Verdragen planologie en autonomie van bewoners elkaar ?

19 Feb
CU2

El Campo de Cebada in Madrid  (Licentie onder Creative Commons)

Enige tijd geleden schreef ik over commoning, ook wel place making genoemd[1]: Een groep mensen, vaak buurtbewoners, neemt dan het initiatief om hun leefomgeving te verbeteren. Dit kan variëren van de aanleg van een gezamenlijke groentetuin, tot exploitatie van een met sluiting bedreigd zwembad maar ook de vervanging van krotten door meer solide bouwsels.

Dit soort activiteiten staat niet op zich. Ze maken deel uit van het streven van ‘gewone mensen’ naar zelfbestuur van een stukje van de leefomgeving of te wel directe democratie. Dit is een waardevolle aanvulling op stemmen voor de gemeenteraad of deelname aan ‘inspraak’.

De afgelopen week heb ik het boek De toekomst van de stad van Zef Hemel gelezen[2]. Dit boek inspireerde mij om commoning te zien in het bredere perspectief van stedelijke ontwikkeling.

Ik zag mezelf een matrix tekenen met twee ingangen (zie afbeelding):

  • de mate van machtsuitoefening door een overheid;
  • de mate van ongelijkheid van bewoners.

Commons en planologie

Met deze matrix kon ik opvallende verschillen tussen stedelijke ontwikkeling vergelijken en tevens werd duidelijk welke de beste voorwaarden voor commoning zijn.

  1. Een sterke overheid gecombineerd met grote maatschappelijke ongelijkheid

Heersers hebben de inrichting van de gebouwde omgeving altijd gebruikt om hun macht te manifesteren: Vroeger door middel van paleizen, tegenwoordig door de hoogste wolkenkrabber ter wereld binnen de landsgrenzen te laten verrijzen. In een aantal gevallen kozen ze voor een majestueuze herinrichting van de hoofdstad van hun land.

29_boulevard_Haussmann_Paris

Boulevard Haussmann. Foto Thomon (Licentie onder Creative Commons)

Een van de bekendste voorbeelden daarvan is de sanering die Haussmann halverwege de 19de eeuw in opdracht van keizer Napoleon 3 in Parijs realiseerde. Duizenden huizen werden afgebroken en de overwegend arme bewoners werden naar de ‘banlieus’ verjaagd. Hiervoor in de plaats verrezen schitterende appartementen voor de midden- en hogere klasse, langs of nabij de nieuwe boulevards, samen met fraaie parken en niet te vergeten de beroemde Parijse opera van Charles Garnier. Hitler haf Generalbauinspector Albert Speer de opdracht een vergelijkbaar plan te realiseren in Berlijn, maar dan vele malen groter. Hiervoor zouden bijna 100.000 huizen gesloopt moeten worden. Dit plan werd echter nooit uitgevoerd.

  1. Utopische idealen van leven in gelijkheid gecombineerd met een sterke overheid

Door de eeuwen heen zijn er utopisten geweest die leefgemeenschappen wilden stichten waar de bewoners in vrede, samenhorigheid en in het groen zouden samenleven. Zo had Charles Fourier overzichtelijke paleisachtige wooneenheden – Phalanstères – in gedachten. Deze moesten de plaats innemen van de verderfelijke steden. Deze en soortgelijke plannen inspireerden Ebenezer Howard tot de idee van de tuinstad. Ook hier zouden mensen wonen in het groen.Verder ertsen wonen, werken en verkeer radicaal gescheiden.

Phalanstère

Perspectief van Charles Fourier’s Phalanstère (Licentie onder creative Commons)

Tuinsteden zijn in vele soorten en maten gerealiseerd, mede dankzij de internationale beweging ‘Het nieuwe bouwen’, opgericht in de jaren ’30 van de 20ste eeuw. Utopisten als Fourier en Kropotkin die de basis voor deze beweging hadden gelegd, droomden van lokale autonomie en waren wars van staatsbemoeienis. Het paradoxale is echter dat een krachtige staat een voorwaarde bleek om wonen in het groen mogelijk te maken, in het bijzonder vanwege het verwerven en beheren van de grond. In het kielzog van de sterke staat kwam het beroep planoloog tot wasdom. Sterk bestuur met een even sterke sociale inslag kon tot mooie resultaten leiden. Bijvoorbeeld de stadsuitbreiding van Amsterdam na de eerste wereldoorlog – getrokken door wethouder Wibaut en ontworpen door Berlage.

Vrijwel overal ging de ontwikkeling van het nieuwe bouwen gepaard met een sterk anti-grootstedelijk sentiment wat leidde tot een gigantische groei van dorpen en kleine steden, tot mislukken gedoemde spreiding van economische activiteiten en het ontstaan van saaie monotone wijken en van  enorme verkeersstromen want het werk verhuisde in veel mindere mate mee. Nederland en België hebben hierdoor – na de Verenigde Staten – de grootste ecologische voetafdruk ter wereld. Tegelijkertijd remde deze ontwikkeling de economische groei die vrijwel altijd wordt gestuwd vanuit de grote steden.

  1. Maatschappelijke ongelijkheid gepaard aan een zwakke overheid

m5110033_2

De Stokstraat in Maastricht voor de gentrificering begon. Aquarel Herman van den Bosch sr. 1957

Zwakke overheden geven maatschappelijke krachten vrij spel en dat zie je onmiddellijk terug in de gebouwde omgeving. Het meest dominante patroon is dan ongebreidelde en spontane suburbanisatie door de middenklasse. Het arme deel van de bevolking raakt geconcentreerd in verloederde en dichtbevolkte wijken – soms sloppenwijken – rond stadscentra. De rijken wonen in ‘gated communities’ op meest aantrekkelijke plaatsen van de stad. Als steden groeien ontstaat steevast druk op de arme wijken rond het centrum. Dit proces van gentrificering verdringt een deel van de bewoners; hun huizen worden gesloopt en maakt plaats voor uitbreiding van het areaal van kantoren, winkels en luxe appartementen. De bewoners komen doorgaans terecht in projecten in nieuwe steden, onder betere woonomstandigheden maar zonder het sociale verband van vroeger. Overigens weet een aanzienlijk deel van de armere stadsbevolking binnen enkele generaties te profiteren van de mogelijkheden van het stedelijk leven en vindt een beter heenkomen. De vrijgekomen plaatsen worden ingenomen door nieuwe immigranten, uit het platteland of van elders ter wereld.

Maar hu het laatste kwadrant; terug naar commoning.

  1. Beperkte ongelijkheid in combinatie met een ‘terughoudende’ overheid.

Naarmate in een land minder extreme vormen van sociale ongelijkheid voorkomen, wordt de roep van bewoners om zelf betrokken te zijn bij de inrichting van de ruimte sterker. Gentrificering gaat dan ook vaker van de bewoners zelf uit. Een belangrijke gegeven is dat er zeker in het noordelijk halfrond inmiddels een compleet ingerichte ruimte ligt, die in plaats van opnieuw te worden ingedeeld vooral om duurzaam beheer en kleinschalige opvulling vraagt. Een verstandige gemeente vraagt de burgers om ideeën daarvoor en laat de uitvoering daarvan waar mogelijk aan de (toekomstige) bewoners over.

Woonwensen blijken – als er iets te kiezen valt – zeer gevarieerd te zijn: Sommigen willen zo dicht mogelijk bij de het centrum van de stad wonen, zelfs als er dan maar enkele tientallen vierkante meters beschikbaar zijn, anderen willen het liefst ergens aan een nieuwe wijk bouwen, zonder knellende voorschriften. Weer anderen willen ‘gewoon’ een doorzonwoning. Vooral wonen in de grote steden is (weer) populair. Daar is nog volop ruimte, vooral als van rigoureuze functiescheiding wordt afgestapt en compacte hoogbouw mogelijk wordt gemaakt.

In het vierde kwadrant is er niet zo zeer sprake van een zwakke maar van een ‘terughoudende’ overheid. Deze wakkert initiatieven tot commoning aan en ondersteunt hun uitvoering. Ze bemoeilijkt speculatie en ze zorgt – overigens ook in samenspraak met de bewoners – voor een goede infrastructuur, waaronder een super snel internet en een slim elektriciteitsnet. Elektriciteit produceren kan in een aantal gevallen juist weer aan de bewoners zelf overgelaten worden.

favela3

Communale renovatie favela nabij Buenos Aires (Licentie onder Creative Commons)

Bewoners betrekken bij stadsontwikkeling hoeft niet beperkt te blijven tot rijke landen. De stad Medellin in Colombia – tot voor kort een van de meest crimineelste steden ter wereld – is daar een voorbeeld van. De overheid hecht grote waarde aan versterking van het zelfbewustzijn van de bewoners van arme (sloppen)wijken. Dit doet ze door de bouw van fraaie gemeenschapsvoorzieningen en de aanleg van infrastructuur. De verbetering van hun woonwijken nemen bewoners zelf ter hand [3].

Toch blijft er werk genoeg voor planologen. Niet voor degenen die ambiëren de stad op basis van eigen opvattingen over wonen en werken in te kleuren, maar wel voor hen die kunnen luisteren naar de wensen van bewoners en hen helpen bij de realisering daarvan. De Amerikaan John Friedmann[4] was zo’n planoloog en onze eigen Zef Hemel is dat nog steeds. Zijn al genoemde boek De toekomst van de stad kan ik daarom aanbevelen.

