Bouwen aan duurzame steden (4) New urbanism: De basis van de 15-minutenstad

In deze blog draag ik bouwstenen aan om steden wereldwijd sociaal en ecologisch duurzamer te maken. Deze keer gaat het over ‘new urbanism’ een stedenbouwkundige beweging van oorsprong uit de VS die de uitgestrekte suburbs van een hart wil voorzien.

Een vorige post ging over de ruimte verslindende suburbanisatie in de VS en de kentering die hierin gaande is. Hoe dominant dit patroon van suburbanisatie ook was, er is altijd kritiek op geweest. In dit verband zijn de namen van Jan Gehl en in het bijzonder Jane Jacobs en haar boek ‘The life and death of American Cities’(1961) het meest bekend. 

Aan een doorbraak van een nieuwe kijk op stedelijke groei heeft de beweging new urbanism vanaf het laatste decennium van de 20ste eeuw een belangrijke bijdrage geleverd. De meest invloedrijke vertegenwoordigers van deze beweging zijn Andres Duany, Elisabeth Plater-Zyberk, Elisabeth Moule, Leon Krier, Jeff Speck, Ellen Dunham-Jones, Peter Calthorpe en Douglas Farr.

De grondslagen van New Urbanism

New urbanism is a design movement toward complete, compact and connected communities. De denkbeelden van new urbanism worden fraai gedocumenteerd in het boek: 25 Great Ideas of New Urbanism. Congress for New Urbanism, Washington DC, 2018. Dit boek kan hier worden gedownload.

De uitgangspunten van de beweging liggen vast in de 27 artikelen van het Charter for New Urbanism. Voor een Charter werd gekozen om tegenwicht te bieden aan het ‘Charter van Athene’ dat mede was opgesteld door Le Corbusier en bekrachtigd door het Congrès Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM). De suburbanisatie Amerikaanse stijl was niet direct wat de aanhangers van het Charter van Athene voor ogen stond, maar lag wel in het verlengde van een van de basisprincipes daarvan, radicale scheiding van stedelijke functies.

Waar new urbanism voor staat, wordt samengevat in de volgende zeven punten. Zij worden ook wel de uitgangspunten genoemd van smart urban growth en liggen mede ten grondslag aan de wereldwijze beweging naar 15 minuten-wijken.

  1. Een gevarieerd aanbod van woningen van goede kwaliteit voor alle inkomensgroepen.
  2. Hoge dichtheid, compacte verkaveling en functiemenging.
  3. Aantrekkelijk kerngebied waar wonen en werken is gecombineerd met winkels, horeca, scholen en medische voorzieningen.
  4. Gevarieerde mogelijkheden voor ontmoeting, ontspanning, sport en spel alsmede om te lezen en te werken.
  5. Brede variatie van groene en blauwe elementen, zoals kleine parken, bomen, begroeide gevels, buurttuinen, groene plinten, groene daken, goten voor afvoerregenwater en waterpartijen.
  6. Bewoners verplaatsen zich binnen de buurt vooral te voet en per fiets over aantrekkelijke en veilige routes.
  7. Buurten zijn onderling goed verbonden door verschillende vormen van openbaar vervoer. Parkeerruimte is beperkt en er zijn ruime mogelijkheden om auto’s te delen.

In het navolgende ligt de nadruk op de ontwikkeling van compacte wijken, waarbij ik zowel voorbeelden geef uit de VS, waar deze het hardst nodig zijn, als uit Nederland.

De pedestrian shed

Een van de centrale denkbeelden van new urbanism is de wijk als herkenbare en beloopbare eenheid. Of het nu gaat om delen van het stadscentrum, gebieden met etagewoningen of suburbane delen van de stad en haar omgeving, in alle gevallen dringen new urbanists aan op de vijf minuten regel, de pedestrian shed, vergelijkbaar met de 400 meter-regel die vaak in Nederland wordt gebruikt. Dit is een indicatie van wat de meeste mensen kunnen en willen lopen. Binnen een cirkel met een oppervlak van ongeveer 60 hectare moeten bewoners alle basale voorzieningen kunnen vinden, waar tegenover staat dat het aantal bewoners zodanig moet zijn dat daar ook economisch draagvlak voor is.  Vaak wordt een ondergrens van gemiddeld 150 bewoners per hectare gehanteerd, rekening houdend met een vloeroppervlak van 40% voor andere functies.  Uitgangspunt is dat de meeste straten autoluw zijn en volop gelegenheid geven voor spel en ontmoeting. De verdere ontwikkeling van grote winkelcentra is taboe.

