De economie van de ‘slum’

In deze post laat ik zien dat zogenaamde ‘slums’ een onderdeel zijn van de stedelijke economie van ontwikkelende landen, waaruit blijkt hoe deze sociale ongelijkheid nodig heeft en versterkt.

Impressies van Dharavi, Mumbai, India

Iedereen die een beetje ‘wook’ is, zou te hoop lopen als ik het in mijn posts had over de achterbuurten van de Nederlandse steden in plaats van over buurten met kwetsbare bewoners. Aan de term ‘slum’ stoort niemand zich, behalve de bewoners, die zich misschien nog wel meer zouden storen aan de term ‘kwetsbaar’. Ik kom daar nog op terug. Voorlopig beperk me ertoe het woord ‘slum’ tussen aanhalingstekens te zetten.

Veel ‘slums’ zijn ontstaan door de trek vanuit het platteland naar steden als gevolg van de slechte omstandigheden op het platteland en de veronderstelde gunstige vooruitzichten van leven in de stad. De realiteit was anders; eenmaal aangekomen waren ‘slums’ vaak de enige plekken om te wonen en te werken. 

‘Slums’ zijn levendige en dichtbevolkte plaatsen met beperkte voorzieningen. De bedrijvigheid van de bewoners is onverbrekelijk verbonden met de economie van de buitenwereld. 

Dharavi, een gebied van 175 hectare grenzend aan het centrum van Mumbai met naar schatting 1 miljoen inwoners, is daar een levendig voorbeeld van. Het is een uitgestrekte wirwar van smalle straatjes, onderling verbonden huisjes en eenpersoonskamers die ook dienst doen als fabriekjes. De film Slumdog Millionaire is opgenomen tegen de achtergrond van Dharavi, enkele jaren voordat de families van de kinderen die een hoofdrol vertolkten in het kader van stadsvernieuwing uit hun huizen werden gezet.

Binnen de slum zijn pottenbakkers, makers van bakstenen, leerlooiers, wevers en zeepmakers werkzaam. Bewoners vergaren ook inkomen door de stad in te trekken als venter of straatveger. Dharavi is verder de thuisbasis van zo’n 30.000 verzamelaars van alles wat recyclebaar is:  Batterijen, oude computers en mobiele telefoons, gloeilampen, papier en karton, kleding, kabels en draden en vooral veel plastic. De plaatselijke vuilnisbelten zijn werkterrein is. De duizenden kleine bedrijfjes langs de steegjes van Dharavi verwerken meer dan 80% van het afval van Mumbai. De bijdrage van Dharavi daaraan bedraagt meer dan $ 1 miljard.

Als gevolg van de stijgende onroerend goed prijzen in Mumbai is er een grote druk op het stadsbestuur om de wijk af te breken en de bewoners te verplaatsen naar oorden ver buiten het stadscentrum. Plannen voor de herontwikkeling van Dharavi behelzen de bouw van woongebouwen van 10 – 20 verdiepingen, werkplaatsen, scholen, parken en wegen voor 57.000 gezinnen. Veel van de huidige bewoners verzetten zich fel tegen deze plannen omdat er voor veel bedrijfjes geen plaats meer zal zijn en omdat bestaande sociale verbanden uiteen zullen vallen. Maar de investeerders in onroerend goed dromen ervan dit gebied een betere bestemming te geven….. 

Beviel deze post? In het e-boek Dossier Leefbaar wonen tref je veel vergelijkbare informatie aan op het gebied van wonen en de woonomgeving. Je kunt het e-boek hier downloaden.

Nood aan woningen.  De markt toont zijn werking

Volgens velen is het huidige tekort aan (betaalbare) woningen een voorbeeld van marktfalen. In deze post leg ik uit waarom het tegendeel waar is: De markt werkt uitstekend.

In Nederland verzagen woningbouwverenigingen lange tijd grote delen van de bevolking van degelijke goede en betaalbare woningen.  Maar dat zou veranderen: In de jaren ’80 omarmden achtereenvolgende regeringen – zowel rechts en links – het marktmechanisme, net als in veel andere landen gebeurde.

Woningcorporaties kregen de opdracht omzichtig te beperken tot woningen voor de armste groepen. Een taak die ze door het afnemende aanbod en de groeiende vraag tegenwoordig nauwelijks meer aan kunnen, met wachttijden die kunnen oplopen tot tien jaar en meer tot gevolg.  