[1] Leidt commoning tot een nieuw democratisch elan? https://wp.me/p32hqY-1cf

[2] Zef Hemel bekleedt de Wibaut leerstoel voor grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft geregeld boeiende posts in zijn blog Free State of Amsterdam: https://zefhemel.nl

[3] Zie: Duncan McLaren & Julian Agyeman: Sharing Cities: A Case for Truly Smart and Sustainable Cities, MIT 2015

[4] John Friedmann: The Prospect of Cities. University of Minesota Press 2002

Advertenties

Digitalisering. Autonoom of stuurbaar? En door wie?

8 Feb

shutterstock_434588023-e1481762757473

Een virtueel debat tussen Bas Boorsma en Adam Greenfield[1]

Dit vraag in de titel loopt als een rode draad door de twee pas verschenen boeken die de aanleiding waren voor deze post.

Het eerste boek is Radical Technologies, geschreven door Adam Greenfield (Verso, 2017). Het tweede is A New Digital Deal van Bas Boorsma (Rainmaking Publications, 2017). Beide auteurs zijn al vele jaren betrokken bij de ontwikkeling van smart cities.

Bas Boorsma onder andere in verschillende rollen binnen Cisco. Hij is nu managing director bij Rainmaking Urban.

Adam Greenfield – ook auteur van Against the Smart City[2] – heeft onder andere gewerkt als informatie-architect voor Nokia. Tegenwoordig doceert hij aan de London School of Economics.

Waar staan de auteurs voor?

Bas Boorsma is overtuigd van het – tot nu toe slechts gedeeltelijk gerealiseerde – potentieel van digitale technologie, maar vindt tegelijkertijd dat de samenleving voor een grote uitdaging staat om deze ten goede aan te wenden.

Adam Greenfield vindt het zinloos om de hypothetische waarde van digitale technologie te bespreken. Hij verwijst naar een uitspraak van Stafford Beer Het doel van een systeem is wat het doet. In het geval van digitale technologie is dat het dagelijks leven koloniseren. Dit gebeurt door technologiereuzen en bijna-monopolisten zoals Google, Apple en Amazon – ‘Stacks’ genaamd – en andere grote (technologie)bedrijven. De vraag is of de samenleving zich hieraan wil en kan onttrekken.

Digitalisering

De essentie van digitalisering is herstructurering van economie en samenleving met digitale technologie en bijbehorende infrastructuur. Wezenlijk daarbij is de vervanging van centralistische organisatie door het netwerkprincipe, waarbij de nadruk komt te liggen op onderling verbonden knooppunten (‘nodes’); zowel in de samenleving als in de digitale wereld.

hierarchies_evolution_networks-mseombprp1dptejlmxut4bft87ouxgviy4857o76dc

Many expected digitalization to facilitate the emergence of a ‘true’ free market, i.e. an economy based on peer-to-peer principles, collaboration, with small enterprises relying of the network effect and digital tools to conduct business in ways previously reserved for large corporations (New Digital Deal, p.52).

Dit is wat in eerste instantie inderdaad gebeurde, mede dankzij de ontwikkeling van platforms: The development of platforms empowered start-ups, small companies and professionals. Many network utopians believed the era of ‘creative commons’ had arrived and with it, a non-centralized and highly digital form of ‘free market egalitarianism’ (New Digital Deal, p.52). Sommigen voorspelden al de ondergang van het kapitalisme.

Daarvan is niets terecht gekomen: De ‘Stacks’ en andere grote bedrijven hebben zich het netwerkparadigma en de platformeconomie voor een groot deel toegeëigend. Als gevolg hiervan is het kapitalisme – monopolie en oligopolie in het bijzonder – aanzienlijk versterkt:

Digitalization-powered capitalism now possesses a speed, agility and rawness that is unprecedented (New Digital Deal, p.54)

In dit opzicht wijken de meningen van Bas Boorsma en Adam Greenfield niet veel van elkaar af.

Een ‘New Digital Deal’

Volgens Bas Boorsma kan digitalisering niet worden tegengegaan, maar bijsturen kan en moet.  Hij gebruikt de analogie van een vaardig bestuurde kano op een snelstromende rivier die stuwende kracht van het water ten volle benut.

Bas hi res 2014

Bas Boorsma

A New Digital deal must steer the further development and impact of digitalization to deliver on its promise in full, and we have to do this in a moral context… (New Digital Deal, p.42). In order to deploy digitalization and to manage platforms for the greater good of the individual and society as a whole, new regulatory approaches will be required… (New Digital Deal, p.46). This has to enable us to manage technological growth, regulate platforms, celebrate recalibrated free market principles, prepare for the emergence of new and better jobs, harvest digitalization generated wealth… and to tax wealth and platform rather than labor (New Digital Deal, p.65).

De New Digital Deal vereist dus een sterke regulerende macht om de spanning te overbruggen tussen enerzijds de komst van een postkapitalistische maatschappij, gedomineerd door een grote hoeveelheid fysiek en digitaal interacterende actoren en anderzijds de toe-eigening van de digitalisering en de platformeconomie door de ‘Stacks’ en andere bedrijven. De vraag is van wie deze regulering uitgaat en wat zij inhoudt.

Bas Boorsma gaat in op de maatschappelijke impact van digitalisering in domeinen zoals gezondheidszorg, onderwijs, transport en energie. In elk daarvan onderzoekt hij de inhoud van de New Digital Deal. Maar ik zocht tevergeefs naar het antwoord op de vraag naar de bescherming van de vrije markt en het doorbreken van het monopolie van de ‘Stacks’. Het antwoord op deze vraag is vooral daarom van belang omdat het deze ongelimiteerde groei van het monopoliekapitalisme is die Adam Greenfield’s pessimisme voedt. Adam Greenfield beantwoordt deze vraag ook niet, vermoedelijk omdat hij dit niet ziet gebeuren.

Toch denk ik dat er een antwoord is.

De ijdele hoop op een digitaal paradijs

Voordat ik terugkeer naar de New Digital Deal, ga ik dieper in op de grondslag van het pessimisme van Adam Greenfield. In opeenvolgende hoofdstukken van zijn boek onthult hij hoe grote bedrijven – soms is samenwerking met de staat – gebruik hebben gemaakt van digitale technologieën:

Adam_Greenfield

Adam Greenfield

Blockchain-technologie was bedoeld als de basis voor nieuw te ontwikkelen gedecentraliseerde peer-to-peer organisaties, maar is door grote bedrijven toegeëigend. Deze omarmen het als een fundamenteel verbeterd raamwerk voor de uitwisseling van identiteit en gegevens, zoals contracten en databases.

Where previously everything that transpired in the fold of the great city evaporated in the moment it happened, all of these rhythms and processes are captured by the network and retained for inspection (Radical Technologies, p.5). Dit vanwege het gecombineerde effect van smartphones, sensoren, beveiligingscamera’s, ‘wearables’ – zoals Hitatchi’s Business Microscope – en de snel toenemende mogelijkheden van de algoritmische productie van kennis.

Truly transformative circumstances will arise not from any one technology standing alone, but from multiple technical capabilities woven together in combination (Radical technologies, p.273). Opnieuw zullen de ‘Stacks’ daarvan het meest profiteren. Hun innovatiecapaciteit is groter dan die van een ander bedrijf en hun geld is onbeperkt.

They are turning the entire planetary-scale entrepreneurial community into a vast distributive R&D lab… At any given moment there are thousands of startups busily exploring the edges of technological possibility, and shouldering all the risk of involved in doing so. (Radical Technologies, p.281)

Door zich te concentreren op de ontwikkeling van minimal viable products, verwacht menig startup te worden overgenomen door een van de ‘Stacks’ of andere technologiebedrijven en de miljoenen die deze bedrijven bieden te verzilveren. De startup gemeenschap is vitaler dan ooit tevoren, maar ze lijkt in niets op de gedistribueerde actoren op de knooppunten van het netwerk aan de vooravond van een nieuwe geliberaliseerde orde. In plaats daarvan ondersteunen ze de dominantie van de ‘Stacks’.

Het falen van de politiek

De invloed van de politiek in de westerse landen met betrekking tot de groeiende macht van de ‘Stacks’ is verwaarloosbaar. Misschien met uitzondering van de Europese Unie die verwikkeld is in achterhoedegevechten door extreme vormen van monopolie te beboeten. Daarentegen slaagt de Chinese overheid er wel in om

9781784780432

digitale techniek in dienst te stellen van de eigen doelstellingen, zij het niet op een manier waaraan wij een voorbeeld zouden kunnen nemen. Ondersteund door China’s eigen ‘Stacks’ – waaronder Alibaba en Baihe – integreert de overheid smartphones, ‘wearables’ en sociale netwerkdiensten met als doel het ‘sociaal krediet’ van elk van haar burgers vast te stellen.

