Archive | democratisering RSS feed for this section

Innovatie van de overheid betekent ook versterking democratie

12 Mrt

latest-trends-government-uaeVan 12 – 14 februari vond in Dubai de World Government Summit plaats. 4000 deelnemers uit 140 landen bogen zich onder andere over de innovatie van het openbaar bestuur. Als innovatie van het openbaar bestuur tevens inhoudt dat gezagsdragers macht delen met burgers, dan valt er gezien het grote aantal machtigen der aarde dat naar Dubai was gevlogen (of daar al was), heel wat te verdelen. Over de wijze waarop de rol van burgers kan worden vergroot, was voorafgaand aan de conferentie een document gepubliceerd in samenwerking met door de OECD, Embracing Innovation in Government. Global Trends.[1] 

r-88-vertrouwen-in-burgers-coverTerwijl ik dit document las moest ik voortdurend denken aan de publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2012, getiteld Vertrouwen in burgers[2], die meer nog dan de ‘glossy’ van de OECD beschrijft waar het bij innovatie van de overheid om zou moeten gaan.

Uitgangspunt van beide publicaties is het tanend vertrouwen van burgers in overheden[3]. Embracing Innovation draagt een breed scala aan oplossingen aan en verwacht veel van moderne ICT. Vertrouwen in burgers analyseert eerst grondig wat er mis is. Verwezen wordt naar het boek van Pippa Norris: Democratic Deficit. Critical Citizens Revisited (2011). De samenleving bestaat uit een ontelbare hoeveelheid individuele burgers en groepen, los-vaste en hechte organisaties en bedrijven die dankzij hoge opleiding en veel ervaring heel goed in staat zijn om zichzelf te organiseren en zich te handhaven in de steeds complexere samenleving. De overheden hebben vele decennia achter elkaar steeds meer taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden op zich genomen, een eindeloze hoeveelheid wetten en procedures geformuleerd en een machtig apparaat opgebouwd om deze te handhaven. Er is nu sprake van een mismatch:

Aan de ene kant, een overheid die haar taken steeds minder goed kan doen omdat de samenleving als complex adaptief systeem is gekenmerkt door veel onvoorspelbare gebeurtenissen. Beleid is al verouderd, voordat alle procedures doorlopen zijn en de uitvoering ervan kan beginnen. Aan de andere kant, ontevreden burgers, die denken sommige aantal taken veel sneller en effectiever in eigen beheer te kunnen uitvoeren. De kritiek van de burgers op de overheid leidt er echter toe dat deze nog meer gaan reguleren en daarmee de vrijheidsmarges van burgers kleiner maken, termijn burgers juist willen dat deze worden vergroot.

 

Vertrouwen in burgers maakt een verhelderend onderscheid tussen Weber 1.0, Weber 2.0 en Weber 3.0. om de feitelijke en de gewenste taakverdeling tussen overheid en burgers te duiden.

max_weber_theory.jpg
Weber 1.0

Max Weber is de uitvinder van de bureaucratie en dat was in zijn tijd[4] een goede zaak Hij verzette zich tegen de in zijn tijd gangbare willekeur binnen het openbaar bestuur. Hij bepleitte een strikte scheiding van verantwoordelijkheden tussen politieke ambtsdragers en ambtenaren. De eersten stellen wetten en procedures vast, gecontroleerd door volksvertegenwoordigers. De tweeden voeren deze zonder aanzien des persoon uit. Voor onderonsjes van burgers met politici of met ambtenaren is geen plaats. Inspraak van burgers is beperkt tot de beleidsvoorbereidende fase.

