieve tool wordt mogelijk gemaakt door CogniCity[9].


Een lijst maken van potentiële dreigingen is niet zo moeilijk: vliegtuigcrashes, terroristen die een dam opblazen of bezoekers van een voetbalwedstrijd bedreigen, het uitbreken van een tot dan toe onbekende dodelijke ziekte, een aanval door een buitenlandse mogendheid of, desnoods buitenaardse wezens.

Het is echter onmogelijk om voor elke bedreiging een apart plan te maken. De voorbereiding moet daarom op een meer abstract niveau plaatsvinden. Bijvoorbeeld, hoe te handelen als de toegangswegen onbegaanbaar zijn, een groot aantal mensen is overleden, er geen elektriciteit, water en gas is, een evacuatie binnen een paar uur moet plaatsvinden enz. 

Er moeten ook afspraken worden gemaakt met hulporganisaties en bekeken moet worden op welke communicatiemiddelen een permanent beroep kan worden gedaan. Verder moeten er afspraken zijn over de coördinatie van de operatie, ook als de meest in aanmerking komende personen niet langer beschikbaar zijn. Belangrijk is verder dat burgers betrokken worden bij de organisatie van de hulp.


Herstel van communicatiekanalen in rampgebieden

Dit jaar won IBM de Fast Company’s World Changing Company of the Year-prijs voor voor verschillende projecten die technologische knowhow gebruiken om mensenlevens te redden[10]. Een daarvan is een ingenieuze oplossing om internetverbindingen in door rampen getroffen gebieden te herstellen door een groot aantal kleine zeshoekige rubberen ballen in het gebied te droppen: Ze zijn waterdicht, kunnen drijven en functioneren overal waar ze terechtkomen. Elke bal bevat een klein en duurzaam mini Wi-Fi-relais. Door samen te werken, creëren ze een ad hoc mobiel netwerk.

Drijvende Wi-Fi versterkers – afbeelding IBM

Omgaan met rampspoed

In geval van gedwongen evacuatie van burgers moeten de plaatsen van bestemming zijn uitgerust met watertanks en voedsel. Samen met hulporganisaties moeten overheden binnen enkele dagen noodhospitalen kunnen bouwen[11]. Dit zijn slechts voorbeelden.

Zodra lokale autoriteiten zich bewust worden van een dreigende ramp, zijn voorbereidende maatregelen in orde. De inhoud daarvan hangt grotendeels af van de beschikbaarheid van scenario’s als hiervoor beschreven. In het geval van overstromingen of orkanen, variëren deze maatregelen van het verwijderen van losse voorwerpen tot het evacueren van burgers. Voorraden van noodzakelijk materiaal zijn ook erg belangrijk, zoals houten planken om ramen dicht te spijkeren, zandzakken, pompen en opblaasbare boten. 

In de VS bereiden niet alleen gemeenten hun burgers voor, maar ook verzekeringsmaatschappijen informeren hun klanten over de te nemen voorzorgsmaatregelen[12].

Haiti

Een van de meest dramatische voorbeelden om het concept veerkracht te bespreken is de massale aardbeving die heel Haïti vernietigde op 12 januari 2010. Zij kostte 316.000 mensen het leven en bijna evenveel mensen raakten gewond. Meer dan 1,5 miljoen mensen werden ontheemd. 

De aardbeving was nog maar het begin: In de volgende jaren zorgden andere natuurrampen voor duizenden nieuwe doden, hongersnoden en een dodelijke cholera-epidemie. De inspanningen om het land weer op te bouwen waren keer op keer voor niets. Tot nu toe, bijna negen jaar later, hebben miljoenen Haïtianen nog steeds humanitaire hulp nodig en velen wonen nog steeds in kampen zonder adequate sanitaire voorzieningen en drinkwater. In de tussentijd heeft de internationale gemeenschap € 8 miljard aan hulp ingezameld. Waar het geld voor werd gebruikt, is onduidelijk[13], wel hebben vele vrijwilligers een helpende hand geboden[14]

Het lijkt erop dat de wederopbouw van het land voornamelijk te danken is aan de veerkracht van de bewoners, die hun primitieve hutten keer op keer herbouwden met behulp van de resten van hun vorige noodopvang. 

Het overheidsapparaat van het land was al geruïneerd door de dictatoriale regimes van vader en zoon Duvalier. De meeste inwoners met enige opleiding zijn in die tijd naar het buitenland vertrokken.

Het bovenstaande voorbeeld toont het gecombineerde effect van een zeer verwoestende aardbeving, het totale gebrek aan voorbereiding aan zowel regeringskant als bij de bevolking en helaas de gedeeltelijke mislukking van de hulpoperatie.

