Kunnen steden het Parijse klimaatakkoord redden?

De besturen van de grote steden (C40) streven wereldwijd naar een proportionele bijdrage aan de vermindering van de uitstoot van CO2. Deze samenvatting van drie strategische rapporten van C40 beschrijft hoe ingrijpend de daarvoor vereiste maatregelen zijn.

screenshot 2De C40 Cities Climate Leadership Group bestaat al meer dan 12 jaar en vertegenwoordigt 96 van ’s werelds grootste steden, waaronder Amsterdam en Rotterdam, met samen ruim 650 miljoen inwoners. De groep doet er alles aan om ervoor te zorgen dat deze steden een evenredige bijdrage leveren aan het verdrag van Parijs. Dit verplicht de ondertekenaars om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde ten opzichte van het pre-industriële niveau beneden 2°C te houden en bovendien er naar te streven dat de temperatuurstijging tot 1,5°C beperkt blijft. Een ingenieuze formulering die in wezen de weg opent naar twee scenario’s.

C40 heeft drie solide rapporten gepubliceerd – samen met Arup en McKinsey – die een routekaart bieden naar de voornoemde doelen, bij voorkeur het traject van 1,5°C.

Het eerste rapport is Climate Action in Megacities 3.0 (december 2015), een verslag van de resultaten van de klimaatacties van C40-steden in het decennium voor het verdrag van Parijs[1]. De tweede studie Deadline 2020: How cities will get the job done[2] (december 2016) beschrijft de noodzakelijke acties in de periode 2017 – 2020 (december 2016).Het derde rapport Focused acceleration: A strategic approach to climate action in cities to 2030[3] (november 2017) benadrukt de noodzaak van meer focus en tempo na 2020.

Deze rapporten tonen aan voor welke uitdaging het verdrag van Parijs ons plaatst. Ze zijn een rijke bron van informatie en inspiratie voor iedereen die betrokken is bij het stedelijk energiebeleid. Deze post vat de hoofdzaken van de drie rapporten samen.

1 De wereld is al in de gevarenzone

De opwarming van de aarde is een rechtstreeks gevolg van de uitstoot van meer CO2 dan de kritieke hoeveelheid van 350 ppm (parts per million). Op dit moment is het emissieniveau gemiddeld 400 ppm. De gemiddelde temperatuur op aarde is al met 1°C gestegen ten opzichte van het pre-industrieel niveau. Het onderstaande schema geeft de belangrijkste bronnen van stedelijke uitstoot weer: gebouwen, transport en afval.

screenshot 14

2 Groei van CO2-emissies bij ‘business-as-usual’

Zonder verdere klimaatacties dan die welke tot 2015 genomen zijn, zal de uitstoot in de C40-steden in de 21e eeuw zevenmaal hoger komen te liggen dan het huidige niveau.

screenshot 13

3 Het broeikaseffect

Op dit moment nemen vertegenwoordigers van C40-steden al klimaatveranderingen waar. De onderstaande grafiek geeft wat die veranderingen inhouden.

screenshot 17

Steden zien diverse gevaren toenemen. Extreme temperaturen en overstromingen vormen samen 63% van alle wereldwijd gerapporteerde gevaren. Noord-Amerikaanse steden ervaren meer extreme temperaturen (40%) dan elders. Europese steden rapporteren vooral de toegenomen kans op overstromingen (30%). Het gevaar van aardverschuivingen gaat vooral op voor Latijns-Amerikaanse steden (62%). Droogte werd vooral gerapporteerd door Noord-Amerikaanse of Europese steden (63%).

screenshot 5

Naar schatting worden in 2050 in het business-as-usual scenario 1,3 miljard mensen en activa ter waarde van $ 158 biljoen getroffen door rampen die gerelateerd zijn aan de opwarming van de aarde.

Naast inspanningen om de koolstofemissie te verminderen, verbindt het verdrag van Parijs de ondertekenaars tevens om het gezamenlijke aanpassingsvermogen te vergroten en de kwetsbaarheid voor klimaatverandering te verminderen.

4 Géén CO2-emissie meer na 2050

Onderstaande grafiek toont zowel verwachte groei van de CO2-uitstoot zonder verdere klimaatacties (BAU, ‘business as usual’) als de geleidelijk vermindering ervan als gevolg van vastberaden beleid. Zie ook sectie 11 hieronder.

screenshot 8

De komende vier jaren zullen bepalend zijn voor de haalbaarheid van de bijdrage van ’s werelds grootste steden aan de realisering van de klimaatdoelen. De emissie van de C40-steden wereldwijd mag tot 2020 gemiddeld nog met 5% stijgen in plaats van 35% in het business-as-usual scenario. Dit komt neer op een vermindering van de emissie met 0,7 GtCO2e, wat vanaf nu een accumulatieve besparing vanaf 1.9 GtCO2e betekent.

Het verdrag van Parijs hield de deur open voor een riskanter traject van 2°C, dat tot 2030 samenvalt met het traject van 1,5°C. Bij een traject van 2°C wordt de doelstelling van geen verdere emissies na 2050 niet gerealiseerd.

5 Het emissiebudget van de C40

In 2015 bedroeg de wereldwijde emissie 47 GtCO2e. Op het traject van 1,5°C is er tot 2100 (in feite 2050) nog plaats voor een uitstoot van 387 GtCO2e. In 2015 bedroeg de uitstoot van de C40-steden 2,4 GtCO2e. Het aandeel van de C40 steden in het resterende C40-budget is dus 22 GtCO2e.

Op het traject van 1,5°C moet de gemiddelde emissie per inwoner in C40-steden dalen van meer dan 5 tCO2e per capita nu naar 2,9 tCO2e per capita in 2030.

Op een traject van 2°C is het budget van de C40-steden tot 2100 67 GtCO2e.

screenshot 0

6 Negatieve emissie

Het traject van 1,5°C leidt tot een emissieniveau van nul tegen 2050 maar tot 2100 moet worden doorgegaan met negatieve emissie.

Een netto emissieniveau van 0 in 2050 betekent immers niet dat alle CO2 uit de dampkring is verdwenen.

Het is bovendien maar zeer de vraag of we binnen de gebudgetteerde 22 GtCO2e blijven. Daarom is het noodzakelijk om op de kortst mogelijke termijn negatieve emissie te bevorderen. Het afvangen en opslaan van CO2 is nu nog niet op grote schaal mogelijk; een reeks negatieve emissietechnologieën wordt momenteel wetenschappelijk onderzocht en geëvalueerd. We kunnen ook extra emissierechten kopen, bijvoorbeeld door grootschalige bosaanplant te financieren in streken die in het verleden veel van ontbossing te lijden hebben gehad.

Als negatieve emissies ongewenst wordt geacht of niet mogelijk blijken, dan moet het niveau van een netto nul-emissie in C40-steden al in 2030 bereikt worden, bij vasthouden aan een maximale temperatuurstijging van 1,5°C. Naar verwachting is ook dan in 2050 alle COuit de dampkring verdwenen. Je hoeft geen pessimist te zijn om dit traject als onuitvoerbaar te beschouwen.

7 Bijdrage van steden kan variëren

Steden in landen met een bruto nationaal product van meer dan $15.000 per hoofd van de bevolking en met een hoge CO2-uitstoot moeten de grootste besparingen realiseren tussen nu en 2020. Andere welvarende steden waar de emissie minder is, moeten hun emissie eveneens vanaf nu verminderen, maar de daling van de CO2-uitstoot kan over een wat langere periode worden uitgesmeerd. Steden in opkomende landen mogen de CO2-uitstoot eerst nog wat laten toenemen en later met de vermindering starten. Hoeveel later hangt af van de mate van vervuiling.

screenshot 12

screenshot 10

8  Afname van emissies door gerichte acties

De C40-steden volgen een strategie van gerichte klimaatacties om de gevolgen van klimaatverandering te verminderen (mitigeren) en op te vangen (aanpassen). Tussen 2005 en 2016 zijn bijna 11.000 unieke acties gestart met betrekking tot aanpassing, gebouwen, ontwikkeling op gemeenschapsniveau, energievoorziening, financiën, voedsel en landbouw, openbaar vervoer, straatverlichting, particulier vervoer, afval en water. In 2015 werd 30% van de klimaatacties uitgevoerd in het kader van samenwerking met andere steden, voornamelijk C40-steden. Het Green Digital Charter verzamelde 24 casestudy’s in een boekje[4] om deze projecten te illustreren.

http://online.anyflip.com/zerr/dbmk/mobile/index.html

Dit boekje illustreert de creativiteit van de klimaatacties maar ook hun beperkte schaal. De projecten zijn goede voorbeelden van de inzet van digitale oplossingen om de ecologische voetafdruk te verkleinen en de levenskwaliteit van hun burgers te verbeteren.

In de periode 2017 – 2020 zouden nog eens 14.000 (!) acties van vergelijkbare omvang moeten starten. Een alternatief is minder maar omvangrijkere acties.

9 Op weg naar een gerichte versnelling

De meeste (54%) acties die tot nu toe zijn gestart hebben minder dan $ 1 miljoen gekost. Aan de andere kant is in met een op de vier acties een bedrag van meer dan $ 10 miljoen gemoeid.  Behalve de kleinschaligheid van de meerderheid van de acties, zijn deze verspreid over een groot aantal thema’s.

Doorgaan op deze weg levert 20 tot 50 procent minder emissie op tot 2030 dan vereist om de doelstelling van 1,5 °C te halen.

In een zeer recent rapport adviseert McKinsey steden over te schakelen op een strategie van gerichte versnelling binnen 12 actiegebieden, die behoren tot de volgende vier groepen:

  • Decarbonisering van het elektriciteitsnet;
  • Optimaliseren van energie-efficiëntie in gebouwen;
  • Radicale veranderingen in het mobiliteitspatroon en dus de stedenbouw;
  • Verbetering van afvalbeheer.

De onderstaande grafiek bevat een korte beschrijving van elk van de vier groepen en de 12 actiegebieden.

Afbeelding15a

10 De aanpak verschilt per type stad

De wegen die steden moeten volgen om hun CO2-uitstoot te reduceren en te beëindigen hangt niet alleen af de omvang van de huidige emissies en het inkomen van de bewoners (zie sectie 7), maar ook van de dichtheid van de bebouwing, hun omvang en mix aan beschikbare alternatieve hulpbronnen. Daarom zijn er verschillende scenario’s gemodelleerd voor zes typen steden. Ter illustratie staan hieronder twee scenario’s weergegeven. De andere kunnen worden geraadpleegd in het rapport Focused acceleration: A strategic approach to climate action in cities to 2030[5]

Afbeelding16a

11 De invloed van de gemeentelijke overheid is niet onbeperkt

De gemeentelijke overheid kan zelf ruim 50 procent realiseren van de vermindering van de emissie om een ​​traject van 1,5°C te realiseren, hetzij door hun eigen directe actie of door samenwerking met burgers, bedrijven in instellingen (‘climate actions’). Zie ook sectie 4, hierboven. Voor de andere 50% – decarbonisering van het elektriciteitsnet in het bijzonder – zijn ze afhankelijk van actoren buiten hun invloedssfeer, vooral elektriciteitsmaatschappijen en burgers die met een radicale uitbreiding van voorzieningen voor zonne- en windenergie moeten instemmen.

Vooral na 2030 zal de beschikbaarheid van ‘groene elektriciteit’ de belangrijkste bron van vermindering van de CO2-emissie zijn.

Een extra optie is actieve betrokkenheid van steden bij de opwekking van district energie, mogelijk in de vorm van publiek-privaat partnerschap[6]

screenshot 8

Een bijkomend probleem is dat het gebruik van elektriciteit sneller groeit dan verwacht, deels vanwege de torenhoge inzet van digitale apparatuur voor uiteenlopende toepassingen. De American Council for an Energy-Efficient Economy (ACEEE)  heeft onlangs haar City Energy Efficiency Scorecard gepubliceerd. In alle steden die om hun energiebeleid geprezen zijn, is het elektriciteitsgebruik gestegen: Los Angles (+3 procent); New York City (+1 procent); San Francisco (+1 procent); Boston (+2 procent); Denver (+3 procent); Austin (+5 procent); en D.C. (+1 procent)[7].

12 Investeringen

De verwezenlijking van een netto emissie-niveau van 1,5°C in 2050 vereist een investering ongeveer $50 tot $200 per bespaarde of opgeslagen ton CO2e. Overigens betekenen al deze maatregelen een wereldwijze economische impuls van $ 16,6 triljoen.

screenshot 7

Van 2016 tot 2050 moet elke C40-stad in Europa gemiddeld $10 miljard investeren om de ambitie van het verdrag van Parijs te realiseren. Dit is meer dan $1 triljoen aan investeringen in alle C40-steden. $375 miljard van deze investering is alleen al de komende vier jaar nodig.

13 Andere steden

Als alle wereldsteden met meer dan 100.000 inwoners de acties van de C40-steden navolgen zouden, dan bedraagt het cumulatieve effect daarvan 40% aan reductie van de  emissie die nodig is om de temperatuur onder 1,5°C graden te houden. Als gevolg daarvan is er een potentieel om wereldwijd 863 GtCO2e te besparen tegen 2050. De overige besparing moet komen van de industrie, de landbouw, het platteland en het transport en vervoer.