Ontwerpaanpak voor de ontwikkeling van beloopbare buurten

De cirkelvormige wijk is een ‘model’. Cirkels zijn een hulpmiddel bij de planning van dit type wijken. Bij nieuw te bouwen wijken kan dit principe vanaf de tekentafel een rol spelen. Bij verdichtingsprojecten die ook een betere leefomgeving nastreven vormt de bestaande bebouwing het uitgangspunt. Het intekenen van cirkels is dan vooral een kwestie van het verdisconteren van lokale gegevenheden. Het middelpunt de cirkel zal dan vaak worden geplaatst op een plek waar al centrumactiviteiten plaatsvinden. Winkels buiten het beoogde centrale deel kunnen geholpen worden met zich daarheen te verplaatsen. Op andere plekken kan tussen bestaande woningen ruimte worden gereserveerd voor kleinschalige bedrijfsvestigingen, scholen, kleine parken en gemeenschappelijke tuinen en speelvoorzieningen. Als eenmaal de contouren vastliggen, kan invulling worden gegeven aan verdichting door de keuze een bebouwingstype dat het beste past bij het karakter van de buurt. Richting buitenkant van de denkbeeldige cirkel zal de bebouwingsdichtheid afnemen, behalve bij haltes van het openbaar vervoer of waar cirkels aan het water grenzen, vaak een uitgelezen plek voor hogere bebouwing. 

Als een doorgaande weg door het middelpunt van de cirkel loopt, kan deze worden uitgebouwd tot stadsstraat, inclusief een route voor openbaar vervoer. Anders kunnen de voorzieningen worden gerealiseerd rond een pleintje in het middelpunt van de cirkel en eventueel in de daarop uitkomende staten.

Voor de ruimte tussen de cirkels kan gedacht worden aan meer grootschalig groen, wijk-overstijgende voorzieningen, een ondergrondse parkeergarage, routes voor het openbaar vervoer en doorgaande wegen. Vaak zullen de buurten trouwens naadloos in elkaar overgaan.

Volgens new urbanism zijn winkelcentra essentieel bij de ontwikkeling van een beloopbaar gebied. De twee afbeeldingen hieronder laten winkelstraten zien die zijn gaan functioneren als centra van voorheen homogene suburbs in de VS. De eerste is een nieuwgebouwd centrum voor een gebied met een hoge mate van suburbane spreiding. De tweede foto toont het nieuwe hart van een wijk waar al meer geconcentreerde bebouwing was.

De bovenste foto toont Mashpee Commons (Massachusetts), een nieuw kleinschalig centrum in een suburb en de onderste foto toont Storrs (Connecticut), een nieuw winkelcentrum in dichter bebouwd gebied. Beide centra zijn in de plaats gekomen van afgebroken malls.

Haalbaar op niet al te lange termijn is vrijwel overal de uitbreiding van de voorzieningen voor voetgangpers en fietsers, het revitaliseren van lokale winkelvoorzieningen en horeca, het creëren van meer ruimte voor sport, recreatie, cultuur en groen en het inruimen van plaats voor culturele voorzieningen en kantoren en andere passende bedrijvigheid.  Veel lastiger is om de afstand tussen wonen en werken verminderen. Dat zal deels gebeuren door meer thuiswerken of in buurtgebonden co-working ruimten. Maar het is een illusie om te denken dat het woon-werkverkeer tussen de verschillende gebieden van de stad snel zal verminderen. Cruciaal daarbij is om het gebruik van de eigen auto daarbij te ontmoedigen. Goede verbindingen tussen de ontwikkelende complete en beloopbare wijken is van wezenlijk belang en zeker tussen deze wijken en de meer centrale delen van de stad en concentraties van werkgelegenheid. Ook in de toekomst zullen hoofdkantoren, warenhuizen, speciaalzaken en grootschalige culturele voorzieningen zich in centrale locaties vestigen, mogelijk in afgeslankte vorm.