Aardbevingen zijn waarschijnlijk de meest ernstige natuurrampen. Hun kracht kan de volledige infrastructuur verwoesten, van commandocentra tot de voorraad reddingsmaterialen. Dit onderstreept de noodzaak van redundantie bij het nemen van voorzorgsmaatregelen en van veerkracht als onderdeel van het sociaal kapitaal van de betrokken bevolking. Sociaal kapitaal maakt zelforganisatie, de bereidheid om samen te werken en vertrouwen mogelijk[15].


Zandstorm in de VAE – foto OECD

De extreem weer-app

Een gratis beschikbare app. waarschuwt burgers en de overheid voor de dreiging van extreme weersomstandigheden[16]. De app. detecteert ook mogelijke zandstormen, wat van groot belang is voor het Midden-Oosten. De app werkt met algoritmen die, gegevens als windsnelheid, vochtigheid en bodemgesteldheid verwerken.


De ultieme uitdaging voor een veerkrachtig beleid is het voorkomen of verminderen van de effecten van natuurlijke of door de mens veroorzaakte gevaren. Na de overstroming van delen van Nederland in februari 1953 was het Deltaplan bedoeld om bescherming te bieden tegen de ergst mogelijke stormen. Iedereen geloofde dat Nederland, toen het plan werd uitgevoerd, veilig was voor de komende eeuwen. Dit idee past niet in het perspectief van veerkracht. Het Deltaplan was gebaseerd op het weerstaan ​​van stormen die delen van het land in 1953 hadden vernietigd of krachtiger. Veerkracht vereist verder gaan dan bekende dreigingen. Dit zijn niet alleen zware stormen, maar ook een stijging van het niveau van de zee en een daling van bodem en grondwater[17]. Tegen deze achtergrond ontstond het idee van drijvende steden als ultieme vorm van veerkracht[18].

In aardbevingszones zijn nieuwe gebouwen over het algemeen bestand tegen aardbevingen. Maar dit betreft vooral de hoogbouw in de zakelijke districten en niet de plaatsen waar de meerderheid van de mensen woont, laat staan ​​de sloppenwijken waar wereldwijd een miljard mensen woont.

Veerkracht in de praktijk

Haïti illustreert dat een veerkrachtige bevolking alleen niet voldoende is om de schade van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampspoed aan te pakken. Maar Haiti staat niet alleen. De onderstaande voorbeelden laten zien dat resilience een interactie vereist tussen technologische oplossingen en investeringen in sociaal kapitaal[19] en dat er in dit opzicht nog een wereld valt te winnen.

New Orleans

In 2005 verwoestte de orkaan Katrina New Orleans. 80% van de stad werd overstroomd en de ramp kostte bijna 1.000 levens. De schade bedroeg $ 135 miljard. De impact van de storm werd echter nog verergerd door institutioneel racisme, verouderde infrastructuur en slechte economische omstandigheden.

Aan vier zijden omringd door water, heeft de stad zich gerealiseerd dat water een blijvend kenmerk van het stedelijke gebied is. Toen het herstel eenmaal begon, werden niet alleen systemen voor overstromingsrisico-beheer ontwikkeld, maar werd ook de veerkracht van de bewoners versterkt. 

Een voorbeeld is het Gentilly resilience district, waarin alle woongebieden systemen voor waterbeheers hebben met als doel het verminderen van overstromingsrisico’s, het voorkomen van bodemdaling, het bevorderen van waterretentie en het vergroten van de rol van de bevolking.

Gentile resilience district: park en water buffel – foto: gemeente New Orleans

Medellin

Medellin was tot voor enkele decennia geleden de wereldhoofdstad van de misdaad. Niettemin nam de bevolking snel toe, wat samenviel met andere chronische spanningen, zoals armoede, slechte planning en ontoereikende infrastructuur. De meest kwetsbare bewoners bouwden illegale huizen op hellingen buiten de stad die gevoelig zijn voor aardverschuivingen. Deze concentraties van armen en werklozen lagen ver verwijderd van het handelscentrum in de vallei en de diensten van de overheid.

Toen gebeurde het wonder: sinds 1991 is het aantal moorden met 95% gedaald en sinds het begin van de 21e eeuw is ook het percentage armen met 22,5% gedaald. Medellín bereikt dit door samenwerking tussen alle groepen binnen en buiten de gemeenteraad. De stad beëindigde herplaatsing van bewoners uit sloppenwijken naar hoogbouw. Ze begon te investeren in het upgraden van bestaande woonwijken en vooral het verbeteren van hun bereikbaarheid. Hiertoe werd een innovatief openbaar vervoersysteem ontwikkeld dat niet alleen de reistijd en verkeerscongestie verlaagde, maar ook de sociale samenhang en werkgelegenheid bevorderde.

