Gaat duurzaamheid het kapitalisme redden?

Pas indien afstand wordt genomen van kortetermijndenken en notering op de beurs kan duurzaamheid voor een nieuw elan van de kapitalistische productiewijze zorgen.

580e093338c443357868883

‘Het Milieu’

shoppingMijn eerste aanraking met ‘het milieu’ was het boek Silent Spring van Rachel Carson (1962), een aanklacht tegen vervuiling door de chemische industrie. In plaats van over ‘het milieu’, spreken we nu meestal over duurzame ontwikkeling, maar de betekenis van dit begrip is ook aangescherpt. Het rapport van de Brundtland commissie in 1987 sprak over duurzame ontwikkeling als deze de behoeften van de huidige generatie bevredigt without compromising the ability of future generations to meet their own needs. Een meer recente omschrijving (2003) spreekt over de noodzaak van a better quality of life for all, now and in the future, in a just and equitable manner, whilst living within the limits of supporting ecosystems[1].

Rapport-van-de-Club-van-Rome-de-grenzen-aan-de-groei-Dennis-Meadows-9027452466Velen herinneren zich nog wel Rapport van de Club van Rome (1972) vlak voor de oliecrises van 1973 en 1979, de autoloze zondagen en de oproep van minister-president Den Uyl om de gordijnen ’s avonds dicht te doen. Later volgde een massale campagne om huizen te isoleren en vooral ook om van kernenergie af te blijven.

Het eerste decennium van de 21ste eeuw kan worden getypeerd door het stijgende aandeel van duurzame energiebronnen en het groeiende inzicht dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde. Al Gore’s indrukwekkende film An inconvenient truth (2006) heeft hierbij zeker een belangrijke rol bij gespeeld.

Een belangrijke bijdrage aan de definitie van het begrip duurzaamheid zijn de breed gedragen 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, ook wel Global Goals genaamd (2015). Hierin wordt het bedrijfsleven expliciet betrokken betrokken.

screenshot 3

Deze post gaat in het bijzonder over pogingen om het bedrijfsleven een actieve rol te geven bij de realisering van de Global Goals

Een beroep op het bedrijfsleven

In 1999 kondigde Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de oprichting aan van UN Global Compact, een organisatie met de bedoeling om duurzaamheid op de agenda van bedrijven te krijgen. Op dit moment hebben 13.000 bedrijven en 160 regeringen de 10 principes van de Global Compact in beginsel aanvaard [2]. Deze principes waren niet nieuw, maar ontleend aan reeds bestaande internationale verdragen zoals de Universal Declaration of Human Rights, de International Labour Organization’s Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work, de Rio Declaration on Environment and Development, en United Nations Convention Against Corruption.

_2017-01-16_at_4.51.35_PMEen belangrijke vervolgstap – een initiatief vanuit het bedrijfsleven zelf – was de oprichting in 2016 door het World Economic Forum van de Business and Sustainability Development Commission. Mede dankzij het stuwende werk van Unilever CEO Ben Polman, verscheen er een jaar later, begin 2017 een indrukwekkend rapport: Better Business, Better World[3]. De onderstaande video toont de drijfveren en de aanpak van de auteurs.

 

 

Het Rapport Better Business, Better World roept bedrijven op om op zich zonder voorbehoud te scharen achter de 17 Sustainable Development Goals. Het omvat een gedetailleerd uitgewerkte strategie voor duurzaamheid. Het rapport berekende dat het bedrijfsleven hiermee een markt van $12.000 miljard zou ontsluiten.

Duurzaamheid loont

Het rapport Better Business, Better World heeft de toon gezet voor verdere acties. Bedrijven – en in het bijzonder hun leidinggevenden – worden er steeds explicieter op aangesproken dat een Sustainability Revolution de enige manier is om het kapitalisme en te redden en een nieuwe periode van groei in te luiden. Het zeer recente rapport The Transformation of Growth van de Generation Foundation (2017), waarvan Al Gore de stuwende kracht is, heeft als ondertitel How sustainable capitalism can drive a new economic order[4]. In de onderstaande video legt Al Gore uit wat hij verstaat onder sustainable capitalism

 

Het rapport begint met een positieve beoordeling van wat het kapitalisme heeft voortgebracht: Absolute armoede is de afgelopen 65 jaar verminderd van 72% naar 10% van de wereldbevolking. Medische zorg en onderwijs zijn aanzienlijk verbeterd. Tegelijkertijd is er reden tot ontevredenheid. In de VS heeft 90% van de bevolking de afgelopen 30 jaar geen enkele stijging van het besteedbaar inkomen gezien. De welvaartstoename is terecht gekomen bij een zeer klein deel van de bevolking.

screenshot 4Er is – vervolgt het rapport – weliswaar sprake van een kentering als het gaat om de vervanging van fossiele door duurzame grondstoffen, maar dit proces gaat veel te traag. Daarom is een Sustainability Revolution noodzakelijk. Deze moet leiden tot een koolstof-vrije en circulaire economie en bloeiende sociale gemeenschappen die een ieder werk, menswaardig inkomen, ontplooiingsmogelijkheden en een gezond leefklimaat bieden. Deze revolutie legt de basis voor hernieuwde economische groei.

Het Breakthrough project (2018), gefinancierd door UN Global Compact en de Generation Foundation sluit hierbij naadloos aan. Dit project stelt zich ten doel CEO’s, raden van bestuur, aandeelhouders en toezichthouders te overtuigen van de noodzaak om duurzaamheidsdoelen – in het bijzonder de UN Global Goals op te nemen in de bedrijfsstrategie.

Hoe krijg je de bazen mee?

De zogenaamde Breakthrough pitch neemt in het project een centrale rol in. Het is een blauwdruk voor een aanpak – in de vorm van een ‘pitch’ – waarmee bijvoorbeeld sustainability officers hun leidinggevenden kunnen overtuigen. Zelfs een Power Point presentatie ontbreekt niet, evenals een reeks lezenswaardige ondersteunende documenten over nieuwe technologieën en businessmodellen[5]. Ik parafraseer in het kort de inhoud van de ‘pitch’.

De centrale vraag van het Breakthrough project is: How to stretch the sustainability ambitions of business executives.

Het eerste deel A new growth story opent het perspectief op nieuwe groeimogelijkheden. Nu de economische groei afvlakt moet er nieuwe bronnen worden aangeboord. De UN Globals Goals lenen zich hier uitstekend voor. Daarbij wordt verwezen naar het de nota Better Business, Better World die een markt van $12.000 miljard in het vooruitzicht stelt.

Het tweede deel Disrupt of be disrupted onderstreept de urgentie van handelen op korte termijn. Nieuwe technologieën en business modellen zullen leiden tot exponentiële veranderingen in de productie en distributie. Alleen bedrijven die erin slagen deze veranderingen in snel tempo door te voeren zullen voortbestaan.

Het derde deel verwijst naar de noodzaak van leadership. De tijd van incrementele veranderingen is voorbij, vandaar de noodzaak van een breakthrough mindset bij leidinggevenden met als doel voortbestaan en hernieuwde bloei van de onderneming. Hieronder een korte presentatie over de breakthrough mindset.

 

De ‘pitch’ is indrukwekkend, maar ik vind het verknopen van de noodzaak van een radicale omschakeling naar duurzaamheid met de retoriek van de vierde industriële revolutie weinig overtuigend.