Ik verwacht dat Adam Greenfield de vraag of technologische ontwikkeling een autonome kracht is naar analogie van de snel stromende rivier van Bas Boorsma, negatief zal beantwoorden. Lange tijd regisseerden grootschalige programma’s onder toezicht van overheidsinstellingen, zoals de legendarische DARPA, de technologische ontwikkeling in de VS. Dit zorgvuldig geplande proces heeft niet alleen geresulteerd in de atoombom, maar ook in de ontwikkeling van alle componenten van de iPhone. Mariana Mazzocato heeft gedetailleerd beschreven hoe de assemblage van deze componenten door een klein bedrijf genaamd Apple aanvankelijk zelfs door de staat werd gesubsidieerd[3].

Tegenwoordig wordt de ontwikkeling van technologie en de impact ervan op de werkgelegenheid voornamelijk bepaald door strategische keuzes van de ‘Stacks’ en andere technologiebedrijven. Daarom zal elke ‘deal’ met betrekking tot de sturing van technologische ontwikkeling of het beschermen van de belangen van burgers en de samenleving als geheel, gericht moeten zijn op beteugeling van de ‘Stacks’.

Opnieuw: de New Digital Deal

Dit brengt ons terug naar de New Digital Deal. De beteugeling van de ‘Stacks’ moet worden voorafgegaan door een wetgeving op nationaal of supranationaal niveau. Hierin moeten de doelen en de voorwaarden voor digitalisering ten behoeve van de samenleving als geheel worden vastgelegd.

Het uiteindelijke doel van de toepassing van digitale technologie  is een ​​genetwerkte samenleving met bloeiende activiteit op alle knooppunten en een vrije markt daartussen, mede om meer welzijn mogelijk te maken.

Een – verre van complete – lijst van voorwaarden omvat:

  • Een krachtig en anti-trustbeleid.
  • Ontmoediging van acquisities ten gunste van samenwerking binnen netwerken.
  • Ontvlechting van heterogene conglomeraten van bedrijven (‘to big to fail’).
  • Governance-richtlijnen die kortetermijndenken ontmoedigen, inclusief daarmee vergelijkbare praktijken op de beurzen.
  • Aanzienlijke winstbelastingen, die deels worden teruggegeven als bedrijven deelnemen aan door de staat gecoördineerde onderzoeksprogramma’s, samen met universiteiten
  • Een basisinkomen gecombineerd met het recht op betaald werk voor volwassen burgers.

Een groeiende digitale gemeenschap

9789402235425Ik betwijfel ten zeerste of de tot op het bot verdeelde Europese landen in staat zijn om deze voorwaarden in de nabije toekomst te realiseren. Ik vestig mijn hoop eerder op lagere overheden, met name die van steden. Op dit niveau kunnen digitale hulpmiddelen worden toegepast in relatie tot beleidsterreinen als verkeer, gezonde lucht, duurzame energie en veiligheid. De 20 bouwstenen van community-digitalisering van Bas Boorsma zullen daarbij hun waarde bewijzen. Elk van deze bouwstenen stelt de behoeften en wensen van burgers centraal, een netwerk van stakeholders is bij de realisering betrokken.  De lokale overheid kan daarbij tevens de verantwoordelijkheid nemen voor robuuste connectiviteit en digitale veiligheid alsmede voor interoperabiliteit en het gebruik van niet-gepatenteerde protocollen.

Op enig moment in de toekomst kunnen globaal samenwerkende steden de staten waarvan ze onderdeel zijn dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen en de wettelijke basis te leggen om een New Digital Deal volledig te maken.

Nieuwsgierig geworden?

Ga beide boeken lezen. Degenen die vooral zijn ingesteld op praktische oplossingen, kunnen het best beginnen met Adam Greenfield. Zijn doortimmerde benadering van technologie levert zeker nieuwe inzichten op. En wat schrijft hij mooi! Ik raad lezers met een meer academische instelling aan om als eerste met het boek van Bas Boorsma aan de slag te gaan. Zijn leven-lange ervaring en alle oplossingen die hij aandraagt, helpen bij de toepassing van theorie. En daar is het velen van ons toch om te doen!

[1] Zo’n debat is zou interessant zijn, maar het heeft vooralsnog niet plaatsgevonden.

[2] https://www.goodreads.com/book/show/18626431-against-the-smart-city

[3] https://wp.me/p32hqY-6p

Mensen zijn slechte machines

29 Jan

Unknown

Openstaan voor soft signals wordt in de gezondheidszorg niet altijd gewaardeerd

shoppingHarari beschrijft in zijn boek Homo Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid onze verre voorvaders, de verzamelaars. Vooral twee eigenschappen stelden hen in staat om te overleven: Vermogen tot samenwerken en verfijnde waarneming. Elk lid van de groep moest over deze eigenschappen beschikken, want taakverdeling was beperkt. Dit kostte heel wat breinactiviteit en daarom was hun herseninhoud groter dan die van ons[1].

Vooral het vermogen om waar te nemen is vanaf de tijd dat mensen zich vestigden en al helemaal gedurende de industriële revolutie minder manifest geworden. Hoe komt dat?

De industriële revolutie bracht toenemende specialisatie met zich mee. Vooral in de werksituatie kwam en steeds meer hiërarchie en deze zorgde, samen met systemen voor planning & control voor uniforme voorschriften en toezicht daarop. Bij een vierde kenmerk sta ik wat langer stil: Institutionalisering.

Iimages 18.38.41nstitutionalisering is regulering van gedrag binnen uiteenlopende vormen van organisaties. Karl Weick spreekt van sense making. Organisaties zorgen ervoor dat hun leden op een vergelijkbare manier leren kijken naar, spreken over en duiden van de wereld. Zo’n gemeenschappelijke framing is uiterst effectief: Ze vermindert onzekerheid en ambiguïteit en ze verschaft een gedeeld oordeel over goed en slecht. Daar staat tegenover een vergaande bijziendheid voor zaken die buiten dit kader vallen en er blijft weinig ruimte over voor intuïtie en authentiek waarnemen en het opvangen van soft signals.

Institutionalisering in de gezondheidszorg

Ik heb een aantal studies gevonden die de gevolgen van institutionalisering illustreren in ziekenhuizen en zorginstellingen.

Unknown-1

Deze post is gebaseerd op mijn toespraak bij het afscheid van Emile Curfs als hoogleraar maatschappelijk ondernemen door zorgverzekeraars aan de OU op 26 – 01- 2018

De eerste studie[2] gaat over het feit dat ernstige medische fouten vaak voorkomen hadden kunnen worden als meer aandacht was besteed aan soft signals: Vaak terloopse opmerkingen van patiënten of voorzichtige vragen van jongere medewerkers over ziekteverschijnselen. Dergelijke opmerkingen werden afgedaan met dit komt wel vaker voor of waar bemoei je je mee. Het handelen volgens protocollen is bij veel medewerkers in de plaats gekomen de eigen ogen open houden.

Uit de tweede studie[3] blijkt dat het vermogen om soft signals te coderen nog niet is verdwenen maar ook hoe het wordt onderdrukt. Soft signals worden vaak opgevangen tijdens terloopse gesprekken met patiënten. De onderzochte medewerkers gaven echter aan dat ze dit soort gesprekken steeds vaker uit de weg gaan omdat ze in de war raken en dat leidinggevenden er geen waarde aan hechten.

De derde studie[4] laat zien dat van medewerkers elkaar minder aanspreken op fouten als ze ervaren hebben dat dit niet effectief is of schadelijk voor hen zelf is. Dat laatste is weer een rechtstreeks gevolg van de ervaren sociale veiligheid en de invloed van hiërarchie.

Veel professionals in de gezondheidszorg willen niets liever dan hun werk goed doen en daarbij hoort ook open staan voor soft signals. Vergaande protocollering, sociale onveiligheid, werkdruk en hiërarchische verhoudingen zorgen ervoor dat dit laatste niet altijd vanzelfsprekend is. Bovenstaande studies kunnen makkelijk worden aangevuld met voorbeelden van buiten de gezondheidszorg.

De vraag rijst of het misschien de prijs is die we voor onze welvaart moeten betalen.

Op het eerste gezicht is dat inderdaad het geval. Welvaart komt neer op de mogelijkheid ook bij een modaal salaris veel producten en diensten te kunnen aanschaffen. Lage prijzen zijn het gevolg van massaproductie en die is op haar beurt het gevolg van schaalvergroting en strakke regulering van het werk. Managers zijn daarom blij met robots, maar voor sommige werkzaamheden zijn laagbetaalde werknemers goedkoper. Deze moeten dan wel werken volgens strakke voorschriften. Dat lukt niet altijd, want mensen zijn nu eenmaal slechte machines. Bedrijven zien dan ook uit naar de komst van een nieuwe generatie robots, gebaseerd op kunstmatige intelligentie, die nog meer werkzaamheden kunnen overnemen, ook van hoger opgeleiden.

Unknown-2

De ontwikkeling naar schaalvergroting is ook naar de gezondheidszorg overgeslagen. De verwachting was dat dit de kosten zou verlagen. Het is maar zeer de vraag of dat zo is.

Steeds meer mensen vinden dat als dit de prijs voor de welvaart is, ze liever wat minder welvaart hebben. Je moet er niet aan denken dat robots het werk van zorgverleners overnemen. Ambacht wordt daarom weer meer gewaardeerd en kleine klinieken schieten als paddenstoelen uit de grond.