14 Samenvatting

De 2.4 GtCO2e-uitstoot van broeikasgassen door C40-steden in 2015 kan verzevenvoudigen bij het uitblijven van verdere beleidsombuigingen. Betrokkenheid bij een toekomst van 1,5°C vereist dat C40-steden de uitstoot beperken tot 22 GtCO2e tussen nu en 2100. Daarnaast moeten ze bijdragen aan wereldwijde negatieve emissie-inspanningen door 31 GtCO2e uit de atmosfeer verwijderen.

screenshot 6

Klimaatactie stelt C40-steden in staat in totaal iets meer dan 500 GtCO2e te besparen tegen 2100 ten opzichte van het business-as-usual traject. Van deze besparing hebben C40-steden zelf ruim 51 procent in eigen hand. Van deze 51 procent kunnen gemeentebesturen zelf 20% uitvoeren. De resterende 80 procent vereist samenwerking en partnerschap met andere lokale partijen, waaronder burgers niet in de laatste plaats. Voor het overige deel zijn zij afhankelijk van externe actoren, zoals elektriciteitsmaatschappijen.

Reflectie

Na het opzeggen door de president van de VS van het verdrag van Parijs, hebben veel steden in de VS en daarbuiten aangekondigd dat zij ervoor zullen zorgen dat de afgesproken klimaatdoelen alsnog worden behaald. Met name de C40-steden zijn vastbesloten om bij te dragen aan het welslagen van het verdrag van Parijs en ze hebben gedetailleerde plannen gemaakt om dienovereenkomstig te handelen.

De hiervoor getoonde cijfers maken duidelijk dat het 1,5°C-traject veel afbreukrisico heeft. Bijvoorbeeld, de technologie om negatieve emissie te realiseren is nog niet op grote schaal beschikbaar. Als alles meezit en alle steden ter wereld het voorbeeld van de C40 volgen, dan nog moet 60% van de CO2-reductie van elders komen.

Ik moet bekennen dat het bestuderen van de rapporten van de C40 mijn aanvankelijke optimisme over de rol van de wereldsteden heeft getemperd.

De afhankelijkheid van gemeentebesturen van partijen binnen de gemeenten als erbuiten bleek groter dan ik had gedacht.  Burgemeesters kunnen zoveel elektrische bussen kopen als ze willen, maar de impact van deze maatregel op de beperking van de CO2-uitstoot blijft beperkt als ze moeten rijden op grijze stroom. De overgang naar groene stroom valt grotendeels buiten de invloedssfeer van het stadsbestuur.

Ik concludeer dat het traject van 1,5°C alleen haalbaar is als alle partijen binnen een gemeente hechte afspraken maken en de burgers daarbij niet vergeten. Maar vooral ook als er op nationaal niveau hecht wordt samengewerkt tussen steden, landelijke overheid, industrie, energieproducenten en NGO’s. Ook de samenwerking in C40-verband levert een wezenlijke bijdrage.

Hoe dan ook, iedereen kan een voorbeeld nemen aan de C40-steden die al tien jaar gerichte klimaatacties initiëren en uit voeren.

[1] http://www.cam3.c40.org/images/C40ClimateActionInMegacities3.pdf

[2] http://www.c40.org/researches/deadline-2020

[3] https://www.mckinsey.com/~/media/McKinsey/Business%20Functions/Sustainability%20and%20Resource%20Productivity/Our%20Insights/A%20strategic%20approach%20to%20climate%20action%20in%20cities%20focused%20acceleration/Focused-acceleration.ashx

[4] http://bit.ly/2ngXXu4

[5] https://www.mckinsey.com/~/media/McKinsey/Business%20Functions/Sustainability%20and%20Resource%20Productivity/Our%20Insights/A%20strategic%20approach%20to%20climate%20action%20in%20cities%20focused%20acceleration/Focused-acceleration.ashx

[6] https://medium.com/sidewalk-talk/the-future-of-urban-sustainability-is-renewable-district-energy-1880c3377975

[7] https://www.greentechmedia.com/articles/read/hard-truths-about-city-failures-with-clean-energy#gs.cEhJV88

 

Gaat duurzaamheid het kapitalisme redden?

Pas indien afstand wordt genomen van kortetermijndenken en notering op de beurs kan duurzaamheid voor een nieuw elan van de kapitalistische productiewijze zorgen.

580e093338c443357868883

‘Het Milieu’

shoppingMijn eerste aanraking met ‘het milieu’ was het boek Silent Spring van Rachel Carson (1962), een aanklacht tegen vervuiling door de chemische industrie. In plaats van over ‘het milieu’, spreken we nu meestal over duurzame ontwikkeling, maar de betekenis van dit begrip is ook aangescherpt. Het rapport van de Brundtland commissie in 1987 sprak over duurzame ontwikkeling als deze de behoeften van de huidige generatie bevredigt without compromising the ability of future generations to meet their own needs. Een meer recente omschrijving (2003) spreekt over de noodzaak van a better quality of life for all, now and in the future, in a just and equitable manner, whilst living within the limits of supporting ecosystems[1].

Rapport-van-de-Club-van-Rome-de-grenzen-aan-de-groei-Dennis-Meadows-9027452466Velen herinneren zich nog wel Rapport van de Club van Rome (1972) vlak voor de oliecrises van 1973 en 1979, de autoloze zondagen en de oproep van minister-president Den Uyl om de gordijnen ’s avonds dicht te doen. Later volgde een massale campagne om huizen te isoleren en vooral ook om van kernenergie af te blijven.

Het eerste decennium van de 21ste eeuw kan worden getypeerd door het stijgende aandeel van duurzame energiebronnen en het groeiende inzicht dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde. Al Gore’s indrukwekkende film An inconvenient truth (2006) heeft hierbij zeker een belangrijke rol bij gespeeld.

Een belangrijke bijdrage aan de definitie van het begrip duurzaamheid zijn de breed gedragen 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, ook wel Global Goals genaamd (2015). Hierin wordt het bedrijfsleven expliciet betrokken betrokken.

screenshot 3

Deze post gaat in het bijzonder over pogingen om het bedrijfsleven een actieve rol te geven bij de realisering van de Global Goals

Een beroep op het bedrijfsleven

In 1999 kondigde Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de oprichting aan van UN Global Compact, een organisatie met de bedoeling om duurzaamheid op de agenda van bedrijven te krijgen. Op dit moment hebben 13.000 bedrijven en 160 regeringen de 10 principes van de Global Compact in beginsel aanvaard [2]. Deze principes waren niet nieuw, maar ontleend aan reeds bestaande internationale verdragen zoals de Universal Declaration of Human Rights, de International Labour Organization’s Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work, de Rio Declaration on Environment and Development, en United Nations Convention Against Corruption.

_2017-01-16_at_4.51.35_PMEen belangrijke vervolgstap – een initiatief vanuit het bedrijfsleven zelf – was de oprichting in 2016 door het World Economic Forum van de Business and Sustainability Development Commission. Mede dankzij het stuwende werk van Unilever CEO Ben Polman, verscheen er een jaar later, begin 2017 een indrukwekkend rapport: Better Business, Better World[3]. De onderstaande video toont de drijfveren en de aanpak van de auteurs.

 

 

Het Rapport Better Business, Better World roept bedrijven op om op zich zonder voorbehoud te scharen achter de 17 Sustainable Development Goals. Het omvat een gedetailleerd uitgewerkte strategie voor duurzaamheid. Het rapport berekende dat het bedrijfsleven hiermee een markt van $12.000 miljard zou ontsluiten.

Duurzaamheid loont

Het rapport Better Business, Better World heeft de toon gezet voor verdere acties. Bedrijven – en in het bijzonder hun leidinggevenden – worden er steeds explicieter op aangesproken dat een Sustainability Revolution de enige manier is om het kapitalisme en te redden en een nieuwe periode van groei in te luiden. Het zeer recente rapport The Transformation of Growth van de Generation Foundation (2017), waarvan Al Gore de stuwende kracht is, heeft als ondertitel How sustainable capitalism can drive a new economic order[4]. In de onderstaande video legt Al Gore uit wat hij verstaat onder sustainable capitalism

 

Het rapport begint met een positieve beoordeling van wat het kapitalisme heeft voortgebracht: Absolute armoede is de afgelopen 65 jaar verminderd van 72% naar 10% van de wereldbevolking. Medische zorg en onderwijs zijn aanzienlijk verbeterd. Tegelijkertijd is er reden tot ontevredenheid. In de VS heeft 90% van de bevolking de afgelopen 30 jaar geen enkele stijging van het besteedbaar inkomen gezien. De welvaartstoename is terecht gekomen bij een zeer klein deel van de bevolking.

screenshot 4Er is – vervolgt het rapport – weliswaar sprake van een kentering als het gaat om de vervanging van fossiele door duurzame grondstoffen, maar dit proces gaat veel te traag. Daarom is een Sustainability Revolution noodzakelijk. Deze moet leiden tot een koolstof-vrije en circulaire economie en bloeiende sociale gemeenschappen die een ieder werk, menswaardig inkomen, ontplooiingsmogelijkheden en een gezond leefklimaat bieden. Deze revolutie legt de basis voor hernieuwde economische groei.

Het Breakthrough project (2018), gefinancierd door UN Global Compact en de Generation Foundation sluit hierbij naadloos aan. Dit project stelt zich ten doel CEO’s, raden van bestuur, aandeelhouders en toezichthouders te overtuigen van de noodzaak om duurzaamheidsdoelen – in het bijzonder de UN Global Goals op te nemen in de bedrijfsstrategie.

Hoe krijg je de bazen mee?

De zogenaamde Breakthrough pitch neemt in het project een centrale rol in. Het is een blauwdruk voor een aanpak – in de vorm van een ‘pitch’ – waarmee bijvoorbeeld sustainability officers hun leidinggevenden kunnen overtuigen. Zelfs een Power Point presentatie ontbreekt niet, evenals een reeks lezenswaardige ondersteunende documenten over nieuwe technologieën en businessmodellen[5]. Ik parafraseer in het kort de inhoud van de ‘pitch’.

De centrale vraag van het Breakthrough project is: How to stretch the sustainability ambitions of business executives.

Het eerste deel A new growth story opent het perspectief op nieuwe groeimogelijkheden. Nu de economische groei afvlakt moet er nieuwe bronnen worden aangeboord. De UN Globals Goals lenen zich hier uitstekend voor. Daarbij wordt verwezen naar het de nota Better Business, Better World die een markt van $12.000 miljard in het vooruitzicht stelt.

Het tweede deel Disrupt of be disrupted onderstreept de urgentie van handelen op korte termijn. Nieuwe technologieën en business modellen zullen leiden tot exponentiële veranderingen in de productie en distributie. Alleen bedrijven die erin slagen deze veranderingen in snel tempo door te voeren zullen voortbestaan.

Het derde deel verwijst naar de noodzaak van leadership. De tijd van incrementele veranderingen is voorbij, vandaar de noodzaak van een breakthrough mindset bij leidinggevenden met als doel voortbestaan en hernieuwde bloei van de onderneming. Hieronder een korte presentatie over de breakthrough mindset.

 

De ‘pitch’ is indrukwekkend, maar ik vind het verknopen van de noodzaak van een radicale omschakeling naar duurzaamheid met de retoriek van de vierde industriële revolutie weinig overtuigend.

Een environmentally restorative, socially just and economically inclusive production vereist dat een bedrijf zijn groeistrategie, de kwaliteit van het product of de dienst, de wens van de klanten, de belangen van werknemers en kapitaalverschaffers en de duurzaamheidsdoelen in samenhang kan realiseren. Dus geen ratrace wie het snelst disruptieve innovaties doorvoert.

Komt het aards paradijs er alsnog?

Terug naar de vraag die ik in de titel stelde: Is er een vorm van duurzaam kapitalisme denkbaar en wel via een proces dat vanuit grote ondernemingen wordt geïnitieerd?

Materieel is het zeker mogelijk. Het rapport Better Business, Better Society bevat een gedetailleerde transformatiestrategie, inclusief bijbehorende investeringen. Het is op zich begrijpelijk dat het rapport The Transformation of the Growth stelt dat verandering eerder van grote multinationale ondernemingen te verwachten is dan van staten: Enkele van deze  ondernemingen, bijvoorbeeld Apple en Amazon, zijn groter dan de meeste staten[6]. Nu al hebben bedrijven als Google en Tesla meer bijgedragen aan de transformatie naar duurzaam vervoer dan welke overheid dan ook.

De vraag is echter of een kapitalistische productiewijze niet wezenlijk in strijd is met duurzaamheid.

Uiteindelijk gaat het in een kapitalistische productiewijze om groei gericht op genereren van winst voor de aandeelhouders bij voorkeur op (zeer) korte termijn en duurzaamheid is een langetermijndoel bij uitstek. Duurzaam kapitalisme is daarom alleen denkbaar als behalve raden van bestuur ook aandeelhouders de duurzaamheidsmissie omarmen en ernaar handelen en ook als het stelsel van handel in effecten op de schop gaat.

Bedrijven die aan deze voorwaarden voldoen worden in wezen Benefit Corporations[7]. Dit zijn ‘for-profit’-bedrijven, die environmentally restorative, socially just and economically inclusive produceren en  winst gebruiken om te investeren, als reserve en voor incidentele extra beloning maar niet als troef op de beurs. Kapitaal verkrijgen deze ondernemingen op niet-speculatieve basis, via crowd funding, private equity of een banklening.

Benefit corporations

In een wereld van Benefit Corporations is volop ruimte voor ondernemerschap, maar zonder de druk van kapitaalverschaffers om hoge beursnoteringen te behalen. Innovatie hoeft niet per se disruptief te zijn: Aanbieden van kwalitatief goede producten en diensten wordt belangrijker dan prijsconcurrentie omwille van een groter markaandeel dan dat van de concurrent. Een ratrace van steeds verdergaande automatisering gepaard met inkrimping van het personeelsbestand wordt voorkomen. Evenmin hoeven grote bedrijven kleine innovatieve startups niet langer voor veel geld op te slokken om voordeel op de concurrent te behalen.

