Archief | democratisering RSS feed for this section

Hoe geld weer middel wordt in plaats van doel

14 Aug

Vooropgesteld, lang niet alles op deze wereld (en zeker niet in Nederland) is kommer en kwel. Wereldwijd is veel bereikt, onder andere op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg (zie onderstaande grafiek) . De welvaart in een aantal landen is gestegen. De kwaliteit van veel producten en diensten is verbeterd, vaak op basis van aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Een groeiend aantal bedrijven kiest bewust voor de status van maatschappelijke onderneming om lange termijndoelen te realiseren die een positieve impact hebben op de samenleving.

Ctb3FtEWIAA3Tr8Niettemin kent de wereld kent een aantal chronische problemen. In een eerdere post heb ik een aantal daarvan herleid op het kapitalisme[1]. In essentie gaat het daarbij om het feit dat in de samenleving geld doel is geworden in plaats van middel. In deze post ga ik in op de vraag hoe dit kan veranderen. Zich socialistisch noemende landen zijn wat mij betreft geen lichtende voorbeelden. Zij hebben de meeste kenmerken van het kapitalisme inmiddels overgenomen en ze nemen het niet zo nauw met liberate vrijheden en de rechtstaat zoals wij die kennen.

images-1Maar ook programma’s van politieke partijen kunnen mij maar matig bekoren. Het grootste probleem met partijen aan de linker zijde is dat zij de kracht van het ondernemerschap onderschatten en de uitwassen daarvan willen bestrijden met steeds méér toezicht, wet- en regelgeving. Zij overschatten het effect van overheidsbemoeienis en zien de perverse effecten daarvan over het hoofd. De politieke partijen ter rechterzijde hebben hun ziel en zaligheid verbonden aan economische groei. Ze hebben weinig oog voor de verschillen tussen mensen in macht, rijkdom en ontplooïngskansen en de negatieve gevolgen daarvan.

Ik ga eerst in op de vraag wat er zoal zou moeten gebeuren en daarna hoe veranderingen tot stand kunnen komen. Mijn opsomming is allesbehalve volledig.

Bedrijven en organisaties[2]:

  1. Alle bedrijven en organisaties verwerven binnen tien jaar de status van (gecertificeerde) ‘benefit corporation’. Dat wil zeggen dat ze hun handelen baseren op een expliciete bijdrage aan de (wereld)samenleving als geheel (‘purpose’) en niet in de eerste plaats streven naar maximaliseren van de aandeelhouderswaarde.employee-benefits-header1
  2. Aandeelhouders verliezen directe invloed op het bedrijfsbeleid, bijvoorbeeld door aandelen onder te brengen in stichtingen. IKEA heeft dit al gedaan. Vijandige overnames worden ook met andere middelen voorkomen.
  3. Bedrijven en organisaties stimuleren zeggenschap en autonomie van werknemers. Leiderschap wordt gedeeld en verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedecentraliseerd.
  4. Alle inkomens zijn openbaar. De hoogste inkomens bedragen maximaal tien maal het modale inkomen. Minimuminkomens zijn voldoende voor een menswaardig bestaan.Unknown-3
  5. Beurzen stoppen met ‘high frequency trade’ (computergestuurde handel in aandelen) en aandelen dienen minimaal een jaar in iemands bezit te zijn, voordat ze kunnen worden verkocht.
  6. Banken zorgen ervoor dat bedrijven goedkoop geld kunnen lenen. Zij richten een onderling risicofonds op. Hoe meer geld rechtsstreeks van banken of via crowd funding kan worden verkregen, des te minder wordt de noodzaak van een beursgang.

Overheid

  1. De overheid baseert haar beleid op inclusieve groei in plaats van op vergroten van het bruto nationaal product. Uitgangspunt daarbij zijn de doelen voor duurzame ontwikkeling van de VN. [3screenshot-4
  2. Overheden beperken wet- en regelgeving tot essentiële zaken. Ze stimuleren zelfregulering en zien toe op stringente uitvoering daarvan.
  3. Wet- en regelgeving sluit aan op internationale verdragen (zoals het verdrag van Parijs). Waar deze verdragen tekortschieten gelden nationale wetten. Concurrentievoordeel voor buitenlandse goederen of diensten dat hieruit voortvloeit, wordt vereffend met belastingmaatregelen.
  4. De beschikbaarheid van nuts- en andere essentiële voorzieningen is gegarandeerd. Dit houdt niet in dat de overheid deze zelf exploiteert.
  5. Overheden ondersteunen burgers die zelf gemeenschappelijke voorzieningen willen beheren, bijvoorbeeld door ‘commoning’ of ‘sharing’.
  6. De overheid beijvert zich voor internationale afspraken die ertoe leiden dat bedrijven en personen belasting afdragen over de inkomsten die ze in het desbetreffende land verdienen.images-4
  7. Baanomvang (werktijd per week) en persioengerechtigde leeftijd worden verder geflexibiliseerd. Als de werkgelegenheid als gevolg van automatisering lager wordt dan de vraag naar arbeid, treedt de overheid regulerend op.
  8. Op termijn worden voorzieningen voor niet-arbeidgebonden inkomens ondergebacht in een basisinkomen.
  9. De invloed van burgers op de politiek wordt aanzienlijk vergroot, bijvoorbeeld door het stemmen op programma’s in plaats van op partijen[4]

Onderwijs

  1. Onderwijs stelt ontplooing van aanwezige talenten voorop. Het biedt meer keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden in tempo en duur dan thans. Onderwijs bereidt voor op alle aspecten van het leven.AAEAAQAAAAAAAAekAAAAJDk5OGIyMzdhLWIxMWYtNDI4Yi05MWQzLTYzN2ZmNWE4ZjZjNw
  2. Sectoren in de samenleving kunnen kwalificeringseisen stellen en zullen er opleidingen ontstaan die daarop anticiperen. Een logisch gevolg is ook dat vervolgonderwijs ingangseisen kan stellen.
  3. Het onderwijs draagt ertoe bij dat kinderen van jongs af aan minder op bezit en competitie ingesteld raken en er zo meer draagvlak ontstaat voor een economie waarin hergebruik en delen van goederen en diensten normaal is.

Hoe komt verandering tot stand?