Weber 2.0

Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw begon zich Weber 2.0 af te tekenen: Burgers werden mondiger en lieten steeds vaker buiten de gereguleerde inspraakmomenten van zich horen. Tevens spraken burgers en belangengroepen, nog maar te zwijgen over bedrijven en instellingen zowel politici als uitvoerende diensten rechtstreeks aan. Deze laatste zijn gaandeweg aanzienlijk uitgebreid en herbergen veel deskundigheid. De contacten tussen burgers, het ambtelijk apparaat en uitvoerende diensten leidden vaak tot bevredigende resultaten, mede dankzij de actieve bemiddeling van frontliniewerkers met een verbindende rol. Politici kwamen hierdoor in een spagaat, want hoe kun je nu afspraken maken met allerlei groepen en tegelijkertijd de wil van de gekozen volksvertegenwoordigers uitvoeren. De overheden probeerden hun werkterrein weer overzichtelijker te maken door overheidsdiensten te verzelfstandigen en of op afstand te zetten. In de stijl van het new public management kon dan worden volstaan met prestatieafspraken. Binnen deze kaders konden de diensten hun gang gaan, overigens vaak met minder budget dan voorheen. Daarmee was de ellende niet afgelopen, want de volksvertegenwoordigers bleven zich actief met deze diensten bemoeien, en spraken ambtsdragers aan op alle voorkomende misstanden. De NS kan hierover meepraten.

Weber 3.0

Weber 2.0 kraakt in zijn voegen en het is volgens Vertrouwen in de burger hoogtijd voor Weber 3.0, ook wel netwerksturing genaamd. Initiatieven van burgers die in Weber 2.0 werden getolereerd als ‘institutionele rek’, gaan in deze visie een centrale positie innemen. Frontliniewerkers helpen deze kanaliseren en leggen verbindingen met uitvoerende organisaties. Deze krijgen het karakter van maatschappelijke ondernemingen met taken op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en woningbeheer. Deze uitvoeringsorganisaties verstaan zich goed met de burgers, ook zonder dat er van een acute aanleiding sprake is. Hierbij wordt niet gedacht aan geïnstitutionaliseerde klantenraden, maar aan veel meer informele contacten, open deuren, wijkbezoek, deliberative polling[5], werkgroepen en conferenties. Deze organisaties kunnen een groot aantal initiatieven vanuit burgers aanpakken binnen hun mandaat, voordat er ook maar één petitie naar de wethouder is gestuurd. Pas als blijkt dat de oplossingsmacht ‘van onderop’ aanloopt tegen de vastgestelde politieke kaders, verschijnen beleidsmakers en volksvertegenwoordigers op het toneel. Voor het overige is hun taak de vaststelling van het strategisch beleid, maar ook hier valt te overwegen om burgers bij referendum te laten beslissen over een aantal qua uitvoerbaarheid en overige randvoorwaarden gelijkwaardige alternatieven.

De auteurs van Embracing Innovation hebben wereldwijd een reeks innovaties verzameld, die overigens vaak nog in een uitprobeerfase zijn. Het is aardig om te zien hoe deze verhouden tot netwerkssturing. Embracing Innovation benoemt zes typen vernieuwingen in de relatie tussen burgers en overheid.

screenshot 5

  1. Human and machine

Een wezenlijke verbetering van de informatieverschaffing aan het publiek, door gebruik van big data. Als voorbeeld wordt genoemd een op crowd searching gebaseerd systeem om te waarschuwen voor naderende overstromingen in Jakarta.

  1. Scaling government

Initiëren van kleine projecten, bijvoorbeeld burgers die alle vormen van publiek en privaat vervoer in de stad Mexico via een app. melden en de overheid die hiervan een digitale zoeksystem maakt, maar ook het via een app. indienen van voorstellen voor overheidsbestedingen (Portugal) en daarover dan stemmen.

  1. Citizens as experts

Op grote schaal inzetten van deskundigheid van burgers, bijvoorbeeld in Sao Paulo delen burgers hun expertise met ambtenaren.

  1. Personalized services

Variërend van informatie op maat (bijvoorbeeld een informatiesysteem voor blinden in Warsaw) tot inschakelen van burgers in ontwerpsessies (user centred design).

  1. Experimental approach

Nieuwe (overheids)diensten opzetten als experimenten; Burgers worden uitgenodigd om suggesties te doen voor verdere verbetering (Finland).

  1. Rethinking the machinery of government

Een meer innovatieve werkwijze door overheidsorganisaties. Vaak zijn dwarsverbanden tussen departementen en afdelingen daarbij noodzakelijk. In Finland speelt het Government Change Agent Network een belangrijk rol bij het initiëren van organisatieverandering.

Zowel Embracing innovation als Vertrouwen in burgers benadrukken dat overheden meer moeten gaan denken vanuit de burgers en ruimte maken voor burgerinitiatieven. Dit alles vanuit de gedachte dat de burgers, instellingen en bedrijven de samenleving maken en de overheid faciliteert, coördineert en waar nodig controleert én initieert.

