De donut stad

Er is geen plek op de wereld waar alle bewoners hetzelfde welvaartsniveau delen, of waar deze welvaart op een sociaal of ecologisch verantwoorde manier is bereikt. Daarom is de vraag wat voor soort welvaart haalbaar is voor burgers over de hele wereld zonder de natuur aan te tasten en de vooruitzichten op een fatsoenlijk leven van medemensen en toekomstige generaties te schaden.

Kate Raworth (Foto gemeente Amsterdam)

In dit essay ben ik op zoek naar een antwoord op deze vraag. Het donut-principe van Kate Raworth is een veelbelovend startpunt, vandaar de gekozen titel. De titel had ook kunnen zijn De verantwoord-welvarende stad. Ik zal proberen de hypocrisie te vermijden waartoe een pleidooi voor vermindering van de consumptie omwille van duurzaamheid kan leiden. Immers, miljarden mensen zijn hongerig of arm en dromen van enige rijkdom. Zij zijn bovendien niet de belangrijkste vervuilers.


De donut stad is de zevende aflevering van een reeks essays over hoe steden humaner kunnen worden. Dat betekent het vinden van een evenwicht tussen duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en leefbaarheid. Dit vereist vergaande keuzes. Zodra deze keuzes zijn gemaakt, zijn slimme technologieën om ze te realiseren vanzelfsprekend.

De essays die al zijn gepubliceerd:


De sociale oorsprong van broeikasgassen

Een recent Oxfam-rapport Extreme carbon inequality toont aan dat de armste helft van de wereldbevolking – ongeveer 3,5 miljard mensen – verantwoordelijk is voor slechts 10% van de totale uitstoot van broeikasgassen: Ongeveer 50% van de uitstoot komt van de rijkste 10% van de mensen over de hele wereld. Ze hebben een gemiddelde CO2-voetafdruk die 11 keer zo hoog is als die van de armste helft en 60 keer zo hoog als die van de armste 10%. Zelfs een vermindering van de consumptie met 50% door de rijkste 10% en een verdubbeling van de consumptie door de armste 50% leidt tot een daling van de consumptie wereldwijd met ongeveer 15%[1].


De productie van broeikasgassen hangt ook binnen een land samen met het inkomen.

Inkomensgerelateerde productie van broeikasgassen

De grafiek laat zien dat het begrip rijke landen misleidend is. Een klein deel van de bevolking van de meeste landen heeft alle mogelijkheden om te consumeren en draagt bij navenant bij aan de productie van broeikasgassen; voor de meerderheid van de bevolking geldt dat in aanzienlijk mindere mate.

Economische groei blijft een politieke en economische prioriteit in bijna alle landen [2]. Conventioneel economisch denken veronderstelt dat de vraag naar goederen altijd zal groeien en dat bedrijven, in een poging om aan deze vraag te voldoen, een steeds grotere hoeveelheid goederen en diensten zullen leveren.

Al in 1968 verklaarde Robert Kennedy in een toespraak aan de Universiteit van Kansas: Gross National Product counts air pollution and advertising for cigarettes and ambulances to free our massacres. It has special locks for our doors and the prisons for the people who break them. It counts the destruction of the sequoia and the loss of our natural wonder to expand[3].

Vijftig jaar later zijn de ecologische en sociale effecten van het  conventionele economische denken zichtbaarder dan ooit.

Een groeiende groep mensen beseft dat de wereld een soort welvaart nodig heeft die voldoet aan de behoeften van de hele wereldbevolking – nu en in de toekomst – en die op een sociaal en ecologisch duurzame manier tot stand komt.


Wellbeing Economy Alliance

In 2017 sloten de regeringen van Schotland, Costa Rica, Slovenië en Nieuw-Zeeland een alliantie, de Wellbeing Economy Alliance

Costa Rica staat in de top drie van landen ter wereld met de meest gelukkige inwoners[4]. De regering van Nieuw-Zeeland accepteert het BNP niet langer als de enige maatstaf voor vooruitgang[5]We need to make sure that we look at people’s ability to live meaningful lives, where their work is sufficient to survive and sustain their families” aldus de premier.


De grote vraag is hoe zien dit soort welvaart en een samenleving die deze tot stand brengt er uit. Maar eerst moeten we begrijpen waarom dit soort samenleving nog nooit dichterbij is gekomen.