Een environmentally restorative, socially just and economically inclusive production vereist dat een bedrijf zijn groeistrategie, de kwaliteit van het product of de dienst, de wens van de klanten, de belangen van werknemers en kapitaalverschaffers en de duurzaamheidsdoelen in samenhang kan realiseren. Dus geen ratrace wie het snelst disruptieve innovaties doorvoert.

Komt het aards paradijs er alsnog?

Terug naar de vraag die ik in de titel stelde: Is er een vorm van duurzaam kapitalisme denkbaar en wel via een proces dat vanuit grote ondernemingen wordt geïnitieerd?

Materieel is het zeker mogelijk. Het rapport Better Business, Better Society bevat een gedetailleerde transformatiestrategie, inclusief bijbehorende investeringen. Het is op zich begrijpelijk dat het rapport The Transformation of the Growth stelt dat verandering eerder van grote multinationale ondernemingen te verwachten is dan van staten: Enkele van deze  ondernemingen, bijvoorbeeld Apple en Amazon, zijn groter dan de meeste staten[6]. Nu al hebben bedrijven als Google en Tesla meer bijgedragen aan de transformatie naar duurzaam vervoer dan welke overheid dan ook.

De vraag is echter of een kapitalistische productiewijze niet wezenlijk in strijd is met duurzaamheid.

Uiteindelijk gaat het in een kapitalistische productiewijze om groei gericht op genereren van winst voor de aandeelhouders bij voorkeur op (zeer) korte termijn en duurzaamheid is een langetermijndoel bij uitstek. Duurzaam kapitalisme is daarom alleen denkbaar als behalve raden van bestuur ook aandeelhouders de duurzaamheidsmissie omarmen en ernaar handelen en ook als het stelsel van handel in effecten op de schop gaat.

Bedrijven die aan deze voorwaarden voldoen worden in wezen Benefit Corporations[7]. Dit zijn ‘for-profit’-bedrijven, die environmentally restorative, socially just and economically inclusive produceren en  winst gebruiken om te investeren, als reserve en voor incidentele extra beloning maar niet als troef op de beurs. Kapitaal verkrijgen deze ondernemingen op niet-speculatieve basis, via crowd funding, private equity of een banklening.

Benefit corporations

In een wereld van Benefit Corporations is volop ruimte voor ondernemerschap, maar zonder de druk van kapitaalverschaffers om hoge beursnoteringen te behalen. Innovatie hoeft niet per se disruptief te zijn: Aanbieden van kwalitatief goede producten en diensten wordt belangrijker dan prijsconcurrentie omwille van een groter markaandeel dan dat van de concurrent. Een ratrace van steeds verdergaande automatisering gepaard met inkrimping van het personeelsbestand wordt voorkomen. Evenmin hoeven grote bedrijven kleine innovatieve startups niet langer voor veel geld op te slokken om voordeel op de concurrent te behalen.

Voor mij mag deze productievorm – met Al Gore – duurzaam kapitalisme heten, maar ik vind ‘duurzaam ondernemende samenleving’ een veel aantrekkelijkere benaming.

[1] Agyeman, Bullard & Evans (2003: Just Suatainabilities: Development in an unequal world. Cambridge MA, MIT Press, p. 5

[2] https://www.unglobalcompact.org/what-is-gc/mission/principles

[3] http://report.businesscommission.org/uploads/BetterBiz-BetterWorld_170215_012417.pdf

[4] https://www.genfound.org/media/1436/pdf-genfoundwp2017-final.pdf

[5] http://breakthrough.unglobalcompact.org

[6] https://www.theguardian.com/business/2016/sep/12/global-justice-now-study-multinational-businesses-walmart-apple-shell

[7] http://benefitcorp.net/businesses/why-become-benefit-corp. Vaak wordt ook het woord B-corp gebruikt; deze term betreft echter alleen bedrijven die als zodanig zijn gecertificeerd: https://consciouscompanymedia.com/sustainable-business/whats-the-difference-between-a-b-corp-and-a-benefit-corporation/

 

Xiongan: President Xi Jin Ping’s eigen smart city

De nieuwe Chinese stad Xiongan gaat een belangrijke rol spelen als overloopgebied van niet-hoofdstedelijke activiteiten van Beijing. Het initiatief komt van president Xi Jin Ping zelf. De stad moet tevens een technologie-hub worden en schoon en ‘smart’ zijn.

Traffic jam toll station Beijing
Grote drukte voor en achter een tolstation bij Beijing

Beijing is zonder twijfel een levendige stad; ze is tegelijkertijd overvol, de lucht is vervuild en er rijden veel te veel auto’s. De overheid probeert al jaren activiteiten vanuit de stad naar het buitengebied te verplaatsen. Met niet al te veel resultaat.

Jing-Jin-Ji

In 2012 werd een ambitieus plan gelanceerd om dit proces te versnellen: Beijing, de aangrenzende havenstad Tianjin en de omliggende provincie Hebei werden samengevoegd tot een megalopolis genaamd Jing-Jin-Ji (85 miljoen inwoners; 200.000 km2; 5x Nederland). Jing staat voor Beijing, Jin voor Tianjin en Ji voor de klassieke Chinese naam van de provincie Hebei. De bedoeling was activiteiten die geen verband houden met de hoofdstedelijke functies van Beijing, te verplaatsen naar de rest van Jing-Jin-Ji. Deze nieuwe megalopolis moet bovendien gaan concurreren met andere economische groeipolen zoals Shenzhen en Pudong (Shanghai). De vraag was hoe.

120919-D-BW835-045
President Xi Jin Ping

De provincie Hebei is een heterogeen gebied, berucht vanwege zijn vervuilende industrieën: 40% van alle Chinese staal wordt hier geproduceerd. Afgezien van de welvarende steden als Beijing en Tianjin, heeft de provincie nog twee andere steden met elk meer dan 10 miljoen inwoners en verder veel kleinere steden omringd door landbouwgebied, bossen en meren. Zeven van de tien meest vervuilende steden in China bevinden zich in deze provincie. In 2015 raakte president Xi Jin Ping persoonlijk betrokken bij de ontwikkeling van de Jing-Jin-Ji-regio. Hij kondigde de bouw aan van vijf nieuwe hogesnelheidslijnen om groei en cohesie te stimuleren. Echter, ongeacht het aantal spoorwegen dat wordt aangelegd zal iedereen die langs de vele afgelegen, en landelijke bestemmingen van Hebei reist zich afvragen hoe dit gebied ooit een samenhangend geheel kan worden[1].

Xiongan; een nieuwe slimme en schone stad

Misschien hebben de adviseurs van de president dezelfde twijfel gevoeld, want op 1 april 2017 deed deze een onverwachte zet door de stichting aan te kondigen van een ‘smart city’ met 6,7 miljoen inwoners; Xiongan. Deze stad zal worden gevestigd in drie landelijke districten ten zuidoosten van Beijing: Xiongxian, Rongcheng en Anxin. De benodigde investering worden geschat op $362 miljard. In eerste instantie telde de lokale bevolking haar zegeningen, zoals uit de volgende huwelijksadvertentie blijkt[2]: Man, 53 jaar oud … heeft twee hectare grond in Xiongan. En inderdaad, onmiddellijk na de aankondiging door de president overspoelden onroerendgoedhandelaren het gebied en stegen de prijzen met sprongen. Alle transacties waren echter geannuleerd en verboden[3]. Ambtenaren liepen met megafoons door de straten om te waarschuwen tegen speculatie. Toen de bewoners bovendien begon te beseffen dat velen van hen zouden moeten verhuizen, verminderde het enthousiasme snel[4].

