Digitale hulpmiddelen op weg naar een circulaire samenleving. Amsterdam als voorbeeld

In de 19de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden – de bijdrage van digitale technologie ga ik in op de vraag hoe digitale technologie kan helpen bij de lange weg naar een circulaire samenleving.

De bijdrage van digitale technologie wordt het meest zichtbaar als deze in samenhang met het hele beleid en daaruit voortvloeiende acties wordt gezien. Daarom staat in deze aflevering Amsterdam in de schijnwerpers; deze stad voert vanaf 2015 een consistent circulair beleid.

Waarom is een circulaire economie noodzakelijk?

Europese landen samen hebben gemiddeld 2,9 exemplaren van de planeet aarde nodig om te voldoen aan de behoeften aan grondstoffen. Maar ook één aarde heeft eindige hulpbronnen en het ligt daarom voor de hand dat steeds meer landen ernaar streven om in 2050 circulair te zijn. De circulaire verwerkingsladder bevat een reeks opties met op de laagste trede winnen van energie uit voor hergebruik ongeschikte materialen en voorts recycling, herbestemming, herfabricage, renovatie, repareren, hergebruiken, verminderen, heroverwegen tot afwijzen[1]

Een circulaire economie is een economisch en industrieel systeem dat afval elimineert en de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het herstellend vermogen van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt neemt, waardenvernietiging in het totale systeem minimaliseert en waardencreatie in iedere schakel van het systeem nastreeft[2]. In dit verband wordt ook vaak gesproken van cradle-to-cradle design. Hierin wordt gedacht in termen van materiaalstromen en het behoud van waarden, waardoor op lange termijn geen instroom van ongebruikte materialen meer hoeft plaatst te vinden[3]. Containerbedrijf Maersk heeft een cradle-to-cradle paspoort ontwikkeld, een primeur voor de scheepvaartindustrie, bestaande uit een database van alle scheepscomponenten, inclusief het aanwezige staal, met het oog op recycling, hergebruik en herfabricage van nieuwe schepen of onderdelen[4]. Van villa Welpeloo in Enschede (titelfoto) is 90% van de constructie en de gevel gemaakt van gebruikte onderdelen.

De nota Digitaal duurzaam[5] ziet digitalisering als een faciliterende voorwaarde (’enabler’) op weg naar een circulaire economie. Daarbij worden onderscheiden: de afstemming van vraag en aanbod van materialen, het vergemakkelijken van onderhoud en reparatie, de verbetering van het productieproces en de ondersteuning van de partners bij ketensamenwerking. In het navolgende komen van al deze opties voorbeelden aan de orde.

Amsterdam en de realisering van circulaire principes

De ambitie van Amsterdam is om in 2030 al 50% minder ‘nieuwe’ grondstoffen te gebruiken ten opzichte van de huidige situatie. Dit doel is ook voor het behalen van de klimaatdoelstellingen van groot belang: 63% van de CO2-uitstoot waarvoor de stad verantwoordelijk is, is afkomstig van producten en materialen die in het buitenland worden geproduceerd. De gemeentelijke overheid kan deze stoom ook maar deels beïnvloeden. Vandaar dat het beleid zich toespitst op drie terreinen waar de stad de meeste invloed heeft, namelijk voeding en organische reststromen, consumptie en de gebouwde omgeving.

Amsterdam publiceerde haar eerste beleidsplan Amsterdam Circulair: Visie en routekaart voor stad en regio in 2015[6].  Hierin lag de nadruk op organisch afval en de bebouwde omgeving. Het bevatte 75 actiepunten en de aanpak daarvan werd in 2018 positief geëvalueerd en dit legde de basis voor een nieuw rapport en een volgende fase[7]. Besloten werd om door te gaan met dezelfde accenten met toevoeging van voeding en consumptie. De toevoeging van consumptie lag voor de hand, omdat Amsterdam zich al enige tijd sterk maakte op het gebied van de deeleconomie[8].

Kort na de publicatie van dit nieuwe rapport verscheen Kate Raworth op het toneel. Opmerkelijk is dat in geen van de eerdere rapporten een referentie voorkomt naar haar werk op het gebied van de donut-economie. In mei 2019 verscheen de eerste vrucht van de samenwerking met Kate Raworth, dat voortbouwde uit het rapport van een jaar daarvoor. De samenwerking resulteerde in een nieuw rapport Bouwstenen voor de nieuwe strategie Amsterdam Circulair 2020-2025[9] waarbij een groot aantal betrokkenen uit de sectoren, voeding en organische reststromen, consumptie en bouw was betrokken. Het resulteerde in 17 bouwstenen, genaamd ‘ontwikkelingsrichtingen’.

Bij dit rapport was de originele publicatie over de donuteconomie uit 2012 als uitgangspunt genomen. Er bleek echter één valkuil te zijn. Het originele donutmodel is ontworpen voor toepassingen op mondiaal niveau, die volgens Kate Raworth niet rechtstreeks kunnen worden herleid naar het stedelijk niveau. De sociale implicaties van het gedrag in één stad hebben niet alleen invloed op deze stad zelf, maar ook op de rest van de wereld. Hetzelfde geldt voor de ecologische aspecten.

Daarom nodigde Kate Raworth vertegenwoordigers van Amsterdam, Philadelphia en Portland uit om zich bij een taskforce aan te sluiten en te ontdekken hoe een donutmodel op stadsniveau eruitziet. In elk van deze steden namen tientallen ambtenaren en burgers deel aan een interactief proces. Het resultaat was een nieuw model dat uitgaat van vier lenzen om stedelijke activiteiten te bekijken: De eerste en de tweede leken op de originele lenzen, maar dan toegepast op stadsniveau, bijvoorbeeld de impact van lokale industrie op de lokale natuur. De derde is hoe activiteiten in een bepaalde stad een negatieve sociale impact hadden op de rest van de wereld; denk aan kleding, geproduceerd onder slechte omstandigheden. De vierde is de impact van lokale acties op de natuur wereldwijd. 

Deze activiteiten resulteerden in een nieuwe publicatie, De stadsdonut voor Amsterdam[10]. Het is een instrument voor verandering, dat veel toepasbaar is dan op het circulaire beleid. In deze publicatie wordt het nieuwe donut-model vooral gebruikt als conceptueel model. In plaats van exacte berekeningen worden snapshots verzameld als illustraties.

Terwijl vertegenwoordigers van de stad druk bezig waren aan de ontwikkeling van het model voor een stadsdonut gingen de werkzaamheden richting circulaire stad onverdroten verder, en deze resulteerden vrijwel gelijktijdig in de publicatie van de definitieve circulaire strategie voor de periode 2020 – 2025[11] en het actieplan voor de periode 2020 – 2021[12]. Inhoudelijk sluiten deze plannen aan bij de publicatie van de bouwstenen uit 2019, inclusief de toepassing van het ‘oude’ donutmodel uit 2012.  

In het navolgende hanteer ik zowel het strategieplan als het actieplan om de rol van digitale instrumenten te laten zien.  Aan het einde kom ik terug op rol die de stadsdonut in de toekomst zal gaan spelen.

Digitale technieken in de circulaire strategie van Amsterdan 2020 – 2025

Ik sluit aan bij de drie waardenketens: voedsel en organische reststromen, consumptie en bebouwde omgeving die centraal staan in de strategie. Voor elk van deze drie worden drie ambities geformuleerd, verder gedetailleerd in een aantal actierichtingen. Per actierichting wordt een groot aantal projecten beschreven, vaak voorzien van meetbare resultaten in 2021. Daarnaast worden waardeketen overstijgende projecten omschreven, gerelateerd aan typen bedrijven en instellingen en de haven. Tenslotte zijn er overkoepelende projecten, waarbij ik opnieuw aandacht zal besteden aan digitalisering, ook omdat hier de rol van de stadsdonut zichtbaar zal worden.

Ik beschrijf hierna kort de drie waardenketens, benoem van elk de drie ambities en geeft vervolgens een aantal verwijzingen naar digitale hulpmiddelen die binnen elke van de waardeketen een rol zullen spelen.

Waardeketen voedsel en organische reststromen

De gemeente wil voedselverspilling bestrijden en organische reststromen maximaal hergebruiken. De rol van regionaal geproduceerd (plantaardig) voedsel zal worden versterkt in lijn met de Amsterdamse voedselstrategie. Bij de realisering van zijn doelstellingen participeert de gemeente in een omvangrijk Europees project, Rumore[13].

De drie ambities zijn: (V1) Korte voedselketens zorgen voor een robuust, duurzaam voelselsysteem, (V2) Gezond en duurzaam voedsel voor Amsterdammers en (V3) Voedsel en organische reststromen.

Voorbeelden van digitale gereedschappen

  • GROWx vertical farm is een boerenbedrijf dat onder meer door toepassing van kunstmatige intelligentie bij de indoor teelt van voedingsgewassen tot een maximaal rendement wil komen
  • Restore is een meetsysteem en simulatiemodel ten behoeve van Amsterdam en omliggende gemeenten en bedrijven inzicht geeft in financiële, ecologische en sociale effecten van diverse composteervormen en biovergisting, ook met het ook op het gebruik van biomassa.
  • Het platform InstockMarket zal (surplus) voedselstromen in kaart brengen en zo mogelijk voorspellen zodat de horeca daarop bij de inkoop kan anticiperen. De data vanuit dit project worden gekoppeld aan het dataplatform circulaire economie 
  • Het Platform www.vanamsterdamsebodem.nl maakt alle lokale voedselinitiatieven (inclusief voedselevenementen) zichtbaar en Amsterdammer kunnen nieuws delen over voedsel en stadslandbouw.
Waardeketen consumptiegoederen

De nadruk ligt op consumptiegoederen omdat deze sterk bijdragen aan de uitputting van zeldzame grondstoffen, de productie ervan vervuilend is deze vaak plaatsvindt onder slechte arbeidsomstandigheden. Daarnaast is de impact op de klimaatverandering groot. Het accent ligt op elektronica, textiel en meubels omdat in elk van deze gevallen ook reparatie goed mogelijk is.

Verder kan veel winst worden behaald door goede inzameling en hergebruik door middel van delen en ruilen.

Ook hier is een meerjarig onderzoeksproject gefinancierd door de Europese Commissie van belang. Het project Reflow[14] brengt gegevens over stromen van materialen in kaart en ontwikkelt processen en technologie om de implementatie daarvan te ondersteunen.

De ambities zijn (C1) De gemeente geeft het goede voorbeeld en gaat minder consumeren; (C2) Samen zuiniger omgaan met wat we hebben en (C3) Amsterdam maakt het meeste van af- gedankte producten.

Voorbeelden van digitale gereedschappen

  • De gemeente zal binnen de (inkoop)systemen digitale tools ontwikkelen die ambtenaren ondersteunen om circulair in te kopen.
  • Stadsdeel West ondersteunt www.warewesten.nl. Op deze website zijn de duurzame modeadressen van Amsterdam-West bij elkaar gebracht.
  • Door toepassing van onder andere kunstmatige intelligentie wordt onderzocht hoe de levensduur van uiteenlopende goederen kan worden verlengd zodat deze niet bij het grof afval belanden. Met behulp hiervan kan bijvoorbeeld op de gemeentelijke website de mogelijkheid worden geboden via bestaande onlineplatformen goederen eerst te koop/te geef aan te bieden voordat ze worden aangemeld als grofvuil.
  • Indirect is vermeldenswaard dat de gemeente het gebruik van ICT duurzamer wil maken door minder apparatuur aan te schaffen (bijvoorbeeld door ‘hardware as a service’), de levensduur van apparatuur te verlengen en het energieverbruik te ervan verlagen.
Waardeketen gebouwde omgeving

Ook voor deze waardeketen is gekozen omdat de gemeente een belangrijke stem heeft bij wat en waar wordt gebouwd en bij invulling van de openbare ruimte en. De gemeente is zelf ook een grote gebruiker van gebouwen. 

Wat de gebouwde omgeving betreft, kan er circulair worden gebouwd door grootschalig hergebruik van bouwafval. Door erop toe te zien dat gebouwen voor meer doelen kunnen worden gebruikt kan hun sloop ver worden vertraagd. Ook bij de inrichting van de openbare ruimte – van wegen en bruggen tot speeltuinen – kunnen duurzame materialen worden aangewend. Daarnaast kan worden gedacht aan het verder klimaat-adaptief inrichten, van de stad, met het oog op schonere lucht en het omgaan met toenemende hitte en regenval.

De ambities zijn: (G1): Circulair ontwikkelen doen we samen; (G2) De gemeente geeft het goede voorbeeld en gebruikt circulaire criteria; (G3) We gaan circulair om met de bestaande stad.

Voorbeelden van digitale gereedschappen

  • Invoering grootschalige toepassing van materiaalpaspoorten om zo volledig mogelijke informatie te hebben van materiaalgebruik in alle fasen van de levenscyclus van gebouwen. Hierbij wordt aangesloten op landelijke plannen, onder andere door alle materialen van een OR-code te voorzien.
  • Onderzoek naar mogelijkheden van een (nationale) online materialenmarktplaats.  Zo’n marktplaats zal effect hebben op (lokale) materialenhubs, zoals bouwhub Amstel III en het maken van circulaire businesscases. 
  • Inzichtelijk maken van aanbod (sloop, renovatie) en vraag (nieuwbouw, renovatie) van circulaire bouwmaterialen en daarmee van circulaire materiaalstromen.
  • Maken van een digital twin van de openbare ruimte en de ondergrond om deze functioneel en circulair in te kunnen inrichten en onderhouden. 
  • Onderzoek digitaal produceren vanwege de snelle ontwikkeling van digitale productietechnieken en hun toepassingen, zoals robots en 3D-printing.
  • Onderzoek naar de verduurzaming van de bouw, de apparatuur en het water- en energiegebruik van datacenters.
  • Onderzoek naar welke data over bewoners en over gebruikers van gebouwen publiek gemaakt kunnen worden en welke privé moeten blijven.

De gemeente zou het proces van vergunningsaanvragen verder kunnen versoepelen door dit geheel te digitaliseren, aanvragers in staat te stellen benodigde gemeentelijke gegevens en bouwtekeningen te uploaden en de BREAAM-score te berekenen. Dit geldt zowel voor nieuwe als te renoveren gebouwen.

Overkoepelend thema: Dataplatform en monitor circulaire economie

Op de weg naar een circulaire economie komen veel data beschikbaar en evenzoveel data zijn nodig om burgers, bedrijven en instellingen te helpen bij het maken van duurzame keuzen en om vast te stellen of het doel, 100% circulair in 2050, binnen bereik komt. Daarom wordt een dataplatform en monitor ontwikkeld[15]. Deze brengt getalsmatig alle materiaal-, recycle-, rest- en afvalstromen stromen die de stad in-, uit- en rondgaan in kaart. Hiermee kan ook worden berekend wat de impact is op de CO2-uitstoot. Ook de gegevens van de materiaalpaspoorten en de materialenmarktplaats worden – indien mogelijk – hierin geïntegreerd. De monitor omvat ook sociale aspecten als gezondheid, scholing en gelijkheid. Relevante data zullen open en toegankelijk zijn, zodat deze gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van nieuwe innovaties en toepassingen door de gemeente en derden, ook om verbinding te maken met andere stedelijke transities.

De monitor sluit aan op de vier lenzen van de stadsdonut van Amsterdam en zal de gegevens verzamelen die nu nog ontbreken om hierin volledig kwantitatief inzicht te geven. Dit betreft ook de milieu impact van alle materialen die Amsterdam importeert ten behoeve van de eigen consumptie. Waar de stadsdonut nu nog een slechts deels gekwantificeerde momentopname is, zal de monitor continu inzicht geven of de gemeente binnen de ecologische randvoorwaarden blijft of waar zij tekortschiet ten aanzien van de sociale minimumeisen.

De circulaire strategie en de daaruit voortvloeiende actieagenda van Amsterdam is ambitieus en zal veel andere steden inspireren. Ook omdat veel projecten klein- of middelschalig zijn, is het nu nog niet te beoordelen in welke mate strategie en actieagenda helpen de gestelde doelen (50% circulair in 2030 en 100% in 2050) te behalen. De inzet op de ontwikkeling van de monitor is daarom cruciaal en ook zal de gemeente een open oog moeten houden op de parallelle acties die burgers, bedrijfsleven, haven en overige instellingen moeten leveren om hun aandeel te verwezenlijken.  Circulair worden omvat immers veel meer dan voeding en organische afvalstoffen, consumptie en bouw.

Om het proces van de invoering van circulair beleid door de gemeente Amsterdam en de bijdrage van Kate Raworth vast te leggen, heb ik een beknopt dossier samengesteld (Engelstalig). Dit omvat verwijzingen naar (kopieën van) alle relevante rapporten en een aanduiding van de inhoud ervan. U kunt dit dossier hier downloaden 


[1] https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/circulaire-economie/r-ladder?_ga=2.198921895.926785303.1644220874-1392152637.1639154630

[2] https://www.dropbox.com/s/jygun4bjp1a6u6w/advies_digitaal_duurzaam_def.pdf?dl=0

[3] https://stadszaken.nl/artikel/3624/op-naar-circulaire-de-bestaande-bouw-in-9-stappen?utm_source=Mailing+Lijst&utm_medium=email&utm_campaign=22-07-2021_+Volkshuisvestingsfonds

[4] https://www.archdaily.com/959059/no-more-waste-10-ways-to-incorporate-the-circular-economy-into-an-architectural-project?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

[5] https://www.dropbox.com/s/jygun4bjp1a6u6w/advies_digitaal_duurzaam_def.pdf?dl=0

[6] Https://www.dropbox.com/s/u34sno3v9ulvabf/amsterdam_circulair_een_visie_en_routekaart_voor_de_stad_en_regio1.pdf?dl=0

[7] https://www.dropbox.com/s/dortx3gcj828dnv/Amsterdam-circulair%20Evaluatie%20en%20handelingsperspectief.pdf?dl=0

[8] https://www.dropbox.com/s/1w10dgaer8kofj2/Amsterdam-Actionplan-Sharing-Economy.pdf?dl=0

[9] https://www.dropbox.com/s/0jzng16d9aw7ei5/amsterdam%20circulair-%20bouwstenen%20voor%20de%20nieuwe%20strategie.pdf?dl=0

[10] https://www.dropbox.com/s/t5tqb3v9frbq6go/Donut%20amsterdam-portrait%20NL.pdf?dl=0

[11] https://www.dropbox.com/s/4tw3yhcxfv1rikt/Amsterdam%20circulair%202020-2025_strategie_wcag.pdf?dl=0

[12] https://www.dropbox.com/s/jj2kqsid1yst7nj/Amsterdam-circulair-2020-2021%20uitvoeringsprogramma.pdf?dl=0

[13] https://www.interregeurope.eu/rumore/

[14] https://reflowproject.eu

[15] https://www.dropbox.com/s/p0alri9qor7kz1y/amsterdam_circular_monitor.pdf?dl=0

Gaat MaS het autogebruik terugdringen?

