Agenda stad: Vormgeven aan samenwerking tussen gemeenten

De 15de aflevering van de reeks ’Bouwen aan duurzame steden – De bijdrage van digitale technologie’ gaat over hoe Nederlandse steden samenwerken binnen de City Deals in het project Agenda stad en regio.

De afgelopen jaren is de belangstelling van Nederlandse gemeenten voor digitalisering op stedelijk niveau toegenomen, mede door de initiërende rol van de VNG, G40 en de Future City Foundation en van een aantal voorlopers als Apeldoorn, Helmond en Zwolle. In eerste instantie ging het om kleinschalige en geïsoleerde projecten. In deze post ga ik in op twee projecten met als doel bewerken door samenwerking een schaalsprong te bewerkstelligen.

Missiegedreven aanpak

In haar nieuwe boek Mission Economy bepleit Mariana Mazzucato een missie-gedreven aanpak van projecten door de publieke sector op de wijze waarop indertijd een mens op de maan is gebracht. Het gaat daarbij om grootschalige projecten met een hoge mate van complexiteit, zoals de energietransitie, de bouw van betaalbare woningen, het welzijn van het arme deel van de bevolking en natuurbehoud. 

Wat is een missie- gedreven aanpak? Allereerst gaat het om een ambitieuze visie, vervolgens om het slechten van silo’s binnen de overheidsorganisatie, samenwerking met bedrijven en organisaties én samenwerking tussen hogere en lagere overheden[1]

Om dit soort samenwerking zou het ook moeten gaat bij de grote transities waarvoor Nederland staat en als onderdeel daarvan digitalisering. Ik wil het hebben over twee projecten die dit soort samenwerking beogen, dan wel beloven. Het eerste, Agenda stad en regio, loopt al enige tijd en daarop zal ik uitgebreid ingaan. Het andere ander is voorgesteld door G40 en komt in kort bestek aan de orde.

Agenda stad en regio en City deals

De eerste City deals zijn in 2016 gestart; er zijn er inmiddels 27, waarvan ongeveer de helft is afgerond. Zes nieuwe staan in de startblokken. Er zijn 125 gemeenten, 8 provincies, 9 ministeries, 10 overige overheidsinstanties, 5 waterschappen, meer dan 100 bedrijven, 30 kennisinstellingen en meer dan 20 overige samenwerkingsverbanden bij betrokken. Ook zijn er 14 partnerschappen met gemeenten buiten Nederland.

Voorbeelden van City deals zijn: Grensoverschrijdend werken en ondernemen, cleantech, voedsel op de stedelijke agenda, lokale weerbaarheid tegen cybercrime, binnenstedelijk bouwen, de inclusieve stad: eenvoudig maatwerk en een slimme stad, zo doe je dat.  Over die laatste zal het hierna vooral gaan.

Binnen een City deal werken de betrokken partijen samen en die samenwerking resulteert in concrete producten, variërend van wetgeving tot beleidsinstrumenten.

De belangrijkste uitgangspunten zijn:

  • Formuleren van een ambitie over de aanpak van een vraagstuk;
  • Stimuleren van schaalvoordelen door samenwerking tussen en/of binnen stedelijke regio’s;
  • Realiseren van samenwerking tussen publieke en private partijen, waaronder de rijksoverheid;
  • Innoveren door het realiseren van nieuwe vormen van probleemaanpak;
  • Opschalen, ook over de landsgrenzen.

City deals werken ook onderling samen en uit hun midden ontstaan nieuwe deals, zoal ‘Slim maatwerk’, een nieuwe City deal die voortkomt uit de bestaande City deals ‘Eenvoudig maatwerk’ en ‘Een slimme stad, zo doe je dat’.

Als ik me moet voorstellen hoe een ‘moonshot’ werkt, waarover ik in het begin van dit artikel had, dan zou Agenda stad en regio wel eens een goed voorbeeld kunnen zijn.

City deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ 

Het ultieme doel van deze City deal is, zo lezen we in het jaarverslag, inzetten van digitalisering om de grote opgaven waar Europa en Nederland voor staan, aan te pakken zoals armoede, sociale samenhang en onveiligheid en al doende een samenleving te realiseren waarin iedereen in vrijheid kan leven[2]. Bij deze City deal zijn inmiddels 60 partijen betrokken.