  1. Verandering zal niet vanuit de bestaande partijen komen, tenzij er naar Frans voorbeeld een volksbeweging alle stemmen naar zich toetrekt. De kans daarop is minimaal door de verschillen tussen het Franse en Nederlandse kiesstelsel.Unknown-3
  2. Een werkend alternatief is massaal lid worden van een ‘volksbeweging’ geënt op een beperkt aantal waarden en daaruit voortvloeiende fundamentele veranderingen. ‘Nederland kantelt’ kan hiertoe een aanzet geven. Het beste is als gelijktijdig een aantal ‘bekende Nederlanders’ uit het bedrijfsleven en de wereld van politiek, kunst en wetenschap zich voor deze waarden uitspreken en andere Nederlanders zich hierbij aansluiten.
  3. Een aantal politieke partijen zou dat vervolgens ook kunnen doen en kunnen besluiten om een kabinet te vormen dat deze waarden als uitgangspunt neemt. Over allerlei andere kwesties kan de Kamer op basis van (wisselende) meerderheden besluiten.

Het zou mooi zijn als lezers bovenstaande opsomming zouden aanvullen en er over niet al te lange termijn een ‘charter’ geformuleerd zou kunnen worden, bestaande uit een aantal kernwaarden.

[1] Zie: http://wp.me/p32hqY-1jd

[2] De navolgende maatregelen zijn geinspireerd door de uitkomsten van het Purpose of the Corporation project van Cass Business School te London, waarover ik eerder heb geschreven: http://wp.me/p32hqY-Sv

[3] Over het verschil tussen inclusieve groei en bruto nationaal product heb ik geschreven in de volgende blogposts: Welvaart zonder bijsmaak http://wp.me/p32hqY-Va en Geen economische groei maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[4] Zie voor een uitwerking van het principe stemmen op programma’s in plaats van op partijen: Nederland democratisch? Over beleid heeft de kiezer niets te zeggen http://wp.me/p32hqY-1dP

Smart City 1.0, 2.0 en 3.0. Wat volgt?

2 Jul

screenshot 3

Illustratie uit: Compendium for the Civil Economy [1]

Smart City 1.0 is een stad die geavanceerde technologie inzet waar dat maar mogelijk is: Verbetering van de doorstoming van het verkeer, monitoren van de luchtkwaliteit, bewaking en toezicht, zoals ‘crowdcontrol’ et cetera. Het gebruik van technologie wordt vaak bekritiseerd als zijnde ‘technology push’; ook vanwege de rol die grote bedrijven, zoals IBM en Cisco daarbij spelen.

Het predikaat Smart City 2.0 daarentegen is van toepassing als technologische hulpmiddelen expliciet zijn ontworpen om problemen zoals vervuiling, gezondheid en verkeer aan te pakken en hun inzet plaats vindt in nauw overleg met de burgers. Een breed gedragen visie op leefbaarheid en duurzaamheid staat voorop.

De interesse van burgers om deel te nemen aan formele besluitvormingscircuits en eindeloze vergaderingen is echter beperkt. Ondertussen is wereldwijd een grootte rech aantal burgers betrokken bij activiteiten zoals collectief tuinieren, koken, het aantrekkelijk maken van straten en zelfs de productie van energie. Deze activiteiten, vaak aangeduid als commoning of place-making, beperken zich niet tot high-tech maar bedienen zich ook van low- of no-tech oplossingen[2]. Idealiter dragen deze activiteiten bij aan bredere doelen zoals sociale integratie, democratie, stichten van bedrijven en het opbouwen van sociaal kapitaal. Hier is het predikaat Smart City 3.0 in orde.

Deze post gaat over Smart Cities 3.0.

Op dit moment kan geen enkele stad zich erop beroepen om een ​​Smart City 2.0 of 3.0 te zijn. Een beperkt aantal steden kan het predikaat Smart City 1.0 claimen. De nieuw gebouwde voorstad van Seoul, Songdo, is waarschijnlijk een van hen[3]. Amsterdam en Rotterdam zijn op weg naar Smart City 2.0. en mogelijk ook naar Smart City 3.0. In beide steden vindt een groot aantal samenwerkingsprojecten van groepen burgers plaats. De Community Lovers Guide geeft daarvan fraai geïllustreerde voorbeelden[4]. Sommige worden in deze post genoemd. Volgens Tessy Britton, een van de auteurs, werken veel van deze projecten echter geïsoleerd, zonder een vorm van ondersteuning en als gevolg daarvan hangt hun continuïteit af enkele enthousiaste ‘trekkers’.

De voordelen van een platform benadering

In theorie is een platform benadering een nuttig instrument om projecten te initiëren, te ondersteunen, aan elkaar te koppelen en extern te representeren. Daarmee wordt de basis gelegd voor een participerende cultuur. In West Norwood (Zuid-Londen) is de haalbaarheid van zo’n aanpak door middel van een ‘fieldlab’-benadering onderzocht.

Het platform – genaamd The Open Works – werd zichtbaar toen het zijn ‘hoofdkwartier’ vestigde in een leegstaande winkel. Burgers werden tijdens informele bijeenkomsten op de hoogte gebracht en elke belanghebbende was welkom voor een kopje thee in het ‘hoofdkwartier’. Binnen een jaar zijn 20 projecten geïnitieerd en bijna 1000 mensen hebben daaraan geregeld deelgenomen. Een zeer leesbaar en goed geïllustreerd rapport beschrijft de resultaten[5].

screenshot 2
Het ‘hoofdkwartier’ van Open Works in West Noorwood[6]

De belangrijkste bevindingen

De onderstaande bevindingen verwijzen naar de resultaten van het proefproject, maar worden ondersteund door de resultaten van andere veldstudies.

1  Versterking van een inclusieve participatieve ecologie is haalbaar

1460110652118

Nice New West (Amsterdam)[7]

Veel burgers blijken bereid om deel te nemen aan gemeenschappelijke initiatieven, op voorwaarde dat het om activiteiten gaat die aansluiten bij hun eigen behoeften en niet om onderlinge discussies en overleg met externe instanties. Inclusiviteit – deelname van uiteenlopende bevolkingsgroepen – ligt binnen handbereik als initiële projecten goed gekozen worden. Bijvoorbeeld een multiculturele proeverij tijdens informatiemarkten en festivals.

2  Het aantal activiteiten moet een bepaalde drempel overschrijden

Opschaling van het aantal en de verscheidenheid van activiteiten is nodig om te voorkomen dat zij geïsoleerd raken en meer in het algemeen om de ontwikkeling van een participatieve cultuur te stimuleren. De drempel is vrij hoog: 10% van de burgers zal gemiddeld drie keer per week moeten deelnemen aan een project. Bovendien moeten er  binnen 15 minuten loopafstand minstens 5 alternatieve projecten zijn te vinden.

3  De wenselijkheid van verschillende typen projecten

banner-5-community

Pendrecht Universiteit (Rotterdam)[8]

Een eerste type omvat samenwerkingsactiviteiten, gericht op de dagelijkse behoeften. In het tweede type biedt een kleine groep mensen diensten aan voor de gemeenschap als geheel. Een bekend voorbeeld is The Library of Things, gebaseerd op delen van gereedschap en apparatuur. Mettertijd kunnen dergelijke activiteiten economische waarde en werkgelegenheid creëren.