Al met al is sprake van een drieledige versterking van de democratie. In de eerste plaats door een wezenlijke uitbreiding van de ruimte voor zelfbestuur en –organisatie door de bevolking, samen met frontliniewerkers. In de tweede plaats door een grotere betrokkenheid van burgers bij de uitvoeringsorganisaties en ten slotte doordat de gekozen volksvertegenwoordigers zich meer op de kernwaarden kunnen concentreren als basis voor de kaders van het beleid en daarmee een herkenbare positie verwerven en ook hierop door de burgers aangesproken kunnen worden.

Helaas moet worden vastgesteld dat het rapport Vertrouwen in burgers, 5 jaar na verschijning, nog steeds een hoge mate van actualiteit heeft en Weber 3.0 een hoog utopisch gehalte.

[1] Opgesteld door de OECD Observatory of Public Sector Innovation ten behoeve van de World Government Summit te Dubai: http://www.oecd.org/gov/innovative-government/embracing-innovation-in-government.pdf

[2] Dit rapport kan hier worden gedownload: https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2012/05/22/vertrouwen-in-burgers

[3]  recente post over de 2017 Edelman Trust Barometer: http://wp.me/p32hqY-Zd

[4] Begin 20ste eeuw

[5] Een systeem van representatieve peilingen onder (een deel van) de bevolking.

Het vertrouwen is weg

12 Feb

Elk jaar publiceert Edelman, een internationaal marketing- en communicatiebureau, de Edelman Trust Barometer[1]. De editie 2017 laat een ongekende neergang van vertrouwen zien binnen de 28 landen waarin het onderzoek is uitgevoerd, waaronder Nederland.

Onderzocht zijn het vertrouwen in overheidsinstellingen, bedrijven, media en non-gouvernementele organisaties, het vertrouwen in leidinggevenden en het vertrouwen in het ‘systeem’.

edelman-6

De bovenstaande afbeelding geeft het vertrouwen weer in de vier genoemde instituties, gesplitst naar hoogst opgeleiden (13% van de onderzochte groep in elk land) en de rest van de bevolking (de ‘massa’). In 2/3 van de landen heeft de massa geen vertrouwen meer.  In Nederland overweegt vertrouwen bij de best opgeleiden en behoort de massa tot de categorie twijfelaars. Daarmee is Nederland toch nog het best scorende land binnen Europa.

edelman-12Media

Opvallend is dat mensen op grote schaal hun vertrouwen in de media hebben verloren. De media wordt wereldwijd aangerekend dat zij de meningen verkondigen die de (gevestigde) orde graag willen laten doorklinken. In verreweg de meeste landen overweegt wantrouwen; slechts in drie landen is de bevolking positief: Indonesië, India en China.

Als men iets wil weten vraagt 60% het bij voorkeur aan ‘mensen zoals wij’ of men zoekt het op via Google. Vaklieden en academici beschikken nog over een behoorlijke geloofwaardigheid (60%), die overigens ook afkalft.

edelman-13Overheid

Het vertrouwen in de overheid (41 procent) is eveneens gedaald. In 14 landen geldt de overheid de minst betrouwbare institutie. Opmerkelijk is dat deze daling vooral de laatste vijf jaar heeft plaats gevonden. Ten tijden van de financiële crisis gold de overheid nog als de redder van het systeem

Van alle categorieën scoren leidinggevenden in de publieke sector wereldwijd het laagst. Maar 29% van de ondervraagden vertrouwd hen.Jammer genoeg zijn er geen gegevens over Nederland!

Bedrijfsleven

Het vertrouwen in het topmanagement van bedrijven daalde in een jaar gemiddeld met 12% tot het laagste percentage ooit: 37 procent.In Europese landen ligt dit percentage nog aanmerkelijk lager (Nederland: 27%). in India is het vertrouwen in de top van bedrijven het grootst: 70%.

Toch overheerst de mening dat verbetering in de toekomst vooral van het bedrijfsleven moet komen. De meerderheid van de ondervraagden vindt dat bedrijven dan wél een grotere maatschappelijke rol moeten gaan spelen en corruptie afzweren, verschillen in inkomen tussen topmanagement en werknemers verkleinen, belasting betalen, naar klanten luisteren en werknemers goed behandelen.