Organisatie - Laloux reinventing organization

Voor velen van ons is zinvol werk onmisbaar. Daarbij hoort ook een voldoende mate van verantwoordelijkheid en autonomie. De laatste tijd groeit de belangstelling voor zelforganisatie en zelfbestuur binnen bedrijven en instellingen sterk. Dit houdt onder meer in

– Meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij uitvoerende medewerkers;

– Minder hiërarchie en minder managers;

– Zelfcontrole in teams als onderdeel van kwaliteitszorg.

Het aantal bedrijven met een of andere vorm van zelforganisatie en zelfbestuur neemt snel toe: Van 3% in 2012 tot 8 % in 2016. In zijn boek Reinventing organizations geeft auteur Frederic Laloux talloze voorbeelden.

screenshot 20.55.13Wie het boek van Laloux leest wordt enthousiast, maar vraagt zich tegelijkertijd af of het niet te mooi is om waar te zijn. Een in 2015 verschenen onderzoek, het HOW-report, bevat sterke aanwijzingen dat organisaties met zelforganisatie beter presteren[5].

Uit dit onderzoek blijkt dat beter functioneren van organisaties met zelforganisatie en -bestuur komt omdat werknemers ander gedrag tonen dan werknemers elders. De onderstaande tabel toont een aantal houdings- en gedragskenmerken. Deze komen in bedrijven met zelfbestuur voor bij 85 – 95% van de werknemers. Het gemiddelde van alle andere bedrijven is 60 – 70%.

screenshot 21.25.23Zelforganisatie doet een beroep op kwaliteiten die in veel bedrijven en instellingen eerder worden onderdrukt. Het gaat daarbij om initiatief nemen, zich verantwoordelijk voelen, intuïtie en ook open staan voor soft signals.

Uiteraard vereisen deze organisaties ook een heel ander soort leiderschap, afgezien van het feit dat er ook minder managers zijn en teams coördinerende taken onderling verdelen.

Het is te hopen dat er op korte termijn meer onderzoek komt naar zelforganisatie en de effecten daarvan. Vooralsnog onbeantwoorde vragen zijn:

  • Gelden de positieve eigenschappen van zelforganisatie voor alle typen organisaties?
  • Is er een relatie tussen het vermogen tot zelforganisatie en opleiding van de medewerkers?
  • Welke invloed hebben aandeelhouders en toezichthouders op de ontwikkeling van zelforganisatie?
  • Welke eisen stelt zelforganisatie aan opleiding, coaching en training van medewerkers en leidinggevenden?
  • Welke invloed hebben persoonlijkheidseigenschappen van werknemers op hun waardering voor zelforganisatie?
  • Welke positieve en negatieve rol speelt informeel leiderschap?

In veel werkzaamheden leggen mensen het af tegen machines. Laten we die daar dan vooral inzetten. Andere werkzaamheden daarentegen hebben baat bij de combinatie van ratio en gevoel en die is uniek voor mensen. Maar dan moeten mensen wel de kans krijgen om daarin te excelleren, want als machine zijn ze niet geschikt. Meer autonomie op de werkplek en meer zelforganisatie zijn daarbij belangrijke voorwaarden.

[1] De schaarse kennis van verzamelaars is gebaseerd op rotstekeningen, archeologische vondsten en de studie van verzamelaars in een recent verleden.

[2] Graham P.Martin, Lorna McKee en Mary Dixon-Woods: Beyond metrics? Utilizing ‘soft intelligence’ for healthcare quality and safety in: Social Science & MedicineVolume 142, October 2015, Pages 19-26

[3] Laura Sheard, Claire Marsh, Jane O’Hara, Gerry Armitage, John Wright en Rebecca Lawton: Understanding why UK hospital staff find it difficult to make improvements based on patient feedback. In: Social Science & Medicine. In: Volume 178, April 2017, Pages 19-27

[4] Carolyn Tarrant, Myles Leslie, Julian Bion en MaryDixon-Woods: A qualitative study of speaking out about patient safety concerns in intensive care units van (Social Science & Medicine (Volume 193, November 2017, Pages 8-15)

[5] http://howmetrics.lrn.com/wp/wp-content/uploads/2016/05/HOW-REPORT-5-6-16.pdf

Xiongan: President Xi Jin Ping’s eigen smart city

21 Jan
Traffic jam toll station Beijing

Grote drukte voor en achter een tolstation bij Beijing

Beijing is zonder twijfel een levendige stad; ze is tegelijkertijd overvol, de lucht is vervuild en er rijden veel te veel auto’s. De overheid probeert al jaren activiteiten vanuit de stad naar het buitengebied te verplaatsen. Met niet al te veel resultaat.

Jing-Jin-Ji

In 2012 werd een ambitieus plan gelanceerd om dit proces te versnellen: Beijing, de aangrenzende havenstad Tianjin en de omliggende provincie Hebei werden samengevoegd tot een megalopolis genaamd Jing-Jin-Ji (85 miljoen inwoners; 200.000 km2; 5x Nederland). Jing staat voor Beijing, Jin voor Tianjin en Ji voor de klassieke Chinese naam van de provincie Hebei. De bedoeling was activiteiten die geen verband houden met de hoofdstedelijke functies van Beijing, te verplaatsen naar de rest van Jing-Jin-Ji. Deze nieuwe megalopolis moet bovendien gaan concurreren met andere economische groeipolen zoals Shenzhen en Pudong (Shanghai). De vraag was hoe.

120919-D-BW835-045

President Xi Jin Ping

De provincie Hebei is een heterogeen gebied, berucht vanwege zijn vervuilende industrieën: 40% van alle Chinese staal wordt hier geproduceerd. Afgezien van de welvarende steden als Beijing en Tianjin, heeft de provincie nog twee andere steden met elk meer dan 10 miljoen inwoners en verder veel kleinere steden omringd door landbouwgebied, bossen en meren. Zeven van de tien meest vervuilende steden in China bevinden zich in deze provincie. In 2015 raakte president Xi Jin Ping persoonlijk betrokken bij de ontwikkeling van de Jing-Jin-Ji-regio. Hij kondigde de bouw aan van vijf nieuwe hogesnelheidslijnen om groei en cohesie te stimuleren. Echter, ongeacht het aantal spoorwegen dat wordt aangelegd zal iedereen die langs de vele afgelegen, en landelijke bestemmingen van Hebei reist zich afvragen hoe dit gebied ooit een samenhangend geheel kan worden[1].

Xiongan; een nieuwe slimme en schone stad

Misschien hebben de adviseurs van de president dezelfde twijfel gevoeld, want op 1 april 2017 deed deze een onverwachte zet door de stichting aan te kondigen van een ‘smart city’ met 6,7 miljoen inwoners; Xiongan. Deze stad zal worden gevestigd in drie landelijke districten ten zuidoosten van Beijing: Xiongxian, Rongcheng en Anxin. De benodigde investering worden geschat op $362 miljard. In eerste instantie telde de lokale bevolking haar zegeningen, zoals uit de volgende huwelijksadvertentie blijkt[2]: Man, 53 jaar oud … heeft twee hectare grond in Xiongan. En inderdaad, onmiddellijk na de aankondiging door de president overspoelden onroerendgoedhandelaren het gebied en stegen de prijzen met sprongen. Alle transacties waren echter geannuleerd en verboden[3]. Ambtenaren liepen met megafoons door de straten om te waarschuwen tegen speculatie. Toen de bewoners bovendien begon te beseffen dat velen van hen zouden moeten verhuizen, verminderde het enthousiasme snel[4].

Drie special areas103

De president onthulde ook dat de ontwikkeling van Xiongan anders zou verlopen dan die van Shenzhen[5]. Deng Xiaoping – die aan de wieg van de groei van Shenzhen stond – heeft de deur naar het kapitalisme geopend door de greep van de staat op de economie te versoepelen. Xi wil daarentegen de betrokkenheid van de staat versterken. Hij wil een stad bouwen die doordachter is, meer gelijke kansen biedt en duurzaam is. Volgens een ambtenaar zal meer dan 70 procent van de stad bestaan uit water en bos[6]: We zullen geen hoogbouw, betonnen jungles of glazen façades bouwen zei Chen Gang, directeur van het recent ingestelde comité dat de ontwikkeling van Xiongan gaat leiden. Hij voegde eraan toe dat de bescherming van de het natuurlijk milieu topprioriteit is. En niet te vergeten, Alibaba[7] zal de infrastructuur leveren om de stad ‘smart’ te maken.

Waarom Xiongan?

De functies van Xiongan zullen tweeledig zijn[8]: De eerste is de al genoemde opvang van te verplaatsen activiteiten uit Beijing. Scholen, markten, onderzoeksinstellingen en ziekenhuizen die worden overgeplaatst van Beijing naar Xiongan zullen 4,5 miljoen personen meenemen[9]. Dit is 21% van de huidige bevolking.

De tweede functie is die van technologie-hub. De stad zal bedrijven selecteren op het gebied van informatietechnologie, biotechnologie, nieuwe energie en nieuwe materialen. Binnen een paar dagen na de aankonsiging van de stichting van de stad, hadden 48 technologiebedrijven al blijk gegeven van hun belangstelling om hier filialen op te zetten, waaronder Alibaba, Tencent en Baidu[10].

