
Het aftreden van de meerderheid van de leden van de studentenraad van de Open Universiteit openbaart langdurige onvrede bij een deel van de studenten van deze instelling.
De Open Universiteit heeft zich vanaf haar oprichting van andere instellingen voor wetenschappelijk onderwijs onderscheiden door het feit dat studenten konden studeren waar en wanneer ze wilden, op elk moment met een studie mochten beginnen en hun studietempo zelf konden bepalen. Deze kenmerken zijn – zeker op het eerste gezicht – ideaal voor de doelgroep van de Open Universiteit. Dit zijn volwassenen die een studie combineren met een baan, een gezin en een sociaal leven. De verschillen tussen deze studenten onderling zijn groter dan die tussen ‘reguliere’ studenten . Dit geldt voor de tijd die ze per week beschikbaar hebben, voor de spreiding van de beschikbare tijd over het jaar, voor de snelheid waarmee ze studeren én voor de kennis en vaardigheden die ze inmiddels hebben verworven.

Toch had dit systeem een nadeel. Juist omdat studenten aan de Open Universiteit het zo druk hebben, leidde de afwezigheid van een prikkel om de studie blijvend hoge prioriteit toe te kennen geregeld tot uitstelgedrag. Het staat onomstotelijk vast dat naarmate het studietempo daalt, de kans toeneemt op voortijdig staken van de studie. In tijden van opkomend rendementsdenken bleef dit niet onopgemerkt. Mede onder druk van de politiek werden de principes van het vrije startmoment en de vrije studieduur opgegeven en een vaste doorlooptijd werd de norm. Een deel van de studenten heeft zeker baat bij deze maatregel, wat ook blijkt uit verbeterde rendementscijfers. Voor anderen heeft de Open Universiteit haar aantrekkelijkheid verloren.
Om studenten te motiveren geregeld te studeren, waren er ook andere middelen beschikbaar, die meer recht doen aan de grote verscheidenheid van de studenten aan de Open Universiteit. Daarover aanstonds meer.

Bij het organiseren van onderwijs kunnen twee fundamenteel verschillende principes worden onderscheiden, ‘batch’ en ‘flow’. Batch komt het meeste voor; het gaat ervan uit dat studenten gelijktijdig deelnemen aan de geplande onderwijsactiviteiten. Studenten worden overwegend als zijnde overeenkomstig beschouwd. In wezen is dit het zelfde principe dat ook voor massaproductie van goederen wordt gehanteerd. Flow betekent dat studenten een gepersonaliseerd programma volgen en dat de tijd die ze nodig hebben om de doelen te bereiken kan verschillen. De verschillen tussen studenten wordt als uitgangspunt genomen. Vrijwel iedereen zal de voordelen van flow inzien, maar zal denken dat de organisatie erg lastig is. Bovendien moet er in het geval van flow een voorziening zijn om studenten te motiveren de beschikbare tijd daadwerkelijk te gebruiken. Bij batch is hiervoor een duidelijke prikkel ingebouwd: Wie niet meekomt blijft zitten.
Ontwerpers van onderwijs staan dus voor twee vragen. Kan (hoger) onderwijs op doelmatige manier volgens het flow principe worden ontworpen en hoe help je studenten om – gegeven de vrijheid van studietempo – zich optimaal voor de studie in te zetten.
Vrijheid van studietempo
Een hele reeks instellingen voor afstandsonderwijs in de VS brengt het principe learning outcomes are fixed; time is variable in praktijk. Het gebruik van ICT speelt hierbij een belangrijke rol. In een eerdere blogpost heb ik besproken hoe deze instellingen dit aanpakken. In essentie werken studenten individueel aan een reeks opdrachten met behulp van online beschikbaar gesteld materiaal. Ook de selectie van de opdrachten kan per student verschillen, afhankelijk van reeds aanwezige kennis en vaardigheden. De opdrachten worden becommentarieerd door reviewers (vaak promovendi). Deze ontvangen wekelijks een vastgesteld aantal uitwerkingen. Op basis van hun commentaar maken studenten indien nodig een volgende versie. Het feit dat deze opdrachten verspreid over het hele jaar binnenkomen maakt de taak van een reviewer aantrekkelijker dan die van een docent die in korte tijd honderden identieke opdrachten moet beoordelen.
Optimale inzet van studenten
De Open Universiteit maakte het studenten wel heel verleidelijk om de studie op een laag pitje te zetten ten gunste van andere prioriteiten. Niet alleen was de studieduur flexibel; studenten betalen bovendien voor elke cursus afzonderlijk. Studenten aan de Amerikaanse universiteiten die het studietempo van studenten vrij laten, betalen per semester een vast bedrag volgens de formule learn as much as you can. Dit blijkt een krachtige stimulans om voldoende aandacht aan de studie te besteden. Mentoren helpen daarbij.
De Open Universiteit kan nog steeds kiezen voor flow in plaats van voor batch. Het aanwezige onderwijsmateriaal leent zich hier uitstekend voor. Veel cursussen zijn opgebouwd uit opdrachten die door docenten worden beoordeeld. Niet zij, maar de mentor houdt dan de studievoortgang van studenten bij en kan deze erop aanspreken als het moet.
Volwassenen kunnen alleen gemotiveerd blijven studeren, als de onderwijsinstelling hen in staat stelt een persoonlijke balans te vinden tussen leven, werken en studeren. Bovendien willen zij dat de onderwijsinstelling de inspanning respecteert die het elke week opnieuw inplannen van studietijd kost, ongeacht of het gaat om 5, 10, 15 of meer studie-uren.