Het systeem

Aan de deelnemers aan het onderzoek is tevens gevraagd in hoeverre ze vertrouwen hebben in ‘het systeem’ als geheel. Dit is slechts bij 15 procent van de ondervraagden het geval. 53%  van de ondervraagden gelooft dat het huidige systeem faalt en 32% aarzelt. De meerderheid van de ondervraagden vindt het systeem onrechtvaardig omdat het de rijken en machtigen bevoorrecht en jongeren weinig hoop voor de toekomst geeft. Opmerkelijk is dat hier weinig  verschil is tussen hoogopgeleiden en de rest van de bevolking. Verder, dat het vooral ‘westers georiënteerde’ landen zijn, waar men kritisch staat ten opzichte van ‘het systeem’. Frankrijk het meest, Nederland en Zweden het minst.

Impact op politiek gedrag

De Edelman Trust Barometer legt een direct verband tussen de wereldwijze opkomst van populistische politici en het afnemend vertrouwen in ‘het system’. Dat dit zo is, blijkt ook uit de onderwerpen waarover een meerderheid van alle ondervraagden zich zorgen maakt en die een aanzienlijk deel daarvan angst inboezemen: maatschappelijke onrust, inclusief corruptie (40%), immigratie (28%), globalisering (27%), het afkalven van maatschappelijke waarden (25%) en het tempo van innovatie (22%). Overigens gaat de aanwezigheid van deze angst en gebrek aan vertrouwen in het system niet altijd samen. Landen waar dit wel het geval was, zoals de VS., Groot-Brittannië en Italië zagen zich geconfronteerd met de verkiezing van Donald Trump, de Brexit en het ‘nee’ in het Italiaanse referendum. edelman-30Ik heb grote twijfels of politici en andere leidinggevenden door hebben hoe groot de groep is die zich van hen afkeert. Aan hun gedrag is dat niet te merken. Politici ruziën met hun populistische collegae, maar ze realiseren zich niet dat zij zelf de zorgen en angst van brede lagen van de bevolking jarenlang hebben genegeerd. Topmanagers van bedrijven varen door op een koers van zelfverrijking en beperken zich veelal top lippendienst als het gaat over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven.

In mijn vorige blogpost heb ik verkend hoe politieke besluitvorming weer een afspiegeling kan zijn van de wil van het volk [2]. De leiding van het bedrijfsleven staat voor de keuze om van bedrijven maatschappelijke instituties te maken in plaats van geldmachines voor de aandeelhouders. In mijn blogposts over het Purpose of the Corporation Project heb ik aangegeven hoe dat zou kunnen[3].

[1] www.edelman.com/trust2017 Op deze website vind je een samenvatting van de uitkomsten van het onderzoek en een reeks informatieve diagrammen. Verder wordt een aantal specifieke resultaten uitgelicht.

[2] http://wp.me/p32hqY-Yw Democratie is toe aan vernieuwing. Te beginnen met de volksvertegenwoordiging

[3] http://wp.me/p32hqY-U6 Hoe komt het topmanagement van zijn graaiersimago af?

Democratie is toe aan vernieuwing. Te beginnen met de volksvertegenwoordiging

5 Feb

 

We zijn ver verwijderd geraakt van de oorspronkelijke betekenis van democratie, namelijk het volk beslist. Een pleidooi voor referenda is dan ook niet vreemd. Goed bestuur vereist echter dat besluiten samenhangen en dat korte én de lange termijn in balans zijn. De vraag is daarom tevens welke vorm van democratie het beste bijdraagt aan goed bestuur[1].

In deze post sta ik eerst stil bij wat in mijn ogen het kernprobleem is van de terechte onvrede met het politieke bestel. Van daaruit kom ik met oplossingen. En… ook het referendum speelt daarin een rol.

allegorie_goed_bestuur

In de begintijd van de democratie waren er twee actoren betrokken bij de besluitvorming: Het volk en de bestuurders[2]. De bestuurders legden het volk uit wat de bedoeling was; vanuit het volk kwamen reacties. Uiteindelijk werd gestemd met handopsteken. We spreken van directe democratie.