New York

In 2012 eiste orkaan Sandy aan de Amerikaanse oostkust 160 doden en veroorzaakte $71 miljard schade. Vele duizenden huizen werden onbewoonbaar, vooral van het armere deel van de bevolking. New York City heeft een uitgebreid plan ontwikkeld om geïsoleerde en achtergestelde gemeenschappen te versterken en hun kwetsbaarheid te verminderen in het licht van toekomstige uitdagingen. Dit plan omvat versterking van huizen, een verhoogde kustlijn, verbeteringen van volkshuisvesting, vervoer en gemeenschapscentra.

Het herstel van de schade van de orkaan Sandy maakte het stadsbestuur bewust van de noodzaak van veerkracht en dit resulteerde in een nog veel groter project, met als doel New York te redden van overstromingen veroorzaakt door klimaatverandering[20]. De burgemeester van New York, Bill de Blasio, kondigde recent een kustbeschermingsproject van $ 10 miljard aan, ontworpen om Lower Manhattan te beschermen tegen overstromingen[21]. Zonder een dergelijk plan loopt 37% van de gebouwen in het zuidelijk deel van Manhattan in 2050 gevaar bij een stormvloed, oplopend tot 50% in 2100. Op dat moment zou 20% van de straten te maken krijgen met dagelijkse overstromingen als gevolg van de normale getijbewegingen.

Overstromingsrisico van Manhattan 2050 – 2100. – Afbeelding gemeente New York

Digitaal aardbevingsmanagement

Dit is een krachtig instrument om om risico’s op eenvoudige wijze prioriteiten te stellen bij de keuze van maatregelen[22]. Het bevordert samenwerking tussen alle betrokken partijen en biedt een platform voor burgers om actief samen te werken. Het instrument bestaat uit een web-gebaseerd platform, waar informatie kan worden ingevoerd en bewaakt, en een app, waar interactie met burgers plaatsvindt.


De vitaliteit van veerkrachtige steden

Het besef van de noodzaak om veerkracht te integreren in de stadsplanning is de laatste jaren snel toegenomen. Het werd het ‘ontwerp-imperatief’ van de 21e eeuw genoemd[23]. Ontwerp was vroeger gebaseerd op een reeks gedefinieerde gebruikers cases, die informatie opleveren over benodigde functionaliteiten, materialen, capaciteit en sterkte, iets dat ook wel het ‘happy path’ wordt genoemd. De realiteit is echter chaotisch en dingen gaan vaak anders dan voorzien.

Ontwerpen voor veerkracht is meer dan voorbereiding op rampen; het is een fundamentele verandering in de manier waarop we denken over (stedelijke) strategie en samenwerking. Daarom begint het opbouwen van een meer veerkrachtige wereld met het verbreden van het ontwerpproces door rekening te houden met de ‘unhappy paths’. Steden moeten holistisch kijken naar hun mogelijkheden en risico’s, in plaats van voort te gaan met een verkokerde aanpak, waarbij verschillende afdeling zich naast elkaar bezighouden met rampenplannen, duurzaamheid, economie, welzijn, ruimtelijke ordening en infrastructuur.

De veerkrachtbeweging kreeg een krachtige impuls nadat de Rockefeller Foundation in 2014 $ 100 miljoen investeerde in de 100 Resilient Cities-Challenge[24]. Hiertoe werd een autonome organisatie – 100RC – gecreëerd. De organisatie heeft drie cohorten van elk ongeveer 30-35 steden geselecteerd, resp. in december 2013, december 2014 en mei 2016. Rotterdam en Den Haag maken deel uit van deze groep.

Elk van de betrokken steden is in staat gesteld om een ​​’chief resilience officer’ aan te stellen. Deze is een interne aanjager en geeft leiding aan de ontwikkeling van een veerkracht-strategie.

Onlangs heeft het onafhankelijke Urban Institute een tussentijdse evaluatie uitgevoerd, als voorloper van de definitieve evaluatie in 2022[25]. Hierin staat dat 100RC has been influential as a provider of resilience assistance and an advocate to others for resilience investments. Dit vanwege de omvang van de middelen die zijn gebruikt (tot nu toe $ 164 miljoen), de schaal van de interventies die al hebben plaatsgevonden (2600 projecten ter waarde van $ 3,35 miljard) en de expertise ontwikkeling op het gebied van stedelijke veerkracht op wetenschappelijk en professioneel gebied.

Bij totale verrassing kondigde de Rockefeller Foundation op 1 april 2019 (sic) zonder enige uitleg aan om het programma stop te zetten[26]. Een uitdaging voor de veerkracht van de betrokken steden?

Strategie ontwikkeling

De ontwikkeling van een City Resilience-strategie is voor alle 100RC-partners verplicht[27]. Tijdens een periode van zes tot negen maanden brengt een stad daartoe de risico’s waarmee ze wordt geconfronteerd in kaart en ze ontwikkelt een holistische strategie om deze aan te pakken.

Het strategieopbouwproces is ontwikkeld en getoetst door Arup. Een korte video geeft een beeld van de procedure.