Voor mij mag deze productievorm – met Al Gore – duurzaam kapitalisme heten, maar ik vind ‘duurzaam ondernemende samenleving’ een veel aantrekkelijkere benaming.

[1] Agyeman, Bullard & Evans (2003: Just Suatainabilities: Development in an unequal world. Cambridge MA, MIT Press, p. 5

[2] https://www.unglobalcompact.org/what-is-gc/mission/principles

[3] http://report.businesscommission.org/uploads/BetterBiz-BetterWorld_170215_012417.pdf

[4] https://www.genfound.org/media/1436/pdf-genfoundwp2017-final.pdf

[5] http://breakthrough.unglobalcompact.org

[6] https://www.theguardian.com/business/2016/sep/12/global-justice-now-study-multinational-businesses-walmart-apple-shell

[7] http://benefitcorp.net/businesses/why-become-benefit-corp. Vaak wordt ook het woord B-corp gebruikt; deze term betreft echter alleen bedrijven die als zodanig zijn gecertificeerd: https://consciouscompanymedia.com/sustainable-business/whats-the-difference-between-a-b-corp-and-a-benefit-corporation/

 

Verdragen planologie en autonomie van bewoners elkaar ?

Bewoners verantwoordelijk maken voor een deel van de ontwikkeling van hun woonomgeving is een vorm van directe democratie die om een ander type planologen vraagt dan gebruikelijk

CU2
El Campo de Cebada in Madrid  (Licentie onder Creative Commons)

Enige tijd geleden schreef ik over commoning, ook wel place making genoemd[1]: Een groep mensen, vaak buurtbewoners, neemt dan het initiatief om hun leefomgeving te verbeteren. Dit kan variëren van de aanleg van een gezamenlijke groentetuin, tot exploitatie van een met sluiting bedreigd zwembad maar ook de vervanging van krotten door meer solide bouwsels.

Dit soort activiteiten staat niet op zich. Ze maken deel uit van het streven van ‘gewone mensen’ naar zelfbestuur van een stukje van de leefomgeving of te wel directe democratie. Dit is een waardevolle aanvulling op stemmen voor de gemeenteraad of deelname aan ‘inspraak’.

De afgelopen week heb ik het boek De toekomst van de stad van Zef Hemel gelezen[2]. Dit boek inspireerde mij om commoning te zien in het bredere perspectief van stedelijke ontwikkeling.

Ik zag mezelf een matrix tekenen met twee ingangen (zie afbeelding):

  • de mate van machtsuitoefening door een overheid;
  • de mate van ongelijkheid van bewoners.

Commons en planologie

Met deze matrix kon ik opvallende verschillen tussen stedelijke ontwikkeling vergelijken en tevens werd duidelijk welke de beste voorwaarden voor commoning zijn.

  1. Een sterke overheid gecombineerd met grote maatschappelijke ongelijkheid

Heersers hebben de inrichting van de gebouwde omgeving altijd gebruikt om hun macht te manifesteren: Vroeger door middel van paleizen, tegenwoordig door de hoogste wolkenkrabber ter wereld binnen de landsgrenzen te laten verrijzen. In een aantal gevallen kozen ze voor een majestueuze herinrichting van de hoofdstad van hun land.

29_boulevard_Haussmann_Paris
Boulevard Haussmann. Foto Thomon (Licentie onder Creative Commons)

Een van de bekendste voorbeelden daarvan is de sanering die Haussmann halverwege de 19de eeuw in opdracht van keizer Napoleon 3 in Parijs realiseerde. Duizenden huizen werden afgebroken en de overwegend arme bewoners werden naar de ‘banlieus’ verjaagd. Hiervoor in de plaats verrezen schitterende appartementen voor de midden- en hogere klasse, langs of nabij de nieuwe boulevards, samen met fraaie parken en niet te vergeten de beroemde Parijse opera van Charles Garnier. Hitler haf Generalbauinspector Albert Speer de opdracht een vergelijkbaar plan te realiseren in Berlijn, maar dan vele malen groter. Hiervoor zouden bijna 100.000 huizen gesloopt moeten worden. Dit plan werd echter nooit uitgevoerd.

  1. Utopische idealen van leven in gelijkheid gecombineerd met een sterke overheid

Door de eeuwen heen zijn er utopisten geweest die leefgemeenschappen wilden stichten waar de bewoners in vrede, samenhorigheid en in het groen zouden samenleven. Zo had Charles Fourier overzichtelijke paleisachtige wooneenheden – Phalanstères – in gedachten. Deze moesten de plaats innemen van de verderfelijke steden. Deze en soortgelijke plannen inspireerden Ebenezer Howard tot de idee van de tuinstad. Ook hier zouden mensen wonen in het groen.Verder ertsen wonen, werken en verkeer radicaal gescheiden.

Phalanstère
Perspectief van Charles Fourier’s Phalanstère (Licentie onder creative Commons)

Tuinsteden zijn in vele soorten en maten gerealiseerd, mede dankzij de internationale beweging ‘Het nieuwe bouwen’, opgericht in de jaren ’30 van de 20ste eeuw. Utopisten als Fourier en Kropotkin die de basis voor deze beweging hadden gelegd, droomden van lokale autonomie en waren wars van staatsbemoeienis. Het paradoxale is echter dat een krachtige staat een voorwaarde bleek om wonen in het groen mogelijk te maken, in het bijzonder vanwege het verwerven en beheren van de grond. In het kielzog van de sterke staat kwam het beroep planoloog tot wasdom. Sterk bestuur met een even sterke sociale inslag kon tot mooie resultaten leiden. Bijvoorbeeld de stadsuitbreiding van Amsterdam na de eerste wereldoorlog – getrokken door wethouder Wibaut en ontworpen door Berlage.

Vrijwel overal ging de ontwikkeling van het nieuwe bouwen gepaard met een sterk anti-grootstedelijk sentiment wat leidde tot een gigantische groei van dorpen en kleine steden, tot mislukken gedoemde spreiding van economische activiteiten en het ontstaan van saaie monotone wijken en van  enorme verkeersstromen want het werk verhuisde in veel mindere mate mee. Nederland en België hebben hierdoor – na de Verenigde Staten – de grootste ecologische voetafdruk ter wereld. Tegelijkertijd remde deze ontwikkeling de economische groei die vrijwel altijd wordt gestuwd vanuit de grote steden.

  1. Maatschappelijke ongelijkheid gepaard aan een zwakke overheid

m5110033_2
De Stokstraat in Maastricht voor de gentrificering begon. Aquarel Herman van den Bosch sr. 1957

Zwakke overheden geven maatschappelijke krachten vrij spel en dat zie je onmiddellijk terug in de gebouwde omgeving. Het meest dominante patroon is dan ongebreidelde en spontane suburbanisatie door de middenklasse. Het arme deel van de bevolking raakt geconcentreerd in verloederde en dichtbevolkte wijken – soms sloppenwijken – rond stadscentra. De rijken wonen in ‘gated communities’ op meest aantrekkelijke plaatsen van de stad. Als steden groeien ontstaat steevast druk op de arme wijken rond het centrum. Dit proces van gentrificering verdringt een deel van de bewoners; hun huizen worden gesloopt en maakt plaats voor uitbreiding van het areaal van kantoren, winkels en luxe appartementen. De bewoners komen doorgaans terecht in projecten in nieuwe steden, onder betere woonomstandigheden maar zonder het sociale verband van vroeger. Overigens weet een aanzienlijk deel van de armere stadsbevolking binnen enkele generaties te profiteren van de mogelijkheden van het stedelijk leven en vindt een beter heenkomen. De vrijgekomen plaatsen worden ingenomen door nieuwe immigranten, uit het platteland of van elders ter wereld.

Maar hu het laatste kwadrant; terug naar commoning.

  1. Beperkte ongelijkheid in combinatie met een ‘terughoudende’ overheid.

Naarmate in een land minder extreme vormen van sociale ongelijkheid voorkomen, wordt de roep van bewoners om zelf betrokken te zijn bij de inrichting van de ruimte sterker. Gentrificering gaat dan ook vaker van de bewoners zelf uit. Een belangrijke gegeven is dat er zeker in het noordelijk halfrond inmiddels een compleet ingerichte ruimte ligt, die in plaats van opnieuw te worden ingedeeld vooral om duurzaam beheer en kleinschalige opvulling vraagt. Een verstandige gemeente vraagt de burgers om ideeën daarvoor en laat de uitvoering daarvan waar mogelijk aan de (toekomstige) bewoners over.

Woonwensen blijken – als er iets te kiezen valt – zeer gevarieerd te zijn: Sommigen willen zo dicht mogelijk bij de het centrum van de stad wonen, zelfs als er dan maar enkele tientallen vierkante meters beschikbaar zijn, anderen willen het liefst ergens aan een nieuwe wijk bouwen, zonder knellende voorschriften. Weer anderen willen ‘gewoon’ een doorzonwoning. Vooral wonen in de grote steden is (weer) populair. Daar is nog volop ruimte, vooral als van rigoureuze functiescheiding wordt afgestapt en compacte hoogbouw mogelijk wordt gemaakt.

In het vierde kwadrant is er niet zo zeer sprake van een zwakke maar van een ‘terughoudende’ overheid. Deze wakkert initiatieven tot commoning aan en ondersteunt hun uitvoering. Ze bemoeilijkt speculatie en ze zorgt – overigens ook in samenspraak met de bewoners – voor een goede infrastructuur, waaronder een super snel internet en een slim elektriciteitsnet. Elektriciteit produceren kan in een aantal gevallen juist weer aan de bewoners zelf overgelaten worden.

favela3
Communale renovatie favela nabij Buenos Aires (Licentie onder Creative Commons)

Bewoners betrekken bij stadsontwikkeling hoeft niet beperkt te blijven tot rijke landen. De stad Medellin in Colombia – tot voor kort een van de meest crimineelste steden ter wereld – is daar een voorbeeld van. De overheid hecht grote waarde aan versterking van het zelfbewustzijn van de bewoners van arme (sloppen)wijken. Dit doet ze door de bouw van fraaie gemeenschapsvoorzieningen en de aanleg van infrastructuur. De verbetering van hun woonwijken nemen bewoners zelf ter hand [3].

Toch blijft er werk genoeg voor planologen. Niet voor degenen die ambiëren de stad op basis van eigen opvattingen over wonen en werken in te kleuren, maar wel voor hen die kunnen luisteren naar de wensen van bewoners en hen helpen bij de realisering daarvan. De Amerikaan John Friedmann[4] was zo’n planoloog en onze eigen Zef Hemel is dat nog steeds. Zijn al genoemde boek De toekomst van de stad kan ik daarom aanbevelen.

[1] Leidt commoning tot een nieuw democratisch elan? https://wp.me/p32hqY-1cf

[2] Zef Hemel bekleedt de Wibaut leerstoel voor grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft geregeld boeiende posts in zijn blog Free State of Amsterdam: https://zefhemel.nl

[3] Zie: Duncan McLaren & Julian Agyeman: Sharing Cities: A Case for Truly Smart and Sustainable Cities, MIT 2015

[4] John Friedmann: The Prospect of Cities. University of Minesota Press 2002

Digitalisering. Autonoom of stuurbaar? En door wie?

Discussie over de vraag of de samenleving technologische ontwikkeling kan beïnvloeden. daarvoor is het nodig te weten wie de kracht is achter deze ontwikkeling. De auteurs van recent verschenen boeken die in deze post worden besproken verschillen hierover van mening.

shutterstock_434588023-e1481762757473

Een virtueel debat tussen Bas Boorsma en Adam Greenfield[1]

Dit vraag in de titel loopt als een rode draad door de twee pas verschenen boeken die de aanleiding waren voor deze post.

Het eerste boek is Radical Technologies, geschreven door Adam Greenfield (Verso, 2017). Het tweede is A New Digital Deal van Bas Boorsma (Rainmaking Publications, 2017). Beide auteurs zijn al vele jaren betrokken bij de ontwikkeling van smart cities.

Bas Boorsma onder andere in verschillende rollen binnen Cisco. Hij is nu managing director bij Rainmaking Urban.

Adam Greenfield – ook auteur van Against the Smart City[2] – heeft onder andere gewerkt als informatie-architect voor Nokia. Tegenwoordig doceert hij aan de London School of Economics.

Waar staan de auteurs voor?

Bas Boorsma is overtuigd van het – tot nu toe slechts gedeeltelijk gerealiseerde – potentieel van digitale technologie, maar vindt tegelijkertijd dat de samenleving voor een grote uitdaging staat om deze ten goede aan te wenden.

Adam Greenfield vindt het zinloos om de hypothetische waarde van digitale technologie te bespreken. Hij verwijst naar een uitspraak van Stafford Beer Het doel van een systeem is wat het doet. In het geval van digitale technologie is dat het dagelijks leven koloniseren. Dit gebeurt door technologiereuzen en bijna-monopolisten zoals Google, Apple en Amazon – ‘Stacks’ genaamd – en andere grote (technologie)bedrijven. De vraag is of de samenleving zich hieraan wil en kan onttrekken.

Digitalisering

De essentie van digitalisering is herstructurering van economie en samenleving met digitale technologie en bijbehorende infrastructuur. Wezenlijk daarbij is de vervanging van centralistische organisatie door het netwerkprincipe, waarbij de nadruk komt te liggen op onderling verbonden knooppunten (‘nodes’); zowel in de samenleving als in de digitale wereld.

hierarchies_evolution_networks-mseombprp1dptejlmxut4bft87ouxgviy4857o76dc

Many expected digitalization to facilitate the emergence of a ‘true’ free market, i.e. an economy based on peer-to-peer principles, collaboration, with small enterprises relying of the network effect and digital tools to conduct business in ways previously reserved for large corporations (New Digital Deal, p.52).