Drie special areas103

De president onthulde ook dat de ontwikkeling van Xiongan anders zou verlopen dan die van Shenzhen[5]. Deng Xiaoping – die aan de wieg van de groei van Shenzhen stond – heeft de deur naar het kapitalisme geopend door de greep van de staat op de economie te versoepelen. Xi wil daarentegen de betrokkenheid van de staat versterken. Hij wil een stad bouwen die doordachter is, meer gelijke kansen biedt en duurzaam is. Volgens een ambtenaar zal meer dan 70 procent van de stad bestaan uit water en bos[6]: We zullen geen hoogbouw, betonnen jungles of glazen façades bouwen zei Chen Gang, directeur van het recent ingestelde comité dat de ontwikkeling van Xiongan gaat leiden. Hij voegde eraan toe dat de bescherming van de het natuurlijk milieu topprioriteit is. En niet te vergeten, Alibaba[7] zal de infrastructuur leveren om de stad ‘smart’ te maken.

Waarom Xiongan?

De functies van Xiongan zullen tweeledig zijn[8]: De eerste is de al genoemde opvang van te verplaatsen activiteiten uit Beijing. Scholen, markten, onderzoeksinstellingen en ziekenhuizen die worden overgeplaatst van Beijing naar Xiongan zullen 4,5 miljoen personen meenemen[9]. Dit is 21% van de huidige bevolking.

De tweede functie is die van technologie-hub. De stad zal bedrijven selecteren op het gebied van informatietechnologie, biotechnologie, nieuwe energie en nieuwe materialen. Binnen een paar dagen na de aankonsiging van de stichting van de stad, hadden 48 technologiebedrijven al blijk gegeven van hun belangstelling om hier filialen op te zetten, waaronder Alibaba, Tencent en Baidu[10].

Anxin
Anxin dat deel zal uitmaken van Xiongan

Is Xiongan levensvatbaar?

Binnen en buiten China leidde de stichting van de stad Xiongan tot veel reacties. In het algemeen nemen commentatoren aan dat, als een land erin zal slagen steden uit het niets te ontwikkelen, het China zal zijn. Dit vanwege zijn centralisme, gedurfde financieel regime en ondernemerschap. Meer sceptische waarnemers verwijzen naar de beruchte Chinese spooksteden waarvan het financiële district Yujiapu en de op groene industrie gerichte zeehaven van Caofeidian zich beide in de buurt van Tianjin bevinden. In de meeste spooksteden neemt de economische activiteit echter geleidelijk toe, de bovengenoemde plaatsen inbegrepen[11].

Hoe dan ook, een vergelijking met Shenzhen is niet in orde. Van alle speciale economische zones is Shenzhen verreweg het grootste succes. Met zijn uitstekende locatie nabij Hong Kong was deze stad aantrekkelijk voor investeerders van over de hele wereld in een tijd dat in China de arbeid goedkoop was. De combinatie van de op juiste plaats, op het juiste moment, de juiste dingen doen, is zeldzaam. Daarentegen is de private sector in Hebei zwak, volgens Qiao Runling, een expert in stedelijke ontwikkeling bij de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming in China[12].

Xionxian
Xiongxian dat deel zal uitmaken van Xiongan

De belangrijkste succesfactor van de groei van Xiongan is ongetwijfeld de overheveling van niet-hoofdstedelijke functies uit Beijing[13]. De stad zal ook zeker profiteren van de nabijheid van de nieuwe luchthaven van Beijing en van de aanleg van de nieuwe hogesnelheidslijnen die de afstand van Xiongan tot Beijing en Tianjin tot 30 minuten reduceren. Wat de toekomst van Xiongan als technologie-hub betreft; werknemers met de vereiste ervaring en vaardigheden zullen van elders aangetrokken moeten worden. Hun bereidheid om zich te vestigen in Xiongan kan afhangen van het beoogde groene en slimme karakter van de stad.

Over de impact van de status als speciale economische zone moet Xiongan zich niet te veel illusies maken[14]. Op dit gebeid is sprake van hevige concurrentie omdat China als geheel al vrij open is. Daarnaast zijn er inmiddels 18 speciale economische zones en 11 vrijhandelszones, plus meer dan honderd andersoortige zones met speciale rechten[15].

Samenvattend: de ontwikkeling van Xiongan kan met enig optimisme tegemoet worden gezien, al kan het tempo van de groei trager zijn dan verwacht. Hetzelfde zou kunnen gelden voor haar positie als technologie-hub. Afgezien daarvan, ben ik erg benieuwd hoe het groene en slimme karakter van de stad zich ontwikkelt. In dit opzicht is het veelbelovend dat Xiongxian – een stad met 380.000 inwoners die in Xiongan zal worden geïntegreerd – nu al voor 100% wordt verwarmd met geothermische energie[16].

[1] http://www.joneslanglasalle.com.cn/china/en-gb/Research/ecn-jingjinji-2016-eng.pdf

[2] http://www.bbc.com/news/world-asia-china-39475839

[3] https://www.theguardian.com/world/2017/apr/04/china-plans-build-new-city-nearly-three-times-the-size-of-new-york

[4] https://thediplomat.com/2017/05/a-closer-look-at-chinas-1000-year-project-xiongan-new-area/

[5] http://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2126631/can-chinas-communist-party-build-innovation-capital

[6] http://www.straitstimes.com/asia/east-asia/water-woodland-to-dominate-xiongan-new-area-chinas-new-special-economic-zone

[7] http://news.xinhuanet.com/english/2017-11/08/c_136737900.htm

[8] http://www.scmp.com/tech/enterprises/article/2116178/what-will-china-build-xi-jinpings-dream-city-it-biotech-new-energy

[9] https://www.forbes.com/sites/sarahsu/2017/04/09/china-hopes-xiongan-new-area-will-relieve-pressure-on-congested-beijing/#cbd9ecb6379e

[10] http://news.xinhuanet.com/english/2017-09/28/c_136646221.htm

[11] http://www.thatsmags.com/beijing/post/13823/giving-up-the-ghost

[12] http://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2120491/xi-jinpings-dream-city-could-be-killed-bureaucracy-and

[13] http://www.scmp.com/comment/insight-opinion/article/2088819/xiongan-not-shenzhen-or-pudong-why-latest-new-area-may

[14] http://www.telegraph.co.uk/news/world/china-watch/society/xiongan-new-area/

[15] http://www.scmp.com/comment/insight-opinion/article/2088819/xiongan-not-shenzhen-or-pudong-why-latest-new-area-may

[16] http://www.thinkgeoenergy.com/chinese-city-of-xiongxian-in-hebei-province-deriving-all-heating-from-geothermal/

 

De profeten van een nieuwe industriële revolutie

Volgens Jeremy Rifkin kan de derde industriële revolutie de oplossing betekenen voor veel hedendaagse problemen. Maar kleinschalige productie van energie en decentrale distributie daarvan zijn voorwaarden.