De verwenste drie-eenheid van economische groei, ongelijkheid en milieubederf

Rijkdom enerzijds en armoede en milieubederf anderzijds zijn sterk verbonden. Deze zienswijze wordt al jaren door marxisten verkondigd. Nieuw – minder ideologisch geïnspireerd – onderzoek met behulp van volkstellinggegevens tussen 1980 tot 2013 levert voldoende bewijs dat economische ongelijkheid en regionale verschillen met elkaar verweven zijn. Een studie door Harvard alumnus Robert Manduca, The contribution of national income inequality to regional economic disparities laat zien dat de groeiende regionale verschillen binnen de VS grotendeels een product zijn van economische ongelijkheid op nationaal niveau, met name de concentratie van rijkdom in handen van 1% van de bevolking[6]. De elite met zijn talloze connecties met het internationale bedrijfsleven en de politiek is tevens de belangrijkste ideologische bron achter de doctrine van eindeloze groei. Zij heeft al meer dan een halve eeuw een doeltreffend sociaal en milieubeleid voorkomen, waaronder de enige maatregelen die de opwarming van de aarde hadden kunnen stoppen, namelijk internalisering van externe kosten[7] en in het bijzonder een CO2-belasting[8].

Wat is verantwoorde groei?

Hierna volgt een aantal inzichten hoe verantwoorde welvaart, met of zonder groei, mogelijk gemaakt kan worden. Samen vormen deze een basis voor beleid voor landen, regio’s of steden.

In de eerste plaats noem ik de Sustainable Development Goals, Daarna volgt de donut-economie voorgesteld door de Britse econoom Kate Raworth, om te eindigen met de Green New Deal in de VS.

Ik had ook kunnen verwijzen naar de principes van inclusieve groei, geformuleerd door het World Economic Forum, de Millennial-doelen van de VN, de indrukwekkende film An Inconvenient Truth van Al Gore en ik had kunnen teruggegaan naar het Rapport van de Club van Rome of het boek Silent Spring van Rachel Carson.

Al deze benaderingen hebben gemeen dat de aanpak van milieuproblemen een herverdeling en herdefinitie van de essentie van welvaart vereist.

Sustainable Development Goals

In 2015 ondersteunden alle 193 leden van de Verenigde Naties de 17 ambitieuze Sustainable Development Goals (SDGs)[9]. Deze 17 doelen zijn gespecificeerd door middel van indicatoren, wier aantal sinds 2015 is gegroeid tot 232.

De sustainable development goals

Nederland was toen al begonnen met de ontwikkeling van een eigen alternatief voor het bruto nationaal product, brede welvaart[10]. Er is toen besloten om de aspecten van brede welvaart en die van de SDGs te integreren, wat heeft geleid tot een kleine aanpassing van laatstgenoemde. 

Een uniek aspect van het meten van brede welvaart in vergelijking tot de SDGs is het onderscheid tussen welvaart “hier en nu”, de druk die het huidige welvaartsniveau uitoefent op toekomstige generaties (“later”) of op andere landen (“elders”). Bij het meten van brede welvaart wordt een onderscheid gemaakt tussen de absolute omvang, de groei of achteruitgang ervan voor alle EU28-landen afzonderlijk en de positie van Nederland in vergelijking met de EU28-landen.

Welvaart hier en nu

Met betrekking tot de hier en nu-indicatoren loopt Nederland voorop bij vijf ontwikkelingsdoelen: Geen armoede (SDG 1); industrie, innovatie en infrastructuur: kennis en innovatie (SDG 9); vermindering van ongelijkheid: sociale cohesie en ongelijkheid (SDG 10); vrede, gerechtigheid en krachtige openbare diensten: instellingen (SDG 16) en partnerschap om doelstellingen te bereiken (SDG 17). Nederland staat op vier andere SDG’s in de lagere regio’s van de Europese ranglijst: Betaalbare en duurzame energie (SDG 7); klimaatactie (SDG 13); leven in het water (SDG 14) en leven op het land (SDG 15).

De trend in de ontwikkeling van brede welvaart hier en nu is ook eerder positief dan negatief. Een  positieve trend domineert in het geval van ‘einde van de honger'(SDG 2); ‘gendergelijkheid’ (SDG 5); ‘schoon water en sanitair’ (SDG 6); ‘eerlijk werk en economische groei: economie en productiefactoren’ (SDG 8) en ‘industrie, innovatie en duurzame infrastructuur: kennis en innovatie’ (SDG 9). Een dalende trend doet zich voor bij  ‘goede gezondheid en welzijn’ (SDG3);’ industrie, innovatie en infrastructuur: mobiliteit’ (SDG9); ‘vermindering van ongelijkheid’ (SDG 10); ‘duurzame steden en gemeenschappen: wonen’ (SDG 11); en ‘leven op het land’ en ‘leven in het water’ (SDGs 14 en 15).