Dit is wat in eerste instantie inderdaad gebeurde, mede dankzij de ontwikkeling van platforms: The development of platforms empowered start-ups, small companies and professionals. Many network utopians believed the era of ‘creative commons’ had arrived and with it, a non-centralized and highly digital form of ‘free market egalitarianism’ (New Digital Deal, p.52). Sommigen voorspelden al de ondergang van het kapitalisme.

Daarvan is niets terecht gekomen: De ‘Stacks’ en andere grote bedrijven hebben zich het netwerkparadigma en de platformeconomie voor een groot deel toegeëigend. Als gevolg hiervan is het kapitalisme – monopolie en oligopolie in het bijzonder – aanzienlijk versterkt:

Digitalization-powered capitalism now possesses a speed, agility and rawness that is unprecedented (New Digital Deal, p.54)

In dit opzicht wijken de meningen van Bas Boorsma en Adam Greenfield niet veel van elkaar af.

Een ‘New Digital Deal’

Volgens Bas Boorsma kan digitalisering niet worden tegengegaan, maar bijsturen kan en moet.  Hij gebruikt de analogie van een vaardig bestuurde kano op een snelstromende rivier die stuwende kracht van het water ten volle benut.

Bas hi res 2014
Bas Boorsma

A New Digital deal must steer the further development and impact of digitalization to deliver on its promise in full, and we have to do this in a moral context… (New Digital Deal, p.42). In order to deploy digitalization and to manage platforms for the greater good of the individual and society as a whole, new regulatory approaches will be required… (New Digital Deal, p.46). This has to enable us to manage technological growth, regulate platforms, celebrate recalibrated free market principles, prepare for the emergence of new and better jobs, harvest digitalization generated wealth… and to tax wealth and platform rather than labor (New Digital Deal, p.65).

De New Digital Deal vereist dus een sterke regulerende macht om de spanning te overbruggen tussen enerzijds de komst van een postkapitalistische maatschappij, gedomineerd door een grote hoeveelheid fysiek en digitaal interacterende actoren en anderzijds de toe-eigening van de digitalisering en de platformeconomie door de ‘Stacks’ en andere bedrijven. De vraag is van wie deze regulering uitgaat en wat zij inhoudt.

Bas Boorsma gaat in op de maatschappelijke impact van digitalisering in domeinen zoals gezondheidszorg, onderwijs, transport en energie. In elk daarvan onderzoekt hij de inhoud van de New Digital Deal. Maar ik zocht tevergeefs naar het antwoord op de vraag naar de bescherming van de vrije markt en het doorbreken van het monopolie van de ‘Stacks’. Het antwoord op deze vraag is vooral daarom van belang omdat het deze ongelimiteerde groei van het monopoliekapitalisme is die Adam Greenfield’s pessimisme voedt. Adam Greenfield beantwoordt deze vraag ook niet, vermoedelijk omdat hij dit niet ziet gebeuren.

Toch denk ik dat er een antwoord is.

De ijdele hoop op een digitaal paradijs

Voordat ik terugkeer naar de New Digital Deal, ga ik dieper in op de grondslag van het pessimisme van Adam Greenfield. In opeenvolgende hoofdstukken van zijn boek onthult hij hoe grote bedrijven – soms is samenwerking met de staat – gebruik hebben gemaakt van digitale technologieën:

Adam_Greenfield
Adam Greenfield

Blockchain-technologie was bedoeld als de basis voor nieuw te ontwikkelen gedecentraliseerde peer-to-peer organisaties, maar is door grote bedrijven toegeëigend. Deze omarmen het als een fundamenteel verbeterd raamwerk voor de uitwisseling van identiteit en gegevens, zoals contracten en databases.

Where previously everything that transpired in the fold of the great city evaporated in the moment it happened, all of these rhythms and processes are captured by the network and retained for inspection (Radical Technologies, p.5). Dit vanwege het gecombineerde effect van smartphones, sensoren, beveiligingscamera’s, ‘wearables’ – zoals Hitatchi’s Business Microscope – en de snel toenemende mogelijkheden van de algoritmische productie van kennis.

Truly transformative circumstances will arise not from any one technology standing alone, but from multiple technical capabilities woven together in combination (Radical technologies, p.273). Opnieuw zullen de ‘Stacks’ daarvan het meest profiteren. Hun innovatiecapaciteit is groter dan die van een ander bedrijf en hun geld is onbeperkt.

They are turning the entire planetary-scale entrepreneurial community into a vast distributive R&D lab… At any given moment there are thousands of startups busily exploring the edges of technological possibility, and shouldering all the risk of involved in doing so. (Radical Technologies, p.281)

Door zich te concentreren op de ontwikkeling van minimal viable products, verwacht menig startup te worden overgenomen door een van de ‘Stacks’ of andere technologiebedrijven en de miljoenen die deze bedrijven bieden te verzilveren. De startup gemeenschap is vitaler dan ooit tevoren, maar ze lijkt in niets op de gedistribueerde actoren op de knooppunten van het netwerk aan de vooravond van een nieuwe geliberaliseerde orde. In plaats daarvan ondersteunen ze de dominantie van de ‘Stacks’.

Het falen van de politiek

De invloed van de politiek in de westerse landen met betrekking tot de groeiende macht van de ‘Stacks’ is verwaarloosbaar. Misschien met uitzondering van de Europese Unie die verwikkeld is in achterhoedegevechten door extreme vormen van monopolie te beboeten. Daarentegen slaagt de Chinese overheid er wel in om

9781784780432

digitale techniek in dienst te stellen van de eigen doelstellingen, zij het niet op een manier waaraan wij een voorbeeld zouden kunnen nemen. Ondersteund door China’s eigen ‘Stacks’ – waaronder Alibaba en Baihe – integreert de overheid smartphones, ‘wearables’ en sociale netwerkdiensten met als doel het ‘sociaal krediet’ van elk van haar burgers vast te stellen.

Ik verwacht dat Adam Greenfield de vraag of technologische ontwikkeling een autonome kracht is naar analogie van de snel stromende rivier van Bas Boorsma, negatief zal beantwoorden. Lange tijd regisseerden grootschalige programma’s onder toezicht van overheidsinstellingen, zoals de legendarische DARPA, de technologische ontwikkeling in de VS. Dit zorgvuldig geplande proces heeft niet alleen geresulteerd in de atoombom, maar ook in de ontwikkeling van alle componenten van de iPhone. Mariana Mazzocato heeft gedetailleerd beschreven hoe de assemblage van deze componenten door een klein bedrijf genaamd Apple aanvankelijk zelfs door de staat werd gesubsidieerd[3].

Tegenwoordig wordt de ontwikkeling van technologie en de impact ervan op de werkgelegenheid voornamelijk bepaald door strategische keuzes van de ‘Stacks’ en andere technologiebedrijven. Daarom zal elke ‘deal’ met betrekking tot de sturing van technologische ontwikkeling of het beschermen van de belangen van burgers en de samenleving als geheel, gericht moeten zijn op beteugeling van de ‘Stacks’.

Opnieuw: de New Digital Deal

Dit brengt ons terug naar de New Digital Deal. De beteugeling van de ‘Stacks’ moet worden voorafgegaan door een wetgeving op nationaal of supranationaal niveau. Hierin moeten de doelen en de voorwaarden voor digitalisering ten behoeve van de samenleving als geheel worden vastgelegd.

Het uiteindelijke doel van de toepassing van digitale technologie  is een ​​genetwerkte samenleving met bloeiende activiteit op alle knooppunten en een vrije markt daartussen, mede om meer welzijn mogelijk te maken.

Een – verre van complete – lijst van voorwaarden omvat:

  • Een krachtig en anti-trustbeleid.
  • Ontmoediging van acquisities ten gunste van samenwerking binnen netwerken.
  • Ontvlechting van heterogene conglomeraten van bedrijven (‘to big to fail’).
  • Governance-richtlijnen die kortetermijndenken ontmoedigen, inclusief daarmee vergelijkbare praktijken op de beurzen.
  • Aanzienlijke winstbelastingen, die deels worden teruggegeven als bedrijven deelnemen aan door de staat gecoördineerde onderzoeksprogramma’s, samen met universiteiten
  • Een basisinkomen gecombineerd met het recht op betaald werk voor volwassen burgers.

Een groeiende digitale gemeenschap

9789402235425Ik betwijfel ten zeerste of de tot op het bot verdeelde Europese landen in staat zijn om deze voorwaarden in de nabije toekomst te realiseren. Ik vestig mijn hoop eerder op lagere overheden, met name die van steden. Op dit niveau kunnen digitale hulpmiddelen worden toegepast in relatie tot beleidsterreinen als verkeer, gezonde lucht, duurzame energie en veiligheid. De 20 bouwstenen van community-digitalisering van Bas Boorsma zullen daarbij hun waarde bewijzen. Elk van deze bouwstenen stelt de behoeften en wensen van burgers centraal, een netwerk van stakeholders is bij de realisering betrokken.  De lokale overheid kan daarbij tevens de verantwoordelijkheid nemen voor robuuste connectiviteit en digitale veiligheid alsmede voor interoperabiliteit en het gebruik van niet-gepatenteerde protocollen.

Op enig moment in de toekomst kunnen globaal samenwerkende steden de staten waarvan ze onderdeel zijn dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen en de wettelijke basis te leggen om een New Digital Deal volledig te maken.

Nieuwsgierig geworden?

Ga beide boeken lezen. Degenen die vooral zijn ingesteld op praktische oplossingen, kunnen het best beginnen met Adam Greenfield. Zijn doortimmerde benadering van technologie levert zeker nieuwe inzichten op. En wat schrijft hij mooi! Ik raad lezers met een meer academische instelling aan om als eerste met het boek van Bas Boorsma aan de slag te gaan. Zijn leven-lange ervaring en alle oplossingen die hij aandraagt, helpen bij de toepassing van theorie. En daar is het velen van ons toch om te doen!

[1] Zo’n debat is zou interessant zijn, maar het heeft vooralsnog niet plaatsgevonden.

[2] https://www.goodreads.com/book/show/18626431-against-the-smart-city

[3] https://wp.me/p32hqY-6p

Mensen zijn slechte machines

Het opvangen van soft signals wordt in de gezondheidszorg en veel andere bedrijfstakken niet altijd gewaardeerd. Managers baseren zich liever op hard controls en hard signals. Dat de kwaliteit daaronder leidt realiseren ze zich niet. Alleen met meer autonomie op de werkvloer krijgen soft signals weer een kans

Unknown

Openstaan voor soft signals wordt in de gezondheidszorg niet altijd gewaardeerd

shoppingHarari beschrijft in zijn boek Homo Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid onze verre voorvaders, de verzamelaars. Vooral twee eigenschappen stelden hen in staat om te overleven: Vermogen tot samenwerken en verfijnde waarneming. Elk lid van de groep moest over deze eigenschappen beschikken, want taakverdeling was beperkt. Dit kostte heel wat breinactiviteit en daarom was hun herseninhoud groter dan die van ons[1].

Vooral het vermogen om waar te nemen is vanaf de tijd dat mensen zich vestigden en al helemaal gedurende de industriële revolutie minder manifest geworden. Hoe komt dat?

De industriële revolutie bracht toenemende specialisatie met zich mee. Vooral in de werksituatie kwam en steeds meer hiërarchie en deze zorgde, samen met systemen voor planning & control voor uniforme voorschriften en toezicht daarop. Bij een vierde kenmerk sta ik wat langer stil: Institutionalisering.

Iimages 18.38.41nstitutionalisering is regulering van gedrag binnen uiteenlopende vormen van organisaties. Karl Weick spreekt van sense making. Organisaties zorgen ervoor dat hun leden op een vergelijkbare manier leren kijken naar, spreken over en duiden van de wereld. Zo’n gemeenschappelijke framing is uiterst effectief: Ze vermindert onzekerheid en ambiguïteit en ze verschaft een gedeeld oordeel over goed en slecht. Daar staat tegenover een vergaande bijziendheid voor zaken die buiten dit kader vallen en er blijft weinig ruimte over voor intuïtie en authentiek waarnemen en het opvangen van soft signals.

Institutionalisering in de gezondheidszorg

Ik heb een aantal studies gevonden die de gevolgen van institutionalisering illustreren in ziekenhuizen en zorginstellingen.

Unknown-1
Deze post is gebaseerd op mijn toespraak bij het afscheid van Emile Curfs als hoogleraar maatschappelijk ondernemen door zorgverzekeraars aan de OU op 26 – 01- 2018

De eerste studie[2] gaat over het feit dat ernstige medische fouten vaak voorkomen hadden kunnen worden als meer aandacht was besteed aan soft signals: Vaak terloopse opmerkingen van patiënten of voorzichtige vragen van jongere medewerkers over ziekteverschijnselen. Dergelijke opmerkingen werden afgedaan met dit komt wel vaker voor of waar bemoei je je mee. Het handelen volgens protocollen is bij veel medewerkers in de plaats gekomen de eigen ogen open houden.

Uit de tweede studie[3] blijkt dat het vermogen om soft signals te coderen nog niet is verdwenen maar ook hoe het wordt onderdrukt. Soft signals worden vaak opgevangen tijdens terloopse gesprekken met patiënten. De onderzochte medewerkers gaven echter aan dat ze dit soort gesprekken steeds vaker uit de weg gaan omdat ze in de war raken en dat leidinggevenden er geen waarde aan hechten.