In de 18de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden beantwoord ik de vraag hoe digitale technologie in de vorm van MaS (Mobiliteit als Service) kan helpen bij het terugdringen van het autogebruik Terugdringen van het autogebruik is het belangrijkste middel is om de leefbaarheid van steden te vergroten, naast burgers van een menswaardig inkomen te voorzien

In de 18de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van technologie beantwoord ik de vraag hoe digitale technologie in de vorm van MaS (Mobiliteit als Service) kan helpen bij het terugdringen van het autogebruik Terugdringen van het autogebruik is het belangrijkste middel is om de leefbaarheid van steden te vergroten, naast burgers van een menswaardig inkomen te voorzien

Elke menselijke activiteit die wereldwijd jaarlijks 1,35 miljoen doden veroorzaakt, meer dan 20 miljoen gewonden, een totale schade van 1.600 miljard dollar, 50% van de stedelijke ruimte opeist en substantieel bijdraagt aan de opwarming van de aarde, zou onmiddellijk verboden worden[1]. Dat geldt niet voor het verkeer, omdat het nauw verbonden is met onze manier van leven en met de belangen van het ‘motordom’. Zo noemt Peter Horton in zijn boeken Fighting traffic[2] en Autonorame: The illusory promise of high-tech driving[3] de kongsi van de automotive industrie, de oliemaatschappijen en bevriende politici die al een eeuw lang het autogebruik stimuleert.

Zonder ingrepen zal het wereldwijde autobezit en het autogebruik de komende 30 jaar exponentieel groeien.

Minder auto’s

Parallel aan de groei van het autogebruik zijn er wereldwijd biljoenen geïnvesteerd in steeds maar nieuwe en bredere wegen en in de beheersing van verkeersstromen met technologische middelen. 

Inmiddels staat vast dat de aanleg van meer wegen en verkeer-regulerende technologie altijd een tijdelijk effect hebben en daarna het autogebruik verder opdrijven. Economen noemen dat geïnduceerde vraag[4].

De enige maatregelen die autogebruik terugdringen zijn de vermeende noodzaak van het gebruik van de auto verminderen en dit ontmoedigen, bij voorkeur op een manier die niet discrimineert[5].  

Door woon- en werkgelegenheid dichter bij elkaar te brengen (15-minutenstad) neemt de noodzaak van zich per auto te verplaatsen af, maar dit is een langetermijnperspectief. Het effectiefst op korte termijn is verminderen van de parkeermogelijkheden bij woon- werk als winkelvoorzieningen en alternatieve vormen van vervoer (lopen, micromobiliteit en openbaar vervoer) op de weg altijd voorrang geven. Kopenhagen en Amsterdam investeren al jaren in een infrastructuur voor fietsen en geven deze op veel plaatsen ‘groen baan’ ten koste van het autoverkeer[6]

Sinds enkele jaren voert Parijs eveneens maatregelen in die het autoverkeer ontmoedigen: 1400 kilometer fietspaden, verbod op benzine- en dieselauto’s in 2030, herontwerpen van kruispunten met voorrang voor voetgangers, 200 kilometer uitbreiding van het metrosysteem en afsluiting van wegen en straten. Inmiddels is het autogebruik gedaald van 61% in 2001 naar 35% nu. Milaan heeft vergelijkbare plannen en in Berlijn bereidt een groep een volksstemming in 2023 voor met als doel een gebied, groter dan Manhattan autoluw te maken[7].

Zelfs in Manhattan en Brooklyn is er een sterke beweging om het autogebruik terug te dringen door een wezenlijke verschuiving van de wegcapaciteit van auto’s naar fietsen, voetgangers en bussen[8].

Openbaar vervoer

Het gebruik van openbaar vervoer is de laatste jaren wereldwijd aanzienlijk gedaald omdat veel gebruikers thuis werkten, niet naar school konden, de fiets of de auto namen. Niettemin speelt openbaar vervoer nog steeds een belangrijke rol bij de vermindering van het autogebruik.  De stedelijke ontwikkeling heeft op veel plaatsen ter wereld, ook in Europa, ertoe geleid dat zowel wonen, winkelen en werken een hoge mate van spreiding hebben.  De mate van aantrekkelijkheid van het voor- en natransport (de ‘last mile’) zal in belangrijke mate bijdragen aan de toename van het gebruik van het openbaar vervoer.  Waar in Nederland daarbij de fiets een belangrijke rol speelt, gaan de gedachten elders uit daar alle vormen van deelscooters en -steps.

Autonoom vervoer

Technisch gezien gaat het bij autonoom vervoer van personen om geautomatiseerde auto’s niveau 4 of 5[9]. Onder andere de door Google ontwikkelde Waymo’s horen daarbij. Zij mogen op sommige plaatsen in de VS met een toezichthouder (‘safedy driver’) aan boord rijden.  Type 5 bestaat nog niet en het is zeer de vraag of dit er ooit gaat komen[10]. Sterker, het is de vraag of de automotive industrie dit wel ambieert.  De verwachting is dat veel mensen van de aanschaf van een autonome auto’s zullen afzien. In plaats daarvan zullen ze deze naar behoefte als deelauto of als (al dan niet gedeelde) taxi gebruiken, wat het autobezit aanzienlijk zal verminderen.  Dit is niet wat de automotive industrie voor ogen heeft.

De automotive industrie mikt op automatiseringsniveau niveau drie, driver-assisted (electric) cars.  

Dit houdt in dat de auto handelingen van de bestuurder over kan nemen, maar dat deze wel waakzaam moet zijn. De autoverkoop zal in dit geval niet vanzelf dalen.

De impact op steden van autonome deelauto’s en (deel)taxi’s is hoogst onzeker. Uit een studie van de Boston Consultancygroep blijkt op basis van verkeersgegevens in de omgeving van Boston en enquêtes onder inwoners dat ongeveer 30% van alle vervoersbewegingen (exclusief lopen) in een autonome auto zal plaatsvinden[11]. Maar ook blijkt dat een aanzienlijk deel daarvan wordt gemaakt door gebruikers van het openbaar vervoer. Gedeeld taxivervoer in autonome auto’s is niet populair. Mocht dit uitkomen dat komen er een grote delen van de stad meer auto’s op de weg en zijn er dus ook nog meer files. Een scenariostudie in de stad Porto (Portugal) die ervan uitgaat dat autonome auto’s vooral worden gebruikt als deeltaxi’s en het openbaar vervoer niet wordt gekannibaliseerd, toont een aanzienlijke daling van het autoverkeer[12]. Autonome minibusjes kunnen een rol spelen bij de overbrugging van de ‘last mile’, onder voorwaarde van een hoge frequentie en een hoge dichtheid.

Afzien van autogebruik

Het ontwerpen van een efficiënt transportsysteem is niet zo moeilijk; de aanvaarding daarvan door mensen is dat wel[13].

Velen beschouwen de auto als het verlengstuk van hun huis, waarin ze – meer nog dan thuis – naar hun favoriete muziek kunnen luisteren, kunnen roken, onopgemerkt kunnen bellen of anderen ontmoeten.

De stap naar alternatief vervoer, lopen, fietsen of het gebruik van het openbaar vervoer is dan groot. 

De meeste mensen zullen hiertoe alleen beslissen als externe omstandigheden daarvoor voldoende aanleiding geven. Hybride werken kan ertoe leiden dat men zich afvraagt of het houden van een dure (tweede) auto nog verantwoord is en fietsen – bij mooi weer – ook een optie is. Of ze merken door alle verkeerstechnische maatregelen autorijden een deel van zijn aantrekkelijkheid verliest en het openbaar vervoer zo gek nog niet is. Ook sommige werkgevers (Arcadis bijvoorbeeld[14]) stimuleren andere vormen van mobiliteit dan de (elektrische) leaseauto. Dit legt de basis voor een ‘mind set’ waarin mensen hun mobiliteitsbehoeften beginnen te splitsen in verschillende componenten, die elk het best kunnen worden bediend door een andere vorm van vervoer.

Zodraautomobilistene zich beseffen dat de auto slechts optimaal bruikbaar is voor een deel van de ritten, realiseren ze zich dat de prijs daarvan schrikbarend hoog is en alternatieven sneller, gezonder, gerieflijker of voordeliger zijn[15].

Tegen deze achtergrond moet het concept Mobiliteit als service worden geplaatst.

Mobiliteit als service: MaS

MaS is een app die voor elke potentiële vervoersbeweging alternatieve voorstellen doet, variërend van de dichtstbijzijnde deelfiets of deelscooter voor de eerste mijl, de best beschikbare aansluiting op openbaar vervoer, de beste overstapmogelijkheid, tot de beste optie voor de laatste mijl. Voor dagelijkse gebruikers van dezelfde route geeft de app informatie over alternatieven bij verstoringen. In geval van een stagnatie van de reis, bijvoorbeeld op weg naar de luchthaven, wordt zo nodig een alternatief geregeld. Geen zorgen over vertrektijden, vervoerswijze, tickets, reserveringen en betalen. Althans, idealiter.

Op veel plaatsen in de wereld en door uiteenlopende bedrijven en organisaties worden dit soort apps ontwikkeld[16]. In de eerste plaats is Big Tech actief, vooral Google. Ook Intel doet van zich spreken, na overname van Moovit, Mobileye en Cubic lijkt het bedrijf alle componenten voor een volledige Mas-oplossing in handen te hebben. In Europa zijn het vooral lokale en regionale overheden, vervoersbedrijven (Transdec, RATP, NS) en ook de automotive industrie (Daimler-Benz en in Nederland PON). 

Nederland volgt een eigen koers. Het nationale MaS-programma is gebaseerd op publiek-private samenwerking. Zeven pilots staan in de startblokken[17].  Elk van deze pilots legt een andere klemtoon: Duurzaamheid, bereikbaarheid van landelijk gebied, filereductie en OV-stimulering, integratie van doelgroepenvervoer, OV voor ouderen en grensoverschrijdend vervoer.

De pandemie heeft de start is aanzienlijk vertraagd.

De Gaiyo-pilot in Utrecht (Leidsche Rijn) is de enige die actief is en de resultaten zijn bemoedigend.

Los van de nationale MaS pilots is in januari 2019 het RiVier initiatief van start gegaan; een joint venture van NS, RET en HTM in samenwerking met Siemens. 

Vermeldenswaard is verder een initiatief vanuit de Europese Unie (European Institute for Innovation and technology – Urban Mobility), de TU Eindhoven, Achmea en Capgemini. Hierbij hebben zich inmiddels 21 partners aangesloten, waaronder de gemeente Amsterdam. Doel is een pan-Europees open mobiliteit service platform, genaamd Urban Mobility Operating System (UMOS). Het project beoogt op termijn MaS voor heel Europa te bieden. UMOS verwacht dat lokale aanbieders zich bij dit initiatief zullen aansluiten. In tegenstelling tot de meeste andere initiatieven gaat het hier om een platform zonder winstoogmerk. Winstgevendheid zal overigens voor de overige aanbieders vooral een perspectief op lange termijn zijn.

De ontwikkeling van MaS is complex in technologisch en organisatorisch opzicht. Het is daarom niet verwonderlijk dat er vijf jaar na de eerste lancering nog alleen deeloplossingen zijn[18].

De basis voor een geslaagde app is de aanwezigheid van een gevarieerd en hoogwaardig aanbod van transportvoorzieningen, een gecentraliseerd informatie en verkoopsysteem en standaardiseren van uiteenlopende data en interfaces van alle betrokken vervoersmaatschappijen.

Tot dusver zijn die lang niet altijd bereid data te delen of bedrijfsgegevens uit te wisselen. Een bedrijf als London Transport wil rechtstreeks contact met de klanten houden en Uber en Lyft willen de algoritmen waarmee ze hun variabele ritkosten berekenen niet uit handen geven. Voor de realisering van een real time aanbod van enkele vervoersalternatieven van deur tot deur voor elk denkbaar traject inclusief beprijzen en aanschaf tickets, zijn dit soort data onmisbaar. De hoop is erop gevestigd dat concessie-verlenende instanties beschikbaarstelling van alle gegevens die voor een volledig functionerend MaS-platform nodig zijn, verplicht stellen.

Een van de meest uitgebalanceerde MaS-applicaties is MaaX ontwikkeld door Capgemini, de Parijse vervoersautoriteit en de RATP. Deze is vergelijkbaar met de app van de NS en OV9292 inclusief opties voor carpooling, taxivervoer, deelauto’s, deelfietsen, steps, elektrische scooters en parkeren. 

Heeft MaS toekomst?

Ik denk dat MaS als zodanig maar weinig automobilisten zal aanzetten van een eigen auto af te zien.  Dat zal vooral moeten gebeuren door maatregelen die autogebruik bemoeilijken of de noodzaak ervan verminderen.  MaS is zeker waardevol voor hen die zich oriënteren op andere middelen van vervoer. Ook voor bestaande gebruikers van het OV zal de app meerwaarde hebben, in het bijzonder als deze tijdig informatie geeft in geval van verstoringen.

Het staat voor mij daarom vast dat deze app beschikbaar moet worden gesteld als een vorm van dienstverlening, bekostigd door de vervoersaanbieders en de overheid, die aanzienlijke zal besparen op de kosten van infrastructuur als het autogebruik vermindert.

Het bovenstaande verdiept twee essays die zijn opgenomen in mijn e-boek Steden van de toekomst: Humaan als keuze, smart waar dat helpt. Het eerste essay Leefbaarheid en het verkeer – De beloopbare stad verbindt inzichten over leefbaarheid met verschillende vormen van personenvervoer en beleid. Het tweede essay Naar nul verkeersslachtoffers: De verkeersveilige stad behandelt maatregelen die een stad kan nemen om het verkeer veiliger te maken en het effect van ‘zelfrijdende’ auto’s op de verkeersveiligheid. Het e-boek kan hier worden gedownload of door de onderstaande links te volgen.

https://www.dropbox.com/s/ytdadwgdsdw6zke/Looking for the city of the future NL.pdf?dl=1

https://www.dropbox.com/s/kfywoszhrn4xi5j/Looking%20for%20the%20city%20of%20the%20future.pdf?dl=0 (Engelse versie)


[1] https://smartgrowth.org/why-cities-should-embrace-slow-mobility/

[2] https://mitpress.mit.edu/books/fighting-traffic

[3] https://islandpress.org/books/autonorama

[4] https://www.cnu.org/publicsquare/2021/12/13/calculating-induced-demand

[5] https://medium.com/s/story/the-future-of-mobility-belongs-to-people-not-self-driving-cars-625c05b29692

[6] https://bicycledutch.wordpress.com/2014/10/09/dynamic- sign-to-indicate-the-fastest-cycle-route/

[7] https://www.fastcompany.com/90711961/berlin-is-planning-a-car-free-area-larger-than-manhattan?partner=feedburner&utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=feedburner+fastcompany&utm_content=feedburner&cid=eem524:524:s00:01/13/2022_fc&utm_source=newsletter&utm_medium=Compass&utm_campaign=eem524:524:s00:01/13/2022_fc

[8] https://urban.tech.cornell.edu/rebooting-nyc/

[9] https://www.nhtsa.gov/technology-innovation/automated-vehicles-safety#topic-road-self-driving

[10] https://www.fastcompany.com/90374083/for-years-automakers-wildly-overpromised-on-self-driving-cars-and-electric-vehicles-what-now?utm_campaign=Compass&utm_medium=email&utm_source=Revue%20newsletter

[11] http://www3.weforum.org/docs/WEF_Reshaping_Urban_Mobility_with_Autonomous_Vehicles_2018.pdf

[12] http://oecdinsights.org/2015/05/13/the-sharing-economy-how-shared-self-driving-cars-could-change-city-traffic/

[13] https://medium.com/sidewalk-talk/it-takes-more-than-car-shaming-to-change-car-use-107e28ccb2cf

[14] https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/mobiliteit/32303/duurzame-zakelijke-mobiliteit?q=%2Fmobiliteit%2F32303%2Fduurzame-zakelijke-mobiliteit&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=e-mail&utm_campaign=Daily+Focus+6+September

[15] https://medium.com/smart-cars-a-podcast-about-autonomous-vehicles/micromobility-152417de8ca1

[16] https://www.dropbox.com/s/86vl5k30viejlwu/MaaS-rapport-Capgemini-2021.pdf?dl=0

[17] https://stadszaken.nl/artikel/3885/overheden-leggen-de-basis-voor-maas-de-apps-zijn-slechts-om-van-te-leren?utm_source=Mailing+Lijst&utm_medium=email&utm_campaign=30-11-2021_Op+naar+een+serieuze+aanpak+van+dakloosheid

[18] https://www.dropbox.com/s/86vl5k30viejlwu/MaaS-rapport-Capgemini-2021.pdf?dl=0

Hoe krijgen burgers het weer voor het zeggen met steun van digitale hulpmiddelen ?

Democratie kan veel meer inhouden dan af en toe te stemmen. In deze aflevering in de reeks ‘Bouwen aan duurzame steden’ geef ik voorbeelden, zoals de commons-beweging.

In 1339 voltooide Ambrogio Lorenzetti zijn beroemde reeks van zes schilderijen in het stadhuis van de Italiaanse stad Siena, getiteld De allegorie van goed en slecht bestuur. Het bovenstaande fragment verwijst naar de kenmerken van goed bestuur: De belangen van burgers vooropstellen, afstand doen van eigenbelang en integriteit. Maar ook samen met alle betrokkenen ontwikkelen van een visie, transparantie, dienstbaarheid, rechtvaardigheid en op doelmatige wijze de vele taken uitvoeren die naar de gemeente zijn gedelegeerd, vaak met beperkt budget. Niet niks en dit alles gaat ook niet altijd op soepele wijze samen. In dit artikel staat de betrokkenheid van burgers bij het bestuur central. Alom wordt de klacht gehoord dat democratie zich beperkt tot eens in de zoveel jaar stemmen. Zelfs dan is van tevoren niet duidelijk wat het beleid van een nieuw (stads)bestuur zal als gevolg van de noodzaak van vorming van coalities. Digitalisering kan de inbreng van de burger versterken. 

Stemmen

Ik zie bij elke verkiezing hoofdschuddend het geklungel aan met enorme stembiljetten die vervolgens met de hand geteld moeten worden. Estland is een voorbeeld van ver doorgevoerde digitalisering van publieke en private dienstverlening. Niet alleen de gebruikelijke gemeentelijke taken, maar ook aanvragen van bouwvergunningen, aanmelden voor scholen, gezondheidszaken, bankzaken, belastingen, politie én stemmen. Mensen stemmen gewoon van huis uit al jaren digitaal zonder dat de veiligheid gevaar loopt. Dit gebeurt, net als alle andere voornoemde zaken via één digitaal platform – X-road – dat aan de hoogste veiligheidseisen voldoen en dat alle gegevens decentraal via end-to-end encryptie opslaat met behulp van blockchaintechnologie. Burgers beheren hun eigen gegevens[1]. Als dit elders niet zou kunnen, dan hou ik mijn hart vast voor de veiligheid van veel andere digitale toepassingen[2].

De geïnformeerde burger; basis van de democratie

Digitale kanalen zijn een uitgelezen manier om burgers te informeren, maar tegelijkertijd nemen ook digitale desinformatie en deepfakes toe. YouTube is in dit opzicht inmiddels berucht. Politieke micro-targetting via Facebook heeft een oncontroleerbare en onweerspreekbare impact en verziekt het politieke debat[3]. Bij het correct informeren van burgers is de ‘Stemwijzer’-app van grote betekenis. Ontwikkeld door de non-profit Prodemos, is dit instrument inmiddels door een reeks landen overgenomen. 