Voor het overgrote deel van de bevolking werd huisvesting overgelaten aan de markt, waar speculatie en gunstige financiële regelingen van de overheid de prijzen opdrijven. 

Wie nog een huurhuis buiten de sociale huisvesting kan bemachtigen, betaalt hier een buitenproportioneel deel van het inkomen voor. Uit onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) blijkt dat in de VS tussen 1981 en 2016 huisvestingskosten gemiddeld met bijna 40% zijn gestegen ten opzichte van het inkomen per huishouden. Elders is dat niet veel minder.

Vergelijk deze passieve houding van de overheid eens met de aanleg van wegen. Deze worden met publieke middelen aangelegd in de openbare ruimte, vaak na onteigening van de eigenaren daarvan. Stel je voor dat wegen privé-eigendom waren en eigenaren tol konden heffen, zoals in het verleden gewoon was. Als gevolg hiervan zouden de gebruikers van de weg voor trajecten waarop ze snelheid kunnen maken het meeste betalen en het minste op drukke wegen. Het gevolg is dat de rijken kunnen doorrijden en de armen vastzitten in de file. Blijkbaar wordt mobiliteit waardevoller geacht dan huisvesting. 

Kun je nu stellen dat de markt heeft gefaald als het om huisvesting gaat? Dat is geenszins het geval.  De markt heeft uitstekend gewerkt en een hoog rendement opgeleverd voor bezitters van onroerend goed. Wie gefaald heeft is de overheid, die het marktmechanisme in de volkshuisvesting heeft geïntroduceerd. Als de overheid de gevolgen daarvan niet zou hebben gewild, dan had ze makkelijk kunnen ingrijpen.

Beviel deze post? In het e-boek Dossier Leefbaar wonen tref je veel vergelijkbare informatie aan op het gebied van wonen en de woonomgeving. Je kunt het e-boek hier downloaden: 

De stoelendans van de huisvesting

Veel mensen zijn op zoek naar een plek om gelukkig en veilig te zijn. Maar als ze die gevonden hebben stijgt de huur en moeten ze weer vertrekken. New York spant de kroon, waar grote groepen binnen een generatie meermaals hun toevlucht elders moesten zoeken. Daarover gaat deze post

Harlem, gezien vanaf het oude fort in het Central Park, New York Public Library 

Migratie is niet alleen een beweging van plattelandsbewoners naar de stad of tussen steden. Dat dit een kwestie van geld is gaat op voor de hele wereld, ook voor Amsterdam, Kopenhagen en Barcelona, ​​steden met een vooruitstrevend imago maar met een chronisch gebrek aan betaalbare woningen. 

Neem de Harlem in New York. In 1910 was de bevolking van Central Harlem ongeveer voor 10% zwart. In 1930 was dat 70%. In de jaren 1920 en 1930 was Centraal en West Harlem het middelpunt van de Harlem Renaissance en heette het Heaven en Black Mecca. Kort daarna werd de buurt hard getroffen door de Grote Depressie. De armoede hield de navolgende decennia aan. In de jaren zeventig verlieten bewoners die aan de armoede konden ontsnappen de buurt, op zoek naar betere scholen en huizen en veiliger straten en nam de armoede verder toe. Het gemeentebestuur begon in 1985 zijn eigendommen in Harlem openbaar te veilen, wat het begin was van een enorme gentrificatie, wat vooral snel stijgende huur betekende en daling van het aandeel van de zwarte bevolking van 87,6% tot 54,4% in 2010. Degenen die de stijgende huur niet konden betalen, verruilden Harlem voor de Bronx of Brooklyn. Hier gebeurt al enige tijd hetzelfde. Queens is nog een optie, maar velen verlaten de stad, wat door de coronapandemie nog eens is versterkt. Een substantiële groep die huur of hypotheek niet meer kan betalen, wordt uit huis gezet. De cijfers zijn verbluffend: alleen al in 2016 werden er volgens onderzoekers van de Princeton University in de VS ongeveer 2,3 miljoen huisuitzettingen aangevraagd bij Amerikaanse rechtbanken.

In de naoorlogse periode waren betaalbare huizen in Europa ook schaars en moesten jonge stellen jaren wachten voordat er een huis beschikbaar kwam. Om de huizencrisis na de oorlog te bedwingen, hebben regeringen de bouw van huizen aangejaagd en kwamen er op grote schaal goedkope huizen beschikbaar. Toen kon dat. Aan deze relatief gunstige situatie is de laatste decennia van de 20ste eeuw een einde gekomen. Daarvoor zijn veel redenen. De belangrijkste reden is, zoals ik in een volgende post nog zal laten zien, de overheid zelf. 