Unknown-4
In 2011 baarde Jeremy Rifkin opzien met zijn boek The Third Industrial Revolution[1]. Ten tijde van de publicatie van het boek was menigeen bezig de wonden te likken die de (financiële) crisis had veroorzaakt. De prijs voor brandstof was op zijn hoogst en politici overal ter wereld zochten naar een uitweg. De derde industriële revolutie was een welkom perspectief. Zij verenigt internettechnologie, duurzame energie en het een kleinschalige samenleving.

Een grote schare wereldleiders klopte voor advies bij Jeremy Rifkin aan, zoals Barosso, Merkel en Cameron. Ook besturen van grote steden waaronder Rome, San Antonio, Parijs Utrecht en Rotterdam vroegen hem om raad. Overal leefde het besef dat het roer om moet en zijn boodschap deed de hoop op een betere samenleving gloren.

images-3Alle wereldleiders is wat te veel gezegd. De autoriteiten van zijn moederland, de VS, moeten niet veel van de voormalige activist hebben. Hij verzette zich tegen de plannen van de regering Obama om op grote schaal elektrische energie te produceren in de woestijngebieden en die met een superhoogspanningsnet naar de rest van de VS te transporteren. Over zijn relatie met de huidige president zullen we het maar niet hebben.

Rifkin schrijft de voorliefde voor grootschalige oplossingen in de VS toe aan de vergaande vervlechting van overheid en bedrijfsleven. Er is niet alleen sprake van een omvangrijke lobby, maar regeringsfunctionarissen schuiven tevens moeiteloos door naar het bedrijfsleven en omgekeerd. Bovendien spekt het bedrijfsleven de kassen van hem welgevallige politici royaal.

De 5 peilers van de derde industriële revolutie

De derde industriële revolutie zoals Rifkin die ziet, rust op vijf peilers die nauw samenhangen:

– Volledige vervanging van fossiele door hernieuwbare brandstoffen en zuinig gebruik en maximale recycling van grondstoffen.

– Decentrale opwekking van duurzame energie; alle gebouwen worden mini-energiecentrales en koolstofneutraal.

– Inzet van waterstof om gewonnen energie op te slaan.

– Gebruik van internet om het hele gedistribueerde systeem te beheren.

– Omvorming van de transportvloot tot elektrische en brandcelvoertuigen die energie verkopen, kopen en opslaan.

Unknown-1

De derde industriële revolutie zal een vergaande impact hebben op de samenleving en het einde inluiden van de logge multinationale bedrijven en hun autocratisch leiderschap. Hiervoor in de plaats komt een kleinschalige democratische organisatie van de samenleving, althans volgens Rifkin. Aan de ene kant zal (duurzame) energie royaal beschikbaar zijn, aan de andere kant zullen schaarse grondstoffen aanzetten tot hergebruik en delen van goederen en diensten[2]. Elke deelauto vervangt minimaal 20 particuliere auto’s. Als producten in bezit blijven van de makers, kunnen deze de productie ervan maximaal afstemmen op hergebruik van materialen.

In de loop van de 21ste eeuw verdwijnen de meeste banen die we nu kennen. De overblijvende en nieuwe banen zullen worden verdeeld en daarnaast is er een arbeidsloos inkomen. Verder is er genoeg te doen. Het gaat dan om activiteiten in de sfeer van ambacht, kunst en cultuur, zorg en natuur. Deze zullen de kwaliteit van ons bestaan aanzienlijk vergroten. Er is weer hoop op een aards paradijs.

Rifkin, Schwab en Vermeend

Rifkin is niet de enige met visionaire verhalen over op handen zijnde veranderingen. Ik denk aan het essay van Klaus Schwab, de voorman van het World Economic Forum, die een beeld neerzet dat in plaats van op een aards paradijs meer lijkt op science fiction. Dit blijkt overduidelijk ook uit de effecten in het fimpje dat het World Economic Forum heeft laten maken en dat vooral lijkt te willen imponeren[3].

Een ander visionair betoog is de oratie van Willem Vermeend ter geledenheid van zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar aan de Open Universiteit[4]. Hij hamert op de noodzaak voor bedrijven om te innoveren, gebruik makend van alle mogelijkheden die nieuwe technologieën bieden. Zo niet, dan zullen de steeds kritischer consumenten hen links laten liggen. Waar Schwab nog vreest voor de groeiende sociale ongelijkheid, het verlies aan banen en aan privacy, bij Vermeend is er sprake van een onomkeerbaar proces waarin een ieder zich heeft aan te passen.

De waarde van toekomstvisies

Bij elk van deze publicaties rijst de vraag welke waarde we eraan kunnen hechten. Ik juich het toe dat wetenschappers deelnemen aan discussies over de toekomst van de samenleving. Maar wat me bij elk van de drie auteurs tegen de borst stuit is elk gebrek aan relativering. De drie auteurs zijn erg van zichzelf overtuigd; een eigenschap die eerder bij een profeet dan bij academus past. Van een wetenschapsbeoefenaar verwacht je een nauwkeurige beschrijving van actuele trends en een inschatting van de verschillende ontwikkelingen die hieruit kunnen voortvloeien. Het gebrek aan exactheid blijkt pijnlijk als Rifkin het heeft over de derde industriële revolutie en de andere auteurs over de vierde. Ik denk overigens dat Rifkin gelijk heeft. Hij heeft tevens het meeste oog voor de samenhangen tussen de mogelijkheden van de technologie, de omwenteling in de productie van energie, de beperkingen die we ons moeten opleggen in de groei van de productie en de gevolgen die dat heeft voor de samenleving.

Ik een volgende blogpost ga ik in op een onderdeel van het boek van Rifkin dat me intrigeerde, namelijk het verband tussen de opkomst van de economische wetenschap, de grootschalige industriële productie en de vernietiging van de leefomgeving. Ook hier geldt ‘van dik hout zaagt men planken’, maar zijn betoog biedt zeker stof tot nadenken.

[1] The Third Industrial revolution: How lateral power is transforming energy, economy and the world. Palgrave MacMillan, 2011. Vertaald in Nederlands: De derde Industriële revolutie. Naar een transformatie van economie en samenleving, Nieuw Amsterdam Uitgevers (2014)

[2] Zie mijn recente post over de verschillende aspecten van de deeleconomie: http://wp.me/p32hqY-1sm

[3] https://www.weforum.org/agenda/2016/01/the-fourth-industrial-revolution-what-it-means-and-how-to-respond/

[4] https://www.emerce.nl/wire/oratie-willlem-vermeend-ou-revolutie-economie-40

Amsterdam Smart City, Amsterdam Sharing City; missie of marketing?

Het begrip deel-paradigma is aanzienlijk breder dan dat van deel-economie. Dit artikel illustreert dit aan de hand van voorbeelden uit diverse steden

gluqiqn47f9d0tv4
Ook in Seoul is steeds meer openbare ruimte ingericht voor ontmoeting

Behalve smart cities en resilient cities[1] is er ook een groeiend aantal steden dat zich sharing city noemt. De eerste stad die deze benaming gebruikte was Seoul in 2013. Twee jaar later afficheerde Amsterdam zich als de eerste sharing city in Europa, na al enige tijd als smart city door het leven te zijn gegaan. Ik vind dit strooien met adjectieven niet echt handig, of het nu om het uitdragen van een missie of om markening gaat. Daarover later. Maar eerst wat zijn sharing cities?