Welvaart elders

Met betrekking tot de brede welvaart elders; er zijn meer negatieve dan positieve posities en trends. De totale import van fossiele energie en biomassa in Nederland neemt gestaag toe en ook de import van metalen en mineralen is recent begonnen te stijgen, met uitzondering van de import uit de armste landen. Deze trend wordt als negatief beschouwd vanwege de vermindering van de voorraden elders in de wereld.

Nederland staat aan de top op het gebied van buitenlandse hulp, maar ook hier is sprake van een dalende trend.

Welvaart later

De trendontwikkeling van onze brede welvaart later is overwegend positief, behalve op het gebied van natuurlijk kapitaal (negatief) en menselijk kapitaal (neutraal). Deze dalende trend met betrekking tot natuurlijk kapitaal weerspiegelt het lage percentage duurzame energie en een relatief hoge CO2-uitstoot.

De verdeling van brede welvaart

Ook interessant is de analyse van de verdeling van brede welvaart. De mate van brede welvaart hangt vooral samen met opleidingsniveau, niet met inkomen.

De eerdergenoemde analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek biedt een schat aan gegevens over honderden indicatoren. Veel indicatoren hebben echter uiteenlopende interpretaties. Indicatoren zoals groei van de uitgaven in de gezondheidszorg en van het aantal gewerkte uren in het onderwijs zijn geen aanwijzingen voor toenemende welvaart. Hiervan is pas sprake als het toegenomen gebruik van middelen daadwerkelijk vruchten afwerpt. Bijgevolg is de beleidsrelevantie van sommige SDGs niet meteen duidelijk en blijven er veel politieke keuzen open. Om deze reden zijn velen naarstig op zoek naar maatstaven met meer ondubbelzinnige implicaties voor sociale en ecologische duurzaamheid.

De donut economie

Het model voor een donuteconomie is ontwikkeld door de Britse econoom Kate Raworth in een rapport voor Oxfam getiteld A Safe and Just Space for Humanity en het idee verspreidde zich vervolgens snel over de hele wereld. De essentie is dat sociale en ecologische duurzaamheid de leidende principes zouden moeten zijn voor het economisch beleid van de 21ste eeuw en samen het economische gedrag en de mate van economische groei bepalen.

Er is geen drievoudige bottom line: Sociale en ecologische duurzaamheid staan ​​op de voorgrond, de economie volgt.

Het donut model

Het idee achter het donutmodel is eenvoudig. Als je naar de vorm van een donut kijkt, zie je twee cirkels. Een kleine cirkel in het midden en een grote cirkel aan de buitenkant. De kleinste cirkel vertegenwoordigt de minimale sociale doelstellingen (basisbehoeften) die voor alle landen gelden. De grote cirkel vertegenwoordigt het maximale draagvermogen van de planeet. Alle samenlevingen moeten beleid ontwikkelen tussen de twee lijnen in.

Hieronder kun je een korte video bekijken waarin Kate Raworth het model zelf uitlegt.

In tegenstelling tot de SDGs is het donut-model gebaseerd op de samenhang tussen economisch, sociaal en milieubeleid.

Positieve resultaten op het gebied van sociale voorzieningen zijn in veel westerse landen een direct gevolg van dezelfde economische groei die verantwoordelijk is voor de enorme overschrijding van de ecologische bovengrens.

De belangrijkste doelstelling voor elk land is om betere levensomstandigheden te bereiken zonder aan te nemen dat economische groei hiervoor een noodzakelijke voorwaarde is.

De onderstaande tabellen laten zien wat achterstand ten opzichte van de sociale ondergrens en overschrijden van de ecologische bovengrens inhoudt. Het is erg belangrijk dat de gestelde doelen met betrekking tot beide lijnen zo snel mogelijk worden bereikt. Vanwege aanzienlijke verschillen tussen landen in de mate van realisering van deze doelen, zal het beleid per land, regio of stad variëren.

De sociale ondergrens

Kate Raworth: Donut Economics. Seven Ways to Think Like a 21st Century Economist (appendix)

De ecologische bovengrens

De negen facetten van de ecologische bovengrens zijn gebaseerd op onderzoek door een groep aardwetenschappers onder leiding van Johan Rockström en Will Steffen en beschreven in hun boek Trajectories of the Earth System in the Anthropocene

Johan Rockström en Will Steffen: Trajectories of the Earth System in the Anthropocene

De onderstaande video toont een korte lezing van Will Steffen over de negen facetten van het ecologische plafond, die worden bedreigd door menselijk handelen.