Anxin

Anxin dat deel zal uitmaken van Xiongan

Is Xiongan levensvatbaar?

Binnen en buiten China leidde de stichting van de stad Xiongan tot veel reacties. In het algemeen nemen commentatoren aan dat, als een land erin zal slagen steden uit het niets te ontwikkelen, het China zal zijn. Dit vanwege zijn centralisme, gedurfde financieel regime en ondernemerschap. Meer sceptische waarnemers verwijzen naar de beruchte Chinese spooksteden waarvan het financiële district Yujiapu en de op groene industrie gerichte zeehaven van Caofeidian zich beide in de buurt van Tianjin bevinden. In de meeste spooksteden neemt de economische activiteit echter geleidelijk toe, de bovengenoemde plaatsen inbegrepen[11].

Hoe dan ook, een vergelijking met Shenzhen is niet in orde. Van alle speciale economische zones is Shenzhen verreweg het grootste succes. Met zijn uitstekende locatie nabij Hong Kong was deze stad aantrekkelijk voor investeerders van over de hele wereld in een tijd dat in China de arbeid goedkoop was. De combinatie van de op juiste plaats, op het juiste moment, de juiste dingen doen, is zeldzaam. Daarentegen is de private sector in Hebei zwak, volgens Qiao Runling, een expert in stedelijke ontwikkeling bij de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming in China[12].

Xionxian

Xiongxian dat deel zal uitmaken van Xiongan

De belangrijkste succesfactor van de groei van Xiongan is ongetwijfeld de overheveling van niet-hoofdstedelijke functies uit Beijing[13]. De stad zal ook zeker profiteren van de nabijheid van de nieuwe luchthaven van Beijing en van de aanleg van de nieuwe hogesnelheidslijnen die de afstand van Xiongan tot Beijing en Tianjin tot 30 minuten reduceren. Wat de toekomst van Xiongan als technologie-hub betreft; werknemers met de vereiste ervaring en vaardigheden zullen van elders aangetrokken moeten worden. Hun bereidheid om zich te vestigen in Xiongan kan afhangen van het beoogde groene en slimme karakter van de stad.

Over de impact van de status als speciale economische zone moet Xiongan zich niet te veel illusies maken[14]. Op dit gebeid is sprake van hevige concurrentie omdat China als geheel al vrij open is. Daarnaast zijn er inmiddels 18 speciale economische zones en 11 vrijhandelszones, plus meer dan honderd andersoortige zones met speciale rechten[15].

Samenvattend: de ontwikkeling van Xiongan kan met enig optimisme tegemoet worden gezien, al kan het tempo van de groei trager zijn dan verwacht. Hetzelfde zou kunnen gelden voor haar positie als technologie-hub. Afgezien daarvan, ben ik erg benieuwd hoe het groene en slimme karakter van de stad zich ontwikkelt. In dit opzicht is het veelbelovend dat Xiongxian – een stad met 380.000 inwoners die in Xiongan zal worden geïntegreerd – nu al voor 100% wordt verwarmd met geothermische energie[16].

[1] http://www.joneslanglasalle.com.cn/china/en-gb/Research/ecn-jingjinji-2016-eng.pdf

[2] http://www.bbc.com/news/world-asia-china-39475839

[3] https://www.theguardian.com/world/2017/apr/04/china-plans-build-new-city-nearly-three-times-the-size-of-new-york

[4] https://thediplomat.com/2017/05/a-closer-look-at-chinas-1000-year-project-xiongan-new-area/

[5] http://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2126631/can-chinas-communist-party-build-innovation-capital

[6] http://www.straitstimes.com/asia/east-asia/water-woodland-to-dominate-xiongan-new-area-chinas-new-special-economic-zone

[7] http://news.xinhuanet.com/english/2017-11/08/c_136737900.htm

[8] http://www.scmp.com/tech/enterprises/article/2116178/what-will-china-build-xi-jinpings-dream-city-it-biotech-new-energy

[9] https://www.forbes.com/sites/sarahsu/2017/04/09/china-hopes-xiongan-new-area-will-relieve-pressure-on-congested-beijing/#cbd9ecb6379e

[10] http://news.xinhuanet.com/english/2017-09/28/c_136646221.htm

[11] http://www.thatsmags.com/beijing/post/13823/giving-up-the-ghost

[12] http://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2120491/xi-jinpings-dream-city-could-be-killed-bureaucracy-and

[13] http://www.scmp.com/comment/insight-opinion/article/2088819/xiongan-not-shenzhen-or-pudong-why-latest-new-area-may

[14] http://www.telegraph.co.uk/news/world/china-watch/society/xiongan-new-area/

[15] http://www.scmp.com/comment/insight-opinion/article/2088819/xiongan-not-shenzhen-or-pudong-why-latest-new-area-may

[16] http://www.thinkgeoenergy.com/chinese-city-of-xiongxian-in-hebei-province-deriving-all-heating-from-geothermal/

 

PlanIT Valley: De slimste stad die nooit gebouwd is

12 Jan
The-emerald-city2

Emerald City

Het verleden kent veel stedelijke utopieën. Een recente is PlanIT Valley, een gedroomde ‘smart city’ in Portugal bij Porto. Mijn interesse was gewekt vanaf het eerste moment dat ik ervan hoorde, ondanks mijn scepsis tegenover ‘smart cities’ die uit het niets moeten verrijzen{1].  De mensen achter het plan – Steve Lewis in de eerste plaats – geloofden dat hun ‘Emerald City’ het verschil zou maken: neutrale gebouwen dankzij een uitgebreid sensornetwerk, lagere bouwkosten door nieuwe bouwtechnieken en autonome auto’s om duurzaam verkeer mogelijk te maken. Hun droom leek oprecht, in tegenstelling tot soortgelijke claims van grote technologiebedrijven als IBM, Cisco en Siemens[2], die in de eerste plaats voor het snelle geld gaan: Smart city play is a $36 billion business opportunity in de woorden van Cisco’s vice president of strategy Inder Sidhu[3].

Grootse visie

Steve Lewis (voormalig marketingmanager bij Microsoft) en Malcolm Hutchinson namen de moeilijke weg, die zeker niet zou leiden tot het snelle geld. Volgens hen hangt de haalbaarheid van een duurzame stad af van een geïntegreerde aanpak. Daartoe hebben ze in hun startup Living PlanIT een modulair software-platform ontworpen, het Urban Operating System (UOS). Het UOS verzamelt informatie afkomstig van sensoren en geeft deze door aan systemen die verlichting, verwarming, koeling, afvalverwerking en luchtbeheersing beheren. Deze systemen zouden door andere bedrijven gebouwd moeten worden[4]. Kijk hier voor het technische ontwerp[5].

Steve Lewis reisde de wereld rond om zijn ideeën uit te dragen en er steun voor te vinden. Uiteindelijk belandde hij in Portugal. Hier ontmoette hij Celso Ferreiro, de ambitieuze burgemeester van Parades, die met het idee rondliep om een ​​fabriek te openen voor de productie van elektrische auto’s (het was 2008!). In Lewis’ onbegrensde verbeeldingskracht werd dit idee al snel een ‘electric automotive city’ zoals Wolfsburg of beter nog een Portugese Silicon Valley. Het idee van een nieuwe stad, die uiteindelijk 250.000 inwoners moest tellen – genaamd PlanIT Valley – was geboren. De burgemeester van Parades was zeer coöperatief en bood bouwgrond aan tegen uiterst gunstige voorwaarden[6].

screenshot 6

Voor Steve Lewis was dit project een eenmalige kans om het UOS te testen en te verfijnen. Tientallen jonge en idealistische geeks sloten zich bij het bedrijf aan trokken in een leegstaand huis nabij een golfcomplex in de buurt van Parades. Hun inkomsten bestond uit aandelen in Living PlanIT, kost en inwoning. In deze zeer hechte gemeenschap werd hard gewerkt om het masterplan van ‘Emerald City’ te ontwikkelen, samen met de in Londen gevestigde Chief Technology Officer John Stenlake.

Samenwerking

Ondertussen bleef Steve Lewis overal ter wereld zijn denkbeelden verkondigen en steun zoeken voor de ontwikkeling van PlanIT Valley. Succes en teleurstelling wisselden elkaar daarbij in sneltreinvaart af. Autobouwer McLaren stelde controle- en datatechnologie beschikbaar, het bouwbedrijf BuroHappold was enthousiast over het idee en was bereid om de stad te bouwen als de financiering rond was. Het idee was dat de eerste bewoners zouden werken in R & D-centra van technologiebedrijven en Cisco toonde serieuze interesse. Een gespecialiseerde bank leende het geld om 1.670 hectare te verwerven, nodig om de eerste fase van de stad te ontwikkelen. Helaas was niemand bereid om de daarvoor vereiste 19 miljard dollar te investeren.

planit-valley

De ontwikkeling van het masterplan van PlanIT Valley en een werkend concept van het UOS kostte meer tijd dan verwacht, wat de partners frustreerde. In de tussentijd ruzieden de Portugese architect Pedro Ballonas met het bouwbedrijf BuroHappold over de uitvoerbaarheid van de plannen en het gebrek aan betrokkenheid van toekomstige bewoners. Toen het masterplan eindelijk klaar was, was het buitengewoon vaag en een businessplan ontbrak volledig.