San Francisco

De meest opvallende initiatieven met betrekking tot delen zijn afkomstig uit San Francisco, de thuishaven van iconen van de deeleconomie zoals Twitter, Dropbox, Lyft en Airbnb. De geneigdheid om te delen kenmerkt de levensstijl van veel millennials uit deze stad: Samen een bedrijf oprichten, samen een huis betrekken, auto als vervoermidddel en niet als statussymbool zien en prefereren dicht bij het stadscentrum te wonen en te werken.

De deel-economie die we aantreffen in San Francisco is commercieel gemotiveerd en kent naast winnaars ook verliezers, bijvoorbeeld de bestuurders van Uber, Lyft en andere taxibedrijven.
Volgens Duncan McLaren & Julian Agyeman[2] is de deel-economie een onderdeel van een veel meer omvattend deel-paradigma. Het gaat daarbij om het gebruik van goederen en diensten door verschillende personen, zonder deze (exclusief) te bezitten. Bij voorbeeld, medegebruik van fietsen, auto’s, huizen, gereedschappen, patenten en boeken. Maar ook recycling, gemeenschappelijke faciliteiten voor sportboefening, de opwekking van energie en transport en coöperaties en netwerken (Zie afbeelding).

Vormen van Sharing
The sharing paradigm. Uit: McLaren & Agyeman, Sharing Cities, p. 15

Sharing kan gemotiveerd zijn als middel tot kostenreductie maar ook vanuit sociale motieven en omwille van duurzaamheid. McLaren & Agyeman illustreren al deze facetten aan de hand van voorbeelden afkomstig uit steden als Seoul, Medellin, Kopenhagen en Amsterdam.

Seoul

De stad Seoul kent talrijke vormen van delen vanuit sociale motieven[3]. Het begrip jeong speelt hierbij een sleutelrol: Mensen geloven dat elkaar vriendelijk en coöperatief bejegenen een ieder op termijn zal baten. Bewoners houden gezamenlijk de appartementsgebouwen leefbaar waarin ze dicht opeengepakt wonen. Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan de mening van burgers.

screenshot
Het luisterend oor voor het stadhuis van Seoul

Mensen kunnen klachten, verzoeken en ideeën inspreken in het ‘luisterende oor’ voor het stadhuis. Het gemeentebestuur ondersteunt start-ups onder andere door de Dreambank, een financieel loket in samenwerking met 20 banken.

Medellin

images-5 kopie
Biblioteca de Espagna

Een ander opvallend voorbeeld is Medellin, de tweede stad in Colombia en het voormalige centrum van drugshandel en ooit de meest moordadige stad ter wereld. Nadat het leger de beruchte bendeleider Pablo Escobar had doodgeschoten, begon het stadsbestuur aan het herstel van het verwoeste sociale weefsel van de stad. Grote bedragen zijn geïnvesteerd in onderwijs en welzijnsvoorzienigen. Hiervoor verrezen diverse qua architectuur opvallende gebouwen zoals de Biblioteca de Espagna, meestal midden in arme gebieden om de bewoners een gevoel van trots te geven.

 

Tegelijkertijd werden alle delen van de op heuvels gebouwde stad verbonden door een nieuw stelsel van metrolijnen, kabelbanen en liften. Bewoners kregen inspraak bij de prioritering van gemeentelijke projecten.

Kopenhagen en Amsterdam

Unknown kopie
Fietsinfrastructuur Kopenhagen

McLaren & Agyeman zien ook in Kopenhagen en Amsterdam talrijke voorbeelden van sociaal gemotiveerd delen. Kopenhagen heeft het delen van ruimte in het stadscentrum verbeterd met een infrastructuur gebaseerd op het gebruik van fietsen. Amsterdam deed hetzelfde met zijn dichte openbaar vervoersnetwerk. Daarnaast heeft het Amsterdamse huisvestingsbeleid geleid tot een betere integratie van migranten dan in menige andere stad.

In het licht van de bovenstaande gevallen vragen een paar begrippen om verheldering.

Delen en samenwerking

Samenwerking (collaboration) wordt ten onrechte gebruikt als synoniem voor delen. Samenwerking betekent samen iets doen, maar delen leidt doorgaans tot een opeenvolging van individuele activiteiten. Het is dus eerder een aanvulling op het begrip delen. Samenwerking vindt plaats in het economische domein, bijvoorbeeld een coöperatie, maar ook in het sociale domein, bijvoorbeeld gemeenschappelijke activiteiten als tuinieren, koken en gemeenschappelijk wonen.

Delen en mediatie

Commerciële vormen van delen bestaan veelal bij de gratie van mediërende IT-platforms, denk aan Airbnb en Uber. Maar mediatie is soms ook van belang voor overwegend sociaal geïnspiteerde vormen van delen. Een mooi voorbeeld is een app waarop bewoners van Jakarta direct schade melden in geval van overstroming of extreme neerslag. Hiermee kunnen reddings- en herstelacties veel sneller op gang komen[4].

Delen en smart

Smart cities hoeven geen sharing cities te zijn. Smart is een veel breder begrip dan delen; in sommige smart cities kan delen echter een belangrijke rol spelen. Dit is het geval in de steden die ik reken tot de categorie smart city 3.0[5].

screenshot 2 kopie
Opvattingen van Amsterdammers over delen

Amsterdam profileert zich al enkele jaren als smart city. Onlangs eigende de stad zich ook de adjectieven sharing en collaborative toe. Uitgaande van de voorbeelden van McLaren & Agyeman zijn daarvoor goede inhoudelijke redenen die verder gaan dan city marketing. Toch vind ik het naast elkaar gebruiken van beide termen niet verstandig. De missies van Amsterdam Smart City[6] en Amsterdam Sharing City[7] verschillen weinig en onder de burgers leven ze nauwelijks. Vanuit een communicatieoogpunt had ik ervoor gekozen om eenduidig te kiezen voor Amsterdam Smart City en dit begrip te verhelderen aan de hand van een beperkt aantal trefwoorden. Een daarvan zou samen delen (sharing) zijn. Uitgaande van de voornoemde missies zou mijn keuze van de andere zijn: De burger centraal (citizen-based), iedereen telt (inclusive), ondernemend (entrepreneurial), samenwerkend (collaborative),  duurzaam (sustainable) en digitaal verbonden (IT-enabled). Wie weet heeft alsnog iemand wat aan mijn advies.

[1] Zie mijn artikel over smart versus resilient steden: http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-cities-resilient-cities-make-difference/

[2] Sharing Cities, A case for truly smart and sustainable cities (MIT Press, 2015)

[3] Zie ook de volgende infographic: [3] http://english.sharehub.kr/infographic-sharing-city-seoul-4-years-achievements/

[4] Het volgende filmpje geeft hier een beeld van: https://www.youtube.com/watch?v=O7VDjjeEdN8&feature=youtu.be

[5] Dit artikel geeft een overzicht van de betekenissen die aan het begrip smart city worden toegekend: http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-cities-1-0-2-0-3-0-whats-next/

[6] https://amsterdamsmartcity.com

[7] http://www.sharenl.nl/amsterdam-sharing-city/

Smart cities of resilient cities. Maakt het wat uit?