New urbanism in Nederland

Nederland kent verschillende woonwijken die zijn geïnspireerd door new urbanism. Ze hebben een gevarieerd aanbod van woonhuizen, centraal gelegen (winkel)voorzieningen die alle te voet of te fiets bereikbaar zijn en ze hebben enige overige bedrijvigheid. Opvallend is dat ze zich bedienen van de in de VS zo geliefde historiserende architectuur.  Deze is inmiddels overigens ook in Nederland zeer gewild. Ze hebben alle goede openbaar vervoer-voorzieningen. Ik zou ze echter geen van alle 15-minutenwijken willen noemen. Slechts in enkele gevallen is er sprake van een duidelijk winkelcentrum, de dichtheid is over het algemeen niet hoog en het aanbod van werkgelegenheid is gering. Vaak gaat het bovendien om huizen in de duurdere categorieën.

Impressie van woningen geïnspireerd door new urbanism in Nederland. Linksboven Het Centrum/De Hoven (Leidsche Rijn, Utrecht), rechtsboven De Weerd (Leidsche Rijn, Utrecht), Midden links: Citadel (Heemskerk), midden rechts Nieuw Vreeswijk (Nieuwegein), links- en rechtsonder De Veste/Brandevoort (Helmond)

Edo van Baars heeft in zijn masterthesis de impact van de op de ideeën van new urbanism gestoelde aanpak geëvalueerd door de wijk Het Centrum/De Hoven te vergelijken met Veldhoven, een naburige en qua sociale samenstelling overeenkomstige Vinexwijk in Leidse Rijn. Als winkelvoorziening functioneert het kleine centrum uitstekend, maar als ontmoetingsplek (ten tijde van het onderzoek) nauwelijks omdat de bewoners de horeca ongezellig vinden en deze bovendien vroeg sluit. Voor wat betreft sociale contacten, diversiteit en gebruik openbaar vervoer zijn er geen verschillen tussen beide wijken. Sociale contacten beperken zich hoofdzakelijk tot de buren. Dit komt vooral omdat de bevolking overwegend bestaat uit tweeverdieners met een druk leven met veel werk- en sociale contacten buiten de wijk.  Zij gebruiken de auto voor de meeste verplaatsingen. Zelfs om de wekelijkse boodschappen te doen bij de Albert Heijn, op twee minuten loopafstand. De huizen zijn erg in trek en de woonomgeving is een gewild decor voor wie zich het wonen in deze wijken kan permitteren. De bebouwingsdichtheid is iets hoger dan van de gemiddelde Vinexwijk (25 in plaats van 20 huizen/ha ) waarmee deze wijken dus nauwelijks voorbeelden van verdichting zijn. Er is een kans dat de impact van de bouwkundige opzet van deze wijk toeneemt naar mate de jaren vorderen en de bewoners gevarieerder worden. Deze wijken maken duidelijk dat ontwerpers weliswaar voorwaarden kunnen scheppen, maar de ontwikkeling van een bijbehorend patroon van sociale relaties niet in de hand hebben.

In hoofdstuk 9 van het boek Steden van de toekomst. Humaan als keuze. Smart waar dat helpt ga ik dieper in op de stedenbouwkundige theorie achter complete buurten. De auteur heeft nog enkele hardcopy’s (180 p.) beschikbaar. Interesse? Maak dan €20,00 over op IBAN NL35INGB0001675550 o.v.v. naam en adres. Het boek wordt dan per omgaande toegestuurd.

Auteur: Herman van den Bosch

Ik ben hoogleraar aan de Open Universiteit en hou me bezig met regionale ontwikkeling, innovatie en leren. Ik ben bovendien curator van Amsterdam Smart City. Ik zie het streven van steden om smart city te worden in samenhang met duurzame welvaart, rechtvaardigheid en welzijn. Daarom spreek ik bij voorkeur over inclusieve groei

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s