De derde studie[4] laat zien dat van medewerkers elkaar minder aanspreken op fouten als ze ervaren hebben dat dit niet effectief is of schadelijk voor hen zelf is. Dat laatste is weer een rechtstreeks gevolg van de ervaren sociale veiligheid en de invloed van hiërarchie.

Veel professionals in de gezondheidszorg willen niets liever dan hun werk goed doen en daarbij hoort ook open staan voor soft signals. Vergaande protocollering, sociale onveiligheid, werkdruk en hiërarchische verhoudingen zorgen ervoor dat dit laatste niet altijd vanzelfsprekend is. Bovenstaande studies kunnen makkelijk worden aangevuld met voorbeelden van buiten de gezondheidszorg.

De vraag rijst of het misschien de prijs is die we voor onze welvaart moeten betalen.

Op het eerste gezicht is dat inderdaad het geval. Welvaart komt neer op de mogelijkheid ook bij een modaal salaris veel producten en diensten te kunnen aanschaffen. Lage prijzen zijn het gevolg van massaproductie en die is op haar beurt het gevolg van schaalvergroting en strakke regulering van het werk. Managers zijn daarom blij met robots, maar voor sommige werkzaamheden zijn laagbetaalde werknemers goedkoper. Deze moeten dan wel werken volgens strakke voorschriften. Dat lukt niet altijd, want mensen zijn nu eenmaal slechte machines. Bedrijven zien dan ook uit naar de komst van een nieuwe generatie robots, gebaseerd op kunstmatige intelligentie, die nog meer werkzaamheden kunnen overnemen, ook van hoger opgeleiden.

Unknown-2

De ontwikkeling naar schaalvergroting is ook naar de gezondheidszorg overgeslagen. De verwachting was dat dit de kosten zou verlagen. Het is maar zeer de vraag of dat zo is.

Steeds meer mensen vinden dat als dit de prijs voor de welvaart is, ze liever wat minder welvaart hebben. Je moet er niet aan denken dat robots het werk van zorgverleners overnemen. Ambacht wordt daarom weer meer gewaardeerd en kleine klinieken schieten als paddenstoelen uit de grond.

Organisatie - Laloux reinventing organization

Voor velen van ons is zinvol werk onmisbaar. Daarbij hoort ook een voldoende mate van verantwoordelijkheid en autonomie. De laatste tijd groeit de belangstelling voor zelforganisatie en zelfbestuur binnen bedrijven en instellingen sterk. Dit houdt onder meer in

– Meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij uitvoerende medewerkers;

– Minder hiërarchie en minder managers;

– Zelfcontrole in teams als onderdeel van kwaliteitszorg.

Het aantal bedrijven met een of andere vorm van zelforganisatie en zelfbestuur neemt snel toe: Van 3% in 2012 tot 8 % in 2016. In zijn boek Reinventing organizations geeft auteur Frederic Laloux talloze voorbeelden.

screenshot 20.55.13Wie het boek van Laloux leest wordt enthousiast, maar vraagt zich tegelijkertijd af of het niet te mooi is om waar te zijn. Een in 2015 verschenen onderzoek, het HOW-report, bevat sterke aanwijzingen dat organisaties met zelforganisatie beter presteren[5].

Uit dit onderzoek blijkt dat beter functioneren van organisaties met zelforganisatie en -bestuur komt omdat werknemers ander gedrag tonen dan werknemers elders. De onderstaande tabel toont een aantal houdings- en gedragskenmerken. Deze komen in bedrijven met zelfbestuur voor bij 85 – 95% van de werknemers. Het gemiddelde van alle andere bedrijven is 60 – 70%.

screenshot 21.25.23Zelforganisatie doet een beroep op kwaliteiten die in veel bedrijven en instellingen eerder worden onderdrukt. Het gaat daarbij om initiatief nemen, zich verantwoordelijk voelen, intuïtie en ook open staan voor soft signals.

Uiteraard vereisen deze organisaties ook een heel ander soort leiderschap, afgezien van het feit dat er ook minder managers zijn en teams coördinerende taken onderling verdelen.

Het is te hopen dat er op korte termijn meer onderzoek komt naar zelforganisatie en de effecten daarvan. Vooralsnog onbeantwoorde vragen zijn:

  • Gelden de positieve eigenschappen van zelforganisatie voor alle typen organisaties?
  • Is er een relatie tussen het vermogen tot zelforganisatie en opleiding van de medewerkers?
  • Welke invloed hebben aandeelhouders en toezichthouders op de ontwikkeling van zelforganisatie?
  • Welke eisen stelt zelforganisatie aan opleiding, coaching en training van medewerkers en leidinggevenden?
  • Welke invloed hebben persoonlijkheidseigenschappen van werknemers op hun waardering voor zelforganisatie?
  • Welke positieve en negatieve rol speelt informeel leiderschap?

In veel werkzaamheden leggen mensen het af tegen machines. Laten we die daar dan vooral inzetten. Andere werkzaamheden daarentegen hebben baat bij de combinatie van ratio en gevoel en die is uniek voor mensen. Maar dan moeten mensen wel de kans krijgen om daarin te excelleren, want als machine zijn ze niet geschikt. Meer autonomie op de werkplek en meer zelforganisatie zijn daarbij belangrijke voorwaarden.

[1] De schaarse kennis van verzamelaars is gebaseerd op rotstekeningen, archeologische vondsten en de studie van verzamelaars in een recent verleden.

[2] Graham P.Martin, Lorna McKee en Mary Dixon-Woods: Beyond metrics? Utilizing ‘soft intelligence’ for healthcare quality and safety in: Social Science & MedicineVolume 142, October 2015, Pages 19-26

[3] Laura Sheard, Claire Marsh, Jane O’Hara, Gerry Armitage, John Wright en Rebecca Lawton: Understanding why UK hospital staff find it difficult to make improvements based on patient feedback. In: Social Science & Medicine. In: Volume 178, April 2017, Pages 19-27

[4] Carolyn Tarrant, Myles Leslie, Julian Bion en MaryDixon-Woods: A qualitative study of speaking out about patient safety concerns in intensive care units van (Social Science & Medicine (Volume 193, November 2017, Pages 8-15)

[5] http://howmetrics.lrn.com/wp/wp-content/uploads/2016/05/HOW-REPORT-5-6-16.pdf

Xiongan: President Xi Jin Ping’s eigen smart city

De nieuwe Chinese stad Xiongan gaat een belangrijke rol spelen als overloopgebied van niet-hoofdstedelijke activiteiten van Beijing. Het initiatief komt van president Xi Jin Ping zelf. De stad moet tevens een technologie-hub worden en schoon en ‘smart’ zijn.

Traffic jam toll station Beijing
Grote drukte voor en achter een tolstation bij Beijing

Beijing is zonder twijfel een levendige stad; ze is tegelijkertijd overvol, de lucht is vervuild en er rijden veel te veel auto’s. De overheid probeert al jaren activiteiten vanuit de stad naar het buitengebied te verplaatsen. Met niet al te veel resultaat.

Jing-Jin-Ji

In 2012 werd een ambitieus plan gelanceerd om dit proces te versnellen: Beijing, de aangrenzende havenstad Tianjin en de omliggende provincie Hebei werden samengevoegd tot een megalopolis genaamd Jing-Jin-Ji (85 miljoen inwoners; 200.000 km2; 5x Nederland). Jing staat voor Beijing, Jin voor Tianjin en Ji voor de klassieke Chinese naam van de provincie Hebei. De bedoeling was activiteiten die geen verband houden met de hoofdstedelijke functies van Beijing, te verplaatsen naar de rest van Jing-Jin-Ji. Deze nieuwe megalopolis moet bovendien gaan concurreren met andere economische groeipolen zoals Shenzhen en Pudong (Shanghai). De vraag was hoe.

120919-D-BW835-045
President Xi Jin Ping

De provincie Hebei is een heterogeen gebied, berucht vanwege zijn vervuilende industrieën: 40% van alle Chinese staal wordt hier geproduceerd. Afgezien van de welvarende steden als Beijing en Tianjin, heeft de provincie nog twee andere steden met elk meer dan 10 miljoen inwoners en verder veel kleinere steden omringd door landbouwgebied, bossen en meren. Zeven van de tien meest vervuilende steden in China bevinden zich in deze provincie. In 2015 raakte president Xi Jin Ping persoonlijk betrokken bij de ontwikkeling van de Jing-Jin-Ji-regio. Hij kondigde de bouw aan van vijf nieuwe hogesnelheidslijnen om groei en cohesie te stimuleren. Echter, ongeacht het aantal spoorwegen dat wordt aangelegd zal iedereen die langs de vele afgelegen, en landelijke bestemmingen van Hebei reist zich afvragen hoe dit gebied ooit een samenhangend geheel kan worden[1].

Xiongan; een nieuwe slimme en schone stad

Misschien hebben de adviseurs van de president dezelfde twijfel gevoeld, want op 1 april 2017 deed deze een onverwachte zet door de stichting aan te kondigen van een ‘smart city’ met 6,7 miljoen inwoners; Xiongan. Deze stad zal worden gevestigd in drie landelijke districten ten zuidoosten van Beijing: Xiongxian, Rongcheng en Anxin. De benodigde investering worden geschat op $362 miljard. In eerste instantie telde de lokale bevolking haar zegeningen, zoals uit de volgende huwelijksadvertentie blijkt[2]: Man, 53 jaar oud … heeft twee hectare grond in Xiongan. En inderdaad, onmiddellijk na de aankondiging door de president overspoelden onroerendgoedhandelaren het gebied en stegen de prijzen met sprongen. Alle transacties waren echter geannuleerd en verboden[3]. Ambtenaren liepen met megafoons door de straten om te waarschuwen tegen speculatie. Toen de bewoners bovendien begon te beseffen dat velen van hen zouden moeten verhuizen, verminderde het enthousiasme snel[4].

Drie special areas103

De president onthulde ook dat de ontwikkeling van Xiongan anders zou verlopen dan die van Shenzhen[5]. Deng Xiaoping – die aan de wieg van de groei van Shenzhen stond – heeft de deur naar het kapitalisme geopend door de greep van de staat op de economie te versoepelen. Xi wil daarentegen de betrokkenheid van de staat versterken. Hij wil een stad bouwen die doordachter is, meer gelijke kansen biedt en duurzaam is. Volgens een ambtenaar zal meer dan 70 procent van de stad bestaan uit water en bos[6]: We zullen geen hoogbouw, betonnen jungles of glazen façades bouwen zei Chen Gang, directeur van het recent ingestelde comité dat de ontwikkeling van Xiongan gaat leiden. Hij voegde eraan toe dat de bescherming van de het natuurlijk milieu topprioriteit is. En niet te vergeten, Alibaba[7] zal de infrastructuur leveren om de stad ‘smart’ te maken.

Waarom Xiongan?

De functies van Xiongan zullen tweeledig zijn[8]: De eerste is de al genoemde opvang van te verplaatsen activiteiten uit Beijing. Scholen, markten, onderzoeksinstellingen en ziekenhuizen die worden overgeplaatst van Beijing naar Xiongan zullen 4,5 miljoen personen meenemen[9]. Dit is 21% van de huidige bevolking.

De tweede functie is die van technologie-hub. De stad zal bedrijven selecteren op het gebied van informatietechnologie, biotechnologie, nieuwe energie en nieuwe materialen. Binnen een paar dagen na de aankonsiging van de stichting van de stad, hadden 48 technologiebedrijven al blijk gegeven van hun belangstelling om hier filialen op te zetten, waaronder Alibaba, Tencent en Baidu[10].

Anxin
Anxin dat deel zal uitmaken van Xiongan

Is Xiongan levensvatbaar?

Binnen en buiten China leidde de stichting van de stad Xiongan tot veel reacties. In het algemeen nemen commentatoren aan dat, als een land erin zal slagen steden uit het niets te ontwikkelen, het China zal zijn. Dit vanwege zijn centralisme, gedurfde financieel regime en ondernemerschap. Meer sceptische waarnemers verwijzen naar de beruchte Chinese spooksteden waarvan het financiële district Yujiapu en de op groene industrie gerichte zeehaven van Caofeidian zich beide in de buurt van Tianjin bevinden. In de meeste spooksteden neemt de economische activiteit echter geleidelijk toe, de bovengenoemde plaatsen inbegrepen[11].

Hoe dan ook, een vergelijking met Shenzhen is niet in orde. Van alle speciale economische zones is Shenzhen verreweg het grootste succes. Met zijn uitstekende locatie nabij Hong Kong was deze stad aantrekkelijk voor investeerders van over de hele wereld in een tijd dat in China de arbeid goedkoop was. De combinatie van de op juiste plaats, op het juiste moment, de juiste dingen doen, is zeldzaam. Daarentegen is de private sector in Hebei zwak, volgens Qiao Runling, een expert in stedelijke ontwikkeling bij de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming in China[12].

Xionxian
Xiongxian dat deel zal uitmaken van Xiongan

De belangrijkste succesfactor van de groei van Xiongan is ongetwijfeld de overheveling van niet-hoofdstedelijke functies uit Beijing[13]. De stad zal ook zeker profiteren van de nabijheid van de nieuwe luchthaven van Beijing en van de aanleg van de nieuwe hogesnelheidslijnen die de afstand van Xiongan tot Beijing en Tianjin tot 30 minuten reduceren. Wat de toekomst van Xiongan als technologie-hub betreft; werknemers met de vereiste ervaring en vaardigheden zullen van elders aangetrokken moeten worden. Hun bereidheid om zich te vestigen in Xiongan kan afhangen van het beoogde groene en slimme karakter van de stad.