De begrippen smart city en resilient city hebben een verschillende achtergrond maar ze worden tegenwoordig als synoniemen gebruikt.

Wereldwijd leeft 55% van alle mensen in steden en hun aantal neemt snel toe. Steden bedekken 4% van het landoppervlak, gebruiken 67% van alle geproduceerde energie en zorgen voor 70% van alle broeikasgassen.

Steden zijn niet alleen de belangrijkste economische centra van de wereld, ook hun politieke macht groeit. Waarnemers geloven dat duurzaamheid eerder zal voortvloeien uit beleid van steden dan uit maatregelen van nationale overheden. Voor sommige landen een hele opluchting!

Om hun intenties duidelijk te maken, gebruiken veel steden adjectieven als smart, resilient, sustainable, sharing en meer.

Athene resilient city

Smart city

Een inventarisatie van wetenschappelijke artikelen leverde meer dan 30 verschillende definities op van smart city.[1] De definitie van Caragliu uit 2009 is het meest geciteerd: We believe a city to be smart when investments in human and social capital and traditional (transport) and modern (ICT) communication infrastructure fuel sustainable economic growth and a high quality of life, with a wise management of natural resources, through participatory governance.

screenshot 16

Resilient city

De eerste maal dat het begrip resilience (weerbaarheid) werd gebruikt in de context van stedelijke beleid dateert van 2002. Echter, pas in 2012 begon de frequentie van de zoekopdrachten in Google naar het begrip resilient city snel toe te nemen. In tegenstelling tot smart city is het aantal definities van resilient city beperkt. Steden die zich resilient noemen, zoals Rotterdam en Den Haag, claimen dat ze het vermogen van alle inwoners, bedrijven en instellingen om zich te ontwikkelen versterken, ook als deze worden blootgesteld aan chronische spanningen en acute schokken.

Voorbeelden van chronische spanningen zijn hoge werkloosheid, overbelast of inefficiënt openbaar vervoer, aanhoudend geweld en voedsel- en watertekort. Acute schokken zijn aardbevingen, overstromingen, uitbraken van ziekten en terrorististische aanslagen.

Oorsprong en ontwikkeling van de smart city en de resilient city

De begrippen smart city en resilient city hebben verschillende wortels.

Technologiebedrijven, zoals Cisco, IBM, Siemens en Philips zijn tijdens de economische crisis het begrip smart city gaan propageren als onderdeel van hun strategie om nieuwe markten te vinden en nieuwe klanten aan te trekken.

Het gebruik van het begrip resilient city is daarentegen bevorderd door internationale organisaties en samenwerkingsverbanden van steden en drukt de wil uit zich beter voor te bereiden op gevaren zoals de orkanen Katarina in de New Orleans regio (2005) en Sandy langs de oostkunst van Noord-Amerika (2012).

screenshot 8
De bij de 100 Resilient Cities Challenge aangesloten steden

Zoals blijkt uit de bovenstaande definitie, is het begrip gevaar inmiddels opgerekt naar externe bedreigingen in het algemeen, variërend van klimaatverandering en milieuvervuiling tot armoede en congestie.

Het begrip smart city is ook geëvolueerd. Elders heb ik een onderscheid gemaakt tussen smart cities 1.0, 2.0 en 3.0[2]. Deze typering wijst op de ontwikkeling van het denken over smart cities van de inzet van ICT als een instrument om de economische groei en het concurrentievermogen te versterken naar een brede en participatieve strategie gericht op de oplossing van problemen met betrekking tot milieu, sociale gelijkheid en versterking van sociaal kapitaal in het algemeen.

De 100 Resilient Cities Challenge

De resilient city-beweging heeft in 2014 een krachtige stimulans gekregen toen de Rockefeller Foundation 100 miljoen dollar investeerde in de 100 Resilient Cities Challenge[3]. Mede door deze vorm van institutionalisering toont het beleid van de steden die zijn toegelaten tot deze beweging meer overeenkomsten dan dat van de zelf-benoemde smart cites. Het zogenaamde City Resilence Framework, speelt een sleutelrol in elke strategie van elk van de deelnemende steden.

screenshot 2

Met behulp van het City Resilience Framework kunnen steden een analyse maken van hun veerkracht op verschillende terreinen en vervolgens een strategie ontwikkelen om zwakke punten te verbeteren. Het resultaat van de analyse in Rotterdam is hieronder aangegeven[4]. Op dit moment hebben al 30 steden strategische rapporten gepubliceerd met doel om hun veerkracht in het komende decennium te vergroten. Onder hen zijn Rotterdam[5] en Athene[6], een stad die een briljant uitgewerkte actieplan heeft gepubliceerd. Een gloednieuw rapport, Cities Taking Action, geschreven ten behoeve van de onlangs gehouden Resilience Summit in juli 2017 te New York, biedt een bloemlezing van wat de 100 betrokken steden in het recente verleden hebben bereikt[7].

screenshot 7

Beschrijving van smart city en resident city convergeert

De reeds aangehaalde publicatie van Rocco Papa e.a. laat zien dat actuele omschrijvingen van smart en resilient cities vrijwel gelijke termen hanteren (zie onderstaande inventarisatie).

screenshot 9

Bijgevolg neigen sommige publicaties ertoe het begrip resilience als een kenmerk van smart cities te zien. Andere auteurs vragen zich af of het begrip resilient city voor smart city in de plaars zal komen. Ik ben geen voorstander van de assimilatie van een van deze termen door de andere. Beide concepten hebben hun eigen wortels en krijgen gaandeweg betekenis voor de betrokken burgers. Daarom kunnen ze beter als vergelijkbaar worden beschouwd, zoals dat goed wordt begrepen door een van de Internet platforms[8]. Overigens is het City Resilence Framework vanwege zijn gedetailleerde uitwerking ook voor smart cities een zeer nuttig beleidsinstrument.

Een gezamenlijke omschrijving tot slot

Zowel smart cities als resilent cities hanteren idealiter een breed instrumentarium om chronische en acute stedelijke problemen aan te pakken en te voorkomen, waarbij ICT een passende rol speelt. Zij maken het mogelijk dat alle actoren deelnemen aan de tot standkoming en de uitvoering van het beleid. Zij investeren in de groei van sociaal kapitaal door bevordering van onderwijs, werkgelegenheid, samenwerking en delen als basis van een goed bestaan voor alle burgers.

[1] Rocco Papa. Adrina Galderisi, Maria Christina Vigo Majello, Erica Saretta: Resilient cities: A systematic approach for developing cross-sectoral strategies in the face of climate change. TeMA Journal of Land Use Mobility and Environment 1 (2015)

[2] http://smartcityhub.com/collaborative-city/smart-cities-1-0-2-0-3-0-whats-next/

[3] http://www.100resilientcities.org

[4] http://lghttp.60358.nexcesscdn.net/8046264/images/page/-/100rc/Blue%20City%20Resilience%20Framework%20Full%20Context%20v1_5.pdf

[5] http://www.100resilientcities.org/wp-content/uploads/2017/06/strategy-resilient-rotterdam.pdf

[6] http://www.100resilientcities.org/wp-content/uploads/2017/06/Athens_Resilience_Strategy_-_Reduced_PDF.compressed.pdf

[7] http://100resilientcities.org/wp-content/uploads/2017/07/WEB_170720_Summit-report_100rc-1.pdf

[8] https://www.smartresilient.com

Hoe geld weer middel wordt in plaats van doel

Als vervolg op een eerdere post die een aantal wereldproblemen herleidde op het kapitalisme, doet deze post suggesties voor een aantal oplossingen en hoe die tot stand kunnen komen

Vooropgesteld, lang niet alles op deze wereld (en zeker niet in Nederland) is kommer en kwel. Wereldwijd is veel bereikt, onder andere op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg (zie onderstaande grafiek) . De welvaart in een aantal landen is gestegen. De kwaliteit van veel producten en diensten is verbeterd, vaak op basis van aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Een groeiend aantal bedrijven kiest bewust voor de status van maatschappelijke onderneming om lange termijndoelen te realiseren die een positieve impact hebben op de samenleving.