Ondanks een oppervlakkige overeenkomst tussen de SDGs en het donut-model, zijn er verschillen[11]. De SDGs kunnen worden vergeleken met een dashboard met evenveel rode en groene lampjes als er indicatoren zijn. Er wordt aangenomen dat elk daarvan afzonderlijk kan worden beïnvloed door een schuifschakelaar. De kleur van de controlelampjes wordt echter bepaald door onderling verbonden (economische) processen: De groene kleur van de meeste sociale indicatoren in de rijkste EU28-landen is een direct gevolg van hun krachtige economie die tegelijkertijd resulteert in een donkere-rode kleur voor omgevings-gerelateerde lampjes. De belangrijkste toegevoegde waarde van het donut-model is het mogelijk maken van een kritische evaluatie van het gehele beleid van elke stad of land om duurzame welvaart te realiseren[12].

Wat werken tussen de sociale en de ecologische limieten betekent, komt in de volgende paragraaf aan de orde. Eerst zal ik nog het meest robuuste – zij het tevens meest pragmatische pragmatische – model introduceren, de Green New Deal. Dit model vereist geen ingewikkelde berekeningen en is daarom gemakkelijk te begrijpen en kan direct worden geïmplementeerd.

The Green New Deal

In 2012 en 2016 kandideerde Green Party-kandidaat Jill Stein – tevergeefs – voor het presidentschap van de VS met als voornaamste programma een Green New Deal. In 2018 heeft Alexandria Ocasio-Cortez, ondersteund door senator Ed Markey, de term overgenomen tijdens haar succesvolle campagne voor lidmaatschap van het Congres.

In de afgelopen dagen hebben presidentskandidaten, waaronder senatoren Elizabeth Warren, Cory Booker, Bernie Sanders, Kamala Harris en Kirsten Gillibrand hun steun uitgesproken voor een vorm van Green New Deal. De gouverneur van New York, Andrew Cuomo, heeft een Green New Deal voor zijn staat geschetst als onderdeel van de begroting[13].

De Green New Deal munt uit vanwege zijn transparantie en ondanks het feit dat veel presidentskandidaten met eigen plannen komen, is de steun onder de kiezers onverwacht hoog[14] (zie grafiek). Bovendien nemen verschillende staten, bijvoorbeeld New York, Californië en Minnesota wetten aan gebaseerd op die de principes van de Green New Deal.

Steun voor de Green New Deal onder geregistreerde kiezers

Het doel van de Green New Deal is het reduceren van de CO2-uitstoot tot nul in het volgende decennium en het creëren van miljoenen goedbetaalde banen om de benodigde infrastructuur te realiseren en het aantal armen, werk- en daklozen dienovereenkomstig te verminderen. Bovendien omvat de Green New Deal bescherming tegen monopolies, investeringen in openbaar vervoer, betaalbare huisvesting en gezonde voeding alsmede gerechtigheid voor gemarginaliseerde sociale groepen.

De Green New Deal pakt vier systemische nationale crises gelijktijdig aan: Torenhoge ongelijkheid, structureel verankerd racisme, klimaatverandering en de overname van de Amerikaanse democratie door de ultrarijken en de grote technologiebedrijven.

De Green New Deal-voorstellen missen de theoretische onderbouwing van het donut-principe, maar ze werken in dezelfde richting. De Green New Deal kan een impuls krijgen bij de komende presidentsverkiezingen in de VS. Op langere termijn is een meer uitgewerkt model nodig en het donut-principe leent zich hiervoor beter


Op weg naar een Global New Green Deal

Al meer dan tien jaar coördineert C40 in meer dan 65 wereldsteden klimaatbeleid[15]. Onlangs ging deze organisatie nog een stap verder en – op initiatief van Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) en Eric Garcetty (burgemeester van Los Angeles) is een begin gemaakt met een Global New Green Deal om ecologische en sociale actie te verbinden, waar nationale overheden achterblijven. 

Deze Global New Green Deal is gebaseerd op vier principes[16]:

  • Erkenning van de wereldwijde noodsituatie met betrekking tot het klimaat.
  • Toezegging om de opwarming van de aarde onder het doel van 1,5°C te houden door de uitstoot te verminderen in de sectoren die daaraan de grootste bijdrage leveren: Transport, industrie, gebouwen en afval.
  • Volledig en definitief afstand nemen van fossiele brandstoffen en -grondstoffen.
  • Samenwerking tussen bestuurders, bedrijven, investeerders, werknemers, het maatschappelijk middenveld, burgers, jongeren en gemeenschappen die onevenredig worden getroffen door klimaatverandering en armoede.