Het proces begint met een inventarisatie van sterkere en zwakkere punten vanuit een veerkrachtperspectief, samengevat in een veerkrachtindex. Onderdeel van dit proces is het verzamelen van gegevens en het vullen van de cellen van het zogenaamde City Resilience Framework[28]. De gegevens worden ‘gewogen’ door gebruik te maken van de zeven al genoemde kenmerken van veerkracht. Dit deel van het proces is een gezamenlijke inspanning waarbij honderden burgers en andere belanghebbenden zijn betrokken. Vervolgens worden veerkracht-doelen geformuleerd.

City resilience framework – afbeelding 100RC

Rotterdam formuleerde zeven van deze veerkracht-doelen, die worden gerealiseerd door middel van 60 projecten[29].

De zeven veerkracht-doelen van Rotterdam zijn:

1. Rotterdam: een evenwichtige samenleving

2. World Port City gebouwd op schone en betrouwbare energie

3. Rotterdam Cyber ​​Port City

4. Klimaat Adaptieve stad naar een nieuw niveau

5. Infrastructuur klaar voor de 21e eeuw

6. Rotterdam-netwerk – echt onze stad

7. Verankering van veerkracht in de stad

Bijna alle plannen die ik heb onderzocht hebben vergelijkbare hoofdstukken, eveneens resulterend in tientallen acties en intenties voor verder onderzoek. De meeste strategieën verwijzen naar reeds bestaande planningsdocumenten, soms met de suggestie om daaraan het perspectief van veerkracht toe te voegen.


Tools en formats om een ​​veerkracht-strategie te formuleren

Ambtenaren en politici staat een groot aantal hulpmiddelen ter beschikking om de veerkracht van hun stad te versterken. De volgende bronnen geproduceerd door Arup zijn zeer informatief en gratis beschikbaar dankzij de Rockefeller Foundation.

• De veerkrachtstrategieën van bijna alle 100 steden[30].

• Uitgebreide uitleg over het gebruik van het resilience-framework en de ontwikkeling van de resilience-index[31].

• Hulpmiddelen voor het ontwerpen en organiseren van samenwerkingsprocessen[32].


Kennisnemen van de veerkracht-strategieën van de steden verspreid over de hele wereld is hartverwarmend. Ze zijn geschreven vanuit een burgergecentreerd perspectief en alle plannen besteden aanzienlijke aandacht aan de relatie tussen door de risico’s, armoede en ongelijkheid.

De acties die worden voorgesteld zijn meestal: Verbetering van huisvesting, creëren van banen, leefbare inkomens en basisvoorzieningen, versterking van het gemeenschapsgevoel, verbetering van de communicatie tussen bestuur en burgers, bescherming tegen opwarming van de aarde door gebruik van koolstofvrije energie en bescherming tegen natuurlijke gevaren.

De meeste strategieën zijn gericht op door de mens veroorzaakte gevaren en hun preventie in het bijzonder. Ik had een meer uitgebreide uitwerking verwacht van het omgaan met natuurlijke rampen en in het bijzonder de voorbereiding van burgers daarop. In plaats daarvan wordt soms volstaan met een verwijzing naar bestaande rampenplannen. Maar deze plannen zijn in de eerste plaats scenario’s voor hulpdiensten. Wat een stad veerkrachtig maakt, is ook de manier waarop de burgers zelf en samen omgaan met noodsitiaties.

De twaalf aspecten van het ‘City resilience framework’ vertonen een aanzienlijke overlap met de gebruikelijke thema’s van stedelijke planning. Daarom is een volgende stap het integreren van het veerkracht-perspectief in gangbare planningsdocumenten. Desalniettemin was het ontwikkelen van veerkracht-strategieën een waardevolle actie, mede vanwege de betrokkenheid van veel burgers. Als gevolg daarvan hebben burgers een veel centralere positie gekregen dan in andere strategische plannen, die vooral uitgaan van (economische) groei.

Veerkracht in de humane stad

Het concept veerkracht wortelt in een diep verlangen om het lijden van de ontelbare slachtoffers van chronische stress en acute schokken te verzachten en mensen te vrijwaren voor toekomstig leed. Alle plannen die door de 100RC-steden zijn ontwikkeld, zijn stappen in deze richting. Het is pijnlijk om te zien hoe gebrek aan financiële middelen het onmogelijk maakt om de intenties te realiseren. De ontwikkeling van de veerkracht-strategie van Athene bijvoorbeeld kende een voorbeeldige participatieve aanpak, maar vrijwel elke wenselijke actie loopt aan tegen de armoede van de gemeente en haar inwoners. Hetzelfde geldt voor veel steden in ontwikkelingslanden en – in tegenstelling tot de rijkdom van een klein deel van de burgers – voor steden in de VS.

Acute schokken en chronische stress blijken vrijwel altijd in verband te staan met de wereldwijde ongelijke verdeling van hulpbronnen en het misbruik van macht.