Ctb3FtEWIAA3Tr8Niettemin kent de wereld kent een aantal chronische problemen. In een eerdere post heb ik een aantal daarvan herleid op het kapitalisme[1]. In essentie gaat het daarbij om het feit dat in de samenleving geld doel is geworden in plaats van middel. In deze post ga ik in op de vraag hoe dit kan veranderen. Zich socialistisch noemende landen zijn wat mij betreft geen lichtende voorbeelden. Zij hebben de meeste kenmerken van het kapitalisme inmiddels overgenomen en ze nemen het niet zo nauw met liberate vrijheden en de rechtstaat zoals wij die kennen.

images-1Maar ook programma’s van politieke partijen kunnen mij maar matig bekoren. Het grootste probleem met partijen aan de linker zijde is dat zij de kracht van het ondernemerschap onderschatten en de uitwassen daarvan willen bestrijden met steeds méér toezicht, wet- en regelgeving. Zij overschatten het effect van overheidsbemoeienis en zien de perverse effecten daarvan over het hoofd. De politieke partijen ter rechterzijde hebben hun ziel en zaligheid verbonden aan economische groei. Ze hebben weinig oog voor de verschillen tussen mensen in macht, rijkdom en ontplooïngskansen en de negatieve gevolgen daarvan.

Ik ga eerst in op de vraag wat er zoal zou moeten gebeuren en daarna hoe veranderingen tot stand kunnen komen. Mijn opsomming is allesbehalve volledig.

Bedrijven en organisaties[2]:

  1. Alle bedrijven en organisaties verwerven binnen tien jaar de status van (gecertificeerde) ‘benefit corporation’. Dat wil zeggen dat ze hun handelen baseren op een expliciete bijdrage aan de (wereld)samenleving als geheel (‘purpose’) en niet in de eerste plaats streven naar maximaliseren van de aandeelhouderswaarde.employee-benefits-header1
  2. Aandeelhouders verliezen directe invloed op het bedrijfsbeleid, bijvoorbeeld door aandelen onder te brengen in stichtingen. IKEA heeft dit al gedaan. Vijandige overnames worden ook met andere middelen voorkomen.
  3. Bedrijven en organisaties stimuleren zeggenschap en autonomie van werknemers. Leiderschap wordt gedeeld en verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedecentraliseerd.
  4. Alle inkomens zijn openbaar. De hoogste inkomens bedragen maximaal tien maal het modale inkomen. Minimuminkomens zijn voldoende voor een menswaardig bestaan.Unknown-3
  5. Beurzen stoppen met ‘high frequency trade’ (computergestuurde handel in aandelen) en aandelen dienen minimaal een jaar in iemands bezit te zijn, voordat ze kunnen worden verkocht.
  6. Banken zorgen ervoor dat bedrijven goedkoop geld kunnen lenen. Zij richten een onderling risicofonds op. Hoe meer geld rechtsstreeks van banken of via crowd funding kan worden verkregen, des te minder wordt de noodzaak van een beursgang.

Overheid

  1. De overheid baseert haar beleid op inclusieve groei in plaats van op vergroten van het bruto nationaal product. Uitgangspunt daarbij zijn de doelen voor duurzame ontwikkeling van de VN. [3screenshot-4
  2. Overheden beperken wet- en regelgeving tot essentiële zaken. Ze stimuleren zelfregulering en zien toe op stringente uitvoering daarvan.
  3. Wet- en regelgeving sluit aan op internationale verdragen (zoals het verdrag van Parijs). Waar deze verdragen tekortschieten gelden nationale wetten. Concurrentievoordeel voor buitenlandse goederen of diensten dat hieruit voortvloeit, wordt vereffend met belastingmaatregelen.
  4. De beschikbaarheid van nuts- en andere essentiële voorzieningen is gegarandeerd. Dit houdt niet in dat de overheid deze zelf exploiteert.
  5. Overheden ondersteunen burgers die zelf gemeenschappelijke voorzieningen willen beheren, bijvoorbeeld door ‘commoning’ of ‘sharing’.
  6. De overheid beijvert zich voor internationale afspraken die ertoe leiden dat bedrijven en personen belasting afdragen over de inkomsten die ze in het desbetreffende land verdienen.images-4
  7. Baanomvang (werktijd per week) en persioengerechtigde leeftijd worden verder geflexibiliseerd. Als de werkgelegenheid als gevolg van automatisering lager wordt dan de vraag naar arbeid, treedt de overheid regulerend op.
  8. Op termijn worden voorzieningen voor niet-arbeidgebonden inkomens ondergebacht in een basisinkomen.
  9. De invloed van burgers op de politiek wordt aanzienlijk vergroot, bijvoorbeeld door het stemmen op programma’s in plaats van op partijen[4]

Onderwijs

  1. Onderwijs stelt ontplooing van aanwezige talenten voorop. Het biedt meer keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden in tempo en duur dan thans. Onderwijs bereidt voor op alle aspecten van het leven.AAEAAQAAAAAAAAekAAAAJDk5OGIyMzdhLWIxMWYtNDI4Yi05MWQzLTYzN2ZmNWE4ZjZjNw
  2. Sectoren in de samenleving kunnen kwalificeringseisen stellen en zullen er opleidingen ontstaan die daarop anticiperen. Een logisch gevolg is ook dat vervolgonderwijs ingangseisen kan stellen.
  3. Het onderwijs draagt ertoe bij dat kinderen van jongs af aan minder op bezit en competitie ingesteld raken en er zo meer draagvlak ontstaat voor een economie waarin hergebruik en delen van goederen en diensten normaal is.

Hoe komt verandering tot stand?

  1. Verandering zal niet vanuit de bestaande partijen komen, tenzij er naar Frans voorbeeld een volksbeweging alle stemmen naar zich toetrekt. De kans daarop is minimaal door de verschillen tussen het Franse en Nederlandse kiesstelsel.Unknown-3
  2. Een werkend alternatief is massaal lid worden van een ‘volksbeweging’ geënt op een beperkt aantal waarden en daaruit voortvloeiende fundamentele veranderingen. ‘Nederland kantelt’ kan hiertoe een aanzet geven. Het beste is als gelijktijdig een aantal ‘bekende Nederlanders’ uit het bedrijfsleven en de wereld van politiek, kunst en wetenschap zich voor deze waarden uitspreken en andere Nederlanders zich hierbij aansluiten.
  3. Een aantal politieke partijen zou dat vervolgens ook kunnen doen en kunnen besluiten om een kabinet te vormen dat deze waarden als uitgangspunt neemt. Over allerlei andere kwesties kan de Kamer op basis van (wisselende) meerderheden besluiten.