Beviel deze post? In het e-boek Dossier Leefbaar wonen tref je veel vergelijkbare informatie aan op het gebied van wonen en de woonomgeving. Je kunt het e-boek hier downloaden.

Geen klassentegenstellingen meer? Bekijk steden eens vanuit de lucht

Tegenstellingen tussen landen verminderen. Tegenstellingen binnen landen en in het bijzonder binnen steden nemen toe. Dat zie je het beste vanuit de lucht. Daarover gaat deze post.

Verschillen de manier waarop mensen wonen zie je het best vanuit de lucht. Dit geldt voor alle steden. In ons land hoef je alleen maar naar de hoeveelheid groen te kijken.  In ontwikkelende landen zijn de tegenstellingen binnen steden veel extremer. Wat hier vooral opvalt is dat zij voor een deel lijken op steden in ontwikkelde landen, maar dat tegelijkertijd een groot deel van het grondgebied bestaat uit slums. In Afrika woont 65% van de stedelijke bevolking in slums, die onderling overigens sterk kunnen verschillen. Deze twee nederzettingstypen grenzen vaak onmiddellijk aan elkaar. 

Overigens zijn er na de apartheidsperiode grote inspanningen geleverd om de huisvesting in de slums te verbeteren. Er zijn 2,5 miljoen nieuwe woningen gebouwd, voorzien van elektriciteit, maar niet altijd van water en sanitair. Er wonen nog ruim 2 miljoen inwoners in slums en hun aantal stijgt door de trek van de stad en geboorten sneller dan er nieuwe huizen gebouwd worden. 

Bouwen van nieuwe huizen geldt steeds minder als de beste oplossing. Vaak staan deze huizen op grote afstand van de plaatsen waar slumbewoners werk vinden en gaat het om hoogbouw die een einde maakt aan de sociale cohesie tussen de bewoners. Slumbewoners en de organisaties die voor hen opkomen willen vooral twee zaken: zekerheid om voor langere tijd op de huidige plaats te kunnen blijven wonen en betere sanitaire voorzieningen. Verbeteren van de woning kunnen ze zelf, al dan niet met de hulp van familieleden en een ingehuurde metselaar en met een bescheiden krediet.

Hiermee wordt de trek naar de stad niet opgelost. Wat daarvoor nodig is een wezenlijke verandering van de verhoudingen tussen deze steden, de omliggende kleinere steden en dorpen. Ook om te voorkomen dat de groene ruimte daartussenin verder inkrimpt. In het kader van de zekerstelling van de voedselvoorziening is een herwaardering van de agrarische sector noodzakelijk en zeker het beëindigen van het dumpen van voedseloverschotten uit ontwikkelde landen. Het belangrijkste wat steden kunnen doen is nieuwkomers voor langere tijd een stukje grond beschikbaar stellen op een veilige plaats en vervolgens zorgen voor water, sanitair en elektriciteit. Hier ligt vooral een rol voor de ‘kleinere’ steden.  Dat slums in de 21ste eeuw zullen verdwijnen is een illusie, maar kun karakter kan ten goede veranderen dankzij zelfredzaamheid van de bewoners en ondersteuning daarvan door overheden.  Ik kom hier later op terug.

Beviel deze post? In het e-boek Dossier Leefbaar wonen tref je veel vergelijkbare informatie aan op het gebied van wonen en de woonomgeving. Je kunt het e-boek hier downloaden.

Vanuit het perspectief van complexiteit kijken naar het huisvestingsvraagstuk

Ik schrijf al geruime tijd over de humane stad. En ik publiceerde ook over de slimme stad, de deelstad, de veerkrachtige en de inclusieve stad. Maar het gebruik van simplificerende adjectieven stuit me steeds meer tegen de borst. In deze post leg ik uit waarom.