4  Projecten vloeien voort uit de behoeften van de burgers

Het starten, inrichten en uitvoeren van projecten gebeurt informeel. Schriftelijke plannen en formele goedkeuring zijn niet nodig en er is enig ‘seed capital’ beschikbaar. Ondersteuning door het platform (‘het hoofdkwartier’) is van kritieke waarde. De deelnemers blijven echter verantwoordelijk voor hun eigen project met inbegrip van het zoeken naar aanvullende financiering.

5  Reanimeren van collectieve dienstverlening ligt binnen handbereik

1460043830845

‘Mens sheds’ (in veel steden)[9]

Een participatieve cultuur kan bijdragen aan het reanimeren van vormen van collectieve dienstverlening, zoals wijkwinkels, een minibusverbinding met nabijjgelegen metrostations, herinrichting van braakliggende percelen, buurtpreventie en de heropening van voormalige voorzieningen zoals een oud sportfondsenbad. Alles gebaseerd op vrijwilligerswerk maar ondersteund door gemeentelijke overheden.

6  Zorg voor kwetsbare burgers

Participatie van kwetsbare burgers aan gemeenschapsactiviteiten kan voorkomen dat ze aan lager wal raken. Recent onderzoek, samengevat in het bovengenoemde Open Works eindrapport, bevestigt Putnam’s conclusie dat gemeenschapsactiviteiten het maatschappelijk kapitaal van de samenleving vergroten en bijdragen aan de fysieke en mentale gezondheid van de betrokkenen[10].

7  De platformbenadering heeft bewezen waardevol te zijn

De drie deeltijdse medewerkers hielpen bij het ontstaan van projecten, brachten mensen bijeen, organiseerde vergaderingen, verlichttten administratieve lasten, bemiddelde met externe partijen en konden kleine bedragen uitkeren voor projectkosten. De gemeentelijke investering in het platform bedroeg slechts € 10 per inwoner.

banner1

Het Wadebridge Energiebedrijf. Een energiebedrijf opgericht en beheerd door burgers. Het levert energie aan op 10% van de bevolking van Wadebridge[11]

8  Ook de gemeente moet zich aanpassen

Voor een goed verloop van de samenwerking met de burgers is het wenselijk dat het gemeentebestuur projecten die op tal van plaatsen ontstaan mede als uitgangspunt neemt in plaats van deze in de eerste plaats te toetsen aan het bestaande gemeentelijk beleid. Ook hier zijn platforms onontbeerlijke intermediairen.

Hoe verder?

screenshot 4

Doelstellingen van het nieuwe pilotproject[12]

Aanvankelijk was het de bedoeling om de Norwood-pilot met twee jaar te verlengen en deze op te schalen naar een gebied met 50.000 inwoners. Ook dit is nog slechts een fractie van de Londense bevolking. Daarom is een nieuw project ontworpen – Participatory City North London – dat minstens 200.000 bewoners omvat. De start is voorzien eind 2017 en het zal vijf jaar duren. Hiernaast staat opgesomd wat dit project moet opleveren. Als dit lukt is deze gemeente misschien de eerste ter wereld die terecht het predikaat Smart City 3.0 mag claimen. Ondertussen streven ook andere steden vergelijkbare doelen na, waaronder Amsterdam en Rotterdam. Je kunt hopen dat deze steden leren van de West Norwood-pilot en geduchte concurrenten worden van Participatory City London North.

En wat volgt er na Smart City 3.0?

Het ligt voor de hand dat dit Smart City 4.0 is. Het gaat dan niet meer alleen om dat burgers met hun activiteiten de inrichting van de leefomgeving mede vormgeven, maar dat zij daartoe ook gelijke kansen hebben, onder andere dankzij de beschikbaarheid van betaalbare woningen en een samenleving met een meer gelijke inkomesverdeling die het werk rechtvaardige verdeelt. Uit een eerdere post blijkt dat dit nog een hele klus zal zijn[13].

[1] https://issuu.com/architecture00/docs/compendium_for_the_civic_economy_publ

[2] Zie mijn eerdere post: Leidt commoning tot nieuw democratisch elan? http://wp.me/p32hqY-1cf

[3] Zie mijn eerdere post: Smart cities zijn de oplossing, maar voor welk probleem? http://wp.me/p32hqY-1ai

[4] http://www.communityloversguide.org

[5] https://drive.google.com/file/d/0B28SOnHQM5HVV0pyT2p1NGNvQk0/view

[6] https://drive.google.com/file/d/0B28SOnHQM5HVV0pyT2p1NGNvQk0/view

[7] https://issuu.com/communityloversguide/docs/nicenewwest

[8] https://issuu.com/communityloversguide/docs/pendrecht_university

[9] https://issuu.com/communityloversguide/docs/handmade_-_new_-_mens_sheds

[10] Putnam, R. (2001) “Social Capital: Measurement and Consequences”. [online] http://www.oecd.org/innovation/research/1825848.pdf

[11] http://www.wren.uk.com/wren-the-facts/wadebridge-energy-company

[12] http://www.participatorycity.org/history-of-the-project/#intro5

[13] Zie mijn eerdere post: Smart Cities kunnen ook dom zijn: http://wp.me/p32hqY-1cW

Nederland democratisch? Over beleid heeft de kiezer niets te zeggen

18 Jun

images-3

Zelfs de kabinetsformateur heeft geen flauw idee wat voor soort regering Nederland zal krijgen. Het kan nog alle kanten op: links – rechts, liberaal – sociaal, progressief – conservatief. Democratie betekent dat het volk beslist. Thans is dat niet veel meer dan de omvang van de partijen in de Tweede Kamer. Over wie gaat regeren, welk beleid zal worden gevoerd en hoe het nieuwe kabinet eruit komt te zien, heeft het volk niets te zeggen.

De oplossing ligt voor de hand: Het volk stelt het regelingsbeleid vast en de volksvertegenwoordiging ziet toe op de uitvoering daarvan.

Het volk bepaalt het regeringsbeleid

Om rechtstreeks de hoofdlijnen van het regeringsbeleid te bepalen moet het volk kunnen kiezen uit alternatieve programma’s. Dus niet uit losse issues zoals bij een referendum en evenmin uit personen zoals bij de Franse presidentsverkiezingen.

images-7

Voorstellen voor programma’s kunnen afkomstig zijn van politieke partijen[1], verenigingen of bewegingen, bijvoorbeeld Nederland kantelt. Om te voorkomen dat er een onhandelbaar groot aantal programma’s wordt ingediend, kan een aantal – zeg 100.000 – handtekeningen verplicht worden gesteld.