Verantwoorde welvaart: duurzaam en voor iedereen

Steden dragen een grote verantwoordelijkheid omdat ze het middelpunt van alle mondiale economische activiteit zijn, banen bieden en het meeste goederen en diensten produceren die nodig zijn voor een fatsoenlijk leven voor hun inwoners. Op hun grondgebied zullen de meeste investeringen plaatsvinden die nodig zijn om verantwoorde welvaart mogelijk te maken.

Als we uitgaan van het donut-principe, moeten economische activiteiten die boven het ecologische plafond uitstijgen en die de sociale ondergrens niet halen opnieuw worden ontworpen.

Herontwerp van economische activiteiten

De onderstaande acties weerspiegelen de eerdergenoemde lijsten met beleidsacties om te voorkomen dat het ecologische plafond wordt overschreden en het sociale minimum niet wordt gehaald. De tijdshorizon is 25 jaar.

Onder het ecologische plafond blijven

  • Reductie tot nul van broeikasgasemissies door gecombineerd gebruik van zon, wind en warmte. Waterstof, zout, batterijen en warmwaterreservoirs worden gebruikt voor opslag.
  • Lokale fabrieken zijn schoon; mogelijke giftige emissies worden opgevangen, opgeslagen of gezuiverd om schone lucht te behouden.
  • Ondersteuning van lokale boeren om hun activiteiten te herstructureren, de bodem te regenereren, de biodiversiteit te vergroten en meer bij te dragen aan de lokale voedselvoorziening. De verkoop van hun producten wordt gestimuleerd door aanzienlijke belastingvoordelen.
  • Vermindering van verkeer – dat is volledig elektrisch – door steden te reconstrueren.
  • Realiseren van volledige circulariteit; de invoer van grondstoffen wordt stopgezet, met de (tijdelijke) uitzondering van onmisbare componenten van batterijen.
  • De uitstoot van stikstof blijft beperkt totdat een acceptabel niveau van emissies in de lucht en in het grondwater is bereikt.
  • Bouw van reservoirs voor drinkwater en water voor agrarische toepassingen om waterwinning en watertoevoer in evenwicht te houden.

De sociale ondergrens halen

  • Goede balans tussen beloning en persoonlijke voldoening van werk
  • Radicale vermindering van de inkomensongelijkheid.
  • Verplicht algemeen-vormend en beroepsonderwijs van 2 – 18 jaar in combinatie met stages bij bedrijven en instellingen.
  • B-gecertificeerde ondernemingen krijgen een belastingvoordeel Het betreft bedrijven voor wie maatschappelijke belangen zoals de kwaliteit van het voedsel – leidend zijn.
  • Lokale overheid, bedrijven en instellingen werken samen om alle volwassenen boeiende en uitdagende banen te bieden met salarissen die een fatsoenlijk en onafhankelijk leven mogelijk maken.
  • Alle salarissen worden onderhandeld door ondernemingsraden of in collectieve arbeidsovereenkomsten. Verschillen in salarisniveaus zijn gemotiveerd; genderspecifieke verschillen zijn verboden.
  • Prijzen van (geïmporteerde) producten die de gezondheid of het milieu (of beide) schaden volgens algemeen aanvaarde criteria, worden geoormerkt en aanzienlijk belast.
  • Gevangenisstraf is gericht op terugkeer in de samenleving. De duur van de gevangenisstraf hangt echter af van de tijd die nodig is om het risico op recidive te elimineren en burgers geen angst voor de misdaad behoeven te hebben.
  • De kosten voor een ziektekostenverzekering zijn afhankelijk van iemands levensstijl.
  • Burgers kunnen hoofdelijk stemmen in zaken die verband houden met hun directe leefomgeving.
  • Fatsoenlijke en betaalbare huisvesting in een aantrekkelijke, schone en veilige leefomgeving.
  • Mogelijkheden voor burgers om zelf actief betrokken te zijn bij de inrichting van de leefomgeving en sociale activiteiten in de buurt.

Een nieuwe mondiaal georiënteerde mindset

Bij verantwoorde welvaart hoor ook een nieuwe mindset, inclusief een nieuwe betekenis van het begrip welvaart zelf. Het achterwege blijven van broeikastgas-emissies vereist niet alleen overstappen op duurzame energie, maar ook een ander consumptiepatroon: Vlees wordt een delicatesse, dienovereenkomstig te consumeren. Een circulaire economie vereist tevens andere producten: Degelijk en duurder, zuinig en slijtvast, modulair geassembleerd met het oog op reparaties en een minder mode-afhankelijk ontwerp. Lonen onder modaal zullen aanzienlijk stijgen, lonen boven modaal zullen dalen, met name de hoogste 10%.