Sloop goede woningen in de Rotterdamse Tweebosbuurt

Slimme steden bestaan niet, maar ook alle andere adjectieven zijn per definitie eenzijdig. In plaats daarvan voel ik er meer voor om steden vanuit een complexiteitsperspectief te benaderen.  De complexiteitsbenadering gaat ervan uit dat de eigenschappen van de steden het onvoorziene en vaak ongewilde resultaat zijn van een eindeloos aantal interacties tussen mensen met uiteenlopende bedoelingen, invloed, denkbeelden, macht en bindingen, een proces dat vaak emergentie wordt genoemd. Wie vanuit het perspectief van complexiteit naar steden kijkt, ziet een Babylonisch aandoende discussie over problemen, het benoemen ervan en hun oplossing. Problemen zijn bijvoorbeeld: een deel van de bewoners is slecht gehuisvest, het verkeer loopt vast en de arme wijken langs de rivier overstromen steeds vaker. Als er al overeenstemming is over de aanpak van zo’n probleem, dan betekent dat geenszins dat een oplossing in het verschiet ligt. Omdat veel problemen onderling samenhangen maar onze kennis verkokerd is, zien we die samenhang niet en is de gekozen oplossing niet effectief. 

Dit is de eerste aflevering van een reeks korte posts over uiteenlopende aspecten van huisvesting, variërend van betaalbare woningen, suburbs, yimbyism, new urbanism en slums.

Het ligt voor de hand om gebrek aan voldoende woningen in eerste instantie te willen oplossen door meer woningen te bouwen. Maar helpt dat? Als die nieuwe woningen ook onbetaalbaar zijn, schieten de meeste mensen daar niets mee op. Wat ons tevens te doen staat, is te bekijken of er meer aan de hand is? Bijvoorbeeld armoede of ongelijkheid of winstbejag en een excessief gebruik van de ruimte. Maar ook de juistheid van denkbeelden van politici. Als dat zo is, zal de manier waarop het probleem eerder was geformuleerd veranderen en daarmee ook de oplossingsrichting. Bijvoorbeeld door de vraag te beantwoorden waarom de prijs van het wonen zo snel is opgelopen, er goede woningen worden afgebroken, of er zo veel mensen zijn die geen huis kunnen betalen.  Maar ook wat de gevolgen voor de natuur zijn als we zonder verder te kijken dan onze neus lang is overal nieuwbouw plannen. Pas als een probleem vanuit verschillende invalshoeken wordt benoemd en herbenoemd komt een volwaardige oplossing in zicht. In het geval van huisvesting zijn dat in elk geval de maatschappelijke positie van de bewoners, de werking van het marktmechanisme, de waan van de politiek en het beslag van de bouwplannen op grondstoffen en ruimte.

Beviel deze post? In het e-boek Dossier Leefbaar wonen tref je veel vergelijkbare informatie aan op het gebied van wonen en de woonomgeving. Je kunt het e-boek hier downloaden.

Zonnepanelen in vensterglas

Als vensters tevens zonnepaneel konden zijn losten we in een keer een groot deel van het zoeken naar duurzame energiebronnen op. Deze blogpost laat zien dat het streven naar doorzichtige zonnepanelen lijkt te lukken.

Uitzicht door een raam/zonnepaneel van ClearView

Het plaatsen van vensterglas in huizen en gebouwen kan in de toekomst een vast onderdeel worden van het werk van leveranciers van zonnepanelen. Het vervangen van gebruikelijk vensterglas in de miljarden ramen van appartementen en kantoren door glas voorzien van fotovoltaïsche cellen (building integrated photovoltaic) is een steeds realistischer optie.

 Huizen en gebouwen vertegenwoordigen 40% van het wereldwijde energieverbruik. Om hierin te voorzien zijn zonnepanelen op het dak bij lange na niet voldoende, vandaar dat opwekken van energie door middel van vensterglas een jarenlang gekoesterde wens is, zeker in het geval van hoogbouw die bijna geheel uit glas lijkt te bestaan.

Glas voorzien van fotovoltaïsche cellen gebeurt al lang – kijk maar naar de perronoverkapping van het centraal station in Utrecht – maar gaat tot dusver altijd ten koste van de transparantie en verbetering van de transparantie gaat op zijn beurt ten koste van het energetisch rendement. Op het eerste gezicht lijken het opwekken van energie en het behoud van volledige transparantie daarom onverenigbaar. Fotovoltaïsche cellen gebruiken immers licht van dezelfde frequenties die het menselijk oog kan zien. 

Een groep onderzoekers van de Michigan State University vond voor een manier om dit dilemma te vermijden. Net als andere onderzoekers gebruikten zij een volledig doorzichtige coating, dunner dan 1/1000ste millimeter. Het bijzondere daarvan is dat deze coating uitsluitend ultraviolet en infrarood licht omzet in elektriciteit. De resterende straling, het zichtbare deel van het spectrum, wordt doorgelaten. 