Maar er zijn ook heel andere waardevolle digitale informatiebronnen, die het reilen en zeilen van de politiek en politici transparanter maken, inclusief voorbeelden van kleine omkoping, ‘creatieve’ boekhouding en voorkeursbehandeling. Voorbeelden zijn Prozorro[4] (Oekraïne) een website die aanbestedingen weghaalt uit de sfeer van het onderhandse, My Society[5] (UK) een omvangrijke verzameling van open source hulpmiddelen om machthebbers ter verantwoording te roepen, Zašto[6] (Servië) een website die de uitspraken van politici vergelijkt met hun daden en Funky Citizens[7] (Roemenië), een website die onverantwoorde staatsuitgaven, juridische dwalingen en vormen van oneerbaar politiek gedrag aan het licht brengt.

Meer dan verkiezingen: burgerforums

Alom klinkt de wens van veel burgers voor grotere betrokkenheid bij de politieke besluitvorming op alle niveaus. Daarbij valt te denken aan referenda en volksvergaderingen, zoals die nog steeds in Zwitserse gemeenten plaatsvinden.

Voor uitwisseling van en discussie over standpunten bieden referenda en volksvergaderingen weinig ruimte.

Verschillende schrijvers proberen de indirecte democratie te verbeteren door de rol van politieke partijen te omzeilen. In zijn boek Tegen verkiezingen (2013) stelt de Vlaamse politicoloog David van Reybrouck voor vertegenwoordigers aan te stellen op basis van gewogen loting. Loting alleen levert geen representatief ‘minipubliek’ op omdat nooit meer dan 10% van de uitverkorenen aan de uitnodiging gehoor geeft. Wat overblijft is een overwegend autochtone groep, die ouder dan 50 jaar is met een hogere opleiding, die is geïnteresseerd in politiek. 

De kracht van een burgerforum is de mogelijkheid tot deliberatie tussen onafhankelijke burgers in plaats van tussen vertegenwoordigers van politieke partijen, die gebonden zijn een coalitieakkoord te steunen of te bestrijden. 

Vooral in Ierland zijn met burgerforums goede resultaten geboekt. In Nederland zijn inmiddels ook verschillende voorbeelden. In de meeste gevallen was de acceptatie van de resultaten door de gevestigde politiek het grootste knelpunt[8]. In april heeft een commissie onder leiding van Alex Brenninkmeijer zich in een advies aan de Tweede Kamer positief uitgesproken over de rol van burgerfora bij het klimaatbeleid[9].

Digitale instrumenten

Een andere interessante optie is liquid democracy[10]. Hier kunnen burgers, net als bij directe democratie, over alle onderwerpen stemmen. Ze kunnen hun stem echter ook overdragen aan iemand anders, die volgens hen meer betrokken is. Deze persoon kan de ontvangen mandaten eveneens overdragen. Met veilige IT is dit eenvoudig te organiseren. Voorbeelden van bruikbare apps zijn: Adhocracy (Duitsland), een platform voor participatie, samenwerking en genereren van ideeën, Licracy[11], a een virtueel volksparlement, Sovrin[12], een open source gedecentraliseerd protocol voor elk soort organisatie. Insights Management Tool[13] is een applicatie om grote hoeveelheden antwoorden van burgers op concrete vragen van de gemeente om te zetten in ‘inzichten’ waarmee de politiek zijn voordeel kan doen.  Ik noem nog enkele applicaties die vooral voor steden bedoeld zijn: EngageCitizens[14] (o.a. Braga, Portugal), een plek waar burgers ideeën kunnen aandragen en deze in virtuele discussiegroepen kunnen bespreken, Active Citizens (Moskou), een applicatie waarop bewoners aan referenda kunnen deelnemen, CitizenLab[15], een medium waarop burgers denkbeelden over actuele stedelijke problemen kunnen bediscussiëren. Zeer bruikbaar voor de ontwikkeling van een breed gedragen visie op stedelijke problemen. Last but not least verwijs ik naar de veelomvattende applicaties Decide Madrid en Decidem (Barcelona), die ik elders uitgebreid heb besproken[16].

Alle voornoemde apps vergroten de betrokkenheid van een deel van de burgers bij het bestuur. Het gaat meestal om hoger opgeleiden. In Madrid en Barcelona wordt met bijeenkomsten geprobeerd om kansarme bewoners ook hun stem te laten horen.

Politieke decentralisatie

Vanwege de vele en ingewikkelde opgaven waarmee stadsbesturen te maken hebben en de vaak even ingewikkelde bestuurlijke processen tussen gemeentebestuur- en raad en gemeentebestuur en hogere overheden, valt het niet mee om burgerparticipatie tot een succes te maken. Een aantal steden zoekt de oplossing in de oprichting van deelgemeenten, soms gepaard met decentralisatie van een deel van de gemeentelijke diensten. 

Jan Schrijver laat zien hoe in Amsterdam de tot op de dag van vandaag de centralistische bestuurscultuur en de wensbeelden van co-creatie voortdurend botsen[17], ondanks het feit dat de gemeente inmiddels beschikt over een indrukwekkende reeks van beleidsinstrumenten die participatie kunnen bevorderen: Het initiëren van een referendum is laagdrempeliger gemaakt, maatschappelijke initiatieven kunnen worden gesubsidieerd, iets dat vastgelegd is in buurtrecht, waaronder het ‘right to challenge’, er zijn buurtbudgetten en uiteenlopende participatietrajecten[18]

Zeer recent heeft een miniburgerberaad plaatsgevonden onder leiding van Alex Brenninkmeijer over de concrete vraag hoe Amsterdam de energietransitie kan versnellen. Dit beraad was zeer productief[19] en de deelnemers waren tevreden over het verloop. In februari 2022 moet duidelijk worden of de gemeenteraad de voorstellen overneemt[20].

Naar een stad van commons

Tor dusver is democratisering opgevat als een besluitvormingsproces waarvan de gemeentelijke organisatie het resultaat uitvoert.

De ultieme stap richting democratisering, na decentralisering is autonomie:

Bewoners beslissen dan niet alleen over bijvoorbeeld speelgelegenheid in hun wijk, ze zorgen er ook voor dat die er komt. Steeds vaker wordt dit laatste formeel vastgesteld in het right to challenge[21]. Bijvoorbeeld een groep bewoners toont dan aan een voorheen gemeentelijke taak beter en vaak ook goedkoper zelf te kunnen uitvoer. Hiermee wordt op de participatieladder[22] een significante slag gemaakt van meepraten naar autonomie.

In Italië heeft dit proces een hoge vlucht heeft genomen. De stad Bologna is een bolwerk van stedelijke commons. Burgers worden ontwerpers, managers en gebruikers van een deel van het gemeentelijke takenpakket. Aanleg van groene gebieden, een leegstaand huis ombouwen tot betaalbare eenheden voor studenten, ouderen of migranten, exploiteren van een minibusdienst, het schoonmaken en onderhouden van de stadsmuren, de herinrichting van delen van de openbare ruimte en nog veel meer. Vanaf 2011 kunnen commons een formele status krijgen. Het belangrijkste instrument daarbij zijn samenwerkingspacts. In elk pact leggen stadsbestuur en de betrokken partijen (informele groepen, NGOs, scholen, bedrijven) afspraken vast over hun werkzaamheden, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Sinds de goedkeuring van de verordening zijn honderden pacten getekend. De stad draagt bij wat de burgers nodig hebben – geld, materiaal, huisvesting, advies – en de burgers stellen hun tijd, vaardigheid en organisatievermogen ter beschikking. In sommige gevallen hebben commons ook een commercieel doel, bijvoorbeeld het revitaliseren van een winkelstraat door de daar gevestigde ondernemers.  Vaak verenigen deze zich dan in een coöperatie.

Het succes van commons in Italië en ook op elders ter wereld – denk aan de Nederlandse energiecoöperaties – berust op het feit dat veel mensen samen met anderen iets willen doen in plaats van alleen mee te praten. 

Democratie na de commons

Op allerlei plaatsen wordt nagedacht over de implicaties van het proces van commoning voor het stedelijk bestuur.  De Italiaanse politicoloog en kenner van de commons-beweging Christian Laione[23] ziet op langere termijn een ‘stad van commons’ ontstaan. Daarbij worden alle wezenlijke stedelijke taken uitgevoerd door commons en coöperaties. De gemeente is een netwerk van commons, de besluitvorming wordt dan gedecentraliseerd en het aantal centraal te regelen taken met bij behorende verantwoordelijkheden wordt beperkt[24]

Een vergelijkbaar idee leeft in de VS, namelijk: The city as a platform: Instead of simply voting every few years and leaving city administration to elected officials and expert bureaucrats, the networked city sees citizens as co-designers, co-producers and co-learners, aldus Stefaan Verhulst, medeoprichter van GovLab[25]. Het idee van de stad als platform is een manier om bewoners uit te nodigen gezamenlijk nieuwe en betere manieren te vinden om aan hun behoeften te voldoen en het openbare leven te verlevendigen. Het kan gaan om buurtgebonden initiatieven, bijvoorbeeld de herinrichting van een buurt of om stadsbrede initiatieven, bijvoorbeeld een coöperatie van taxichauffeurs die de concurrentie met Uber aangaat. 

Als het aantal commons of (deel)platformen groter wordt en deze ook gemeentelijke taken op zich nemen, wordt het stadsbestuur zelf een platform dat via overeenkomsten de ‘licence to operate’ regelt, binnen de randvoorwaarden van een democratisch vastgesteld Charter.

Het bovenstaande bouwt voort op twee essays die zijn opgenomen in mijn e-boek Steden van de toekomst: Humaan als keuze, smart waar dat helpt. Het eerste essay Versterking stedelijke democratie – de goed-bestuurde stad gaat uitvoerig in op de begrippen directe democratie, decentralisering en autonomie en bevat een beschrijving van digitale applicaties zowel ter verbetering van de dienstverlening als de stedelijke democratie. Het tweede essay Burgerinitiatieven – stad van de commons gaat uitgebreid in op activiteiten op verschillende plaatsen in de wereld om de betrokkenheid van bewoners bij hun woonplaats te vergroten en behandelt in dat verband uitvoerig de idee achter ‘commons’. Het e-boek kan hier worden gedownload.


[1] https://www.youtube.com/watch?v=b-r6B28qVSY&feature=emb_logo

[2] https://amsterdamsmartcity.com/updates/news/e-estonia-a-great-example-of-e-government

[3] https://www.dropbox.com/s/22ekhzws9gpb4nd/Rapport_De_stand_van_digitaal_Nederland_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[4] https://prozorro.gov.ua/en

[5] https://www.mysociety.org

[6] https://zastone.ba/en/

[7] https://funky.ong/english-newsletter/

[8] https://www.dropbox.com/s/ocusjkecdit7vg9/Nationale-burgerfora-essaybundel.pdf?dl=0

[9] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/documenten/publicaties/2021/03/21/adviesrapport-betrokken-bij-klimaat

[10] http://www.enliveningedge.org/tools-practices/liquid-democracy-true-democracy-21st-century/

[11] https://civictech.guide/wp-content/uploads/2019/10/image-126.png

[12] https://sovrin.org/library/sovrin-governance-framework/

[13] https://www.insights.us/de

[14] https://www.beesmart.city/solutions/engagecitizen-citizenry-social-network

[15] https://www.citizenlab.co/

[16] https://amsterdamsmartcity.com/updates/news/barcelona-and-madrid-forerunners-in-e-governance

[17] https://platformoverheid.nl/profiel/jan_f-_schrijver/

[18] https://www.amsterdam.nl/bestuur-en-organisatie/invloed/democratisering/#hb7eec1d5-38f4-4c45-9895-2fa4749210d8

[19] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11067179/1/2__HvA_voorlopige_reflectie_miniburgerberaad

[20] https://www.dropbox.com/s/ppohdkzzdb3mik3/eindadvies_mini-burgerberaad_def.pdf?dl=0

[21] https://vng.nl/artikelen/wat-is-het-right-to-challenge-en-waar-komt-het-vandaan

[22] https://www.citizenlab.co/blog/civic-engagement-nl/participatieladder-digitale-tijdperk/?lang=nl

[23] https://labgov.city/category/commonspress/page/4/

[24] https://www.enainstitute.org/wp-content/uploads/2019/03/CO-CITY-OPEN-BOOK-The-City-as-a-Commons-Papers-1.pdf

[25] https://www.dropbox.com/s/nxn47rjfmzbkxxo/City%20As%20Platform%20-%20Aspen%20Institute.pdf?dl=0

Misbruik kunstmatige intelligentie door de politie in de VS.  Meer dan bias

De 16de aflevering van de reeks ‘Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie’ laat zien wat er kan gebeuren als de kracht van kunstmatige intelligentie op onverantwoordelijke wijze wordt gebruikt.

De misdaadbestrijding in de Verenigde Staten is al jaren het toneel van misbruik van kunstmatige intelligentie. Zoals zal blijken, is dat niet alleen het gevolg van bias. In aflevering 11 liet ik zien waarom kunstmatige intelligentie een wezenlijk nieuwe vorm van het gebruik van computers is. Tot dan toe werden computers geprogrammeerd om bewerkingen uit te voeren, zoals structureren van gegevens en nemen van beslissingen. In het geval van kunstmatige intelligentie worden ze daartoe getraind[1]. Het blijven mensen die de instructies (algoritmen) ontwerpen en er verantwoordelijk voor zijn voor het resultaat, al is de manier waarop de computer de berekeningen uitvoert steeds vaker een ‘blackbox’. 

Toepassingen van kunstmatige intelligentie bij de politie

Ervaren rechercheurs zijn van oudsher getraind om de ‘modus operandi’ van misdaden te vergelijken om zo daders op het spoor te komen. Vanwege het arbeidsintensieve karakter van de handmatige uitvoering daarvan, rees al vlug de vraag of computers daarbij behulpzaam konden zijn. Een eerste poging daartoe in 2012 in samenwerking met Het Massachusetts Institute of Technology resulteerde in het groeperen van misdaden uit het verleden tot clusters waarvan de kans groot was dat deze door dezelfde dader(s) begaan zijn. Bij het maken van de algoritme gold de intuïtie van ervaren politiemensen als vertrekpunt. Het resultaat is dat soms kon worden voorspeld waar en wanneer een inbreker mogelijk zou kunnen toeslaan, wat tot extra toezicht en een arrestatie leidde. 

Deze eerste pogingen werden al snel verfijnd en opgepakt door commerciële bedrijven.  De twee meest gebruikte technieken die eruit resulteerden zijn voorspellend politiewerk (PredPol) en gezichtsherkenning.

In het geval van voorspellend politiewerk krijgen patrouilles aanwijzingen in welke wijk of zelfs straat ze op een gegeven moment moeten patrouilleren omdat berekend is dat de kans op misdaden (vandalisme, inbraken, geweldpleging) dan het grootst is. Iedereen die zich ‘verdacht’ gedraagt loopt dan de kans te worden aangehouden.  Gezichtsherkenning speelt daarbij een belangrijke rol. 

Zowel voorspellend politiewerk als gezichtsherkenning zijn gebaseerd op een ‘leerset’ van tienduizenden ‘verdachte’ personen. Op een gegeven moment beschikte de politie in New York over een database van 42.000 personen. 66% daarvan was zwart, 31,7% Latino en slechts 1% was blank. Deze samenstelling heeft alles te maken met de werkwijze van de politie.  Ofschoon drugsgebruik in steden in de VS in alle wijken voorkomt, richt de politie op basis van PredPol en soortgelijke systemen der aandacht op enkele wijken. Het is dan niet verwonderlijk dat daar dan ook de meeste aan drugs gerelateerde misdaden worden gerapporteerd en als gevolg daarvan de samenstelling van de database nog schever wordt.

In deze gevallen is ‘bias’ de oorzaak van het onethische effect van de toepassing van kunstmatige intelligentie.  Algoritmes weerspiegelen altijd de aannames, zienswijzen en waarden van hun makers. Ze voorspellen geen toekomst, maar zorgen ervoor dat het verleden wordt gereproduceerd.  Dit geldt overigens ook voor toepassingen buiten de politie[2].  De St. George Hospital Medical School in Londen heeft minstens een decennium lang buitenproportioneel veel blanke mannen in dienst genomen, omdat de leerset een afspiegeling was van de zittende staf. Ook het bekritiseerde Nederlandse Risico Indicatiesysteem gebruikt historische data over onder andere boetes, schulden, uitkeringen, onderwijs en inburgering om effectiever te zoeken naar mensen die uitkeringen of toeslagen misbruiken[3]. Dit is op zich niet verwerpelijk maar zou nooit mogen leiden tot het ‘automatisch’ beschuldigen zonder nader onderzoek en het uitsluiten van minder voor de hand liggende personen[4].

Het simpele feit fat de politie buiten proportioneel aanwezig is in vermeende hotspots en daar zeer gespitst is op elke vorm van verdacht gedrag, maakt dat het aantal confrontaties met gewelddadige afloop snel is toegenomen. Alleen al in 2017 leidde politieoptreden in de VS tot een ongekend aantal van 1100 slachtoffers, waarvan slechts een beperkt aantal blanken. Bovendien houdt de politie zich al tientallen jaren bezig met raciale profilering. Tussen 2004-2012 heeft de New Yorkse politie meer dan 4,4 miljoen inwoners gecontroleerd. Het leeuwendeel van deze checks resulteerde niet in verdere actie. In ongeveer 83% van de gevallen was de persoon zwart of Latino, hoewel de twee groepen samen goed zijn voor iets meer dan de helft van de bevolking.

Er is hierdoor een groeiend risico – althans in sommige landen waaronder de VS, dat de politie zelf een onevenredige bron van geweld wordt en een organisatie die delen van de bevolking onderdrukt[5]. Voor de meerderheid van de gekleurde burgers in de VS vertegenwoordigt de politie niet ‘het goede’, maar is zij onderdeel geworden van een vijandige staatsmacht[6].

In New York werd in 2017 een gemeentelijke bepaling aangenomen om het gebruik van kunstmatige intelligentie te reguleren, de Public Oversight of Surveillance Technology Act (POST)[7]. In tegenstelling tot vergelijkbare verordeningen in San Francisco en Oakland vereist de wet van New York City alleen dat de politie informatie beschikbaar stelt over de technologie die wordt ingezet.

Het Legal Defence and Educational Fund, een prominente burgerrechten-organisatie in de VS, drong er bij het stadsbestuur van New York op aan het gebruik van gegevens te verbieden die beschikbaar zijn gekomen ten gevolge van een discriminerend of bevooroordeeld handhavingsbeleid[8]. Deze wens is in juni 2019 ingewilligd en dit leidde ertoe dat het aantal personen dat is opgenomen in de database van 42.000 is teruggebracht naar 18.000. Het betrof alle personen die zonder concrete verdenking in het systeem waren opgenomen[9].

San Francisco, Portland en een reeks andere steden zijn een paar stappen verder gegaan en zij hebben het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie door de politie en andere openbare instanties verbood[10]. Experts erkennen dat de kunstmatige intelligentie die aan gezichtsherkenningssystemen ten grondslag ligt nog steeds onnauwkeurig is, vooral als het gaat om het identificeren van de niet-blanke bevolking[11].