Het doel is minstens 12 gemeentelijke processen te veranderen waarmee regio’s, steden en dorpen worden ontworpen, ingericht, beheerd en bestuurd, en de mogelijkheden die digitalisering daarbij biedt optimaal te benutten. Vertrekpunt is de bestaande praktijk om vraagsturing te garanderen. 

In de City deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ fungeren 14 werkgroepen: De werkgroepen bepalen zelf welke processen ze aanpakken, met dien verstande dat drie gemeenten bereid moeten zijn het gekozen proces te testen. Belangrijk is dat deze processen later ook door andere gemeenten kunnen worden gebruikt. De City deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ is inmiddels al bijna twee jaar op weg en de aan te pakken processen zijn uitgekristalliseerd. In een enkel geval is de beoogde uitwerking gereed, in de meeste gevallen zijn ze in ontwikkeling. Hier volgt een korte beschrijving van stand van zaken op 15 november 2021. Een levendige beschrijving van ervaringen van deelnemers is te lezen in ROMmagazine, jaargang 39, no. 11.

1. Open urban dataplatform

Dit project ontwikkelt een procedure voor de aanbesteding van een open dataplatform, dat deelbaar en schaalbaar is, waarin privacy en data-autonomie zijn gewaarborgd en dat voldoende garanties bevat voor cybersecuruity. Het resultaat zal een stappenplan zijn, waarin technische vragen (hoe ziet het er uit), juridische vragen (wie is de eigenaar) en financiële vragen (bekostiging) aan de orde komen.

2. Kookboek voor effectieve datastrategie

Dit project ontwikkelt een procedure voor de verwerving en de opslag van data. Er is een ‘datakookboek’ ontwikkeld dat helpt bij de verzameling, opslag en toepassing van data. Het betreft een 11-stappenplan vanaf formulering van een meetbare vraag tot de interpretatie van de meetresultaten. Van groot belang daarbij is zichtbaar maken van de aannames achter de selectie van de data. De bruikbaarheid van de stappen wordt in de praktijk getoetst. Een eerste concept vind je hier[3].

3. Slimme initiatieven toets

Doel van dit project is om initiatiefnemers (burgers, bedrijven) optimaal gebruik te laten maken van beschikbare publieke data, onder andere van data die het digitaal stelsel omgevingswet gaat bieden (DSO). Het DSO zal informatie geven over welke regels op een locatie gelden en uiteindelijk ook over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Idealiter inventariseert en optimaliseert de slimme initiatieven toets alle de data die voor een plan nodig zijn. Op dit moment wordt onderzocht aan welke soorten (geo)datagebruikers behoefte hebben (‘usercases). 

4. Sensordata en privacy

Het doel van het project is een tool te ontwikkelen waarmee een gemeente een aanbesteding kan doen voor de installatie van sensoren die precies past bij het type gegevens dat verzameld zal worden en die rekening houden met ethische vragen en AVG-regels.

5. Vormgeving van de nieuwe stad

De groeiende beschikbaarheid van uiteenlopende typen (realtime) data, bijvoorbeeld over luchtkwaliteit en geluidsoverlast) heeft implicaties voor de manier waarop steden en wijken ontwikkeld worden. De werkgroep ontwikkelt een canvas dat als een ‘vertaalmachine’ van de beschikbare data werkt. Vertrekpunt daarbij was een matrix met als ingangen de fasen van het ontwerpproces (initiatief-, ontwerp- en realisatiefase) en het gebiedstype (stedelijk, Randstedelijk en buitenstedelijk gebied). Deze matrix moet aangeven welke data op welk moment nodig zijn. De bruikbaarheid zal via pilots worden getest.

6. Iedereen (en alles) een sensor

Burgermeetinitiatieven (via telefoons en met sensoren bevestigd aan fietsen, auto’s en het eigen huis) hebben een dubbel doel: verhogen van de betrokkenheid en verbeteren van het inzicht in de eigen leefomgeving van degenen die de meting uitvoeren. Dit kan tevens bijdragen aan gedragsverandering, zeker als de metingen aansluiten bij behoeften van inwoners en zij ook bij de interpretatie van de meetresultaten worden betrokken. De werkgroep streeft naar een ‘roadmap’ gebaseerd op een aantal ‘usercases’.