Schaalvergroting bemoeilijkt directe democratie, al opent ICT – mits veilig – nieuwe mogelijkheden. Maar het gaat niet alleen om stemmen: Directe democratie betekent ook dat het bestuur en het volk met elkaar in gesprek zijn (deliberatie). Met name dit gesprek is door schaalvergroting onmogelijk geworden. Daarom is een derde actor nodig, een volksvertegenwoordiging. Maar dan niet de volksvertegenwoordiging die we nu kennen.

Waarom niet?

De volksvertegenwoordiging vertegenwoordigt niet het volk maar de politieke partijen. Door een keer in de zoveel jaren te stemmen beïnvloedt het volk alleen de numerieke verhoudingen tussen deze partijen. Op het te voeren beleid heeft de kiezer geen invloed. Politieke partijen onderhandelen over een coalitie die in de kamers een meerderheid heeft. Uit welke partijen deze coalitie bestaat, welk beleid zal worden gevoerd en hoe het nieuwe kabinet eruit komt te zien, heeft niets met het stemgedrag van de kiezers te maken[3]. Kortom, politieke partijen hebben te veel macht, nog afgezien van de vrijwel onnavolgbare invloed die beroepslobbyisten en belangengroepen uitoefenen op de partijen.

Het gevolg: De afstand tussen volk, volksvertegenwoordiging en bestuur is erg groot. Een heroverweging van de onderlinge relaties tussen deze drie actoren is daarom gewenst. Hieronder stel ik voor elk van de drie relaties een nieuwe invulling voor. Uitgangspunt is dat het volk meer invloed krijgt op de samenstelling van de volksvertegenwoordiging en op het regeringsbeleid.

gevolgen_slecht_bestuur_platteland_siena_2

Volk en volksvertegenwoordiging

In mijn ogen is de taak van de volksvertegenwoordiging om namens het volk met het bestuur te delibereren over het beleid en toe te zien op de uitvoering daarvan. Nu is deze discussie een farce: De uitkomst ervan is voorspelbaar want de standpunten liggen van te voren vast. De regeringspartijen steunen het beleid en de oppositie is er tegen. In een ‘echte’ vertegenwoordiging ligt de nadruk op het debat. De leden zullen soms uitgesproken standpunten innemen, maar ook een open discussie aangaan zonder te zijn gebonden aan partijdiscipline. Machtspolitieke spelletjes lonen niet.

vdi9789023449522-pngHoe kom zo’n volksvertegenwoordiging tot stand? David van Reybrouck stelde in 2013 voor een parlement volgens loting samen te stellen, vergelijkbaar met juryrechtspraak. De ‘uitverkorenen’ hoeven niet aan partijen gebonden maar mogen uiteraard wel onderling samenwerken[4].

Er zijn ook andere mogelijkheden, namelijk de rechtstreekse keuze van vertegenwoordigers door het volk. Liquid democracy is een bruikbare methode hiervoor[5]. Personen kunnen zich voor de functie van volksvertegenwoordiger beschikbaar stellen en zich via de media profileren. Zij mogen zich uiteraard ook als ‘partij’ profileren, maar elk lid van een partij een voldoende aantal stemmen krijgen. Dit kan desnoods in verschillende ronden gaan. Met veilige ICT is dit makkelijk te organiseren. Het resultaat is een volksvertegenwoordiging waarvan alle leden direct of trapsgewijs zijn gekozen door het volk.

Overigens is het van essentieel belang dat de volksvertegenwoordigers er alles aan doen om zelf met hun kiezers in gesprek te zijn. Ook hier biedt ICT nieuwe mogelijkheden, zoals deliberative polling[6].

gevolgen_goed_bestuur_stad_siena

Volk en bestuur

De kans op een breed draagvlak voor het bestuur is het grootst als het volk rechtstreeks de hoofdlijnen van het beleid bepaalt. Daartoe moet het volk kunnen kiezen uit alternatieve programma’s. Dus niet uit losse issues en evenmin uit personen. Voorstellen voor programma’s kunnen tot stand komen via een politieke partij, maar ook via een vereniging of een beweging, bijvoorbeeld Nederland kantelt. Waarschijnlijk kan er in eerste stemronde worden gekozen uit een aanzienlijk aantal programma’s. Het is wenselijk dat het winnende programma een ruime meerderheid van de stemmers achter zich heeft. Daarom zullen de makers van programma’s voor een tweede of derde stemronde moeten samenwerken en compromissen sluiten. Ook tekent zich in deze fase af welke personen voor de uitvoering van deze programma’s beschikbaar zijn.