De startup Ubiquitous Energy werkt vanaf 2012 aan de toepassing van dit idee bij de productie van vensterglas. Bovenstaande foto laat zien hoe het is om naar buiten te kijken door een raam van ClearView. Niemand ziet dat het – ook – om een zonnepaneel gaat met een rendement van de helft van een gewoon zonnepaneel.

De voornaamste beperking van ClearView is de omvang van het paneel, maximaal 60 x 60 cm. Daarmee voorzie je geen ‘glazen’ wolkenkrabber van nieuw glas! Vergroting van de paneelomvang heeft dan ook de grootste prioriteit voor het bedrijf. Ook de slijtvastheid van de coating moet nog blijken. De meerprijs bij grootschalige toepassing bedraagt ongeveer 20% ten opzichte van gebruik van glas zonder filter.

Al met al, mogelijk een doorbraak in de opwekking van zonne-energie, die menigeen op de voet zal volgen. 

Beviel deze blogpost? De inhoud is gebaseerd op het dossier Duurzame energie, dat een veelheid van feiten en zienswijzen bevat over de energietransitie. Je kunt dit e-boek (145 p.) hier gratis downloaden. 

Dit is de laatste blogpost rond het thema energie. Volgende week begin ik een nieuwe reeks korte posts over huisvesting.

Zonnepanelen kunnen bijdragen aan biodiversiteit

De grond onder zonnepanelen is goed bruikbaar. Soms kunnen er gewassen worden geteeld,; soms bloemen die aan de biodiversiteit bijdragen. Hierover gaat deze post.

Zonnepanelen dragen bij aan biodiversiteit

Veel boeren hebben berekend dat ze het rendement van hun grond kunnen verbeteren door landbouwgewassen te vervangen door zonnepanelen.  Maar wat als ze de grond voor beide doelen tegelijkertijd zouden gebruiken? We spreken over ‘agrophotovoltaics’ of gewoon duaal grondgebruik.

Het uiteindelijke rendement is het resultaat van het gecombineerde effect van de wijze van plaatsing van zonnepanelen, de keuze van de gewassen en het klimaat. Naarmate de zonnepanelen dichter bij de grond worden geplaatst, neemt het verschil tussen temperatuur overdag en ’s nachts af, neemt de luchtvochtigheid toe en neemt de directe instraling door de zon (schaduwwerking) met ongeveer 20% af.  Dat geldt door het hele oppervlak omdat uiteraard de positie van de zon voortdurend verandert. In een subtropisch milieu bleken deze omstandigheden te leiden tot een meer dan verdubbeling van de oogst van pepers en cherrytomaten. 

In het algemeen valt de grootste impact te verwachten van duaal grondgebruik in (sub)tropische gebieden.  In meer gematigde streken concentreert onderzoek zich naar het effect op producten die nu onder foliekappenworden geteeld, bijvoorbeeld aardbeien en frambozen. Zonnepanelen nemen dan de beschermende functie van het folie over. Duidelijk is wel dat hiervoor uitsluitend lichtdoorlatende zonnepanelen bruikbaar zijn. 

Op veel plaatsen is de combinatie van zonnepanelen en agrarisch bodemgebruik niet aan de orde. Het is dan het gebruikelijk om grondoppervlak waarop zonnepanelen worden geplaatst te egaliseren, de bodem en de vegetatie te verwijderen en er gravel of boomschors voor in de plaats te doen. Dat kan anders. Het InSPIRE-programma in de VS (Innovative Site Preparation and Impact Reductions on the Environment) wil bijdragen aan versterking van de biodiversiteit. Om die reden worden aan het plaatselijke klimaat aangepaste mengsels van bloemen en planten gezaaid ter De compacte beplanting zorgt bovendien voor verkoeling, wat het rendement van de zonnepanelen. 

Of het nu gaat om landbouwgewassen, veehouderij of bloemen bedoeld om de biodiversiteit te verhogen: In alle gevallen geldt dat het overdag onder de panelen wat koeler is, wat een positieve uitwerking op het rendement van de zonnepanelen.

Beviel deze blogpost? De inhoud is gebaseerd op het dossier Duurzame energie, dat een veelheid van feiten en zienswijzen bevat over de energietransitie. Je kunt dit e-boek  hier gratis downloaden. Er is ook een printvriendelijke versie (A4) beschikbaar, die je hier kunt downloaden. 