7. Lokaal meten: vergelijken van projecten

Lokaal meten van gegevens – zoals in het vorige project gebeurt – kan overbodig zijn als er al gegevens van elders beschikbaar zijn. Deze moeten dan wel vergelijkbaar zijn met de gegevens die worden gezocht en om dit mogelijk te maken is standaardisatie gewenst. Tegelijkertijd kan standaardisatie tot wantrouwen leiden en de prikkel bij bewonersgroepen wegnemen om zelf aan de slag te gaan. Uiteindelijk kiest de werkgroep voor de ontwikkeling van een selfservice portal, dat samen met de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven wordt ontwikkeld. Bewonersgroepen kunnen dan zelf kiezen voor deelname aan een gestandaardiseerd project dat hun meetresultaten direct inleest of voor een ‘do-it-yourself’ oplossing. Voor deze laatste optie zal een handleiding worden geschreven.

De laatstnoemde projecten worden in samenwerking met Eurocities, een netwerk van 190 steden in 38 landen, doorontwikkeld onder de naam CitiMeasure – using citizen measurement to create smart, sustainable and inclusive cities.

8. Smart mobility: Op weg naar een veilige en duurzame stad

Digitalisering in het verkeer heeft al een hoge vlucht genomen, bijvoorbeeld door het gebruik van intelligente verkeersinstallaties (ivri’s), maar daarbij geldt meestal de bestaande situatie, bijvoorbeeld privégebruik van auto’s, als uitgangspunt. De vraag is hoe aangesloten kan worden het streven naar een betere leefbaarheid. Hiertoe heeft de werkgroep drie thema’s gekozen: betere bereikbaarheid voor hulpdiensten, deelmobiliteit en stadslogistiek.

Voor hulpdiensten wordt aan een stappenplan gewerkt, waarmee gemeenten de noodzakelijke voorzieningen kunnen realiseren om deze – en eventueel ook andere doelgroepen – altijd ‘groen licht’ te geven.

Als iedereen zich zou verplaatsen met het op dat moment meest geschikte vervoermiddel (variërend van lopen, (deel)fiets of -scooter, ov tot (deel)auto) zou het privéautogebruik aanzienlijk verminderen en de leefbaarheid van steden verbeteren. De werkgroep ontwikkelt een ‘landkaart’ om deelmobiliteit te stimuleren, die antwoord geeft op alle gerelateerde vragen.

Ontwikkelingen rond de stadslogistiek lopen al via andere trajecten. Daarom zal de bijdrage van de werkgroep in dit opzicht beperkt zijn.

9.Een businessmodel voor de smart city

Nieuwe vormen van samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en burgers kunnen tot nieuwe ‘waarden’ voor gebieden leiden, maar ook tot de behoefte om kosten en baten op een andere manier te verdelen. Een nieuw ‘businessmodel’ kan dan nodig zijn. De werkgroep onderzoekt daartoe welke de gevolgen voor bedrijven en organisaties zijn van het aangaan van samenwerkingsverbanden zijn voor de succesvolle ontwikkeling van producten en diensten. Dit in vergelijking met meer traditionele opdrachtgever/opdrachtnemer relaties.

10 Ethical Boards

Binnen de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ geldt als uitgangspunt dat te ontwikkelen digitale instrumenten zich altijd voegen naar ethische regels. De implicaties van dergelijke regels is vaak situatiebepaald. Daarom stellen gemeenten in binnen- en buitenland een ethische commissie in, waarin deskundigen en bewoners zitting hebben. Ter ondersteuning van het werk daarvan wil de commissie tot een kennisplatform komen met informatie over welke ethische regels het beste bruikbaar zijn voor verschillende digitaliseringsprojecten.

11 Modelverorvering

Lokale overheden willen het gebruik van digitale hulpmiddelen zoals sensoren in de openbare ruimte reguleren. Anita Nijboer, als juriste werkzaam bij bureau Kennedy Van der Laan, ook partner van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’, heeft hiertoe een modelverordening opgesteld die onder andere in Rotterdam en Helmond is getoetst. Het belangrijkste leereffect is dat afdelingen binnen gemeenten wezenlijk verschillend aankijken tegen de manier waarop dit soort vragen juridisch ingekaderd moeten worden. De werkgroep buigt zich naar aanleiding hiervan over de vraag of een modelverordening een passend antwoord is op het verkrijgen van instemming voor de toepassing van digitale hulpmiddelen.