Over de impact van de status als speciale economische zone moet Xiongan zich niet te veel illusies maken[14]. Op dit gebeid is sprake van hevige concurrentie omdat China als geheel al vrij open is. Daarnaast zijn er inmiddels 18 speciale economische zones en 11 vrijhandelszones, plus meer dan honderd andersoortige zones met speciale rechten[15].

Samenvattend: de ontwikkeling van Xiongan kan met enig optimisme tegemoet worden gezien, al kan het tempo van de groei trager zijn dan verwacht. Hetzelfde zou kunnen gelden voor haar positie als technologie-hub. Afgezien daarvan, ben ik erg benieuwd hoe het groene en slimme karakter van de stad zich ontwikkelt. In dit opzicht is het veelbelovend dat Xiongxian – een stad met 380.000 inwoners die in Xiongan zal worden geïntegreerd – nu al voor 100% wordt verwarmd met geothermische energie[16].

[1] http://www.joneslanglasalle.com.cn/china/en-gb/Research/ecn-jingjinji-2016-eng.pdf

[2] http://www.bbc.com/news/world-asia-china-39475839

[3] https://www.theguardian.com/world/2017/apr/04/china-plans-build-new-city-nearly-three-times-the-size-of-new-york

[4] https://thediplomat.com/2017/05/a-closer-look-at-chinas-1000-year-project-xiongan-new-area/

[5] http://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2126631/can-chinas-communist-party-build-innovation-capital

[6] http://www.straitstimes.com/asia/east-asia/water-woodland-to-dominate-xiongan-new-area-chinas-new-special-economic-zone

[7] http://news.xinhuanet.com/english/2017-11/08/c_136737900.htm

[8] http://www.scmp.com/tech/enterprises/article/2116178/what-will-china-build-xi-jinpings-dream-city-it-biotech-new-energy

[9] https://www.forbes.com/sites/sarahsu/2017/04/09/china-hopes-xiongan-new-area-will-relieve-pressure-on-congested-beijing/#cbd9ecb6379e

[10] http://news.xinhuanet.com/english/2017-09/28/c_136646221.htm

[11] http://www.thatsmags.com/beijing/post/13823/giving-up-the-ghost

[12] http://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2120491/xi-jinpings-dream-city-could-be-killed-bureaucracy-and

[13] http://www.scmp.com/comment/insight-opinion/article/2088819/xiongan-not-shenzhen-or-pudong-why-latest-new-area-may

[14] http://www.telegraph.co.uk/news/world/china-watch/society/xiongan-new-area/

[15] http://www.scmp.com/comment/insight-opinion/article/2088819/xiongan-not-shenzhen-or-pudong-why-latest-new-area-may

[16] http://www.thinkgeoenergy.com/chinese-city-of-xiongxian-in-hebei-province-deriving-all-heating-from-geothermal/

 

PlanIT Valley: De slimste stad die nooit gebouwd is

Deze blogpost gaat in op de ideeën die aan PlanIT Valley, een beoogde smart city in Portugal, ten grondslag lagen en waarom ze nooit is gebouwd.

The-emerald-city2
Emerald City

Het verleden kent veel stedelijke utopieën. Een recente is PlanIT Valley, een gedroomde ‘smart city’ in Portugal bij Porto. Mijn interesse was gewekt vanaf het eerste moment dat ik ervan hoorde, ondanks mijn scepsis tegenover ‘smart cities’ die uit het niets moeten verrijzen{1].  De mensen achter het plan – Steve Lewis in de eerste plaats – geloofden dat hun ‘Emerald City’ het verschil zou maken: neutrale gebouwen dankzij een uitgebreid sensornetwerk, lagere bouwkosten door nieuwe bouwtechnieken en autonome auto’s om duurzaam verkeer mogelijk te maken. Hun droom leek oprecht, in tegenstelling tot soortgelijke claims van grote technologiebedrijven als IBM, Cisco en Siemens[2], die in de eerste plaats voor het snelle geld gaan: Smart city play is a $36 billion business opportunity in de woorden van Cisco’s vice president of strategy Inder Sidhu[3].

Grootse visie

Steve Lewis (voormalig marketingmanager bij Microsoft) en Malcolm Hutchinson namen de moeilijke weg, die zeker niet zou leiden tot het snelle geld. Volgens hen hangt de haalbaarheid van een duurzame stad af van een geïntegreerde aanpak. Daartoe hebben ze in hun startup Living PlanIT een modulair software-platform ontworpen, het Urban Operating System (UOS). Het UOS verzamelt informatie afkomstig van sensoren en geeft deze door aan systemen die verlichting, verwarming, koeling, afvalverwerking en luchtbeheersing beheren. Deze systemen zouden door andere bedrijven gebouwd moeten worden[4]. Kijk hier voor het technische ontwerp[5].

Steve Lewis reisde de wereld rond om zijn ideeën uit te dragen en er steun voor te vinden. Uiteindelijk belandde hij in Portugal. Hier ontmoette hij Celso Ferreiro, de ambitieuze burgemeester van Parades, die met het idee rondliep om een ​​fabriek te openen voor de productie van elektrische auto’s (het was 2008!). In Lewis’ onbegrensde verbeeldingskracht werd dit idee al snel een ‘electric automotive city’ zoals Wolfsburg of beter nog een Portugese Silicon Valley. Het idee van een nieuwe stad, die uiteindelijk 250.000 inwoners moest tellen – genaamd PlanIT Valley – was geboren. De burgemeester van Parades was zeer coöperatief en bood bouwgrond aan tegen uiterst gunstige voorwaarden[6].

screenshot 6

Voor Steve Lewis was dit project een eenmalige kans om het UOS te testen en te verfijnen. Tientallen jonge en idealistische geeks sloten zich bij het bedrijf aan trokken in een leegstaand huis nabij een golfcomplex in de buurt van Parades. Hun inkomsten bestond uit aandelen in Living PlanIT, kost en inwoning. In deze zeer hechte gemeenschap werd hard gewerkt om het masterplan van ‘Emerald City’ te ontwikkelen, samen met de in Londen gevestigde Chief Technology Officer John Stenlake.

Samenwerking

Ondertussen bleef Steve Lewis overal ter wereld zijn denkbeelden verkondigen en steun zoeken voor de ontwikkeling van PlanIT Valley. Succes en teleurstelling wisselden elkaar daarbij in sneltreinvaart af. Autobouwer McLaren stelde controle- en datatechnologie beschikbaar, het bouwbedrijf BuroHappold was enthousiast over het idee en was bereid om de stad te bouwen als de financiering rond was. Het idee was dat de eerste bewoners zouden werken in R & D-centra van technologiebedrijven en Cisco toonde serieuze interesse. Een gespecialiseerde bank leende het geld om 1.670 hectare te verwerven, nodig om de eerste fase van de stad te ontwikkelen. Helaas was niemand bereid om de daarvoor vereiste 19 miljard dollar te investeren.

planit-valley

De ontwikkeling van het masterplan van PlanIT Valley en een werkend concept van het UOS kostte meer tijd dan verwacht, wat de partners frustreerde. In de tussentijd ruzieden de Portugese architect Pedro Ballonas met het bouwbedrijf BuroHappold over de uitvoerbaarheid van de plannen en het gebrek aan betrokkenheid van toekomstige bewoners. Toen het masterplan eindelijk klaar was, was het buitengewoon vaag en een businessplan ontbrak volledig.

In de visie van Lewis zouden de inkomsten moeten komen uit licenties voor het gebruik van het UOS. De belangstelling op de markt hiervoor was gering. Steden hadden weliswaar belangstelling voor het gebruik van technologie bij de aanpak van hun problemen, maar ze voelden niets voor de installatie van integrale systemen zoals de UOS. Sören Kvist, projectmanager bij Copenhagen Solutions Lab maakte duidelijk vooral geïnteresseerd te zijn in oplossingen voor specifieke problemen – vuilnis, straatverlichting, parkeren, wateroverlast, en zo voort – in plaats van in een groot, stedelijke software platform. Chris Roberts, adviseur van de deelgemeente Greenwich, was nog meer uitgesproken: We zijn alleen maar geïnteresseerd in ICT als daarmee het leven van de burgers kan worden verbeterd.

Kleine acties

Ondertussen raakte de Londense vestiging van Living PlanIT betrokken bij een aantal kleinschalige projecten waarbij het UOS deels zou kunnen worden ingezet. Het betrof de renovatie van London City Airport, een klein vliegveld voor zakelijke vluchten[7]. Samen met het Japanse technologiebedrijf Hitachi werd een nieuwe reizigerservaring ontworpen, uitgaande van de mogelijkheden van het UOS. Het restylen van een winkelcentrum in Birmingham was een ander project. Hier heeft het UOS gezorgd voor een integratie van het gebruik van de smartphone en fysiek winkelen door klanten gepersonaliseerde koopjes aan te bieden op het moment dat ze langs bepaalde winkels lopen. Rosemary Lokhorst, een medewerker van Living Planit, is in Almere[8] betrokken geweest bij een verlichtingsproject in samenwerking met Alliander, een Nederlands elektriciteitsbedrijf.

PlanIT_Valley_Image_BM_3

De Portugese ‘tak’ bleef het masterplan verfijnen, maar Steve Lewis werd er steeds meer van verdacht zijn strategie te hebben gewijzigd en zijn interesse in PlanIT Valley te hebben verloren. Veel van de teamleden vertrokken ontgoocheld. De vooruitzichten om PlanIT Valley te bouwen vervaagden geleidelijk.

Waarom PlanIT Valley nooit is gebouwd

In hun reeds vermelde boek, noemen Amy Edmondson en Susan Salter Reynolds drie voorwaarden die cruciaal zijn voor de realisatie van grootschalige projecten als het onderhavige: grootse visie, hechte samenwerking en kleine acties.

Grootse visie was nooit het probleem. Steve Lewis zei dat hij meer dan één miljoen ideeën per dag had. Hij faalde met betrekking tot de realisering van samenwerking. Hij is er niet in geslaagd een hecht team te creëren van bedrijven die de collectieve ambitie deelden en die over de middelen beschikten om deze te realiseren. Tegelijkertijd moet worden gezegd dat het smeden van zo’n team geen gemakkelijke opgave was. Alle betrokken partijen (IT, onroerend goed, bouw, financiën en overheid) leefden elk in hun eigen werelden, die vaak botsten. Zonder kleine acties zoals hierboven genoemd, zou Living PlanIT samen met de droom van de nieuwe stad zijn verdwenen.

Moet het falen van PlanIT Valley worden betreurd?

Ik ben hier niet zeker van. Het idee om met een living lab te experimenteren met het UOS leek me aantrekkelijk. Bovendien is PlanIT Valley niet gecorrumpeerd door het zoeken naar het snelle geld zoals grote technologiebedrijven.

362026_m644

In het concept van PlanIT Valley waren overwegingen met betrekking tot technologie en stedenbouw echter uit balans. In zijn pamflet ‘Against the smart city’ (2013), benadrukt Adam Greenfield dat no designer can anticipate at inception all the potential uses to which the things they create might be put. De meeste IT specialisten hebben zijns inziens geen benul van de complexiteit van steden. Ze behandelen deze als machines. De plannen van PlanIT Valley, en die van New Songdo eveneens, miskennen the collective insight we already possess regarding how urban space actually works. This is by supporting a lively mix of uses, putting a low threshold of commitment for any one activity leaving people reasonably free to pursue some objective wherever it seems to make the most sense for them to do so.

De aantrekkingskracht van een stad is het gevolg van een langdurig proces van organische groei fuelled by a broad variety of inhabitants with mostly unrecognizable desires, interest, power and money. In plaats daarvan snoefde de ontwikkelaar van New Songdo, Gale International, dat de bewoners van deze stad gelijktijdig zouden ervaren: the skyline vistas of New York, the strolling walks of Boston, the reflections of Venice, the kinetic energies of Wall Street, the pocket parks of London…the stunning impact of Sydney’s Opera House, the street scenes of Paris153 and Soho, the polish of Park Avenue. Met andere woorden, pure illusie.

Heden ten dage spreidt het idee van ‘smart cities’ – vanuit het niets opgebouwd – zich als een lopend vuur, vooral in India en China. Dit deels om tegemoet te komen aan de snelle groei van de stedelijke bevolking[9]. Ook Bill Gates heeft 25.000 hectare grond gekocht tussen Phoenix en Las Vegas, om zijn ‘Emerald city’ – Belmont – te bouwen, een stad voor 80.000 mensen. Op het eerste gezicht een ultieme kans voor Steve Lewis om alsnog zijn plannen te verwezenlijken.

Ik vraag me echter af of Steve Lewis nog steeds geïnteresseerd is, afgezien van ziekte die hem verhindert – laten we hopen tijdelijk – om zijn werk voort te zetten. Zoals ik herhaaldelijk heb benadrukt, kan ICT een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van toekomstige steden, maar niet op de manier van de meeste grote technologiebedrijven[10]. Steve Lewis gaf onlangs blijk van zijn fascinatie voor edgeless computing, een manier van IT-ondersteuning, waar burgers de controle hebben in plaats van gecontroleerd te worden. Een aantrekkelijk vooruitzicht, waarop ik zeker terugkom.