Dit is de inhoud:

  1. Feiten om te onthouden
  2. Bronnen van duurzame energie in Nederland
  3. Openstaande keuzen
  4. Hoeveel zonnepanelen passen in Nederland?
  5. Energietransitie mogelijk dankzij de zonnecel
  6. Van zonnepaneel naar zonnedak en zonnepan
  7. Zonnepanelen kunnen (bijna) overal liggen
  8. Recycling zonnepanelen: naar de maan en terug
  9. Manieren om netverzwaring te voorkomen
  10. Smart grids: waar techniek, digitale en sociale innovatie samenkomen
  11. Samenwerken in een energiecoöperatie
  12. Duurzaam maken van je woning. Voor jezelf en de aarde
  13. Naar een rechtvaardige energietransitie
  14. Zonder energieopslag geen energietransitie
  15. Aardwarmte
  16. Biomassa
  17. Verwijderen, opvangen en opslaan van CO2
  18. Kernsplitsing en kernfusie
  19. Waterstof
  20. Onze toekomstige energievoorziening

Waterstof gaat het verschil maken

Waterstof is de ontbrekende schakel in de energietransitie. Van overtollige duurzame energie kan waterstof worden gemaakt. Deze kan makkelijk worden bewaard en als er een tekort is aan elektriciteit, fungeert waterstof als grondstof.

Waterstof heeft veel toepassingsmogelijkheden. Maar de belangrijkste is de rol van opslagmedium.

Het enige probleem is dat waterstof (H2) eerst nog gemaakt moet gemaakt door elektrolyse van water en veel elektriciteit. Als groene stroom wordt gebruikt speken we van ‘groene waterstof’. 

Nederland boft, het land kan op grote schaal waterstof produceren met behulp van groene elektriciteit uit wind-op-zee.  

In de toekomst is waterstof importeren uit warme landen waarschijnlijk de verstandigste optie. 10% van de Sahara bedekken met zonnepanelen of gebruik maken van concentrated sun power (volstaat om de hele wereld te voorzien van energie (560.000 petajoule). In principe kan in de Sahara, het Midden-Oosten en Australië ook ’s-nachts waterstof worden geproduceerd met behulp van batterij-opvang, waardoor minder elektrolyseapparatuur nodig is. 

In principe kan waterstof over grote afstanden in tankschepen (in vloeibare vorm) of door pijpleidingen (in gasvorm) worden vervoerd. Het is makkelijker om waterstof te vervoeren na er eerst ammoniak van te hebben gemaakt, al leidt dit tot energieverlies. Nederland heeft uitermate goede mogelijkheden om waterstof(gas) je transporteren via het aardgasnet dat zonder veel aanpassingen ook voor waterstofgas kan worden gebruikt.

De haven van Rotterdam wil zich ontwikkelen tot Europese overslaghaven voor waterstof en is samen met de Gasunie een van de stuwende krachten zijn achter de uitbouw van een Europees ondergronds netwerk voor waterstofgas.

Voor seizoensopslag van elektriciteit gooit waterstof hoge ogen. Waterstof kan worden opgeslagen in zoutca­vernes, waarvan er in Nederland zo’n 100 tot 120 zijn. Als waterstofgas wordt omgezet naar vloeibare waterstof, ammoniak of liquid organic hydrogen carriers (in ontwikkeling) wordt het mogelijk om met enkele tientallen tanks het equivalent van de hoeveelheid waterstofgas in een forse zoutcaverne te bewaren

Zonnecollectoren

De productiekosten van zonne-energie in woestijngebieden, in het bijzonder in gebieden waaruit we nu onze olie betrekken, zijn aanzienlijk lager dan die bij ons. Dit komt vooral door de aanzienlijk grotere lichtintensiteit, waardoor de opbrengt van zonnepanelen en -collectoren tweemaal zo groot is. Dubai bouwt aan een zonnepark van 200 km2 met behulp van concentrated solar power (CSP)-techniek. De opgewekte energie is grotendeels bedoeld voor de export na omzetting van zonne-energie in waterstof en met name ammoniak. 

Dit filmpje geeft een goed beeld van de beoogde omvang van deze centrale en ook van de wijze waarop het land dit soort projecten presenteert. 

Beviel deze blogpost? 

De inhoud is gebaseerd op het dossier Duurzame energie, dat een veelheid van feiten en zienswijzen bevat over de energietransitie. Je kunt dit e-boek (145 p.) hier gratis downloaden als e-boek (optimaal voor beeldschermgebruik) of hier om te printen (A4).