12 Omgaan met drukte in de stad

Meten van (te grote) drukte in delen van de stad was al lang voor de coronatijd een probleem. Doel is een digitaal model (‘digital twin’) van de stad te ontwikkelen – een zogenaamde crowd safety manager – dat realtime inzicht geeft in voetgangersstromen en -concentraties. Tevens moet zo’n model ook kunnen communiceren met mensen in de stad. Inmiddels wordt een prototype van een dashboard, ontwikkeld door partnerbedrijf Argaleo, gebruikt in ’s-Hertogenbosch, Breda en Den Haag. Dit instrument gebruikt geen persoonsgegevens. Met externe subsidies wordt dit instrument doorontwikkeld op Europees niveau.

G40: Slimme duurzame verstedelijking

In maart 2021 heeft G40, het samenwerkingsorgaan van 40 middelgrote gemeenten, een projectvoorstel gedaan om digitalisering verder in te zetten voor maatschappelijke opgaven en daarmee ook kansen te bieden aan het bedrijfsleven[5].

Het projectplan stelt dat de huidige aanpak van ‘slimme verstedelijking’ en de realisatie van ‘maatschappelijke hoofdopgaven’ geen soelaas biedt. De langdurige decentralisatie, verbreding van opgaven, vernauwing van uitvoeringsgelden en een versplinterd Rijksbeleid hebben tot een belemmerend sturingsgat en financieringstekort bij gemeenten geleid. Hiervoor in de plaats zou een gebundelde aanpak moeten komen, geleid door vertegenwoordigers van gemeenten en rijksoverheid en aan deze laatste wordt een investering van € 1 miljard gevraagd. 

Ik heb me bij het bestuderen van dit plan verbaasd over het feit dat niet of nauwelijks wordt verwezen naar de activiteiten binnen Agenda Stad en regio, de ‘City deals’, waarvan een hiervoor is uitvergroot.

Of heeft de kritiek op de versnipperde aanpak juist betrekking op de werkwijze van Agenda Stad en regio en trekt G40, als een van de deelnemende organisaties, er zijn handen vanaf?

De kracht van Agenda stad zit in zowel de dwarsverbanden tussen stedelijke projecten op het gebied van de grote transitieopgaven en digitalisering, het betrekken van de burgers en de intergemeentelijke samenwerking. Dit is iets om te koesteren.

G40 had mijns inziens veel beter een nieuwe fase van Agenda stad en regio kunnen inluiden, gekenmerkt door schaalvergroting en versnelling van de bevindingen tot nu toe. Deze nieuwe fase zou dan als doel kunnen hebben, bestendiging van de samenhang tussen de thema’s van de afzonderlijke City Deals binnen het kader van de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. In die samenhang zou het thema digitalisering ook het best tot zijn recht komen. De uiteindelijke waarde van digitalisering ligt immers in de bijdrage aan de energietransitie, het terugdringen van verkeersoverlast en de groei van een circulaire economie, om maar een paar voorbeelden te noemen. Dat vereist echter een ander plan.

Ondertussen hoop ik dat we op overzienbare termijn de resultaten van de werkgroepen van City deal ‘Slimme stad, zo doe je dat’ kunnen aanschouwen, samen met die van de andere ‘deals’. 


[1] https://bloombergcities.jhu.edu/news/how-moon-landing-now-inspiring-local-problem-solving

[2] https://agendastad.nl/2-0-voor-de-slimme-stad/?cd=1

[3] http://bit.ly/kookboek-datastrategie

[4] https://dutchmobilityinnovations.com/spaces/1251/toolbox-slimme-stad/toolkit-alles

[5] https://www.dropbox.com/s/gm0gzypmv1tcm7b/G40-Smart-City-Rapport-210321-ONLINE.pdf?dl=0

Auteur: Herman van den Bosch

Ik ben hoogleraar aan de Open Universiteit en hou me bezig met regionale ontwikkeling, innovatie en leren. Ik ben bovendien curator van Amsterdam Smart City. Ik zie het streven van steden om smart city te worden in samenhang met duurzame welvaart, rechtvaardigheid en welzijn. Daarom spreek ik bij voorkeur over inclusieve groei

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: