Is uw onderzoek ‘actionable’?

Je hebt dat soms. Jarenlang hoor je gemor en gebeurt er verder niets en dan ineens staat het onderwerp in kwestie prominent op de agenda. Ik doel op het sluimerende ongenoegen over het principe van ‘publish or perish’. Ineens is er volop aandacht in de toonaangevende ‘Academy of management’.

Als zo’n discussie losbarst in de VS, dan wordt meteen stevig uitgepakt. Pearce en Huang (2012) onderzochten bijvoorbeeld hoeveel publicaties in twee bedrijfskundige toptijdschriften ‘actionable’ waren. Dat wil zeggen bruikbaar zijn voor managers. De auteurs vonden een significante afname in het aantal ‘actionable’ artikelen in twee toptijdschriften tussen 1960 en 2010. Martin (2012) becijferde in een reactie dat het schrijven van alle “non-actionable” artikelen in 42 erkende toptijdschriften in de VS jaarlijks ongeveer 600 miljoen dollar kost.

Deze en andere publicaties hebben (terecht) tot weerwoord geleid. Een aantal auteurs beroept zich op de grondwettelijke vrijheid van wetenschapsbeoefening. Meer to-the-point is de wedervraag of wetenschap altijd ‘actionable’ moet zijn.

Elders in deze blog heb ik al gewezen op het belang van het boek van Donald Stokes, ‘Pasteur’s Quadrant’ bij het beantwoorden van deze vraag. Ik sta daarom kort stil bij de inhoud van dit boek.

Vijftig jaar geleden schreef Vannevar Bush het invloedrijke rapport: “Science, the Endless Frontier”. Zijn stelling is dat fundamenteel onderzoek de basis legt voor toegepast onderzoek en dat de samenleving uiteindelijk de vruchten zal plukken van investeringen daarin. Zijn boek was in de jaren zestig de ideologische basis van de sterke stijging van het budget voor fundamenteel onderzoek in de VS als reactie op de lancering van de Russische Sputnik.

In het achter ons liggende decennium is het geloof in een lineair verband tussen fundamenteel en toegepast onderzoek deels omgeslagen in scepsis. De rol van wetenschap bij innovatie wordt genuanceerd en er wordt gewezen op het feit dat de miljarden investeringen in wetenschap nauwelijks hebben bijgedragen aan de oplossing van de problemen van deze tijd. Soms lijkt het tegendeel eerder waar. Ook hierover woeden in de VS heftige discussies (boycot ‘perverse economen’). Politici pleiten voor meer geld voor toegepast (‘actionable’) onderzoek en men verwijst naar Japan en andere landen in Zuidoost Azië, waar dit een aantoonbare bijdrage levert aan de economie.

Ook Stokes verwerpt het bestaan van een lineair verband tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. Hij trekt hieruit echter niet de conclusie dat we ons heil daarom in dit laatste moeten zoeken. Volgens hem is er sprake van twee heel verschillende criteria:

 

  • De mate waarin wetenschap onderzoek fundamenteel is, dat wil zeggen naar nieuwe gezichtspunten streeft
  • De mate waarin onderzoek voortkomt uit de wens (maatschappelijke) problemen aan te pakken

Deze twee criteria kunnen worden gecombineerd in een matrix en leiden tot drie typen van onderzoek. Zuiver fundamenteel onderzoek, toepassingsgericht fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek. Stokes verbindt deze drie typen met het leven en werk van resp. Bohr, Pasteur en Edison. Pasteur is het grote voorbeeld voor Stokes. Pasteur heeft baanbrekend onderzoek verricht op het gebied van de microbiologie. Hij werd hierbij gedreven door de wens om een bijdrage te leveren aan de vermindering van de sterfte door infectie. Pasteur vermoedde dat er een nog niet gekend verband bestaat tussen veel voorkomende ziekten en de werking van micro-organismen. Hij heeft dit onderzoek volgehouden tot dit bruikbare resultaten opleverde voor de therapie die hij zocht.

Louis PasteurStokes’ conclusie – die ik volmondig onderschrijf – is dat het maatschappelijke rendement van de wetenschap aanzienlijk verhoogd kan worden als onderzoeksgroepen zich laten leiden door het voorbeeld van Pasteur. Als er al sprake is van een lineair verband, dan is dit het verband tussen fundamenteel toepassingsgericht onderzoek en innovatie.

Is er dan geen plaats voor zuiver wetenschappelijk onderzoek? Ja zeker. Wie aan de slag gaat met toepassingsgericht fundamenteel onderzoek zal vanzelf op vragen stuiten waarvan de relevantie niet onmiddellijk duidelijk is. Hieraan ook tijd mogen besteden kan als een soort ‘bonus’ gelden voor hen die hun sporen hebben verdiend in het toepassingsgerichte fundamentele onderzoek en zijn implementatie.

De broodnodige bijdrage van wetenschap aan innovatie, in het bijzonder gericht op de aanpak van maatschappelijke problemen, heeft in de eerste plaats meer Pasteurs nodig, ook als de ‘actionable results’ niet direct zichtbaar zijn.

Martin, R. (2012). The price of actionability. Academy of Management Learning & Education, 11(2), 293-299.

Pearce, J. L., & Huang, L. (2012). The decreasing value of our research to management education. Academy of Management Learning & Education, 11(2), 247-262.

Stokes, D.E. (1997). Pasteur’s Quadrant. Basic science and technological innovation. Brookings Institution Press, Washington DC.

Advertenties