Voor zover rampspoed een natuurlijke oorsprong heeft, had een betere infrastructuur veel schade kunnen voorkomen, alleen al door betere technieken om stormen en aardbevingen te voorspellen. Als ze toeslaan, treffen ze de arme bevolking het meest.

In het geval van door de mens veroorzaakte rampspoed, speelt armoede, ongelijkheid en machtsmisbruik een rol. Medellin is een hoopvol voorbeeld dat vastberaden beleid de cirkel van criminaliteit en armoede kan doorbreken.

Ten slotte vat ik de essentie van een humane benadering van veerkracht in onze steden samen.


Acties voor een humane benadering van veerkracht in steden

1. De meeste wereldsteden staan voor de opgave om veerkracht te integreren in hun toch al overladen takenpakket. Tegelijkertijd hebben ze een chronisch tekort aan middelen. Hun aandeel in de nationale begroting moet aanzienlijk groeien, wat uiteindelijk betekent dat de nationale inkomsten van elk land anders moeten worden verdeeld.

2. Op dit moment wordt het broeikaseffect algemeen erkend als een van de meest bedreigende chronische spanningen. De energietransitie geldt als het antwoord daarop. Dat is maar deels het geval: Helaas zal zelfs een volledige stopzetting van de emissie van broeikasgassen in 2050 de opwarming van de oceanen, het toenemende aantal stormen en regenval en de voortschrijdende woestijnvorming elders niet onmiddellijk stoppen. De atmosfeer is immers verzadigd met CO2 en andere broeikasgassen.

3. Het perspectief van veerkracht op de lange termijn zal de stedelijke planning radicaal veranderen. Afgezien van de noodzaak van grondige verbeteringen in de fysieke inrichting van steden in het volgende decennium, staat het voortbestaan ​​van veel steden zelf op het spel als gevolg van de stijging van de zeespiegel. Dit veerkrachtdenken op lange termijn staat nog in de kinderschoenen.

4. Steden moeten, in samenwerking met nationale autoriteiten, investeren in geavanceerde prognosetechnieken van (natuurlijke) rampen, waarbij gebruik wordt gemaakt van sensoren en kunstmatige intelligentie. Alle strategieën om de gevolgen van rampen te verminderen vereist betere kennis van het voorkomen, de intensiteit, het gedrag en de impact van dreigende gevaren.

5. Rampenplannen worden ontwikkeld samen met burgers, die mogelijk specifieke rollen toegewezen krijgen, mochten deze plannen uitgevoerd moeten worden. De voorbereiding op acute schokken houdt ook de voorbereiding in van ruimte voor tijdelijke huisvesting, het in kaart brengen van tijdelijke externe communicatiekanalen en het voorbereiden van strategieën voor (tijdelijke) herbouw of verwoeste delen van de stad.

6. De relatie tussen door de mens veroorzaakte ramspoed en onvoldoende huisvesting, ziekte, gebrek aan opleiding, werkloosheid, lidmaatschap van bendes en misdaad is bewezen, maar wordt vaak verwaarloosd. Hetzelfde geldt voor minder tastbare effecten zoals gebrek aan identificatie, zelfverloochening en depressie. Voor elke stad is de eerste, zij het grote stap naar veerkracht het verhogen van het inkomen, het bieden van behoorlijke huisvesting en werken een aantrekkelijke leefomgeving.

7. Secularisatie en individualisering en meer in het algemeen verlies van sociaal kapitaal kenmerken het leven in de hedendaagse stad. Dit geldt voor alle sociale groepen en gaat gepaard met groeiend wantrouwen, verminderde deelname aan gemeenschapsleven en minder bereidheid om te helpen. Al deze omstandigheden verzwakken de veerkracht. Steden kunnen dit proces omkeren door “commoning” – initiatieven op buurtniveau – te stimuleren en te ondersteunen, de identiteit van de stad te versterken en vooral door participatie en zelfbestuur van burgers op alle niveaus mogelijk te maken.


[1]http://www.100resilientcities.org/resources/

[2]http://mosecom.ru/

[3]https://www.beesmart.city/solutions/environmental-monitoring-system

[4]https://www.oneconcern.com

[5]https://www.forbes.com/sites/marshallshepherd/2019/02/07/from-rooftop-safe-haven-to-ai-a-new-generation-of-disaster-recovery-is-born/#449c9b843f27

[6]https://www.fastcompany.com/90328015/this-tech-tells-cities-when-floods-are-coming-and-what-they-will-destroy

[7]https://petabencana.id

[8]https://info.petabencana.id/

[9]https://icos.urenio.org/applications/cognicity/

[10]https://www.fastcompany.com/90259313/ibm-is-funding-a-fleet-of-rubber-ducky-inspired-gadgets-to-help-disaster-response

[11]https://media.ifrc.org/ifrc/what-we-do/disaster-and-crisis-management/disaster-preparedness/