Bestuur en volksvertegenwoordiging

De volksvertegenwoordiging fungeert zoals gezegd – namens het volk – als gesprekspartner van de regering. In tegenstelling tot de huidige situatie zijn de volksvertegenwoordigers niet bij voorbaat verdeeld over twee kampen; voorstanders dan wel tegenstander van het beleid. Zij hebben immers als volksvertegenwoordiger geen invloed gehad op de totstandkoming van het programma. Het feit dat er een programma ligt dat door een meerderheid van het volk gesteund wordt, betekent dan ook dat er nog volop discussie zal zijn over de details en – later – de uitvoering van het programma. Elke volksvertegenwoordiger wordt geacht te erkennen dat de regering een beleid uitvoert waarvoor de meerderheid van het volk heeft gekozen. De regering moet op haar beurt erkennen dat de volksvertegenwoordiging eveneens door het volk is gekozen om kritisch tegenspel te bieden. Scheiding der machten in optima forma.

En het referendum dan?

Het referendum heeft in deze constellatie een duidelijke plek. Referenda over onderwerpen die in de lijn liggen van het gekozen programma, zijn uit den boze. Het volk heeft zich daar immers al over uitgesproken. In plaats daarvan kan de volksvertegenwoordiging tot een referendum besluiten indien de regering meent te moeten afwijken van haar mandaat en het daarover niet eens wordt met de volksvertegenwoordiging. Ook buitenstaanders kunnen om een bindend referendum vragen.

De manier waarop de democratie in Nederland functioneert is in geen honderd jaar veranderd; de wereld wel. Mensen zijn mondiger en ICT biedt ongekende mogelijkheden om mee te besturen. Deze blogpost is een schets van hoe het anders kan. Er zijn ongetwijfeld meer opties. Laten we een aantal alternatieven uitwerken. Via een reeks stemronden kunnen we dan wellicht komen tot een model waarin een ruime meerderheid van de bevolking zich kan vinden.

[1] Welke effecten hebben goed of slecht bestuur op de maatschappij? Ambrogio Lorenzetti schilderde in het Palazzo Pubblico in het Italiaanse Siena in de jaren 1337-39 in de zaal waar de Raad van Negen placht te vergaderen, een beroemde allegorische voorstelling bekend onder de naam “Allegorie van goed en slecht bestuur”. Delen van deze voorstelling vormen de illustratie van deze blogpost.

[2] Ik blijf hierna overwegend het woord bestuur hanteren. Denk daarbij in de eerste plaats aan de regering, maar mijn visie op democratie is ook toepasbaar op gemeentelijk en provinciaal niveau of binnen bedrijven.

[3] Idealiter stemmen kiezers op een partij wier programma hen het meeste aanstaat. Dit is een ‘package deal’; ze nemen daarmee voor lief de standpunten waar ze het niet eens mee zijn. Daarom is het is speltheoretisch mogelijk dat geen enkele stemmer op een van de coalitiepartijen warm loopt voor ook maar één punt van het bereikte akkoord.

[4] In zijn boek Tegen verkiezingen schrijft David van Reybrouck dat de democratie van de eenentwintigste eeuw is uitgehold. Het wantrouwen groeit; de redelijkheid is zoek. De politiek lijkt echter meer bezig met de volgende verkiezingen dan met de politiek op langere termijn.

[5] Google experimenteert intern met liquid democracy, een vorm van besluitvorming die het midden vormt van directe en vertegenwoordigende democratie. Zie voor een heldere uiteenzetting van hoe de methode werkt: http://www.enliveningedge.org/tools-practices/liquid-democracy-true-democracy-21st-century/

[6] De methodiek hiervoor is in 1988 ontwikkeld aan de Stanford University met als doel geregeld kiezers dan wel achterbannen in staat te stellen zich uit te spreken over gangbare onderwerpen. Een ‘deliberative poll’ hanteert In tegenstelling tot een referendum een representatieve steekproef van de betrokkenen.