[1] Ik heb de rede van deze scepcis elders toegelicht: http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-beyond-technology-push/

[2] http://smartcityhub.com/governance-economy/smart-city-smart-story/

[3] https://www.fastcompany.com/1684055/city-cloud-living-planit-redefines-cities-software

[4] http://www.urenio.org/2015/01/26/smart-city-strategy-planlt-valley-portugal/

[5] Deze publicatie gat dieper in op de technische details van het UOS: [5] http://www.urenio.org/2015/01/26/smart-city-strategy-planlt-valley-portugal/

[6] In hun boek Building the future doen Amy Edmondson en Susan Salter Reynolds op zeer leesbare wijze verslag van de ontwikkeling van PlanIT Valley: https://books.google.nl/books/about/Building_the_Future.html?id=PaErCwAAQBAJ&redir_esc=y

[7] http://living-planit.com/pdf/Hitachi_Next_Generation_Airport_Service_Planning_and_Designing_2014-06.pdf

[8] https://executive-people.nl/492292/almere-op-weg-naar-een-lsquo-smart-society-rsquo.html

[9] http://smartcityhub.com/governance-economy/indias-100-smart-cities-mission-is-flawed/

[10] http://smartcityhub.com/technology-innnovation/smart-beyond-technology-push/

Smart city: slim verhaal!

IBM heeft een eenzijdig maar invloedrijk ‘verhaal;’ over de ‘smart city’ gemodelleerd. Omdat een massa steden dat verhaal overnam is dit bedrijf marktleider van smart city-technologie geworden.

Op 4 november 2011 werd het handelsmerk smarter cities officieel geregistreerd als eigendom van IBM. Deze gebeurtenis markeert een periode waarin het bedrijf erin slaagde de definitie van smart city naar zijn hand te zetten en marktleider werd op de smart city-technologiemarkt.

Smart city - dash board Rio de Janeiro

In het eerste decennium van de 21e eeuw begonnen steden zich overal ter wereld smart te noemen om redenen die variëren van de inzet van ICT tot het hoge opleidingsniveau van hun burgers. Voorlopers waren San Diego, San Francisco, Ottawa, Brisbane, Amsterdam, Kyoto en Bangalore. Anderen volgden, waaronder Southampton, Edinburgh, Manchester, Vancouver en Montreal. Welke stad wil niet smart zijn? Volgens Vito Albino et all [1] waren er in 2013 ongeveer 143 zelfbenoemde smart cities over de hele wereld.

De smart city volgens IBM

Unknown-2Op 6 november 2008 gaf Sam Palmisano (CEO IBM) de aanzet tot de dominante rol van IBM met een toespraak getiteld A Smarter Planet: The Next Leadership Agenda. Deze lezing en de bijbehorende publicaties hebben doorslaggevende invloed gehad op het creëren van het imago van de smart city. Zie het artikel van Ola Öderström et al: Smart cities as corporate storytelling[2],

Volgens IBM bestaat de harde kern van elke smart city uit drie letters ‘I’: instrumented, interconnected and intelligent.

  • Instrumented: De mogelijkheid om dat op te slaan en te integreren door het gebruik van sensoren, meters, apparaten en persoonlijke hulpmiddelen.
  • Interconnected: De integratie van deze gegevens in een computerplatform dat uitwisseling van dergelijke informatie tussen verschillende gebruikers mogelijk maakt.
  • Intelligent: De integratie van complexe analyses, modellering, optimalisatie, visualisering en kunstmatige intelligentie om betere operationele beslissingen te nemen.

Steden zijn in het verhaal van IBM systems of systems: Drie hoofdcategorieën zijn planning en beheer, infrastructuur en dienstverlening, elk onderverdeeld in eveneens drie subsystemen:

  • Planning- en beheer: Openbare veiligheid, slimme gebouwen, stedelijke planning en bestuur.
  • Infrastructuur: Energie en waterhuishouding, afvalverwerking, milieu en transport.
  • Dienstverlening: sociale voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs.

Om een soepele werking van steden te waarborgen, moeten volgens IBM alle negen (later elf) systemen centraal worden gemonitord en gereguleerd. Het bedrijf heeft voor dit doel een Intelligent Operations Center ontworpen.

Smart city - Smart systems
IBM: Systeem van systemen

Het streven van IBM om de smart city-technologiemarkt te domineren is een rechtstreeks gevolg van het feit dat het bedrijf gestopt is met ontwerpen en produceren van hardware en zich toelegt op consultancy en software. Eerdere studies hadden er al op gewezen dat smart cities een enorme niet-ontgonnen markt is van $39,5 miljard per jaar. De smart city strategie van IBM omvatte twee elementen. Ten eerste, grootschalige contracten met steden zoals Singapore en Rio de Janeiro. Ten tweede, de Smarter Cities challenge[3]: IBM ondersteunde 100 smart city-projecten financieel (van $250.000 tot $400.000) en met techniek en advisering. Door deze investering van $100 miljoen ontwikkelde het bedrijf expertise die in steden als Madrid, Beijing, Minneapolis en vele anderen kon worden benut. Deze aanpak heeft zijn vruchten afgeworpen; IBM is betrokken bij meer dan 2000 smart city projecten over de hele wereld, waarmee jaarlijks ongeveer $3 miljard aan inkomsten wordt gegenereerd

‘Corporate story telling’

IBM heeft een succesvol verhaal geconstrueerd dat de problemen van wereldsteden zodanig herformuleert (‘framed’) dat het bedrijf ze kan helpen oplossen. Het bedrijf slaagde erin  stadsbesturen en politici wereldwijd zich dit verhaal eigen doen maken. Hierdoor werd IBM een obligatory passage point in de smart city technologiemarkt.

Het succes van het verhaal van IBM berust op twee retorische pijlers. In de eerste plaats de suggestie dat stedelijke problemen oplosbaar zijn met technische middelen door deze als onderdeel van samenhangende systemen te benaderen. De tweede is het creëren van een utopisch perspectief: Op dit moment bevinden steden zich in nog een diepe crisis: Steeds meer eisen vanuit de bewoners, krapper wordend budget, groeiende werkloosheid en bevolkingsgroei. Maar er gloort hoop: Zodra nieuwe technologie is geïnstalleerd, komen al deze problemen onder controle.

‘Before the advent of smart information systems, people actually had to turn up in person to be seen by health centers, passport offices, post offices, embassies…. Long lines, known as “queues”, quickly formed as people stood around aimlessly for hours…… Finally in the early 21st century, electronic declarations cut queues and billions of euros in administration costs.

Unknown-3Het waren niet alleen de marketeers van IBM die dit soort juichverhalen schreven. Inder Sidhu (Cisco) zag eveneens grote kansen voor zijn bedrijf[4]. In 2010 richtte het een Smart and Connected Communities Institute op. Cisco en het Amerikaanse vastgoedontwikkelaar Gale International bouwden samen New Songdo in Zuid-Korea. Deze samenwerking werpt een nieuw licht op de intenties van deze bedrijven. In essentie is New Songdo bedoeld als een gigantisch bedrijvenpark en de stad om huisvesting te bieden aan hun werknemers, waarvan veel expats. Zodra New Songdo is voltooid is, zijn Gale International en Cisco van plan om 20 andere nieuwe ‘steden’ in China en India uit te rollen.

Andere bedrijven volgden, de Fujitsu-groep die Human Centric Intelligent Society promoot, Siemens dat vanaf 2011 investeert in een Infrastructure and Cities divisie en Microsoft dat in 2013 startte met zijn initiatief City Next. Over Google’s (Alphabet) betrokkenheid heb ik eerder geschreven[5].

De ondernemende stad

Achter de ontwikkeling van New Songdo doemt een ander verhaal op. Dit is niet beperkt tot smart cities die vanuit het niets zijn opgebouwd. Technologiebedrijven benadrukken dat connected zijn een belangrijke voorwaarde is voor het aantrekken van investeerders. Opnieuw is menig stadsbestuur een gretig luisteraar. Volgens Robert Hollands[6] concurreren steden met elkaar om wereldwijd kapitaal aan te trekken en zij positioneren hun steden daartoe als vooraanstaande culturele, creatieve of economische ‘merken’. In Europa en Noord-Amerika bieden democratische controle en privacy overwegingen enig tegenwicht tegen de visie op de stad als onderneming. In veel andere delen van de wereld worden belangen van de bevolking verondersteld samen te gaan met zakelijke belangen.

Smart city - New Songdo
New Songdo

Het gevolg is dat stedelijk beleid op veel plaatsen voorrang geeft aan investeringen in technologie terwijl betaalbare woningen, transport en vervoer, riolering en onderwijs urgenter zijn. De 100 nieuw geplande smart cities in India bijvoorbeeld bieden nauwelijks soelaas voor de groei van de bevolking van het land met meer dan 300 miljoen in de komende 30 jaar[7].

Onjuist verhaal?

Zijn de verhalen over de zegeningen van technologie onjuist? Het zijn in elk geval simplificaties. Kunnen IBM en andere technologiebedrijven hierover verwijten worden gemaakt? Ik denk dat dit niet het punt is. Natuurlijk zijn ze in de eerste plaats financieel gemotiveerd. Technologiemaatschappijen gedragen zich echter als veel andere adviesbureaus, die welkome oplossingen bieden voor de problemen van hun klanten. Kritiek vanuit de academische wereld kwam bovendien maar mondjesmaat op gang, zoals een artikel van Robert Hollands[8] in 2008: Will the real smart city please stand up? Een aantal andere kritische studies volgde en deze hebben hun invloed niet gemist. Bijvoorbeeld het winnende voorstel van Sidewalk Labs (Alphabet) voor de herontwikkeling van Quayside, de oude haven van Toronto[9].

Elders doopte ik de ‘hardcore’ smart city als Smart City 1.0[10]. Het achterliggende verhaal wordt nog vaak gehoord. In een groeiend aantal steden zijn alternatieven in opkomst: Robert Hollands[11] schreef (2014): The real smart city has to begin to think with its collective social and political brain, rather than through its technological tools….. It is made up of myriads of initiatives where technology is used to empower community networks, to monitor equal access to urban infrastructures or scale up new forms of sustainable living.

Over deze alternatieven later meer.

[1] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/10630732.2014.942092

[2] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604813.2014.906716

[3] http://www-03.ibm.com/ibm/history/ibm100/us/en/icons/smarterplanet/

[4] https://www.fool.com/investing/general/2010/07/21/ciscos-greatest-opportunity-and-greatest-challenge.aspx

[5] http://smartcityhub.com/technology-innnovation/google-connects-smart-city-movement/

[6] https://academic.oup.com/cjres/article/8/1/61/303314

[7] http://smartcityhub.com/governance-economy/indias-100-smart-cities-mission-is-flawed/

[8] http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13604810802479126

[9] http://smartcityhub.com/governance-economy/googles-sidewalk-labs-takes-the-lead-in-smart-city-development-in-toronto/

[10] http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-cities-1-0-2-0-3-0-whats-next/

[11] https://academic.oup.com/cjres/article/8/1/61/303314

 

NEOM: Het begin van een Saoedi-Arabische lente?

De Saoedi-Arabische kroonprins Salman bin Salman heeft de ontwikkeling van een reusachtige smart city aangekondigd. Grote groepen wetenschappers en ondernemers uit de rest van de wereld zouden zich hier moeten vestigen. Het land zelf zal een culturele wending doormaken die hier de voorwaarden voor schept

screenshotTijdens een recente bijeenkomst in Riyad, kondigde de 32-jarige kroonprins van Saoedi-Arabië, Mohammed bin Salman, de bouw aan van NEOM aan, een smart city. De omvang zal 25.000 km2 worden, dat is 30 keer het oppervlak als New York. De benodigde investering – $ 500 miljard – zal worden gefinancierd door de verkoop van 5% van de aandelen van het nationale oliebedrijf Aramco. Klaus Kleinfeld, voormalig CEO van Siemens AG en Alcoa Inc. zal het project leiden. Overigens is een eerdere poging om een nieuwe wereldstad te bouwen in Saoudi-Arabië op niets uitgelopen[1].

De stad NEOM is bedoeld om de afhankelijkheid van olie te verminderen. De verwachting is bovendien dat meer lokale investeringsmogelijkheden kapitaalvlucht zullen doen afnemen. Tegelijkertijd wijst het plan op mogelijke fundamentele veranderingen in de Saoedi-Arabische samenleving. Daarover aanstonds meer.

Impuls voor de economie

De nieuwe stad zal uitsluitend gebruik maken van hernieuwbare energie, geavanceerde energieopslag toepassen en in de eigen waterbehoefte voorzien. De nadruk zal liggen op biotechnologie, voedseltechnologie, maakindustrie, creatieve industrie en de ontwikkeling van digital content. Er zullen verschillende universiteiten komen, met een focus op kunstmatige intelligentie en ICT. De bijdrage aan het bruto nationaal product van het Koninkrijk zal naar verwachting in 2030 minstens $ 100 miljard bedragen.

Smart city

NEOM zal CO2-neutraal zijn. Autonome auto’s en elektrische bussen verzorgen het personentransport. Ook zal de stad functioneren als een laboratorium voor innovatieve bouwtechnieken en materialen. Internet is gratis, andere vormen van connectiviteit zijn state-of-the-art. Stedelijke functies worden gemengd, zodat een deel van de bewoners lopend zijn bestemming kan bereiken. Zo draagt de stad eveneens bij aan een ​​gezondere levensstijl. Overheidsdiensten zullen volledig geautomatiseerd zijn en gemakkelijk toegankelijk zijn voor alle bewoners.

61DE4A3C-EFE3-4602-8267-8CC03AA5EE17

Leefbare stad

De stad ligt in een rijke natuurlijke omgeving met een kustlijn van 450 km. Midden in de stad zal een enorm park worden aangelegd. In alle aspecten staat de mens centraal, aldus het planningsdocument, dat ik hierna verder parafraseer. Het culturele leven, de gezondheidszorg en de onderwijsinstellingen zullen zich kunnen meten aan de beste van de wereld. De stad kent moderne architectuur, diversiteit, groene ruimte, welvaart, hoge kwaliteit van leven, veiligheid en technologie in dienst van de bewoners. De multiculturele stad heeft een levensstijl vergelijkbaar met die van andere wereldsteden. Hierdoor zal zij de beste wetenschappers en ondernemers van de wereld aantrekken, vooral jongere.