[12]http://understandinsurance.com.au/preparing-for-disasters

[13]https://www.huffpost.com/entry/haiti-earthquake-anniversary_n_5875108de4b02b5f858b3f9c?ncid=engmodushpmg00000004

[14]https://www.mercycorps.org/articles/haiti/5-years-after-quake-journey-relief-recovery

[15]http://www.oecd.org/innovation/research/1825848.pdf

[16]https://www.oecd.org/gov/innovative-government/embracing-innovation-in-government.pdf

[17]https://stadszaken.nl/ruimte/openbare-ruimte/2139/wat-doen-we-tegen-bodemdaling-lessen-uit-rotterdam-en-woerden

[18]https://www.archdaily.com/918438/bjarke-ingels-ted-talk-on-floating-cities-and-the-lego-house?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

[19]http://100resilientcities.org/wp-content/uploads/2017/07/WEB_170720_Summit-report_100rc-1.pdf

[20]https://medium.com/mit-technology-review/the-mind-boggling-task-of-protecting-new-york-city-from-rising-seas-1efdfa5c4a32

[21]https://www.nycedc.com/sites/default/files/filemanager/Projects/LMCR/Final_Image/Lower_Manhattan_Climate_Resilience_March_2019.pdf?utm_medium=website&utm_source=archdaily.com

[22]https://www.beesmart.city/solutions/h-a-r-d-disaster-risk-assessment-made-simple

[23]https://modus.medium.com/resilience-is-the-design-imperative-of-the-21st-century-5df4b146f9e9

[24]https://modus.medium.com/resilience-is-the-design-imperative-of-the-21st-century-5df4b146f9e9

[25]https://100rc.app.box.com/v/Midterm-Report/file/362759090369

[26]https://www.fastcompany.com/90328267/the-rockefeller-foundation-is-unceremoniously-ending-its-successful-resilience-program

[27]https://www.100resilientcities.org/how-to-develop-a-resilience-strategy/

[28]https://assets.rockefellerfoundation.org/app/uploads/20160105134829/100RC-City-Resilience-Framework.pdf

[29]https://s3.eu-central-1.amazonaws.com/storage.resilientrotterdam.nl/uploads/2017/11/09115607/strategy-resilient-rotterdam.pdf

[30]https://www.100resilientcities.org/strategies/

[31]https://www.arup.com/perspectives/city-resilience-index

[32]https://www.dropbox.com/s/wavi1sk9lmudj7o/CRI%20Exploring%20Resilience%20Toolkit.pdf?dl=0

Inleiding bij een nieuwe reeks

Het begrip ‘smart city’ roept gemengde gevoelens op. Ergens tussen utopie en dystopia. Een beter uitgangspunt voor stedelijke ontwikkeling is de wens een humane stad te zijn. Technologie kan daarbij helpen. In 18 korte essays onderzoek ik hoe.

De ontwikkeling naar een humane stad gebeurt niet vanzelf: Het is een keuze die veel inspanning vergt. Als deze keuze eenmaal is gemaakt, ligt het ‘slimme’ gebruik van technologie voor de hand. Immers, welke stad wil dom zijn? Slim (smart) doelt dan op de keuze van technologische hulpmiddelen bij de realisering van humane principes.

Daarom is het leidmotief van deze serie Steden in de toekomst: Vanzelfsprekend smart. Humaan als keuze.

Steden van de toekomst

Het aandeel van mensen dat in steden woont groeit gestaag. Deze concentratie heeft ook gevolgen voor de minder of onbevolkte delen van de wereld en de oceanen. Steden kunnen niet bestaan ​​zonder de rest van de wereld, maar het evenwicht is op veel manieren verstoord. Kiezen voor een humane stad betekent ook ontwikkelen van een gelijkwaardige relatie tussen de stad en haar omgeving.

Humaan als keuze

De ontwikkeling van een humane stad vereist de gelijktijdige toepassing van drie principes: duurzaamheid, rechtvaardigheid en leefbaarheid.

Duurzaamheid:

Zinvol werk en een eerlijk inkomen voor iedereen nu, wat niet ten koste gaat van de welvaart van de aarde en de natuur of van toekomstige generaties.

Rechtvaardigheid:

Gelijke kansen, vrijheid, democratie, veiligheid, rechtsbescherming en respect voor diversiteit in de manier waarop mensen samenleven.

Leefbaarheid:

De bijdrage van de door de mens gemaakte omgeving, inclusief werk, huisvesting, sociale contacten, onderwijs, zorg en andere voorzieningen aan de groei van competenties en geluk.

Binnen elk van deze principes moeten keuzes worden gemaakt en de drie principes als geheel moeten in evenwicht zijn. Daarom is de ontwikkeling van een humane stad een groeiproces, waaraan velen bijdragen.