Het zou mooi zijn als lezers bovenstaande opsomming zouden aanvullen en er over niet al te lange termijn een ‘charter’ geformuleerd zou kunnen worden, bestaande uit een aantal kernwaarden.

[1] Zie: http://wp.me/p32hqY-1jd

[2] De navolgende maatregelen zijn geinspireerd door de uitkomsten van het Purpose of the Corporation project van Cass Business School te London, waarover ik eerder heb geschreven: http://wp.me/p32hqY-Sv

[3] Over het verschil tussen inclusieve groei en bruto nationaal product heb ik geschreven in de volgende blogposts: Welvaart zonder bijsmaak http://wp.me/p32hqY-Va en Geen economische groei maar inclusieve ontwikkeling: http://wp.me/p32hqY-XB

[4] Zie voor een uitwerking van het principe stemmen op programma’s in plaats van op partijen: Nederland democratisch? Over beleid heeft de kiezer niets te zeggen http://wp.me/p32hqY-1dP

Hebben ethisch bewuste bedrijven hun langste tijd gehad?

Overal ter wereld leeft het aandeelhouderskapitalisme op en het management koerst weer sterker op de korte termijn. Dit is zeer slecht nieuws voor duurzaamheid en ethisch geïnspireerde bedrijven in het algemeen

Wat is het duurzaamste bedrijf ter wereld? Onlangs is de uitslag van de 20ste editie van de Sustainable Leaders Survey bekend gemaakt. Deelnemers aan dit onderzoek waren 1000 experts op het gebied van duurzaam ondernemen uit 79 landen.

screenshot 2

De figuur hierboven toont het resultaat[1]. Unilever staat overtuigend vooraaan, boven duurzaamheidsiconen als Patagonia en Interface (ook een Nederlands bedrijf trouwens).

De belangrijkste criiteria zijn:

  • De mate waarin de bedrijfsstrategie, innovatie inbegrepen, doordrenkt is van duurzaamheid.
  • De mate waarin duurzaamheid en welzijn een doorslaggevende rol spelen in supply-chain.

De tabel hieronder toont de criteria voor duurzaam ondernemen die volgens de deelnemers aan het onderzoek de komende jaren een doorslaggevende rol zullen spelen.

screenshot kopieOpvallend is dat het overgrote deel van de multinationale ondernemingen niet in de opsomming voorkomt. Dit komt aardig overeen met de uitkomst van een ronde tafel-gesprek, dat onlangs plaatsvond in Nyenrode Business University[2]. De aanwezigen waren unaniem van mening dat de meeste bedrijven zich niet of nauwelijks met de ethische aspecten van hun bedrijfsvoering bezighouden. De term ethisch handelen is bewust gekozen omdat veel bedrijven duurzaamheid inmidddels omarmen vanwege de financiële voordelen, ook op de korte termijn. Ethisch verantwoorde bedrijfsvoering gaat veel verder: Aan de orde zijn – behalve duurzaamheid – thema’s als de sociale gevolgen van de invoering van artificiële intelligentie en robotisering, betaling van eerlijke prijzen aan leveranciers, eerlijke beloning van werknemers, betalen van belasting, nemen van verantwoordelijkheid voor de hele supply chain en kiezen voor de productie van gezonde, kwalitatief hoogwaardige en duurzame producten. Zaken die in elk geval gedeeltelijk gelden voor de bedrijven op de bovenstaande lijst.

De vraag die zich nu voordoet is, gaat de meerderheid van de bedrijven op korte termijn een radicale ommekeer maken en gaan we ze op bovenstaande lijst tegenkomen of worden de ondernemingen die nu op deze lijst staan door de aandeelhouders teruggefloten.

Samenleving - greed-484x336 kopie 2

Veel wijst erop dat dit laatste aan het gebeuren is gebeuren. Ik deel dit pessimisme met niemand minder dan Henk Volberda, hoogleraar strategisch management en ondernemingsbeleid aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam[3].

Hij onderscheidt drie typen leidinggevenden.

  • De eerste uitstervende categorie – de CEO 1.0 – omvat visionaire leiders van bedrijven, waaruit ze meestal zelf voortkwamen. We vinden ze nog wel terug in familiebedrijven.
  • Het tweede type is opgekomen in de jaren ’80 van de vorige eeuw, parallel aan de versterking van het aandeelhouderskapitalisme. De CEO 2.0 is in vooral een verlengstuk van de aandeelhouder en ‘hopt’ voor veel geld van het ene naar het andere bedrijf. Wie tot deze groep behoort, is vooral gemotiveerd door geld en macht. Voor malversaties wordt niet teruggeschrokken als het erom gaat de aandeelhouders terwille te zijn.
  • De CEO 3.0 is een reflectieve bestuurder, die de belangen van alle stakeholders wil vertegenwoordigen en maatschappelijk engagement uitdraagt. De intentie is dat de onderneming bijdraagt aan oplossing van vraagstukken als armoede, sociale gelijkheid, voedselveiligheid en duurzaamheid. Doelen die veel verder gaan dan maximale aandeelhouderswaarde op korte termijn.
screenshot
Bron: Financieel Dagblad

Overal ter wereld leeft het aandeelhouderskapitalisme op. De crisis is vergeten en de tekenen wijzen op de herwaardering van CEO 2.0. Activistische aandeelhouders en Amerikaanse en Chinese bedrijven op overnamepad bedreigen de continuïteit van ethisch bewuste ondernemingen. Het is nu al overduidelijk dat deze ondernemingen in het defensief gaan. Een triest voorbeeld is de Amerikaanse supermarkt Whole Foods, toonaangevend op het gebied van gezonde voeding. Dit bedrijf liet zich opkopen door Amazone om te ontsnappen aan de greep van activistische aandeelhouders. Maar ook Nederlandse bedrijven zetten stappen terug.

screenshot 3
Bron: Financieel Dagblad

Unilever publiceert weer kwartaalcijfers en het bedrijf verkoopt net als DSM belangrijke onderdelen. Het aldus verkregen geld is bestemd voor verhoging van het divident en terugkoop van aandelen, waardoor de waarde van de resterende aandelen stijgt. Zoals bekend is AkzoNobel net aan een overname ontsnapt en het bedrijf trekt nu miljarden uit om aan de aandeelhouders te sussen.

screenshot 4
Bron: Management Team

Ik vraag me wel eens af, hoe de wereld zou uitzien, als we ervan konden uitgaan dat bedrijven en instellingen zich – naast hun eigen voortbestaan – als vanzelfsprekend lieten leiden door de belangen van mens, samenleving en milieu. Beter dan nu in elk geval. Maar het lijkt een onbereikbaar ideaal.

screenshot kopie 2
Financieel Dagblad

[1] http://www.duurzaam-ondernemen.nl/values-innovation-and-transparency-key-to-future-corporate-sustainability-leadership-new-survey-experts/

[2] http://pressreleases.responsesource.com/news/93461/if-robots-take-our-jobs-responsible-leadership-is-critical/

[3] https://fd.nl/opinie/1207612/hoe-lang-heeft-de-ceo-3-0-nog