De foute discussie over ‘Wanneer haal ik het eruit’

Economen die vorig jaar hun twijfels uitten over het rendement van een warmtepomp hadden het dus fout. Daarover gaat deze blogpost. Economen hebben het overigens vaak fout hebben omdat hun aannames niet blijken te kloppen.

Van links naar rechts: de opstellingen van een luchtwarmtepomp, een hybride warmtepomp en een waterwarmtepomp. Bron: hierverwarmt.nl

Van het gas af gaan is nu urgenter dan ooit; de wachtlijst voor alternatieven overigens ook. Huizen die na 2005 zijn gebouwd kunnen zonder veel extra (isolatie)inspanningen all-electric worden.  Voor huizen die ouder zijn, is een hybride warmtepomp vaak een goede oplossing. Die gebruikt de cv-ketel om bij te springen als het erg koud is. In dit geval kunnen huiseigenaren de komende jaren geleidelijk hun huis verder isoleren totdat ze helemaal van het gas af kunnen. Volgens het Planbureau voor de leefomgeving zal overigens tot in lengte van jaren op veel plaatsen in Nederland de hybride warmtepomp de beste oplossing zijn, als het aardgas op is in combinatie met groen- of hydrogas. 

Economen van de ING hebben berekend dat een warmtepomp nu en ook nog in 2030 een negatief rendement heeft. Om deze berekeningen te maken wordt een groot aantal hoogst aannames gehanteerd, iets wat economen altijd doen. Hoe ijdel deze aannames zijn, bleek al snel toen de prijs van aardgas ongekend begon te stijgen aardgas zelfs schaars wordt.

Ik erger me aan dit soort berekeningen. Afgezien van alle vaak triviale aannames, miskennen deze berekeningen ook dat veel mensen een goed gevoel hebben bij de gedachte dat de CO2 uitstoot van hun huis jaarlijks vermindert. 

Relevant is dan wel de vraag, hoeveel bedraagt de ‘winst’ in niet-uitgestoten CO2 als je een warmtepomp aanschaft voor verwarming en warm tapwater. 

De warmtepomp

Hier kom ik ook niet om drie aannamen heen: Een gemiddelde eengezinswoning, een warmtepomp die buitenlucht gebruikt en overwegend gevoed wordt door ‘grijze’ stroom. 

De luchtwarmtepomp van een gemiddeld huis gebruikt 3000 kWh en bij de productie van een kWh ‘grijze stroom komt 0,556 kg CO2 vrij. Totaal is dat dus 1.668 kg. per jaar.

De aardgasketel

Een gemiddelde eengezinswoning gebruikt 1050 m3 aardgas. Een m3 aardgas levert 35 megajoule energie. Het totale verbruik is dus 36.750 megajoule of ongeveer 37 gigajoule. De emissie van aardgas is al jaren constant, namelijk 56.7 kg per gigajoule. Dus verdwijnt er 2.098 kg CO2 in de lucht.

Een gemiddelde eengezinswoning met een combi-ketel stoot dus 1,3 keer zoveel CO2 uit als een vergelijkbare woning met een warmtepomp. Hoe dan ook, dit verschil wordt met het jaar groter omdat de grijze stroom steeds groener wordt. In 2030 is naar verwachting 70% van de energiemix ‘groen’ in plaats van 20% nu. Wie overigens 10 extra zonnepanelen op het dak legt, weet al zeker dat de warmtepomp voor 100% met groene energie wordt gevoed en dat de emissie 0 is.

Beviel deze blogpost? De inhoud is gebaseerd op het dossier Duurzame energie, dat een veelheid van feiten en zienswijzen bevat over de energietransitie. Je kunt dit e-boek (145 p.) hier gratis downloaden. 

Dit is de inhoud:

  1. Feiten om te onthouden
  2. Bronnen van duurzame energie in Nederland
  3. Openstaande keuzen
  4. Hoeveel zonnepanelen passen in Nederland?
  5. Energietransitie mogelijk dankzij de zonnecel
  6. Van zonnepaneel naar zonnedak en zonnepan
  7. Zonnepanelen kunnen (bijna) overal liggen
  8. Recycling zonnepanelen: naar de maan en terug
  9. Manieren om netverzwaring te voorkomen
  10. Smart grids: waar techniek, digitale en sociale innovatie samenkomen
  11. Samenwerken in een energiecoöperatie
  12. Duurzaam maken van je woning. Voor jezelf en de aarde
  13. Naar een rechtvaardige energietransitie
  14. Zonder energieopslag geen energietransitie
  15. Aardwarmte
  16. Biomassa
  17. Verwijderen, opvangen en opslaan van CO2
  18. Kernsplitsing en kernfusie
  19. Waterstof
  20. Onze toekomstige energievoorziening

Salderingsregeling. Beter vandaan afschaffen dan morgen

De salderingsregeling is funest voor een evenwichtige opbouw van de voorziening van duurzame energie. In deze post verdedig ik de stelling ‘Weg ermee!’