Voorbij bias

Er is inmiddels de nodige kennis over hoe bias in algoritmen voorkomen kan worden[12], maar in plaats van dat daarmee het probleem wordt opgelost, ontstaat er zicht op een veel dieperliggend probleem. Dit betreft de oorzaken van misdaad zelf en het inzicht dat de politie deze nooit kan wegnemen[13].

Criminaliteit en recidive hangt samen met ongelijkheid, armoede, slechte huisvesting, werkloosheid, alcohol- en drugsgebruik en onbehandelde psychische aandoeningen[14]. Dit zijn dan ook de belangrijkste kenmerken van buurten waar veel criminaliteit voorkomt. Bewoners van deze buurten kunnen hierdoor geen menswaardig leven leiden[15]. Het zijn stressoren die tevens de kwaliteit van de ouder-kindrelatie beïnvloeden: hechtingsproblemen, onvoldoende ouderlijk toezicht, ook op het gebruik van alcohol en drugs, gebrek aan discipline of een overmaat aan autoritair gedrag.  Alles bij elkaar vergroten deze omstandigheden de kans dat jongeren te maken krijgen met criminaliteit en ze verminderen het vooruitzicht op een succesvolle carrière op school en elders.

De ultieme maatregelen om misdaad op langere termijn terug te dringen en veiligheid te verbeteren zijn: voldoende inkomen, adequate huisvesting, betaalbare kinderopvang, vooral voor ‘gebroken gezinnen’ en ongehuwde moeders en ruime mogelijkheden voor onderwijs aan meisjes. Maar ook aandacht voor jongeren die voor het eerst met criminaliteit in aanraking zijn gekomen om hen ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. 

Dit lost de problemen op de korte termijn niet op. Een groot deel van degenen die de politie in de VS oppakt is verslaafd aan drugs of alcohol en is psychisch ernstig gestoord, kampt met ernstige problemen in de huiselijke omgeving – voor zover aanwezig – en heeft de hoop op een betere toekomst opgegeven. Vanuit dit inzicht heeft de politie in Johnson County in Kansas al jaren geleden hulp ingeroepen van hulpverleners in plaats van arrestanten meteen in de boeien te slaan. Deze aanpak is succesvol gebleken en trok de aandacht van het Witte Huis ten tijde van de regering van Obama. Lynn Overmann, werkzaam als senior-adviseur in het bureau van de chief technology officer is daarom het Data-Driven Justice initiative gestart. De directe aanleiding was dat de gevangenissen overvol zaten met ernstig gestoorde patiënten. Toevallig beschikte Johnson County over een geïntegreerd datasysteem waarin zowel criminaliteitsgegevens als gegevens over gezondheid zijn opgeslagen. In andere steden worden deze bewaard in onvergelijkbare datasilo’s.  Samen met het University of Chicago Data Science for Social Good Programwerd met kunstmatige intelligentie een analyse gemaakt van een bestand van 127.000 personen om op basis van historische gegevens te achterhalen wie van de betrokkenen de komende maand de grootste kans had om te worden gearresteerd.  Dit niet met de bedoeling om met voorspellende technieken een arrestatie te bespoedigen, maar om hen in plaats daarvan gerichte hulpverlening te bieden. Dit programma werd in een reeks steden opgepakt en in Miami leidde het tot 40% minder arrestaties en het sluiten van een gevangenis. 

Wat leert dit voorbeeld?  De opkomst van kunstmatige intelligentie deed Chris Anderson, hoofdredacteur van het tijdschrift Wire, uitroepen dat deze het einde van de theorie betekent. Hij kon niet meer ongelijk hebben!  Theorie is nooit weggeweest, hooguit verdwenen uit het bewustzijn van degenen die met kunstmatige intelligentie werken. Ben Green drukt het kernachtig uit.  The assumption is: we predicted crime here and you send in police. But what if you used data and sent in resources? (The smart enough city, p. 78).

Waar het om gaat is de vervanging van het dominante paradigma van het opsporen, berechten en opsluiten van criminelen door het paradigma van het tijdig vinden van potentiële daders en hen de hulp te geven die ze nodig hebben. Dat is nog goedkoper ook, zo blijkt. De noodzaak van het gebruik van kunstmatige intelligentie wordt er niet minder om, maar de training van de computers, inclusief de samenstelling van de trainingssets verandert wezenlijk. Aanbevolen wordt daarom om divers samengestelde teams zo’n trainingsprogramma te laten ontwerpen op basis van wetenschappelijk gefundeerde zienswijzen op het onderliggende probleem en deze taak niet bij de politie zelf te beleggen.

Dit artikel is een beknopte versie van een eerder artikel: De veilige stad[16] (september 2019), aangevuld met gegevens uit hoofdstuk 4 Machine learning’s social and political foundations uit het boek The smart enough city van Ben Green (2020).


[1] https://www.technologyreview.com/2021/10/22/1037179/ai-reinventing-computers/?truid=&utm_source=the_download&utm_medium=email&utm_campaign=the_download.unpaid.engagement&utm_term=&utm_content=10-27-2021&mc_cid=fb6d84b8ae&mc_eid=fdb8891aed

[2] https://www.verdict.co.uk/ethnic-data-bias/

[3] https://www.dropbox.com/s/qom95p4hwph1cie/Rathenau-Opwaarderen.pdf?dl=0

[4] https://www.dropbox.com/s/hdx3gwjx1rni3on/Rathenau-grip_op_algoritmische_besluitvorming_overheid_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[5] https://medium.com/@avivash/what-drives-police-to-abuse-power-3d0ec6b4ecf5

[6] https://medium.com/@avivash/what-drives-police-to-abuse-power-3d0ec6b4ecf5

[7] https://en.wikipedia.org/wiki/Police_surveillance_in_New_York_City#Governance_/_Policy

[8] https://web.archive.org/web/20190608190638/https://www1.nyc.gov/assets/adstaskforce/downloads/pdf/ADS-Public-Forum-Comments-NAACP-LDF.pdf

[9] http://proceedings.mlr.press/v81/buolamwini18a/buolamwini18a.pdf

[10] https://www.sfchronicle.com/politics/article/San-Francisco-bans-city-use-of-facial-recognition-13845370.php?psid=4m7j0

[11] http://proceedings.mlr.press/v81/buolamwini18a/buolamwini18a.pdf

[12] https://standards.ieee.org/content/dam/ieee-standards/standards/web/documents/other/ead1e.pdf?utm_medium=undefined&utm_source=undefined&utm_campaign=undefined&utm_content=undefined&utm_term=undefined

[13] https://www.bocsar.nsw.gov.au/Documents/CJB/cjb54.pdf

[14] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3969807/

[15] https://medium.com/@bikomandelagray/when-poverty-becomes-criminality-4c712ac1334e

[16] https://hmjvandenbosch.com/2019/09/

Agenda stad: Vormgeven aan samenwerking tussen gemeenten

De 15de aflevering van de reeks ’Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie’ gaat over hoe Nederlandse steden samenwerken binnen de City Deals in het project Agenda stad en regio.

De afgelopen jaren is de belangstelling van Nederlandse gemeenten voor digitalisering op stedelijk niveau toegenomen, mede door de initiërende rol van de VNG, G40 en de Future City Foundation en van een aantal voorlopers als Apeldoorn, Helmond en Zwolle. In eerste instantie ging het om kleinschalige en geïsoleerde projecten. In deze post ga ik in op twee projecten met als doel bewerken door samenwerking een schaalsprong te bewerkstelligen.

Missiegedreven aanpak

In haar nieuwe boek Mission Economy bepleit Mariana Mazzucato een missie-gedreven aanpak van projecten door de publieke sector op de wijze waarop indertijd een mens op de maan is gebracht. Het gaat daarbij om grootschalige projecten met een hoge mate van complexiteit, zoals de energietransitie, de bouw van betaalbare woningen, het welzijn van het arme deel van de bevolking en natuurbehoud. 

Wat is een missie- gedreven aanpak? Allereerst gaat het om een ambitieuze visie, vervolgens om het slechten van silo’s binnen de overheidsorganisatie, samenwerking met bedrijven en organisaties én samenwerking tussen hogere en lagere overheden[1]

Om dit soort samenwerking zou het ook moeten gaat bij de grote transities waarvoor Nederland staat en als onderdeel daarvan digitalisering. Ik wil het hebben over twee projecten die dit soort samenwerking beogen, dan wel beloven. Het eerste, Agenda stad en regio, loopt al enige tijd en daarop zal ik uitgebreid ingaan. Het andere ander is voorgesteld door G40 en komt in kort bestek aan de orde.

Agenda stad en regio en City deals

De eerste City deals zijn in 2016 gestart; er zijn er inmiddels 27, waarvan ongeveer de helft is afgerond. Zes nieuwe staan in de startblokken. Er zijn 125 gemeenten, 8 provincies, 9 ministeries, 10 overige overheidsinstanties, 5 waterschappen, meer dan 100 bedrijven, 30 kennisinstellingen en meer dan 20 overige samenwerkingsverbanden bij betrokken. Ook zijn er 14 partnerschappen met gemeenten buiten Nederland.

Voorbeelden van City deals zijn: Grensoverschrijdend werken en ondernemen, cleantech, voedsel op de stedelijke agenda, lokale weerbaarheid tegen cybercrime, binnenstedelijk bouwen, de inclusieve stad: eenvoudig maatwerk en een slimme stad, zo doe je dat.  Over die laatste zal het hierna vooral gaan.

Binnen een City deal werken de betrokken partijen samen en die samenwerking resulteert in concrete producten, variërend van wetgeving tot beleidsinstrumenten.

De belangrijkste uitgangspunten zijn:

  • Formuleren van een ambitie over de aanpak van een vraagstuk;
  • Stimuleren van schaalvoordelen door samenwerking tussen en/of binnen stedelijke regio’s;
  • Realiseren van samenwerking tussen publieke en private partijen, waaronder de rijksoverheid;
  • Innoveren door het realiseren van nieuwe vormen van probleemaanpak;
  • Opschalen, ook over de landsgrenzen.

City deals werken ook onderling samen en uit hun midden ontstaan nieuwe deals, zoal ‘Slim maatwerk’, een nieuwe City deal die voortkomt uit de bestaande City deals ‘Eenvoudig maatwerk’ en ‘Een slimme stad, zo doe je dat’.

Als ik me moet voorstellen hoe een ‘moonshot’ werkt, waarover ik in het begin van dit artikel had, dan zou Agenda stad en regio wel eens een goed voorbeeld kunnen zijn.

City deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ 

Het ultieme doel van deze City deal is, zo lezen we in het jaarverslag, inzetten van digitalisering om de grote opgaven waar Europa en Nederland voor staan, aan te pakken zoals armoede, sociale samenhang en onveiligheid en al doende een samenleving te realiseren waarin iedereen in vrijheid kan leven[2]. Bij deze City deal zijn inmiddels 60 partijen betrokken.

Het doel is minstens 12 gemeentelijke processen te veranderen waarmee regio’s, steden en dorpen worden ontworpen, ingericht, beheerd en bestuurd, en de mogelijkheden die digitalisering daarbij biedt optimaal te benutten. Vertrekpunt is de bestaande praktijk om vraagsturing te garanderen. 

In de City deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ fungeren 14 werkgroepen: De werkgroepen bepalen zelf welke processen ze aanpakken, met dien verstande dat drie gemeenten bereid moeten zijn het gekozen proces te testen. Belangrijk is dat deze processen later ook door andere gemeenten kunnen worden gebruikt. De City deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ is inmiddels al bijna twee jaar op weg en de aan te pakken processen zijn uitgekristalliseerd. In een enkel geval is de beoogde uitwerking gereed, in de meeste gevallen zijn ze in ontwikkeling. Hier volgt een korte beschrijving van stand van zaken op 15 november 2021. Een levendige beschrijving van ervaringen van deelnemers is te lezen in ROMmagazine, jaargang 39, no. 11.

1. Open urban dataplatform

Dit project ontwikkelt een procedure voor de aanbesteding van een open dataplatform, dat deelbaar en schaalbaar is, waarin privacy en data-autonomie zijn gewaarborgd en dat voldoende garanties bevat voor cybersecuruity. Het resultaat zal een stappenplan zijn, waarin technische vragen (hoe ziet het er uit), juridische vragen (wie is de eigenaar) en financiële vragen (bekostiging) aan de orde komen.

2. Kookboek voor effectieve datastrategie

Dit project ontwikkelt een procedure voor de verwerving en de opslag van data. Er is een ‘datakookboek’ ontwikkeld dat helpt bij de verzameling, opslag en toepassing van data. Het betreft een 11-stappenplan vanaf formulering van een meetbare vraag tot de interpretatie van de meetresultaten. Van groot belang daarbij is zichtbaar maken van de aannames achter de selectie van de data. De bruikbaarheid van de stappen wordt in de praktijk getoetst. Een eerste concept vind je hier[3].

3. Slimme initiatieven toets

Doel van dit project is om initiatiefnemers (burgers, bedrijven) optimaal gebruik te laten maken van beschikbare publieke data, onder andere van data die het digitaal stelsel omgevingswet gaat bieden (DSO). Het DSO zal informatie geven over welke regels op een locatie gelden en uiteindelijk ook over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Idealiter inventariseert en optimaliseert de slimme initiatieven toets alle de data die voor een plan nodig zijn. Op dit moment wordt onderzocht aan welke soorten (geo)datagebruikers behoefte hebben (‘usercases). 

4. Sensordata en privacy

Het doel van het project is een tool te ontwikkelen waarmee een gemeente een aanbesteding kan doen voor de installatie van sensoren die precies past bij het type gegevens dat verzameld zal worden en die rekening houden met ethische vragen en AVG-regels.

5. Vormgeving van de nieuwe stad

De groeiende beschikbaarheid van uiteenlopende typen (realtime) data, bijvoorbeeld over luchtkwaliteit en geluidsoverlast) heeft implicaties voor de manier waarop steden en wijken ontwikkeld worden. De werkgroep ontwikkelt een canvas dat als een ‘vertaalmachine’ van de beschikbare data werkt. Vertrekpunt daarbij was een matrix met als ingangen de fasen van het ontwerpproces (initiatief-, ontwerp- en realisatiefase) en het gebiedstype (stedelijk, Randstedelijk en buitenstedelijk gebied). Deze matrix moet aangeven welke data op welk moment nodig zijn. De bruikbaarheid zal via pilots worden getest.

6. Iedereen (en alles) een sensor

Burgermeetinitiatieven (via telefoons en met sensoren bevestigd aan fietsen, auto’s en het eigen huis) hebben een dubbel doel: verhogen van de betrokkenheid en verbeteren van het inzicht in de eigen leefomgeving van degenen die de meting uitvoeren. Dit kan tevens bijdragen aan gedragsverandering, zeker als de metingen aansluiten bij behoeften van inwoners en zij ook bij de interpretatie van de meetresultaten worden betrokken. De werkgroep streeft naar een ‘roadmap’ gebaseerd op een aantal ‘usercases’.

7. Lokaal meten: vergelijken van projecten

Lokaal meten van gegevens – zoals in het vorige project gebeurt – kan overbodig zijn als er al gegevens van elders beschikbaar zijn. Deze moeten dan wel vergelijkbaar zijn met de gegevens die worden gezocht en om dit mogelijk te maken is standaardisatie gewenst. Tegelijkertijd kan standaardisatie tot wantrouwen leiden en de prikkel bij bewonersgroepen wegnemen om zelf aan de slag te gaan. Uiteindelijk kiest de werkgroep voor de ontwikkeling van een selfservice portal, dat samen met de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven wordt ontwikkeld. Bewonersgroepen kunnen dan zelf kiezen voor deelname aan een gestandaardiseerd project dat hun meetresultaten direct inleest of voor een ‘do-it-yourself’ oplossing. Voor deze laatste optie zal een handleiding worden geschreven.

De laatstnoemde projecten worden in samenwerking met Eurocities, een netwerk van 190 steden in 38 landen, doorontwikkeld onder de naam CitiMeasure – using citizen measurement to create smart, sustainable and inclusive cities.

8. Smart mobility: Op weg naar een veilige en duurzame stad

Digitalisering in het verkeer heeft al een hoge vlucht genomen, bijvoorbeeld door het gebruik van intelligente verkeersinstallaties (ivri’s), maar daarbij geldt meestal de bestaande situatie, bijvoorbeeld privégebruik van auto’s, als uitgangspunt. De vraag is hoe aangesloten kan worden het streven naar een betere leefbaarheid. Hiertoe heeft de werkgroep drie thema’s gekozen: betere bereikbaarheid voor hulpdiensten, deelmobiliteit en stadslogistiek.

Voor hulpdiensten wordt aan een stappenplan gewerkt, waarmee gemeenten de noodzakelijke voorzieningen kunnen realiseren om deze – en eventueel ook andere doelgroepen – altijd ‘groen licht’ te geven.

Als iedereen zich zou verplaatsen met het op dat moment meest geschikte vervoermiddel (variërend van lopen, (deel)fiets of -scooter, ov tot (deel)auto) zou het privéautogebruik aanzienlijk verminderen en de leefbaarheid van steden verbeteren. De werkgroep ontwikkelt een ‘landkaart’ om deelmobiliteit te stimuleren, die antwoord geeft op alle gerelateerde vragen.

Ontwikkelingen rond de stadslogistiek lopen al via andere trajecten. Daarom zal de bijdrage van de werkgroep in dit opzicht beperkt zijn.

9.Een businessmodel voor de smart city

Nieuwe vormen van samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en burgers kunnen tot nieuwe ‘waarden’ voor gebieden leiden, maar ook tot de behoefte om kosten en baten op een andere manier te verdelen. Een nieuw ‘businessmodel’ kan dan nodig zijn. De werkgroep onderzoekt daartoe welke de gevolgen voor bedrijven en organisaties zijn van het aangaan van samenwerkingsverbanden zijn voor de succesvolle ontwikkeling van producten en diensten. Dit in vergelijking met meer traditionele opdrachtgever/opdrachtnemer relaties.

10 Ethical Boards

Binnen de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ geldt als uitgangspunt dat te ontwikkelen digitale instrumenten zich altijd voegen naar ethische regels. De implicaties van dergelijke regels is vaak situatiebepaald. Daarom stellen gemeenten in binnen- en buitenland een ethische commissie in, waarin deskundigen en bewoners zitting hebben. Ter ondersteuning van het werk daarvan wil de commissie tot een kennisplatform komen met informatie over welke ethische regels het beste bruikbaar zijn voor verschillende digitaliseringsprojecten.

11 Modelverorvering

Lokale overheden willen het gebruik van digitale hulpmiddelen zoals sensoren in de openbare ruimte reguleren. Anita Nijboer, als juriste werkzaam bij bureau Kennedy Van der Laan, ook partner van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’, heeft hiertoe een modelverordening opgesteld die onder andere in Rotterdam en Helmond is getoetst. Het belangrijkste leereffect is dat afdelingen binnen gemeenten wezenlijk verschillend aankijken tegen de manier waarop dit soort vragen juridisch ingekaderd moeten worden. De werkgroep buigt zich naar aanleiding hiervan over de vraag of een modelverordening een passend antwoord is op het verkrijgen van instemming voor de toepassing van digitale hulpmiddelen.

12 Omgaan met drukte in de stad

Meten van (te grote) drukte in delen van de stad was al lang voor de coronatijd een probleem. Doel is een digitaal model (‘digital twin’) van de stad te ontwikkelen – een zogenaamde crowd safety manager – dat realtime inzicht geeft in voetgangersstromen en -concentraties. Tevens moet zo’n model ook kunnen communiceren met mensen in de stad. Inmiddels wordt een prototype van een dashboard, ontwikkeld door partnerbedrijf Argaleo, gebruikt in ’s-Hertogenbosch, Breda en Den Haag. Dit instrument gebruikt geen persoonsgegevens. Met externe subsidies wordt dit instrument doorontwikkeld op Europees niveau.

G40: Slimme duurzame verstedelijking

In maart 2021 heeft G40, het samenwerkingsorgaan van 40 middelgrote gemeenten, een projectvoorstel gedaan om digitalisering verder in te zetten voor maatschappelijke opgaven en daarmee ook kansen te bieden aan het bedrijfsleven[5].

Het projectplan stelt dat de huidige aanpak van ‘slimme verstedelijking’ en de realisatie van ‘maatschappelijke hoofdopgaven’ geen soelaas biedt. De langdurige decentralisatie, verbreding van opgaven, vernauwing van uitvoeringsgelden en een versplinterd Rijksbeleid hebben tot een belemmerend sturingsgat en financieringstekort bij gemeenten geleid. Hiervoor in de plaats zou een gebundelde aanpak moeten komen, geleid door vertegenwoordigers van gemeenten en rijksoverheid en aan deze laatste wordt een investering van € 1 miljard gevraagd. 

Ik heb me bij het bestuderen van dit plan verbaasd over het feit dat niet of nauwelijks wordt verwezen naar de activiteiten binnen Agenda Stad en regio, de ‘City deals’, waarvan een hiervoor is uitvergroot.

Of heeft de kritiek op de versnipperde aanpak juist betrekking op de werkwijze van Agenda Stad en regio en trekt G40, als een van de deelnemende organisaties, er zijn handen vanaf?

De kracht van Agenda stad zit in zowel de dwarsverbanden tussen stedelijke projecten op het gebied van de grote transitieopgaven en digitalisering, het betrekken van de burgers en de intergemeentelijke samenwerking. Dit is iets om te koesteren.

G40 had mijns inziens veel beter een nieuwe fase van Agenda stad en regio kunnen inluiden, gekenmerkt door schaalvergroting en versnelling van de bevindingen tot nu toe. Deze nieuwe fase zou dan als doel kunnen hebben, bestendiging van de samenhang tussen de thema’s van de afzonderlijke City Deals binnen het kader van de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. In die samenhang zou het thema digitalisering ook het best tot zijn recht komen. De uiteindelijke waarde van digitalisering ligt immers in de bijdrage aan de energietransitie, het terugdringen van verkeersoverlast en de groei van een circulaire economie, om maar een paar voorbeelden te noemen. Dat vereist echter een ander plan.

Ondertussen hoop ik dat we op overzienbare termijn de resultaten van de werkgroepen van City deal ‘Slimme stad, zo doe je dat’ kunnen aanschouwen, samen met die van de andere ‘deals’. 


[1] https://bloombergcities.jhu.edu/news/how-moon-landing-now-inspiring-local-problem-solving

[2] https://agendastad.nl/2-0-voor-de-slimme-stad/?cd=1

[3] http://bit.ly/kookboek-datastrategie

[4] https://dutchmobilityinnovations.com/spaces/1251/toolbox-slimme-stad/toolkit-alles

[5] https://www.dropbox.com/s/gm0gzypmv1tcm7b/G40-Smart-City-Rapport-210321-ONLINE.pdf?dl=0

De digitaliseringsagenda van Amsterdam tegen het licht gehouden

In de 14de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden: De bijdrage van digitale technologie onderzoek ik het digitaliseringsbeleid van de gemeente Amsterdam vanuit de eerder geformuleerde richtlijnen en ethische principes.

Amsterdam was 25 jaar geleden met de Digitale Stad koploper op het gebied van toegang tot publiek internet. Nu wil de stad vooroplopen als vrije, inclusieve en creatieve digitale stad. Hoe de gemeente dat wil doen, is voor het eerst beschreven in de nota Een digitale stad voor en ván iedereen (2019)[1]. Een jaar later in Agenda digitale stad (2020)[2] zijn de doelen geherformuleerd tot drie speerpunten: (1) verantwoord inzetten van data en technologie (2) tegengaan van digitale ongelijkheid en (3) toegankelijk maken van de dienstlening. Deze drie speerpunten mondden uit in een reeks concrete activiteiten, waarvan in 2021 een eerste evaluatie aan de gemeenteraad is voorgelegd[3]. Aan de drie genoemde speerpunten is toegevoegd ‘Beschermen van digitale rechten’ (zie bovenstaande illustratie voor de vier speerpunten en de 22 activiteiten. Klik hier voor een grotere weergave).

In dit artikel ga ik na hoe het Amsterdamse digitaliseringsbeleid zich verhoudt tot de uitgangspunten en ethische principes voor digitalisering, die ik in de 9de aflevering heb genoemd. Ik heb deze vanwege de overlap heb samengevoegd in één lijst (zie HIER), genaamd ‘Uitgangspunten voor maatschappelijk verantwoord digitaliseringsbeleid’.  Deze lijst bevat acht uitgangspunten, elk voorzien van een niet-uitputtend aantal richtlijnen. Ik ga voor elk van deze uitgangspunten na wat Amsterdam inmiddels heeft verwezenlijkt en waaraan nu wordt gewerkt. De nummers achter de onderstaande uitgangspunten verwijzen een of meer van de 22 bovengenoemde activiteiten. Bij elk uitgangspunt voeg ik een buitenlands voorbeeld toe.

1. Inbedding (1, 4)

De digitale agenda is onderdeel is van een democratisch vastgestelde en samenhangende stedelijke agenda.

  • De gemeente Amsterdam bouwt samen met AMS Institute, de Hogeschool van Amsterdam, Waag, e.a. aan een breed kennisnetwerk op het gebied van verantwoord gebruik van data en digitale technologie. Vanuit dit netwerk zal onderzoek worden gedaan naar de impact van technologie op de stad.

In 2017 ging in de Poolse stad Lublin[4] het project Foresight Lublin 2050 van start om kansen en bedreigingen te definiëren die verband houden met sociaaleconomische, ecologische en technologische ontwikkeling. Het stelt dat beslissingen rond technologie moeten worden genomen uitgaande van de werkelijke behoeften van de bewoners en die moeten betrokken zijn bij het ontwerp en implementeren van beleid.  Als onderdeel van het democratische karakter van de besluitvorming in Lublin, bepalen bewoners de toewijzing van begrotingsmiddelen

2. Gelijkheid, inclusiviteit en sociale impact (16, 17, 19, 20)

Informatie- en communicatietechnologie toegankelijk maken voor iedereen

  • De gemeente Amsterdam wil dat de publieksdiensten toegankelijk, begrijpelijk en bruikbaar zijn voor iedereen, online en offline. Onderzoek onder laag-geletterde doelgroepen heeft aanwijzingen opgeleverd om de dienstverlening toegankelijker te maken. 
  • De Online-uitvoeringsagenda geeft informatie over lopend beleid (volg.amsterdam.nl). Mijn Amsterdam verschaft informatie over projecten op buurtniveau en mogelijkheden om daarin te participeren.
  • Kwetsbare Amsterdammers vinden op een aantal plaatsen hardware om het Internet te gebruiken en ook is op een aantal plaatsen gratis Wi-Fi beschikbaar. Ook zijn er enkele duizenden laptops beschikbaar gesteld.
  • Samen met maatschappelijke partners wordt de ontwikkeling van digitale vaardigheden ondersteund. Zo is met Cybersoek een ‘train-de-trainer’ programma uitgevoerd en de Openbare Bibliotheek zal de komende jaren alle bezoekers laten kennismaken met de thema’s datawijsheid en digitale vrijheid. 
  • Via het partnership met TechConnect worden in drie jaar 50.000 extra mensen uit ondervertegenwoordigde groepen geattendeerd op de technologie arbeidsmarkt.
  • De gemeente acht uitrol van het 5G-netwerk gewenst, maar volgt kritisch onderzoek over de gezondheidsrisico’s van dit netwerk. Via het 5G-Fieldlab worden de toepassingen van 5G onderzocht en hun belang voor de bewoners.

Barcelona en Madrid zijn voorlopers op het gebied van digitale participatie, mede dankzij hun resp. netwerken Decidem[5] en Decide Madrid[6]. Bewoners gebruiken deze op grote schaal als bron van informatie en om mee te discussiëren resulterend in een (adviserende) stem. Veel van wat de gemeenteraad behandelt, is via deze fora ter tafel gekomen.

3. Rechtvaardigheid (2, 15, 20)

Voorkomen dat toepassing van digitale systemen tot machtsconcentratie en machtsmisbruik leiden.

  • De Agenda Amsterdamse Intelligentie stelt voorwaarden aan algoritmen, om discriminatie te voorkomen. Mede in dit verband zal jaarlijks een aantal algoritmen worden geaudit en worden algoritmen in een register ondergebracht.
  • Het Civic AI Lab gaat de (onbedoelde) implicaties onderzoeken van algoritmen met betrekking tot ongelijke behandeling en discriminatie.
  • Er is voor de domeinen zorg en onderwijs een verkenning gestart naar de wijze waarop deze laagdrempelige toegang tot hun diensten kunnen geven. Hiermee zal de komende jaren verder worden geëxperimenteerd.

Met zijn 116 pagina’s omvattende strategie voor het ethisch gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) richt New York[7] zich op het gebruik van AI om bewoners beter van dienst te zijn, het opbouwen van AI-knowhow binnen de overheid, modernisering van de data-infrastructuur, stadsbestuur en beleid rond AI, het ontwikkelen van partnerschappen met externe organisaties en het bevorderen van gelijke kansen.

4. Menselijke waardigheid (20)

Voorkomen dat technologie mensen van hun unieke eigenschappen vervreemdt en in plaats daarvan ervoor zorgen dat zij hun ontplooiing stimuleert.

  • Het programma ‘Moderne Overheid’ onderzoekt hoe digitalisering verschillende domeinen van de gemeentelijke organisatie kan ondersteunen. Voorbeelden zijn: beter matchen van werkzoekenden en werk, 18-jarigen helpen bij het beheer van hun financiën, (vroeg)signalering van mensen met schulden, geven van informatie over schoonmaken en beheer van de stad.

De Database of Affordable Housing Listings, Information, and Applications stelt bewoners van San Francisco[8] in staat om het gehele aanbod aan betaalbare woningen te doorzoeken en hun belangstelling kenbaar te maken via een eenvoudig formulier in verschillende talen. Uit de ingediende aanvragen wordt door middel van loting een kandidaat-bewoner aangewezen, die vervolgens een meer gedetailleerde aanvraag indient. De procedure is geheel in open source software ontwikkelt en andere steden sluiten zich bij dit initiatief aan.

5. Autonomie en privacy (3, 5, 6, 14, 15)

Erkenning menselijke autonomie en van daaruit het recht om in de publieke ruimte te verblijven en zich te verplaatsen zonder digitaal te worden geobserveerd.

  • De gemeente heeft een datastrategie vastgesteld die de bewoners meer zeggenschap geeft over de eigen data
  • Via de app IRMA werkt de gemeente samen met andere gemeenten aan dataminimalisatie en geeft bewoners regie over hun eigen gegevens. Via deze app kunnen bewoners ook ‘meldingen openbare ruimte’ doen. Deze app kan de basis vormen voor de ontwikkeling van een ‘Digitale identiteit’.
  • Het ‘Responsible Sensing Lab’ onderzoekt privacy-vriendelijke meetmethoden om verantwoord data te kunnen verzamelen met behulp van ‘sensing’. De mmWave-sensor bijvoorbeeld meet drukte zonder persoonsgegevens te verzamelen.
  • Een register brengt geplaatste sensoren in kaart. Via een sensorverordening zal het aanmelden van sensoren in de publieke ruimte verplicht worden gesteld.

Om de privacy van de bewoners te beschermen heeft het bestuur van Seattle[9] een reeks stappen gezet waarmee de stad in dit opzicht onbetwist voorloper is. De stad heeft een chief privacy officer aangesteld, een reeks leidende privacy principes vastgesteld en een privacy adviescommissie ingesteld, bestaande uit zowel burgers als ambtenaren. Een belangrijk onderdeel is de uitvoering van een privacy impact assessment telkens wanneer de gemeente een nieuw project ontwikkelt waarbij persoonlijke gegevens worden verzameld.

6. Open data, open software en interoperabiliteit (9, 13, 18)

Data-architectuur, inclusief standaarden, afspraken en normen gericht op hergebruik van data, programma’s en technologie en ook voorkomen van lock-in.

  • Het gemeentelijk beleid met betrekking tot open data is ‘open, tenzij’. Het stedelijk platform data.amsterdam.nl trekt 2500 unieke bezoekers per dag.
  • De sourcing- en opensourcestrategie van de gemeente legt vast het hergebruik van bestaande middelen, het gebruik van standaarden en het beschikbaar stellen van door de gemeente ontwikkelde software.
  • Samen met kennisinstellingen en bedrijven ontwikkelt de gemeente de Amsterdam DataExchange, waarin de betrokken partijen regelen welke en hoe ze data uitwisselen. Met het CBS zijn afspraken gemaakt over beschikbaar stellen van gegevens.
  • De Tada-principes zijn de uitgangspunten voor verantwoord datagebruik. Zij regelen de zeggenschap van de gebruikers en bepalen hoe data ingezet kunnen worden en dat zij open en transparant zijn. Beoogd wordt dat ook andere Amsterdamse instellingen en bedrijven deze principes overnemen.
  • Via ‘Mijn Amsterdam’ kunnen inwoners hun persoonlijke gegevens inzien. Dit geldt inmiddels ook voor ondernemers.

Om startups te ondersteunen heeft het stadsbestuur van Seoul[10] My Neighborhood Analysis ontwikkeld, een tool die een ongekende hoeveelheid commerciële informatie bevat. Het gaat onder andere om bedrijfslicenties, eigendomsinformatie, huurprijzen en transportkaartgegevens, met datasets uit het volledige zakelijke ecosysteem van Seoul. Wanneer een gebruiker informatie invoert over het voorgestelde bedrijfstype, krijgt deze een overzicht van de bedrijfsprestaties in de te verkennen wijk en een indicatie van het verwachte risiconiveau voor een nieuw bedrijf. Gebruikers kunnen vergelijkbare bedrijven selecteren om inzicht te krijgen in hun historische prestaties.

7. Veiligheid (7, 9)

Voorkomen en bestrijden van internetcriminaliteit en beperken van de gevolgen daarvan.

  • De gemeente heeft een Agenda digitale veiligheid opgesteld, mede gericht op het in bedrijf houden van vitale infrastructuur

De gemeente Den Haag[11] heeft samen met Cybersprint een ​​IoT-beveiligingsmonitor ontwikkeld. Deze geeft een realtime overzicht van alle verbonden IoT-apparaten binnen de stadsgrenzen met gedetailleerde informatie, zoals hun verblijfplaats en risiconiveau. De monitor heeft tot nu toe 3100 onveilige apparaten in Den Haag geïdentificeerd. Meestal zijn onveilige apparaten die geen wachtwoord of standaardwachtwoorden of verouderde software gebruiken

8. Operationele en financiële duurzaamheid (12, 20, 21)

Garanderen van een bedrijfszeker, robuust Internet

  • De gemeente overlegt permanent met de Internet- en telefoonaanbieders om de stabiliteit van de netten te garanderen.

Civiele werken die vereist zijn voor het uitrollen van de digitale infrastructuur voor glasvezel bedragen 90% van de totale kosten. Een “Dig Once”-beleid[12] heeft tot doel deze kosten te verminderen door samenwerking tussen steden, providers, nutsbedrijven en andere belanghebbenden. Het gaat er daarbij om dat bij nieuwbouw in een keer alle kabel- en leidingenwerkzaamheden uit te voeren en daarvoor liefst een kleine makkelijk bereikbare tunnel onder de stoep of de straat aan te leggen. De bedrijfszekerheid van alle (digitale) voorzieningen wordt hiermee aanzienlijk vergroot. Bij bestaande bebouwing zouden alle onderhouds- en vervangingswerkzaamheden in een keer uitgevoerd moeten worden.

Knelpunten

Zoals valt te verwachten doen zich bij de uitvoering van het beleid verschillende knelpunten voor. Er is immers sprake van een relatief snel verlopend ontwikkelingsproces waarbij veel partijen en belangen betrokken, terwijl technologische ontwikkelingen snel gaan. Op een aantal terreinen is nog het nodige werk te verrichten om het draagvlak te vergrote, zowel binnen het gemeentelijk apparaat, bedrijven en organisaties en de bevolking. Het gaat daarbij onder andere om de Tada-principes, de naleving van de gemeentelijke sourcingstrategie, het ‘open, tenzij’-beleid en het beleid voor dataminimalisatie. Er is verder nog het nodige te doen aan de ontwikkeling van een betrouwbare digitale infrastructuur en het tegengaan van (onbedoelde) effecten bij toepassing van kunstmatige intelligentie. Vergroting van de digitale zelfredzaamheid en het creëren van de randvoorwaarden voor alle bewoners om digitaal mee te doen vereist structurele inbedding en financiering.

Digitalisering Amsterdam.  Te vroeg voor een oordeel

Zeker is dat de gemeente Amsterdam voortvarend bezig is met op verantwoorde wijze te digitaliseren. De stad heeft een duidelijk beeld van de problematiek waarvoor ze staat. Minder duidelijk is wanneer er naar het oordeel van de gemeente sprake is van een geslaagd beleid en wat de realisering daarvan de komende jaren nog aan verdere inspanningen vraagt. Op elk van de door mij opgestelde uitgangspunten vinden acties plaats, maar er is nog geen dekkend geheel. Dat geldt overigens ook voor andere steden, maar sommige daarvan zijn op onderdelen beslist verder, denk aan de digitale participatie van bewoners van Barcelona, Madrid, Lublin, aan het privacy beleid van Seattle, de informatievoorziening van Seoul en het in ethisch opzicht verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie in New York waarover Milou Jansen, coördinator van de Cities Coalition for Digital Rights zegt: New York’s AI Strategy is a bold and inspiring example of how digital rights can find its way into the operationalisation of AI policies. It shows the way forward to many other cities around the globe who likewise support an approach grounded in digital rights[13].

Mijns inziens heeft de gemeente Amsterdam op het gebied van privacy (5) en open data (6) grote stappen gezet. De grootste opgaven liggen op de volgende terreinen (de nummers verwijzen naar de door mij geformuleerde uitgangspunten):

  • De inbedding van het digitaliseringsbeleid in de overige beleidsterreinen (1).
  • De beschikbaarheid van Internet, computers en digitale vaardigheden voor kwetsbare groepen (2).
  • Het gebruik van digitale middelen ter vergroting van de participatie van de bevolking aan de ontwikkeling en de vaststelling van het beleid (2).
  • De arbeidsomstandigheden van werknemers in de gig economie (3).
  • Het behouden van toezicht op de AI-systemen die autonoom oordelen over mensen vellen (4).
  • De strijd tegen cybercrime (7).
  • Een toekomstbestendige infrastructuur (8).

In de volgende aflevering verleg ik het blikveld naar een aantal andere Nederlandse gemeenten.


[1] https://waag.org/sites/waag/files/2019-03/Agenda-digitale_stad-amsterdam.pdf

[2] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/8773731/1/2__Magazine_Digitale_stad_2020digitaal_spreads

[3] https://openresearch.amsterdam/nl/page/67000/agenda-digitale-stad-tussenrapportage-2019-2020

[4] https://hub.beesmart.city/city-portraits/smart-lublin-a-smart-city-with-a-social-dimension

[5] https://decidim.org/

[6] https://decide.madrid.es/

[7] https://www1.nyc.gov/assets/cto/downloads/ai-strategy/nyc_ai_strategy.pdf

[8] https://associates.bloomberg.org/digitalcitytools/

[9] https://www.govtech.com/data/seattle-pushes-forward-as-data-privacy-leader.html

[10] https://associates.bloomberg.org/digitalcitytools/

[11] https://associates.bloomberg.org/digitalcitytools/

[12] https://www.weforum.org/whitepapers/governing-smart-cities-policy-benchmarks-for-ethical-and-responsible-smart-city-development

[13] https://cities-today.com/new-york-launches-strategy-for-ethical-ai/

Ethische principes en toepassingen van digitale technologie: Immersieve technologie, blockchain en platformen

In de 13de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie vervolg ik de beschrijving van een aantal toepassingen van digitale technologie en de beoordeling daarvan aan de hand van relevante ethische principes.

In aflevering 12 kwamen aan de orde: (1) Internet of Things, (2) robotica en (3) biometrie. De  ethische principes uit aflevering 9, die ook in deze aflevering worden gebruikt zijn: privacy, autonomie, veiligheid, controle, menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en machtsverhoudingen. Deze zijn ontleed aan het boek Opwaarderen: Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving. Rathenau Instituut 2017)[1].

4. Immersieve technologie (augmented en virtual reality)

Augmented reality voegt informatie toe aan onze waarneming. De oudste voorbeelden daarvan zijn berichten die piloten van supersnelle gevechtsvliegtuigen op hun bril konden lezen, zodat ze hun ‘target’ niet uit het zicht zouden verliezen. De ongetwijfeld meest populaire toepassing is het spel Pokémon Go.  Aanvullende informatie via het beeldscherm van de smartphone is ook vaak beschikbaar bij het bezoek aan vele ‘bezienswaardigheden’. De roemruchte Google glasses was een uitgelezen middel voor dit doel, maar vanwege het evidente risico op schending van de privacy is aan de toepassing hiervan al snel een einde gekomen. Voor bepaalde groepen, bijvoorbeeld slechthorenden is dit jammer. 

Virtual reality gaat veel verder. In dit geval wordt onze zintuiglijke waarneming vervangen door beelden van een kunstmatige wereld. Hiervoor is een speciale bril nodig, zoals de Oculus rift.  Toepassingen vinden hun weg vooral via gaming. Maar het is ook mogelijk om met deze set driedimensionale interieurs van woningen te tonen of wandelingen door nieuw te bouwen wijken mogelijk te maken. 

Het metaversum

Virtual reality verplaatst je naar het metaversum wat voor het eerst is beschreven door Neil Stephenson in diens dystopische boek Snow Crash in 1992. Naarmate de kracht van computers toenam, kreeg de idee van het metaversum nieuwe impulsen en recentelijk kondigde Marc Zuckerberg dan ook aan dat het zijn nieuwe bedrijf Meta Platforms, Facebook geleidelijk gaat veranderen in een volledige digitale wereld. Deze dompelt de gebruikers onder in de meest uiteenlopende ervaringen, die deze deels zelf oproept, zoals communiceren met een levensechte avatar van een (on)bekende, een live-concert bijwonen, met naar de disco gaan en daar (on)bekenden ontmoeten en uiteraard ook winkelbezoek, want het blijft een medium om aan te verdienen. 

Nog pas kort tevoren had Microsoft ook al bekend gemaakt zijn operating system (Windows), webservers (Azure), communicatienetwerken (Teams en Linkedin) hardware (HoloLens), entertainment (Xbox) en IP (Minecraft) samen te gaan brengen in een virtuele realiteit[2]. De recente aankoop van gameproducent Activision Blizzard, producent van de Call of Duty-videogames voor € 60 miljard past in dit beleid en wijst erop dat het bedrijd met zijn versie van de metaverse heel wat denkt te gaan verdienen.

Bij de te verwachte machtsstrijd tussen de titanen, zal waarschijnlijk ook Amazon zich voegen en de virtuele mall van en voor ieders dromen bouwen. Het is nog maar de vraag of een jongere minder consumptieverslaafde generatie wel zit te wachten op een volledige artificiële wereld. Ik hoop van niet.

Privacy

De risico’s van augmented reality zijn vanaf het begin breed uitgemeten. Voor onderzoeksdoelen had Google bijvoorbeeld het recht gekregen om de bewegingen van de ogen van mensen die Google glasses droegen op afstand te volgen. Voor het overige geldt dat niet alleen overheden en bedrijven mensen zullen bespieden, maar vooral mensen elkaar. Auteursrechtelijk is interessant wie de eigenaar is van de beelden van je avatar.

Veiligheid

Al na korte tijd krijgen degenen die zich door het metaversum bewegen evenwichtsproblemen. Mogelijk erger is dat de kans op verslaving groot is. 

Menselijke waardigheid

Het gevaar is aanwezig dat mensen die veelvuldig in imaginaire werelden functioneren nep en echt niet meer van elkaar te onderscheiden en van zichzelf vervreemden in de ‘echte’ wereld en de sociale vaardigheid verliezen die daarin noodzakelijk is.

Machtsverhoudingen

Big Tech krijgt nog meer middelen in handen om onze voorkeuren te analyseren en ons te beïnvloeden[3], ook door deep-fakes, waarmee bestaande personen levensecht geïmiteerd kunnen worden. Dat roept vragen op over de risico’s die burgers lopen, en over nog grotere rol van bedrijven die immersieve technologie aanbieden.

5. Blockchain

Blockchain maakt het mogelijk transacties (van geld, waardepapieren, contracten en voorwerpen) vast te leggen zonder bemiddeling van een daartoe gerechtigde instantie (overheid, werkgever, bank, notaris)[4]. De eerste versie van blockchain was de bitcoin, eerst alleen bedoeld voor financiële transacties. Tegenwoordig bestaan er honderden varianten, waarvan Ethereum de meest gebruikte is. De essentie van bockchain is dat de database van alle transacties, de ledger, op ieders computer opgeslagen wordt en dus toegankelijk is voor elke gebruiker. Miners zien erop toe dat een cryptomunt maar voor een transactie wordt gebruikt of dat een contract achteraf niet door een van de betrokken partijen wordt veranderd, overigens zonder te weten wie die gebruikers zijn. Zodra de meerderheid van de miners een reeks transacties heeft goedgekeurd, vormen deze samen een niet meer te veranderen blok. Miners zijn erop gebrand blokken goed te keuren, want degene waarvan achteraf blijkt dit als eerste te hebben gedaan, ontvangt een aanzienlijke vergoeding in cryptocurrencyMining kost de nodige tijd en vereist vooral gigantisch veel rekenkracht en dus energie. Er wordt naarstig gezocht naar alternatieve methoden, zoals een methode waar het vooral om de reputatie van de miner gaat. 

Blockchain komt voort uit streven naar radicale decentralisatie en vermindering van de macht van staten, banken[5]en bedrijven. Dat pakt in de praktijk anders uit. Het zijn vooral overheden[6] en grote bedrijven in de VS, Rusland[7], China[8], Zuid-Korea en in Nederland bijvoorbeeld Albert Heijn[9], die voor een gestage opmars zorgen.

Als middel voor veilige opslag van transacties en het vastleggen van onderlinge verplichtingen, zoals in het geval van digitale autonome organisaties, heeft blockchain meer potenties dan als cryptocurrency. Absolute voorwaarde is het vinden van een alternatief voor het ongehoord hoge energiegebruik.

Privacy

Blockchain is voortgekomen uit het streven te ontsnappen van de alomtegenwoordige meekijkende ondernemingen en staat. Vandaar ook dat dubieuze transacties bij voorkeur met cryptocurrency worden afgehandeld. Volledige anonimiteit is er niet, omdat cryptocurrency geregeld moet worden omgewisseld in officieel geld en dat zwakke punt weten hackers dan ook te vinden.

Autonomie

Wellicht komt in blockchain meer dan in welk ander systeem menselijke autonomie tot zijn recht. Daarvoor is het wel nodig de werking goed te kennen. Dit geldt eens te meer als er sprake is van niet-financiële transacties.

Veiligheid

Risico’s zijn er zeker: Op het moment dat een miner meer dan 50% van de computercapaciteit in bezit heeft, kan deze het systeem volledig corrumperen.  Deze situatie is niet denkbeeldig.  In 2019 waren er twee Chinese miners die samen meer dan de helpt van de computercapaciteit bezaten. 

Machtsverhoudingen

Over de positie van miners is niet veel bekend.  Er is een tendens naar een steeds verdergaande concentratie, die gevaren in zich heeft over de duurzaamheid van het systeem.  Naarmate de concentratie toeneemt, zal het bezit aan cryptocurrency ook steeds schever worden. Het zijn immers de miners die voor de uitbreiding van de beschikbare hoeveelheid geld zorgen. 

6. Digitale platformen

Bedrijven als Amazon, Uber en Airbnb en op kleine schaal Bol.com vertegenwoordigen een nieuwe vorm van economische activiteit die verstrekkende gevolgen heeft voor andere bedrijven en de inrichting van de ruimte. Zij bestaan in essentie uit digitale platformen waarop ze aanbieders en consumenten bijeenbrengen. 

Stel je voor, je begeeft je in de virtuele paskamer van Amazon. Je zit op een stoel en een reeks modellen komt voorbij die allen precieus jouw figuur en maat hebben en misschien ook wel je uiterlijk. Je kunt eindeloos variëren wat ze aan hebben, tot dat je de outfit van je dromen het gevonden of samengesteld. Dit kan gelden voor alle denkbare aankopen, tot auto’s, inclusief rijsimulator toe. Met een druk op de knop is die besteld en een paar uur later dropt de drone je bestelling voor de deur.

In digitale platformen komt een reeks toepassingen van digitale technologie samen, zoals Internet-of-Things, robotica, immersieve technologie, kunstmatige intelligentie en ook blockchain, om zicht te houden op de immense stromen van goederen en diensten.

Privacy

In de wereld van de platformen telt privacy niet of nauwelijks. Bedrijven willen zo veel mogelijk aan je verdienen en verzamelen daarom massa’s informatie over je gedrag, voorkeuren en uitgaven. Dit in ruil voor gemak, en gratis gadgets als navigatie, zoekmachines en email. 

Autonomie

Platformen zijn behalve geldmachines ook een onderdeel van de deeleconomie. Ze maken directe transacties tussen mensen mogelijk en zorgen, zoals in het geval van Airbnb voor een ongekend groot aanbod van accommodaties waaruit vrij valt te kiezen. 

Rechtvaardigheid

Medewerkers in platformbedrijven hebben veelal slechte arbeidsvoorwaarden, denk bijvoorbeeld aan de chauffeurs van Uber die de hele dag gevolgd, gecontroleerd en beoordeeld worden. In distributiecentra zijn alle nog resterende menselijke handelingen, tot op de minuut voorgeschreven. 

In deze bedrijven ontstaat een grote kloof tussen de kleine binnencirkel van managers en technici en de grote buitencirkel van ‘loonwerkers’ waar het bedrijf verder niets mee heeft en zij ook niet met het bedrijf.

Machtsverhoudingen

Deze bedrijven dragen ook bij aan de vergroting van de kloof tussen arm en rijk; de ongekend grote verdiensten gaan naar het topmanagement en de aandeelhouders en als het kan wordt de belasting ontweken.

Platformen als Airbnb maken op grote schaal concurrentievervalsing mogelijk; de accommodaties die zij verhuren boeven niet te voldoen aan de regels op het gebied van veiligheid, belastingheffing die gelden voor reguliere bedrijven.

De groei van platforms die monopolistische vormen heeft aangenomen is de belangrijke oorzaak van de ontwrichting van de steden, zonder zij bijdragen aan de kosten die dat voor de gemeenschap met zich meebrengt.

Terug naar gouvernance

Ik heb in dit en het voorgaande artikel een kader uitgewerkt voor maatschappelijk verantwoord omgaan met digitalisering. Daarin ontwikkelden zich twee denklijnen, die van de waarde van digitale technologie en die van het ethisch gebruik ervan.

De waarde van digitale technologie

Digitale technologie moet vorm en inhoud krijgen als een van de instrumenten waarmee een stad werkt aan een ecologisch en sociaal duurzame toekomst. Om te helpen verwoorden wat zo’n toekomst inhoudt, introduceerde ik Kate Raworth’ denkbeelden over de donuteconomie. Het ontwerpen van zo’n toekomstbeeld moet een breed gedragen democratisch proces zijn, waarin burgers de oplossing van hun eigen problemen mede toetsen aan de duurzame welvaart van toekomstige generaties en die van mensen elders op de wereld. 

De belangrijkste vraag als het om (digitale) technologie gaat is dus ‘welke (digitaal) technologische hulpmiddelen dragen bij aan de realisering van een in sociaal en ecologisch opzicht duurzame stad‘.

Het ethisch gebruik van technologie

In de wereld waarin we de duurzame stad van de toekomst realiseren ontwikkelt digitale technologie zich snel, vooral onder invloed van commerciële en politieke belangen. Steden worden met deze technologieën geconfronteerd door middel van een krachtige smart city technology marketing.

De belangrijkste vraag die steden zich in dit verband moeten stellen is ‘Hoe beoordelen we beschikbare technologieën vanuit een ethisch perspectief’.

In de besturing van steden komen beide denklijnen bij elkaar: Welke (digitale) technologie help ons verder op weg naar een duurzame toekomst en wat is het ethische gehalte van technologieën die in principe daarbij bruikbaar zijn. Samen kunnen deze leiden tot de keuze, vormgeving en toepassing van digitale technieken als onderdeel van de realisering van een visie op een ecologisch en sociaal duurzame toekomst van de stad.

In de volgende twee artikelen onderzoek ik hoe er in de praktijk wordt omgegaan met ethische principes. In het eerste artikel zetten we Amsterdam voor het voetlicht en daarna bekijken we hoe een aantal gemeenten bezig is op verantwoorde wijze te digitaliseren in het kader van Agenda stad.


[1] https://www.dropbox.com/s/qom95p4hwph1cie/Rathenau-Opwaarderen.pdf?dl=0

[2] https://is.gd/gIX6qH

[3] https://is.gd/yBkiXi

[4] https://www.archdaily.com/973814/bitcoin-nfts-and-the-metaverse-reflecting-on-the-year-of-digital-real-estate-and-design?utm_medium=email&utm_source=ArchDaily%20List&kth=

[5] https://blogs.worldbank.org/sustainablecities/top-7-disruptive-technologies-cities

[6] https://www3.weforum.org/docs/Top20_Global_Data_Stories_report_2017.pdf

[7] https://ict.moscow/en/projects/blockchain/

[8] https://cointelegraph.com/news/chinese-city-seeks-to-power-urban-governance-and-more-using-blockchain-tech

[9] https://www.capgemini.com/nl-nl/client-story/innovatie-in-de-praktijk-blockchain-technologie-in-de-supply-chain-van-albert-heijn/

Ethische principes en toepassingen van digitale technologie: Internet of things, robotica en biometrie

In de 12de en 13de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden: De bijdrage van digitale technologie gebruik ik de ethische principes uit aflevering 9 om een aantal toepassingen van digitale technologie te beoordelen. In deze aflevering komen aan de orde: (1) Internet of Things, (2) robotica en (3) biometrie.  Komende week vervolg ik met (4) Immersieve technologie (augmented en virtual reality), (5) blockchain en (6) platforms.

In de 12de en 13de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden: De bijdrage van digitale technologie gebruik ik de ethische principes uit aflevering 9 om een aantal toepassingen van digitale technologie te beoordelen. In deze aflevering komen aan de orde: (1) Internet of Things, (2) robotica en (3) biometrie.  Komende week vervolg ik met (4) Immersieve technologie (augmented en virtual reality), (5) blockchain en (6) platforms.

Deze technieken leggen wederkerige verbindingen (cybernetische loops) tussen de fysieke en de digitale wereld[1]. Ik geef van elk van deze technieken een korte beschrijving, gevolgd door een aantal opmerkingen over hun ethische aspecten: privacy, autonomie, veiligheid, controle, menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en machtsverhoudingen, voor zover relevant. Hierbij is gebruik gemaakt van het boek Opwaarderen: Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving. Rathenau Instituut 2017[2].

1. Internet of Things

Het Internet-of-Things verbindt objecten via sensoren met apparaten die deze gegevens (op afstand) verzamelen en bewerken. De stappenteller op de smartphone is een voorbeeld van de verzameling van gegevens van mensen. Dit nog maar het begin, op termijn kunnen de meest uiteenlopende gegevens van ieders gezondheid worden verzameld en opgeslagen. Vooralsnog gaat het nog vooral om gegevens van objecten. Een bekend voorbeeld is de ‘slimme meter’. Steeds meer huishoudelijke apparatuur is met het Internet verbonden en geeft gebruiksgegevens door. Samsung smarttelevisies hadden lange tijd een ingebouwde televisiecamera en microfoon waarmee het gedrag van de kijkers geobserveerd kon worden. Ook de roemruchte digitale huisgenoten als Alexa en Siri zijn technisch in staat om alles wat er in hun omgeving wordt gezegd aan hun bazen door te geven.

Machines, maar ook treinen en vrachtauto’s zitten vol sensoren waarmee functioneren kan worden gemonitord. Het verkeer kan met sensoren in en boven de weg worden gevolgd en uitlaatgassen en fijnstof kan worden gemeten. Op veel plaatsen in de wereld kunnen de gangen van mensen met massa’s camera’s ’s worden nagegaan. Een eenvoudige handtekening van Amerikaanse eigenaars van een Ring-deurbel volstaat om alle gegevens van wie zich aan de voordeur meldt door te geven aan de politie, die deze met gezichtsherkenningsapparatuur kan analyseren. Orwell had het niet kunnen bedenken.

Privacy

Internet of Things maakt het mogelijk om ieder persoon altijd te volgen, binnen- en buiten de woning. Als het om verzamelen van gegevens in huis gaat, is het grootste probleem onbekendheid en gebrek aan transparantie en in verband hiermee groeiend wantrouwen. Digitaal huisrecht kan een oplossing zijn; dit houdt in dat geen enkel apparaat gegevens verzamelt, tenzij hiervoor expliciet toestemming wordt gegeven.

Een betere oplossing is dat fabrikanten zich bezinnen op de vraag waarom ze al deze gegevens willen verzamelen.

Zodra iemand het huis verlaat, wordt het lastiger. In veel Nederlandse steden is ‘tracking’ van mobiele telefoons inmiddels verboden, maar elders is een scala van middelen beschikbaar om ieders (koop)gedrag te registreren. De wetgeving op dit punt in Europa wordt gelukkig steeds stringenter. 

Autonomie

Het steeds maar toevoegen van meer ‘gadges’ aan apparaten en die als ‘slim’ verkopen, heeft uiteindelijk maar één doel, mensen verleiden tot aanschaf ervan ook als eerdere versies nog lang niet zijn versleten. De verkoop is omgeven door al van ‘persuasieve’ technieken die de vrije wil van mensen beïnvloeden. Facebook beïnvloedt heel behendig onze gemoedstoestand door de selectie van berichten.

Media, reclamemakers en bedrijven zouden zich moeten bezinnen over de wenselijkheid om in dit opzicht een aantal stappen terug te doen. Voor zowel mens als milieu.

Veiligheid

Sensoren in huishoudelijke apparaten zijn meestal slecht beveiligd en geven internetcriminelen makkelijk toegang tot alle andere apparaten. Voor degenen die hun apparaten centraal willen bedienen en ook dat deze onderling communiceren, is een gesloten net – een vorm van ‘edge computing’ – een oplossing. De eigenaar kan dan zelf besluiten welke gegevens ‘naar buiten’ mogen, bijvoorbeeld voor alarmering of het balanceren van het elektriciteitsnetwerk. Daarop kom ik in een latere aflevering terug. 

Controle

Nu al ervaren mensen die bijvoorbeeld de verlichting van hun huis via een app regelen, problemen als de batterij van de telefoon leeg is. De ervaring leert bovendien dat het instellen en werkend houden van een zo’n draadloos systeem niet eenvoudig en dat er vaak ongewenste interferenties optreden. Eenvoudig een lamp verwisselen is allang niet meer voldoende op dit soort problemen op te lossen.  Voor veel mensen glipt de controle over hun eigen huis uit handen.

Machtsverhoudingen

De digitale component van veel apparaten en met name de afhankelijkheid van goed ingestelde software maakt mensen steeds afhankelijker van leveranciers, die overigens steeds minder in staat zijn om aan de daarmee samenhangende vraag naar service en ondersteuning te voldoen.

2. Robotica

Robotica doet met grote snelheid zijn intrede. In vrijwel elke hartoperatie wordt robotica gebruikt om de bewegingen van de chirurg preciezer te maken en sommige operaties worden (bijna) geheel automatisch uitgevoerd. Robots worden steeds meer ingezet in de zorg, ter ondersteuning of vervanging van zorgverleners. Denk ook aan robots die 3D kunnen waarnemen door de riolering ‘kruipen’. Ze helpen daar lekkages oplossen of voorkomen[3] of ze nemen monsters om besmettingshaarden op te sporen[4]. Leeds wil op die manier in 2035 de eerste ‘zichzelf reparerende stad’ zijn[5]. ‘Zelfsturende’ auto’s, of wat veel vaker voorkomt, (metro)treinen zijn andere voorbeelden. Dat de meeste magazijnen en fabrieken vol staan met robots behoeft geen toelichting. In huishouders doen ze ook hun intrede, denk aan bijvoorbeeld aan de stofzuiger of de grasmaaier. Robots geven grote hoeveelheden informatie door en zijn daarmee essentiële onderdelen van het Internet of Things.

Privacy

Robots staan vaak ‘by design’ op gespannen voet met de privacy. Dat geldt voor zorgrobots in het bijzonder. Dergelijke apparaten kunnen waardevol zijn, als patiënten en/of hun naasten zich maar voldoende bewust zijn van de impact ervan. Essentieel is transparantie en dat deze apparaten alleen gegevens verzamelen en verzenden voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. 

Autonomie

Veel mensen vinden ‘achteruit inparkeren’ een probleem en laten dat graag aan robotica over.  Daarmee geven ze tegelijkertijd een deel van hun autonome vaardigheid als bestuurder af.  De vaardigheid om achteruit in te parkeren is namelijk ook in diverse andere situaties vereist. Dit geldt in nog veel sterkere mate bij vaardigheden die ‘zelfsturende’ auto’s van mensen overnemen.

Bestuurders zullen steeds vaker in situaties terechtkomen waarin ze machteloos staan.

Tegelijkertijd is robotica een uitweg in situaties waarin mensen misbruik maken van hun zelfbeschikkingsrecht, bijvoorbeeld door te hard te rijden, wereldwijd en van de grootste oorzaken van (dodelijke) ongevallen. Een verplichte snelheidsbegrenzer bespaart onnoemelijk veel leed, maar zal door de ‘king of the road’ niet met gejuich worden ontvangen.

Veiligheid

Her overlaten van handelingen aan robots veronderstelt dat veiligheid gegarandeerd is.  Dat zal bij robot-grasmaaiers geen probleem zijn, maar is dat bij ‘zelfsturende auto’s’ vooralsnog wel.  Daarbij komt het risico van het hacken van door software gestuurde apparaten. 

Menselijke waardigheid

Robots kunnen saai, ‘geestdodend’ gevaarlijk en smerig werk overnemen, maar ook werk waarbij een hoge mate van precisie is gewenst. Denk aan de fabricage van computerchips.  De grootste problemen liggen op het potentieel overnemen van werk, wat niet alleen implicaties voor de werkgelegenheid heeft, maar ook de kwaliteit van ons leven ernstig kan beïnvloeden. In de zorg kunnen mensen zich door het wegvallen van menselijk contact ‘verdingelijkt’ gaan voelen. Het dagelijks contact met een zorgmedewerker is voor velen een belangrijk instrument tegen de eenzaamheid.

3. Biometrie

Biometrie omvat alle technieken om mensen te identificeren aan de hand van lichaamskermerken: iris, vingerafdruk, stem, hartritme, schrijfstijl en emotie. Vooral van hun combinatie wordt veel verwacht, hetgeen in het paspoort al in toenemende mate gebeurt. 

Aan beveiliging valt in deze wereld niet te ontkomen, dus biometrie kan – zeker als verschillende lichaamskenmerken worden gebruikt – een goed middel zijn om identiteitsfraude tegen te gaan. 

De toepassing van gezichtsherkenning in de VS neemt hand over hand toe. In vliegvelden kunnen mensen er vaak voor kiezen om het beveiligingspoortje ‘automatisch; te doen openen of in de rij voor de security te gaan staan. Incode, een startup in San Francisco meldt dat zijn digitale identiteitsherkenning apparatuur in 2021 al in 140 miljoen gevallen is gebruikt, vier keer zo veel als in alle jaren daarvoor samen[6].

Privacy

In de EU is de privacy van ingezetenen wettelijk goed geregeld. Het gebruik van deze gegevens is eveneens in de wet vastgelegd. Desondanks zijn ieders persoonsgegevens op talloze plaatsen opgeslagen.

Vooral gezichtsherkenning roept veel verzet op en wordt in de VS steeds vaker verboden in de publieke ruimte. Hiervan is ook sprake in Nederland[7]

Biometrische technologie kan ook privacybeschermend zijn, door minimale informatie te verzamelen: Iemand kan bijvoorbeeld toegang krijgen op basis van een irisscan, waarbij de computer alleen controleert of de desbetreffende persoon een machtiging heeft, zonder naam en andere gegevens te registreren. 

Internetcriminelen worden steeds handiger on het bemachtigen van persoonlijke gegevens. Vooral kleinere organisaties en sportclubs zijn een doelwit vanwege hun vaak matige beveiliging. Als het ook lukt om documenten als een identiteitskaart te bemachtigen, dan ligt identiteitsfraude op de loer.

Veiligheid

Op zich draagt het combineren van verschillende technieken om iemand te identificeren bij aan de veiligheid van middelen die bedoeld zijn om iemands identiteit vast te stellen, zoals paspoorten, die steeds vaker ook een irisscan bevatten. Hiermee wordt ook het namaken van identiteitsbewijzen lastiger. De meeste documenten, bijvoorbeeld rijbewijzen en pinpassen kunnen nu nog betrekkelijk makkelijk worden nagemaakt of (tijdelijk) gebruikt nadat ze zijn gestolen, waardoor identiteitsfraude nu nog betrekkelijk makkelijk is.

Menselijke waardigheid

Het verzet tegen gezichtsherkenning heeft niet alleen te maken met de evidente gebreken; de technologie zal de komende jaren ongetwijfeld verder verbeteren. Het gevaar zit voor een groot deel in de onderliggende software, waarin bias nog lastig uit te bannen is. 

Er is als het om menselijke waardigheid gaat, heeft biometrie ook een positieve kant.

Wereldwijd zijn miljarden mensen niet in staat om aan te tonen wie ze zijn. Het Indiase Aadhar-programma heeft naar schatting aan 1,1 miljard mensen een geaccepteerde vorm van digitale identiteit verstrekt, gebaseerd op biometrische gegevens. Het effect is dat financiële inclusie met name van vrouwen aanzienlijk is toegenomen. 

Rechtvaardigheid

In veel situaties waarin biometrische identificatie is toegepast, ontstaat het probleem van omgekeerde bewijslast’. Als er sprake is van persoonsverwisseling, moet het slachtoffer, bewijzen niet de persoon te zijn, die de politie vermoed dat deze is.

Komende week vervolg ik met (4) Immersieve technologie (augmented en virtual reality), (5) blockchain en (6) platforms.Onderstaande link opent een overzicht van alle gepubliceerde en toekomstige artikelen in deze serie. https://www.dropbox.com/s/vnp7b75c1segi4h/Voorlopig%20overzicht%20van%20artikelen.docx?dl=0


[1] https://www.dropbox.com/s/22ekhzws9gpb4nd/Rapport_De_stand_van_digitaal_Nederland_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[2] https://www.dropbox.com/s/qom95p4hwph1cie/Rathenau-Opwaarderen.pdf?dl=0

[3] https://selfrepairingcities.com/2019/11/29/robotic-challenge-2020/

[4] https://qz.com/1923774/covid-19-is-giving-sewage-a-modern-public-health-purpose/

[5] https://www.smartcitiesworld.net/news/how-leeds-could-become-the-worlds-first–self-repairing-city-4925

[6] https://is.gd/7IyGV6

[7] https://www.dropbox.com/s/xe962n2m7ik6gt2/Rathenau%20-%20Zeven_aandachtspunten_voor_%20de_AI-verordening_Bericht_aan_het_Parlement_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

Ethische principes en kunstmatige intelligentie

In de 11de aflevering van de reeks Bouwen aan duurzame steden: De bijdrage van digitale technologie pas ik de ethische principes uit aflevering 9 toe op ontwerp en gebruik van kunstmatige intelligentie.

Hieraan voorafgaand beschrijf ik in het kort wat kunstmatige intelligentie is. Aan bod komen de betekenis van onder andere big data, algoritmen en machineleren. Voor wie er meer van wil weten: Radical technologies van Adam Greenfield (2017) is een zeer leesbare inleiding, ook op technologieën als blockchain, augmented en virtual reality , Internet of Things en robotica, die in de volgende afleveringen aan de orde komen.

Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie kent waardevolle toepassingen maar ook grove vormen van misbruik.  Waardevol is bijvoorbeeld het gebruik van kunstmatige intelligentie bij de indeling van huizen en buurten, rekening houdend met gebruiksgemak, uitzicht en zonnelicht met AI-technologie van Spacemaker[1] of het maten van lawaai in het centrum van Genk met behulp van Nokia’s Scene Analytics-technologie[2]. Verwerpelijk is het discrimineren van bevolkingsgroepen door de politie in de VS met programma’s als PredPol en de manier waarop de Nederlandse overheid met de toekenning van toelagen is omgegaan.

Algoritmen

Dankzij kunstmatige intelligentie kan een computer zelfstandig patronen herkennen en op grond daarvan ‘beslissingen’ nemen. Op zichzelf is herkennen van patronen niets nieuws Dat kon allang met daartoe geschreven computerprogramma’s. Om bijvoorbeeld afbeeldingen van honden en katten te onderscheiden maakte een programmeur een beschrijving in ‘als….dan’-vorm van alle relevante kenmerken van honden en katten met behulp waarvan kon een computer beide diersoorten onderscheiden.  Het aantal fouten hing af van de gedetailleerdheid van het programma. Als het om meer soorten dieren gaat en om dieren die vanuit verschillende hoeken zijn gefotografeerd is het maken van zo’n programma erg ingewikkeld. In dat geval kan een computer getraind worden zelf relevante patronen te onderscheiden. In dit geval spreken we van kunstmatige intelligentie. Overigens spelen mensen daarbij nog steeds een belangrijke rol. Deze bestaat in de eerste plaats uit het schrijven van een instructie – een algoritme – en vervolgens uit de samenstelling van een trainingset, een selectie van een grote aantal voorbeelden, bijvoorbeeld van dieren zijn die gelabeld als hond of kat en desnoods leeuw, tijger en meer. De computer gaat vervolgens ‘zelf’ op zoek naar bijbehorende kenmerken.  Als er nog te veel fouten voorkomen, worden nieuwe afbeeldingen toegevoegd. 

Deep learning

De manier waarop de dieren zijn afgebeeld kan eindeloos variëren, waarbij het niet meer zozeer om hun kenmerken gaat, maar om schaduwwerking, beweging, stand van de camera of de aard van de beweging. De grootste uitdaging is om de computer ook daar rekening mee te leren houden. Dat gebeurt door de imitatie van de neurale netwerken. Beeldherkenning gebeurt daarbij net als in onze hersenen dankzij het onderscheiden van lagen, variërend van het onderscheiden van simpele lijnen, patronen, kleuren tot verschillen in scherpte.  Vanwege deze gelaagdheid wordt gesproken van ‘deep learning’. Hierbij is uiteraard sprake van grote datasets en veel rekenkracht, maar het is ook een arbeidsintensief proces.

Zelflerende computers

Leren toepassen van algoritmen onder begeleiding, levert betrouwbare resultaten op en de instructeur kan ook na veel iteraties het resultaat nog steeds verklaren. Maar dat houdt op als er verschillende processen tegelijkertijd spelen, bijvoorbeeld als dieren elkaar aanvallen, het soms overleven en dan weer niet en de computer moet voorspellen welke dieren onder welke omstandigheden de grootste overlevingskans hebben. Denk ook aan de patronen die de computer van een auto moet kunnen onderscheiden om veilig zonder chauffeur de weg op te kunnen. Vanwege de vrijwel onbeperkte variatie, werkt begeleid leren dan niet meer.

In het geval van onbegeleid leren, wordt de computer gevoed met gegevens van vele miljoenen realistische situaties, in geval van auto’s van verkeerssituaties en de manier waarop de bestuurders daarop reageerden. Hier kan met recht van ‘big data’ en ‘machine leren’ worden gesproken, al worden deze termen vaak ook breder gebruikt.  Zo ‘leert’ de computer van de auto hoe en wanneer deze binnen de rijstroken moet blijven, mag passeren, hoe voetgangers, fietsen of welk ‘object’ dan ook, ontweken kan worden, wat stoptekens zijn en verkeersborden betekenen en welke de daarbij behorende actie is. Tesla’s geven nog steeds al deze gegevens door aan een datacenter, dat er patronen uit destilleert waarmee de ‘autopilots’ van alle Tesla’s geregeld worden geüpdatet.  Op den duur zou elke Tesla, waar ook ter wereld, elk denkbaar patroon moeten herkennen, daar correct nop moeten reageren en zo het hoogst mogelijke niveau van veiligheid kunnen garanderen. Zover is het nog (lang?) niet en Tesla’s ‘autopilot’ mag daarom niet zonder de aanwezigheid van een chauffeur ’in control’ worden gebruikt. Niemand weet op basis van welke criteria de algoritmen van een Tesla werken, uiteraard wel als ze niet werken. 

Zelflerende computers worden ook ingezet als het gaat om de voorspelling van (belasting)fraude, de kans dan bepaalde personen ‘in de fout’ gaan of plaatsen waar op een bepaald moment de kans op een misdaad het grootst is. Maar ook bij de beoordeling van sollicitanten en de toewijzen van woningen.  Voor deze doelen wordt de waarde van kunstmatige intelligentie overschat[3]. In al deze gevallen is de wijze waarop de computer ‘besluiten’ neemt een ‘blackbox’. Mede om die reden is het moeilijk zo niet onmogelijk om achteraf eventuele fouten op te sporen en recht te zetten.  Dit is een van de problemen bij de beruchte toelagenaffaire.

De cybernetische cirkel

Algoritmische besluitvorming is een onderdeel van een nieuwe digitale golf, gekenmerkt door een cybernetische cirkel van meten (data verzamelen), profileren (data analyseren) en interveniëren (toepassen van data). Op zich komen deze aspecten terug in elk besluitvormingsproces, maar daarbij maken de betrokkenen, politici, volksvertegenwoordigers stapsgewijs bewuste keuzen, terwijl nu het hele proces een blackbox is. 

De rol van ethische principes

Ondertussen groeit de bezorgdheid over het negeren van nagenoeg alle ethische principes die in aflevering 9 zijn genoemd, door de toepassing van kunstmatige intelligentie: Schending van de privacy, discriminatie, gebrek aan transparantie en machtsmisbruik met als gevolg groot (deels onbedoeld) leed, risico’s voor de beveiliging van kritieke infrastructuur, afbrokkeling van menselijk denkvermogen en ondermijning van het vertrouwen in de samenleving. Het is daarom noodzakelijk om richtlijnen te formuleren die de toepassing van kunstmatige intelligentie weer in lijn brengen met de genoemde ethische principes. 

Hiertoe is een belangwekkende aanzet gegeven in de publicatie van het Institute of Electric and Electronic Engineers: Ethically Aligned Design: A Vision for Prioritizing Human Well-being with Autonomous and Intelligent Systems[4]. Ook het Rathenau instituut[5] heeft in diverse publicaties een aantal richtlijnen gepubliceerd.

De belangrijkste richtlijnen die uit deze en andere publicaties kunnen worden gedestilleerd, zijn:

  1. Verantwoordelijkheid voor de impact van het gebruik van kunstmatige intelligentie leggen bij zowel degenen die besluiten nemen over de toepassing ervan (politiek, leiding van organisatie of bedrijven) als de ontwikkelaars. Deze verantwoordelijkheid betreft zowel de gebruikte systemen als de kwaliteit, nauwkeurigheid, volledigheid en representativiteit van de data(set).
  2. Voorkomen dat ontwerpers (onbewust) hun eigen normen gebruiken bij de instructie van leerprocessen. Teams met een diversiteit aan achtergronden zijn een goed middel om dit te voorkomen.
  3. Kunnen herleiden van ‘beslissingen’ door computersystemen op de gehanteerde algoritmen, de werking daarvan begrijpen en deze kunnen uitleggen.
  4. Wetenschappelijk kunnen onderbouwen van het model dat aan de algoritme en aan de keuze van de data ten grondslag ligt.
  5. Handmatig verifiëren van ‘beslissingen’ die negatief uitpakken voor de betrokkene. 
  6. Uitsluiten van alle vormen van bias in de inhoud van datasets, de toepassing van algoritmen en het hanteren van uitkomsten[6].
  7. Verantwoording afleggen over de wettelijke grondslag van de combinatie van datasets.
  8. Vaststellen of de berekening beoogt valse positieven dan wel valse negatieven te minimaliseren.
  9. Terugkoppelen naar opdrachtgevers door auteurs van algoritmen als deze in het bronnenmateriaal gebrek aan eenduidigheid aantreffen.
  10. Hanteren van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, wat betekent van geval tot geval vaststellen of de baten van gebruik van kunstmatige intelligentie opwegen tegen de risico’s[7].
  11. Verbieden van toepassingen van kunstmatige intelligentie die een groot risico vormen voor schending van ethische principes, zoals gezichtsherkenning, persuasieve technieken en deep-fake technieken[8].
  12. Intrekken van wettelijke bepalingen als blijkt dat deze vanwege hun complexiteit of vaagheid niet op transparante wijze gehandhaafd kunnen worden.  