In de visie van Lewis zouden de inkomsten moeten komen uit licenties voor het gebruik van het UOS. De belangstelling op de markt hiervoor was gering. Steden hadden weliswaar belangstelling voor het gebruik van technologie bij de aanpak van hun problemen, maar ze voelden niets voor de installatie van integrale systemen zoals de UOS. Sören Kvist, projectmanager bij Copenhagen Solutions Lab maakte duidelijk vooral geïnteresseerd te zijn in oplossingen voor specifieke problemen – vuilnis, straatverlichting, parkeren, wateroverlast, en zo voort – in plaats van in een groot, stedelijke software platform. Chris Roberts, adviseur van de deelgemeente Greenwich, was nog meer uitgesproken: We zijn alleen maar geïnteresseerd in ICT als daarmee het leven van de burgers kan worden verbeterd.

Kleine acties

Ondertussen raakte de Londense vestiging van Living PlanIT betrokken bij een aantal kleinschalige projecten waarbij het UOS deels zou kunnen worden ingezet. Het betrof de renovatie van London City Airport, een klein vliegveld voor zakelijke vluchten[7]. Samen met het Japanse technologiebedrijf Hitachi werd een nieuwe reizigerservaring ontworpen, uitgaande van de mogelijkheden van het UOS. Het restylen van een winkelcentrum in Birmingham was een ander project. Hier heeft het UOS gezorgd voor een integratie van het gebruik van de smartphone en fysiek winkelen door klanten gepersonaliseerde koopjes aan te bieden op het moment dat ze langs bepaalde winkels lopen. Rosemary Lokhorst, een medewerker van Living Planit, is in Almere[8] betrokken geweest bij een verlichtingsproject in samenwerking met Alliander, een Nederlands elektriciteitsbedrijf.

PlanIT_Valley_Image_BM_3

De Portugese ‘tak’ bleef het masterplan verfijnen, maar Steve Lewis werd er steeds meer van verdacht zijn strategie te hebben gewijzigd en zijn interesse in PlanIT Valley te hebben verloren. Veel van de teamleden vertrokken ontgoocheld. De vooruitzichten om PlanIT Valley te bouwen vervaagden geleidelijk.

Waarom PlanIT Valley nooit is gebouwd

In hun reeds vermelde boek, noemen Amy Edmondson en Susan Salter Reynolds drie voorwaarden die cruciaal zijn voor de realisatie van grootschalige projecten als het onderhavige: grootse visie, hechte samenwerking en kleine acties.

Grootse visie was nooit het probleem. Steve Lewis zei dat hij meer dan één miljoen ideeën per dag had. Hij faalde met betrekking tot de realisering van samenwerking. Hij is er niet in geslaagd een hecht team te creëren van bedrijven die de collectieve ambitie deelden en die over de middelen beschikten om deze te realiseren. Tegelijkertijd moet worden gezegd dat het smeden van zo’n team geen gemakkelijke opgave was. Alle betrokken partijen (IT, onroerend goed, bouw, financiën en overheid) leefden elk in hun eigen werelden, die vaak botsten. Zonder kleine acties zoals hierboven genoemd, zou Living PlanIT samen met de droom van de nieuwe stad zijn verdwenen.

Moet het falen van PlanIT Valley worden betreurd?

Ik ben hier niet zeker van. Het idee om met een living lab te experimenteren met het UOS leek me aantrekkelijk. Bovendien is PlanIT Valley niet gecorrumpeerd door het zoeken naar het snelle geld zoals grote technologiebedrijven.

362026_m644

In het concept van PlanIT Valley waren overwegingen met betrekking tot technologie en stedenbouw echter uit balans. In zijn pamflet ‘Against the smart city’ (2013), benadrukt Adam Greenfield dat no designer can anticipate at inception all the potential uses to which the things they create might be put. De meeste IT specialisten hebben zijns inziens geen benul van de complexiteit van steden. Ze behandelen deze als machines. De plannen van PlanIT Valley, en die van New Songdo eveneens, miskennen the collective insight we already possess regarding how urban space actually works. This is by supporting a lively mix of uses, putting a low threshold of commitment for any one activity leaving people reasonably free to pursue some objective wherever it seems to make the most sense for them to do so.

De aantrekkingskracht van een stad is het gevolg van een langdurig proces van organische groei fuelled by a broad variety of inhabitants with mostly unrecognizable desires, interest, power and money. In plaats daarvan snoefde de ontwikkelaar van New Songdo, Gale International, dat de bewoners van deze stad gelijktijdig zouden ervaren: the skyline vistas of New York, the strolling walks of Boston, the reflections of Venice, the kinetic energies of Wall Street, the pocket parks of London…the stunning impact of Sydney’s Opera House, the street scenes of Paris153 and Soho, the polish of Park Avenue. Met andere woorden, pure illusie.

Heden ten dage spreidt het idee van ‘smart cities’ – vanuit het niets opgebouwd – zich als een lopend vuur, vooral in India en China. Dit deels om tegemoet te komen aan de snelle groei van de stedelijke bevolking[9]. Ook Bill Gates heeft 25.000 hectare grond gekocht tussen Phoenix en Las Vegas, om zijn ‘Emerald city’ – Belmont – te bouwen, een stad voor 80.000 mensen. Op het eerste gezicht een ultieme kans voor Steve Lewis om alsnog zijn plannen te verwezenlijken.

Ik vraag me echter af of Steve Lewis nog steeds geïnteresseerd is, afgezien van ziekte die hem verhindert – laten we hopen tijdelijk – om zijn werk voort te zetten. Zoals ik herhaaldelijk heb benadrukt, kan ICT een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van toekomstige steden, maar niet op de manier van de meeste grote technologiebedrijven[10]. Steve Lewis gaf onlangs blijk van zijn fascinatie voor edgeless computing, een manier van IT-ondersteuning, waar burgers de controle hebben in plaats van gecontroleerd te worden. Een aantrekkelijk vooruitzicht, waarop ik zeker terugkom.

[1] Ik heb de rede van deze scepcis elders toegelicht: http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-beyond-technology-push/

[2] http://smartcityhub.com/governance-economy/smart-city-smart-story/

[3] https://www.fastcompany.com/1684055/city-cloud-living-planit-redefines-cities-software

[4] http://www.urenio.org/2015/01/26/smart-city-strategy-planlt-valley-portugal/

[5] Deze publicatie gat dieper in op de technische details van het UOS: [5] http://www.urenio.org/2015/01/26/smart-city-strategy-planlt-valley-portugal/

[6] In hun boek Building the future doen Amy Edmondson en Susan Salter Reynolds op zeer leesbare wijze verslag van de ontwikkeling van PlanIT Valley: https://books.google.nl/books/about/Building_the_Future.html?id=PaErCwAAQBAJ&redir_esc=y

[7] http://living-planit.com/pdf/Hitachi_Next_Generation_Airport_Service_Planning_and_Designing_2014-06.pdf

[8] https://executive-people.nl/492292/almere-op-weg-naar-een-lsquo-smart-society-rsquo.html

[9] http://smartcityhub.com/governance-economy/indias-100-smart-cities-mission-is-flawed/

[10] http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-beyond-technology-push/

Smart cities: slim, slimmer en slimst

17 Dec

smart-cities-infrastructure-iot-wide

Technologie bedrijven hebben met succes de definitie van smart city gefocust op wired. Volgens IBM gaat het daarbij om drie ‘I’s: instrumental, interconnected en intelligent[1]. Corporate story telling[2] beschrijft een smart city verder als een technology-led urban utopia dat de oplossing is alle stedelijke problemen, zoals criminaliteit, verkeerscongestie, inefficiënte dienstverlening, armoede en overbevolking. Bovendien draagt technologie bij aan een gezonde levensstijl voor iedereen. Ik heb dit verhaal gelabeld als Smart City 1.0.

Hoe zal een wired city uitzien?

In het recent gepubliceerde artikel[3] Complex Cyber Terrain in Hyper Connected Areas beschrijft Mike Matson de fysieke en virtuele componenten van de cyberruimte in stedelijke gebieden: Miljoenen kilometers glasvezelkabel verbinden datacenters en carrier hotels[4]. Tot voor kort waren zakelijke en thuiscomputers het einde van de lijn, maar hun aantal is inmiddels overtroffen door zogenaamde Ubiquitous Sensor Networks (USN), zoals slimme meters, CCTV, microfoons en sensoren. De functies van deze laatste zijn:

  • Detecteren (bijvoorbeeld: afwijkingen in systemen vaststellen, identificatie van indringers),
  • Tracking (bijvoorbeeld: pakketten, mensen en voertuigen) en
  • Monitoring (bijvoorbeeld: gezondheid, slijtage van bruggen en wegen).

Unknown-2

Sensornetwerken worden de kern van stedelijke systemen: Ze bewaken de omgeving (luchtkwaliteit, verkeersdichtheid, ongewenste bezoekers) en ze handelen zelfstandig en intelligent. Mike Matson berekent dat in 2050 een relatief kleine stad van 2 miljoen inwoners een miljard sensoren zal inzetten, alle verbonden door het Internet.