Thuisbatterij

Om burgers en bedrijven te bewegen hun daken met zonnepanelen te bedekken en de aanleg van zonneweiden te stimuleren, heeft de overheid diep in de buidel getast. Er zijn gunstige belastingfaciliteiten gecreëerd en er is een riante salderingsregeling in het leven geroepen, en met succes.

De meeste burgers zijn dik tevreden met hun zonnepanelen en de invloed daarvan op hun energierekening. Vooralsnog is geen enkele rekenkamer nagegaan wat de overheid betaalt voor een kilowattuur elektriciteit, die burgers op hun dak produceren.  Het gaat dan om de kosten van alle voornoemde (belasting)faciliteiten en subsidies én over de miljardeninvesteringen in netverzwaring die het gevolg zijn van het grootschalig (terug)leveren aan het net van alle decentraal opgewekte energie. Het is zelfs zo erg dat op het moment dat er meer aanbod dan vraag naar elektriciteit op het net is, de groothandelsprijs van elektriciteit negatief is. In dat geval betaalt de elektriciteitsmaatschappij dankzij de salderingsregeling het volle pond terug en moet zij ook nog eens aan degenen die op dat moment elektriciteit kopen betalen!

En nu?  Nu zit de overheid met de gebakken peren en moet de groei van het aantal zonnepanelen worden beperkt. 

Het net is vol en op sommige plaatsen zo vol dat de inname van zonnestroom gestaakt moet worden.  Veel verzoeken voor de grootschalige opwekking van zonne-energie wachten op een transportbeschikking omdat het elektriciteitsnet in grote delen van Nederland overbelast is. Dit probleem heeft het Nederlandse energiebeleid over zichzelf afgeroepen door jarenlang eenzijdig de aanschaf van zonnepanelen te stimuleren, daarvoor een riante salderingsregeling in het leven te roepen en tegelijkertijd de opslag van zonne- en windenergie te verwaarlozen. De salderingsregeling maakte de aanschaf van zonnepanelen aantrekkelijk, maar weerhoudt iedereen ervan een accu aan te schaffen. In de VS is dat anders aangepakt.  Subsidies op zonnepanelen waren altijd gekoppeld aan de aanschaf van een huisaccu. I

Nu adviseert netbeheerder Liander om de salderingsregeling versneld af te bouwen en daarvoor in de plaats de aanschaf van accu’s en andere vormen van energieopslag te subsidiëren.

Dat zal niet gebeuren: In plaats van versnelde afbouw is inmiddels is de start van de afbouwperiode opnieuw uitgesteld.

Beviel deze blogpost? De inhoud is gebaseerd op het dossier Duurzame energie, dat een veelheid van feiten en zienswijzen bevat over de energietransitie. Je kunt dit e-boek (145 p.) hier gratis downloaden. 

Dit is de inhoud:

  1. Feiten om te onthouden
  2. Bronnen van duurzame energie in Nederland
  3. Openstaande keuzen
  4. Hoeveel zonnepanelen passen in Nederland?
  5. Energietransitie mogelijk dankzij de zonnecel
  6. Van zonnepaneel naar zonnedak en zonnepan
  7. Zonnepanelen kunnen (bijna) overal liggen
  8. Recycling zonnepanelen: naar de maan en terug
  9. Manieren om netverzwaring te voorkomen
  10. Smart grids: waar techniek, digitale en sociale innovatie samenkomen
  11. Samenwerken in een energiecoöperatie
  12. Duurzaam maken van je woning. Voor jezelf en de aarde
  13. Naar een rechtvaardige energietransitie
  14. Zonder energieopslag geen energietransitie
  15. Aardwarmte
  16. Biomassa
  17. Verwijderen, opvangen en opslaan van CO2
  18. Kernsplitsing en kernfusie
  19. Waterstof
  20. Onze toekomstige energievoorziening