Als we rekening houden met de wereld als geheel, zijn de beleidsimplicaties veel dramatischer. Een aanzienlijk deel van de wereldbevolking leeft nog steeds ver beneden de sociale ondergrens. Vooral het arme deel van de bevolking groeit snel en concentreert zich in steden die worden gekenmerkt door zware vervuiling, files, vuile industrieën, slechte huisvesting, sanitaire voorzieningen en watervoorziening en toenemende onveiligheid en ongelijkheid.

In deze landen zijn groei van het BNP, van de productie van goederen en diensten, en ook van de binnenlandse markt nog gedurende ten minste één decennium noodzakelijk. Dit in combinatie met beleid om bevolkingsgroei te beperken, hernieuwbare hulpbronnen in te zetten ende infrastructuur te verbeteren. Daarbij gaat het in de eerste plaats om openbaar vervoer, watervoorziening, huisvesting en sanitaire voorzieningen. In ontwikkelende landen is de invoering van het donut-principe op korte termijn vrijwel onmogelijk.

Waar (stedelijke) overheden in ontwikkelde landen zich onmiddellijk kunnen richten op een overgang van traditionele groei naar duurzame welvaart, moet zij in ontwikkelingslanden een decennium van ‘traditionele’ economische groei en een overgang naar duurzame welvaart tegelijkertijd beheren.

Hoe word je een donutstad?

Hieronder schets ik een paar ideeën om een ​​donutstad te worden.


Amsterdam en de donuteconomie

De stad Amsterdam werkt samen met Kate Raworth om een ​​donutmodel voor de stad te ontwikkelen. Bovendien is ze recentelijk benoemd tot hoogleraar aan de Hogeschool van Amsterdam[17]. Het model werd gebruikt als een krachtig hulpmiddel voor een ​​strategie voor circulair Amsterdam te creëren.

Een participerend traject bracht meer dan 50 ambtenaren van de verschillende afdelingen in de stad en de regio samen met meer dan 100 belanghebbenden uit de sectoren bouw, levensmiddelen en consumptiegoederen.

In vier workshops vergeleken de deelnemers de gangbare doelen van de stad met het Donut-model en ze benoemden uitgangspunten voor een circulaire economie. Dit resulteerde in een set van zeventien bouwstenen – bekijk hier – uitgewerkt in het rapport Building blocks for the new strategy Amsterdam circular 2020-2025. Directions for a thriving city within the planetary boundaries[19]


Dit voorbeeld is de slechts een eerste stap. Het bepalen van de kritische waarden voor de sociale ondergrens en het ecologische plafond is een essentiële volgende stap. Het meten van werkelijke waarden en het inventariseren van middelen om de kloof tussen werkelijke en beoogde waarden te overbruggen is de laatste.

De macht van het stadsbestuur is beperkt en daarom moet de route naar een donut-model worden uitgezet door alle betrokken belanghebbenden samen: Burgers, bedrijven, instellingen en overheden.

Opstellen van een charter, dat de belangrijkste principes en de daaropvolgende acties benoemd, kan de eerste stap daartoe zijn[20].

De gangbare prikkels binnen het bedrijfsleven – maximalisatie van winst en van aandeelhouderswaarde en streven naar continue groei – zijn niet verenigbaar met het donut-principe. De overheid moet bedrijven daarom aanmoedigen om hun relatie met de samenleving te heroverwegen. Een groeiende groep ‘sociale ondernemingen’ heeft deze stap al gezet en stelt maatschappelijke doelen centraal en beschouwt financiële doelen als instrumenten om de continuïteit te waarborgen[21].


We Mean Business

We Mean Business is een wereldwijde coalitie van invloedrijke bedrijven die zich sterk maken tegen klimaatverandering. 87 grote bedrijven – met een gezamenlijke waarde van meer dan US $ 2300 miljard en een jaarlijkse emissies gelijk van 73 kolencentrales – zijn van plan hun activiteiten af ​​te stemmen op wat wetenschappers zeggen dat nodig is om de ergste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen[22]. Van de 87 bedrijven zijn de volgende al op weg om de 1,5°C doelstelling broeikasgasemissies te realiseren: AstraZeneca, BT, Burberry Limited, Deutsche Telekom AG, Dexus, Elopak, Hewlett Packard Enterprise, Intuit, Levi Strauss & Co., SAP, Schneider Electric, Signify, Sodexo, the Co-operative Group en Unilever en recentelijk ook Koninklijke DSM.