Desondanks zal er in de eerste stemronde een aanzienlijk aantal programma’s voorliggen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat een daarvan een duidelijke meerderheid behaalt, wat uiteindelijk wel de bedoeling is. Daarom zullen er altijd meer stemrondes zijn. Voorafgaand aan elke nieuwe ronde zullen de makers van programma’s gaan samenwerken en compromissen sluiten, waardoor het aantal propgramma’s aanzienlijk vermindert. Gaandeweg wordt duidelijk welke ministersploeg achter een programma staat. Het resultaat is een regering met een duidelijk mandaat van de meerderheid van het volk.

De volksvertegenwoordiging

De taak van de volksvertegenwoordiging is om het beleid dat de meerderheid van het volk wil nader in te vullen en om toe te zien op de uitvoering daarvan. Hoe kom zo’n volksvertegenwoordiging tot stand? Hiervoor zijn verschillende serieuze mogelijkheden. Ik noem er twee.

images-11De eerste is dat Nederland wordt opgedeeld in een aantal kiesdistricten, bij voorkeur samenvallend met herkenbare regio’s en dat elke bewoner een aantal vertegenwoordigers kiest. Kandidaten kunnen door politieke partijen of bewegingen worden voorgedragen en moeten elk een vooral vastgesteld aantal ‘supporters’ hebben, bijvoorbeeld 15.000.

Een tweede mogelijkheid is in 2013 geopperd door David van Reybrouck. Hij stelde voor het parlement volgens loting samen te stellen, vergelijkbaar met juryrechtspraak. De ‘uitverkorenen’ zijn niet aan partijen gebonden maar mogen uiteraard wel onderling samenwerken[2].

Scheiding der machten

imagesDe volksvertegenwoordiging is namens het volk gesprekspartner van de regering. Elke volks-vertegenwoordiger erkent dat de regering een beleid uitvoert waarvoor de meerderheid van het volk heeft gekozen. De regering erkent op haar beurt dat de volks-vertegenwoordiging ook door het volk is gekozen om kritisch tegenspel te bieden. Als de regering en de volks-vertegenwoordiging het niet eens worden over de uitwerking van een voorstel, dan kan aan een referendum of aan deliberative polling[3] worden gedacht.

De manier waarop de democratie in Nederland functioneert is in geen honderd jaar veranderd; de wereld wel. Mensen zijn mondiger en ICT, mits afdoende beveiligd, biedt ongekende mogelijkheden om mee te besturen. Deze schetst hoe dat zou kunnen. Er zijn ongetwijfeld meer opties. Ik ben benieuwd .

[1] Ik beschouw politieke partijen in de eerste plaats als verenigingen, die vanuit een aantal beginselen het openbaar bestuur willen beïnvloeden.

[2] In zijn boek Tegen verkiezingen schrijft David van Reybrouck dat de democratie van de eenentwintigste eeuw raakt steeds meer uitgehold. zaaien angst, het wantrouwen groeit, de redelijkheid is zoek. De politiek lijkt echter meer bezig met de volgende verkiezingen dan met de lange termijn. politiek.

[3] De methodiek hiervoor is in 1988 ontwikkeld aan de Stanford University met als doel geregeld kiezers dan wel achterbannen in staat te stellen zich uit te spreken over gangbare onderwerpen. Een ‘deliberative poll’ hanteert In tegenstelling tot een referendum een representatieve steekproef van de betrokkenen.

Leidt commoning tot nieuw democratisch elan?

4 Jun

screenshot 4

Er is al veel geschreven en gezegd over de kloof tussen burgers en politiek. Veel burgers lijken apathisch, anderen zien politici bij voorbaat als tegenstanders. Er is ook een grote groep die sterk betrokken is, zeker op lokaal gebied. Van degene die tot deze groep behoren is de meest gehoorde klacht vaak tegen bureaucratie aan te lopen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft deze problemen al in 2012 uitgediept en beschreven in een uitstekend rapport: Vertrouwen in burgers[1]. Dit rapport is actueler dan ooit.

Commoning

images-2De WRR wil de politieke betrokkenheid vergroten door burgers problemen – in eerste instantie die in de directe omgeving – zelf en naar eigen inzicht te laten op te lossen. Een voorwaarde daarvoor is voldoende mate van samenhorigheid. Vroeger was dit vanzelfsprekend, nu veel minder. Er is wereldwijd echter sprake van een kentering. Commoning activiteiten voor en door buurtbewoners schieten als paddenstoelen uit de grond: Speeltuintjes, buurtfeesten, een gemeenschappelijke kruidentuin, een ‘bibliotheek’ voor weinig gebruikte gereedschappen, een terrein voor sport en spel, hulp bij huiswerk et cetera[2]. Sommige gemeentebestuurders ondersteunen deze activiteiten waar ze dat kunnen, ook financieel.

De inrichting van de ruimte werkt niet mee

Vinexwijk-LeidscheRijn-Shutterstock-578x420In dorpen is er doorgaans volop plaats voor commoning. Behalve een dorpsplein, zijn er altijd weilanden, schuren, buurtcentra en café’s. Nadat de moderne stedenbouw heeft ingezet op de eengezinswoning, gaat alle beschikbare ruimte naar woningen, tuinen, wegen, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen, met of zonder wipkippen. De ontwerpers van deze wijken namen aan dat sociale contacten van de bewoners vooral buiten de wijk plaatsvinden of in klein gezelschap binnenshuis. Tot voor kort klopte dit ook wel. Maar nu staat deze visie de groei van commoning in de weg. Bewoners hebben tegenwoordig minder behoefte aan groen omwille van het groen. Bomen en planten staat er in elke tuin al genoeg. Wat node wordt gemist is een pleintje, een speelveld en vooral lege ruimte, waar ze zelf een speeltuintje, kruidentuin of praatplek kunnen maken of waar de kinderen hun fantasie de vrije loop kunnen laten.

Van commoning naar lokale democratie

9192621095_1b2b161c04_kCommoning als zodanig of het bewerkstelligen van een goede plek ervoor, betekent vrijwel altijd dat burgers politiek geïnvolveerd raken. Hier ligt een kans voor gemeenten die burgerparticipatie een warm hart toedragen. Vertrouwen in burgers betekent dat de gemeente bewoners actief betrekt bij de vormgeving van hun buurt, uiteraard binnen bepaalde randvoorwaarden. Deskundigen zoals stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten bespreken dan ideeën en alternatieven met betrokken wijkbewoners in plaats van kant en klare plannen op te leveren. Het zijn de organisatie van feesten, de instandhouding van een groentetuin of een knutselwerkplaats, die de basis leggen voor deze betrokkenheid.

Van commoning naar politieke participatie

Betrokkenheid bij de eigen wijk versterkt op haar beurt deelname aan de lokale politiek. Tijdens commoning activiteiten in een nieuw stadsdeel blijkt dat iedereen ontevreden is over de ontsluiting van de wijk door openbaar vervoer. Om maar een voorbeeld te noemen. De betrokkenen hebben al snel in de gaten dat bewoners in alle nieuwe stadsdelen er net zo over denken. Met zijn allen besluiten ze om ideeën te ontwikkelen. De gemeente faciliteert dit proces, bijvoorbeeld door stedenbouwkundigen advies te laten geven en legt het resultaat voor aan de gemeenteraad. Reken maar dat de commons die bij de ontwikkeling van deze en andere plannen betrokken zijn, de deliberaties in de raad met belangstelling volgen.

Als de politiek de burgers vertrouwt, komt het vertrouwen van de burgers in de politiek vanzelf terug.

thelocals_ourfarm-12-2

[1] Dit rapport kan hier worden gedownload: https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2012/05/22/vertrouwen-in-burgers

[2] Commoning staat voor activiteiten die buurtbewoners samen organiseren. Een bruikbare Nederlandse vertaling is er niet. Soms is ook sprake van placemaking. Een wetenschappelijke studie naar commoning is: The City as a Commons door Sheila R. Foster en Christian Iaione. Dit artikel kan hier worden gedownload: http://digitalcommons.law.yale.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1698&context=ylpr

Innovatie van de overheid betekent ook versterking democratie

12 Mrt

latest-trends-government-uaeVan 12 – 14 februari vond in Dubai de World Government Summit plaats. 4000 deelnemers uit 140 landen bogen zich onder andere over de innovatie van het openbaar bestuur. Als innovatie van het openbaar bestuur tevens inhoudt dat gezagsdragers macht delen met burgers, dan valt er gezien het grote aantal machtigen der aarde dat naar Dubai was gevlogen (of daar al was), heel wat te verdelen. Over de wijze waarop de rol van burgers kan worden vergroot, was voorafgaand aan de conferentie een document gepubliceerd in samenwerking met door de OECD, Embracing Innovation in Government. Global Trends.[1] 

r-88-vertrouwen-in-burgers-coverTerwijl ik dit document las moest ik voortdurend denken aan de publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2012, getiteld Vertrouwen in burgers[2], die meer nog dan de ‘glossy’ van de OECD beschrijft waar het bij innovatie van de overheid om zou moeten gaan.

Uitgangspunt van beide publicaties is het tanend vertrouwen van burgers in overheden[3]. Embracing Innovation draagt een breed scala aan oplossingen aan en verwacht veel van moderne ICT. Vertrouwen in burgers analyseert eerst grondig wat er mis is. Verwezen wordt naar het boek van Pippa Norris: Democratic Deficit. Critical Citizens Revisited (2011). De samenleving bestaat uit een ontelbare hoeveelheid individuele burgers en groepen, los-vaste en hechte organisaties en bedrijven die dankzij hoge opleiding en veel ervaring heel goed in staat zijn om zichzelf te organiseren en zich te handhaven in de steeds complexere samenleving. De overheden hebben vele decennia achter elkaar steeds meer taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden op zich genomen, een eindeloze hoeveelheid wetten en procedures geformuleerd en een machtig apparaat opgebouwd om deze te handhaven. Er is nu sprake van een mismatch:

Aan de ene kant, een overheid die haar taken steeds minder goed kan doen omdat de samenleving als complex adaptief systeem is gekenmerkt door veel onvoorspelbare gebeurtenissen. Beleid is al verouderd, voordat alle procedures doorlopen zijn en de uitvoering ervan kan beginnen. Aan de andere kant, ontevreden burgers, die denken sommige aantal taken veel sneller en effectiever in eigen beheer te kunnen uitvoeren. De kritiek van de burgers op de overheid leidt er echter toe dat deze nog meer gaan reguleren en daarmee de vrijheidsmarges van burgers kleiner maken, termijn burgers juist willen dat deze worden vergroot.

 

Vertrouwen in burgers maakt een verhelderend onderscheid tussen Weber 1.0, Weber 2.0 en Weber 3.0. om de feitelijke en de gewenste taakverdeling tussen overheid en burgers te duiden.

max_weber_theory.jpg
Weber 1.0

Max Weber is de uitvinder van de bureaucratie en dat was in zijn tijd[4] een goede zaak Hij verzette zich tegen de in zijn tijd gangbare willekeur binnen het openbaar bestuur. Hij bepleitte een strikte scheiding van verantwoordelijkheden tussen politieke ambtsdragers en ambtenaren. De eersten stellen wetten en procedures vast, gecontroleerd door volksvertegenwoordigers. De tweeden voeren deze zonder aanzien des persoon uit. Voor onderonsjes van burgers met politici of met ambtenaren is geen plaats. Inspraak van burgers is beperkt tot de beleidsvoorbereidende fase.

Weber 2.0

Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw begon zich Weber 2.0 af te tekenen: Burgers werden mondiger en lieten steeds vaker buiten de gereguleerde inspraakmomenten van zich horen. Tevens spraken burgers en belangengroepen, nog maar te zwijgen over bedrijven en instellingen zowel politici als uitvoerende diensten rechtstreeks aan. Deze laatste zijn gaandeweg aanzienlijk uitgebreid en herbergen veel deskundigheid. De contacten tussen burgers, het ambtelijk apparaat en uitvoerende diensten leidden vaak tot bevredigende resultaten, mede dankzij de actieve bemiddeling van frontliniewerkers met een verbindende rol. Politici kwamen hierdoor in een spagaat, want hoe kun je nu afspraken maken met allerlei groepen en tegelijkertijd de wil van de gekozen volksvertegenwoordigers uitvoeren. De overheden probeerden hun werkterrein weer overzichtelijker te maken door overheidsdiensten te verzelfstandigen en of op afstand te zetten. In de stijl van het new public management kon dan worden volstaan met prestatieafspraken. Binnen deze kaders konden de diensten hun gang gaan, overigens vaak met minder budget dan voorheen. Daarmee was de ellende niet afgelopen, want de volksvertegenwoordigers bleven zich actief met deze diensten bemoeien, en spraken ambtsdragers aan op alle voorkomende misstanden. De NS kan hierover meepraten.

Weber 3.0

Weber 2.0 kraakt in zijn voegen en het is volgens Vertrouwen in de burger hoogtijd voor Weber 3.0, ook wel netwerksturing genaamd. Initiatieven van burgers die in Weber 2.0 werden getolereerd als ‘institutionele rek’, gaan in deze visie een centrale positie innemen. Frontliniewerkers helpen deze kanaliseren en leggen verbindingen met uitvoerende organisaties. Deze krijgen het karakter van maatschappelijke ondernemingen met taken op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en woningbeheer. Deze uitvoeringsorganisaties verstaan zich goed met de burgers, ook zonder dat er van een acute aanleiding sprake is. Hierbij wordt niet gedacht aan geïnstitutionaliseerde klantenraden, maar aan veel meer informele contacten, open deuren, wijkbezoek, deliberative polling[5], werkgroepen en conferenties. Deze organisaties kunnen een groot aantal initiatieven vanuit burgers aanpakken binnen hun mandaat, voordat er ook maar één petitie naar de wethouder is gestuurd. Pas als blijkt dat de oplossingsmacht ‘van onderop’ aanloopt tegen de vastgestelde politieke kaders, verschijnen beleidsmakers en volksvertegenwoordigers op het toneel. Voor het overige is hun taak de vaststelling van het strategisch beleid, maar ook hier valt te overwegen om burgers bij referendum te laten beslissen over een aantal qua uitvoerbaarheid en overige randvoorwaarden gelijkwaardige alternatieven.

De auteurs van Embracing Innovation hebben wereldwijd een reeks innovaties verzameld, die overigens vaak nog in een uitprobeerfase zijn. Het is aardig om te zien hoe deze verhouden tot netwerkssturing. Embracing Innovation benoemt zes typen vernieuwingen in de relatie tussen burgers en overheid.

screenshot 5

  1. Human and machine

Een wezenlijke verbetering van de informatieverschaffing aan het publiek, door gebruik van big data. Als voorbeeld wordt genoemd een op crowd searching gebaseerd systeem om te waarschuwen voor naderende overstromingen in Jakarta.

  1. Scaling government

Initiëren van kleine projecten, bijvoorbeeld burgers die alle vormen van publiek en privaat vervoer in de stad Mexico via een app. melden en de overheid die hiervan een digitale zoeksystem maakt, maar ook het via een app. indienen van voorstellen voor overheidsbestedingen (Portugal) en daarover dan stemmen.

  1. Citizens as experts

Op grote schaal inzetten van deskundigheid van burgers, bijvoorbeeld in Sao Paulo delen burgers hun expertise met ambtenaren.

  1. Personalized services

Variërend van informatie op maat (bijvoorbeeld een informatiesysteem voor blinden in Warsaw) tot inschakelen van burgers in ontwerpsessies (user centred design).

  1. Experimental approach

Nieuwe (overheids)diensten opzetten als experimenten; Burgers worden uitgenodigd om suggesties te doen voor verdere verbetering (Finland).

  1. Rethinking the machinery of government

Een meer innovatieve werkwijze door overheidsorganisaties. Vaak zijn dwarsverbanden tussen departementen en afdelingen daarbij noodzakelijk. In Finland speelt het Government Change Agent Network een belangrijk rol bij het initiëren van organisatieverandering.

Zowel Embracing innovation als Vertrouwen in burgers benadrukken dat overheden meer moeten gaan denken vanuit de burgers en ruimte maken voor burgerinitiatieven. Dit alles vanuit de gedachte dat de burgers, instellingen en bedrijven de samenleving maken en de overheid faciliteert, coördineert en waar nodig controleert én initieert.

Al met al is sprake van een drieledige versterking van de democratie. In de eerste plaats door een wezenlijke uitbreiding van de ruimte voor zelfbestuur en –organisatie door de bevolking, samen met frontliniewerkers. In de tweede plaats door een grotere betrokkenheid van burgers bij de uitvoeringsorganisaties en ten slotte doordat de gekozen volksvertegenwoordigers zich meer op de kernwaarden kunnen concentreren als basis voor de kaders van het beleid en daarmee een herkenbare positie verwerven en ook hierop door de burgers aangesproken kunnen worden.

Helaas moet worden vastgesteld dat het rapport Vertrouwen in burgers, 5 jaar na verschijning, nog steeds een hoge mate van actualiteit heeft en Weber 3.0 een hoog utopisch gehalte.

[1] Opgesteld door de OECD Observatory of Public Sector Innovation ten behoeve van de World Government Summit te Dubai: http://www.oecd.org/gov/innovative-government/embracing-innovation-in-government.pdf

[2] Dit rapport kan hier worden gedownload: https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2012/05/22/vertrouwen-in-burgers

[3]  recente post over de 2017 Edelman Trust Barometer: http://wp.me/p32hqY-Zd

[4] Begin 20ste eeuw

[5] Een systeem van representatieve peilingen onder (een deel van) de bevolking.

Het vertrouwen is weg

12 Feb

Elk jaar publiceert Edelman, een internationaal marketing- en communicatiebureau, de Edelman Trust Barometer[1]. De editie 2017 laat een ongekende neergang van vertrouwen zien binnen de 28 landen waarin het onderzoek is uitgevoerd, waaronder Nederland.

Onderzocht zijn het vertrouwen in overheidsinstellingen, bedrijven, media en non-gouvernementele organisaties, het vertrouwen in leidinggevenden en het vertrouwen in het ‘systeem’.

edelman-6

De bovenstaande afbeelding geeft het vertrouwen weer in de vier genoemde instituties, gesplitst naar hoogst opgeleiden (13% van de onderzochte groep in elk land) en de rest van de bevolking (de ‘massa’). In 2/3 van de landen heeft de massa geen vertrouwen meer.  In Nederland overweegt vertrouwen bij de best opgeleiden en behoort de massa tot de categorie twijfelaars. Daarmee is Nederland toch nog het best scorende land binnen Europa.

edelman-12Media

Opvallend is dat mensen op grote schaal hun vertrouwen in de media hebben verloren. De media wordt wereldwijd aangerekend dat zij de meningen verkondigen die de (gevestigde) orde graag willen laten doorklinken. In verreweg de meeste landen overweegt wantrouwen; slechts in drie landen is de bevolking positief: Indonesië, India en China.

Als men iets wil weten vraagt 60% het bij voorkeur aan ‘mensen zoals wij’ of men zoekt het op via Google. Vaklieden en academici beschikken nog over een behoorlijke geloofwaardigheid (60%), die overigens ook afkalft.

edelman-13Overheid

Het vertrouwen in de overheid (41 procent) is eveneens gedaald. In 14 landen geldt de overheid de minst betrouwbare institutie. Opmerkelijk is dat deze daling vooral de laatste vijf jaar heeft plaats gevonden. Ten tijden van de financiële crisis gold de overheid nog als de redder van het systeem

Van alle categorieën scoren leidinggevenden in de publieke sector wereldwijd het laagst. Maar 29% van de ondervraagden vertrouwd hen.Jammer genoeg zijn er geen gegevens over Nederland!

Bedrijfsleven

Het vertrouwen in het topmanagement van bedrijven daalde in een jaar gemiddeld met 12% tot het laagste percentage ooit: 37 procent.In Europese landen ligt dit percentage nog aanmerkelijk lager (Nederland: 27%). in India is het vertrouwen in de top van bedrijven het grootst: 70%.

Toch overheerst de mening dat verbetering in de toekomst vooral van het bedrijfsleven moet komen. De meerderheid van de ondervraagden vindt dat bedrijven dan wél een grotere maatschappelijke rol moeten gaan spelen en corruptie afzweren, verschillen in inkomen tussen topmanagement en werknemers verkleinen, belasting betalen, naar klanten luisteren en werknemers goed behandelen.

Het systeem

Aan de deelnemers aan het onderzoek is tevens gevraagd in hoeverre ze vertrouwen hebben in ‘het systeem’ als geheel. Dit is slechts bij 15 procent van de ondervraagden het geval. 53%  van de ondervraagden gelooft dat het huidige systeem faalt en 32% aarzelt. De meerderheid van de ondervraagden vindt het systeem onrechtvaardig omdat het de rijken en machtigen bevoorrecht en jongeren weinig hoop voor de toekomst geeft. Opmerkelijk is dat hier weinig  verschil is tussen hoogopgeleiden en de rest van de bevolking. Verder, dat het vooral ‘westers georiënteerde’ landen zijn, waar men kritisch staat ten opzichte van ‘het systeem’. Frankrijk het meest, Nederland en Zweden het minst.

Impact op politiek gedrag

De Edelman Trust Barometer legt een direct verband tussen de wereldwijze opkomst van populistische politici en het afnemend vertrouwen in ‘het system’. Dat dit zo is, blijkt ook uit de onderwerpen waarover een meerderheid van alle ondervraagden zich zorgen maakt en die een aanzienlijk deel daarvan angst inboezemen: maatschappelijke onrust, inclusief corruptie (40%), immigratie (28%), globalisering (27%), het afkalven van maatschappelijke waarden (25%) en het tempo van innovatie (22%). Overigens gaat de aanwezigheid van deze angst en gebrek aan vertrouwen in het system niet altijd samen. Landen waar dit wel het geval was, zoals de VS., Groot-Brittannië en Italië zagen zich geconfronteerd met de verkiezing van Donald Trump, de Brexit en het ‘nee’ in het Italiaanse referendum. edelman-30Ik heb grote twijfels of politici en andere leidinggevenden door hebben hoe groot de groep is die zich van hen afkeert. Aan hun gedrag is dat niet te merken. Politici ruziën met hun populistische collegae, maar ze realiseren zich niet dat zij zelf de zorgen en angst van brede lagen van de bevolking jarenlang hebben genegeerd. Topmanagers van bedrijven varen door op een koers van zelfverrijking en beperken zich veelal top lippendienst als het gaat over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven.

In mijn vorige blogpost heb ik verkend hoe politieke besluitvorming weer een afspiegeling kan zijn van de wil van het volk [2]. De leiding van het bedrijfsleven staat voor de keuze om van bedrijven maatschappelijke instituties te maken in plaats van geldmachines voor de aandeelhouders. In mijn blogposts over het Purpose of the Corporation Project heb ik aangegeven hoe dat zou kunnen[3].

[1] www.edelman.com/trust2017 Op deze website vind je een samenvatting van de uitkomsten van het onderzoek en een reeks informatieve diagrammen. Verder wordt een aantal specifieke resultaten uitgelicht.

[2] http://wp.me/p32hqY-Yw Democratie is toe aan vernieuwing. Te beginnen met de volksvertegenwoordiging

[3] http://wp.me/p32hqY-U6 Hoe komt het topmanagement van zijn graaiersimago af?

Democratie is toe aan vernieuwing. Te beginnen met de volksvertegenwoordiging

5 Feb

 

We zijn ver verwijderd geraakt van de oorspronkelijke betekenis van democratie, namelijk het volk beslist. Een pleidooi voor referenda is dan ook niet vreemd. Goed bestuur vereist echter dat besluiten samenhangen en dat korte én de lange termijn in balans zijn. De vraag is daarom tevens welke vorm van democratie het beste bijdraagt aan goed bestuur[1].

In deze post sta ik eerst stil bij wat in mijn ogen het kernprobleem is van de terechte onvrede met het politieke bestel. Van daaruit kom ik met oplossingen. En… ook het referendum speelt daarin een rol.

allegorie_goed_bestuur

In de begintijd van de democratie waren er twee actoren betrokken bij de besluitvorming: Het volk en de bestuurders[2]. De bestuurders legden het volk uit wat de bedoeling was; vanuit het volk kwamen reacties. Uiteindelijk werd gestemd met handopsteken. We spreken van directe democratie.

Schaalvergroting bemoeilijkt directe democratie, al opent ICT – mits veilig – nieuwe mogelijkheden. Maar het gaat niet alleen om stemmen: Directe democratie betekent ook dat het bestuur en het volk met elkaar in gesprek zijn (deliberatie). Met name dit gesprek is door schaalvergroting onmogelijk geworden. Daarom is een derde actor nodig, een volksvertegenwoordiging. Maar dan niet de volksvertegenwoordiging die we nu kennen.

Waarom niet?

De volksvertegenwoordiging vertegenwoordigt niet het volk maar de politieke partijen. Door een keer in de zoveel jaren te stemmen beïnvloedt het volk alleen de numerieke verhoudingen tussen deze partijen. Op het te voeren beleid heeft de kiezer geen invloed. Politieke partijen onderhandelen over een coalitie die in de kamers een meerderheid heeft. Uit welke partijen deze coalitie bestaat, welk beleid zal worden gevoerd en hoe het nieuwe kabinet eruit komt te zien, heeft niets met het stemgedrag van de kiezers te maken[3]. Kortom, politieke partijen hebben te veel macht, nog afgezien van de vrijwel onnavolgbare invloed die beroepslobbyisten en belangengroepen uitoefenen op de partijen.

Het gevolg: De afstand tussen volk, volksvertegenwoordiging en bestuur is erg groot. Een heroverweging van de onderlinge relaties tussen deze drie actoren is daarom gewenst. Hieronder stel ik voor elk van de drie relaties een nieuwe invulling voor. Uitgangspunt is dat het volk meer invloed krijgt op de samenstelling van de volksvertegenwoordiging en op het regeringsbeleid.

gevolgen_slecht_bestuur_platteland_siena_2

Volk en volksvertegenwoordiging

In mijn ogen is de taak van de volksvertegenwoordiging om namens het volk met het bestuur te delibereren over het beleid en toe te zien op de uitvoering daarvan. Nu is deze discussie een farce: De uitkomst ervan is voorspelbaar want de standpunten liggen van te voren vast. De regeringspartijen steunen het beleid en de oppositie is er tegen. In een ‘echte’ vertegenwoordiging ligt de nadruk op het debat. De leden zullen soms uitgesproken standpunten innemen, maar ook een open discussie aangaan zonder te zijn gebonden aan partijdiscipline. Machtspolitieke spelletjes lonen niet.

vdi9789023449522-pngHoe kom zo’n volksvertegenwoordiging tot stand? David van Reybrouck stelde in 2013 voor een parlement volgens loting samen te stellen, vergelijkbaar met juryrechtspraak. De ‘uitverkorenen’ hoeven niet aan partijen gebonden maar mogen uiteraard wel onderling samenwerken[4].

Er zijn ook andere mogelijkheden, namelijk de rechtstreekse keuze van vertegenwoordigers door het volk. Liquid democracy is een bruikbare methode hiervoor[5]. Personen kunnen zich voor de functie van volksvertegenwoordiger beschikbaar stellen en zich via de media profileren. Zij mogen zich uiteraard ook als ‘partij’ profileren, maar elk lid van een partij een voldoende aantal stemmen krijgen. Dit kan desnoods in verschillende ronden gaan. Met veilige ICT is dit makkelijk te organiseren. Het resultaat is een volksvertegenwoordiging waarvan alle leden direct of trapsgewijs zijn gekozen door het volk.

Overigens is het van essentieel belang dat de volksvertegenwoordigers er alles aan doen om zelf met hun kiezers in gesprek te zijn. Ook hier biedt ICT nieuwe mogelijkheden, zoals deliberative polling[6].

gevolgen_goed_bestuur_stad_siena

Volk en bestuur

De kans op een breed draagvlak voor het bestuur is het grootst als het volk rechtstreeks de hoofdlijnen van het beleid bepaalt. Daartoe moet het volk kunnen kiezen uit alternatieve programma’s. Dus niet uit losse issues en evenmin uit personen. Voorstellen voor programma’s kunnen tot stand komen via een politieke partij, maar ook via een vereniging of een beweging, bijvoorbeeld Nederland kantelt. Waarschijnlijk kan er in eerste stemronde worden gekozen uit een aanzienlijk aantal programma’s. Het is wenselijk dat het winnende programma een ruime meerderheid van de stemmers achter zich heeft. Daarom zullen de makers van programma’s voor een tweede of derde stemronde moeten samenwerken en compromissen sluiten. Ook tekent zich in deze fase af welke personen voor de uitvoering van deze programma’s beschikbaar zijn.

Bestuur en volksvertegenwoordiging

De volksvertegenwoordiging fungeert zoals gezegd – namens het volk – als gesprekspartner van de regering. In tegenstelling tot de huidige situatie zijn de volksvertegenwoordigers niet bij voorbaat verdeeld over twee kampen; voorstanders dan wel tegenstander van het beleid. Zij hebben immers als volksvertegenwoordiger geen invloed gehad op de totstandkoming van het programma. Het feit dat er een programma ligt dat door een meerderheid van het volk gesteund wordt, betekent dan ook dat er nog volop discussie zal zijn over de details en – later – de uitvoering van het programma. Elke volksvertegenwoordiger wordt geacht te erkennen dat de regering een beleid uitvoert waarvoor de meerderheid van het volk heeft gekozen. De regering moet op haar beurt erkennen dat de volksvertegenwoordiging eveneens door het volk is gekozen om kritisch tegenspel te bieden. Scheiding der machten in optima forma.

En het referendum dan?

Het referendum heeft in deze constellatie een duidelijke plek. Referenda over onderwerpen die in de lijn liggen van het gekozen programma, zijn uit den boze. Het volk heeft zich daar immers al over uitgesproken. In plaats daarvan kan de volksvertegenwoordiging tot een referendum besluiten indien de regering meent te moeten afwijken van haar mandaat en het daarover niet eens wordt met de volksvertegenwoordiging. Ook buitenstaanders kunnen om een bindend referendum vragen.

De manier waarop de democratie in Nederland functioneert is in geen honderd jaar veranderd; de wereld wel. Mensen zijn mondiger en ICT biedt ongekende mogelijkheden om mee te besturen. Deze blogpost is een schets van hoe het anders kan. Er zijn ongetwijfeld meer opties. Laten we een aantal alternatieven uitwerken. Via een reeks stemronden kunnen we dan wellicht komen tot een model waarin een ruime meerderheid van de bevolking zich kan vinden.

[1] Welke effecten hebben goed of slecht bestuur op de maatschappij? Ambrogio Lorenzetti schilderde in het Palazzo Pubblico in het Italiaanse Siena in de jaren 1337-39 in de zaal waar de Raad van Negen placht te vergaderen, een beroemde allegorische voorstelling bekend onder de naam “Allegorie van goed en slecht bestuur”. Delen van deze voorstelling vormen de illustratie van deze blogpost.

[2] Ik blijf hierna overwegend het woord bestuur hanteren. Denk daarbij in de eerste plaats aan de regering, maar mijn visie op democratie is ook toepasbaar op gemeentelijk en provinciaal niveau of binnen bedrijven.

[3] Idealiter stemmen kiezers op een partij wier programma hen het meeste aanstaat. Dit is een ‘package deal’; ze nemen daarmee voor lief de standpunten waar ze het niet eens mee zijn. Daarom is het is speltheoretisch mogelijk dat geen enkele stemmer op een van de coalitiepartijen warm loopt voor ook maar één punt van het bereikte akkoord.

[4] In zijn boek Tegen verkiezingen schrijft David van Reybrouck dat de democratie van de eenentwintigste eeuw is uitgehold. Het wantrouwen groeit; de redelijkheid is zoek. De politiek lijkt echter meer bezig met de volgende verkiezingen dan met de politiek op langere termijn.

[5] Google experimenteert intern met liquid democracy, een vorm van besluitvorming die het midden vormt van directe en vertegenwoordigende democratie. Zie voor een heldere uiteenzetting van hoe de methode werkt: http://www.enliveningedge.org/tools-practices/liquid-democracy-true-democracy-21st-century/

[6] De methodiek hiervoor is in 1988 ontwikkeld aan de Stanford University met als doel geregeld kiezers dan wel achterbannen in staat te stellen zich uit te spreken over gangbare onderwerpen. Een ‘deliberative poll’ hanteert In tegenstelling tot een referendum een representatieve steekproef van de betrokkenen.