Ieder van ons is dan middelpunt van een persoonlijk netwerk dat ons steeds vergezelt: laptop, telefoon, bril, horloge, diagnostische gezondheid-waarnemingseenheid en wearables. De groei van persoonlijke netwerken begint kort na de geboorte. Al deze apparaten communiceren rechtstreeks via sensoren of via Internet. Ze leveren informatie waarop we kunnen reageren, maar de meeste informatie wordt verwerkt door middel van kunstmatige intelligentie. Deze stuurt processen aan zoals de verwarming in elke kamer in ons huis op elk moment van de dag. Als onderdeel van Internet of Things zullen huishoudelijke apparaten zijn verbonden met internet en kunstmatige intelligentie zal het gebruik ervan optimaliseren.

Unknown-6Persoonlijke netwerken communiceren met de onmiddellijke omgeving (huis, auto, familie, werk) en de buitenwereld. Bijvoorbeeld als het regent, wacht een autonome auto voor de deur. Het systeem ‘weet’ dat je bij droog weer lopend van huis gaat.

Netwerken van sensoren zijn hiërarchisch verbonden. Zo zullen sensoren in het huis de persoonlijke netwerken van alle gezinsleden voeden. Voor specifieke functies voeden ze tevens het controlecentrum van de buurt. Dit geeft gegevens met betrekking tot energieproductie en -verbruik, mobiliteit, water, riolering en veiligheid door naar hogere echelons, waar ze verzameld en geanalyseerd worden.

Misschien toch niet zo slim

Hoewel dit vanuit de technologie geïnspireerde verhaal nog vrijwel nergens in zijn volle omvang werkelijkheid is geworden, groeit de weerstand. Een alternatieve visie is in opkomst, uitgaande van onder andere de volgende denkbeelden:

  • Technologie is niet de belangrijkste oplossing voor de meeste stedelijke problemen.
  • De ontwikkeling van steden moet aansluiten bij initiatieven van burgers en leiden tot de ontwikkeling van sociaal kapitaal.
  • Vertrekpunt van het stedelijk beleid zijn sociale en milieuproblemen, in plaats van te starten met de keuze van technologie.
  • Het gebruik van informatietechnologie weerspiegelt en bestendigt de machtsverhoudingen tussen bedrijven, overheid, gemeenschappen en gewone burgers.
  • De keuze van technologische oplossingen om stedelijke problemen op te lossen moet resultante zijn van een democratisch besluitvormingsproces.
  • Technologie moet gekoppeld zijn aan een betere balans tussen economische groei en duurzaamheid.
  • Er is een groeiend bewustzijn van de privacyaspecten van verbondenheid binnen netwerken, wat leidt tot de wens om zelf te kiezen in welke mate je daarop aangesloten wil zijn.

Whatever we do, we know the world doesn’t need another plan that falls into the same trap as previous ones: treating the city as a high-tech island rather than a place that reflects the personality of its local population. Interview[5] met Daniel Doctoroff, CEO van Sidewalk Labs.

Naar een meer inclusieve visie op de smart city

Er zijn veel visies op smart cities. Sommige verwijzen naar de mate van gezondheid en opleidingsniveau van de bevolking. Naar mijn mening horen dit soort overwegingen eerder bij het streven naar humane, maar niet noodzakelijk ook slimme steden. Een visie op de eigenschappen van een smart city behoort in elk geval verwijzingen te bevatten naar technologie en naar de democratische legitimatie daarvan. Dit laatste betreft de mate waarin burgers betrokken zijn bij de besluitvorming over het gebruik van technologie en eigenaar van hun persoonlijke data blijven.

3586027703

Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen twee fundamenteel verschillende manieren waarop de democratische legitimatie van het gebruik van technologie plaatsvindt.

Systeemdenken versus complexiteitstheorie

Hoe de wereld om ons heen uitziet is het resultaat van mentale constructies, over wier geldigheid en betekenis we voortdurend delibereren. Deze mentale constructies zijn afhankelijk van een aantal vooronderstellingen.

Aan de ene kant is er de overtuiging dat de realiteit wordt gevormd door een stabiele reeks van acties en reacties. Niemand zal dit betwisten met betrekking tot de natuur (denk aan de zwaartekracht). In de sociale wereld geloven de meeste mensen dat dit ten hoogste gedeeltelijk van toepassing is. Bijvoorbeeld, stijgende huurprijzen in steden ertoe leiden dat mensen verhuizen en dat rijkere mensen hun plaatsen innemen (gentrification). Een keten van gerelateerde acties en reacties kan als een systeem worden beschouwd.

IBM

Aan de andere kant is de overtuiging dat resultaten van interacties tussen mensen voor een deel onvoorspelbaar zijn. Hogere huren kunnen in plaats van dat de betrokkenen vertrekken, leiden tot creatieve oplossingen (verhuren via Airbnb, het opzetten van een huiskamerrestaurant). Hierop kunnen weer andere onverwachte gebeurtenissen volgen, bijvoorbeeld collectieve weerstand tegen de huurverhoging. De ‘realiteit’ wordt beschouwd als een complex adaptief proces. Zo’n proces is iets wezenlijk anders dan een gecompliceerd proces. Het laatste is vanwege zijn herhaalbaarheid op te vatten als een systeem, het eerste vanwege zijn onvoorspelbaarheid niet.

Beide benaderingen hebben beleidsimplicaties

Sociale systemen kunnen worden beïnvloed door het veranderen van elementen in de keten van acties en reacties. Op deze manier kunnen alternatieve scenario’s worden onderscheiden met elk zijn eigen uitkomsten. Democratie is dan besluitvorming daarover door een vertegenwoordigende lichaam.

Maar in een complex adaptief proces is het veranderen van interacties om gewenste resultaten te bewerkstelligen onmogelijk. In dit geval is democratie het overlaten van beslissingen aan de direct betrokkenen (zelfbestuur).

Deze benaderingen zijn complementair. Tegenwoordig zijn ze echter uit balans. Stedelijk beleid is gericht op een gedetailleerde systematische aanpak die resulteert in generieke maatregelen om het gecompliceerde stedelijke systeem te beheersen. Zelfs als er uitgebreide beraadslagingen aan de besluitvorming door de gemeenteraad voorafgaan, komt het voor dat niemand tevreden is met de uitkomst. Kiezen voor een gebiedsgerichte benadering en belanghebbenden zelf keuzen laten maken waar dat mogelijk is, had kunnen leiden tot betere democratische legitimering.

Smart City 2.0

Smart City 2.0 kent een zorgvuldig voorbereide en democratisch gecontroleerde keuze van technologische oplossingen voor de problemen van een de stad. De voor- en nadelen van alternatieve scenario’s zijn breed gecommuniceerd. Uiteindelijk neemt de gemeenteraad een beslissing en kunnen technologie bedrijven bieden. De raadpleging van burgers die betrokken of geïnteresseerd zijn, gaat ook door tijdens de uitvoerende fase.

De herontwikkeling van de oude haven in Toronto met de hulp van Sidewalks Labs (een bedrijf uit Alphabet) is een uitstekend voorbeeld van deze aanpak[6].

De_Boleniusmoestuin

Smart City 3.0

Een stad kan ook besluiten om democratische, maar gecentraliseerde besluitvorming over infrastructuurprojecten tot het hoognodige te beperken. In plaats daarvan worden initiatieven van buurten of uit netwerken gestimuleerd en ondersteund[7]. Een paar voorbeelden:

  • De implementatie van smart-grid-oplossingen in een wijk.
  • De organisatie van een systeem van IT-faciliteiten voor onderlinge samenwerking voor ouderen.
  • Co-ontwikkeling van vervoersoplossingen binnen een regio-breed systeem van mobiliteit-als-een-dienst.

In deze voorbeelden verschilt de rol van ICT, maar ze is altijd ondersteunend.

Naar mijn mening zijn Amsterdam en Rotterdam op weg om een ​​Smart City 3.0 te worden, hoewel er nog een lange weg te gaan is. Ik kom hier later op terug.

 

[1] http://smartcityhub.com/governance-economy/smart-city-smart-story/

[2] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604813.2014.906716

[3] http://smallwarsjournal.com/jrnl/art/complex-cyber-terrain-in-hyper-connected-urban-areas

[4] Dit zijn knooppunten waar particuliere netwerken samenkomen om een ​​groter netwerk (het Internet) te vormen

[5] http://smartcityhub.com/technology-innnovation/google-connects-smart-city-movement/

[6] http://smartcityhub.com/governance-economy/googles-sidewalk-labs-takes-the-lead-in-smart-city-development-in-toronto/

[7] Het schitterende boek Peter Camp, Wonen in de 21ste eeuw, staat vol van voorbeelden waartoe burgerinitiatieven in het algemeen kunnen leiden.

 

Smart city: slim verhaal!

3 Dec

Op 4 november 2011 werd het handelsmerk smarter cities officieel geregistreerd als eigendom van IBM. Deze gebeurtenis markeert een periode waarin het bedrijf erin slaagde de definitie van smart city naar zijn hand te zetten en marktleider werd op de smart city-technologiemarkt.