De impact van de overgang naar verantwoorde welvaart wordt geïllustreerd in een reeks artikelen in Fast Company Compass[23]. De agrarische sector, maar ook een industrietak als kleding en mode, bijvoorbeeld, moeten aanzienlijk veranderen om in lijn te komen met het donut-principe. Wat de laatste betreft, de lage prijzen voor kleding houden verband met lage lonen en gevaarlijke en vuile werkomstandigheden elders in de wereld en het verven van katoen een grote belasting van het milieu is. De film The True Cost, beschikbaar op Netflix, laat dit op indringende wijze zien. De officiële trailer kan hier worden bekeken:

Een nieuw rapport Managing the Impacts of Climate Change 2019, gepubliceerd door Zurich Insurance Group, concludeert dat het bedrijfsleven als geheel te weinig ambitie heeft op het gebied van klimaatverandering[24].

Hoe dan ook, stadsbestuur en NGO’s moeten blijven samenwerken en voortdurend coalities van burgers, kleine en grotere bedrijven, boeren, scholen en andere instellingen smeden om hun activiteiten te concentreren tussen de onder- en bovengrens van de donut.


Ecovillages

Deelnemers aan een ecovillage-ontwerpcursus in de Democratische Republiek Congo – Foto: Global Ecovillage Network

Het Global Ecovillage Network wil naar een wereld waarin burgers een centrale rol spelen op weg naar reductie van de uitstoot van broeikasgassen[25].

Het doel van Senegal is om 14.000 ecovillages te creëren die bewust zijn ontworpen door middel van lokale, participatieve processen om hun economische, sociale en culturele identiteit te versterken. Ze moeten een model worden voor regeringen die een effectieve aanpak voorstaan op het gebied van klimaatverandering, leegloop van het platteland en ontbossing[26]. Ecovillages zijn gebaseerd op vijf principes van duurzaamheid, die het donut-principe weerspiegelen. Bekijk deze hier.


Verantwoorde welvaart en de humane stad

Een van de lessen van dit essay is dat een humane stad worden niet afhankelijk is van de waarde (rood licht – groen licht) van allerlei afzonderlijke indicatoren, maar het resultaat is van hun samenhang.

Dit essay ging daarom dieper in op de interactie tussen kenmerken van het ecosysteem en van de samenleving, zoals de beschikbaarheid van voedsel, drinkwater, huisvesting en materieel welzijn. 

Het donut-principe benadrukt dat realiseren van verantwoorde welvaart een zekere keuzevrijheid kent, maar ook dat deze wordt beperkt door de aanwezigheid van een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens. Dit houdt in dat de (neven) effecten van de productie en consumptie van goederen en diensten tussen deze lijnen moeten blijven. In de meeste delen van de wereld worden een van deze lijnen of beiden overschreden. 

Een ander inzicht uit dit essay is dat het werken tussen de lijnen contextueel is. Tijdelijke overschrijding van het ecologische plafond als gevolg van economische groei lijkt in ontwikkelingslanden onvermijdelijk om ernstige sociale tekortkomingen weg te nemen. 

Hieronder vat ik samen hoe het principe van een verantwoord-welvarende stad (kortweg de donutstad genoemd) bijdraagt aan de ontwikkeling van een humane stad.

De bijdrage van het streven naar verantwoorde welvaart aan de ontwikkeling van humane steden

1. Een humane stad komt voort uit een balans tussen duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en leefbaarheid. Deze uitgangspunten zijn veelzijdig en onderdelen ervan ​​staan met elkaar op gespannen voet. Daarom moeten de onder- en bovengrenzen worden vastgesteld waarbinnen er ruimte is voor keuzen. 

2. Verantwoorde welvaart in zijn meest gesimplificeerde vorm omvat het delen van een overeengekomen waarde voor ‘goede dingen’ (inkomen, zorg, onderwijs, etc.) door een waarde voor ‘slechte dingen’ (inkomensongelijkheid, onveiligheid, vervuiling, uitsterven van soorten, opwarming van de aarde enz.).

3. Volledige toepassing van het donut-principe vereist de vaststelling van een ecologische boven- en een sociale ondergrens op mondiaal, nationaal en regionaal niveau. Het (tijdelijk) accepteren van verschillen tussen deze limieten op nationaal en regionale niveau is nodig om beleidsmatig onderscheid te maken tussen ontwikkelingslanden, opkomende en ontwikkelde landen.

4. Het is een wijdverbreide misvatting om economische groei te zien als het doel van economisch handelen. In plaats daarvan is het doel van economisch handelen om naties, regio’s van steden op een verantwoorde manier te laten floreren.