Autonome status

NEOM krijgt de status van een autonome economische zone en kan haar eigen wetten maken, uitgezonderd aangelegenheden met betrekking tot soevereiniteit. Dankzij deze status kan de stad zich in vrijheid ontwikkelen en kan de industrie goederen en diensten produceren en leveren tegen globaal concurrerende prijzen. Dit is hard nodig want op het punt van zaken doen met het buitenland is Saoedi-Arabië een van de minst toegankelijke landen.[2]

Een culturele wending

Bij de presentatie van de plannen zei kroonprins Mohammed bin Salman: This project is not a place for any conventional investor … This is a place for dreamers who want to do something in the world…[3] Hij voegde hieraan toe dat de jonge bewoners van Saoedi-Arabië en een gematigde Islam de sleutels zijn tot de modernisering van het land: We are only going back to how we were: to the tolerant, moderate Islam that is open to the world, to all the religions and traditions of its people.[4]

In het voorafgaande verwijzen enkele cursief gedrukte passages al naar culturele veranderingen die Saoedi-Arabië mogelijk te wachten staan, niet in de laatste plaats de woorden van de kroonprins zelf. De video die een onderdeel is van de presentatie van de plannen[5] is hier nog explicieter in. Ik raad aan daar nu even naar te kijken.

Je ziet een modern land, meisjes die ballet dansen, jonge mannen en vrouwen die samenwerken, lachen en feesten, meestal ongesluierd[6]. De kroonprins zal begrepen hebben dat een dergelijke culturele verandering alleen maar kan als NEOM een autonome status heeft, maar het is duidelijk dat hij wil dat de stad een ​​rolmodel is voor het land als geheel.

De realisering van de infrastructuur van NEOM, het aantrekken van nieuwe industrieën en van bekwame wetenschappers en ondernemers, zal een enorme operatie zijn. Rekening houdend met de beschikbaarheid van financiële middelen en de macht van bin Salman, heeft het project zeker kans van slagen. Het zal echter tijd kosten. Gevraagd naar het aantal bewoners van NEOM, zei bin Salman – terecht – dat de bevolking organisch moet groeien. Maar hetzelfde geldt ook voor de stad als geheel, waardoor een schatting van haar bijdrage aan het Saoedi-Arabisch nationaal product onmogelijk is.

saudi-economy-oil-energy-investments_21272928De culturele wending zal nog moeilijker zijn, al is deze een noodzakelijke voorwaarde voor het welslagen van het project. De intentie van bin Salman om het land te liberaliseren, inclusief de islam, wordt gesteund door de jongere generatie, vrouwen in de eerste plaats. Het breken van de weerstand binnen de elite is van een andere orde. Nadat ik voor het eerst over de ontwikkeling van NEOM geschreven had, kwam Mohammed bin Salman opnieuw in het nieuws met zijn campagne tegen corruptie (en tegen zijn tegenstanders). Honderden zijn inmiddels gearresteerd en bevinden zich in een – zij het uiterst luxe – gevangenis.

Bij de realisering van zijn plannen kan bin Salman het voorbeeld nemen aan de almachtige en populaire leider van de communistische partij van China Xi Jinping. Xi staat echter op de schouders van machtige voorgangers zoals Deng Xiaoping en hoeft geen rekening te houden met conservatieve religieuze leiders[7].

Nog belangrijker dan de vraag of NEOM daadwerkelijk zal uitgroeien tot een ‘smart city’ is de vraag of de stad dan ook een katalysator wordt van culturele en sociale verandering in Saoedi-Arabië en wellicht ook elders in de Arabische wereld. Mohammed bin Salman is zich van de enormiteit van zijn missie bewust als hij zegt: This is a double-edged sword. If they (young Saudis) work and go the right way, with all their force, they will create another country, something completely different … and if they go the wrong direction it will be the destruction of this country[8].

[1] https://www.citylab.com/design/2017/11/saudi-arabias-latest-planned-city-costs-500-billion-and-is-insanely-huge/544748/

[2] https://www.bloomberg.com/news/articles/2017-10-24/saudi-arabia-s-neom-oasis-or-sand-castle

[3] http://www.reuters.com/article/us-saudi-economy/saudi-arabia-seeks-new-economy-with-500-billion-business-zone-with-jordan-egypt-idUSKBN1CS2PL?il=0

[4] Bradley Hope , Margherita Stancati and Nicolas Parasie: Saudi Prince Pushes Greater Tolerance, Unveils Development Project. Wall Street Journal October 24, 2017: https://www.wsj.com/articles/saudi-prince-pushes-greater-tolerance-unveils-development-project-1508870120?mod=Evernote_wsj

[5] http://discoverneom.com

[6] In een interview gaf hij overigens aan tegen het gebruik van alcohol te blijven: https://www.bloomberg.com/graphics/2017-neom-saudi-mega-city/

[7] Deze verwijzing naar China is niet toevallig. Een van mijn volgende blogposts zal gaan over een andere mega nieuwe stad, Xiongan. Deze stad op 100 km afstand van Beijing is bedoeld als overloopgebied van de hoofdstad en moet de groei daarvan voor een deel overnemen en daardoor de druk op het verkeer, de luchtkwaliteit en de beschikbare huisvesting in de hoofdstad verminderen. De stad valt in het niet bij NEOM; ze is ‘maar’ drie maal zo groot als New York, en de investering zal liggen om en nabij de $250 miljard.

[8] http://www.reuters.com/article/us-saudi-economy/saudi-arabia-seeks-new-economy-with-500-billion-business-zone-with-jordan-egypt-idUSKBN1CS2PL?il=0

Bedrijfsleven en milieu: een moeizame relatie

Financieel gewin is de belangrijkste reden van bedrijven om beleid op gebied van duurzaamheid te ontwikkelen

Duurzaamheid - smelten ijskapBij het realiseren van de Parijse klimaatsdoelen kunnen bedrijven een sleutelrol spelen. Sommige grote ondernemingen zijn hiervan doordrongen en handelen navenant. Dat daarbij altijd verwezen wordt naar Unilever met ceo Paul Polman en Patagonia met ceo Yvon Chouinard geeft te denken[1]. De vraag dringt zich dan ook op hoe het met andere bedrijven zit.

Dankzij een 8 jaar durend onderzoek onder 60.000 leidinggevenden door MIT Sloan Management Review in samenwerking met de Boston Consulting group is het antwoord op deze vraag een stuk duidelijker geworden[2].

Onderzocht is welke omstandigheden bevorderlijk zijn voor duurzaamheid in bedrijven.

  1. De aanwezigheid van een expliciete strategie met betrekking tot duurzaamheid

60% van de bedrijven heeft het strategisch belang van duurzaamheid geformuleerd. De chemie en de energiesector lopen daarbij voorop. Een goed voorbeeld is BASF. Dit bedrijf heeft kansen en bedreigingen op het gebied van daarzaamheid onderzocht voor zijn hele product-portfolio. Producten met een relatief hoge milieubelasting worden opnieuw ontwikkeld.

screenshot 5

Australië, Europa en Zuid Amerika hebben de meeste bedrijven met een duurzamheids-strategie. Noord Amerika de minste. Hoe groter het bedrijf, hoe groter de kans op de aanwezigheid van zo’n strategie. Echter van de 15 grootste bedrijven ter wereld, samen berantwoordelijk voor 10% van alle broeikasgassen, hebben er maar enkele een expliciet strategisch plan om de uitstoot te verminderen[4].

Wereldwijd hebben 9000 bedrijven het UN Global Compact onderschreven om het belang van duurzaamheid te onderstrepen. Van alle grote bedrijven volgt 74% de richtlijnen van het Global Reporting Initiative om over prestaties op gebied van duurzaamheid te rapporteren.

  1. Rechtstreekse koppeling van een duurzaamheidsstrategie aan het primaire proces

Veel bedrijven vertalen een duurzaamheidsvisie in filantropische activiteiten, bijvoorbeeld sponsoring van natuur- en milieuorganisaties. Vooral bedrijven die duurzaamheid consequent doorvertalen naar het primaire proces rapporteren positieve effecten op omzet en winst. Patagonia heeft in de periode 2008 – 2015 een jaarlijkse omzetgroei van 14% gekend en over de totale periode een winststijging van 300%.

  1. Doelen op het gebied van duurzaamheid op dezelfde wijze formuleren andere doelstellingen (key performance indicators)

Doelen op het gebied van duurzaamheid gelijk stellen aan andere ‘targets’ is een goed middel om middenmanagement mee te krijgen. Slechts 31% van alle middenmanagers kende de duurzaamheidsdoelen van het bedrijf. Unilever dat duurzaamheidsdoelen al decennia heeft geïncorporeerd, geldt als het grote voorbeeld, Maar het aantal navolgers is vooralsnog gering.

  1. Doelen op het gebied van duurzaamheid laten doorklinken in alle facetten van het business model

Bijna de helft van alle bedrijven heeft het business model vernieuwd als gevolg van activiteiten op gebied van duurzaamheid. Zij zien de grootste kansen op het gebied van verhoging van de doelmatigheid binnen de supply-chain en het gebruik van duurzame energie.

screenshot 3

  1. Ontwikkelen van een heldere business case

Slechts 25% van alle bedrijven heeft de duurzaamheidstratgie doorgerekend in business cases. Timberland (schoenen en kleding) heeft een green index ontwikkeld die de impact van alle producten op klimaat en grondstoffen (inclusief chemicaliën) zichtbaar maakt. Deze gegevens worden gerelateerd aan de prijs van artikelen en hun marge. Andere bedrijven, bijvoorbeeld Hilton hebben de implicaties van een duurzame bedrijfsvoering op de prijsstelling berekend en doen onderzoek naar de bereidheid van gasten om hieraan mee te betalen.

  1. Steun vanuit de Raad van Bestuur

Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van alle CEO’s betrokken is de ontwikkeling van een beleid op het gebied van duurzaamheid, maar dat nog geen derde van de raden van bestuur een helder overzicht heeft daarvan.

Het grootste probleem is short termism: De leiding van de meeste bedrijven laat het oor hangen naar de wensen van aandeelhouders en investeerders. Deze willen doorgaans een zo hoog mogelijke waarde voor de aandeelhouders op zo kort mogelijke termijn[5].

Het Zweedse bedrijf Atlas Copco heeft een business code geformuleerd waarin staat dat er een significante relatie is tussen doelstellingen van het bedrijf en het welzijn van alle stakeholders.

  1. Aandeelhouders overtuigen van de kansen van duurzaamheid voor waarde-creatie

75% van leidinggevenden denkt dat overwegingen mbt duurzaamheid een rol kunnen spelen bij investeringsbeslissingen en dat 60% van de investeerders daar oor naar heeft. Maar in de praktijk nemen overwegingen op het gebied van duurzaamheid maar in 20% van alle gevallen deel uit van het overleg met investeerders

screenshot 2

  1. Samenwerken met uiteenlopende stakeholders

De meeste leidinggevenden zijn het erover eens dat steun vanuit vakbonden, consumentenorganisaties en overheden helpt bij de implementatie van een strategie op het gebied van duurzaamheid. In minder dan de helft van alle bedrijven wordt zo’n samenwerking actief opgezocht.

Volgens de auteurs van het rapport bevindt corporate sustainability zich op een kritiek punt. De realisering van de doelstellingen van het Bruntlandrapport (Our Common Future) moet grotendeels nog plaatsvinden en de urgentie daarvan wordt steeds groter. Dit vergt een actieve rol van bedrijfsleven. De meeste bedrijven vinden het echter in de eerste plaats een overheidstaak.

De meeste bedrijven en investeerders die doelen op het gebied van duurzaamheid omarmen doen dat vanwege hun bijdrage aan de winstgevendheid.

Het is evident dat het gebruik van duurzame energiebronnen op korte termijn tot belangrijke besparingen kan leiden; het zelfde geldt voor het hergebruik van veel grondstoffen.

Voor slechts een minderheid van de bedrijven is duurzaamheid een doel ook als dit op korte termijn géén extra rendement oplevert.

Pas als bedrijven werk maken van hun maatschappelijke taak (‘purpose’) en kapitaalverschaffers opnieuw oog krijgen voor het langetermijnperspectief kan er sprake zijn van een ‘duurzame’ relatie tussen bedrijfsleven en milieu.

Duurzaamheid - carbon pollution_1

[1] Beide waren betrokken bij het schrijven van het rapport Better Business, Better World onder auspiciën van de Business and Sustainable Development Commission, opgericht tijdens de WEF-bijeenkomst in Davos in 2016. Deze wil de actieve betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de bestrijding van blobal warming vergroten.

[2] D. Kiron, G. Unruh, N. Kruschwitz, M. Reeves, H. Rubel, and A.M. zum Felde, “Corporate Sustainability ata Crossroads: Progress Toward Our Common Future in Uncertain Times,” MIT Sloan Management Review,May 2017.

[4] https://www.duurzaam-ondernemen.nl/top-250-firms-emit-third-co2-few-have-strong-goals-to-cut-study/

[5] Uit een recente blogpost blijkt dat er redenen zijn om aan te nemen dat aandeelhouders en financiers hun streven naar winstgevendgeid van bedrijven op de korte termijn alleen maar aanscherpen: https://wp.me/p32hqY-1hW