De derde, de vierde en de vijfde richtlijn moeten in samenhang worden gezien.  Ik leg hieronder uit waarom.

De wetenschappelijke fundering van algoritmische besluitvorming

Bij het gebruik van zelflerende computers zijn het de computers zelf die de algoritmen aanpassen en uitbreiden en gegevens uit uiteenlopende datasets combineren.  Het gevolg kan zijn dat de uiteindelijke ‘beslissingen’ die de computer neemt niet uitgelegd kunnen worden. Dit is uitsluitend aanvaardbaar, nadat gebleken is dat deze beslissingen ‘foutloos’ zijn, bijvoorbeeld omdat, in het geval van ‘zelfsturende’ auto’s, deze vele malen veiliger blijken te rijden dan auto’s met chauffeur.

In de toelagen affaire was hier geen sprake van. Daar zou de vijfde richtlijn uitkomst hebben kunnen bieden.  Met behulp van wetenschappelijk ontwerpgericht onderzoek kan worden onderzocht, uit welke stappen en welke regels een beslissingsproces bestaat om te bepalen wie terecht een toelage krijgt en wie eventueel ten onrechte bezwaar maakt tegen de afwijzing van een verzoek. Aan de hand van zo’n beslisboom kan door een steekproef met voldoende omvang de overeenkomst met de ‘beslissingen’ van de computer worden vastgesteld. Als dit inderdaad in nagenoeg alle gevallen zo is, dan mogen de criteria die in de handmatige berekening zijn gehanteerd worden gebruikt om uit te leggen wat zich in de ‘blackbox’ van de computer heeft afgespeeld. Als er veel en grote afwijkingen zijn, dan moet de computerberekening worden verworpen.

Door toepassing van zelflerende algoritmen kunnen onvermoede verbanden worden ontdekt tussen verschijnselen. Dat kan van grote betekenis zijn. Er is dan altijd sprake van statistische relaties en niet van causale.  

Op basis van deze verbanden kunnen geen maatregelen worden gerechtvaardigd, wel kunnen ze vertrekpunt voor verder onderzoek. 

Governance

In de VS is het gebruik van algoritmen inmiddels in een kwaad daglicht komen te staan, vooral door de ongewenste gevolgen van toepassing door de politie, waarover aflevering 16 gaat.  De problemen daarbij gaan veel verder dan het optreden van ‘bias’. De stad New York heeft daarom een algoritme manager aangesteld, die onderzoekt of de gebruikte algoritmen voldoen aan ethische en wettelijke regels. In steeds meer gemeenten vervult een ethische commissie deze rol.

Op bestuurlijk vlak zijn zowel op Europees niveau als binnen Nederland al stappen gezet om uitwassen van algoritmische besluitvorming tegen te gaan.  

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die is in 2018 in werking getreden is heeft de bescherming van de privacy aanzienlijk verbeterd. In april 2019 publiceerde de Europese High Level Expert Group on AI ethische richtlijnen voor de toepassing van kunstmatige intelligentie In februari 2020 heeft ook de Europese Commissie zulke richtlijnen vastgesteld onder meer in het White Paper On Artificial Intelligence en een AI-verordening. Verder stelde de regering onder meer vast de nationale digitaliseringsstrategie, het Strategisch Actieplan AI en de beleidsbrief AI, mensenrechten en publieke waarden[9].

Ik realiseer me dat het binden van overheden en hun uitvoeringsorganen aan ethische principes koren op de molen is van degenen die deze principes aan de laars lappen. Daarom blijft de zoektocht naar legitieme methoden om misdaad, corruptie en malversaties met behulp van moderne technieken op te sporen, brede steun verdienen.

Er is nog heel wat werk te verzetten om de kracht van kunstmatige intelligentie voor dit doel op gewetensvolle wijze te gebruiken.


[1] https://stadszaken.nl/artikel/3961/rekenkracht-ai-maakt-gebiedsontwikkeling-beter?utm_source=Mailing+Lijst&utm_medium=email&utm_campaign=24-12-2021_Grote+verdeeldheid+over+Omgevingswet

[2] https://www.smartcitiesworld.net/news/belgian-city-uses-artificial-intelligence-to-tackle-noise-pollution-7243?utm_source=newsletter&utm_medium=email&utm_campaign=Weekly%20Newsletter

[3] https://www.dropbox.com/s/22ekhzws9gpb4nd/Rapport_De_stand_van_digitaal_Nederland_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[4] https://www.dropbox.com/s/508gjrmdaexj563/2020_029_Digitale_technologie_Eng.docx?dl=0

[5] https://www.dropbox.com/s/hdx3gwjx1rni3on/Rathenau-Grip_op_algoritmische_besluitvorming_overheid_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[6] https://medium.com/@BloombergCities/the-promise-and-peril-of-algorithms-in-local-government-f1a2964769f2

[7] https://www.dropbox.com/s/xe962n2m7ik6gt2/Rathenau-Zeven_aandachtspunten_voor_de_AI-verordening_Bericht_aan_het_Parlement_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[8] https://www.dropbox.com/s/q2zji5s60y989ea/Rathenau-Verantwoord_Innoveren_met_AI_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

[9] https://www.dropbox.com/s/22ekhzws9gpb4nd/Rapport_De_stand_van_digitaal_Nederland_Rathenau_Instituut.pdf?dl=0

Toegankelijkheid, software, digitale infrastructuur en data: De roep om ethiek

De 10de aflevering in de reeks Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie gaat over de betekenis van ethische principes voor vier belangrijke pijlers van digitalisering: toegankelijkheid, programmatuur, infrastructuur en data.

In de vorige aflevering kwam een aantal uitgangspunten (richtlijnen en ethische principes) voor digitale technologie aan de orde. Uit het rapport van het Rathenau Instituut[1] Opwaarderen – Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving blijkt dat overheid, bedrijfsleven en samenleving deze nog onvoldoende hanteren. Hieronder sta ik stil wat deze principes en waarden betekenen voor vier fundamentele aspecten van digitalisering: toegankelijkheid, programmatuur, infrastructuur en data.  In de volgende twee afleveringen komen hun implicaties voor een zestal technologieën aan de orde. 

Toegankelijkheid

Toegankelijkheid verwijst naar de beschikbaarheid van snel Internet voor iedereen. Dit gaat verder dan alleen technische toegang.  Het houdt ook in dat een gemeente toeziet op de begrijpelijkheid van de eigen berichtgeving en dat gebruikers de aangeboden opties ook kunnen hanteren. Niet in de laatste plaats zou iedereen moeten beschikken over een werkende computer.

Gratis Internet voor alle inwoners is een waardevolle basisvoorziening, inclusief Wi-Fi in de publieke ruimte, mits goed beveiligd tegen indringers. Overlaten van een Wi-Fi voorziening aan private aanbieders, zoals de LinkNYC reclamezuilen in New York, die ook in andere steden opduiken, is een slechte zaak. Bedrijven als Sidewalk Labs verleiden gemeenten door deze zuilen gratis te plaatsen. Ze zijn uitgerust met sensoren die een enorme hoeveelheid gegevens verzamelen via elk apparaat dat verbinding maakt met hun Wi-Fi-netwerk: Niet alleen de locatie en het besturingssysteem, maar ook het MAC-adres. Met behulp van analysetechnieken kan daarmee het loop-, kijk- en koopgedrag van burgers worden gereconstrueerd. Gecombineerd met andere openbare gegevens van Facebook of Google leveren ze inzicht in persoonlijke interesse, seksuele geaardheid, ras en politieke overtuiging van de betrokkenen.

Het enorme internet dat alles en iedereen verbindt, roept ook schrikbeelden op, die te maken hebben met waarborgen van privacy en in relatie daarmee uiteenlopende vormen van misbruik, tot het hacken van apparatuur die je hartslag regelt toe. Daarom wordt er breed gezocht naar alternatieven.

Wereldwijd komen P2P buurtinitiatieven voor om een besloten eigen netwerk aan te leggen. Veel daarvan maken deel uit van The Things Network[2]. In plaats van Wi-Fi, gebruikt dit netwerk een protocol genaamd LoRaWAN. Door robuuste end-to-end-codering hoeven gebruikers zich geen zorgen te maken over beveiligde draadloze hotspots, mobiele data-abonnementen of haperende Wi-Fi-connectiviteit. Het Things-netwerk beheert duizenden gateways en biedt dekking aan miljoenen mensen en biedt een reeks open tools waarmee burgers en ondernemers IoT-applicaties kunnen bouwen tegen lage kosten, met maximale beveiliging en die makkelijk op te schalen zijn.

Programmatuur

Computerprogramma’s zorgen voor uiteenlopende toepassingen, variërend van tekstverwerking tot managementsystemen. Op zoek naar oplossingen die het best passen bij de richtlijnen en ethische principes uit de vorige aflevering, komen we al snel uit bij open-source software, in tegenstelling tot propriëtaire producten van commerciële aanbieders. Niet dat deze laatste bij voorbaat verwerpelijk zijn of dat ze altijd goedkoper zijn. Het belangrijkste waar je op moet letten is uitwisselbaarheid (interoperabiliteit) met producten van andere aanbieders om te voorkomen dat je er lastig vanaf komt (lock in). 

Open source software kan veel voordelen bieden ten opzichte van prioriëtaire oplossingen, zeker als gemeenten dit stimuleren. Barcelona loopt hierbij voorop[3]. De stad beoogt volledig zelfbeheer van haar ICT-diensten en radicale verbetering van digitale openbare dienstverlening voor de burgers, inclusief ‘privacy by design’ en databescherming dankzij het gebruik van blockchain. Dit resulteert in gegevenssoevereiniteit en in het gebruik van vrije software, open dataformats, open standaarden, interoperabiliteit en herbruikbare applicaties en diensten. 

Wie zich oriënteert op open source software kan niet om de Fiware-gemeenschap[4] heen, qua organisatie vergelijkbaar met Linux en bestaande uit bedrijven, startups en freelance ontwikkelaars en voortgekomen uit een initiatief van de EU. Fiware is een organisatie met als missie bouwen van open, en duurzame software rond publieke, royaltyvrije en implementatie gedreven standaarden

Infrastructuur

Computers zijn inmiddels niet meer de grootste groep onderdelen van de digitale infrastructuur. Hun aantal is overtroffen door zogenaamde ubiquitous sensor networks (USN), zoals slimme meters, CCTV, microfoons en sensoren. Sensornetwerken hebben de meest uiteenlopende taken, ze bewaken de omgeving (luchtkwaliteit, verkeersdichtheid, ongewenste bezoekers) en ze zitten in machines, treinen en auto’s en zelfs mensen en geven informatie over het functioneren van vitale onderdelen door. Mike Matson[5] berekende verder dat er in 2050 een stad van 2 miljoen inwoners wel een miljard sensoren zal zijn. Deze zijn verbonden door miljoenen kilometers glasvezelkabel of via Wi-Fi met elkaar, met datacenters, carrier hotels (dat zijn knooppunten waar particuliere netwerken samenkomen) om uiteindelijk het Internet te vormen.

Deze hiërarchisch georganiseerde verknoping staat op gespannen voet met de richtlijnen en ethische principes uit de vorige post. Internet criminelen krijgen vrij baan, bijvoorbeeld door het veroorzaken van denial of service (DoS) en dataleks kunnen grote gevolgen hebben. Bovendien loopt het energieverbruik gigantisch op, ook zonder blockchain. Het kan ook anders. Met edge computing[6] vindt de bewerking van de gegevens lokaal plaats en alleen resultaten worden op verzoek geüpload. Dit geldt voor sensoren, mobiele telefoons en mogelijk ook voor geautomatiseerde auto’s. Een mooi voorbeeld is het Array of things Initiative[7]. Uiteindelijk gaat dit 500 sensoren omvatten, die in overleg met de bevolking in Chicago worden opgehangen en data gaan verzamelen.  Deze data worden in elke sensor opgeslagen en kunnen indien nodig online worden geraadpleegd, waarbij steeds een aantal sensoren en een deel van de data betrokken is. 

Vergelijkbaar zijn federatieve datasystemen[8]. Hierbij worden data decentraal bewaard, maar geautoriseerde gebruikers kunnen dankzij gebruiksinterfaces wel van alle gegevens gebruik maken.

Data

Het besef dringt door dat het bij data niet alleen om de hoeveel gaat, maar ook om de kwaliteit van zowel de data zelf en de bewerking ervan. Ik stip een aantal aspecten aan

Toegang tot data

Als het om gegevens van personen gaat, dan zou de regel moeten zijn dat privégegevens alleen doorzoekbaar zijn na toestemming van de eigenaar. Om deze data te beschermen stelt het EU-project Decode voor eigenaars hun gegevens via blockchaintechnologie te laten beheren[9]. Veel steden hebben inmiddels privacyrichtlijnen, maar slechts een aantal voert privacy impact assessment uit als onderdeel van het beleid (p.18)[10]

Kwaliteit

Er komen steeds meer aanwijzingen dat veel data die voor kunstmatige intelligentie worden gebruikt als ‘leersets’ ondeugdelijk zijn.  Dat was al pijnlijk duidelijk geworden uit data voor gezichtsherkenning waarin minderheidsgroepen disproportioneel zijn vertegenwoordigd[11]. Nieuw onderzoek laat zien dat dit ook geldt op het gebied van de gezondheidszorg. Er is hier sprake van data cascades, een optelsom van achtereenvolgende fouten, waarvan de gevolgen pas na enige tijd duidelijk worden[12]. Data bleken niet relevant, onvolledig, onvergelijkbaar en zelfs gemanipuleerd[13]

Data commons

Voor wie specifieke data van groot belang zijn, en daarmee ook hun kwaliteit, zal zich extra daarvoor inzetten. Samen kunnen de betrokkenen dan een datacommon vormen. Commons are shared resources managed by empowered communities on the basis of mutually agreed and enforced rules[14]

Een mooi voorbeeld is de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven (p.152)[15], waarin overheden, bedrijven, milieugroepen en bewoners kennis verzamelen voor de ontwikkeling van een gezonde leefomgeving, met gebruikmaking van een federatief datasysteem. Het gaat hierbij niet alleen om data, maar ook om de terugkoppeling van het effect van maatregelen. 

Open data

Veel steden hanteren het ‘open by default’ principe en maken de meeste gegevens openbaar, al laat de gebruikersvriendelijkheid en doelmatigheid soms nog te wensen over. Er zijn verschillende datamanagementsystemen als open-source portal beschikbaar. Een van de meest vooraanstaande is CKAN, beheert door de Open Knowledge Foundation[16]. Het bevat middelen voor het beheren, publiceren, vinden, gebruiken en delen van gegevensverzamelingen. Het biedt een uitgebreide zoekfunctie en maakt het mogelijk om gegevens te bekijken in de vorm van kaarten, grafieken en tabellen. Er is een actieve gemeenschap van gebruikers, die het systeem verder ontwikkelt en lokaal aanpast. 

Om de gegevens daadwerkelijk toegankelijk te maken bieden sommige steden ook trainingen en workshops aan. Barcelona’s Open Data Challenge is een initiatief voor leerlingen uit het secundair onderwijs, dat hen wegwijs maakt in de enorme gegevensverzameling van de stad[17].

Veiligheid

Naarmate de omvang van de verzamelde data, de hoeveelheid ‘entry points’ en de verbondenheid op het Internet toeneemt, worden de veiligheidsrisico’s ook groter. Decentralisering, onder andere door middel van edgecomputingen federatieve opslag met blockchaintechnologie dragen zeker bij aan de veiligheid. Er is verder nog een lange weg te gaan. Slechts de helft van de steden heeft een seniorbeleidsmedewerker op dit gebied en technieken voor authenticatie, versleuteling en ondertekening die samen de basis vormen voor attribute-based identity worden lang niet altijd toegepast. Het gaat hierbij om identiteitsbepaling op basis van een aantal kenmerken van een gebruiker, zoals functie, locatie en afdeling[18]

Iets heel anders is Me and my shadow, een project dat gebruikers van het Internet leert hun eigen spoor te minimaliseren en daarmee hun vindbaarheid voor Internetcriminelen[19].

Er is nog een wereld te winnen voordat voldoende is voldaan aan de richtlijnen en ethische principes die in de vorige aflevering werden genoemd.

Het belangrijkste is wellicht een zekere relativering van begrippen als ‘big data’, ‘datagericht beleid’ en de omvang van datasets.

Het is raadzaam zich opnieuw te verdiepen in de grondslagen van wetenschappelijk onderzoek. Hierin staat voorop een goed geformuleerde vraagstelling, vervolgens de keuze van een hierbij passende onderzoeksmethode, bijvoorbeeld de formulering van hypothetische verbanden op basis van materiekennis, de beantwoording van de vraag welke gegevens hiervoor nodig zijn, de verzameling van deze gegevens en hun statistische bewerking om te zien in hoeverre de onderbouwde hypothetische verbanden aangetroffen worden. In de volgende aflevering komt onder andere machine leren aan de orde en dan zal blijken dat het bij de automatische verwerking van grote datasets vooral gaat om de ontdekking van statistische verbanden en dat kan nare consequenties hebben. 

Volg deze link als je snel een van de vorige afleveringen uit deze reeks wil vinden of wilt zien welke de volgende afleveringen zijn. Vol deze link voor de Engelstalige versie


[1] https://www.dropbox.com/s/qom95p4hwph1cie/Rathenau-Opwaarderen.pdf?dl=0

[2] https://www.thethingsnetwork.org/

[3] https://www.barcelona.cat/digitalstandards/

[4] https://www.fiware.org

[5] http://smallwarsjournal.com/jrnl/art/complex-cyber-terrain-in-hyper-connected-urban-areas

[6] https://searchdatacenter.techtarget.com/definition/edge-computing

[7] https://datasmart.ash.harvard.edu/news/article/a-guide-to-chicagos-array-of-things-initiative-1190

[8] https://statetechmagazine.com/article/2021/04/researchers-eye-machine-learning-secure-iot-data

[9] https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=_-ooCbgIiyo&feature=emb_logo

[10] https://www.weforum.org/whitepapers/governing-smart-cities-policy-benchmarks-for-ethical-and-responsible-smart-city-development

[11] https://www.verdict.co.uk/ethnic-data-bias/

[12] https://storage.googleapis.com/pub-tools-public-publication-data/pdf/0d556e45afc54afeb2eb6b51a9bc1827b9961ff4.pdf

[13] https://www.theverge.com/2021/4/27/22403741/deepfake-geography-satellite-imagery-ai-generated-fakes-threat

[14] https://www.dropbox.com/s/wxf4c6x16hb2xdy/Waag-AMS-Strategy-for-urban-data.pdf?dl=0

[15] https://www.dropbox.com/s/qoqp17grtsfoh9u/future-city-magazine-2020-mr.pdf?dl=0

[16] https://ckan.org

[17] https://opendata-ajuntament.barcelona.cat/en/repte-barcelona-dades-obertes

[18] https://media.erepublic.com/document/CDG21_BRIEF_SailPoint_AWS_V.pdf

[19] https://tacticaltech.org/#/projects/me-and-my-shadow