Het rapport gebruikt tien criteria; zeven(!) daarvan betreffen de geregistreerde patenten van elke universiteit. Hier wringt de schoen. In de eerste plaats is de titel meest innovatieve universiteit misleidend. Het gaat niet om het innovatieve karakter van de desbetreffende universiteit als zodanig, maar om het aantal gepatenteerde uitvingen. De bijdrage daarvan aan innovatie is beperkt en komt van slechts een klein aantal universiteiten. Naast patenten leveren universiteiten ook op andere en vaak meer substantiële wijze een bijdrage aan innovatie. Te denken valt aan spin-offs, de vorm en inhoud van het onderwijs en samenwerking met onderzoekers binnen bedrijven

Een andere missie






De belangrijkste vraag is hoe universiteiten hun bijdrage aan de ontwikkeling van kritisch denken kunnen verbeteren. Kritisch denken ligt niet in kennis zelf besloten, maar is een manier om kennis te beoordelen en te gebruiken. Bijvoorbeeld, kritisch denkende economen worden gevormd als de verwerving van wetenschappelijke kennis vergezeld gaat met het leren hanteren van de vijf hiervoor beschreven handelingen. Hierdoor wordt het vakgebied van de economie verbonden met actuele economische problemen en opvattingen daarover in de samenleving.






De jaarlijkse rating van online MBA-programma’s door de Financial Times geeft een goed inzicht in de groeiende populariteit van dit type opleidingen
Ruim een jaar geleden en een half jaar na de bezetting van het Maagdenhuis, startte de commissie Democratisering & Decentralisering haar werkzaamheden
Bijna een jaar geleden begon de commissie Democratisering en Decentralisering (commissie D&D) van de Universiteit van Amsterdam (UvA) haar werkzaamheden. Ze heeft zojuist jaar eindrapport gepresenteerd
De problemen binnen de UvA kunnen worden verdeeld in twee categorieën: Problemen met betrekking tot beleid en problemen met betrekking tot organisatie en bestuur. Wat de problemen met beleid betreft, hiertoe horen onder andere het feit dat meer dan de helft van het personeel in tijdelijke dienst is en weinig uitzicht heeft. Maar het gaat ook om het sterk doorgevoerde rendementsdenken en de weinig gelukkige activiteiten van achtereenvolgende colleges van bestuur op het gebied van fusie en samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam en de Vrije Universiteit.
De commissie is ingesteld om voorstellen te doen om problemen met betrekking tot organisatie en bestuur aan te pakken, maar gaandeweg raakte ze ervan overtuigd dat beleidsproblemen en bestuursproblemen nauw samenhangen en deels een gemeenschappelijke oorzaak hebben. De medezeggenschap is in de afgelopen jaren niet bij machte geweest om het beleid dat op centraal en facultair niveau bij te sturen. Tegelijkertijd ontaardden veel discussies tussen bestuurders en medezeggenschap in proceduredebatten in plaats dat men zich gezamenlijk beraadde over de koers die de universiteit zou moeten varen. Sommigen spreken in dit verband over een slechte bestuurscultuur. De commissie concludeert daarom dat haar voorstellen een perspectief moeten bieden op de oplossing van zowel beleids-, bestuurs- en organisatieproblemen. Daartoe doet de commissie vier voorstellen.
Het is de taak van de senaat nieuwe stijl om de belangrijkste waarden en doelen van de UvA te bediscussiëren en vast te leggen. De commissie heeft D&D heeft voorzet gegeven door een achttal kernwaarden te formuleren, te motiveren en met voorbeelden te adstrueren hoe deze kunnen bijdragen aan de oplossing van de huidige problematiek. Het charter bevat normerende uitspraken over de relatie tussen universiteit en samenleving, over de relatie tussen onderwijs en onderzoek, over het versterken van de universiteit als academische gemeenschap en over de manier waarop de universiteit bestuurd en georganiseerd zou moeten worden. De commissie D&D legt deze eerste aanzet tot een charter aan de universitaire gemeenschap voor met de vraag of dit een bruikbaar uitgangspunt vormen voor het beleid en bestuur in de toekomst.
De democratie binnen de universiteit zou al gebaat zijn met de doorvoering van een reeks relatief kleine veranderingen, zoals tegengaan van stapelen van functies in de medezeggenschap, opnemen van rollen in de medezeggenschap in het functieordeningsysteem, gebruik van digitale hulpmiddelen om besluiten snel te communiceren en vaststelling van onderwijs- en examenreglementen op opleidingsniveau. De commissie adviseert aan alle esturen en raden om deze voorstellen op korte termijn te bespreken en in te voeren. Ze maken geen deel uit van het referendum.