Smart als vanzelfsprekendheid

Technologie heeft geen intrinsieke waarde. Bestaande technologieën komen voort uit het nastreven van politieke doelen, commerciële belangen en uit wetenschappelijke ontdekkingen. Hun impact is zowel destructief als constructief gebleken. Lang niet iedereen heeft er in dezelfde mate van geprofiteerd.

Deze reeks essays geeft vele voorbeelden van bruikbare technologieën, in het besef dat een deel van de technologieën die bijdragen aan de ontwikkeling van humane steden nog moet worden ontwikkeld.

Stedelijke uitdagingen

Stedelijk beleid staat ​​voor een dubbele uitdaging: zorgdragen voor een humane ontwikkeling en daarbij slimme hulpmiddelen kiezen, ontwikkelen en inzetten. De 18 essays in deze reeks vertegenwoordigen elk een van deze uitdagingen (figuur hieronder) en ze monden uit in acties voor om deze op te pakken.

De eerste aflevering heet ‘Gezonde steden’ en verschijnt komende week.

Marktwerking: Soms goed en vaak niet

Het palet van bedrijven en instellingen is veelkleuriger dan velen, de overheid voorop, denken. Het is daarom onwenselijk om voor allen heil te verwachten van marktwerking

Het was lange tijd gebruikelijk dat wezenlijk geachte voorzieningen zoals elektriciteit, water, spoorwegen, post en telefonie in handen zijn van de overheid. In de jaren ’70 groeide de overtuiging dat marktwerking deze diensten efficiënter en goedkoper zou maken. Het argument was dat concurrentie aanbieders van producten en diensten scherp houdt, zowel op prijs als op kwaliteit.

Ik sta hierna stil bij de vraag waarom deze verwachting niet is uitgekomen.

Marktwerking in Nederland

Vooropgesteld, marktwerking is in Nederland doorgaans op gematigde wijze uitgevoerd. Daarmee zijn toestanden als in het Verenigd Koningrijk – bijvoorbeeld op het gebied van openbaar vervoer – uitgebleven. Niettemin laat ik aan de hand van het spoor en de zorg zien dan marktwerking in deze sectoren gedoemd is te mislukken en zeker niet leidt tot betere prijs en kwaliteit.

Het spoor

Marktwerking op het spoor bestaat er vooral uit dat  (internationale) transportondernemingen meedingen naar een concessie om in een regio voor enige tijd vervoer per bus of trein te mogen verzorgen.  De NS heeft een langdurige concessie om het hoofdnet te berijden. 

In de afgelopen 50 is voor het wegverkeer een volledig nieuw netwerk van autosnelwegen aangelegd. Er zijn slechts enkele nieuwe spoorwegverbindingen tot stand gekomen. Het aantal treinreizigers is sterk toegenomen. Het spoorwegnet loopt dan ook tegen zijn maximale capaciteit aan en het is daardoor slecht toegerust om een doorslaggevende rol te spelen in de alom gewenste afname van het autogebruik.  

Dat de NS het op het hoofdnet en andere vervoersmaatschappijen op de regionale netten het op zich tamelijk goed doen heeft weinig te maken met marktwerking. Van veel groter belang zijn de professionele instelling van deze bedrijven en status als zelfstandige onderneming (in plaats van staatsbedrijf). Hierdoor nemen overheden de rol van opdrachtgever in en kan het gewenste niveau van dienstverlening met prestatiecontracten zeker gesteld worden.

Staatsbedrijven lopen het risico te politiseren en machthebbers neigen ertoe eventueel disfunctioneren van dit soort bedrijven te verbloemen omwille van hun eigen hachje.


Voor de reizigers is het naast elkaar bestaan van de NS en de vele regionale lijnen een crime vanwege het verplichte in- en uitchecken en de slechte aansluitingen. 

De gezondheidszorg

Anders dan op het spoor, kunnen patiënten zeker in wat grotere gemeenten kiezen tussen verschillende ziekenhuizen. Het was de bedoeling dat onderlinge concurrentie zou leiden tussen lagere kosten en betere kwaliteit. De ziektekostenverzekeraars zouden hierbij een belangrijke rol moeten spelen door selectieve inkoop van behandelingen. Hiervan is in het geheel niets terecht gekomen. Vrijwel alle ziektekostenverzekeraars contracteren jaarlijks alle zorgaanbieders, wat een enorme rompslomp met zich meebrengt. De enige vorm van concurrentie is die tussen de ziektekostenverzekeraars en die gaat op de keper beschouwd nergens over.

De voorstanders van marktwerking gaan voorbij aan het eigen karakter van professionele organisaties, zoals ziekenhuizen, universiteiten, musea en orkesten, waar medewerkers vooral gericht zijn op kwaliteit en niet op prijs. Dit betekent niet dat externe kwaliteitscontrole en een bekostigingssysteem overbodig zijn. Voor ziekenhuizen bijzonder geschikt is het systeem van accreditatie binnen het hoger onderwijs.

Naast de zorgaanbieders zelf, zijn dan nog slechts drie instanties nodig: 

  • Een organisatie die eens in de zoveel jaar de kwaliteit beoordeelt (naar analogie van wat de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie voor het hoger onderwijs doet). 
  • Een administratiekantoor dat de premies int (naar analogie van de Dienst Uitvoering Onderwijs).
  • De overheid die de hoogte van de premies bepaalt en de zorgaanbieders bekostigt uit de premies en de ‘schatkist’ op basis van prestatiecontracten.

Ziektekostenverzekeraars zijn in dit plaatje overbodig.

Een meervoudige kijk op de aanbieders van goederen en diensten

Deze blogpost en eerdere publicatie over sociale ondernemingen[1]en over monopolies en platforms[2] hebben een duidelijke boodschap: Bedrijven en/of organisaties verschillen wat betreft de rol van het streven naar winst en hun verhouding tot de markt. Pleiten voor marktwerking voor al deze typen organisaties, miskent deze verschillen en ondermijnt het functioneren van sommige organisaties.

Het gaat om minstens vier verschillende typen bedrijven en/of organisaties:

1. Winststreven centraal – de markt doet zijn werk

Een groot aantal bedrijven streeft in de eerste plaats naar winst en komt op die manier tegemoet aan de wensen van de aandeelhouders. Marktwerking is een prima middel onder drie voorwaarden: Borging van het kwaliteitsniveau en handhaving van wettelijke kaders, voorzieningen in geval van marktimperfecties en voorkomen van ontstaan van monopolies. 

2. Winststreven ondergeschikt aan maatschappelijk doel – de markt doet zijn werk, maar behoeft correctie.

Een kleine maar snelgroeiende groep bedrijven stelt realiseren van maatschappelijke doelen voorop en beschouwt een zekere hoeveelheid winst als een voorwaarde daartoe. In sommige landen hebben deze bedrijven de status van benefit corporation. Deze vrijwaart hen voor ‘machtsgrepen’ door durfkapitalisten en aandeelhouders.

In principe geldt ook voor deze bedrijven marktwerking, maar de maatschappelijke waarde van hun producten en diensten kan bij offertes meegewogen kunnen worden naast de prijs. 

3. Maatschappelijk doel staat voorop; marktwerking niet effectief

Of het nu gaat over het spoor of de zorg, het onderwijs of de cultuur; de samenleving is gebaat bij kwalitatief goede producten en diensten. Concurrentie op prijs tussen de aanbieders van deze diensten (ziekenhuizen, universiteiten, musea) tast de kwaliteit aan.  

Het belangrijkste instrument om de kosten te beheersen zijn in dit geval prestatiecontracten met of namens de overheid. Hierin ligt voor elke deelnemende partij op basis van globale indicatoren de verhouding tussen geleverde prestaties en te ontvangen middelen vast. De betrokken organisaties concurreren dus niet onderling, maar elk van deze streeft naar de hoogst mogelijke efficiency. 

4. Doelstelling vereist een ‘organisch’ monopolie

Voor een aantal organisaties geldt dat het beoogde doel geen marktwerking verdraagt. Een samenhangend spoorweg- en elektriciteitsnet dient landelijk (of supranationaal) te worden georganiseerd. Overigens zijn hierbij uiteenlopende varianten mogelijk, waarover ik het nu niet wil hebben. In elk geval is het uit den boze als deze bedrijven een winstdoelstelling hebben, die verder gaat dan de opbouw van een zekere reserve. In dit opzicht is dit type bedrijven te vergelijken met de vorige categorie.

Een ander voorbeeld van bedrijven die beter functioneren naarmate ze de markt domineren, zijn platforms, zoals Facebook en Amazon. Wie ‘op Facebook zit’ heeft er baat bij daar iedereen te kunnen treffen. Het bedrijf maakt echter schromelijk misbruikt van zijn positie als globale babbelbox door deze te gebruiken als dekmantel voor de verzameling van data en daarmee veel geld te verdienen. Hetzelfde geldt voor een bedrijf als Amazon. In mijn blogpost over monopolies and platforms heb ik betoogd dat het bedrijf dat het platform exploiteert onafhankelijk moet zijn van de bedrijven die er hun producten op aanbieden. Deze visie wint terrein.

De wetgeving vrijwel overal ter wereld heeft de vorming van oligopolies oogluikend toegestaan. Of kan er niets tegen doen.

Voor de toekomst valt alleen maar te hopen dat een neoliberaal stokpaardje als marktwerking plaats maakt voor een genuanceerde kijk op de groeiende verscheidenheid van bedrijven, instellingen en organisaties. 


[1]https://hmjvandenbosch.com/2019/04/03/sociaal-ondernemen-het-nieuwe-normaal/

[2]https://hmjvandenbosch.com/2019/02/10/monopolie-meestal-verwerpelijk-soms-niet/