Smart city - dash board Rio de Janeiro

In het eerste decennium van de 21e eeuw begonnen steden zich overal ter wereld smart te noemen om redenen die variëren van de inzet van ICT tot het hoge opleidingsniveau van hun burgers. Voorlopers waren San Diego, San Francisco, Ottawa, Brisbane, Amsterdam, Kyoto en Bangalore. Anderen volgden, waaronder Southampton, Edinburgh, Manchester, Vancouver en Montreal. Welke stad wil niet smart zijn? Volgens Vito Albino et all [1] waren er in 2013 ongeveer 143 zelfbenoemde smart cities over de hele wereld.

De smart city volgens IBM

Unknown-2Op 6 november 2008 gaf Sam Palmisano (CEO IBM) de aanzet tot de dominante rol van IBM met een toespraak getiteld A Smarter Planet: The Next Leadership Agenda. Deze lezing en de bijbehorende publicaties hebben doorslaggevende invloed gehad op het creëren van het imago van de smart city. Zie het artikel van Ola Öderström et al: Smart cities as corporate storytelling[2],

Volgens IBM bestaat de harde kern van elke smart city uit drie letters ‘I’: instrumented, interconnected and intelligent.

  • Instrumented: De mogelijkheid om dat op te slaan en te integreren door het gebruik van sensoren, meters, apparaten en persoonlijke hulpmiddelen.
  • Interconnected: De integratie van deze gegevens in een computerplatform dat uitwisseling van dergelijke informatie tussen verschillende gebruikers mogelijk maakt.
  • Intelligent: De integratie van complexe analyses, modellering, optimalisatie, visualisering en kunstmatige intelligentie om betere operationele beslissingen te nemen.

Steden zijn in het verhaal van IBM systems of systems: Drie hoofdcategorieën zijn planning en beheer, infrastructuur en dienstverlening, elk onderverdeeld in eveneens drie subsystemen:

  • Planning- en beheer: Openbare veiligheid, slimme gebouwen, stedelijke planning en bestuur.
  • Infrastructuur: Energie en waterhuishouding, afvalverwerking, milieu en transport.
  • Dienstverlening: sociale voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs.

Om een soepele werking van steden te waarborgen, moeten volgens IBM alle negen (later elf) systemen centraal worden gemonitord en gereguleerd. Het bedrijf heeft voor dit doel een Intelligent Operations Center ontworpen.

Smart city - Smart systems

IBM: Systeem van systemen

Het streven van IBM om de smart city-technologiemarkt te domineren is een rechtstreeks gevolg van het feit dat het bedrijf gestopt is met ontwerpen en produceren van hardware en zich toelegt op consultancy en software. Eerdere studies hadden er al op gewezen dat smart cities een enorme niet-ontgonnen markt is van $39,5 miljard per jaar. De smart city strategie van IBM omvatte twee elementen. Ten eerste, grootschalige contracten met steden zoals Singapore en Rio de Janeiro. Ten tweede, de Smarter Cities challenge[3]: IBM ondersteunde 100 smart city-projecten financieel (van $250.000 tot $400.000) en met techniek en advisering. Door deze investering van $100 miljoen ontwikkelde het bedrijf expertise die in steden als Madrid, Beijing, Minneapolis en vele anderen kon worden benut. Deze aanpak heeft zijn vruchten afgeworpen; IBM is betrokken bij meer dan 2000 smart city projecten over de hele wereld, waarmee jaarlijks ongeveer $3 miljard aan inkomsten wordt gegenereerd

‘Corporate story telling’

IBM heeft een succesvol verhaal geconstrueerd dat de problemen van wereldsteden zodanig herformuleert (‘framed’) dat het bedrijf ze kan helpen oplossen. Het bedrijf slaagde erin  stadsbesturen en politici wereldwijd zich dit verhaal eigen doen maken. Hierdoor werd IBM een obligatory passage point in de smart city technologiemarkt.

Het succes van het verhaal van IBM berust op twee retorische pijlers. In de eerste plaats de suggestie dat stedelijke problemen oplosbaar zijn met technische middelen door deze als onderdeel van samenhangende systemen te benaderen. De tweede is het creëren van een utopisch perspectief: Op dit moment bevinden steden zich in nog een diepe crisis: Steeds meer eisen vanuit de bewoners, krapper wordend budget, groeiende werkloosheid en bevolkingsgroei. Maar er gloort hoop: Zodra nieuwe technologie is geïnstalleerd, komen al deze problemen onder controle.

‘Before the advent of smart information systems, people actually had to turn up in person to be seen by health centers, passport offices, post offices, embassies…. Long lines, known as “queues”, quickly formed as people stood around aimlessly for hours…… Finally in the early 21st century, electronic declarations cut queues and billions of euros in administration costs.

Unknown-3Het waren niet alleen de marketeers van IBM die dit soort juichverhalen schreven. Inder Sidhu (Cisco) zag eveneens grote kansen voor zijn bedrijf[4]. In 2010 richtte het een Smart and Connected Communities Institute op. Cisco en het Amerikaanse vastgoedontwikkelaar Gale International bouwden samen New Songdo in Zuid-Korea. Deze samenwerking werpt een nieuw licht op de intenties van deze bedrijven. In essentie is New Songdo bedoeld als een gigantisch bedrijvenpark en de stad om huisvesting te bieden aan hun werknemers, waarvan veel expats. Zodra New Songdo is voltooid is, zijn Gale International en Cisco van plan om 20 andere nieuwe ‘steden’ in China en India uit te rollen.

Andere bedrijven volgden, de Fujitsu-groep die Human Centric Intelligent Society promoot, Siemens dat vanaf 2011 investeert in een Infrastructure and Cities divisie en Microsoft dat in 2013 startte met zijn initiatief City Next. Over Google’s (Alphabet) betrokkenheid heb ik eerder geschreven[5].

De ondernemende stad

Achter de ontwikkeling van New Songdo doemt een ander verhaal op. Dit is niet beperkt tot smart cities die vanuit het niets zijn opgebouwd. Technologiebedrijven benadrukken dat connected zijn een belangrijke voorwaarde is voor het aantrekken van investeerders. Opnieuw is menig stadsbestuur een gretig luisteraar. Volgens Robert Hollands[6] concurreren steden met elkaar om wereldwijd kapitaal aan te trekken en zij positioneren hun steden daartoe als vooraanstaande culturele, creatieve of economische ‘merken’. In Europa en Noord-Amerika bieden democratische controle en privacy overwegingen enig tegenwicht tegen de visie op de stad als onderneming. In veel andere delen van de wereld worden belangen van de bevolking verondersteld samen te gaan met zakelijke belangen.

Smart city - New Songdo

New Songdo

Het gevolg is dat stedelijk beleid op veel plaatsen voorrang geeft aan investeringen in technologie terwijl betaalbare woningen, transport en vervoer, riolering en onderwijs urgenter zijn. De 100 nieuw geplande smart cities in India bijvoorbeeld bieden nauwelijks soelaas voor de groei van de bevolking van het land met meer dan 300 miljoen in de komende 30 jaar[7].

Onjuist verhaal?

Zijn de verhalen over de zegeningen van technologie onjuist? Het zijn in elk geval simplificaties. Kunnen IBM en andere technologiebedrijven hierover verwijten worden gemaakt? Ik denk dat dit niet het punt is. Natuurlijk zijn ze in de eerste plaats financieel gemotiveerd. Technologiemaatschappijen gedragen zich echter als veel andere adviesbureaus, die welkome oplossingen bieden voor de problemen van hun klanten. Kritiek vanuit de academische wereld kwam bovendien maar mondjesmaat op gang, zoals een artikel van Robert Hollands[8] in 2008: Will the real smart city please stand up? Een aantal andere kritische studies volgde en deze hebben hun invloed niet gemist. Bijvoorbeeld het winnende voorstel van Sidewalk Labs (Alphabet) voor de herontwikkeling van Quayside, de oude haven van Toronto[9].

Elders doopte ik de ‘hardcore’ smart city als Smart City 1.0[10]. Het achterliggende verhaal wordt nog vaak gehoord. In een groeiend aantal steden zijn alternatieven in opkomst: Robert Hollands[11] schreef (2014): The real smart city has to begin to think with its collective social and political brain, rather than through its technological tools….. It is made up of myriads of initiatives where technology is used to empower community networks, to monitor equal access to urban infrastructures or scale up new forms of sustainable living.

Over deze alternatieven later meer.

[1] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/10630732.2014.942092

[2] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604813.2014.906716

[3] http://www-03.ibm.com/ibm/history/ibm100/us/en/icons/smarterplanet/

[4] https://www.fool.com/investing/general/2010/07/21/ciscos-greatest-opportunity-and-greatest-challenge.aspx

[5] http://smartcityhub.com/technology-innnovation/google-connects-smart-city-movement/

[6] https://academic.oup.com/cjres/article/8/1/61/303314

[7] http://smartcityhub.com/governance-economy/indias-100-smart-cities-mission-is-flawed/

[8] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604810802479126

[9] http://smartcityhub.com/governance-economy/googles-sidewalk-labs-takes-the-lead-in-smart-city-development-in-toronto/

[10] http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-cities-1-0-2-0-3-0-whats-next/

[11] https://academic.oup.com/cjres/article/8/1/61/303314