5. Naarmate geld meer wordt beschouwd als een waarde op zich, verdringt het de intrinsieke waarde van werk. Een arbeidsloos inkomen is daarom een ​​slecht idee en moet worden vervangen door het creëren van voldoende mogelijkheden voor zinvol en goed-betaald werk voor iedereen.

6. De definitie van normen met betrekking tot het ecologische plafond (‘duurzaamheid’) is in de eerste plaats gebaseerd op lopend wetenschappelijk onderzoek. De definitie van minimumnormen met betrekking tot sociale rechtvaardigheid en de leefbaarheid zijn daarentegen wetenschappelijk onderbouwde menselijke keuzen.


[1] https://www-cdn.oxfam.org/s3fs-public/file_attachments/mb-extreme-carbon-inequality-021215-en.pdf

[2] https://medium.com/age-of-awareness/can-we-achieve-sustainability-while-ignoring-equality-4503b3954156

[3]  https://www.jfklibrary.org/learn/about-jfk/the-kennedy-family/robert-f-kennedy/robert-f-kennedy-speeches/remarks-at-the-university-of-kansas-march-18-1968

[4] https://www.fastcompany.com/2680059/if-you-count-happiness-costa-rica-is-the-richest-country-on-earth

[5] https://www.newshub.co.nz/home/election/2017/10/homelessness-proves-capitalism-is-a-blatant-failure-jacinda-ardern.htm

[6] https://www.citylab.com/equity/2019/04/economic-inequality-geographic-divide-map-census-income-data/586222/

[7] https://medium.com/@aimunm83/want-to-solve-climate-change-solve-the-economy-ce516e31d361

[8] https://medium.com/the-sensible-soapbox/british-columbias-carbon-tax-is-working-3ea81114be5a

[9] https://www.un.org/sustainabledevelopment/

[10] https://www.sdgnederland.nl/wp-content/uploads/2019/05/20190515-Monitor-Brede-Welvaart-en-SDGs-2019-2.pdf

[11] https://oxfamblogs.org/fp2p/will-these-sustainable-development-goals-get-us-into-the-doughnut-aka-a-safe-and-just-space-for-humanity-guest-post-from-kate-raworth/

[12] https://medium.com/@UNDP/five-plans-for-carbon-neutrality-f61391ce2228

[13] https://www.bloomberg.com/news/articles/2019-06-20/new-york-approves-green-new-deal-as-washington-turns-blind-eye

[14] https://climatecommunication.yale.edu/publications/the-green-new-deal-has-strong-bipartisan-support/

[15] http://smartcityhub.com/governance-economy/climate-neutral-cities/

[16] https://www.c40.org/other/the-global-green-new-deal

[17] https://www.hva.nl/content/nieuws/nieuwsberichten/2019/08/hva-benoemt-kate-raworth-tot-professor-of-practice.html

[18] https://www.dropbox.com/s/0tata5qve6d38c6/Zeventien%20bouwstenen.docx?dl=0

[19] https://www.circle-economy.com/wp-content/uploads/2019/06/Building-blocks-Amsterdam-Circular-2019.pdf

[20] https://www2.deloitte.com/global/en/pages/about-deloitte/articles/millennialsurvey.html

[21] https://onezero.medium.com/its-time-for-tech-companies-to-adopt-a-do-no-harm-approach-ebd6206cb47d

[22] https://www.wemeanbusinesscoalition.org/press-release/87-major-companies-lead-the-way-towards-a-1-5c-future-at-un-climate-action-summit/

[23] https://www.fastcompany.com/90366994/why-every-industry-in-the-u-s-needs-its-own-green-new-deal?utm_campaign=Compass&utm_medium=email&utm_source=Revue%20newsletter

[24] https://biggerpicture.ft.com/global-risks/article/human-side-climate-change-risk/?utm_source=dianomi&utm_medium=paid

[25] https://ecovillage.org

[26] https://ecovillage.org/sites/default/files/files/6_gen_future_strategy.pdf

[27] https://www.dropbox.com/s/t9py1mdr90fgdeh/Ecovillages.docx?dl=0

[28] https://wordpress.com/view/hmjvandenbosch.com

Auteur: Herman van den Bosch

Ik ben hoogleraar aan de Open Universiteit en hou me bezig met regionale ontwikkeling, innovatie en leren. Ik ben bovendien curator van Amsterdam Smart City. Ik zie het streven van steden om smart city te worden in samenhang met duurzame welvaart, rechtvaardigheid en welzijn. Daarom spreek ik bij voorkeur over inclusieve groei

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s